28 juli 2005

Donner zet door


In de nadagen van de moord op Van Gogh, vorig jaar november, kwam de regering met nieuwe plannen om het terrorisme te bestrijden. Opmerkelijk daarbij was het voornemen om het goed praten of verheerlijken van terroristische aanslagen strafbaar te stellen. Het is lang geleden dat een regering een dergelijke inbreuk op de vrijheid van meningsuiting tot haar beleid heeft gemaakt. Inmiddels is de beoogde wetgeving klaar voor adviesaanvragen. In het ontwerp staat nu dat het goedpraten, bagatelliseren of ontkennen van ernstige misdrijven zoals terrorisme, oorlogsmisdaden of misdrijven die in de Tweede Wereldoorlog zijn begaan strafbaar wordt gesteld (NRC 28-7-2005). De maximumstraf is een jaar cel. Voor degene die het delict begaat in het kader van zijn beroepsuitoefening (de imam!) is de straf maximaal twee jaar met als bijkomende straf ontzetting uit het ambt.
Opvallend is de uitbreiding van de strafbare uitingen naar alle "internationale misdrijven" in heden en verleden. Het ontkennen van de holocaust (ook wel revisionisme genaamd) valt er nu ook onder. Nodig was dit niet want ook nu al is het mogelijk dit te bestraffen zoals blijkt uit gerechtelijke procedures tegen de Belgische uitgever Verbeke die in de jaren '90 meermalen veroordeeld werd op grond van art. 137c uit de strafwet (discriminatie). De Hoge Raad heeft uiteindelijke zelfs bepaald dat ook in een rechtzaak dergelijke uitlatingen strafbaar zijn.
De uitbreiding tot het 'revisionisme' in Donner's nieuwe wetsontwerp zal vooral ingegeven zijn om het plan acceptabeler te maken. Ik denk dat hij met hetzelfde doel ook nog een voorwaarde voor strafbaarstelling heeft opgenomen in zijn Memorie van Toelichting. De dader moet met zijn uitlating ernstige verstoring van de openbare orde beogen of dat redelijkerwijs kunnen vermoeden. Anders zou het hele idee in strijd zijn met de grondwet of met andere internationale verdragen waaraan Nederland gebonden is, schrijft de NRC.
Het NRC bericht staat boven een beschouwing over een ander, maar verwant onderwerp, naar aanleiding van het proces tegen de Hofstadgroep. De titel van deze beschouwing is: "Landelijk parket worstelt met het gevaar van het denken". Officier van Justitie Koos Plooy zegt daarin onder meer: "Misschien zijn bepaalde ontwikkelingen in het denken wel strafbaar".
Waar gaat dit heen in vredesnaam? Terug naar de 19e eeuw? Dit gaat verder dan Heine's Satyre: "du darfst zwar alles denken doch das Reden ist nicht frei".

Een van de eerste reacties op het plan van Donner kwam via de radio van de jurist Buruma. Hij meende dat dit wetsontwerp de vrijheid van meningsuiting te veel dreigt aan te tasten. In Trouw reageerden enkele columnisten bezorgd over deze mogelijke beperking van hun vrijheid.

Dat Donner zijn plannen tot beperking van de vrijheid van meninsguiting heeft gehandhaafd is buitengewoon verontrustend. Ze betekenen een rechtstreeks ingrijpen van de staat in het vrije verkeer van informatie. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat een dergelijk plan wet kan worden gezien de bescherming die zowel de grondwet als de belangrijkste internationale mensenrechtenverdragen op dit gebied bieden.
Maar los daarvan is de gedachte achter dit wetsontwerp ook hoogst discutabel. Uiteindelijk gaat het om het voorkomen en bestrijden van terroristische daden. Hoe zou een verbod op woorden dergelijke daden kunnen voorkomen? Het verband tussen goedkeuring van een misdrijf door de een en het plegen ervan door de ander is trouwens ook vrijwel niet aan te tonen.
Vreemd is verder dat het wetsontwerp spreekt over goedpraten (of bagatelliseren). Als men dan toch bepaalde uitingen in het kader van de terrorismebestrijding wil aanpakken dan ligt het toch veel meer voor de hand om het oproepen tot of het aanzetten tot terrorisme strafbaar te stellen (op voorwaarde natuurlijk dat er een duidelijke omschrijving van dit soort daden bijgeleverd wordt). Maar de vraag is dan of daarvoor een apart wetsartikel wel nodig is. De wet tegen discriminatie voorziet al in strafbaarheid van belediging en aanzetten tot haat en geweld tegen groepen vanwege hun ras, religie of sexuele geaardheid. Artikel 137d uit het wetboek van strafrecht luidt:

"Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie."

Trouw is er gezien de vele onduidelijkheden en nadelige effecten van het wetsvoorstel voor om niet verder te gaan dan deze mogelijkheden die de wet nu al biedt. Vraag is of dat voor Donner voldoende is. Het gaat hem niet alleen om de bestrijding van het terrorisme. Het lijkt er op dat hij met zijn wetsvoorstel de staat ook een rol wil geven bij de bepaling van de grenzen van het publieke debat. Als dat klopt is het een reden te meer om een breed verzet tegen dit plan te mobiliseren.

30 juni 2005

Koningin belemmert vrijheid van meningsuiting

De koningin, die zelf ook niet vrij is om haar mening in het openbaar te uiten, heeft 21 juni in Zwolle een demonstratie verhinderd. Dertien mensen werden gearresteerd omdat ze een spandoek ontrolden met de tekst "Ontruim het koningshuis en niet Villa Landwijk". Met het laatste werd een kraakpand aangeduid. Beatrix was in Zwolle om haar vijfentwintigjarig koningschap te vieren. Het optreden van de demonstranten paste perfect bij deze viering. De kroning in 1980 werd ook opgeluisterd door demonstraties van krakers onder de leus: "Geen woning, geen kroning".
De arrestaties konden plaatsvinden op grond van een speciale verordening die bij het bezoek van leden van het Koninklijk Huis door de Gemeente in kwestie mag worden toegepast. Het is niet de eerste keer dat de vrijheid van meningsuiting met deze verordening wordt beperkt. Zo zijn in Zutphen aan de vooravond van koninginnedag 1998 affiches in beslag genomen die beledigend werden geacht voor de koningin die daar de volgende dag op bezoek zou komen. Op het affiche was Beatrix afgebeeld als SM-meesteres. "Majesteitsschennis in de kiem gesmoord" kopte de NRC op 29 april 1998.

