23 maart 2009

Beatrix regeert in het geheim


Reporter berichtte gisteren over de invloed die Beatrix uitoefent op beslissingen van ministers. Zonder dat daar iets van naar buiten mag komen. Dienaren van de kroon worden ministers ook wel genoemd en zo gedroegen Bot, Kooijmans, Koning, Alders en anderen zich dan ook: heel voorzichtig manoeuvrerend, met veel ontzag en onderdanig aan het staatshoofd. Wat een treurige vertoning voor een moderne, 21ste eeuwse democratie.
Iedereen, vice-president Bos voorop, bezweert nu dat het staatsrechtelijk allemaal in orde is. Het niet gekozen staatshoofd mag de ministers adviseren. Maar zij is zoals dat heet onschendbaar, dus alles wat zij zegt moet geheim blijven. Uiteindelijk zijn de ministers zelf verantwoordelijk. Het zal allemaal wel, maar het is toch wel gek dat niemand daar vragen bij stelt.
De minister moet zijn besluitvorming kunnen verantwoorden tegenover de volksvertegenwoordiging. Maar de geheime adviezen van de koningin, en wat hij daarmee gedaan heeft, moet hij noodgedwongen weglaten uit zijn verhaal. Is dat de transparantie in het besluitvormingproces waar iedereen zo de mond vol van heeft? De Tweede Kamer heeft zich nogal hard gemaakt voor volledig inzicht in het besluitvormingsproces dat heeft geleid tot steun aan de Irak-oorlog. Waarom vindt men dat zo belangrijk? Kan onze volksvertegenwoordiging niet accepteren dat er ook geheime stukjes zitten in zo'n proces? Waarom op dit punt niet en waarom wel als dat geheime stukje bestaat uit gesprekken met Beatrix? Waarom blijft een meerderheid van de Nederlandse politici zo inconsequent ondemocratisch denken als het om het koningshuis gaat?
In de documentaire van Reporter werd nog een interessante opmerking gemaakt. Beatrix maakt van al haar gesprekken met ministers en andere autoriteiten uitvoerige aantekeningen. Volgens Bram Peper worden die uitgewerkt en enkele heren spraken dan ook de vrees uit dat ze er later mee geconfronteerd zouden kunnen worden. Ik ben wel benieuwd wat er met al die verslagen gebeurt. Ze zullen toch niet achter slot en grendel bewaard worden in het priv├ę-archief van het Koninklijk Huis, zoals met al die correspondentie over de Hofmans affaire is gebeurd. Feitelijk zouden ze net als bv. de notulen van de ministerraad na zoveel jaar openbaar gemaakt moeten worden. Het gaat toch om staatsaangelegenheden. En die horen uiteindelijk in het Nationaal Archief te komen.


,

10 maart 2009

Tegenslag voor Hirsch Ballin


De Hoge Raad heeft vandaag iemand vrijgesproken die de islam beledigd heeft. Het nieuws haalde zelfs het Journaal omdat dit vonnis de kans op veroordeling van Wilders kleiner zou maken. De uitspraak van de Hoge Raad is echter ook interessant omdat de motivering van de rechters de plannen van Hirsch Ballin onderuit haalt om het verbod op groepsbelediging in het Wetboek van Strafrecht aan te passen. Die aanpassing moet er uit bestaan dat ook de belediging van een groep mensen via een gezamenlijke eigenschap, indirect dus, expliciet strafbaar wordt gesteld. Hirsch Ballin verdedigde begin november vorig jaar dit plan in de Kamer en sprak van een verduidelijking van het wetsartikel die beslist niet moest worden opgevat als een uitbreiding (en dus inperking van de vrijheid van meningsuiting). Hij leek toen een meerderheid in de Kamer achter zich te krijgen.
Het vonnis van de Hoge Raad van vandaag geeft aan dat het huidige artikel 137c niet slaat op belediging van het geloof. Ik citeer uit het persbericht: "Dit artikel stelt niet strafbaar het zich beledigend uitlaten over een godsdienst, ook niet als dat gebeurt op zo’n manier dat de aanhangers van die godsdienst daardoor in hun godsdienstige gevoelens worden gekrenkt. Deze wetsbepaling moet volgens de wetsgeschiedenis beperkt worden uitgelegd. De uitlating moet onmiskenbaar betrekking hebben op een bepaalde groep mensen die zich door hun godsdienst onderscheiden van anderen. De enkele omstandigheid dat grievende uitlatingen over een godsdienst ook de aanhangers krenken is niet voldoende om van beleding van een groep mensen wegens hun godsdienst te spreken.Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte zich met zijn poster met daarop de tekst “Stop het gezwel dat Islam heet” onnodig grievend heeft uitgelaten over de Islam. Het hof heeft daaraan de gevolgtrekking verbonden dat “gezien de verbondenheid tussen de Islam en haar gelovigen” deze uitlating reeds daardoor ook beledigend is voor “die groep mensen die de Islam belijden”. Het hof heeft daarmee een te ruime uitleg gegeven aan de in art. 137c, eerste lid, Sr voorkomende uitdrukking “een groep mensen wegens hun godsdienst”. Daarom heeft de Hoge Raad de uitspraak van het hof vernietigd en de verdachte van het hem tenlastegelegde vrijgesproken."
Grievende uitlatingen over een godsdienst zijn niet voldoende om iemand te veroordelen voor het beledigen van de bevolkingsgroep die die godsdienst aanhangt. Dat kan toch niet anders geïnterpreteerd worden dan dat de indirecte weg van de groepsbelediging niet in het bestaande artikel is opgesloten en dat een aanpassing die die indirecte weg wel expliciet noemt een uitbreiding van de strafbaarheid is, een inperking van de vrijheid van meningsuiting, en niet een verduidelijking van het wetsartikel.
Het plan van de minister om gelovigen op die manier toch nog een extra bescherming te bieden tegen krenkende uitingen na de afschaffing van het verbod op godslastering lijkt tot mislukken gedoemd. En dat is maar goed ook. Aanzetten tot discriminatie, haat en geweld tegen een bevolkingsgroep, waarvoor Wilders ook vervolgd wordt trouwens, kan een reden zijn om de vrijheid van meningsuiting te beperken. Dan gaat het immers niet meer over zomaar een mening maar over een aanval op mensen, op hun bestaan, hun gelijkwaardigheid. Het krenken van andersdenkenden vanwege hun gedachten, hun boeken of hun symbolen is van een heel andere orde. Dat is onfatsoenlijk en storend voor de goede verhoudingen in de maatschappij, maar zoiets moeten mensen onderling kunnen oplossen, daar heeft de strafrechter geen rol.

,