31 oktober 2005

In het geheim wetten maken


De Raad van ministers van de EU vergadert in beslotenheid. Enkele Duitse leden van het Europese parlement hebben dit aangekaart bij de Europese Ombudsman. Britse leden hebben zich hierbij aangesloten. Ze vinden het vreemd dat dit orgaan, dat zeer belangrijke besluiten neemt die kracht van wet hebben in de EU, niet openbaar is. "They pointed out that the EU is the only legislature in the world, except North Korea, that still makes laws in secret." (EU Observer 12-10-2005). De Ombudsman vindt dat openbaarheid onder de huidige wetgeving goed mogelijk is.
Ook de COSAC, een samenwerkingsorgaan van nationale parlementariërs en leden van het Europese parlement, riep onlangs de Raad ook op om zijn huishoudelijk reglement zo te wijzigen dat de besluitvorming voor iedereen te volgen is. Farah Karimi, Nederlands parlementslid voor GroenLinks gaat er bij de Nederlandse regering op aandringen om openbaarheid van de Raad bij de collega's te gaan bepleiten.
Het belang hiervan is niet gering. De situatie is nu zo dat Nederlandse ministers in de Raad allerlei besluiten kunnen nemen zonder dat zij door leden van hun eigen parlement, laat staan de burgers goed gecontroleerd kunnen worden. Een tamelijk achterlijke situatie uit het oogpunt van democratie. Openbaarheid van besluitvorming is een belangrijke voorwaarde, omdat burgers (het souvereine volk) moeten kunnen controleren hoe hun representanten opereren. Alleen op die manier kunnen zij een goede afweging maken bij het kiezen van nieuwe gedelegeerden. Nu kunnen we alleen door hun eigen rapportage te weten komen wat onze vertegenwoordigers in de Raad namens ons land hebben ingebracht. Dat maakt het voor hen des te makkelijker om zich van vervelende besluiten te distantiëren ("al die rottigheid uit Brussel...") en de leuke besluiten op hun eigen conto te schrijven. Maar hoe ging het echt? Dat mogen we tot nu toe niet weten. Hoog tijd dat daar verandering in komt.

28 oktober 2005

Houd de politie buiten het debat


Donner probeert ons gerust te stellen met zijn uitspraak dat de nieuwe wet tegen apologie (het verheerlijken van terrorisme) "alleen personen treft die met hun uitlatingen doelbewust een gevaar vormen voor de openbare orde" (NRC 26-10). Hij moet dat wel doen want anders komt hij in conflict met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De vraag blijft of nieuwe wetgeving wel nodig is om de openbare orde te kunnen handhaven.
Afgezien daarvan vind ik vooral de motivatie van de regering voor deze nieuwe wet verontrustend. De oorsprong daarvan is te vinden in de spanningen na de moord op Van Gogh, nu een jaar geleden, en met name de angst van de regering voor het uit de hand lopen van het maatschappelijk debat. In de Memorie van Toelichting op het wetsontwerp schrijft Donner: “De inzet van het strafrecht is sluitstuk van het zelfreinigende vermogen in de samenleving om het publieke debat op orde en binnen aanvaardbare perken te houden." Dit betekent dat volgens deze regering de staat zich uiteindelijk met repressiemiddelen moet kunnen mengen in het publieke debat om daar de “orde” te bewaren en te bepalen wat “aanvaardbare perken” zijn. Dit gaat toch veel te ver. Dat de regering een tegengeluid laat horen als men meent dat een maatschappelijk debat ontspoort, accoord. Maar de politie er op af sturen? We moeten wel heel ver terug gaan in de geschiedenis voor zo'n opvatting van de rol van de staat.

13 oktober 2005

Ministers mogen ook niks zeggen


Leden van het Koningshuis hebben een beperkte vrijheid van meningsuiting. Ze mogen zich niet over politieke onderwerpen uitlaten, want de Ministers zijn verantwoordelijk. Maar ministers mogen zelf ook niet alles zomaar zeggen. Wie wil zeggen wat hij denkt moet geen minister worden, schrijft de NRC. Recentelijk hebben bewindslieden de regel overtreden dat het kabinet "uit één mond" spreekt. Ze hebben hun persoonlijke visie gegeven, die niet strookte met het kabinetsbeleid. Bot bekende achteraf te twijfelen aan de juistheid van de inval in Irak. Brinkhorst meende eerder al dat het dossier Irak geopend moest worden. En Pechtold verklaarde zich voorstander van een discussie over de hypotheekaftrek. Ze moesten alle drie, al dan niet na een kamerdebat, terug in het hok van Balkenende. Overigens werd deze laatste eerder al eens door Pechtold teruggefloten toen hij zich distantiëerde van een plan van zijn minister voor bestuurlijke vernieuwing om de minister-president voortaan te laten kiezen, een oude wens van D66. Dat plan was toevallig gisteren ook in de Tweede Kamer aan de orde bij de begroting van Algemene Zaken. De oppositie probeerde uiteraard een wig te drijven tussen de MP en Pechtold. Het werd duidelijk dat de laatste het gaat verliezen. Balkenende wees het plan niet letterlijk af, maar noemde het een intellectuele exercitie, gezien het feit dat er toch geen meerderheid kamer voor zou zijn. Het spreken uit één mond was hier ver te zoeken.