Heeft de overheid voldoende vertrouwen in de burgers?


Veel is er over gesproken de laatste jaren: de problematische relatie tussen overheid en burgers. De een heeft het over een kloof, de ander over een gebrek aan vertrouwen. Bij de burger wordt dan meestal bedoeld. Maar hoe groot is omgekeerd het vertrouwen van de overheid in de burgers? Openbaarheid is daarvoor een aardige toets. Als je iemand vertrouwt ben je bereid jezelf bloot te geven. Zoniet dan houd je je kaarten strak tegen de borst. In tegenspraak met alle mooie verhalen van politici over het herstel van het vertrouwen tussen overheid en burgers toont de overheid zich in veel gevallen nog steeds bijzonder wantrouwend tegenover mensen die niet meer doen dan om informatie vragen. In de NRC van 18 juni j.l. geeft Roger Vleugels aan de hand van de uitvoeringspraktijk van de Wet Openbaarheid van bestuur (WOB) een beeld van een overheid die steeds moeilijker doet als de burger iets wil weten. "De publieke openbaarheid is op zijn retour. Nederland liep voorop in zijn wetgeving, maar de overheid houdt steeds vaker de la dicht, het archief op slot. Soms is zelfs sprake van regelrechte obstructie".
De afgelopen dagen hebben we daar weer sprekende illustraties van gezien. De Algemene Onderwijsbond slaagde er niet in alle kaarten van het Ministerie van OCW boven tafel te krijgen inzake een nieuwe regeling voor achterstandsleerlingen. De bond kreeg een stuk waarin passages waren afgelakt. In het kort geding dat de AOb aanspande bleek de rechter het spoedeisende karakter van het geding niet in te zien en OCW te steunen omdat "interne beleidsanalyses" niet onder de WOB vallen. Intussen moet de Tweede Kamer wel een besluit nemen over een regeling waarvan de uitvoering niet goed overzien kan worden. Het Ministerie publiceert alleen wat het kwijt wil. Dat heeft weinig te maken met openbaarheid van bestuur en alles met propaganda.
Het tweede voorbeeld gaat over de kerncentrale Borssele. Staatssecretaris van Geel bleek niet bereid de Tweede Kamer exacte gegevens te verstrekken over de financiële schade die het rijk zou lopen als Borssele volgens de oorspronkelijke plannen in 2013 gaat sluiten. De regeringspartijen, inclusief nu ook D66, zijn voor het open houden van de centrale, vanwege de kosten. Een eerlijk debat kan daar echter niet over gevoerd worden. Van Geel weigert cijfers bekend te maken "om zijn onderhandelingspositie niet te schaden" (NRC 23-6). Hij geeft ze zelfs niet in vertrouwen aan kamerleden. Over een wantrouwende overheid gesproken.

13 juni 2005

Justitie wist videobanden van eigen optreden


Veiligheid. Daar heb je het toverwoord weer. Toen Justitie een tijdje geleden bij Omroep Brabant op bezoek was om videobanden in beslag te nemen van rellen in de Graafsewijk in Den Bosch maakte de omroep van de huiszoeking meteen ook weer een opname. Vanuit de gedachte dat een dergelijke huiszoeking bij een omroep ook nieuws is. Justitie nam deze band meteen ook mee en gaf hem vorige week leeg weer terug. "Volgens de rechtbank beriep de rechter-commissaris zich op artikel 124 Wetboek van Strafvordering. Daarin staat onder meer dat een doorzoeking niet verhinderd of bemoeilijkt mag worden. Daaronder valt dan ook de veiligheid van de betreffende ambtenaren. Die veiligheid kwam in het geding doordat de ambtenaren herkenbaar gefilmd werden" (website Omroep Brabant).
Terecht neemt de Journalistenvakbond NVJ dit hoog op. Veiligheid lijkt een steeds gemakkelijker excuus te worden voor autoriteiten om het vrije verkeer van informatie te belemmeren en journalisten te hinderen bij de uitoefening van hun beroep. Strikt genomen heeft Omroep Brabant de huiszoeking natuurlijk helemaal niet belemmerd. De redenering van de rechter-commissaris is vreemd. Het zou me niets verbazen als het er alleen maar om gaat eigenmachtig optreden van "de betreffende ambtenaren", die liever anoniem blijven, te dekken. In dat geval zou een lesje over de waarde van een vrije pers en het belang van het onbelemmerd vergaren van informatie in een democratie niet overbodig zijn. Als tegenwicht tegen de "dictatuur" van het veiligheidsdenken.

