Opnieuw heeft een overheidsdienst getracht invloed te krijgen op beeldvorming in de media. In de jeugdserie Spangas van de NCRV verdween het populaire meisje Nola plotseling omdat ze uitgezet werd naar het voor haar volkomen vreemde Sri Lanka, het land waar haar biologische vader zou wonen. Veel jeugdige kijkertjes waren ontzet door zoveel onrecht. Er werden meteen handtekeningen ingezameld. De IND reageerde boos. "Ze belden of we ook hun standpunt in de serie wilden verwoorden," vertelt Gemma Derksen eindredacteur Drama van de NCRV in NRC Handelsblad van 9 april. "We hebben uitgelegd dat Spangas
een scholierenwereld verbeeldt, zonder zichtbare gezagsdragers." Het
ministerie zegt in een reactie dat de IND zich niet herkende in het
geschetste beeld. Vanwege alle onrust die is ontstaan heeft de dienst een bericht op haar site gezet waarin voor alle duidelijkheid vermeld is dat Nola niet echt bestaat. En kinderen die als asielzoeker bij een pleeggezin terecht komen "kunnen er altijd op rekenen dat hun situatie zorgvuldig wordt beoordeeld op basis van het in Nederland afgesproken asielbeleid."
Deze Nola bestaat niet echt, nee. Maar er zijn genoeg andere Nola's die het slachtoffer zijn geworden van een hardvochtig asielbeleid dat door de IND wordt uitgevoerd. Het kan geen kwaad jeugdige kijkers met de Nederlandse realiteit op dit gebied te confronteren. Dat de IND hier op reageert met een poging om de inhoud van een tv-programma te corrigeren betekent dat deze overheidsdienst niet voldoende afstand weet te bewaren tot de media. Media zijn in onze samenleving nu eenmaal aangewezen om de overheid kritisch te volgen. Het past de overheid dus niet om de media te gebruiken om haar eigen beeldvorming te regisseren. De IND doet er goed aan eerst wat meer naar zichzelf te kijken. Er blijkt nogal wat te haperen bij de uitvoering van de vreemdelingenwet.
Ook de Partij voor de Vrijheid heeft geen problemen met inmenging in de gang van zaken in Hilversum. In een recent debat over de omroep verklaarde de gehele oppositie zich tegenstander van 100 miljoen bezuinigingen, behalve Martin Bosma (PVV). Hij klaagde over NCRV-serie SpangaS die
kinderen zou opjutten tegen het migratiebeleid en het linkse NOS Journaal (NRC Handelsblad 17 april 2013). Het is niet de eerste keer dat de PVV zich bemoeit met kinderprogramma's. Een paar jaar geleden maakte de partij, die altijd de mond vol heeft over de vrijheid van meningsuiting, zich ook nogal belachelijk met Kamervragen over een liedje van Kinderen voor Kinderen. Ook toen was het Bosma die zich het heil van de kinderziel aantrok. De woordvoerder media van de PVV heeft zijn plaats nog steeds niet gevonden.
22 april 2013
10 april 2013
De pers is geen verlengstuk van de overheid
Staatssecretaris Weekers zet Trouw onder druk om de databestanden met gegevens over personen en bedrijven die hun geld op geheime rekeningen in een belastingparadijs bewaren af te staan aan de belastingdienst. Trouw beschikt over gegevens die achterhaald zijn door een internationale groep onderzoeksjournalisten, de ICIJ. De journalisten die in dit project samenwerken willen gaandeweg hun bevindingen publiceren, maar ze hebben afgesproken de bestanden niet aan de overheid te overhandigen. Trouw schrijft: "Journalisten zijn geen onderdeel of een verlengstuk van de overheid; zij dienen het publiek met onafhankelijk onderzoek." Hoofdredacteur Schoonen wijst er verder op dat de gegevens die de journalisten in handen hebben meer omvatten dan alleen een lijstje namen. „Het gaat om klantenbestanden van tussenkantoren. Het gaat om de
verhalen die daarachter zitten. Maar er zitten ook tussenkantoren bij
met 'normale' activiteiten, die niets fout doen. Als wij de informatie
nu delen, draaien we ons eigen journalistieke onderzoek de nek om.” zegt hij in De Telegraaf. Hij staat verder op het standpunt dat de overheid zelf een apparaat heeft om eventuele overtredingen op te sporen.
Staatssecretaris Weekers vindt dit onbegrijpelijk. "Mijn handen jeuken om iets met deze gegevens te doen, maar dan moet je ze wel in handen hebben", zei hij. Hij krijgt steun uit de Tweede Kamer, maar niet van D66-woordvoerder Koolmees. "De politiek die journalisten ter verantwoording roept. Dan gaan bij mij meteen alle stoplichten op rood. Is het eigenlijk wel verstandig dat het kabinet een krant vraagt gegevens af te dragen? Ik meen van niet."
Een lastig punt voor Weekers is dat het anoniem onderbrengen van geld in belastingparadijzen niet direct een overtreding hoeft te zijn. Er zijn nu eenmaal vele mazen in de wet die de rijken in staat stellen rijk te blijven. De staatssecretaris weet daar zelf alles van in zijn functie. Zeker gezien het feit dat ons land ook als belastingparadijs kan worden aangemerkt. Het is nogal hypocriet van iemand die niet uit zichzelf bereid is op dit punt in actie te komen om nu de onwetende uit te hangen die net als iedereen geschokt is over 25 biljoen weggesluisd geld. Ik wil graag iets doen, alleen die verdomde krant wil maar niet meewerken! Wat wist hij zelf eigenlijk al over deze praktijken voordat ze werden onthuld? Uit het onderzoek van de journalisten van Trouw blijkt dat Nederlandse banken ING en ABN/AMRO (een staatsbank!) actief hebben meegeholpen om geld anoniem te parkeren op de Maagdeneilanden. Moet de staatssecretaris daar niet eerst eens aankloppen?
Dan is er nog de meer principiële kant van de zaak: het verschoningsrecht van de journalisten. Vorig jaar heeft de Tweede Kamer de wens uitgesproken dit nu wettelijk te regelen nadat Nederland door het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg op de vingers was getikt wegens het afluisteren van journalisten door de AIVD. De Nederlandse wetgeving voorziet volgens het Hof niet in de bescherming van journalisten en hun bronnen. Het was de derde keer dat Nederland daar door het Hof op werd aangesproken. “Journalisten moet je niet kunnen dwingen hun bronnen prijs te geven. Dat zou de regel moeten zijn," volgens SP-kamerlid Van Raak. Uitzonderingen zullen ongetwijfeld ook geformuleerd worden. Peter Oskam (CDA) vindt dat bij zaken van “landsbelang en levensbelang” dwang mogelijk moet zijn. Zou Weekers zich nu daarop kunnen beroepen? Ik denk dat hij in dit geval beter de pers in alle vrijheid zijn onthullingen kan laten doen en zelf zijn eigen opsporingsdiensten aan het werk moet zetten om na te gaan of er ver af op een tropisch eiland of heel dichtbij huis iets rechtgezet moet worden.
Staatssecretaris Weekers vindt dit onbegrijpelijk. "Mijn handen jeuken om iets met deze gegevens te doen, maar dan moet je ze wel in handen hebben", zei hij. Hij krijgt steun uit de Tweede Kamer, maar niet van D66-woordvoerder Koolmees. "De politiek die journalisten ter verantwoording roept. Dan gaan bij mij meteen alle stoplichten op rood. Is het eigenlijk wel verstandig dat het kabinet een krant vraagt gegevens af te dragen? Ik meen van niet."
Een lastig punt voor Weekers is dat het anoniem onderbrengen van geld in belastingparadijzen niet direct een overtreding hoeft te zijn. Er zijn nu eenmaal vele mazen in de wet die de rijken in staat stellen rijk te blijven. De staatssecretaris weet daar zelf alles van in zijn functie. Zeker gezien het feit dat ons land ook als belastingparadijs kan worden aangemerkt. Het is nogal hypocriet van iemand die niet uit zichzelf bereid is op dit punt in actie te komen om nu de onwetende uit te hangen die net als iedereen geschokt is over 25 biljoen weggesluisd geld. Ik wil graag iets doen, alleen die verdomde krant wil maar niet meewerken! Wat wist hij zelf eigenlijk al over deze praktijken voordat ze werden onthuld? Uit het onderzoek van de journalisten van Trouw blijkt dat Nederlandse banken ING en ABN/AMRO (een staatsbank!) actief hebben meegeholpen om geld anoniem te parkeren op de Maagdeneilanden. Moet de staatssecretaris daar niet eerst eens aankloppen?
Dan is er nog de meer principiële kant van de zaak: het verschoningsrecht van de journalisten. Vorig jaar heeft de Tweede Kamer de wens uitgesproken dit nu wettelijk te regelen nadat Nederland door het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg op de vingers was getikt wegens het afluisteren van journalisten door de AIVD. De Nederlandse wetgeving voorziet volgens het Hof niet in de bescherming van journalisten en hun bronnen. Het was de derde keer dat Nederland daar door het Hof op werd aangesproken. “Journalisten moet je niet kunnen dwingen hun bronnen prijs te geven. Dat zou de regel moeten zijn," volgens SP-kamerlid Van Raak. Uitzonderingen zullen ongetwijfeld ook geformuleerd worden. Peter Oskam (CDA) vindt dat bij zaken van “landsbelang en levensbelang” dwang mogelijk moet zijn. Zou Weekers zich nu daarop kunnen beroepen? Ik denk dat hij in dit geval beter de pers in alle vrijheid zijn onthullingen kan laten doen en zelf zijn eigen opsporingsdiensten aan het werk moet zetten om na te gaan of er ver af op een tropisch eiland of heel dichtbij huis iets rechtgezet moet worden.
24 maart 2013
Nederland is een belastingparadijs
Nederland is voor duizenden bedrijven ter wereld een lucratief tussenstation voor het ontwijken van belastingen. Dat staat in dit boek, en dat blijkt uit het bestaan van een omvangrijke "trust"-sector van bedrijven die de postbussen van de ontwijkers in Nederland beheren. Nederland heeft niet voor de inwoners maar wel voor buitenlandse bedrijven als Google, Ikea en Starbucks een zeer aangenaam belastingklimaat. Dat leidt er toe dat bedrijven hun winsten via Nederlandse brievenbusfirma's laten lopen. Nederland schiet daar zelf niet veel mee op omdat bedrijven in het geval van activiteiten buiten Nederland hier vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting. De herkomstlanden van de bedrijven daarentegen lopen wel veel belasting mis. Zo ontdekte Mongolië dat het land inkomsten verliest omdat mijnbouwbedrijven hun winsten via Nederlandse brievenbusdochters laten lopen. Op advies van het IMF heeft het land het belastingverdrag met Nederland onmiddellijk opgezegd.
Hoe reageert nu het Nederlandse parlement op het schandaal dat een straatarm land dat zijn rijkdom aan grondstoffen graag wil verzilveren inkomsten door de neus worden geboord door een van de rijkste landen ter wereld? Het Nederlandse parlement neemt met een meerderheid van stemmen (PvdA, VVD, D66, PVV) een motie van PVV'er Van Vliet aan waarin staat dat Nederland geen belastingparadijs genoemd mag worden. Het woord belastingparadijs mag niet in verband met Nederland worden gebruikt.
De Europese Commissie schat dat overheden in de EU jaarlijks 1.000 miljard euro mislopen door belastingontwijking en belastingfraude. Dat is meer dan Spanje, Griekenland, Portugal en Ierland samen aan financiële steun hebben ontvangen, schrijven Jesse Klaver en Bas Eickhout verbaasd over deze opmerkelijke actie. Het Nederlands parlement maakt zich ongelooflijk belachelijk door een overduidelijke vorm van belastingontwijking ten koste van arme landen weg te wuiven met een taalvoorschrift. De poging om zo de reputatie van het land in stand te houden is al te doorzichtig. Terwijl niemand in Nederland moeite heeft andere landen, waar rijken belasting kunnen ontlopen (Cyprus bijvoorbeeld), aan te merken als belastingparadijs is de eerste zorg van het parlement als Nederland onder druk wordt gezet het eigen straatje met ferme woorden schoon te vegen en de eigen bewindslieden uit de wind te houden. Beatrix parafraserend zou je kunnen zeggen: het positieve beeld regeert. Is het een wonder dat het vertrouwen van burgers afneemt als partijen hier de prioriteit blijven leggen?