Het laatste geval toont aan dat de regel voor ministers ook opportunistisch gebruikt kan worden. Volgens de Nijmeegse hoogleraar Kortmann mag een minister niet openlijk tegen een besluit van de ministerraad ingaan. "Maar dat laat veel ruimte om iets te zeggen waar de wekelijkse ministerraad niets over besloten heeft". Hij haalt het verbeeld aan van Nawijn, die in het eerste kabinet Balkenende minister voor vreemdelingenbeleid was voor de LPF. Balkenende dwong hem de uitspraak dat hij wel voelde voor herinvoering van de doodstraf terug te nemen. Volgens Kortmann had Nawijn in principe ruimte om over dit onderwerp iets te zeggen want in de ministerraad was er nooit over gesproken. Nawijn was echter de gebeten hond in zijn ministertijd, eind 2002. Ook met de Tweede Kamer kwam hij in conflict toen hij dit eerbiedwaardige instituut als een groot ritueel aanduidde. Ook die uitspraak moest hij van Balkenende terugnemen in een rumoerig debat. Het was blijkbaar niet mogelijk om zoiets te pareren met "ik weet wie het zegt" en over te gaan tot de orde van de dag.
Ging Bot over de schreef met zijn oordeel achteraf over een kabinetsbesluit? Mag een minister achteraf wel eens twijfels uiten? Voor het functioneren van het kabinet is teamgeest uiteraard van belang. Voor het politieke debat en het imago van de politiek is het te hopen dat ministers wel de ruimte nemen om hun mening te geven en zoveel mogelijk openheid nastreven. Als Bot achteraf niet mag twijfelen en zijn uitspraken moet intrekken met een verklaring die feitelijk niet overeenkomt met zijn eigen mening, versterkt hij het anti-politieke beeld van extreem-rechts: het zijn toch allemaal leugenaars. Wie het vertrouwen in de politiek wil herstellen moet voorzichtig zijn met acties die in het tegendeel resulteren.

03 oktober 2005

Rechters tegen Donner


De Raad voor de Rechtspraak meent dat het wetsvoorstel van Donner over het verheerlijken van terroristische misdrijven (zie eerder bericht) de rechters in ernstige problemen kan brengen. "Bij een veroordeling zal de kritiek luiden dat de rechtspraak censuur billijkt, terwijl bij vrijspraak het commentaar zal zijn dat rechters buiten de maatschappelijke realiteit staan" (NRC 1&2 oktober 2005). Dit kan het gezag en de positie van de rechtspraak in gevaar brengen. De rechters menen voorts dat zij te veel betrokken raken bij de beoordeling van allerlei in essentie historische, relgieuze en politieke controverses omdat ze moeten bepalen wat een terroristisch misdrijf is. Dat vinden ze niet de taak van de strafrechter. Daarnaast loopt de rechter ook nog het risico achteraf geconfronteerd te worden met een correctie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
Het advies van de Raad voor de Rechtspraak is het zoveelste signaal uit de juridische wereld dat antiterrorisme wetgeving niet deugt, onzorgvuldig is, te ver gaat en de rechtstaat aantast. Iedereen weet het nu wel. Nu moet alleen Donner nog overtuigd worden. Iets voor de Tweede Kamer?

17 september 2005

Boeren met de billen bloot


Een Drentse boerin voerde deze week een kort geding tegen het Ministerie van Landbouw om te voorkomen dat bekend zou worden gemaakt wie in Nederland Europese landbouwsubsidie ontvangt en hoeveel. De rechtbank in Assen zag geen beletsel in publicatie. De Drentse boerin noemde, gesteund door allerlei boerenorganisaties, als belangrijkste redenen haar privacy en veiligheid. Maar de Evert Vermeer Stichting die met een beroep op de Wet op Openbaarheid van bestuur de gegevens had opgevraagd vindt dit onzin. Informatie over soortgelijke subisidies is openbaar, alleen in de landbouw is dat niet het geval. Althans niet in Nederland. In Engeland b.v. is wel bekend wie profiteert van de Europese landbouwsubsidies (het Britse Koninklijk Huis b.v.). Ook van de Nederlandse Minister van Landbouw Veerman, zelf boer, was al eerder bekend dat hij subsidies krijgt van de EU voor zijn bedrijven in Frankrijk en Nederland. Het verzoek van de Nederlandse boeren maakte dan ook weinig kans.
Privacy en veiligheid zijn belangrijke waarden. Er zijn gevallen denkbaar waarin de openbaarheid het hiertegen moet afleggen. Maar in dit geval is er kennelijk al zoveel openbaar op het gebied van subsidies dat de boeren zich er niet tegen kunnen verweren dat burgers geïnformeerd worden over de bestemming van hun belastinggeld. En gezien de voortdurende discussie over Europese landbouwgelden is dat maar goed ook.