09 juni 2005

"God bestaat niet" moet verboden worden


De SGP, die onlangs aankondigde de ban op het meewerken aan TV-uitzendingen op te heffen, vindt samen met de ChristenUnie dat de regering het programma "God bestaat niet" van de RVU moet stoppen. Dit staat in kamervragen van de leden Van der Vlies en Slob. "De christelijke fracties vinden dat de RVU met dit programma een grens overgaat, omdat willens en wetens de spot wordt gedreven met de God die gelovigen dienen". Vrijdag j.l. heeft de Amsterdamse Nicolaaskerk waar opnamen gemaakt zijn voor het programma een kort geding verloren waarin geprobeerd werd de uitzending tegen te houden op grond van het feit dat de kerk is misbruikt om voor gelovigen kwetsende beelden op te nemen. De rechter vond een verbod van de uitzending een te zware sanctie. Hij achtte het voldoende als de RVU de kijkers zou laten weten dat de kerk zich distantiëerde van de uitzending. De kerken betreuren de uitzending en menen dat er sprake is van bewust en nodeloos kwetsen van gelovigen.
In de serie praat Paul Jan van de Wint met zes vooraanstaande wetenschappers over het gevaar, de functie en de absurditeit van het geloof. De uitzendingen worden ingeleid door TV Dominee Muntz en de gesprekken worden afgewisseld met absurdistische bumperfilmpjes over de verschillende aspecten van het geloof. In een van die filmpjes wordt Jezus van het kruis gehaald en vervangen door een zwarte vrouw. Ook zien we Jezus aangelijnd als hond. Slob vindt dat de makers van het programma duidelijk uit zijn op het kwetsen van gelovigen. RVU directeur Groenendijk meent dat de illustratieve filmpjes slechts 'strooigoed' zijn in een programma met twee pratende mensen. De tendens is kritisch over godsdienst, maar de rest van de week wordt godsdienstbeleving voldoende positief voor het voetlicht gebracht.
Kortom: waar maak je je druk over? De suggestie aan gelovigen om niet te kijken en gewoon naar bed te gaan (de uitzending is om half twaalf 's avonds) heb ik nog nergens gehoord. De TV lijkt soms eigendom te zijn van de grootste groep middelmatigen en die willen niet geprikkeld worden maar vermaakt (en soms gesticht). En bij elke prikkeling van het godsdienstig gevoel komen de christelijke voormannen weer in beweging: films, reclame, tv-uitzendingen. Het idee van diversiteit in normen en waarden blijkt in die kringen moeilijk door te dringen. Andersdenkenden worden door strenge christenen getolereerd totdat ze zich roeren en zich publiekelijk uiten. Dan moet de christelijke natie laten weten dat er maar één norm is. De hare.
Verblind door woede wenden de gekwetste christenen zich vervolgens ook nog eens tot het verkeerde adres. Het is in Nederland god zij dank niet mogelijk dat de regering rechtstreeks ingrijpt in een TV-uitzening. In de antwoorden van staatssecretaris voor Mediazaken Van der Laan op de kamervragen van 1 juli 2005 wordt dat nog eens goed duidelijk gemaakt. "Waar u in uw vraag om verzoekt" schrijft Van der Laan, mede namens Balkenende, "is het op voorhand belemmeren dan wel verbieden van een programma en is daarmee een vorm van censuur. In dit verband acht ik het goed erop te wijzen dat met het oog op het grote belang van de vrijheid van meningsuiting (artikel 7 van de Grondwet) in de Mediawet is vastgelegd dat de verantwoordelijke minister of staatssecretaris niet gaat over de inhoud en vorm van programma’s." Inmiddels is wel op het juiste adres, de officier van Justitie, aangifte gedaan tegen de RVU wegens smalende godslastering.

05 juni 2005

Geheime dienst blijft eeuwig geheim


De AIVD ziet er van af aangifte te doen tegen voormalig spion Frits Hoekstra, auteur van het boek "In dienst van de BVD; spionage en contraspionage in Nederland". (NRC 4 juni 2005). De AIVD doet dat niet omdat ze met de publicatie instemt, integendeel. De dienst ziet alleen af van stappen omdat men meent dat in een proces tegen de auteur de schade alleen nog maar groter kan worden. Men blijft er bij dat hij het boek niet had mogen publiceren. Medewerkers van de geheime dienst hebben geheimhoudingsplicht en mogen dus niets van hun werk naar buiten brengen, zelfs niet in de onschuldige, over het algemeen erg vriendelijke jongensboekenstijl van Hoekstra. Tenzij de dienst zelf toestemming geeft en kan controleren wat er naar buiten wordt gebracht, zoals bij geschiedschrijver Engelen en diens officiële Geschiedenis van de Binnenlandse veiligheidsdienst.
Dat de BVD een gesloten boek blijft zal voor politici van de grote partijen in Nederland een geruststellende gedachte zijn. Zij hebben jarenlang het heimelijk volgen van politieke tegenstanders goedgekeurd en zich daarbij weinig zorgen gemaakt over de gevolgen die dat heeft gehad voor onschuldige andersdenkenden. En zeker op dit moment is er geen meerderheid om kritische vragen te stellen aan de AIVD, die op de golven van de terrorismedreiging gemakkelijk aan macht wint zonder zich daarover uitvoerig te hoeven verantwoorden. Onafhankelijk onderzoek naar de geschiedenis van de BVD zou ons echter dingen kunnen leren over het optreden van de geheime dienst die ook nuttig zijn voor een goede beoordeling van het optreden van de AIVD vandaag. Anders blijft de geschiedenis zich herhalen.

02 juni 2005

Vloeken verboden in Staphorst

Wie op de openbare weg in Staphorst al te luid godverdomme roept loopt sinds vandaag het risico door de plaatselijke veldwachter te worden bekeurd. De Gemeente Staphorst heeft namelijk een vloekverbod opgenomen in de Algemene Politieverordening (APV). Het is een hardnekkig geval, het vloekverbod. In 1985 schorste Minister Rietkerk bij Koninklijk Besluit de APV van een reeks Veluwse gemeenten . De reden was dat vloeken door de Kroon werd beschouwd als het uiten van een gedachte of gevoel. Gemeenten mogen daaraan geen beperkingen opleggen. Sindsdien zijn er toch in meerdere plaatsen vloekverboden opgenomen in de APV op instigatie van fundamentalistische christelijke partijen. In 1991 is een, zoals de Volkskrant (5-10-91) het noemt , puur symbolisch vloekverbod opgenomen in de APV van Arnemuiden. In Nijkerk bestaat ook al jaren een (min of meer symbolisch) vloekverbod meldt de NRC (14-9-2000). Veenendaal overwoog toen ook het verbod weer op te nemen in de APV. Gelden de redenen die eerder het vloekverbod onwettig maakten inmiddels niet meer? Ik moet dat eens uitzoeken. Voor nu: men zij gewaarschuwd, pas op uw woorden in door de SGP bestuurde gemeenten.