17 maart 2013
Dit programma bevalt ons niet
Dit politiebeeldmerk en het politie-uniform mag je niet zomaar gebruiken. Daarvoor moet je eerst toestemming vragen (wat ik niet gedaan heb). De politie wil niet dat er negatieve beelden in omloop komen over hun werk. Voor de niet zo doortastende politie-agent in de serie Dokter Tinus moest de regisseur een ander uniform kiezen. De woordvoerder van de communicatieafdeling van de Nationale Politie: “De beroepsgroep moet beschermd worden als deze op een onrealistische manier in beeld wordt gebracht. Het is niet de bedoeling dat wij in producties onderuit worden gehaald. Wij zijn te vergelijken met een A-merk.”
Je kunt dit kinderachtig of belachelijk noemen. Het past wel in de trend dat media door gezaghebbende instituten en bedrijven tegenwoordig op de eerste plaats gezien worden als middelen voor hun public relations. En dat zij ook niet meer terugschrikken voor inmenging in de beeldvorming bij formeel onafhankelijke omroepen. Dat media ook een kritische functie hebben, dat ze puur amusement leveren of een bijdrage aan cultuuroverdracht, dat lijkt steeds vaker ondergeschikt te worden aan reclame, pr en het in stand houden van reputaties van gezagsdragers. Waar is Swiebertje gebleven? Mogen we niet meer lachen om politie-agenten? Is satire niet meer geoorloofd als vorm van maatschappelijke kritiek?
Update 29 maart: de televisieproducenten hebben in een kort geding over deze zaak gelijk gekregen; ze mogen de uniformen blijven gebruiken. "De rechtbank oordeelde dat de vrijheid van meningsuiting van programmamakers zwaarder weegt dan het belang van de politie om haar imago te beschermen. 'Het gaat hier overduidelijk om een dramaserie. Niet om een weergave van de werkelijkheid.'"
Maar een meer algemene uitspraak over het gebruik van de politiehuisstijl wilde de rechter in dit kort geding niet geven, zo blijkt uit een aanvulling van de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank (nr. LJN: BZ6854) van 10 april 2013.
In een ander omstreden televisieprogramma, het Zesde Zintuig, legde de persoonlijke reputatie het af tegen de persvrijheid. In de uitzending laat een paragnost zich uit over de dood van een vrouw. De politie heeft zelfmoord geconstateerd, de ouders twijfelen aan de rol van haar ex-vriend en de paragnost bevestigde die twijfels. De ex-vriend spande een kort geding aan dat hij verloor. De rechter vond dat de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in dit geval minder zwaar woog dan het recht van vrijheid van meningsuiting/persvrijheid. "De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de familieleden van Eline vrijheid van meningsuiting hebben en zij zich publiekelijk mogen afvragen of er sprake was van zelfmoord. De media mogen de gelegenheid bieden om die mening te uiten, mits dit niet op onrechtmatige wijze gebeurt. Dit is op voorhand niet voldoende aannemelijk geworden."
Moeten we de uitspraken van de paragnost in dit geval zien als schadelijke verdachtmaking, dus smaad?Vergelijkbaar is de zaak van Maurice de Hond, die in de Deventer moordzaak de "klusjesman" bleef beschuldigen. De rechter legde hem het zwijgen op en dwong hem tot het betalen van een schadevergoeding. Dat een paragnost twijfels bevestigt wordt door de rechter kennelijk minder schadelijk geacht dan de expliciete beschuldiging van een bekende tv-personality. Intussen leidt de uitspraak in de zaak van het Zesde Zintuig ook tot veel verontwaardiging. Iemand schrijft: "Stel je voor, je vrouw wordt psychotisch en pleegt zelfmoord, je bent nog volop bezig met de verwerking van je trauma en op TV zit ineens een paragnost bij je huilende schoonfamilie op de bank die “doorkrijgt” dat jij haar dood op je geweten hebt. Van mij mag dit soort walgelijke onzin vooraf verboden worden, of dat nu juridisch houdbaar is of niet." En een ander: "Blijkbaar valt het door een sensatieprogramma exploiteren van de zelfmoord van je partner binnen de grenzen van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer..". De afkeer van sensatiebeluste televisieprogramma's is duidelijk. De stap naar het van de buis halen van dergelijke programma's wordt echter wel heel makkelijk gemaakt.
Het ingrijpen in de programmering van omroepen blijft kennelijk niet alleen voor gezaghebbers een aanvaardbare en vanzelfsprekende optie. De rechters hebben nog een en ander uit te leggen.
18 februari 2013
Wetenschap achter gesloten deuren
Landbouwgif met neonicotinoïden moet volgens de Tweede Kamer en de Europese Commissie verboden worden bij gewassen die het meest bezocht worden door bijen. Het gif wordt verantwoordelijk gehouden voor een teruglopende bijenstand. Een discussie op Radio 1 (4 februari) over dit onderwerp tussen Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren en Michael Kester, directeur van Syngenta, het bedrijf dat deze pesticiden produceert, spitste zich toe op de openbaarheid van het onderzoek dat Syngenta heeft verricht. Het bedrijf zegt op basis van eigen onderzoek dat de oorzaak van de bijensterfte gelegen is in de varroamijt, die inmiddels in vrijwel elke bijenkast zou voorkomen en door parasiteren en virusoverdracht de bijenlarven verzwakt. Dat onderzoek is echter niet openbaar. Alle openbare onderzoeken wijzen volgens Ouwehand in een andere richting: de pesticiden. Kester wil zijn onderzoek uit concurrentieoverwegingen niet openbaar maken zodat geen collegiale toetsing kan plaatsvinden. Maar iedereen kan bij hem langskomen om het onderzoek in te kijken. Hij zegt te voldoen aan de voorwaarden voor dit soort onderzoek die de EFSA, het Europese Voedselveiligheidsagentschap, stelt. De EFSA heeft overigens zelf geconcludeerd dat het gebruik van neonicotenoïden één van de voornaamste oorzaken is voor die bijensterfte. Daarom heeft het instituut Eurocommissaris Borg ook geadviseerd een moratorium in te stellen voor deze middelen.
Ouwehand plaatste Syngenta voor de keus: u kunt met een openbaar onderzoek dat beschikbaar gesteld wordt voor collegiale toetsing proberen aan te tonen dat uw product veilig is. Zo lang dat niet gebeurt moeten wij uit voorzorg, gezien de resultaten van vele onderzoeken die wél openbaar zijn, dit gif verbieden. Stel je voor dat we straks geen bijen meer hebben. Directeur Kester ging er niet op in. De concurrentie domineert kennelijk zijn wereldbeeld. Wellicht hoopt hij op succes van lobbyisten in Brussel die het tij nog kunnen keren.
De farmaceutische industrie kan er ook wat van. Vorig jaar weigerde Roche openheid van zaken over zijn griepremmer. Driekwart van de negatieve resultaten van onderzoeken door de industrie wordt niet in vakbladen gepubliceerd, maar op weinig gelezen websites. Zo omzeilt men de publicatieplicht, schreef de Volkskrant vorig jaar. Dat is al beter dan vroeger, toen negatieve resultaten helemaal niet werden gepubliceerd. Maar omdat die weggestopte onderzoeken nu ook niet door collega's worden getoetst zoals dat bij publicaties in vakbladen wel het geval zijn we eigenlijk nog even ver van huis.
Bedrijfsbelangen hinderen op deze manier een betrouwbare volksgezondheid en voedselveiligheid. Ooit beloofde de Verlichting de mensheid een beter bestaan met kennis die het mogelijk maakte ziekte en ellende uit het leven te bannen. Nog altijd blijven we op sommige punten in het duister tasten omdat onderzoek wordt gemonopoliseerd door private belangen. Vanuit het algemene belang gezien zou alle kennis die onze gezondheid en het leefmilieu betreft toch volledig en zonder beperkingen openbaar moeten worden gemaakt. Wat het leven zelf raakt hoort niet ondergeschikt te zijn aan "concurrentieoverwegingen".
Ouwehand plaatste Syngenta voor de keus: u kunt met een openbaar onderzoek dat beschikbaar gesteld wordt voor collegiale toetsing proberen aan te tonen dat uw product veilig is. Zo lang dat niet gebeurt moeten wij uit voorzorg, gezien de resultaten van vele onderzoeken die wél openbaar zijn, dit gif verbieden. Stel je voor dat we straks geen bijen meer hebben. Directeur Kester ging er niet op in. De concurrentie domineert kennelijk zijn wereldbeeld. Wellicht hoopt hij op succes van lobbyisten in Brussel die het tij nog kunnen keren.
De farmaceutische industrie kan er ook wat van. Vorig jaar weigerde Roche openheid van zaken over zijn griepremmer. Driekwart van de negatieve resultaten van onderzoeken door de industrie wordt niet in vakbladen gepubliceerd, maar op weinig gelezen websites. Zo omzeilt men de publicatieplicht, schreef de Volkskrant vorig jaar. Dat is al beter dan vroeger, toen negatieve resultaten helemaal niet werden gepubliceerd. Maar omdat die weggestopte onderzoeken nu ook niet door collega's worden getoetst zoals dat bij publicaties in vakbladen wel het geval zijn we eigenlijk nog even ver van huis.
Bedrijfsbelangen hinderen op deze manier een betrouwbare volksgezondheid en voedselveiligheid. Ooit beloofde de Verlichting de mensheid een beter bestaan met kennis die het mogelijk maakte ziekte en ellende uit het leven te bannen. Nog altijd blijven we op sommige punten in het duister tasten omdat onderzoek wordt gemonopoliseerd door private belangen. Vanuit het algemene belang gezien zou alle kennis die onze gezondheid en het leefmilieu betreft toch volledig en zonder beperkingen openbaar moeten worden gemaakt. Wat het leven zelf raakt hoort niet ondergeschikt te zijn aan "concurrentieoverwegingen".
02 februari 2013
Een kans voor de nieuwe koning
In de opwinding en euforie over de aanstaande troonswisseling is deze week in Utrecht meteen al weer het vrije woord gesmoord. Terwijl de kroonprins verklaarde geroerd te zijn door alle reacties op de aankondiging van zijn moeder dat zij er mee stopt eind april werd op de achtergrond de eerste demonstrant afgevoerd. Het koningshuis en de uitingsvrijheid: die twee zijn kennelijk onverenigbaar. Zie bijvoorbeeld hier, hier, hier en hier. Gaat WA daar verandering in brengen?
[Update 8 februari. Gemeenteraadsleden hebben mondelinge vragen gesteld over deze kwestie. Burgemeester Wolfsen heeft erkend dat in dit geval een foute inschatting is gemaakt. De Utrechtse advocaat Tomlow heeft in een uitvoerige brief aan de raad duidelijk gemaakt wat de politie in dit geval had moeten doen: het grondrecht van de burger om zijn mening te laten horen beschermen. Hij concludeert dat de gemeente en de politie bijscholing nodig hebben]
Veel ernstiger dan het aanhouden van een demonstrant is het jarenlang vasthouden van Erwin Lensink die in 2010 een waxinelichthouder naar de Gouden Koets heeft gegooid tijdens de rijtoer op Prinsjesdag. Deze week veroordeelde de rechter hem tot vijf maanden cel.Met aftrek van voorarrest van bijna 24 maanden....
Eerder was hij veroordeeld tot opname in een psychiatrische inrichting. Het Gerechtshof vernietigde dit vonnis en veroordeelde hem nu tot vijf maanden vanwege belediging en beschadiging van de Gouden Koets.
Als WA het anders wil doen zou hij kunnen beginnen met een forse schadeloosstelling aan Lensink vanwege deze absurde gang van zaken.
