26 september 2026

Nieuw gevalletje lokale pers pesten


In juni schreef ik over het conflict tussen burgemeester RenĂ© Verhulst en De Edese Vos, een lokaal medium dat de politiek in Ede op de voet volgt. Verhulst heeft al jarenlang moeite met de krant en besloot dit voorjaar om geen interviews meer te geven. Het was aanleiding voor de NVJ om een boze brief te schrijven. De burgemeester heeft uiteindelijk wel excuses aangeboden voor bepaalde denigrerende opmerkingen over De Edese Vos. Maar voor de krant is de zaak toch nog niet afgedaan omdat Verhulst op een aantal andere punten over de omgang tussen pers en politiek een onbevredigend antwoord heeft gegeven. 

Lokale bestuurders lijken niet altijd het belang van een onafhankelijke en kritische lokale pers te waarderen. Eerder schreef ik bijvoorbeeld over de Overijsselse gemeente Hof van Twente die zelf een journalist in dienst nam voor raadsvergaderingen om de lokale omroep te passeren. In Apeldoorn voelde de redactie van een wijkkrant zich gedwongen op te stappen omdat de wijkraad als uitgever verbood over plannen voor een azc te schrijven. De redactie vermoedde dat de wijkraad onder druk is gezet door de gemeente. 

Nu is de streekomroep ZO-NWS in Limburg getroffen door een nieuwsboycot die is opgelegd door B&W van Brunssum. De gemeente weigert sinds drie weken persvragen van de lokale omroep te beantwoorden. Ook krijgt de redactie geen persberichten meer toegestuurd. De journalistenvakbond NVJ noemt de maatregel ‘buitenproportioneel en volstrekt in strijd met de publieke taak’ van de gemeente. Aanleiding voor de boycot was volgens de omroep de weigering om een bericht over het vertrek van de gemeentesecretaris te schrappen. Dat was het verzoek van een gemeentewoordvoerder. De redactie legde het naast zich neer want ze vond dat het bericht volledig klopte. Ook hier kwam de pers al vaker problemen tegen. „We merken dat hoe meer we redactioneel onze neus in zaken steken, de tegenwerking alleen maar groter wordt. Geregeld worden vragen niet beantwoord. Het stopzetten van persberichten en het weigeren van persvragen omdat een redactie niet meegaat in een gewenste aanpassing van een artikel vinden wij onaanvaardbaar", zegt hoofdredacteur Twan Senden.

Deze afstraffing van B&W maakt duidelijk dat men ook hier weinig begrepen heeft van wat een onafhankelijke pers inhoudt. Je kunt dit afdoen als teken van bekrompenheid of angst voor een kijkje in de bestuurlijke keuken van gepikeerde autoriteiten die het liefst zelf alle communicatie over hun doen en laten in handen houden. Maar er schuilt wel een wezenlijk gevaar in voor de democratie. De bestuurders gedragen zich als managers van een bedrijf dat alle informatie per definitie uit concurrentieoverwegingen binnen de poort wil houden. Maar een gemeente is geen bedrijf maar een democratische instelling waarvan de leiding in alle openheid verantwoording moet afleggen aan de burgers. En daarvoor zijn er media en journalisten die onafhankelijk moeten kunnen opereren. 

Lokale bestuurders zullen dat allemaal onderschrijven, ook die in Ede en Brunssum. In algemene termen. Helaas wil dat nog wel eens anders uitpakken als er gevoelige zaken spelen. Maar juist dan is het zaak vast te houden aan openheid naar de burgers. Persvrijheid is in een democratie geen mooi-weer-principe. 

[foto: geralt CC]

16 september 2026

Waar gaat het om bij de vrijheid van meningsuiting?

 

De historicus Fara Dabhoiwala kwam onlangs in het nieuws met zijn boek What Is Free Speech. De ondertitel is De oorsprong van een gevaarlijk idee. Dabhoiwala deed tien jaar lang onderzoek naar de geschiedenis van de vrijheid van meningsuiting. Hij ontdekte dat dat begrip in het begin van de achttiende eeuw enorm populair werd door de verspreiding van de Cato Letters, kritische commentaren op de Engelse regering en de heersende corruptie die ook gretig werden gelezen door de Amerikaanse kolonisten. Hij noemt de auteurs Thomas Gordon en John Trenchard 'opportunistische broodschrijvers' omdat uiteindelijk hun opdrachtgever bepaalde wat hun mening was. Ze waren in te huren door iedereen en een van hen trad later ook in dienst van de regering. Maar de Cato Letters hebben in die tijd wel een geweldige invloed gehad op de verspreiding van het idee van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid. In de Amerikaanse grondwet uit 1791 is de bescherming van free speech opgenomen in het eerste artikel. Waarbij wel moet worden aangetekend dat hierbij de overheid gebonden is. Particuliere organisaties, bedrijven, kerken, scholen hebben altijd de vrijheid behouden publicaties te verbieden en mensen de mond te snoeren. 

Fara Dabhoiwala's geschiedenis van 'een gevaarlijk idee' benadrukt vooral het eigen belang van degenen die opkomen voor de vrijheid van meningsuiting. In het interview in Trouw laakt hij het gebrek aan regels op het internet met alle schadelijke gevolgen van dien. Daar heeft hij wel een punt. Maar ik zou zeggen juist omdat de vrijheid van meningsuiting in oorsprong niet zozeer particuliere belangen dient maar een algemeen belang. Het blijft hoe dan ook een onmisbare voorwaarde voor een gezond politiek debat in een democratische samenleving. En die kant van het verhaal miste ik in het interview.  

Het recht op de vrijheid van meningsuiting gaat niet alleen over schreeuwers, bedriegers en kwakzalvers. Het is een wederkerig recht op basis van gelijkwaardigheid van deelnemers aan het publieke debat. Met name die gelijkwaardigheid is van begin af aan door de propagandisten van de uitingsvrijheid benadrukt, al moet er bij opgemerkt worden, zoals Dabhoiwala ook doet, dat vrouwen en gekleurde mensen aanvankelijk niet in beeld waren bij de meeste vrijheidsstrijders. 

Wederkerigheid betekent dat als ik jou het recht ontneem om je te uiten dat ik dan ook geen recht van spreken meer heb. En dat kan ten koste van ons allen gaan. Het ene denkbeeld is misschien beter dan het andere, maar alleen als alle denkbeelden in het debat betrokken worden komen we tot een maatschappelijk aanvaardbaar besluit, zoals de 19e eeuwse liberale filosoof John Stuart Mill betoogde. Dezelfde Mill die de grens voor de vrijheid legde bij de schade die anderen kan worden toegebracht. Vandaar dat er terecht wettelijke grenzen zijn gesteld aan de vrijheid van meningsuiting. Niet om iemand in woord of gedachten te disciplineren maar om schade aan anderen te voorkomen. Ik zou het erg jammer vinden als die oorspronkelijke waarde van het recht op vrijheid van meningsuiting genegeerd wordt omdat het internet nu zo sterk gedomineerd wordt door de geldwolven van Big Tech.