17 februari 2007

Verbeet weer in de fout


Kamervoorzitter Verbeet heeft opnieuw drempels opgeworpen voor discussie in de Tweede Kamer. Ze verbood Fritsma van de Partij voor de Vrijheid een motie in te dienen en toe te lichten die installatie van bewindslieden met een dubbele nationaliteit verbiedt. Het debat ging over de dubbele nationaliteit, maar strikt genomen was de installatie van de nieuwe regering natuurlijk niet aan de orde. Verbeet (op de foto in gesprek met PVV'ers) vond dat Fritsma ten onrechte de loyaliteit van collega-kamerleden in twijfel trok en meende dat hij hiermee over de grens ging van wat betamelijk is in het debat. NRC Handelsblad constateert in een commentaar dat Verbeet de PVV op deze manier maximale aandacht heeft gegeven, de provocatie waarop de partij uit was slaagde voortreffelijk.
Maar de krant vindt het terecht onacceptabel dat een kamervoorzitter op deze wijze het vrije debat smoort. "Ingrijpen om politieke redenen, zoals Verbeet deed, druist echter wezenlijk in tegen de functie die de Kamervoorzitter in het Nederlandse staatsbestel heeft. Die is bij uitstek: te streven naar neutraliteit. Verbeet rekent het ten onrechte tot haar taak sommige Kamerleden in bescherming te nemen tegen in haar ogen buitensporige aanvallen van andere Kamerleden."
Het is de tweede keer dat Verbeet zo ingrijpt in het politieke debat. Eerder kapittelde ze Wilders die in december vorig jaar Rutte een man met "slappe knieën" noemde. Als we dat even als een beginnersfout terzijde schuiven dan rijst de vraag inmiddels wel of Verbeet wel op haar taak berekend is.
,

08 februari 2007

Het regeeraccoord en het vrije verkeer van informatie


Het regeeraccoord van het christelijk-sociale kabinet Balkenende IV belooft niet veel goeds voor het vrije verkeer van informatie. De PvdA heeft zijn eis laten vallen om volledige openheid te geven over de besluitvorming rond de deelname van Nederland aan de oorlog in Irak. Een slag in het gezicht van de Tweede Kamer die onvoldoende informatie heeft gekregen om haar hoofdtaak, controle van de regering, uit te voeren.
Maar er zijn meer punten in het accoord die vragen oproepen. "Teneinde radicaliserende boodschappen en voorlichting over de middelen van terreur te bestrijden, wordt voorzien in de mogelijkheid om het doorgeven van boodschappen door ‘internet-providers’ te verbieden" lezen we in het hoofdstuk Veiligheid. Wat gaat dat betekenen? Wie bepaalt wat "radicaliserende boodschappen" zijn? Hoe kan men aan dit voornemen uitvoering geven zonder in conflict te komen met de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting?
En dan de cultuurparagraaf. Kunst en cultuur dragen volgens CDA, PvdA en CU bij aan "sociale samenhang en een vitale economie". Een rijk cultureel leven is voorts "essentieel bij het creëren van trots en gemeenschapsgevoel in onze samenleving." Hebben deze partijen ooit gehoord van de vrijheid van de kunst? Wordt de kunstenaar straks de maat gemeten aan de hand van deze ideeën? De spruitjeslucht walmt ons tegemoet. En ook de omroepen en de audiovisuele industrie mogen de borst nat maken. "Er komt een media-educatie en expertisecentrum om kinderen en jongeren, hun ouders en scholen te ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid van media-uitingen." Alsof er op dat gebied al niet genoeg initiatieven zijn. Is hier wel een rol voor de overheid weggelegd? Zijn ouders en opvoeders niet voor hun taak berekend?
Het worden spannende tijden. "Ik is uit, wij is in" schrijft Frank Vermeulen in NRC Handelsblad. Op zich heb ik niets tegen onderlinge solidariteit. Maar als 'wij' gelezen moet worden als 'de overheid' en als de staat vervolgens de individuele autonomie gaat verwaarlozen en de grondwettelijke vrijheden die daarop gebaseerd zijn onder het tapijt schuift dan hoop ik op een stevige oppositie.
,