[Update 8 februari. Gemeenteraadsleden hebben mondelinge vragen gesteld over deze kwestie. Burgemeester Wolfsen heeft erkend dat in dit geval een foute inschatting is gemaakt. De Utrechtse advocaat Tomlow heeft in een uitvoerige brief aan de raad duidelijk gemaakt wat de politie in dit geval had moeten doen: het grondrecht van de burger om zijn mening te laten horen beschermen. Hij concludeert dat de gemeente en de politie bijscholing nodig hebben]
Veel ernstiger dan het aanhouden van een demonstrant is het jarenlang vasthouden van Erwin Lensink die in 2010 een waxinelichthouder naar de Gouden Koets heeft gegooid tijdens de rijtoer op Prinsjesdag. Deze week veroordeelde de rechter hem tot vijf maanden cel.Met aftrek van voorarrest van bijna 24 maanden....
Eerder was hij veroordeeld tot opname in een psychiatrische inrichting. Het Gerechtshof vernietigde dit vonnis en veroordeelde hem nu tot vijf maanden vanwege belediging en beschadiging van de Gouden Koets.
Als WA het anders wil doen zou hij kunnen beginnen met een forse schadeloosstelling aan Lensink vanwege deze absurde gang van zaken.
12 januari 2013
Spekmans beschavingsoffensief
PvdA-voorzitter Spekman zoekt de publiciteit met de haatmails die hij ontvangt. Hij pleit voor een beschavingsoffensief op het internet. 'Internet wordt
steeds meer het afvalputje van de Nederlandse samenleving qua gedrag. We
moeten een grens stellen met elkaar.' Spekman kreeg de steun van premier Rutte die in zijn wekelijkse persconferentie opriep om stevig maar fatsoenlijk te debatteren.
Maar wat willen deze fatsoensrakkers nu precies? Dat er mensen zijn die zich niet in hun uitingen kunnen beheersen en de fatsoensregels van de meerderheid overtreden is van alle tijden. Dat politici stront over zich heen krijgen eveneens. In Het Parool schrijft Theodor Holman dat de haatmails wel eens afkomstig kunnen zijn van mensen die zich genaaid voelen door de PvdA, oorspronkelijke kiezers, nu gefrustreerd in de keuzes die de partij heeft gemaakt. Het zijn niet altijd de meest genuanceerde taalgebruikers. Het is de boomerang van een politiek die door de voormalige aanhang van de PvdA als onfatsoenlijk wordt gezien. Natuurlijk is schelden zinloos en onfatsoenlijk. Maar een "beschavingsoffensief"?
Wat wil Spekman precies? De publiciteit die hij nu geeft aan de mails die hij ontvangt is koren op de molen van de zenders. Wat willen boze burgers? Gehoord worden. Spekman is de megafoon die hun ongenoegen over het hele land uitstort. Hartelijk dank, Hans. Als Spekman echt grenzen wil stellen had hij de mails bij de politie moeten melden. In het discussieprogramma op Radio 1 de Avondspits veronderstelde een advocaat dat sommige bedreigende mails voor vervolging in aanmerking zouden kunnen komen. Waarom heeft Spekman zich niet bij de politie gemeld? De advocaat veronderstelde het antwoord: het is niet altijd eenvoudig te achterhalen wie er achter dit soort mails zit en veel zaken blijven in het onderzoeksstadium steken. Ligt het dan niet veel meer op de weg van de politicus Spekman om het falen van de staat bij de bescherming van de burger tegen bedreigingen aan te kaarten? Of laat hij dit lopen omdat hij dan bij zijn eigen regering terecht komt?
Spekman is de zoveelste op rij die een incident aangrijpt om in algemene zin fatsoen te propageren waar een berg aan problematiek achter zit: de groeiende afstand tussen de politieke elite en een onderlaag van gefrustreeerden met andere opvattingen over fatsoen die een uitlaatklep hebben gevonden via het voor iedereen toegankelijke internet. Leer er maar mee leven, Hans.
Maar wat willen deze fatsoensrakkers nu precies? Dat er mensen zijn die zich niet in hun uitingen kunnen beheersen en de fatsoensregels van de meerderheid overtreden is van alle tijden. Dat politici stront over zich heen krijgen eveneens. In Het Parool schrijft Theodor Holman dat de haatmails wel eens afkomstig kunnen zijn van mensen die zich genaaid voelen door de PvdA, oorspronkelijke kiezers, nu gefrustreerd in de keuzes die de partij heeft gemaakt. Het zijn niet altijd de meest genuanceerde taalgebruikers. Het is de boomerang van een politiek die door de voormalige aanhang van de PvdA als onfatsoenlijk wordt gezien. Natuurlijk is schelden zinloos en onfatsoenlijk. Maar een "beschavingsoffensief"?
Wat wil Spekman precies? De publiciteit die hij nu geeft aan de mails die hij ontvangt is koren op de molen van de zenders. Wat willen boze burgers? Gehoord worden. Spekman is de megafoon die hun ongenoegen over het hele land uitstort. Hartelijk dank, Hans. Als Spekman echt grenzen wil stellen had hij de mails bij de politie moeten melden. In het discussieprogramma op Radio 1 de Avondspits veronderstelde een advocaat dat sommige bedreigende mails voor vervolging in aanmerking zouden kunnen komen. Waarom heeft Spekman zich niet bij de politie gemeld? De advocaat veronderstelde het antwoord: het is niet altijd eenvoudig te achterhalen wie er achter dit soort mails zit en veel zaken blijven in het onderzoeksstadium steken. Ligt het dan niet veel meer op de weg van de politicus Spekman om het falen van de staat bij de bescherming van de burger tegen bedreigingen aan te kaarten? Of laat hij dit lopen omdat hij dan bij zijn eigen regering terecht komt?
Spekman is de zoveelste op rij die een incident aangrijpt om in algemene zin fatsoen te propageren waar een berg aan problematiek achter zit: de groeiende afstand tussen de politieke elite en een onderlaag van gefrustreeerden met andere opvattingen over fatsoen die een uitlaatklep hebben gevonden via het voor iedereen toegankelijke internet. Leer er maar mee leven, Hans.
23 december 2012
Het kazerneregiem van de KNVB
De KNVB is een nieuwe campagne begonnen ter bevordering van sportiviteit en respect in het voetbal. In het handvest "Zonder respect geen voetbal",dat de clubs, spelers, trainers en scheidsrechters deze week ondertekenden, staat dat de regels strenger gehandhaafd zullen worden. Een van de afspraken is dat een speler bij het protesteren tegen een beslissing van de scheidsrechter ("in woord en/of gebaar") direct een gele kaart krijgt. Alleen de aanvoerder mag om opheldering vragen. Trainers die protesteren krijgen een keer een waarschuwing, bij de tweede keer worden ze direct naar de tribune verwezen. "Samengevat: het is irrelevant of de beslissing van de arbitrage juist is
of niet; trainers/coaches en spelers hebben deze beslissing simpelweg
te accepteren."
Tuchtrechtelijke vervolging is voorts mogelijk bij:
- Gedrag of uitlatingen waardoor het betaald voetbal in diskrediet gebracht wordt (negatieve beeldvorming); - Gedrag of uitlatingen die een beledigend dan wel onnodig grievend karakter hebben, met name ten aanzien des persoons;
- Het op onbehoorlijke wijze geven van commentaar op collega officials, clubs en/of aan het voetbal gelieerde organisaties in de media;
- Het op verbale en non-verbale wijze in diskrediet brengen van de arbitrage.
De KNVB is de afgelopen weken beschuldigd van een slappe houding inzake het geweld in het amateurvoetbal. Het incident in Almere dat begin deze maand dat aan een grensrechter het leven kostte vereiste dus een stevige reactie. Ook VVD en PvdA vroegen om harder optreden. Maar het het manifest bestaat vooral uit stoere woorden en het symbolisch gehalte is erg hoog. Aanmerkingen op de scheidsrechter kunnen ook zonder deze nieuwe maatregelen al beboet worden zoals ook Huntelaar weet, om maar een voorbeeld te noemen. Scheidsrechter Mario van den Ende vindt de nieuwe regels niet nodig, eerder contraproductief. Hij vraagt zich af waarom ze alleen gelden voor het betaald voetbal. Je haalt de emotie uit de wedstrijd (ook Ronald Koeman betreurt dat) en dat maakt het voetbal minder attractief. En hij wijst op de subjectieve interpretaties die scheidsrechters kunnen geven aan woorden en gebaren. AZ trainer Gert-Jan Verbeek is niet van plan het manifest te ondertekenen.
Voetbal is oorlog, zei Rinus Michels ooit. Als de KNVB daar nu verandering in wil brengen (ik zeg: als, want het valt te betwijfelen of ze daar echt op uit zijn), dan lijkt mij het beperken van de uitingsvrijheid niet de juiste weg. De grensrechter is niet door woorden maar door geweld om het leven gebracht. Het idee dat je door mensen de mond te snoeren geweld kunt voorkomen is op z'n minst discutabel. Het is niet ondenkbaar dat opgekropte gevoelens spelers dan wel publiek juist aanzetten tot het overtreden van de grens naar geweld. Het voorkomen van geweld is niet gediend met het instellen van een militairistisch regiem waarin spelers zich gedwongen voelen om elke reactie die ze tijdens het spel voelen opkomen te onderdrukken. Die reacties zullen dan via een minder controleerbare weg toch een uitweg vinden. Als de KNVB van voetbal een spel wil maken dan is wederzijds respect inderdaad een belangrijke norm. Maar als op het voetbalveld "houd je mond" de meest gehoorde uitspraak wordt en voetballers van jongs af aan gedrilld worden in het inhouden van hun emoties en elke eigen beoordeling leren in te slikken dan blijft de vergelijking met oorlogsvoering van toepassing.
Tuchtrechtelijke vervolging is voorts mogelijk bij:
- Gedrag of uitlatingen waardoor het betaald voetbal in diskrediet gebracht wordt (negatieve beeldvorming); - Gedrag of uitlatingen die een beledigend dan wel onnodig grievend karakter hebben, met name ten aanzien des persoons;
- Het op onbehoorlijke wijze geven van commentaar op collega officials, clubs en/of aan het voetbal gelieerde organisaties in de media;
- Het op verbale en non-verbale wijze in diskrediet brengen van de arbitrage.
De KNVB is de afgelopen weken beschuldigd van een slappe houding inzake het geweld in het amateurvoetbal. Het incident in Almere dat begin deze maand dat aan een grensrechter het leven kostte vereiste dus een stevige reactie. Ook VVD en PvdA vroegen om harder optreden. Maar het het manifest bestaat vooral uit stoere woorden en het symbolisch gehalte is erg hoog. Aanmerkingen op de scheidsrechter kunnen ook zonder deze nieuwe maatregelen al beboet worden zoals ook Huntelaar weet, om maar een voorbeeld te noemen. Scheidsrechter Mario van den Ende vindt de nieuwe regels niet nodig, eerder contraproductief. Hij vraagt zich af waarom ze alleen gelden voor het betaald voetbal. Je haalt de emotie uit de wedstrijd (ook Ronald Koeman betreurt dat) en dat maakt het voetbal minder attractief. En hij wijst op de subjectieve interpretaties die scheidsrechters kunnen geven aan woorden en gebaren. AZ trainer Gert-Jan Verbeek is niet van plan het manifest te ondertekenen.