08 september 2005

Over het achterhouden van bewijsmateriaal



Op sommige werkterreinen is openheid een dwingende eis en wordt het achterhouden van informatie gezien als doodzonde. Zo moet de wetenschapper kunnen laten zien hoe hij aan de gegevens is gekomen waarop hij zijn uitspraken baseert. De historicus Fasseur lapt deze regel aan zijn laars als hij onderzoek gaat doen in koninklijke archieven die voor anderen niet openbaar zijn (zie het bericht van 19 augustus hieronder).
In de rechtspraak geldt een overeenkomstige eis. De aanklager moet de rechter en de advocaat al het bewijsmateriaal laten zien dat van belang is om tot een goed oordeel te kunnen komen. Het achterhouden van bewijsmateriaal is een van de ernstigste vergrijpen in de wereld van het strafrecht. Het bericht dat het OM niet geheel open is geweest over het onderzoek naar DNA-sporen op Nienke Kleis, die vorig jaar in Schiedam werd vermoord, is daarom nogal schokkend. Als het waar is dat twijfels bij de onderzoekers wel bekend waren, maar niet gemeld zijn tijdens de rechtszaak, dan komt de geloofwaardigheid van het OM in het geding en daarmee het vertrouwen in een eerlijke rechtsgang. En dat is tenslotte een van de pijlers van onze rechtsstaat. De advocaat van Cees B., de ten onrechte veroordeelde, en inmiddels vrijgelaten man die aanvankelijk werd gezien als de moordenaar, heeft aangekondigd zijn eisen voor smartegeld op te gaan schroeven. Ik ben benieuwd hoeveel dit de Staat der Nederlanden gaat kosten. Maar ik ben vooral benieuwd naar de aanpak van degenen die deze doodzonde op hun geweten hebben. Moeten zij niet minstens de straf krijgen die Cees B. voor niets heeft uitgezeten?

26 augustus 2005

de schotelantenne en de communicatievrijheid


Je kunt het zien als een vorm van allochtonen pesten: het verbod op schotelantennes. Er is ook een andere kant. Iedereen heeft in principe het recht om de informatie te ontvangen die hij of zij graag wil ontvangen. Restricties op dat gebied moeten een goede grond hebben. Ontsiering van het straatbeeld lijkt mij daarvoor echt niet voldoende. Dit is, naast beschadiging van de gevel, de voornaamste reden waarom een Rotterdamse woningbouwstichting schotelantennes al jaren verbiedt. Nu heeft men een proefproces aangespannen tegen overtreders van deze regel. Het is te hopen dat de rechter aan het grondrecht van het vrije informatieverkeer meer waarde zal hechten dan aan de bekrompen, kleinburgerlijke opvattingen van de woningbouwbestuurders over het straatbeeld.
Uit interviews die ik gisteren op de radio hoorde blijkt dat er ook een financieel argument meespeelt voor veel mensen die al dan niet tegen de regels van de woningbouwvereniging in een schotelantenne aan hun huis hebben gemonteerd. Zo'n ding is voor veel mensen het goedkoopste alternatief. Als je grondrechten serieus neemt moet je er ook voor zorgen dat iedereen ze kan waarmaken. Er zijn inmiddels alternatieven voor de schotelantenne zeggen de woningbouwcorporaties. Maar die zijn niet voor iedereen meteen betaalbaar. Op den duur zal de antenne misschien wel verdwijnen, maar in een vrij land moet het aan mensen zelf worden overgelaten langs welke weg ze hun tv-zenders willen ontvangen. En wat betreft de ontsiering van het straatbeeld: daarvoor zijn ook alternatieven te vinden zoals deze foto uit Slotervaart aantoont.

19 augustus 2005

Koningin negeert kamermeerderheid inzake opening archieven


In een democratisch land moet de regering gecontroleerd kunnen worden. Daarom is er -met beperkingen- openbaarheid van bestuur voor alle lopende en afgesloten zaken. Voor de laatste categorie is er een openbaar Nationaal Archief waarin de historicus alle informatie kan vinden om ons op z'n minst achteraf het volledige verhaal over de handel en wandel van de overheid te kunnen vertellen. In Nederland hebben we een probleem op dat punt. De koning(in) speelt als staatshoofd een niet onaanzienlijke rol in onze geschiedenis. Maar het volledige verhaal daarover krijgen burgers niet te horen. Enerzijds is er wat vroeger het "geheim van Soestdijk" heette: opvattingen van de koningin blijven binnenskamers vanwege de bijzondere positie die zij volgens onze constitutie inneemt. Anderzijds is er de 'privacy' van de familie. Zo blijft er heel wat verborgen wat burgers in een republiek wel zouden mogen zien en weten.
Over de constitutionele crisis in de jaren vijftig bijvoorbeeld, de z.g. Greet Hofmans affaire. Dit ging naar we nu weten niet zozeer over gebedsgenezing alswel over een crisis in het huwelijk van Bernard en Juliana met mogelijk constitutionele gevolgen. Het verloop en de afhandeling van deze crisis is meer dan een private aangelegenheid.
Daarom nam de Tweede Kamer begin dit jaar in meerderheid een motie aan van Kalsbeek (PvdA) waarin werd gepleit voor overheveling van dossiers over deze affaire van het Koninklijk Huisarchief (besloten) naar het Nationaal Archief (openbaar, maar met regels voor privacybescherming). Beatrix heeft deze uit democratisch oogpunt logische gedachte niet gevolgd, blijkt nu. Zij heeft tegen de wens van de Tweede Kamer in besloten dat één historicus, Fasseur, de stukken mag zien om er een boek over te schrijven. Dit besluit is van alle kanten bekritiseerd. Het is niet alleen een schoffering van de volksvertegenwoordiging. Het getuigt ook van weinig begrip voor de eisen die aan een betrouwbare geschiedschrijving gesteld moeten worden. Wat Fasseur ook zal schrijven, het zal altijd een betrekkelijke waarde hebben omdat zijn verhaal niet gecontroleerd kan worden en hij dus niet door zijn collega's kan worden beoordeeld. Fasseur is waarschijnlijk te ijdel of blind koningsgezind, maar eigenlijk zou hij zijn opdracht terug moeten geven.