29 januari 2007

Madonna vrijuit


Madonna wordt niet vervolgd voor godslastering vanwege haar kruisingsact. Het Openbaar Ministerie is van mening dat de zangeres met het optreden kennelijk haar teleurstelling en frustratie heeft trachten te uiten over bepaalde gebeurtenissen in de wereld. Volgens het OM is hierbij geen sprake van verachting voor God. In juridische zin is dit optreden daarom niet te kwalificeren als een strafbaar feit. Verder is het OM van oordeel dat tijdens het optreden van Madonna christenen als groep niet in diskrediet zijn gebracht noch dat hun waardigheid is miskend. Van belediging van christenen als groep is dan ook geen sprake.
De SGP-jongeren hadden na het optreden van Maddona in september een klacht ingediend, daartoe min of meer gestimuleerd door Minister Donner die in antwoord op vragen van de SGP had gezegd dat hij tot zijn spijt het optreden niet kon verhinderen maar dat een klacht achteraf altijd tot de mogelijkheden behoorde. De beslissing van het OM is ook van belang voor het orkest van de Luchtmacht. De SGP heeft zich er onlangs aan geërgerd dat in de nieuwste show van dit orkest, een overheidsinstelling nota bene, een parodie op de kruisingsact van Madonna zit. SGP'er Van der Staaij stelde er vragen over. Hij vond in een van de conclusies van een recent onderzoeksrapport betreffende godslastering een aanknopingspunt. Daarin staat dat er gezien uitspraken van het Europese Hof in Nederland ruimte is om het huidige vervolgingsbeleid te heroverwegen. Deze uitspraak van het OM lijkt hem geen gelijk te geven. Dat heeft op de eerste plaats iets te maken met het feit dat godslastering pas strafbaar is als opzet is bewezen, en dat is sinds de vrijspraak van Gerard Reve in de jaren zestig in het zogenaamde Ezelsproces buitengewoon lastig gebleken. De adviezen die in het onderzoeksrapport staan hebben voorts ook meer betrekking op het haatzaaien tegen minderheden en onverbloemd racisme dan op het kwetsen van religieuze gevoelens door een bepaalde voorstelling van het geloof. Maar we zullen zien wat de nieuwe christelijk-socialistische regering met de adviezen uit het rapport gaat doen.

,

20 januari 2007

Wat is een staatsgeheim?


Meer dan twee jaar na de moord op Theo van Gogh heeft de Tweede Kamer besloten een nieuw onderzoek te doen naar de rol van de Nederlandse veiligheidsdiensten bij deze gebeurtenis. Minister Remkes heeft de Kamer niet kunnen overtuigen met zijn eigen evaluatie. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zei de minister dat de AIVD de moord op Van Gogh niet heeft kunnen voorkomen. De dienst kon Mohammed Bouyeri, die voor de moord tot levenslang is veroordeeld, volgens de minister niet eerder herkennen als moslimextremist. De Kamer miste de zelfkritiek van de minister. De onafhankelijke Commissie van Toezicht op de inlichtingendiensten zal het nieuwe onderzoek uitvoeren.
Of de Commissie de waarheid zal kunnen achterhalen is zeer de vraag. De AIVD is mordicus tegen ook maar de minste openheid over de werkwijze van de inlichtingendienst. Alles wordt tot staatsgeheim verklaard. De dienst is daar volledig vrij in, want nergens is op enige manier vastgelegd wat een staatsgeheim is. Ook de Commissie van Toezicht heeft op dat punt geen enkel aanknopingspunt en zal zich moeten neerleggen bij een definitie die de AIVD zelf hanteert: staatsgeheim is wat wij als staatsgeheim bestempelen. En op die manier zullen de kamerleden nooit een antwoord krijgen op hun vragen.

,

06 januari 2007

Verdonk vangt weer bot


Een jaar geleden schreef ik over de rechtzaak van Rita Verdonk tegen iemand die vlak na de Schipholbrand op de regionale TV in Gelderland een spandoek had laten zien met de tekst: "Reisbureau Rita, arrestatie deportatie crematie adequaat tot het bittere eind". De Arnhemse rechter vond toen geen gronden voor een veroordeling. Het Openbaar Ministerie (OM) ging echter in beroep en afgelopen week werd de uitspraak van de rechtbank nog eens bevestigd. De tekst kan kwetsend genoemd worden, maar een minister moet tegen een stootje kunnen en in de context van de politieke actualiteit van die dagen was dit te beschouwen als een weliswaar harde, maar toch toelaatbare meningsuiting.
De vraag is wat het OM nu eigenlijk wilde met deze rechtzaak. De uitspraak van de rechtbank was al vrij helder en in lijn met gelijksoortige zaken. Eigenlijk was bij voorbaat al duidelijk dat vervolging op niets zou uitlopen. In de politieke context worden dit soort scherpe uitspraken niet snel bestraft. Daarvoor is er bij het Europese Hof op grond van het Europese Handvest voor de Rechten van de Mens ook de nodige jurisprudentie opgebouwd. Wil het OM verandering in deze lijn? Moet de grens van de uitingsvrijheid strakker getrokken worden? Of loopt de Officier van Justitie achter een minister aan die te snel op de teentjes is getrapt? We zullen dat nooit weten, maar het feit dat ergens iemand besloten heeft dat ondanks de eenduidige jurisprudentie het gerechtelijk apparaat opnieuw belast moest worden met deze zaak kan niet anders dan tot de conclusie leiden dat waakzaamheid geboden blijft.