Voetbal is oorlog, zei Rinus Michels ooit. Als de KNVB daar nu verandering in wil brengen (ik zeg: als, want het valt te betwijfelen of ze daar echt op uit zijn), dan lijkt mij het beperken van de uitingsvrijheid niet de juiste weg. De grensrechter is niet door woorden maar door geweld om het leven gebracht. Het idee dat je door mensen de mond te snoeren geweld kunt voorkomen is op z'n minst discutabel. Het is niet ondenkbaar dat opgekropte gevoelens spelers dan wel publiek juist aanzetten tot het overtreden van de grens naar geweld. Het voorkomen van geweld is niet gediend met het instellen van een militairistisch regiem waarin spelers zich gedwongen voelen om elke reactie die ze tijdens het spel voelen opkomen te onderdrukken. Die reacties zullen dan via een minder controleerbare weg toch een uitweg vinden. Als de KNVB van voetbal een spel wil maken dan is wederzijds respect inderdaad een belangrijke norm. Maar als op het voetbalveld "houd je mond" de meest gehoorde uitspraak wordt en voetballers van jongs af aan gedrilld worden in het inhouden van hun emoties en elke eigen beoordeling leren in te slikken dan blijft de vergelijking met oorlogsvoering van toepassing.
08 december 2012
Big brother Facebook
De NRC schreef gisteren dat het OM in de rechtszaken tegen 35 relschoppers in Haren hun berichten op Facebook, voorafgaand aan het openbaar aangekondigde "feestje" in september niet heeft onderzocht. De krant doorzocht een database met berichten van de inmiddels verwijderde Facebookpagina Project X Haren. Sommige uitingen van veroordeelde relschoppers kunnen worden zien als opruiing, bevestigen strafrechtdeskundigen in de krant. Opruiing is de relschoppers echter niet ten laste gelegd. Als dat wel was gebeurd zou de straf in sommige gevallen misschien hoger zijn uitgevallen. De jongeren zijn nu alleen veroordeeld voor strafbare feiten op de avond zelf.
De wens van Justitie om de relschoppers zo snel mogelijk te berechten heeft wellicht meegespeeld dat nader onderzoek naar wat er allemaal aan vooraf ging niet is gedaan. Uit het oogpunt van het strafrecht is dat een omissie. Temeer daar de politie in andere gevallen berichten via de sociale media wel serieus blijkt te kunnen nemen. Maar het gebruik van sociale media door de politie is nog sterk in ontwikkeling. Dat zou je ook kunnen opmaken uit het feit dat Bits of Freedom er ondanks vele Wob-verzoeken nog niet in is geslaagd boven tafel te krijgen hoe vaak politiekorpsen nu in het kader van opsporing van strafbare feiten gegevens hebben opgevraagd bij media als twitter, facebook, google etc.
Die openheid is belangrijk om iedereen te kunnen wijzen op de consequenties van het gebruik van de nieuwe media. Digitale communicatie is niet meer weg te denken uit de maatschappij. Maar alles wat we via deze sociale media met elkaar delen wordt vastgelegd en is opvraagbaar of te hacken. Dat brengt risico's met zich mee voor inbreuken op de privacy. Het biedt ook kansen voor opsporing en vervolging van strafbaar gedrag. Of voor het monitoren van voorbereidingen voor strafbaar gedrag. Zo heeft de KLPD een systeem aangeschaft om verdachte informatie van openbare bronnen te verzamelen. Niemand hoeft er bang voor te zijn, zegt de vertegenwoordiger van Ordina die het Israëlische systeem in Nederland introduceert. Maar dat moet nog blijken.
De jongens die elkaar op Facebook opriepen om naar Haren te komen om de politie uit te dagen communiceerden zoals ze dat in de kroeg of op het schoolplein gedaan zouden hebben. Dat zijn ook openbare gelegenheden, maar met een aanzienlijk minder groot bereik. Uitingen met een opruiiend karakter konden in het pre-digitale tijdperk alleen als bewijs in de rechtszaak dienen als ze op schrift stonden of als er voldoende getuigen te vinden waren om de verdachte aan te geven. Nu kan alles wat mensen in een onbewaakt ogenblik via sociale media aan elkaar laten weten eenvoudig opgespoord worden. Inwoners van dictatoriale landen kunnen er over meepraten. Zij zijn dan ook, mogen we hopen, altijd voorzichtig in hoe zij zich uitdrukken. In Nederland is het bewustzijn op dit punt nog niet erg groot, terwijl de remmen intussen wel volledig losgegooid zijn om er maar alles wat in je opkomt uit te flappen op het toetsenbord van pc of telefoon. Dat kan gemakkelijk tot ongelukken leiden. Daarom is het jammer dat de Facebook berichten van de Harense relschoppers niet betrokken zijn in het onderzoek van het OM. Het zou een mooie aanleiding geweest zijn om te laten zien dat Orwell's waarschuwing voor Big Brother ook in Nederland niet meer genegeerd kan worden. En dat er werk gemaakt moet worden van de openheid van politie en justitie op dit gebied: wat doen ze, wat mogen ze, hoe effectief is het, etc.
De wens van Justitie om de relschoppers zo snel mogelijk te berechten heeft wellicht meegespeeld dat nader onderzoek naar wat er allemaal aan vooraf ging niet is gedaan. Uit het oogpunt van het strafrecht is dat een omissie. Temeer daar de politie in andere gevallen berichten via de sociale media wel serieus blijkt te kunnen nemen. Maar het gebruik van sociale media door de politie is nog sterk in ontwikkeling. Dat zou je ook kunnen opmaken uit het feit dat Bits of Freedom er ondanks vele Wob-verzoeken nog niet in is geslaagd boven tafel te krijgen hoe vaak politiekorpsen nu in het kader van opsporing van strafbare feiten gegevens hebben opgevraagd bij media als twitter, facebook, google etc.
Die openheid is belangrijk om iedereen te kunnen wijzen op de consequenties van het gebruik van de nieuwe media. Digitale communicatie is niet meer weg te denken uit de maatschappij. Maar alles wat we via deze sociale media met elkaar delen wordt vastgelegd en is opvraagbaar of te hacken. Dat brengt risico's met zich mee voor inbreuken op de privacy. Het biedt ook kansen voor opsporing en vervolging van strafbaar gedrag. Of voor het monitoren van voorbereidingen voor strafbaar gedrag. Zo heeft de KLPD een systeem aangeschaft om verdachte informatie van openbare bronnen te verzamelen. Niemand hoeft er bang voor te zijn, zegt de vertegenwoordiger van Ordina die het Israëlische systeem in Nederland introduceert. Maar dat moet nog blijken.
De jongens die elkaar op Facebook opriepen om naar Haren te komen om de politie uit te dagen communiceerden zoals ze dat in de kroeg of op het schoolplein gedaan zouden hebben. Dat zijn ook openbare gelegenheden, maar met een aanzienlijk minder groot bereik. Uitingen met een opruiiend karakter konden in het pre-digitale tijdperk alleen als bewijs in de rechtszaak dienen als ze op schrift stonden of als er voldoende getuigen te vinden waren om de verdachte aan te geven. Nu kan alles wat mensen in een onbewaakt ogenblik via sociale media aan elkaar laten weten eenvoudig opgespoord worden. Inwoners van dictatoriale landen kunnen er over meepraten. Zij zijn dan ook, mogen we hopen, altijd voorzichtig in hoe zij zich uitdrukken. In Nederland is het bewustzijn op dit punt nog niet erg groot, terwijl de remmen intussen wel volledig losgegooid zijn om er maar alles wat in je opkomt uit te flappen op het toetsenbord van pc of telefoon. Dat kan gemakkelijk tot ongelukken leiden. Daarom is het jammer dat de Facebook berichten van de Harense relschoppers niet betrokken zijn in het onderzoek van het OM. Het zou een mooie aanleiding geweest zijn om te laten zien dat Orwell's waarschuwing voor Big Brother ook in Nederland niet meer genegeerd kan worden. En dat er werk gemaakt moet worden van de openheid van politie en justitie op dit gebied: wat doen ze, wat mogen ze, hoe effectief is het, etc.
26 november 2012
Behoudend advies Raad van State over Wob
De Raad van State heeft een advies geschreven bij het wetsontwerp van GroenLinks voor een nieuwe Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Volgens de Raad is een nieuwe Wob niet nodig. Veel problemen hebben te maken met de uitvoering en
niet met de wet zelf. Het wetsvoorstel zou niet voldoende hard maken
waarom de huidige wet op de schop moet. Het advies neigt hiermee naar de benadering van oud-minister Donner, thans vice-voorzitter van de Raad van State, die als minister voorstander was van een veel beperktere wetswijziging . Daarover moet de Raad ook nog een advies schrijven.
Dat er veel problemen zijn bij de uitvoering van de Wob is niet nieuw. Een aardig beeld geeft dit verslag van de ervaringen van de redactie van weblog Sargasso. Deze problemen zijn natuurlijk niet allemaal te herleiden tot de wet zelf. De gebrekkige archivering en de achterstand in de digitalisering van archieven bij overheidsinstanties maken de uitvoering van de wet soms erg lastig. Dat het ambtelijk apparaat op de rem gaat staan bij het voldoen aan verzoeken is bij de huidige druk van bezuinigingen en reorganisaties wel begrijpelijk. Maar het is ten dele misplaatst omdat de oorzaak ervan ligt in onvoldoende prioriteit in de afgelopen decennia bij het op orde krijgen van de archieven. De Wob stamt uit 1980 en de ICT die het allemaal veel eenvoudiger maakt is ook niet van gisteren.
De terugblik in de geschiedenis van de Wob aan het begin van het advies van de Raad van State geeft onbedoeld aan dat de problemen verder gaan dan de uitvoeringspraktijk van de Wob. Al drie jaar na de invoering van de wet verscheen er een kritisch rapport met aanbevelingen voor een ruimhartiger openbaarheid. Nadrukkelijk werd hierin aandacht gevraagd voor actieve openbaarmaking, het belangrijkste argument van Mariko Peters van GroenLinks om dit voorjaar te pleiten voor een nieuwe wet. Die kritiek van 30 jaar geleden leidde in 1992 tot niet veel meer dan enkele technische aanpassingen. Heeft de Nederlandse overheid begrepen waar het werkelijk om draait, vraag je je dan af.
Recente onvrede over de Wob wordt door de overheid, en dan vooral door de tot voor kort verantwoordelijke minister Donner, ge"framed" als een gevecht tussen journalisten die van geen ophouden weten en een onder druk staand ambtenarenapparaat. De aanpassingen die Donner op het oog had zijn dan vooral ook beperkingen in de uitvoering van de wet: aanvullingen inzake onredelijke en omvangrijke verzoeken, inzake bijzondere verstrekkingen alsmede inzake hergebruik en het in rekening te brengen van vergoedingen.
Het advies van de Raad van State lijkt volledig in lijn met de beperkte en behoudende benadering van de voormalig minister in de constatering "dat de toepassingspraktijk soms sterk is gepolariseerd." Na de constatering dat er in de loop van de jaren meer maatschappelijke en juridische druk (uit Straatsburg bv.) is gekomen op een ruimhartiger openbaarheidsbeleid, meent de Raad toch nog eens duidelijk te moeten stellen dat de toegang tot de overheidsinformatie niet onbegrensd kan zijn. En "dat er een spanning kan ontstaan tussen het belang van openbaarheid en andere legitieme belangen zoals bijvoorbeeld de veiligheid van de staat, de opsporing van strafbare feiten, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van bedrijfsgeheimen." Alsof we dat nog niet weten. En alsof het wetsvoorstel van GroenLinks daar geen rekening mee houdt. Het gaat er echter om een antwoord te vinden op maatschappelijke veranderingen en toegenomen technische mogelijkheden.
De Raad van State is niet overtuigd van het nut en de noodzaak van een nieuwe wet en vreest bij invoering van de wet volgens het ontwerp van GroenLinks een verdere juridisering die alleen maar belemmerend kan werken op de uitvoeringspraktijk. Actieve openbaarheid staat al in de wet. En nieuwe technieken vereisen geen nieuwe wet, maar aanpassing van de uitvoeringspraktijk. Daar heeft de Raad een punt. Maar waarom gebeurt dit dan onvoldoende en lopen journalisten zowel als burgers nog steeds tegen muren als ze bij de overheid aankloppen om informatie? Waarom zijn er nu al zoveel processen over de Wob? In principe, zegt de Raad, moet de openbaarheid gerealiseerd kunnen worden met de huidige wet. Maar alle evaluatierapporten wijzen op het tegendeel. Zou je dan niet moeten concluderen dat de wet tekort schiet in het afdwingen van de openbaarheid die nu maatschappelijk gewenst is en ook eenvoudig is te realiseren?