12 augustus 2005

Paniek zaaien met Google Earth


Google Earth is een nieuw programma dat gedetailleerde satellietbeelden geeft van welke plek je maar wilt. "Internet helpt terrorist" koppen de media nu. Terrorisme expert Leurdijk van Clingendael wordt gebeld. Hij meent dat deze nieuwe faciliteit van Google drempelverlagend zou kunnen werken voor terroristen. Er moeten maatregelen worden genomen. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken gebeld: men ziet geen reden voor maatregelen. Tweede Kamerleden van VVD en PvdA gebeld: dat is wel een erg laconieke reactie van het Ministerie; ze kunnen toch op z'n minst een onderzoek instellen. Dus worden er Kamervragen gesteld. Zo gaat dat in komkommertijd met sensatiebeluste journalisten die alles uit de angst voor terreur willen halen.
Gelukkig zijn er nog realisten. Op de radio hoorde ik Peter Olsthoorn tegen Leurdijk zeggen dat hij paniek zaait. Leurdijk relativeert het bericht in de krant. Voor de voorbereiding van een terroristische aanslag is wel meer nodig dan een foto van de plek waar het moet gebeuren. Hij heeft geen maatregelen gevraagd, maar vindt een onderzoek naar de betekenis van dit soort informatie op internet wel gewenst. Olsthoorn zegt dat mensen van Clingendael en andere experts zich niet zo op sleeptouw moeten laten nemen door de pers. Dit soort berichten met suggesties van wat er zou kunnen gebeuren draagt alleen maar bij aan het scheppen van een sfeer van angst. In werkelijkheid zit het gevaar natuurlijk niet in de informatie van Google.

Gevaarlijk is daarentegen wel de suggestie dat media (internet) medeverantwoordelijk worden gesteld voor terrorisme. Die suggestie maakt de grond rijp voor allerlei maatregelen die het vrije verkeer van informatie belemmeren. De media zijn een makkelijk doelwit. Effectieve terreurbestrijding vraagt andere maatregelen, maar de aanpak van de media behoort voor de politici tot de 'quick wins' bij het overeind houden van hun imago.

04 augustus 2005

Folderend raadslid opgepakt



Het Amsterdamse raadslid Jupijn Haffmans van Amsterdam Anders/De Groenen is op 19 juli j.l. opgepakt wegens folderen in de Kalverstraat. Hij werd geboeid afgevoerd naar het politiebureau en na enige tijd vrijgelaten. De politie maakte de dag erna meteen excuses voor dit 'foutje'. Commerciëel folderen is in de binnenstad van Amsterdam verboden, maar Haffmans' boodschap was duidelijk van een andere orde. Hij klaagde de Amsterdamse hoofdcommissaris Welten aan die onlangs zei: "Wij willen alles controleren wat afwijkend is en als u niets op uw geweten heeft hoeft u niets te vrezen". Haffmans boodschap: laat je niet bang maken en wijk af! Zijn folder met foto van Welten (zie aan het einde van dit bericht) heeft de Amsterdamse dienders kennelijk zo getriggerd dat ze even de regels vergaten en geheel overeenkomstig het devies van hun baas het raadslid met zijn folders van de straat haalden. Haffmans laat het er terecht niet bij zitten.

28 juli 2005

Donner zet door


In de nadagen van de moord op Van Gogh, vorig jaar november, kwam de regering met nieuwe plannen om het terrorisme te bestrijden. Opmerkelijk daarbij was het voornemen om het goed praten of verheerlijken van terroristische aanslagen strafbaar te stellen. Het is lang geleden dat een regering een dergelijke inbreuk op de vrijheid van meningsuiting tot haar beleid heeft gemaakt. Inmiddels is de beoogde wetgeving klaar voor adviesaanvragen. In het ontwerp staat nu dat het goedpraten, bagatelliseren of ontkennen van ernstige misdrijven zoals terrorisme, oorlogsmisdaden of misdrijven die in de Tweede Wereldoorlog zijn begaan strafbaar wordt gesteld (NRC 28-7-2005). De maximumstraf is een jaar cel. Voor degene die het delict begaat in het kader van zijn beroepsuitoefening (de imam!) is de straf maximaal twee jaar met als bijkomende straf ontzetting uit het ambt.
Opvallend is de uitbreiding van de strafbare uitingen naar alle "internationale misdrijven" in heden en verleden. Het ontkennen van de holocaust (ook wel revisionisme genaamd) valt er nu ook onder. Nodig was dit niet want ook nu al is het mogelijk dit te bestraffen zoals blijkt uit gerechtelijke procedures tegen de Belgische uitgever Verbeke die in de jaren '90 meermalen veroordeeld werd op grond van art. 137c uit de strafwet (discriminatie). De Hoge Raad heeft uiteindelijke zelfs bepaald dat ook in een rechtzaak dergelijke uitlatingen strafbaar zijn.
De uitbreiding tot het 'revisionisme' in Donner's nieuwe wetsontwerp zal vooral ingegeven zijn om het plan acceptabeler te maken. Ik denk dat hij met hetzelfde doel ook nog een voorwaarde voor strafbaarstelling heeft opgenomen in zijn Memorie van Toelichting. De dader moet met zijn uitlating ernstige verstoring van de openbare orde beogen of dat redelijkerwijs kunnen vermoeden. Anders zou het hele idee in strijd zijn met de grondwet of met andere internationale verdragen waaraan Nederland gebonden is, schrijft de NRC.
Het NRC bericht staat boven een beschouwing over een ander, maar verwant onderwerp, naar aanleiding van het proces tegen de Hofstadgroep. De titel van deze beschouwing is: "Landelijk parket worstelt met het gevaar van het denken". Officier van Justitie Koos Plooy zegt daarin onder meer: "Misschien zijn bepaalde ontwikkelingen in het denken wel strafbaar".
Waar gaat dit heen in vredesnaam? Terug naar de 19e eeuw? Dit gaat verder dan Heine's Satyre: "du darfst zwar alles denken doch das Reden ist nicht frei".