22 mei 2005

Europa, een gevaar voor de lezer?

Onder deze titel (maar dan zonder vraagteken) schrijft Lisa Kuitert deze week in Vrij Nederland een stukje dat waarschuwt voor allerlei maatregelen van de EU die het vrije verkeer van informatie, en met name het vrij uitgeven van boeken in een goed Hollandse traditie, kunnen belemmeren. Uitgevers zouden grensoverschrijdend lastig gevallen kunnen worden door buitenlandse burgers en overheden die vinden dat een publicatie beledigend is, discriminerend of in strijd is met fundamentele normen en waarden. Ook zou de EU seksestereotypering in advertenties, op TV en in de pers willen uitroeien. Dergelijke maatregelen kunnen leiden tot ernstige aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Maar de impliciete suggestie van Kuitert om op 1 juni tégen te stemmen in het referendum over de Europese Grondwet vind ik erg ongelukkig. Want die Grondwet regelt namelijk ook de toetreding van de EU tot het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Tot nu toe is de EU zelf geen partij in dit Verdrag van de Raad van Europa dat onder meer de vrije meningsuiting beschermt in artikel 10. Als de EU dus maatregelen zou willen nemen die de vrijheid van meningsuiting belemmeren dan kan zij dus ná ratificatie van de Grondwet ook in Straatsburg op het matje worden geroepen. Anders gezegd: de EU komt mét de Grondwet minstens op het niveau van bescherming van de vrijheid van meningsuiting zoals dat nu ook in Nederland geldt. Zonder Grondwet is dat allemaal veel onzekerder.
In elk geval blijft waakzaamheid geboden. De vrijheid van meningsuiting heeft altijd onder druk gestaan en zal dat blijven staan zo lang mensen dit recht alleen voor zichzelf claimen zonder het ook anderen te gunnen. En ook voor culturele verscheidenheid, die Kuitert in gevaar acht, moet gevochten worden. Wat mij opvalt is dat men daar in andere Europese landen (Frankrijk b.v.) vaak harder voor loopt dan in Nederland. Als er dan een gevaar zou zijn, komt het volgens mij niet alleen van buiten onze grens.

20 mei 2005

EU weigert informatie vrij te geven voor rechtszaak Sison

José Maria Sison is een Filipijnse communist die sinds 1987 als vluchteling in Nederland woont. In 2002 werd zijn naam door achtereenvolgens de VS, de EU en Nederland op een lijst gezet van "terroristen" wier banktegoeden moesten worden bevroren en aan wie de staat geen steun zou mogen verlenen. Met steun van Filipijnse ballingen in Europa en Nederlandse en Belgische sympathisanten vecht Sison sindsdien deze status aan zowel bij de Nederlandse overheid als bij de EU. Je kunt de hele geschiedenis nalezen op de site van het steuncomité. Onlangs deed het Europese Hof van Justitie in Straatsburg een merkwaardige uitspraak in een van de vele zaken die namens Sison zijn aangespannen. Zijn advocaat had openbaring gevraagd van de informatie op grond waarvan Sison op de "terroristenlijst" is geplaatst. Het Hof meende dat de Europese Raad die deze beslissing formeel heeft genomen niet verplicht is deze informatie vrij te geven. Dit is een buitengewoon vergaande uitspraak. Sison is in feite veroordeeld, hij wil daartegen in beroep gaan, maar krijgt geen informatie over de gronden waarop hij veroordeeld is. Wat de EU in feite zegt is: "Wij beschouwen u als terrorist en beperken u daarom in uw rechten. Maar u mag niet weten waarom." Mag dit in een moderne rechtstaat?
Interessant is nu wat de Europese Grondwet hierover zegt. In het Verdrag voor de Europese Grondwet waarover we binnenkort in Nederland mogen stemmen is het Handvest Grondrechten opgenomen. Hierin staan de rechten van burgers zoals die ook in veel landen in de Grondwet staan. Ik ben geen jurist, maar de volgende artikelen lijken mij nogal duidelijk. De Europese Grondwet geeft ons onder meer het recht op behoorlijk bestuur en dat houdt ook in: "het recht van eenieder om inzage te krijgen in het hem betreffende dossier, met inachtneming van het gerechtvaardigde belang van de vertrouwelijkheid en het beroeps- en het zakengeheim". En even verder lezen we expliciet over het recht op inzage van documenten: "Iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft een recht van inzage in de documenten van de instellingen, organen en instanties van de Unie, ongeacht het medium waarop zij zijn vastgelegd." En tenslotte lezen we nog onder het kopje 'Rechtspleging': " Eenieder heeft recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak". Nu heb ik begrepen dat strikt juridisch gesproken het Handvest Grondrechten nog niet afdwingbaar is. Daarvoor moet eerst de Grondwet door alle lidstaten worden aangenomen. Maar het Handvest is al wel eerder door de lidstaten aanvaard als principedocument over burgerrechten. Moreel gesproken is de EU er dus wel aan gebonden. Maar als het om (door de VS benoemde) terroristen gaat mogen kennelijk alle principes opzij worden gezet.