Linda Voortman, die het dossier van Mariko Peters heeft overgenomen, legt in haar eerste reactie op het advies de vinger op de zere plek: “De Raad van State zegt in haar reactie dat de huidige wet voldoende ruimte biedt voor meer openbaarheid. Maar dit blijkt niet uit de praktijk. Ik zou graag zien dat we minder beredeneren vanuit de gevestigde orde, maar meer vanuit de burgers: geef hen het recht of informatie, ook als dat soms ingewikkeld is voor diegenen die in deze informatie moeten voorzien.” Bezien vanuit de overheid voldoet de wet en zijn aanpassingen in de uitvoering voldoende, vooral als daarmee de druk op het apparaat verminderd kan worden. Maar deze wet dient beoordeeld te worden vanuit het standpunt van de burgers. Dat vraagt om een geheel nieuwe invalshoek. De Raad van State toont daarentegen een uiterst behoudende invalshoek bij dit onderwerp, ook in het commentaar op de verdere inhoud van het wetsontwerp. De reikwijdte overschrijdt het private domein (tja, wat wil je na al die privatiseringen). De beperking ten aanzien van de persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren is niet goed geformuleerd (minister en ambtenaar kunnen tegen elkaar worden uitgespeeld; o, die angst voor de pers!). Er zijn onvoorziene financiële consequenties en de onafhankelijke toezichthouder, de informatiecommissaris gaat de problemen niet oplossen volgens het advies, hij maakt het eerder nog ingewikkelder. Gevreesd moet worden voor een afschuiven van de verantwoordelijkheid voor een juiste uitvoering van de wet naar de informatiecommissaris. Dat lijkt me een argument dat van toepassing kan zijn op alle toezichthoudende organen. Maar ik kan me niet voorstellen dat hiermee heel toezichthoudend Nederland door de Raad wordt afgeschoten.
Evenals Donner en al zijn voorgangers lijkt de Raad onvoldoende overtuigd van de noodzaak van een nieuwe, principiële benadering van de openbaarheid van overheidsinformatie. Een benadering waarbij vanuit de invalshoek van de burgers de regels worden geformuleerd en afgewogen. De poging van GroenLinks om de Nederlandse overheid in navolging van vele andere landen op het spoor te krijgen van deze nieuwe benadering van de openbaarheid van bestuur dreigt nu in de kiem gesmoord te worden. Waarmee de achterstand oploopt, de frustraties over het tekort aan openheid blijven bestaan en de processen over de uitvoering van de wet zeeën van tijd in beslag blijven nemen die beter besteed kan worden.
Dat er veel problemen zijn bij de uitvoering van de Wob is niet nieuw. Een aardig beeld geeft dit verslag van de ervaringen van de redactie van weblog Sargasso. Deze problemen zijn natuurlijk niet allemaal te herleiden tot de wet zelf. De gebrekkige archivering en de achterstand in de digitalisering van archieven bij overheidsinstanties maken de uitvoering van de wet soms erg lastig. Dat het ambtelijk apparaat op de rem gaat staan bij het voldoen aan verzoeken is bij de huidige druk van bezuinigingen en reorganisaties wel begrijpelijk. Maar het is ten dele misplaatst omdat de oorzaak ervan ligt in onvoldoende prioriteit in de afgelopen decennia bij het op orde krijgen van de archieven. De Wob stamt uit 1980 en de ICT die het allemaal veel eenvoudiger maakt is ook niet van gisteren.
De terugblik in de geschiedenis van de Wob aan het begin van het advies van de Raad van State geeft onbedoeld aan dat de problemen verder gaan dan de uitvoeringspraktijk van de Wob. Al drie jaar na de invoering van de wet verscheen er een kritisch rapport met aanbevelingen voor een ruimhartiger openbaarheid. Nadrukkelijk werd hierin aandacht gevraagd voor actieve openbaarmaking, het belangrijkste argument van Mariko Peters van GroenLinks om dit voorjaar te pleiten voor een nieuwe wet. Die kritiek van 30 jaar geleden leidde in 1992 tot niet veel meer dan enkele technische aanpassingen. Heeft de Nederlandse overheid begrepen waar het werkelijk om draait, vraag je je dan af.
Recente onvrede over de Wob wordt door de overheid, en dan vooral door de tot voor kort verantwoordelijke minister Donner, ge"framed" als een gevecht tussen journalisten die van geen ophouden weten en een onder druk staand ambtenarenapparaat. De aanpassingen die Donner op het oog had zijn dan vooral ook beperkingen in de uitvoering van de wet: aanvullingen inzake onredelijke en omvangrijke verzoeken, inzake bijzondere verstrekkingen alsmede inzake hergebruik en het in rekening te brengen van vergoedingen.
Het advies van de Raad van State lijkt volledig in lijn met de beperkte en behoudende benadering van de voormalig minister in de constatering "dat de toepassingspraktijk soms sterk is gepolariseerd." Na de constatering dat er in de loop van de jaren meer maatschappelijke en juridische druk (uit Straatsburg bv.) is gekomen op een ruimhartiger openbaarheidsbeleid, meent de Raad toch nog eens duidelijk te moeten stellen dat de toegang tot de overheidsinformatie niet onbegrensd kan zijn. En "dat er een spanning kan ontstaan tussen het belang van openbaarheid en andere legitieme belangen zoals bijvoorbeeld de veiligheid van de staat, de opsporing van strafbare feiten, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van bedrijfsgeheimen." Alsof we dat nog niet weten. En alsof het wetsvoorstel van GroenLinks daar geen rekening mee houdt. Het gaat er echter om een antwoord te vinden op maatschappelijke veranderingen en toegenomen technische mogelijkheden.
De Raad van State is niet overtuigd van het nut en de noodzaak van een nieuwe wet en vreest bij invoering van de wet volgens het ontwerp van GroenLinks een verdere juridisering die alleen maar belemmerend kan werken op de uitvoeringspraktijk. Actieve openbaarheid staat al in de wet. En nieuwe technieken vereisen geen nieuwe wet, maar aanpassing van de uitvoeringspraktijk. Daar heeft de Raad een punt. Maar waarom gebeurt dit dan onvoldoende en lopen journalisten zowel als burgers nog steeds tegen muren als ze bij de overheid aankloppen om informatie? Waarom zijn er nu al zoveel processen over de Wob? In principe, zegt de Raad, moet de openbaarheid gerealiseerd kunnen worden met de huidige wet. Maar alle evaluatierapporten wijzen op het tegendeel. Zou je dan niet moeten concluderen dat de wet tekort schiet in het afdwingen van de openbaarheid die nu maatschappelijk gewenst is en ook eenvoudig is te realiseren?
Linda Voortman, die het dossier van Mariko Peters heeft overgenomen, legt in haar eerste reactie op het advies de vinger op de zere plek: “De Raad van State zegt in haar reactie dat de huidige wet voldoende ruimte biedt voor meer openbaarheid. Maar dit blijkt niet uit de praktijk. Ik zou graag zien dat we minder beredeneren vanuit de gevestigde orde, maar meer vanuit de burgers: geef hen het recht of informatie, ook als dat soms ingewikkeld is voor diegenen die in deze informatie moeten voorzien.” Bezien vanuit de overheid voldoet de wet en zijn aanpassingen in de uitvoering voldoende, vooral als daarmee de druk op het apparaat verminderd kan worden. Maar deze wet dient beoordeeld te worden vanuit het standpunt van de burgers. Dat vraagt om een geheel nieuwe invalshoek. De Raad van State toont daarentegen een uiterst behoudende invalshoek bij dit onderwerp, ook in het commentaar op de verdere inhoud van het wetsontwerp. De reikwijdte overschrijdt het private domein (tja, wat wil je na al die privatiseringen). De beperking ten aanzien van de persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren is niet goed geformuleerd (minister en ambtenaar kunnen tegen elkaar worden uitgespeeld; o, die angst voor de pers!). Er zijn onvoorziene financiële consequenties en de onafhankelijke toezichthouder, de informatiecommissaris gaat de problemen niet oplossen volgens het advies, hij maakt het eerder nog ingewikkelder. Gevreesd moet worden voor een afschuiven van de verantwoordelijkheid voor een juiste uitvoering van de wet naar de informatiecommissaris. Dat lijkt me een argument dat van toepassing kan zijn op alle toezichthoudende organen. Maar ik kan me niet voorstellen dat hiermee heel toezichthoudend Nederland door de Raad wordt afgeschoten.
Evenals Donner en al zijn voorgangers lijkt de Raad onvoldoende overtuigd van de noodzaak van een nieuwe, principiële benadering van de openbaarheid van overheidsinformatie. Een benadering waarbij vanuit de invalshoek van de burgers de regels worden geformuleerd en afgewogen. De poging van GroenLinks om de Nederlandse overheid in navolging van vele andere landen op het spoor te krijgen van deze nieuwe benadering van de openbaarheid van bestuur dreigt nu in de kiem gesmoord te worden. Waarmee de achterstand oploopt, de frustraties over het tekort aan openheid blijven bestaan en de processen over de uitvoering van de wet zeeën van tijd in beslag blijven nemen die beter besteed kan worden.
18 november 2012
Advocaat de mond gesnoerd
Dertig jaar nadat heel Nederland uitliep in protest tegen de kernwapens voert Meindert Stelling nog steeds een juridische strijd tegen de aanwezigheid van deze massavernietigingswapens op Nederlandse bodem. Hij bestreed tot en met de Hoge Raad de rechtmatigheid van het opslaan van kernwapens. Tevergeefs, in december 2001 maakt dit hoogste rechtsorgaan een einde aan de aanklacht van de Juristen voor de Vrede door het rechterlijk oordeel over de rechtmatigheid van het gebruik van kernwapens te bevestigen. De acties tegen kernwapens zijn sindsdien buiten de publiciteit doorgegaan. En Stelling bleef als advocaat optreden voor activisten die voor de rechtbank moesten verschijnen vanwege inbraak en vernieling op de vliegbasis Volkel, waar de kernwapens liggen.
Stelling, voormalig beroepsmilitair, is er van overtuigd dat voorbereiding van het gebruik van kernwapens in strijd is met het oorlogsrecht en met mensenrechten. Het gaat hier immers om wapens die, zelfs als ze tegen een militair doel zijn gericht, grote gebieden totaal kunnen vernietigen met onnoemelijk veel burgerslachtoffers als gevolg. Oorlogsrecht verbiedt het gebruik van wapens die het onderscheid tussen militaire en burgerdoelen niet kunnen maken. De staat die deze wapens in de kast heeft stelt zijn burgers bloot aan groot gevaar en neemt een loopje met de plicht om zijn burgers te beschermen. Als iemand veroordeeld kan worden voor het in gevaar brengen van zijn buren door de opslag van explosieven of zelfs gewoon vuurwerk, mag de staat dan de levens van duizenden burgers op het spel zetten met kernwapens?
Nederlandse rechters toonden zich tot nu toe niet gevoelig voor deze redenering. Toen Stelling in 2008 bij het Gerechtshof in Den Bosch ter verdediging van de Volkel-activisten van zijn hart geen moordkuil maakte en de rechterlijke macht tot en met de Hoge Raad beschuldigde van collaboratie werd hem het spreken verder onmogelijk gemaakt. Twee jaar later stond hij weer voor de Hoge Raad om deze beslissing aan te vechten, maar opnieuw ving hij bot. Het ontnemen van het woord aan een raadsman is een ordemaatregel, volgens de Hoge Raad, waartegen geen hoger beroep of cassatie mogelijk is. Stelling heeft zich inmiddels gewend tot het Europese Hof in Straatsburg om deze cassatie aan te vechten. Bij de Nederlandse rechter heeft hij dit jaar, opnieuw tevergeefs, getracht om hangende de zaak bij het hof in Straatsburg, de tenuitvoerlegging van de straf van de activisten (een boete en werkstraf) op te schorten.