Een van de eerste reacties op het plan van Donner kwam via de radio van de jurist Buruma. Hij meende dat dit wetsontwerp de vrijheid van meningsuiting te veel dreigt aan te tasten. In Trouw reageerden enkele columnisten bezorgd over deze mogelijke beperking van hun vrijheid.

Dat Donner zijn plannen tot beperking van de vrijheid van meninsguiting heeft gehandhaafd is buitengewoon verontrustend. Ze betekenen een rechtstreeks ingrijpen van de staat in het vrije verkeer van informatie. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat een dergelijk plan wet kan worden gezien de bescherming die zowel de grondwet als de belangrijkste internationale mensenrechtenverdragen op dit gebied bieden.
Maar los daarvan is de gedachte achter dit wetsontwerp ook hoogst discutabel. Uiteindelijk gaat het om het voorkomen en bestrijden van terroristische daden. Hoe zou een verbod op woorden dergelijke daden kunnen voorkomen? Het verband tussen goedkeuring van een misdrijf door de een en het plegen ervan door de ander is trouwens ook vrijwel niet aan te tonen.
Vreemd is verder dat het wetsontwerp spreekt over goedpraten (of bagatelliseren). Als men dan toch bepaalde uitingen in het kader van de terrorismebestrijding wil aanpakken dan ligt het toch veel meer voor de hand om het oproepen tot of het aanzetten tot terrorisme strafbaar te stellen (op voorwaarde natuurlijk dat er een duidelijke omschrijving van dit soort daden bijgeleverd wordt). Maar de vraag is dan of daarvoor een apart wetsartikel wel nodig is. De wet tegen discriminatie voorziet al in strafbaarheid van belediging en aanzetten tot haat en geweld tegen groepen vanwege hun ras, religie of sexuele geaardheid. Artikel 137d uit het wetboek van strafrecht luidt:

"Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie."

Trouw is er gezien de vele onduidelijkheden en nadelige effecten van het wetsvoorstel voor om niet verder te gaan dan deze mogelijkheden die de wet nu al biedt. Vraag is of dat voor Donner voldoende is. Het gaat hem niet alleen om de bestrijding van het terrorisme. Het lijkt er op dat hij met zijn wetsvoorstel de staat ook een rol wil geven bij de bepaling van de grenzen van het publieke debat. Als dat klopt is het een reden te meer om een breed verzet tegen dit plan te mobiliseren.

30 juni 2005

Koningin belemmert vrijheid van meningsuiting

De koningin, die zelf ook niet vrij is om haar mening in het openbaar te uiten, heeft 21 juni in Zwolle een demonstratie verhinderd. Dertien mensen werden gearresteerd omdat ze een spandoek ontrolden met de tekst "Ontruim het koningshuis en niet Villa Landwijk". Met het laatste werd een kraakpand aangeduid. Beatrix was in Zwolle om haar vijfentwintigjarig koningschap te vieren. Het optreden van de demonstranten paste perfect bij deze viering. De kroning in 1980 werd ook opgeluisterd door demonstraties van krakers onder de leus: "Geen woning, geen kroning".
De arrestaties konden plaatsvinden op grond van een speciale verordening die bij het bezoek van leden van het Koninklijk Huis door de Gemeente in kwestie mag worden toegepast. Het is niet de eerste keer dat de vrijheid van meningsuiting met deze verordening wordt beperkt. Zo zijn in Zutphen aan de vooravond van koninginnedag 1998 affiches in beslag genomen die beledigend werden geacht voor de koningin die daar de volgende dag op bezoek zou komen. Op het affiche was Beatrix afgebeeld als SM-meesteres. "Majesteitsschennis in de kiem gesmoord" kopte de NRC op 29 april 1998.

Heeft de overheid voldoende vertrouwen in de burgers?


Veel is er over gesproken de laatste jaren: de problematische relatie tussen overheid en burgers. De een heeft het over een kloof, de ander over een gebrek aan vertrouwen. Bij de burger wordt dan meestal bedoeld. Maar hoe groot is omgekeerd het vertrouwen van de overheid in de burgers? Openbaarheid is daarvoor een aardige toets. Als je iemand vertrouwt ben je bereid jezelf bloot te geven. Zoniet dan houd je je kaarten strak tegen de borst. In tegenspraak met alle mooie verhalen van politici over het herstel van het vertrouwen tussen overheid en burgers toont de overheid zich in veel gevallen nog steeds bijzonder wantrouwend tegenover mensen die niet meer doen dan om informatie vragen. In de NRC van 18 juni j.l. geeft Roger Vleugels aan de hand van de uitvoeringspraktijk van de Wet Openbaarheid van bestuur (WOB) een beeld van een overheid die steeds moeilijker doet als de burger iets wil weten. "De publieke openbaarheid is op zijn retour. Nederland liep voorop in zijn wetgeving, maar de overheid houdt steeds vaker de la dicht, het archief op slot. Soms is zelfs sprake van regelrechte obstructie".
De afgelopen dagen hebben we daar weer sprekende illustraties van gezien. De Algemene Onderwijsbond slaagde er niet in alle kaarten van het Ministerie van OCW boven tafel te krijgen inzake een nieuwe regeling voor achterstandsleerlingen. De bond kreeg een stuk waarin passages waren afgelakt. In het kort geding dat de AOb aanspande bleek de rechter het spoedeisende karakter van het geding niet in te zien en OCW te steunen omdat "interne beleidsanalyses" niet onder de WOB vallen. Intussen moet de Tweede Kamer wel een besluit nemen over een regeling waarvan de uitvoering niet goed overzien kan worden. Het Ministerie publiceert alleen wat het kwijt wil. Dat heeft weinig te maken met openbaarheid van bestuur en alles met propaganda.
Het tweede voorbeeld gaat over de kerncentrale Borssele. Staatssecretaris van Geel bleek niet bereid de Tweede Kamer exacte gegevens te verstrekken over de financiële schade die het rijk zou lopen als Borssele volgens de oorspronkelijke plannen in 2013 gaat sluiten. De regeringspartijen, inclusief nu ook D66, zijn voor het open houden van de centrale, vanwege de kosten. Een eerlijk debat kan daar echter niet over gevoerd worden. Van Geel weigert cijfers bekend te maken "om zijn onderhandelingspositie niet te schaden" (NRC 23-6). Hij geeft ze zelfs niet in vertrouwen aan kamerleden. Over een wantrouwende overheid gesproken.