14 mei 2005

Betogers niet verbannen naar industrieterrein

De Gemeente Arnhem wilde een extreem-rechtse betoging tegen de Europese grondwet en de toetreding van Turkije vandaag verbannen naar een industrieterrein. Daar hoopte men de verwachte slag met tegenbetogers beter in de hand te kunnen houden. De rechter stak hier een stokje voor. Artikel 9 geeft de burgers het recht op vergadering en betoging. "Het recht op betoging beoogt de deelnemers aan een betoging in staat te stellen hun gedachten en gevoelens over maatschappelijke en politieke kwesties op de openbare weg kenbaar te maken aan anderen." Verbanning van een betoging naar een terrein waar op dat moment niemand komt is in strijd met de grondwet, vond de rechter. En wees daarmee de Gemeente Arnhem terecht die handhaving van de openbare orde (en de Gemeentekas, hoofdstuk politie) boven de vrijheid van meningsuiting stelde. Arnhem is daarmee niet de enige Gemeente die voor de makkelijkste weg koos. Zie een eerder bericht in mijn weblog precies een maand geleden over demonstratievrijheid Goed dat er rechters zijn die af en toe ingrijpen als bestuurders een loopje nemen met grondrechten. Een openbaar extreemrechts geluid kan en moet bestreden worden (en dat gebeurt op ditzelfde moment ook, als ik het ANP nieuws mag geloven). Als de bende ondergronds gaat wordt dat een stuk moeilijker. Het tornen aan de demonstratievrijheid kan nooit een goed middel zijn om de democratie te beschermen.

Openbaarheid in het gedrang

De bestrijding van het terrorisme dreigt te botsen met grondrechten in een democratische rechtsstaat. Dat geldt ook voor de openbaarheid. Minister Remkes wil niet dat provincies via het internet bekend maken waar zich gevaarlijke objecten bevinden. Na de ramp met de vuurwerkfabriek in een Enschedese woonwijk, gisteren precies vijf jaar geleden, stellen burgers vragen over risico's van dergelijke opslagplaatsen in hun omgeving. Provincies zijn inmiddels wettelijk verplicht deze informatie openbaar te maken. De provincies Overijssel en Groningen hebben dat inmiddels gedaan met digitale risicokaarten. Remkes wil nu verbieden deze informatie te verspreiden via het internet. Met een legitimatieplicht voor degenen die dergelijke informatie willen inzien zou hij wel kunnen leven (NRC 14 mei).
Openbaarheid van informatie die de overheid bezit is in Nederland geen belangrijk strijdpunt. Journalisten en actievoerders maken er nog wel eens een punt van, maar ik heb de indruk dat het echt veel minder leeft dan in b.v. de V.S. of in Engeland. In Engeland bestaat als sinds 1984 een Campaign for Freedom of Information Om een idee te krijgen welke kwesties er op dit gebied spelen moet je eens kijken op het weblog van Steve Wood. Hij heeft vrijwel dagelijks vers nieuws over de FOIA, de Freedom of Information Act. Hij geeft ook links naar allerlei overheidsorganisaties die op grond van de wet inzage hebben gegeven in bepaalde informatie en die dat -ook weer volgens de wet- hebben gepubliceerd. Openbaarheid over openbaarheid dus. Zoiets zie ik in Nederland nog niet gebeuren en ik vraag me ook af of de Nederlandse WOB (Wet op de Openbaarheid van Bestuur) daarin voorziet.
Engeland lijkt me in dit opzicht een goed voorbeeld voor Nederland, waar vaak erg makkelijk onder het mom van terrorismebestrijding of 'aanvallen op de democratie' allerlei informatie buiten de openbaarheid wordt gehouden. De achterliggende principiële vraag daarbij is of de staat zich ter bescherming van de democratie ondemocratische middelen mag veroorloven of democratische rechten mag intrekken of beperken. Een opmerkelijke stellingname kwam ik dezer dagen tegen in een boek van Frits Rovers: "Voor recht en vrijheid; de Partij van de Arbeid en de koude oorlog 1946-1958". Toen in 1948 na de communistische machtsovername in Tsjecho-Slowakije in Nederland stemmen opgingen voor het aan banden leggen van de Nederlandse communisten (er gingen zelfs stemmen op om de partij te verbieden en in elk geval kreeg de CPN geen radiozendtijd) schreef een jonge PvdA-econoom in Vrij Nederland:
"De democratie verschilt juist daarin van de dictatuur dat zij de bestrijding van haar tegenstanders niet aan de geheime of openbare politie overlaat, maar bereid is zich dagelijks te confronteren met degenen die heel haar verschijningsvorm wensen te wijzigen. Zonder aanvaarding van de daarin opgesloten risico's verwordt democratie tot een met geweren bewaakte status quo." Was getekend: Joop den Uyl.

12 mei 2005

'Neonazi' gaat het OM te ver

De voormalige lijsttrekster van Leefbaar Nederland, Haitske van der Linde stond gisteren terecht voor belediging van Michiel Smit, vroeger lid van de gemeenteraadsfractie van Leefbaar Rotterdam, nu onafhankelijk lid en voorzitter van de partij Nieuw Rechts. Zij noemde hem in 2002 "zo'n beetje de grootste neonazï van Nederland" in een poging om zich van hem te distantiëren. Hij voer toen namelijk ook nog onder de vlag der leefbaren.
Interessant is de argumentatie van het OM om 550 euro boete te eisen voor deze uitspraak. Je mag iemand wel extreem rechts of zelfs fascist noemen, maar neonazi is "hoogst beledigend". Advocaat Hiddema van van der Linde meent dat vervolging van zijn cliënt een inbreuk is op de vrijheid van meningsuiting. Bovendien pleit hij voor vrijspraak omdat belediging niet aan de orde is gezien de uitspraken van Smit. De man is overduidelijk een neonazi. Waarom zou je hem dan niet zo mogen noemen? Op www.nrc.nl is het rechtbankverslag te lezen.