16 december 2006

Slappe knieën


De nieuwe kamervoorzitter Gerdi Verbeet moet nog even wennen. In het debat over de pardonregeling trok ze de touwtjes wel erg strak aan. Nadat de VVD ondanks bezwaren tegen de opschorting van het uitzetten van uitgeprocedeerde asielzoekers toch in het (demissionaire) kabinet bleef zitten "terwille van het landsbelang" nam Geert Wilders zijn vroegere partijgenoten op de korrel. Hij kwalificeerde VVD fractievoorzitter Rutte als iemand met slappe knieën en zonder ruggengraat. Daarop vroeg mevrouw Verbeet haar collega zich te matigen in zijn uitdrukkingen. Hij weigerde dat. En ik zou zeggen terecht.
Op de eerste plaats gaf hij vanuit zijn standpunt een duidelijke toelichting op het verwijt aan de VVD. Maar los daarvan kan men zich afvragen wat de kamervoorzitter bezielt om dergelijke uitdrukkingen te plaatsen buiten de kaders van een normaal Tweede Kamerdebat. Als een kamerlid een opponent die naar zijn mening zwalkt dan wel van weinig durf getuigt niet meer mag aanvallen, waar zijn we dan met het politieke debat? De Kamer heeft zo zijn mores en hecht terecht aan fatsoensnormen. Janmaat werd in 1992 bijvoorbeeld terecht gewezen toen hij zijn vreemdelingenhaat zelfs tijdens het debat over de Bijlmerramp niet kon verbergen. Het debat in het parlement moet een voorbeeld kunnen zijn voor de burgers die het rechtstreeks of via de televisie volgen. Maar het moet wel een vrij politiek debat blijven en politieke meningsverschillen moeten als zodanig zonder beperkingen kunnen worden getoond. De interruptie van de nieuwe kamervoorzitter bij de politiek volkomen terechte kwalificaties van Wilders is bepaald geen goed voorbeeld voor het land. Alsof het onkies is iemand van slapheid te beschuldigen als je daar ook nog eens duidelijk een verklaring voor geeft. We mogen met de kamerleden hopen dat Verbeet in de toekomst meer ruimte laat voor het vrije woord.

,

09 november 2006

Kamp (VVD) blijft tegen openheid inzake Irak


In de VS is Minister van Defensie Rumsfeld afgetreden omdat hij als architect en leidsman van de oorlog in Irak niet langer geloofwaardig is. De democraten wonnen de parlementsverkiezingen en dat is opgevat als een teken dat het Irak-beleid gewijzigd moet worden. Onderzoeksjournalist Bob Woodward leverde een belangrijke bijdrage aan de stemming met zijn boek State of Denial. Rumsfeld bleef de oorlog verdedigen tegen de feiten in. Ook het hardnekkige vermoeden van manipulatie van vertrouwelijke inlichtingen voorafgaande aan de invasie deed afbreuk aan de geloofwaardigheid van de minister. "Donald Rumsfeld sent our loved ones off to a war based on lies", zegt Nancy Lessin uit Boston, Massachusetts, van de organisatie Military Families Speak. De democraten gaan dit met hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden nu allemaal uitzoeken, schrijft de NRC.
In Nederland verklaarde Minister Kamp van Defensie in het TV-programma "Pauw en Witteman" dat hij zich blijft verzetten tegen een al eerder door Kamerleden gevraagd onderzoek naar de juistheid van de informatie op grond waarvan de Nederlandse regering besloot mee te doen aan de oorlog in Irak. Zijn argument is dat hierdoor de positie van de inlichtingendiensten geschaad kan worden. En dan gaat het niet alleen om de Nederlandse, maar ook om de Engelse en Amerikaanse diensten. Kamp wil hen niet lastigvallen met vragen die het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden straks wel gaat stellen. Kamp maakt het daardoor niet mogelijk dat de Nederlandse kiezer zich een goed beeld kan vormen om de regering Balkenende te beoordelen op een van zijn meest cruciale besluiten: Nederlandse soldaten naar een oorlog sturen. En gaat het daar niet om bij de a.s. verkiezingen: dat we de regering kunnen "afrekenen" op haar daden? Hoe kunnen we dat doen als we niet over essentiële informatie beschikken? Het verbaast me dat de oppositie Kamp niet onmiddellijk met dit punt heeft geconfronteerd. Hier valt naar mijn mening nog wel wat te leren van de Amerikanen .