13 juni 2005

Justitie wist videobanden van eigen optreden


Veiligheid. Daar heb je het toverwoord weer. Toen Justitie een tijdje geleden bij Omroep Brabant op bezoek was om videobanden in beslag te nemen van rellen in de Graafsewijk in Den Bosch maakte de omroep van de huiszoeking meteen ook weer een opname. Vanuit de gedachte dat een dergelijke huiszoeking bij een omroep ook nieuws is. Justitie nam deze band meteen ook mee en gaf hem vorige week leeg weer terug. "Volgens de rechtbank beriep de rechter-commissaris zich op artikel 124 Wetboek van Strafvordering. Daarin staat onder meer dat een doorzoeking niet verhinderd of bemoeilijkt mag worden. Daaronder valt dan ook de veiligheid van de betreffende ambtenaren. Die veiligheid kwam in het geding doordat de ambtenaren herkenbaar gefilmd werden" (website Omroep Brabant).
Terecht neemt de Journalistenvakbond NVJ dit hoog op. Veiligheid lijkt een steeds gemakkelijker excuus te worden voor autoriteiten om het vrije verkeer van informatie te belemmeren en journalisten te hinderen bij de uitoefening van hun beroep. Strikt genomen heeft Omroep Brabant de huiszoeking natuurlijk helemaal niet belemmerd. De redenering van de rechter-commissaris is vreemd. Het zou me niets verbazen als het er alleen maar om gaat eigenmachtig optreden van "de betreffende ambtenaren", die liever anoniem blijven, te dekken. In dat geval zou een lesje over de waarde van een vrije pers en het belang van het onbelemmerd vergaren van informatie in een democratie niet overbodig zijn. Als tegenwicht tegen de "dictatuur" van het veiligheidsdenken.

09 juni 2005

"God bestaat niet" moet verboden worden


De SGP, die onlangs aankondigde de ban op het meewerken aan TV-uitzendingen op te heffen, vindt samen met de ChristenUnie dat de regering het programma "God bestaat niet" van de RVU moet stoppen. Dit staat in kamervragen van de leden Van der Vlies en Slob. "De christelijke fracties vinden dat de RVU met dit programma een grens overgaat, omdat willens en wetens de spot wordt gedreven met de God die gelovigen dienen". Vrijdag j.l. heeft de Amsterdamse Nicolaaskerk waar opnamen gemaakt zijn voor het programma een kort geding verloren waarin geprobeerd werd de uitzending tegen te houden op grond van het feit dat de kerk is misbruikt om voor gelovigen kwetsende beelden op te nemen. De rechter vond een verbod van de uitzending een te zware sanctie. Hij achtte het voldoende als de RVU de kijkers zou laten weten dat de kerk zich distantiëerde van de uitzending. De kerken betreuren de uitzending en menen dat er sprake is van bewust en nodeloos kwetsen van gelovigen.
In de serie praat Paul Jan van de Wint met zes vooraanstaande wetenschappers over het gevaar, de functie en de absurditeit van het geloof. De uitzendingen worden ingeleid door TV Dominee Muntz en de gesprekken worden afgewisseld met absurdistische bumperfilmpjes over de verschillende aspecten van het geloof. In een van die filmpjes wordt Jezus van het kruis gehaald en vervangen door een zwarte vrouw. Ook zien we Jezus aangelijnd als hond. Slob vindt dat de makers van het programma duidelijk uit zijn op het kwetsen van gelovigen. RVU directeur Groenendijk meent dat de illustratieve filmpjes slechts 'strooigoed' zijn in een programma met twee pratende mensen. De tendens is kritisch over godsdienst, maar de rest van de week wordt godsdienstbeleving voldoende positief voor het voetlicht gebracht.
Kortom: waar maak je je druk over? De suggestie aan gelovigen om niet te kijken en gewoon naar bed te gaan (de uitzending is om half twaalf 's avonds) heb ik nog nergens gehoord. De TV lijkt soms eigendom te zijn van de grootste groep middelmatigen en die willen niet geprikkeld worden maar vermaakt (en soms gesticht). En bij elke prikkeling van het godsdienstig gevoel komen de christelijke voormannen weer in beweging: films, reclame, tv-uitzendingen. Het idee van diversiteit in normen en waarden blijkt in die kringen moeilijk door te dringen. Andersdenkenden worden door strenge christenen getolereerd totdat ze zich roeren en zich publiekelijk uiten. Dan moet de christelijke natie laten weten dat er maar één norm is. De hare.
Verblind door woede wenden de gekwetste christenen zich vervolgens ook nog eens tot het verkeerde adres. Het is in Nederland god zij dank niet mogelijk dat de regering rechtstreeks ingrijpt in een TV-uitzening. In de antwoorden van staatssecretaris voor Mediazaken Van der Laan op de kamervragen van 1 juli 2005 wordt dat nog eens goed duidelijk gemaakt. "Waar u in uw vraag om verzoekt" schrijft Van der Laan, mede namens Balkenende, "is het op voorhand belemmeren dan wel verbieden van een programma en is daarmee een vorm van censuur. In dit verband acht ik het goed erop te wijzen dat met het oog op het grote belang van de vrijheid van meningsuiting (artikel 7 van de Grondwet) in de Mediawet is vastgelegd dat de verantwoordelijke minister of staatssecretaris niet gaat over de inhoud en vorm van programma’s." Inmiddels is wel op het juiste adres, de officier van Justitie, aangifte gedaan tegen de RVU wegens smalende godslastering.