10 mei 2005

Maradona godslasterlijk

Telecombedrijf Versatel haalt een reclamespotje van de buis waarin "de hand van god" een doelpunt veroorzaakt. Versatel wacht een uitspraak van de reclamcodecommissie af nadat de ChristenUnie met 1100 handtekeningen bezwaar maakte tegen het godslasterlijke karakter van het spotje dat mensen moet verleiden om een tv abonnement op live voetbalwedstrijden te nemen. De 'hand van god' komt van Maradona, die ooit een hands-doelpunt zo beschreef. De uitspraak van de Reclame Code Commissie komt binnen 2 weken en is niet bindend (ANP).
Ik vond in mijn bestand een paar overeenkomstige kwesties. In december 1995 vond de RCC een reclame van Hij nodeloos kwetsend voor christenen. Op de posters is een Jezus-figuur tegen de achtergrond van een glas-in-lood-raam te zien met daarbij teksten als "Twijfel niet Hij is er". De Bond tegen het vloeken had de zaak bij de RCC aangekaart; de openlijke verwijzing naar het kerstfeest speelde daarbij ook een rol.
In 1997 kwamen alle christelijke fracties in het geweer tegen een affiche van de film People vs Larry Flint, een film over censuur nota bene. Het affiche liet een deel van een vrouwenlichaam zien met midden op haar slip de hoofdpersoon in de houding van een gekruisigde. De fracties vroegen in schriftelijke vragen om maatregelen tegen deze "buitengewoon grove en godslasterlijke" reclame. Of deze maatregelen ook genomen zijn is mij niet bekend.

03 mei 2005

Dag van de persvrijheid

Vandaag, 3 mei, is het de internationale dag van de persvrijheid. Ik had er nooit van gehoord, eerlijk gezegd. Het Internationaal Instituut voor de Sociale Geschiedenis viert deze door de VN uitgeroepen dag sinds een paar jaar ook in Nederland. Op de website vind je een mooie collectie posters die met persvrijheid te maken hebben.
De NVJ, de Nederlandse vereniging voor Journalisten, wil een 'spoedgesprek' met de ministers Remkes en Donner over het geweld tegen journalisten (NRC 3-5-2005). Journalisten krijgen ook in Nederland steeds vaker te maken met geweld bij de uitoefening van hun beroep. Verploeg van de NVJ geeft als voorbeeld het geval van een televisiejournalist die op een schoolplein opnames aan het maken was en toen een blikje benzine over zich heen kreeg waarna er een aansteker bij gehouden werd. Veel journalisten worden ook bedreigd door de georganiseerde misdaad als ze daarover schrijven. Barend en Van Dorp zijn ooit bedreigd door de Hell's Angels omdat ze deze club een misdadige organisatie noemden. Een wat minder serieus geval betrof de TV recensent Hein Jansen van de Volkskrant in 1994. De acteur Carol van Herwijnen, over wie Jansen iets onaardigs zei, zag dat op TV, stapte op de fiets, reed naar de studio, en sloeg Jansen ter plekke in elkaar.
Moord op journalisten komt wereldwijd nog steeds vaak voor. In 1982 is een Nederlandse journalist, Koos Koster van de IKON televisie, vermoord in El Salvador, terwijl hij daar aan het werk was. Nu meldt de NRC dat De Filipijnen, Irak en Colombia het gevaarlijkst zijn voor journalisten.

02 mei 2005

De Utrechtse Muurkrant en de vrijheid van meningsuiting

Gisteren was ik bij een reünie van de Utrechtse Muurkrant. Dat was een gezeefdrukte krant die in de jaren zeventig op groot formaat wekelijks in Utrecht werd aangeplakt. De krant werd gemaakt door (ex-)studenten die in het spoor van de opstand aan de universiteiten hun acties voor maatschappijverandering verlegden naar bedrijven en wijken. Er stonden korte berichten in met onthullingen over de handel en wandel van de plaatselijke, nationale en internationale autoriteiten. Het was een opruiend blad dat graag publiceerde over acties tegen huisbazen, bedrijfsleiders, het gemeentebestuur, de regering, de amerikaanse imperialisten en vele anderen. Daar waren die autoriteiten natuurlijk niet blij mee en met name het Utrechtse collega van B&W heeft verschillende pogingen gedaan om de Muurkrant aan te pakken. Zo werd in 1972 de zeefdrukpers in beslag genomen. Zonder resultaat, de krant verscheen gewoon op tijd met de triomfantelijk kop: “Wij drukken door”. Later deed de Gemeente nog een poging via de Algemene Politieverordening het aanplakken te verbieden. Men liet speciale borden plaatsen waarop wel gepubliceerd kon worden, maar dan alleen met vermelding van naam en adres. De Muurkrant was anoniem. Alleen de plaats waar een kopijbus stond (jongerencentrum De Kargadoor aan de Oude Gracht) was bekend. Ook deze poging om het vrije woord te smoren mislukte in de praktijk.
De Muurkrant heeft in beide gevallen voer opgeleverd voor juristen. Was het in beslag nemen van de drukpers niet in strijd met artikel 7 van de Grondwet? Het lijkt toch een soort preventieve censuur. De zaak kwam zelfs in de Tweede Kamer aan de orde. De Minister van Justitie stond echter op het standpunt dat hier geen sprake was van censuur. Als je de wet overtreedt met een drukpers moet justitie daartegen kunnen optreden. En kennelijk was deze ervan overtuigd dat de Muurkrant de wet had overtreden door bepaalde zaken over autoriteiten te onthullen en/of deze te beledigen. Naar de huidige opvattingen doet dit standpunt onvoldoende recht aan de uitingsvrijheid, meent De Meij in hét handboek op dit gebied “Uitingsvrijheid; de vrije informatiestroom in grondwettelijk perspectief”.
Ook het plakverbod dat de Hoge Raad na een lange juridische procedure in 1980 als rechtmatig bevestigde vindt De Meij bij nader inzien om verschillende redenen ondeugdelijk.