,

05 november 2006

Het vrije woord in de verkiezingstijd


Vorige maand organiseerde de Amsterdamse vereniging voor studenten in de politicologie Machiavelli een debat met twee extremistische partijen: de Pedofielenpartij PVDN en Nieuw Rechts van Michiel Smit. Nadat de laatste kort tevoren bij een optreden was bedreigd en er ook voor dit debat ordeverstoringen waren aangekondigd heeft de vereniging het zekere voor het onzekere genomen en het debat afgelast. Met grote spijt, zegt het bestuur, "omdat bepaalde groeperingen, die als reguliere bezoeker welkom waren, het debat dat een van de pijlers van de vrije meningsuiting is niet respecteren en hiermee de kern van onze democratie schade toe brengen."

Dat de studenten het risico niet genomen hebben is begrijpelijk. Maar wat deed de universiteit, en wat deed de gemeente om het vrije debat te beschermen? Heeft de universiteit geen missie om een vrije, ongestoorde uitwisseling van meningen mogelijk te maken? Heeft de gemeente geen taak in de bescherming van het vrije woord en het tegengaan van geweld? En wat zouden de autoriteiten gedaan hebben bij een debat tussen Bos en Balkenende als 'bepaalde groeperingen' vantevoren hadden gedreigd met rotzooi trappen, mogelijk met geweld? Dit is geen onbelangrijke vraag. De kern van het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting is nu juist dat iedereen het recht heeft vrijuit te spreken, ongeacht wat hij te zeggen heeft (behoudens zijn verantwoordelijkheid voor de wet). En ongeacht welke positie hij bekleedt (zie artikel 1 van de grondwet). Daar hoort de overheid voor te zorgen in een rechtstaat. En daar mag een universiteit, en zeker de politieke faculteit van de universiteit van Amsterdam, ook wel wat voor over hebben.

Consequent opkomen voor de vrijheid van meningsuiting blijft een opgave. Veel Nederlanders hadden het liefst de Pedofielenpartij meteen verboden, alleen vanwege hun abjecte standpunten. Een meerderheid van de Nederlanders vindt dat een partij die toepassing van het islamitisch recht bepleit alleen al vanweg dit pleidooi verboden moet worden. En Michiel Smit, die geen kans heeft gekregen het woord te voeren in Amsterdam heeft het er ook moeilijk mee. Op zijn nieuwe website (de oude is door de provider afgesloten) zegt hij op de ene pagina: "als we de ene mening beter vinden dan de andere dan zijn we op weg naar een dictatuur". En op de andere pagina schrijft hij: "Het is niet de allochtoon die de dienst uitmaakt. De dienst wordt uitgemaakt door de dominante cultuur. De Nederlandse." Ergo: met Smit gaan we op weg naar een dictatuur. Helaas kunnen we Smit niet met deze inconsequentie confronteren in een publiek debat.
,