Wat mocht Stelling niet zeggen in Den Bosch? Volgens de uitspraak door de Hoge Raad (LJN: BJ9897, Hoge Raad , 08/01048) sprak hij over "de schaamteloze serviliteit van de Hoge Raad ten opzichte van een misdadige politieke leiding, die vasthoudt aan de nucleaire systeemmisdaad". Een forse politieke uitspraak die de Hoge Raad zeker als een belediging kan opvatten. Maar wie moet daarover oordelen en op welke grond? Als er sprake is van een strafbare belediging zou je verwachten dat er een aparte rechtszaak van wordt gemaakt. Nu is door de voorzitter van het Bossche hof een disciplinerende maatregel genomen zonder verwijzing naar een in de strafwet vastgelegde grens voor de vrije meningsuiting. En de Hoge Raad, de beledigde instantie zelf, is kennelijk de enige plek waar een advocaat zijn gelijk mag proberen te halen. Intussen zijn de verdachten beroofd van hun verdediging. Voor een leek is dit niet makkelijk te volgen.
De vrijheid van een advocaat om zijn woorden te kiezen in de verdediging van zijn cliënten staat hier tegenover de noodzaak van onderling respect van verschillende partijen in een rechtszaak. Ook een advocaat of een officier van justitie kan een grens overschrijden. Ik herinner me een zaak waarin het OM zich openlijk racistisch uitliet over verdachten. De belediging die Stelling de kop kostte is een politieke uitspraak over de rechterlijke macht die in zijn ogen niet onafhankelijk heeft geopereerd in de uitspraak uit 2001. Mag je als advocaat een in jouw ogen zeer omstreden uitspraak van het hoogste rechtscollege niet meer aanvechten in een nieuwe zaak? Zou Stelling ook het woord ontnomen zijn als hij zijn uitlating had gedaan in een artikel in de krant of in een juridisch tijdschrift? Is het bij de huidige regels in de rechtspraak niet al te eenvoudig om advocaten met onwelgevallige standpunten of fors aangezette uitdrukkingen de mond te snoeren? Ik ben benieuwd wat ze daar in Straatsburg over te zeggen hebben.
13 november 2012
De strafbaarheid van digitale pesterijen
De zelfmoord van de 20e jarige Tim Ribberink heeft een nieuwe impuls gegeven aan de discussie over de strafbaarheid van pesten en dan met name het pesten via digitale kanalen. De ouders namen zijn afscheidsbrief op in de rouwadvertentie. In die brief schreef Tim dat hij zijn hele leven lang was "bespot, getreiterd, gepest en buitengesloten." De ouders hebben bij de politie melding gedaan van twee incidenten. Een politiewoordvoerder zegt vanwege de gevoeligheid van de zaak hier
weinig over te willen zeggen. Ze laat weten dat pesten in principe
moeilijk te bestraffen is. Een verder onderzoek is onwaarschijnlijk.
Pesten kan heel vervelend zijn, maar is op zich niet strafbaar. Beledigen, bedreigen of belagen kan dat wel zijn (art. 261,262, 266, 284 en 285b van het Wetboek van Strafrecht). Maar is pesten dan niet beledigend? En kan er geen dreiging uitgaan van het eindeloos sarren en treiteren? De nuances zullen velen ontgaan. Het digitale pesten roept daarnaast wel nieuwe vragen op. De impact van scheldpartijen via de zogenaamde sociale media is groter dan het naroepen van iemand op straat of voetbalveld. Het publiceren van vervelende of onaardige foto's of filmpjes van iemand tast niet alleen zijn of haar privacy aan. Het kan iemands leven voor lange tijd verzieken. De digitale omgeving maakt een pesterige uiting al snel bedreigend, jaagt angst aan en kan mensen echt diep raken. Vooral omdat het pesten doorgaans anoniem gebeurt. En dat is ook een verschil met onheuse bejegeningen op het voetbalveld. De digitale context maakt het pesten tot een nieuw fenomeen met consequenties die veel verder kunnen gaan dan het ouderwetse pesten. Zo leidde een filmpje waarin een meisje werd gepest door een ander meisje in België afgelopen zomer tot een soort publieke terechtstelling.
In de NRC pleit de Amsterdamse advocaat Richard van der Weide vandaag voor het strafbaar maken van pesten zonder meer. Hij stelt voor aan te haken bij de strafbaarheid van "belaging" (art. 285b WvSr). Hij realiseert zich dat de omschrijving van het delict niet eenvoudig zal zijn. Het zou zoiets moeten worden als "het gedurende lange tijd op zeer hinderlijke, offensieve wijze en zonder toestemming inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer." De leeftijdsgrens voor strafbaarheid wil hij op 10 jaar leggen omdat kinderen vanaf die leeftijd moeten weten wat ze met hun gedrag kunnen aanrichten.
Als structurele en duidelijk schadelijke pesterijen ook nu al aangepakt kunnen worden met het bestaande strafrecht, dan is de vraag of nieuwe wetgeving noodzakelijk is. Het lijkt mij dan veel beter als er meer werk wordt gemaakt van handhaving en publiciteit rond de opsporing en berechting van degenen die over de schreef zijn gegaan. Het misbruik van de nieuwe, digitale media geeft daar inmiddels voldoende aanleiding voor. Pesten is moeilijk te definiëren en -zeker op het internet- nog moeilijker te bewijzen. Maar als iemands leven volledig kapot wordt gemaakt door het aanhoudend beledigen, bedreigen en aantasten van de persoonlijke levenssfeer mag je toch verwachten dat de staat niet werkeloos blijft toezien.
Pesten kan heel vervelend zijn, maar is op zich niet strafbaar. Beledigen, bedreigen of belagen kan dat wel zijn (art. 261,262, 266, 284 en 285b van het Wetboek van Strafrecht). Maar is pesten dan niet beledigend? En kan er geen dreiging uitgaan van het eindeloos sarren en treiteren? De nuances zullen velen ontgaan. Het digitale pesten roept daarnaast wel nieuwe vragen op. De impact van scheldpartijen via de zogenaamde sociale media is groter dan het naroepen van iemand op straat of voetbalveld. Het publiceren van vervelende of onaardige foto's of filmpjes van iemand tast niet alleen zijn of haar privacy aan. Het kan iemands leven voor lange tijd verzieken. De digitale omgeving maakt een pesterige uiting al snel bedreigend, jaagt angst aan en kan mensen echt diep raken. Vooral omdat het pesten doorgaans anoniem gebeurt. En dat is ook een verschil met onheuse bejegeningen op het voetbalveld. De digitale context maakt het pesten tot een nieuw fenomeen met consequenties die veel verder kunnen gaan dan het ouderwetse pesten. Zo leidde een filmpje waarin een meisje werd gepest door een ander meisje in België afgelopen zomer tot een soort publieke terechtstelling.
In de NRC pleit de Amsterdamse advocaat Richard van der Weide vandaag voor het strafbaar maken van pesten zonder meer. Hij stelt voor aan te haken bij de strafbaarheid van "belaging" (art. 285b WvSr). Hij realiseert zich dat de omschrijving van het delict niet eenvoudig zal zijn. Het zou zoiets moeten worden als "het gedurende lange tijd op zeer hinderlijke, offensieve wijze en zonder toestemming inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer." De leeftijdsgrens voor strafbaarheid wil hij op 10 jaar leggen omdat kinderen vanaf die leeftijd moeten weten wat ze met hun gedrag kunnen aanrichten.
Als structurele en duidelijk schadelijke pesterijen ook nu al aangepakt kunnen worden met het bestaande strafrecht, dan is de vraag of nieuwe wetgeving noodzakelijk is. Het lijkt mij dan veel beter als er meer werk wordt gemaakt van handhaving en publiciteit rond de opsporing en berechting van degenen die over de schreef zijn gegaan. Het misbruik van de nieuwe, digitale media geeft daar inmiddels voldoende aanleiding voor. Pesten is moeilijk te definiëren en -zeker op het internet- nog moeilijker te bewijzen. Maar als iemands leven volledig kapot wordt gemaakt door het aanhoudend beledigen, bedreigen en aantasten van de persoonlijke levenssfeer mag je toch verwachten dat de staat niet werkeloos blijft toezien.
21 oktober 2012
Twitter censureert
Op verzoek van de politie in Hannover heeft Twitter het account van een neonazigroep afgesloten. De groep is door de regering van de deelstaat Niedersachsen verboden. Alle uitingen van de neonazi's, inclusief de mascotte Abschiebär (foto) moeten uit de openbaarheid worden verwijderd. In december stuurde de groep een videofilm aan de minister voor Sociale Zaken Aygül Özkan (CDU) waarin iemand in berenkostuum de Hitlergroet brengt bij een aantal Döner Kebab zaken in Hannover. Zowel de minister als de restauranthouders hebben deze video als zeer bedreigend ervaren tegen de achtergrond van de door neonazi's gepleegde "dönermoorden", die eind vorig jaar in de publiciteit kwamen. De groep wordt gezien als openlijk nazigezind en vijandig tegenover buitenlanders. In Duitsland is het eenvoudiger dan in Nederland om dergelijke groepen gewoon te verbieden.
In Frankrijk gaat Twitter op verzoek van Joodse studenten aanstootgevende antisemitische berichten verwijderen.Volgen de advocaat van de studenten heeft Twitter toegezegd in actie te komen als de studenten een in hun ogen antisemitisch bericht signaleren. "We hebben een spontane toepassing van de Franse wet bekomen, waardoor er geen gerechtelijk bevel nodig is voor de verwijdering van een boodschap met manifest onwettige inhoud", zegt hij.
In het Franse geval zou Twitter -als dit klopt- dus zeer ver gaan. In een onderonsje tussen aanstoot nemende burgers en een media-bedrijf worden in Frankrijk grenzen gesteld aan de uitingsvrijheid. Dit is geen respect voor de nationale wet, maar een overtreding ervan zou ik zeggen.
Bij de Duitsers ligt het wat anders. Hier gaat het niet om specifieke uitingen maar om alle uitingen van een zender. De overheid heeft die zender na een gedegen onderzoek en geheel volgens de bepalingen in de Duitse c.q. Niedersachsische wetgeving verboden. En vervolgens wordt Twitter gemaand alle uitingen van deze zender onmogelijk te maken. Toch kunnen ook hier vragen worden gesteld bij de afsluiting van het twitteraccount. Zijn alle uitingen van een organisatie die door de overheid verboden is strafbaar? Een rechterlijk oordeel over de strafbaarheid van de omstreden video,bijvoorbeeld, wordt nu gepasseerd door een algeheel verbod van de organisatie om ook maar iets te laten horen. Twitter gaat daar in mee, moet daar misschien ook in meegaan om in Duitsland overeind te blijven. Maar met het afsluiten van dit account gaat Twitter wel verder dan wat het bedrijf aan het begin van dit jaar aankondigde: uitingen die in strijd zijn met de nationale wet verwijderen. Hier wordt een groep verwijderd. Zo raakt het particuliere bedrijf verwikkeld in een politiek conflict. En kiest het partij. De vraag is welke kant het in de toekomst gaat kiezen als het hier of elders betrokken wordt in politieke conflicten. En of het passeren van een publiekrechtelijke weg de trend wordt bij deze steeds meer macht verwervende particuliere bedrijven.
08 oktober 2012
Provocateurs op oorlogspad
De Australische regering heeft na lang wikken en wegen besloten om Geert Wilders een visum te verstrekken. Wat je van een democratisch land mag verwachten is helaas niet altijd vanzelfsprekend. We herinneren ons Wilders' vergeefse reisje naar Londen. Voor hem was het een publiciteitsstunt van de eerste orde, dat wel. Voor de Britse regering was het een beschamende vertoning met averechtse effecten.Wilders kreeg geen podium in Londen, maar in de hele wereld. Zijn boodschap werd volop ondersteund door de weigering van een kortzichtige regering die hem niet wilde horen.