30 april 2005

Kopspijkers door VARA van de buis gehaald

Vanavond geen Kopspijkers. De Vara schrapt de uitzendingen zolang het conflict met presentator Spijkerman over zijn contract voortduurt. Spijkerman wil zijn contract ontbinden om over te kunnen stappen naar Tien, de nieuwe zender van John de Mol. De Vara wil hem niet laten gaan. De Vara wil de makers van Kopspijkers niet in problemen brengen. Die bespreken op een satirische manier het nieuws van de week. Het zou volgens voorzitter Keur voor hen nagenoeg onmogelijk zijn om niet te reageren op het vertrek van Jack Spijkerman (NOS Nieuws 28 april 2005).
En wat dan nog, vraag ik me af. Vreest Keur deze reacties soms? Inmiddels hebben alle betrokkenen al uitgebreid de kans gehad om hun reacties te spuien. Donderdagavond zat iedereen bij Barend & Van Dorp (die zelf ook naar de nieuwe zender overstappen, maar intussen wel van hun huidige baas mogen blijven uitzenden). De VARA en Spijkerman hebben een arbeidsrechtelijk conflict. Spijkerman houdt zich niet aan zijn verplichtingen en maakt zich echt ongeloofwaardig na herhaalde uitspraken dat hij de VARA trouw blijft. De VARA straft hem, zijn medewerkers én de kijkers vanwege zijn ontrouw door hem het woord te ontnemen. Van een publieke omroep mag men meer grootmoedigheid verwachten.

Verdonk bindt in

Het filmproject 26.000 gezichten, een reeks van kleine spotjes over uitgeprocedeerde asielzoekers, heeft de woede opgewekt van Minister Verdonk en haar collega Van Aardenne. De spotjes, die door de VARA worden uitgezonden, zijn gefinancierd door hulporganisaties die subsidie ontvangen van de overheid. Verdonk meende dat hier sprake was van oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en dreigde de Vereniging Vluchtelingenwerk, een van de financiers van de spotjes, met intrekking van de subsidie. In antwoord op kamervragen van GroenLinks en de Christen Unie neemt ze nu gas terug. Ze erkent het belang van de vrijheid van meningsuiting en het ter discussie stellen van het overheidsbeleid en zegt niet voornemens te zijn de subsidie-relatie met de Vereniging te beëindigen, zo ze dat ooit van plan was. Ze overweegt wel met de vereniging af te spreken dat ze vooraf geïnformeerd wordt over de financiering van een dergelijke actie.
Dit laatste vindt ze niet in strijd met de principes van een open democratie. Dat lijkt me discutabel. Waarom vooraf? Welk doel dient dat? Het enige dat ik kan bedenken is dat ze toch een kans wil hebben om op tijd terug te slaan. En dat is nu juist wel in strijd met genoemde principes. Niemand heeft vooraf verlof nodig om zijn mening te uiten (artikel 7 van de grondwet).
Verdonk is overigens een recidivist op dit terrein. Begin vorig jaar weigerde ze verder te overleggen met de voorzitter van Vluchtelingenorganisaties Nederland (VON), Jan Pronk, omdat hij in verband met haar uitzettingsbeleid de term 'deportatie' gebruikte (NRC 19-2-2004). Zij schortte het overleg met de VON op totdat Pronk afstand had genomen van deze terminologie. Pronk deed dat niet want hij meende dat 'deportatie' een algemeen gebruikte term was voor gedwongen uitzetting. Maar ja, de associatie met de Tweede Wereld Oorlog was natuurlijk snel gemaakt. Overigens besteedde Ewoud Sanders in de NRC van 23 februari 2004 nog een aardige beschouwing aan het gebruik van het woord. Hij komt tot de conclusie dat Pronk wel gelijk heeft. Ik weet niet of hij met Verdonk nog 'on speaking terms' is gekomen.

17 april 2005

Proces tegen AIVD'er niet openbaar

Rechtspraak is in principe openbaar. Geheime processen horen bij een dictatuur. De rechtbank in Rotterdam gaat een uitzondering maken in het proces tegen de AIVD'er die informatie heeft gelekt naar van terrorisme verdachte personen. Opmerkelijk voor Nederland. Maar wel geheel in lijn met de vrijheid die de veiligheidsdiensten zich permitteren om de regels van een democratische rechtstaat in hun eigen voordeel te interpreteren en als het uitkomt te negeren. In hoeverre staat de AIVD buiten de wet? Dat is een terugkerende vraag als het over de AIVD gaat. Er is een Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (WIVD), maar die geeft zeer ruime bevoegdheden en voorziet nauwelijks in controle. Er is een Commissie van Toezicht die in algemene zin rapporteert over het handelen van de AIVD. Maar over het optreden van de AIVD in concrete zaken horen we ook van deze commissie niets. Dat moet uit veiligheidsoverwegingen allemaal geheim blijven. Hetzelfde geldt voor de parlementaire controle die plaatsvindt in een niet-openbare zitting van de fractievoorzitters van de grootste partijen.
Wat mij telkens weer verbaast is dat de AIVD (of vroeger de BVD) op zo'n makkelijke manier wegkomt met een beroep op zijn taak, die per definitie om vertrouwelijkheid vraagt. Operaties moeten vertrouwelijk blijven, maar betekent dat dan dat er geen enkele controle kan zijn? Dat alleen een minimale verantwoording hoeft te worden afgelegd? Mag onder het mom van vertrouwelijkheid alles worden gedaan op de wijze waarop de dienst dat het beste uitkomt?
En wat ik in het verband van dit proces zou willen weten is welke alternatieven in overweging zijn genomen. Is die geheimhouding zoals nu voorgesteld echt noodzakelijk? Advocaat Britta Böhler zegt in de NRC vandaag dat het gebrek aan openbaarheid het moeilijker maakt een behoorlijke verdediging te voeren. Böhler vindt dat het OM zich te veel laat leiden door de belangen van de AIVD. De vraag die daaraan toegevoegd kan worden is of we van de AIVD geen enkele aanpassing mogen verwachten om tegemoet te komen aan het belang van de openbaarheid? Te vaak zien we in de context van de terrorismebestrijding dat grondrechten het verliezen van de eisen die politie en inlichtingendiensten stellen om in alle vrijheid zonder veel controle hun werk te kunnen doen. En de openbaarheid sneuvelt daarbij meestal als eerste. Een makkelijk slachtoffer. Maar waar gaat het nu uiteindelijk om?