21 oktober 2006

De vrijheid van de kunstenaar


De Rotterdamse deelgemeente Charlois heeft drie kunstenaars die deelnemen aan een atelierroute verzocht hun kunstwerken aan te passen omdat die te provocerend zouden zijn. Een van kunstwerken, van Jonas Staal, bestond uit portretten van onder andere Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Jan Peter Balkenende en Marco Pastors, omgeven door bloemen en kaarsjes (foto). Ook een kunstwerk van Chrissy Meijns, een Nederlandse vlag met het woord 'jihad' werd als aanstootgevend beschouwd. "Dit is niet het moment om te shockeren" verklaart deelraadvoorzitter Lokhorst het verzoek. De kunstenaars hebben de aanstootgevende delen van hun kunstwerken afgeplakt om het effect van censuur te laten zien.
Wanneer zou men wel kunnen shockeren? Vrij Nederland van deze week laat een aantal cabaretiers aan het woord over hun eigen grenzen. In de afgelopen jaren zijn ze allemaal ver gegaan in het shockeren van hun publiek. Maar ook zij denken na over hun grenzen na de vele haatdragende reacties die zij op hun grappen hebben gekregen. Er zijn wel verschillen. André Manuel, die met zijn banale, racistische en vrouwonvriendelijke grappen provoceren tot zijn levensdoel heeft verheven, zegt dat hij er in zijn nieuwe programma voor heeft gekozen om niet als zichzelf, maar als een verzonnen personage op het podium te staan "omdat je dan nog verder kunt gaan". Theo Maaasen zegt een grove grap over hoofddoekjes zorgvuldig in te bedden in een conference met een "reflectief, bijna moraliserend einde". De Turkse Nilgün Yerli, die met haar allochtone typetjes eigenlijk nog de braafste was, is er mee gestopt. Niet vanwege haar shows, maar vanwege de haatdragende mails die ze kreeg op haar columns in Het Parool. Het is wel duidelijk dat er een groot verschil is tussen grappen op het podium voor een beperkt publiek dat een bewuste keuze heeft gemaakt om zich te laten shockeren en grappen die zwart op wit nietsvermoedende krantenlezers onder ogen komen. Zo hebben Nederlandse cartoonisten begin dit jaar bekend dat zij na de affaire met de Deense cartoons over Mohammed voorzichtiger geworden zijn met grappen over de profeet.
Bij het bepalen van de grenzen van de uitingsvrijheid moet dus ook het medium worden betrokken. Daarom is de ingreep van de Rotterdamse deelgemeente in de atelierroute ook discutabel. Wie kunst opzoekt weet dat hij het risico loopt geschokt te worden. Confrontatie is een kenmerk van kunst. Zowel beeldend kunstenaars als theatermakers moeten in de context van de kunst zelf geen beperkingen worden opgelegd. En zij mogen op dit punt van de overheid bescherming verwachten, en geen controle. Een overheid die de vrijheid van de kunst ondergeschikt maakt aan het afkopen van angst voor onrust is absoluut op de verkeerde weg. Het is een teken aan de wand dat kunstenaars zelf aandacht moeten vragen voor hun uitingsvrijheid. De filmer Eddie Terstall en de cabaretiers Hans Teeuwen en Diederik Ebbinge publiceerden vorige maand in Trouw een manifest waarin ze de politici opriepen om de vrijheid van meningsuiting te respecteren.We mogen nooit de indruk wekken dat de vrijheid van meningsuiting onderhandelbaar is, schreven ze. CDA politicus van Haersma Buma was niet onder de indruk. Hij miskent daarbij impliciet de vrije ruimte voor de kunstenaar. „We hebben informele gedragsregels in dit land. Essentieel is dat je rekening houdt met hoe je woorden door anderen worden ervaren. Met zo’n manifest riskeer je vooral dat aan deze informele fatsoensregels wordt getornd. Dat zou pas onwenselijk zijn.” Dat is mooi gezegd, maar wat ik nog onwenselijker vind is dat kunst, die zich als zodanig presenteert aan degene die er uit vrije wil kennis van wil nemen, ingesnoerd wordt in deze informele fatsoensregels. Dat is toch min of meer het einde van de kunst.