05 juni 2005

Geheime dienst blijft eeuwig geheim


De AIVD ziet er van af aangifte te doen tegen voormalig spion Frits Hoekstra, auteur van het boek "In dienst van de BVD; spionage en contraspionage in Nederland". (NRC 4 juni 2005). De AIVD doet dat niet omdat ze met de publicatie instemt, integendeel. De dienst ziet alleen af van stappen omdat men meent dat in een proces tegen de auteur de schade alleen nog maar groter kan worden. Men blijft er bij dat hij het boek niet had mogen publiceren. Medewerkers van de geheime dienst hebben geheimhoudingsplicht en mogen dus niets van hun werk naar buiten brengen, zelfs niet in de onschuldige, over het algemeen erg vriendelijke jongensboekenstijl van Hoekstra. Tenzij de dienst zelf toestemming geeft en kan controleren wat er naar buiten wordt gebracht, zoals bij geschiedschrijver Engelen en diens officiële Geschiedenis van de Binnenlandse veiligheidsdienst.
Dat de BVD een gesloten boek blijft zal voor politici van de grote partijen in Nederland een geruststellende gedachte zijn. Zij hebben jarenlang het heimelijk volgen van politieke tegenstanders goedgekeurd en zich daarbij weinig zorgen gemaakt over de gevolgen die dat heeft gehad voor onschuldige andersdenkenden. En zeker op dit moment is er geen meerderheid om kritische vragen te stellen aan de AIVD, die op de golven van de terrorismedreiging gemakkelijk aan macht wint zonder zich daarover uitvoerig te hoeven verantwoorden. Onafhankelijk onderzoek naar de geschiedenis van de BVD zou ons echter dingen kunnen leren over het optreden van de geheime dienst die ook nuttig zijn voor een goede beoordeling van het optreden van de AIVD vandaag. Anders blijft de geschiedenis zich herhalen.

02 juni 2005

Vloeken verboden in Staphorst

Wie op de openbare weg in Staphorst al te luid godverdomme roept loopt sinds vandaag het risico door de plaatselijke veldwachter te worden bekeurd. De Gemeente Staphorst heeft namelijk een vloekverbod opgenomen in de Algemene Politieverordening (APV). Het is een hardnekkig geval, het vloekverbod. In 1985 schorste Minister Rietkerk bij Koninklijk Besluit de APV van een reeks Veluwse gemeenten . De reden was dat vloeken door de Kroon werd beschouwd als het uiten van een gedachte of gevoel. Gemeenten mogen daaraan geen beperkingen opleggen. Sindsdien zijn er toch in meerdere plaatsen vloekverboden opgenomen in de APV op instigatie van fundamentalistische christelijke partijen. In 1991 is een, zoals de Volkskrant (5-10-91) het noemt , puur symbolisch vloekverbod opgenomen in de APV van Arnemuiden. In Nijkerk bestaat ook al jaren een (min of meer symbolisch) vloekverbod meldt de NRC (14-9-2000). Veenendaal overwoog toen ook het verbod weer op te nemen in de APV. Gelden de redenen die eerder het vloekverbod onwettig maakten inmiddels niet meer? Ik moet dat eens uitzoeken. Voor nu: men zij gewaarschuwd, pas op uw woorden in door de SGP bestuurde gemeenten.

22 mei 2005

Europa, een gevaar voor de lezer?

Onder deze titel (maar dan zonder vraagteken) schrijft Lisa Kuitert deze week in Vrij Nederland een stukje dat waarschuwt voor allerlei maatregelen van de EU die het vrije verkeer van informatie, en met name het vrij uitgeven van boeken in een goed Hollandse traditie, kunnen belemmeren. Uitgevers zouden grensoverschrijdend lastig gevallen kunnen worden door buitenlandse burgers en overheden die vinden dat een publicatie beledigend is, discriminerend of in strijd is met fundamentele normen en waarden. Ook zou de EU seksestereotypering in advertenties, op TV en in de pers willen uitroeien. Dergelijke maatregelen kunnen leiden tot ernstige aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Maar de impliciete suggestie van Kuitert om op 1 juni tégen te stemmen in het referendum over de Europese Grondwet vind ik erg ongelukkig. Want die Grondwet regelt namelijk ook de toetreding van de EU tot het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Tot nu toe is de EU zelf geen partij in dit Verdrag van de Raad van Europa dat onder meer de vrije meningsuiting beschermt in artikel 10. Als de EU dus maatregelen zou willen nemen die de vrijheid van meningsuiting belemmeren dan kan zij dus ná ratificatie van de Grondwet ook in Straatsburg op het matje worden geroepen. Anders gezegd: de EU komt mét de Grondwet minstens op het niveau van bescherming van de vrijheid van meningsuiting zoals dat nu ook in Nederland geldt. Zonder Grondwet is dat allemaal veel onzekerder.
In elk geval blijft waakzaamheid geboden. De vrijheid van meningsuiting heeft altijd onder druk gestaan en zal dat blijven staan zo lang mensen dit recht alleen voor zichzelf claimen zonder het ook anderen te gunnen. En ook voor culturele verscheidenheid, die Kuitert in gevaar acht, moet gevochten worden. Wat mij opvalt is dat men daar in andere Europese landen (Frankrijk b.v.) vaak harder voor loopt dan in Nederland. Als er dan een gevaar zou zijn, komt het volgens mij niet alleen van buiten onze grens.