14 april 2005

omstreden islamitische boeken

Het was maar een heel klein berichtje vorige week in de krant. Uitgeverij Noer moet volgens het OM uit een van haar boeken twee passages verwijderen vanwege antisemitisme. Het gaat om de Gids voor de islamitische opvoeding. Vorig jaar was dit boek samen met twee andere uitgaven aanleiding voor heftige debatten tot in de Tweede Kamer toe. Het CDA riep Verdonk precies een jaar geleden in de Tweede Kamer op om het betreffende boek uit de handel te laten nemen en de moskeebestuurders strafrechterlijk te vervolgen. De minister zegde toe om samen met minister Donner (Justitie) te bekijken of het openbaar ministerie een onderzoek kan instellen. ,,Maar eerst moet duidelijk worden'', aldus Verdonk, ,,of hier sprake is van het aanzetten tot strafbare feiten.'' Maxime Verhagen, fractieleider van het CDA, verklaarde zich later tegen het verbieden van het boek. Maar, zei hij op 28 april 2004 in Trouw, het CDA wil wel strengere wetten om de vrijheid van meningsuiting en godsdienst te beperken voor groepen die zich schuldig maken aan ,,opruiing tegen de democratie'' en het ,,op grondrechten hebben voorzien''. Als voorbeeld noemt hij ,,moslims die hier de islamitische wetgeving willen invoeren zodra zij bij verkiezingen de meerderheid hebben gehaald.'' Wilders (VVD) was voorstander van een verbod op het boek. Maar zijn partijgenote Hirsi Ali, met wie Wilders vorig jaar nog samen de `liberale jihad' tegen moslimfundamentalisme uitriep, vindt juist dat het boek op grond van vrijheid van meningsuiting niet verboden moet worden. Zij wil dat de El Tawheed moskee wordt aangepakt. Dat doel deelt Wilders. ,,De teksten zijn al erg genoeg maar de context van de moskee maakt het erger. Het boek wordt aangeprezen en de teksten worden ook gepredikt door de imam'', verklaart hij.

Het OM heeft inmiddels drie boeken onderzocht:
  1. 'De weg van de moslim' bestaat uit drie delen en is van de hand van sjeik AboeBakr Djaber El Djezeïri (1921), rector aan de islamitische universiteit in Medina. Het gaat over 'principes en details van de religie van de moslim'. In de vertaling van Jeanette Ploeger staat onder meer dat homoseksuelen van flatgebouwen moeten worden gegooid. Volgens Ploeger is dat een voorbeeld van een citaat dat uit zijn verband is gehaald. ,,Men denkt dat het een oproep zou zijn, maar dat is het helemaal niet. Het gaat over de historie van de islamitische wetgeving van de profeet. De straf op sodomie is door een van zijn compagnons veertien eeuwen geleden op die manier voorgesteld. Het boek gaat over de historie van dat soort straffen.'' En, zegt Ploeger, ,,niet iedereen mag de straffen opleggen. Dat kan alleen via een rechtelijke procedure waarbij minstens vier personen moeten getuigen van de misdaad.''
  2. 'Fatwa's of moslim women' is een in 2000 verschenen bundeling van fatwa's die in de veertiende eeuw zijn uitgesproken door Ibn Taymiyya (1263-1328). Hij geldt als een van de belangrijkste rechtsgeleerden binnen de hanbalitische rechtsschool, de strengste en invloedrijkste van de vier soennitische rechtsscholen. In het boek adviseert hij mannen liegende echtgenoten 'minstens 100 slagen' toe te dienen, verspreid over drie dagen. Daarnaast moeten vrouwen besneden worden.
  3. 'Gids voor islamitische opvoeding' van Abdoellah Nasib Oelwan, verschenen bij uitgeverij Noer in Delft. Bevat instructies voor ouders die hun kinderen islamitisch willen opvoeden. Zet volgens GroenLinks aan tot genitale verminking, kindermishandeling en antisemitisme.

De vervolging van de El Taweed moskee vanwege de verspreiding van deze boeken is inmiddels een stuk onwaarschijnlijker geworden vanwege het feit dat de moskee het laatste boek dat uiteindelijk niet door de beugel blijkt te kunnen niet in de winkel heeft staan.

Bronnen: NRC van 4 en 28 april 2004, 5 maart 2005 en 6 april 2005

demonstratieverbod

Extreem-rechtse jongeren mogen zaterdag niet demonstreren in Venray. De CDA burgemeester heeft dat verboden. De demonstratie was georganiseerd door de beweging van Michiel Smit uit Rotterdam. Het staat er niet bij in het ANP bericht, maar vrees voor verstoring van de openbare orde zal wel het motief zijn.
Dergelijke verboden zijn eerder uitgevaardigd, met name tegen extreem-rechts. In maart 1995 verbood Opstelten, toen nog burgemeester van Utrecht, een demonstratie in zijn stad van extreem rechts en een tegendemonstratie. 'Ik haal voor betoging van CP'86 niet al mijn politie van stal' zei hij. 'Iedereen mag een demonstratie organiseren, maar als ik vermoed dat het uit de hand gaat lopen dan mag ik zeggen dat die demonstratie mij niet zo goed uitkomt.' De demonstranten kwamen toch en de linkse werden in groten getale opgepakt. De politie voerde 172 demonstranten louter op uiterlijke kenmerken als sjaaltjes af naar stadion Galgenwaard. De politie haalde hiervoor een wetsartikel van stal dat ooit bedoeld was om demonstraties van geuniformeerde NSB-ers tegen te gaan. Opstelten nam later afstand van deze arrestatiegrond. Maar zijn toelichting op het verbod verraadt toch wel zijn hoofdzakelijke pragmatische gronden. Hij wilde geen gerotzooi en hoopte met zijn verbod misschien te kunnen besparen op inzet van personeel. Hij kwam bedrogen uit, maakte hoge kosten en belemmerde de uitingsvrijheid. Een jaar later gebeurde iets dergelijks in Rotterdam. Waarnemend burgemeester Simons verbood een demostratie van extreem rechts en een tegendemonstratie. Niemand trok er zich iets van aan en de politie moest 75 mensen arresteren.