29 september 2006

Turkse kandidaten houden hun eigen mening


Het CDA heeft twee Turkse kandidaten van de lijst gehaald omdat ze ondanks eerdere verklaringen toch bleven vasthouden aan het Turkse standpunt over de volkerenmoord die in 1915 op de Armeniërs heeft plaatsgevonden. Volgens Turkije heeft er geen genocide plaatsgevonden. En Tonca en Elmaci, die aangezocht waren voor een plaats op de kandidatenlijst van het CDA, hebben er nooit een geheim van gemaakt dat zij dit standpunt deelden. Vorige week echter verklaarden ze na een gesprek met CDA-voorzitter Bijsterveldt dat ze het CDA-standpunt (er was wél sprake van genocide) onderschreven. Maar deze week blijkt uit een Turkse krant dat ze dat helemaal niet doen. Het dreigement van een Turkse nationalistische aanklager dat hij er een zaak van zou maken heeft daarbij waarschijnlijk een rol gespeeld. Ze zeggen nu voor altijd bij het standpunt te blijven dat er geen genocide heeft plaatsgevonden. Ook de PvdA heeft iemand van Turkse afkomst van de lijst gehaald vanwege het standpunt over de volkerenmoord op de Armeniërs. Erdinc Sacan, die een massamoord nooit glashard heeft ontkend, vindt dat hij bij gebrek aan kennis over deze zaak niet tot een finaal oordeel kan komen. En volgens hem is dat precies hetzelfde standpunt als dat van de nr. 2 op de PvdA-kandidatenlijst, Albayrak. Pikant is dat juist deze week het Europese Parlement de erkenning van de genocide niet meer als voorwaarde ziet voor de toetreding van Turkije tot de EU.
Wat rechtvaardigt een dergelijke beperking van de vrije meningsuiting voor deze Turkse kamerkandidaten? Het is duidelijk dat de Turken op dit punt tussen twee vuren zitten. Elke keuze die ze maken levert hen verlies op.
Ze zijn opgegroeid met de Turkse nationalistische visie waarin sprake is van een conflict waarin aan beide kanten mensen sneuvelden. Volledige ontkenning of zelfs omdraaiing van deze visie doet hen van hun land, familie en tradities vervreemden. Er aan vasthouden betekent dat ze in de ogen van veel Nederlanders niet geslaagd zijn voor de integratietoets.
Waarom zouden CDA en PvdA hun mening niet kunnen respecteren? Gaat het er om fractiediscipline op voorhand af te dwingen? Het is toch wel eerder voorgekomen dat leden van de Tweede Kamer, die overigens op persoonlijke titel gekozen worden, een voorbehoud maken ten aanzien van een bepaald punt uit het programma van hun partij. Gaat het er om compassie te tonen met de nabestaanden van de Armeniërs die zijn omgekomen? Het initiatiefwetsontwerp van de ChristenUnie om ontkenning van genocide strafbaar te stellen is volgens indienster Huizinga vooral voortgekomen uit dit motief. De Armeense massamoord uit 1915 is nog steeds haar grote voorbeeld. Maar juristen twijfelen aan de haalbaarheid van zo'n wet. De geschiedenis kent altijd vele lezingen. De rechter zal niet graag op de stoel van de historicus gaan zitten. En kan het al dan niet tonen van compassie strafbaar gesteld worden?
Of is het besluit van de politieke partijen vooral ingegeven door angst? Angst voor de Nederlandse kiezer die in het spoor van de politieke meerderheid van de laatste jaren van allochtonen volledige aanpassing eist. Taal, normen en waarden, en ook lezingen van de geschiedenis. Pas je aan, vergeet je land van herkomst, neem onze visie op de geschiedenis helemaal over. En laat ons niets meer horen uit je land van herkomst, op straffe van uitsluiting. Officieel heet het integratie, in werkelijkheid is het assimilatie. Hoe valt deze dwang tot het veranderen van een standpunt te rijmen met de zo hoog geprezen vrijheid van meningsuiting in Nederland. Die vraag zou ik wel eens aan het CDA en de PvdA willen voorleggen.

Foto: herdenking van de genocide in een Armeense katholieke kerk, bron:
fred.bouaissi.org/

,

18 september 2006

Donner, het CDA en de anti-islamreflex


Het was een ongelukkig voorbeeld. Daarover is iedereen het eens. Minister van Justitie Donner getuigde van zijn onvoorwaardelijk trouw aan de formele democratische regels die bepalen dat een grondwetswijziging met tweederde meerderheid moet worden aangenomen met een extreem, puur theoretische voorbeeld. Stel dat tweederde van de bevolking de islamitische wetten, de sharia, wil invoeren in Nederland, dan moet dat kunnen, zei hij in een interview voor het boek "Land van haat en nijd". Achteraf, zo liet hij de Tweede Kamer weten, had hij het hier niet bij moeten laten. Hij had er aan toe moeten voegen dat ook hij meent dat de beginselen van de sharia niet in overeenstemming zijn met onze rechtstaat en dat hij het dus niet zover zou willen laten komen. Maar in het interview ging het niet over de sharia maar over de grondwet. En, zo vroeg hij de kamerleden, "is het noemen van de grondwettelijke mogelijkheid het pleiten voor die mogelijkheid of het daarin berusten? Nee. Aanvaardt de minister van Justitie die mogelijkheid? Nee. "
Maar inmiddels was het misverstand bij de bevolking gerezen. En het misverstand leidde tot nog meer misverstanden toen het CDA in de Tweede Kamer het debat omboog naar het verbod op partijen die de beginselen van de rechtstaat niet onderschrijven en openlijk laten weten dat zij er andere opvattingen op na houden over de rechtstaat en de grondrechten van burgers. Eerder had het CDA al een poging gedaan om steun te krijgen voor dit idee. Ook dit keer hielden de meeste kamerleden (en ook CDA-Minister Donner namens de regering) de rug recht voor het principe van de vrije gedachte, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om zich te organiseren. Buiten de kamer is de stemming echter meer op de hand van het CDA. Maurice de Hond kreeg 55% positieve antwoorden op de vraag: Vindt u dat politieke partijen die in Nederland aan de verkiezingen meedoen en die de islamitische wetgeving willen invoeren verboden moeten worden? Een meerderheid gaat dus bij voorbaat het debat uit de weg. En die meerderheid heeft er dus kennelijk ook weinig vertrouwen in dat zo'n partij er met succes van kan worden weerhouden om een zodanig overwicht te krijgen dat uiteindelijk een ondemocratische wetgeving doorgevoerd kan worden. Is dit angst? Vreemdelingenhaat? Een domme anti-islamreflex? Niet goed nadenken? Eens te meer wordt duidelijk dat er niets vanzelfsprekends is aan onze grondrechten. En vooral dat het niet vanzelfsprekend is dat degene die de rechten voor zichzelf claimt deze ook vrijmoedig aan anderen gunt.
Een partij alleen op ideeën verbieden is strijdig met de grondrechten in onze rechtstaat. Fraude of gebruik van geweld kan in bepaalde gevallen een grond zijn voor een verbod. Maar het past niet in een democratie om mensen bij voorbaat de mogelijkheid te ontnemen om stemmen te vergaren voor hun ideeën enkel vanwege het feit dat die ideeën een meerderheid niet aanstaan. Ook al zijn het nog zo gevaarlijke ideeën. Een samenleving waar je niet vrij bent om gedachten te koesteren, deze met anderen te delen en verspreiden: wie wil daar wonen? Er zal in Nederland nooit een meerderheid ontstaan voor invoering van islamitische wetgeving. Maar het is juist vanwege de reden waarom we dat niet willen, dat we het opkomen voor dergelijke ideeën niet bij voorbaat de kop in mogen drukken.
,

