24 november 2015

Klimaatverandering in de media

De hoofdredacteur van Elsevier Arendo Joustra maakt zich druk over de dagelijkse berichtgeving van de gezamenlijke omroepen over de Mijlpalen voor Parijs. Voorafgaand aan de belangrijke VN-klimaattop in Parijs (van 30 november tot en met 11 december 2015) wandelt een groep klimaatactivisten vanuit Utrecht naar de Franse hoofdstad. Elke dag wordt een mijlpaal geslagen door een deskundige, een wetenschapper of een ondernemer, die iets te vertellen heeft over de manier waarop we de klimaatverandering kunnen aanpakken. De NPO doet elke dag direct na Nieuwsuur verslag. Het zijn positieve verhaaltjes die het draagvlak voor maatregelen tegen de CO2 uitstoot moeten vergroten. 
Arendo Joustra vindt het "met belastinggeld gefinancierde actiejournalistiek", nee veel erger: "vulgaire agitprop". Hij verwijst daarbij dreigend naar methoden die de sovjets vroeger hebben ingezet "om de Russische bevolking te injecteren met de communistische ideologie. Waarbij de agitatie was bedoeld om mensen emotioneel over de streep te trekken en de propaganda de geest moest hersenspoelen." En zoiets doet de publieke omroep nu met "ons belastinggeld". Overdrijven is ook een kunst.

08 november 2015

De reputatiemanager bepaalt het nieuws

De verhouding tussen de pers en de overheid is altijd spannend geweest. Openbaarheid blijft een lastig onderwerp voor regeringen en gemeentebesturen. Openheid en transparantie zijn buzz-woorden maar de praktijk laat veel te wensen over. Nieuwe wetgeving laat al jaren op zich wachten.

Onlangs las ik een beschouwing over journalistiek in de jaren vijftig van Paul Koedijk*. Het beeld dat hij schetst geeft te denken over de tegenwoordige tijd. Op het eerste gezicht lijkt het een totaal andere wereld. Wat zestig jaar geleden geheim was moest geheim blijven totdat de minister zei dat er over gesproken kon worden. En wat de minister wel kwijt wilde moest bij voorbaat letterlijk en zo uitgebreid mogelijk geciteerd worden. Over minister-president Drees (foto) schreef een kritische journalist in die tijd: "[Men ontkomt] niet aan de indruk dat dr. Drees alle kranten het liefst zou zien als voorlichtingsorganen." Voorlichting en p.r., dus communicatie die door de overheid zelf wordt geregisseerd, bloeide op in de jaren vijftig. De pers dreigde geplet te worden  "tussen de hamer en het aambeeld van de geheimzinnigheid en de voorlichting" schrijft Koedijk over deze periode. Of veel journalisten dat toen ook zo gevoeld zullen hebben is de vraag, want hij laat ook zien dat de meeste kranten bijzonder co√∂peratief waren met hun in politiek opzicht verwante ministers. De journalisten van de grote media verschilden in hun wereldbeeld ook niet zo veel van de politici van verschillende brede coalities na de oorlog. Ze toonden de lezer, luisteraar en kijker een tamelijk eensgezinde interpretatie van het algemeen belang min of meer conform de geest waarin de regering het volk toesprak.

Dat was toen. Maar ik vraag me nu af: is dat eigenlijk wel veranderd?