En dat geldt ook voor veel andere affaires waarin beledigende, onfatsoenlijke, haatdragende uitingen autoriteiten een aanleiding hebben gegeven om de vrijheid van meningsuiting en de onbelemmerde uitwisseling van ideeën te relativeren of daadwerkelijk te belemmeren uit vrees voor verstoring van de openbare orde.
Het provoceren van de islam is schadelijk voor de vrijheid van meningsuiting, schreef Rob de Wijk vorige week in Trouw. De heftige onlusten in islamitische landen, de doden die vallen bij demonstraties, de moord op Amerikaanse diplomaten in Benghazi, het zijn de bewust beoogde gevolgen van provocateurs op oorlogspad. De Wijk: "Al die uitingen zijn vooral provocaties om reacties teweeg te brengen die een selffulfilling prophecy zijn. In de ogen van de provocateurs bevestigen de reacties op hun maaksels datgene wat zij allang vonden: Moslims zijn lichtgeraakt, kunnen niet tegen kritiek en zijn gewelddadig. Onder het mom van de vrijheid van meningsuiting wordt hier met moderne middelen een middeleeuwse godsdienstoorlog uitgevochten."
De eerste, begrijpelijke, impuls is dan de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen. Regeringen mogen als de nationale veiligheid in het geding is ook volgens het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens de uitingsvrijheid beperken. Aangezien ze de provocatie nooit voor kunnen zijn zal die zijn werk toch wel doen. Intussen wordt wel de vrijheid van meningsuiting in een kwaad daglicht gesteld. Als we iedereen zo maar die vrijheid geven.....dan wordt het oorlog. Kijk maar wat er gebeurt. Maar ook als iedereen zijn mond houdt blijft de kans groot dat het vuur weer oplaait. Een oorlog vraagt om vredestichters niet om censors.Je kunt een ruzie tijdelijk beslechten met een spreekverbod, maar als je de oorzaken niet wegneemt kan de vlam zo weer in de pan slaan.
Maar ja, alles wat zich achter de incidenten verschuilt aan problematiek, het eergevoel in niet-westerse landen, de respectloosheid waarmee zij behandeld worden, de onderdrukking van vrijheden en grondrechten in die landen, de medeverantwoordelijkheid van het westen voor het in het zadel houden van extreem conservatieve leiders, de bezetting van Irak, Afghanistan, de oorlog in het noorden van Pakistan en last but not least de voortdurende knechting van de Palestijnen, dat alles is natuurlijk veel moeilijker aan te pakken dan een als provocatie bedoeld kutfilmpje. En dus ondertekent de EU-minister van Buitenlandse Zaken Ashton met haar Arabische collega's liever een verklaring waarin respect voor de profeten geëist wordt, het geweld weliswaar wordt afgekeurd, maar de vrijheid van meningsuiting met geen woord wordt genoemd. En dus buigen ook EP-voorzitter Schulz, president Obama en minister Clinton voor de gevoelens van hun Arabische gasten en bondgenoten om de diplomatieke vrede te bewaren. Tot het volgende incident, waarbij, om De Wijk te citeren, "onder het mom van de vrijheid van meningsuiting" weer een nieuwe slag in de oorlog wordt geleverd en alle aandacht abusievelijk gericht zal worden op die vermaledijde uitingsvrijheid in plaats van op de oorlog zelf en de provocateurs die hier aan het werk zijn. Het zal hen een zorg zijn.Want om grondrechten gaat het hen zeker niet.
29 september 2012
Gerechtigheid
De rechtbank in Middelburg heeft deze week de huisarts Hans van der Linde vrijgesproken van smaad jegens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) en directeur Roel Coutinho van het Centrum voor bestrijding van infectieziekten dat onder het RIVM valt. Het RIVM en Coutinho hadden vorig jaar tegen Van der Linde een proces aangespannen vanwege zijn uitspraken in de media over mogelijke belangenverstrengeling bij het voorschrijven van de griepprik. Het nut van de griepprik was in het Geneesmiddelenbulletin ter discussie gesteld nadat uit een meta-onderzoek was gebleken dat de werking van het vaccin niet aangetoond kon worden. Van der Linde is een huisarts die al jaren grote vraagtekens zet bij de invloed van de farmaceutische industrie op het voorschrijfgedrag van artsen. Hij wees op de mogelijke belangenverstrengeling van Coutinho die in zijn functie een belangrijke stem heeft in vaccinatieprogramma's. Hij was overigens niet de enige die zich kritisch uitliet in deze zaak (zie hier de brief van een aantal artsen en hoogleraren in Trouw van 29 november 2011.
Het RIVM en Coutinho klaagden Van der Linde aan omdat zijn uitspraken hun reputatie ernstige schade berokkenden en het vertrouwen van het publiek in hun gezag hebben ondermijnd. Zo memoreerde Van der Linde Coutinho's relaties met de industrie bij zijn AIDS-onderzoek. "...nu als RIVM heeft hij zakelijk grote belangen bij de griep en ook voor zijn toekomst is een profijtelijke relatie met de industrie voor hem belangrijk. Het zijn mensen die op een gegeven moment zeer terdege rekening houden met hoe een farmaceutische industrie aankijkt tegen hun uitlatingen.” Op de vraag van de interviewer of hij hiermee wil zeggen dat Coutinho niet integer is antwoordt Van der Linde: "Als u een zakelijke onderneming heeft en u doet zaken met iemand, dan zult u die zakelijke partner nooit voor zijn hoofd stoten en zult u hem vriendelijk proberen te bejegenen. En dan gaat ’t te ver om te zeggen: hij is niet integer, nee je streeft goede relaties na en in dat kader van die goede relaties krijg je bedenkelijke zaken als lippendienst en te vriendelijk zijn voor. En dan komt het op een gegeven moment zover dat er een…, dit is heel langzaam de afgelopen 30 jaar gegroeid.”(citaten uit het rechtbankverslag).
Dat het RIVM en Coutinho onder dekking van de eindverantwoordelijke minister een proces zijn begonnen is nogal opmerkelijk. Een veroordeling van Van der Linde zou de staat zeker in botsing hebben gebracht met artikel 10 van het EVRM. Zoals de artsen en hoogleraren in hun brief aan Trouw ook hebben duidelijk gemaakt hanteert Van der Linde een opvatting van belangenverstrengeling die in medisch-wetenschappelijke kring zeer gebruikelijk is. Openheid daarover is verplicht bij elke publicatie in een wetenschappelijk blad. Het gaat hier bovendien om een publiek debat over de rol van de farmaceutische industrie. Van der Linde stelt een maatschappelijke kwestie aan de orde, namelijk het nut van een griepvaccinatie en het functioneren van ambtenaren en overheidsorganen met betrekking tot een nationale aangelegenheid. Die vrijheid van meningsuiting vraagt om bescherming en niet om vervolging. Daarom eist de huisarts van zijn kant een veroordeling van de staat vanwege deze ongeoorloofde inbreuk op zijn recht op vrijheid van meningsuiting.
De rechtbank is van mening dat Van der Linde de suggestie van belangenverstrengeling niet waar heeft kunnen maken. Maar uiteindelijk oordeelt de rechtbank dat Van der Linde niet onrechtmatig heeft gehandeld. Zo heeft hij afstand genomen van de suggestie dat Coutinho niet integer zou zijn. Van belang is ook dat de uitlatingen zijn gedaan in een publiek debat. Hierbij zijn de grenzen ruimer dan wanneer het een privé persoon betreft.
Gerechtigheid dus voor Hans van der Linde.
Toch zijn er twee punten in het vonnis die bij mij vragen oproepen.
Ten eerste erkent de rechtbank niet het het verweer van van der Linde dat belangenverstrengeling in medisch-wetenschappelijke kring een neutrale term is die gebruikelijk is om bij publicaties openheid te vragen over bestaande relaties. In de volksmond heeft de term meer een negatieve bijklank. Dus daar moet je rekening mee houden als je in de media uitlatingen doet, vindt de rechter. Ik vind dat Van der Linde dat eigenlijk wel doet, zij het misschien wat te impliciet. Hij beantwoordt de vraag of hij Coutinho niet integer vindt met een ontkenning en constateert vervolgens dat een arts in de loop der jaren heel gemakkelijk goede relaties met de industrie kan ontwikkelen: zo lopen die dingen nu eenmaal. Het is juist deze constatering die relevant is in het maatschappelijk debat over de invloed van de farmaceutische industrie. Dat de wetenschappelijke wereld nu steeds scherper let op de risico's van belangenverstrengeling is hier bovendien relevant omdat Coutinho en het RIVM dergelijke risico's kennelijk niet willen zien en iedere verwijzing daarnaar uitsluitend opvatten als een aantasting van hun reputatie.
Dit sluit aan bij mijn tweede punt. De rechtbank honoreert niet de eis van Van der Linde om de staat terecht te wijzen wegens overtreding van het grondrecht van vrijheid van meningsuiting. De staat mag in het geweer komen als zijn ambtenaren onheus bejegend worden, vindt de rechter. Maar in zijn toelichting op de vrijspraak geeft hij wel aan dat andere belangen hier voorrang moeten krijgen. Het gaat hier op de eerste plaats om een publiek debat over mogelijke belangenverstrengeling in de volksgezondheid, een nationale aangelegenheid. Een debat dat zonder hindernissen gevoerd moet kunnen worden. De staat lijkt met Coutinho en het RIVM het belang van een publiek debat over belangenverstrengeling te verwaarlozen. De verantwoordelijke minister van Volksgezondheid, Schippers, heeft met dit proces welbewust het risico genomen van het zo befaamde "chilling effect" dat een veroordeling van Van der Lindes uitspraken had kunnen opleveren. Alsof ook zij niet gediend is van een vrij en open debat over dit onderwerp. Een verwijzing naar de verantwoordelijkheid van de overheid voor het grondrecht van de vrije meningsuiting had de rechtbank daarom niet misstaan.
Het RIVM en Coutinho klaagden Van der Linde aan omdat zijn uitspraken hun reputatie ernstige schade berokkenden en het vertrouwen van het publiek in hun gezag hebben ondermijnd. Zo memoreerde Van der Linde Coutinho's relaties met de industrie bij zijn AIDS-onderzoek. "...nu als RIVM heeft hij zakelijk grote belangen bij de griep en ook voor zijn toekomst is een profijtelijke relatie met de industrie voor hem belangrijk. Het zijn mensen die op een gegeven moment zeer terdege rekening houden met hoe een farmaceutische industrie aankijkt tegen hun uitlatingen.” Op de vraag van de interviewer of hij hiermee wil zeggen dat Coutinho niet integer is antwoordt Van der Linde: "Als u een zakelijke onderneming heeft en u doet zaken met iemand, dan zult u die zakelijke partner nooit voor zijn hoofd stoten en zult u hem vriendelijk proberen te bejegenen. En dan gaat ’t te ver om te zeggen: hij is niet integer, nee je streeft goede relaties na en in dat kader van die goede relaties krijg je bedenkelijke zaken als lippendienst en te vriendelijk zijn voor. En dan komt het op een gegeven moment zover dat er een…, dit is heel langzaam de afgelopen 30 jaar gegroeid.”(citaten uit het rechtbankverslag).
Dat het RIVM en Coutinho onder dekking van de eindverantwoordelijke minister een proces zijn begonnen is nogal opmerkelijk. Een veroordeling van Van der Linde zou de staat zeker in botsing hebben gebracht met artikel 10 van het EVRM. Zoals de artsen en hoogleraren in hun brief aan Trouw ook hebben duidelijk gemaakt hanteert Van der Linde een opvatting van belangenverstrengeling die in medisch-wetenschappelijke kring zeer gebruikelijk is. Openheid daarover is verplicht bij elke publicatie in een wetenschappelijk blad. Het gaat hier bovendien om een publiek debat over de rol van de farmaceutische industrie. Van der Linde stelt een maatschappelijke kwestie aan de orde, namelijk het nut van een griepvaccinatie en het functioneren van ambtenaren en overheidsorganen met betrekking tot een nationale aangelegenheid. Die vrijheid van meningsuiting vraagt om bescherming en niet om vervolging. Daarom eist de huisarts van zijn kant een veroordeling van de staat vanwege deze ongeoorloofde inbreuk op zijn recht op vrijheid van meningsuiting.