11 september 2006

Wilders helpt radicale moslims


De Pakistaanse moslimgeestelijke Mohammed Anas Noorani Siddiqui preekte zondag in de Taibah moskee in Amsterdam over liefde en vrede. ,,Islam is een religie die zegt; hou van iedereen. Alle moslims over de hele wereld moeten vriendelijk zijn tegen anderen'', zei de geestelijk leider. De verzamelde pers en de aanwezige AIVD-agenten hoorden het met verbazing aan, ze hadden een geheel andere boodschap verwacht. Want volgens Geert Wilders hebben we hier te maken met een gevaarlijke, radicale ophitser. "Het is ongelooflijk dat deze man hier zomaar een spreekgestoelte krijgt". Hij nam vorige week het initiatief voor een debat in de Tweede Kamer. Noorani had volgens Wilders ten onrechte een visum gekregen. Zijn vader en voorganger in de beweging World Islamic Mission heulde ooit met Osama Bin Laden. Wilders vroeg de regering alsnog Siddiqui's visum in te trekken. Hij kreeg voor dat idee geen meerderheid achter zich maar nam in het debat andere partijen wel op sleeptouw in het "islam bashing". Dit soort lieden hoort hier niet thuis, aldus Bert Koenders (PvdA).Alle alarmbellen hadden moeten gaan rinkelen toen deze man een visum aanvroeg, vond Boris Dittrich (D66). De regering vond op gezag van de AIVD dat er geen termen aanwezig waren om Noorani een visum te weigeren. Maar Donner verzekerde de Kamer dat hij nauwlettend in de gaten zou worden gehouden.
De Volkskrant schrijft dat de Pakistaanse fundamentalist net als zijn geestverwanten het risico niet zal nemen om in het openbaar radicale, mogelijk strafbare uitspraken te doen. Vorig jaar was er ook al deining rond Noorani naar aanleiding van preken met haatzaaiende uitspraken tegen meer gematigde moslims. Een groep van deze moslims verloor zijn moskee aan de beweging van Noorani. En moet nu met pijn constateren dat hij opnieuw in Nederland vrij spel krijgt.
De aanhangers van Noorani zien in de ophef van de politici vooral verkiezingslawaai. Wat betreft Wilders is dat waarschijnlijk niet onjuist. Zijn actie kan echter ook gemakkelijk leiden tot een averechts effect. Het verhinderen van een preek van een populaire geestelijke zal door veel moslims na alles wat er de laatste vijf jaar is gebeurd worden opgevat als een onacceptabele schending van de vrijheid van meningsuiting en van de vrijheid van godsdienst. Zoiets leidt alleen maar tot meer radicalisering. Dat Wilders dat niet ziet kan ik nog wel begrijpen, maar dat de rest van de Kamer hierin meegaat is buitengewoon verontrustend.
,