20 mei 2005

EU weigert informatie vrij te geven voor rechtszaak Sison

José Maria Sison is een Filipijnse communist die sinds 1987 als vluchteling in Nederland woont. In 2002 werd zijn naam door achtereenvolgens de VS, de EU en Nederland op een lijst gezet van "terroristen" wier banktegoeden moesten worden bevroren en aan wie de staat geen steun zou mogen verlenen. Met steun van Filipijnse ballingen in Europa en Nederlandse en Belgische sympathisanten vecht Sison sindsdien deze status aan zowel bij de Nederlandse overheid als bij de EU. Je kunt de hele geschiedenis nalezen op de site van het steuncomité. Onlangs deed het Europese Hof van Justitie in Straatsburg een merkwaardige uitspraak in een van de vele zaken die namens Sison zijn aangespannen. Zijn advocaat had openbaring gevraagd van de informatie op grond waarvan Sison op de "terroristenlijst" is geplaatst. Het Hof meende dat de Europese Raad die deze beslissing formeel heeft genomen niet verplicht is deze informatie vrij te geven. Dit is een buitengewoon vergaande uitspraak. Sison is in feite veroordeeld, hij wil daartegen in beroep gaan, maar krijgt geen informatie over de gronden waarop hij veroordeeld is. Wat de EU in feite zegt is: "Wij beschouwen u als terrorist en beperken u daarom in uw rechten. Maar u mag niet weten waarom." Mag dit in een moderne rechtstaat?
Interessant is nu wat de Europese Grondwet hierover zegt. In het Verdrag voor de Europese Grondwet waarover we binnenkort in Nederland mogen stemmen is het Handvest Grondrechten opgenomen. Hierin staan de rechten van burgers zoals die ook in veel landen in de Grondwet staan. Ik ben geen jurist, maar de volgende artikelen lijken mij nogal duidelijk. De Europese Grondwet geeft ons onder meer het recht op behoorlijk bestuur en dat houdt ook in: "het recht van eenieder om inzage te krijgen in het hem betreffende dossier, met inachtneming van het gerechtvaardigde belang van de vertrouwelijkheid en het beroeps- en het zakengeheim". En even verder lezen we expliciet over het recht op inzage van documenten: "Iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft een recht van inzage in de documenten van de instellingen, organen en instanties van de Unie, ongeacht het medium waarop zij zijn vastgelegd." En tenslotte lezen we nog onder het kopje 'Rechtspleging': " Eenieder heeft recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak". Nu heb ik begrepen dat strikt juridisch gesproken het Handvest Grondrechten nog niet afdwingbaar is. Daarvoor moet eerst de Grondwet door alle lidstaten worden aangenomen. Maar het Handvest is al wel eerder door de lidstaten aanvaard als principedocument over burgerrechten. Moreel gesproken is de EU er dus wel aan gebonden. Maar als het om (door de VS benoemde) terroristen gaat mogen kennelijk alle principes opzij worden gezet.

14 mei 2005

Betogers niet verbannen naar industrieterrein

De Gemeente Arnhem wilde een extreem-rechtse betoging tegen de Europese grondwet en de toetreding van Turkije vandaag verbannen naar een industrieterrein. Daar hoopte men de verwachte slag met tegenbetogers beter in de hand te kunnen houden. De rechter stak hier een stokje voor. Artikel 9 geeft de burgers het recht op vergadering en betoging. "Het recht op betoging beoogt de deelnemers aan een betoging in staat te stellen hun gedachten en gevoelens over maatschappelijke en politieke kwesties op de openbare weg kenbaar te maken aan anderen." Verbanning van een betoging naar een terrein waar op dat moment niemand komt is in strijd met de grondwet, vond de rechter. En wees daarmee de Gemeente Arnhem terecht die handhaving van de openbare orde (en de Gemeentekas, hoofdstuk politie) boven de vrijheid van meningsuiting stelde. Arnhem is daarmee niet de enige Gemeente die voor de makkelijkste weg koos. Zie een eerder bericht in mijn weblog precies een maand geleden over demonstratievrijheid Goed dat er rechters zijn die af en toe ingrijpen als bestuurders een loopje nemen met grondrechten. Een openbaar extreemrechts geluid kan en moet bestreden worden (en dat gebeurt op ditzelfde moment ook, als ik het ANP nieuws mag geloven). Als de bende ondergronds gaat wordt dat een stuk moeilijker. Het tornen aan de demonstratievrijheid kan nooit een goed middel zijn om de democratie te beschermen.