De rechtbank is van mening dat Van der Linde de suggestie van belangenverstrengeling niet waar heeft kunnen maken. Maar uiteindelijk oordeelt de rechtbank dat Van der Linde niet onrechtmatig heeft gehandeld. Zo heeft hij afstand genomen van de suggestie dat Coutinho niet integer zou zijn. Van belang is ook dat de uitlatingen zijn gedaan in een publiek debat. Hierbij zijn de grenzen ruimer dan wanneer het een privé persoon betreft.
Gerechtigheid dus voor Hans van der Linde.
Toch zijn er twee punten in het vonnis die bij mij vragen oproepen.
Ten eerste erkent de rechtbank niet het het verweer van van der Linde dat belangenverstrengeling in medisch-wetenschappelijke kring een neutrale term is die gebruikelijk is om bij publicaties openheid te vragen over bestaande relaties. In de volksmond heeft de term meer een negatieve bijklank. Dus daar moet je rekening mee houden als je in de media uitlatingen doet, vindt de rechter. Ik vind dat Van der Linde dat eigenlijk wel doet, zij het misschien wat te impliciet. Hij beantwoordt de vraag of hij Coutinho niet integer vindt met een ontkenning en constateert vervolgens dat een arts in de loop der jaren heel gemakkelijk goede relaties met de industrie kan ontwikkelen: zo lopen die dingen nu eenmaal. Het is juist deze constatering die relevant is in het maatschappelijk debat over de invloed van de farmaceutische industrie. Dat de wetenschappelijke wereld nu steeds scherper let op de risico's van belangenverstrengeling is hier bovendien relevant omdat Coutinho en het RIVM dergelijke risico's kennelijk niet willen zien en iedere verwijzing daarnaar uitsluitend opvatten als een aantasting van hun reputatie.
Dit sluit aan bij mijn tweede punt. De rechtbank honoreert niet de eis van Van der Linde om de staat terecht te wijzen wegens overtreding van het grondrecht van vrijheid van meningsuiting. De staat mag in het geweer komen als zijn ambtenaren onheus bejegend worden, vindt de rechter. Maar in zijn toelichting op de vrijspraak geeft hij wel aan dat andere belangen hier voorrang moeten krijgen. Het gaat hier op de eerste plaats om een publiek debat over mogelijke belangenverstrengeling in de volksgezondheid, een nationale aangelegenheid. Een debat dat zonder hindernissen gevoerd moet kunnen worden. De staat lijkt met Coutinho en het RIVM het belang van een publiek debat over belangenverstrengeling te verwaarlozen. De verantwoordelijke minister van Volksgezondheid, Schippers, heeft met dit proces welbewust het risico genomen van het zo befaamde "chilling effect" dat een veroordeling van Van der Lindes uitspraken had kunnen opleveren. Alsof ook zij niet gediend is van een vrij en open debat over dit onderwerp. Een verwijzing naar de verantwoordelijkheid van de overheid voor het grondrecht van de vrije meningsuiting had de rechtbank daarom niet misstaan.
21 september 2012
Nederlandse gevoeligheden en de principes van de buren
In een poging de gemoederen te bedaren veroordelen de Amerikaanse president Obama en zijn minister van Buitenlandse Zaken Clinton op de Pakistaanse televisie de anti-islamfilm Innocence of Muslims, die inmiddels al in vele landen tot gewelddadige anti-Amerikaanse betogingen heeft geleid. De voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz sprak deze week in aanwezigheid van enkele vertegenwoordigers van Arabische staten (foto) ook zijn afkeuring uit over de film en de verspreiding daarvan. Dat had hij beter niet kunnen doen. Van vele kanten werd hij onder druk gezet zijn woorden terug te nemen. De PVV-delegatie, een minuscuul groepje van vier Nederlanders dat altijd overal tegen is en door niemand serieus wordt genomen, zette meteen een procedure in werking om Schulz af te zetten. Maar ook VVD-lid Van Baalen en D66 lid In 't Veld, beide van de liberale fractie vonden dat Schulz te ver was gegaan. En uiteindelijk was Schulz' Nederlandse partijgenoot Berman het vanmorgen in een gesprek met Van Baalen het ook wel met zijn landgenoot eens dat hier sprake was van een 'faux pas'. Eerder had PvdA-leider Samsom de uitspraken van Schulz "over de rand" genoemd: "Hij sprak zijn afschuw uit over de film en dat is prima - ik vind de film ook niks. Maar ik zou niet oproepen om hem niet te verspreiden, want dat raakt de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting en die is in dit land en elders in Europa een zeer groot goed."
Heeft de voorzitter van het Europees Parlement niet het recht om zijn afkeuring uit te spreken over een provocatieve film die bedoeld is om aanhangers van een bepaald geloof in kwaad daglicht te stellen? Hoe zouden de critici van Schulz' optreden het filmpje van Obama en Clinton beoordelen? Ik maak me sterk dat ze daar alle begrip voor hebben, maar deze vraag zal hen door journalisten waarschijnlijk niet gesteld worden.
De kritiek op Schulz is niet helemaal zonder gronden. De context waarin de voorzitter van het Europees Parlement zijn afkeuring over de film uitsprak leidt op z'n minst tot vraagtekens. Van Baalen: hij was tegenover de gasten uit de Arabische staten veel te "eager to please". Hij praatte ze naar de mond, terwijl hij weet dat in deze staten allerlei fundamentele mensenrechten met voeten worden getreden. Berman: waarom heeft hij de discriminatie van vrouwen en homo's niet ook aan de kaak gesteld? Berman vond wel dat je onfatsoen aan de kaak mag stellen. Zonder de vrijheid van meningsuiting in gevaar te brengen mogen we toch wel laten weten dat bepaalde uitingen getuigen van slechte smaak en gebrek aan fatsoen en respect jegens onze medemensen. Schulz had beter andere woorden kunnen gebruiken vond hij. Nog beter, vond Van Baalen, zou het zijn geweest als hij er helemaal niets over gezegd had, en zeker niet bij de ontvangst van deze gasten. In zijn functie, zei in 't Veld gisteren, spreekt hij namens het gehele parlement. En dan kun je zoiets niet zeggen. Zij eiste dat hij zijn woorden zou terugnemen. Maar zover ging Schulz niet.
Over de vrijheid van meningsuiting bestaan verschillende opvattingen in Europa. In Nederland is het een gevoelig, moreel geladen onderwerp. Een meerderheid van seculiere, randstedelijke, hoog opgeleide politici van rechts tot links stelt in openbare debatten nauwelijks meer grenzen. De geschiedenis van de afgelopen tien jaar werkt hier, ondanks de afkeer van de PVV, in het voordeel van Wilders. In veel andere landen domineert een meer politieke benadering. De vrees voor instabiliteit, voor heftige conflicten tussen bevolkingsgroepen, leidt nogal eens tot oproepen en maatregelen die Nederlandse politici niet voor hun rekening zouden willen nemen omdat ze niet te boek willen staan als iemand die een ander het recht op uitingsvrijheid ontzegt. In Duitsland, waar Schulz vandaan komt, en in mindere mate in Frankrijk, wegen de Tweede Wereldoorlog en de holocaust ook nog veel zwaarder in dit soort affaires dan in ons land waar je beschuldigd wordt van een 'godwin' als je de oorlog er bij haalt. Alles wat neigt naar uitsluiting van een bevolkingsgroep wordt in andere landen veel meer dan in Nederland afgekeurd. Jammer dan voor de vrijheid van meningsuiting. Maar: dat nooit weer. Dat is de stemming.
De Nederlandse kritiek op Schulz is terecht, al zie ik Samsom en Van Baalen nog niet zo consequent dat ze Obama oproepen om in Pakistan ook de vrijheid van meningsuiting te propageren. Maar de eis dat Schulz moet aftreden is volstrekt 'over de top'. Beter is het zijn recht te erkennen om zijn afkeuring te laten horen over naar discriminatie neigende uitingen. En hem het voorbeeld voor te houden van de Franse imam, die de publicatie deze week van voor moslims beledigende cartoons een provocatie noemde maar opriep om kalmte te bewaren omdat "we geen beesten van Pavlov (zijn) die op elke belediging moeten reageren".
11 september 2012
Vrij flyeren
Verkiezingen zijn hoogtepunten in een democratie. Daarom is het in verkiezingstijd extra belangrijk om de vrijheid van meningsuiting alle ruimte te geven. Ondemocratische regimes herken je bij uitstek aan de inperking van de uitingsvrijheid in de periode voorafgaande aan de verkiezingen.
Nederland wil niet vergeleken worden met Rusland, om maar eens een voorbeeld te noemen. Dus is er geen Nederlandse politicus die op de een of andere wijze beschuldigd wil worden van het belemmeren van de vrijheid van meningsuiting of de persvrijheid. SP-leider Roemer was dan ook heel erg voorzichtig toen hij zich afvroeg of het misschien mogelijk was de publicatie van verkiezingspolls in de laatste weken voor de verkiezingen te verbieden, zoals dat in Frankrijk gebeurt. Roemer wil van de hype af die de polls in zijn ogen veroorzaken. Maar waar komt de hype vandaan? Van de cijfers? Of van de interpretatie van de cijfers door politici en journalisten? Met Roemer zou ik wensen dat er voorzichtiger wordt omgesprongen met de cijfers, maar dat kun je helaas niet voorschrijven aan degenen die er over spreken zonder de vrijheid van meningsuiting aan te tasten.
Een terugkerende klacht bij verkiezingen betreft de borden langs de weg. De Gemeente Haarlemmermeer verbood een megagroot spandoek van de Partij voor de Dieren langs de A4 ("Houd vast aan je idealen") vanwege het bestemmingsplan en het welstandsbeleid op straffe van een dwangsom van tienduizend euro.De PvdD liet de idealen even los en haalde de spandoeken weg. Voor een alternatieve plek heeft een anonieme idealistische sponsor inmiddels 1000 euro geboden.
Het is begrijpelijk, maar wel jammer dat de PvdD het niet op een proces heeft laten aankomen. Nu missen we een rechterlijke afweging tussen het grondrecht en bureaucratische normen in de context van deze voor de democratie cruciale periode.
Op een ander gevoelig punt, het flyeren, heeft de rechter onlangs duidelijk gekozen voor de vrijheid van meningsuiting. De Amsterdamse politierechter sprak eind augustus iemand vrij die vier jaar geleden gearresteerd was omdat zij geen gehoor gaf aan de sommatie van bijzondere opsporingsambtenaren (boa's) om te stoppen met het uitdelen van flyers bij het kantoor van een uitzendbureau. De boa's hadden volgens de rechter een verkeerde uitleg gegeven aan de APV die daar geldt. Flyeren voor reclamedoeleinden is wel verboden volgens de APV van Amsterdam-Centrum, als het gaat om een actie met politieke of maatschappelijke doeleinden geldt het verbod niet. En bij deze actie ging het om een protest tegen de medewerking van het uitzendbureau aan het uitzendbeleid van vluchtelingen uit detentiecentra.
Opmerkelijk is de verontrusting die de rechter aan het eind van het vonnis uitspreekt over het feit dat de betrokken ambtenaren kennelijk niet uitgingen van het primaat van het grondrecht, geen besef toonden van de fout zij begingen en -wat misschien nog erger is- daar ook niet door hun leidinggevenden op aangesproken zijn. Het doet erg denken aan andere gevallen waarin de politie veel te strikt reageerde op mensen die gebruik maakten van het grondrecht om hun mening te uiten, zoals in Zaandam, Utrecht , Amsterdam en nogmaals Utrecht. Om enkele voorbeelden uit een lange rij te noemen. Ik hoop dus dat die verontruste rechter gehoor krijgt bij de politiechefs.
Abonneren op:
Posts (Atom)