07 september 2006

Geheime gevangenissen en een oncontroleerbare bewijsvoering


Vandaag gaf Bush dan eindelijk toe dat de CIA buiten de VS geheime gevangenissen heeft voor het ondervragen van terreurverdachten. Vanwege het vermoeden dat deze gevangenissen zich in een Oost-Europees land bevinden hebben zowel de Raad van Europa als het Europese Parlement onderzoekscommissies aan het werk gezet om na te gaan wat er precies aan de hand is. Bush zweeg tot nu toe. Zijn Europese collega-regeringsleiders zeiden van niets te weten. Nu vindt Bot het "jammer" dat hij niet eerder op de hoogte is gesteld. Farah Karimi (GroenLinks) is verbijsterd: "In deze geheime gevangenissen zijn mensen onrechtmatig vastgehouden en gemarteld, van de aardbodem verdwenen. De VS heeft mensenrechten en internationale verdragen geschonden, terwijl Europa en de rest van de wereld daar heftig tegen protesteerden. De VS trok zich er niets van aan. En onze minister van Buitenlandse Zaken vindt het 'jammer'." De vicevoorzitter van de onderzoekscommissie van het Europese Parlement, Sarah Ludford, zei vandaag dat Bush’ erkenning „niet alleen zijn eigen eerdere leugens blootlegt. Hij bespot ook de arrogante Europese regeringsleiders die onze zorgen hierover verwierpen.”
Op het gebied van terrorismebestrijding is de openbaarheid van bestuur nogal beperkt, zo niet totaal afwezig. Daar kan men begrip voor hebben als het verstrekken van informatie het voornaamste doel, het voorkomen van terroristische misdrijven, in gevaar kan brengen. Of het toegeven van het bestaan van de gevangenissen dat gevolg zou hebben gehad kan worden betwijfeld. Maar in dit geval gaat het eigenlijk om iets anders. Er is hier sprake van het toedekken van illegaal handelen van de overheid. Dat is wel iets meer dan 'jammer', het is volstrekt onaanvaardbaar in een rechtstaat. De overheid moet zich niet alleen zelf aan de wet houden, ze moet zich te allen tijde over haar handelen kunnen verantwoorden.

In Nederland is bij de rechtspraak ook een grens overschreden waarbij naar mijn mening de grondslagen van de rechtstaat worden genegeerd. Ook hier is de context de terrorismebestrijding. Een paar jaar geleden strandde een rechtzaak tegen een vermeende terrorist op het feit dat de rechters informatie van de AIVD niet accepteerden omdat deze informatie geheim was en oncontroleerbaar. Nu heeft de Hoge Raad in een cassatieprocedure van de strafzaak tegen de Hofstadgroep waarin deze informatie wel is gebruikt het oordeel uitgesproken dat dit rechtmatig is. De uitspraak is in overeenstemming met een wetsontwerp dat nog door de Eerste Kamer behandeld moet worden. Het is nu dus in Nederland mogelijk dat iemand wordt veroordeeld op basis van geheime informatie. Mr. A. Oosterveen, raadsman van een van de verdachten, noemde in de NRC de uitspraak bijzonder. Omdat de AIVD zich vaak beroept op vertrouwelijkheid en de aangeleverde informatie niet toelicht, is het ondoenlijk de betrouwbaarheid ervan te toetsen. In het proces tegen zijn cliënt leverde de dienst ongeveer tien belastende taps. De ontlastende taps levert de dienst niet, aldus de raadsman.
Maar zo makkelijk gaat dat dus. De principes van een open en eerlijke procesgang in de rechtspraak die in een democratische rechtstaat normaal geacht mogen worden blijken bij zwaar weer toch minder stevig dan gedacht.

,

19 augustus 2006

Madonna aan het kruis


Popster Madonna draagt in haar nieuwe show Confessions een doornenkroon en hangt aan het kruis terwijl ze 'Live to tell' zingt. In diverse plaatsen heeft deze scène in het optreden van de zich katholiek noemende zangeres tot protesten geleid. In Rome sprak kardinaal Tonini al over excommuniceren. In Nederland, waar Madonna begin september in de Amsterdamse Arena gaat optreden, hebben de SGP-jongeren Minister van Justitie Donner verzocht om maatregelen. SGP-kamerleden hebben het verzoek ondersteund met kamervragen. "Dit raakt het kernbelijden van ons geloof, dit is zo grof dat je gewoon aan de bel moet trekken, zelfs al zullen de kaarten voor het concert daardoor beter verkopen" zegt jongerenvoorzitter Kloosterman in het Reformatorisch Dagblad. De organisatoren van het concert krijgen veel boze e-mails. Ze antwoorden dat mensen het concert natuurlijk niet hoeven te gaan zien.
Justitie merkt op dat er vooraf niets verboden kan worden. Dat weten de SGP-kamerleden ook donders goed. Hun kamervragen zijn daarom bij voorbaat overbodig. Vorig jaar heeft de staatssecretaris voor mediazaken Van der Laan een gelijksoortig verzoek om ingrijpen naar aanleiding van het RVU-televisieprogramma "God bestaat niet" al negatief beatwoord. "Waar u in uw vraag om verzoekt" schreef Van der Laan, mede namens Donner, "is het op voorhand belemmeren dan wel verbieden van een programma en is daarmee een vorm van censuur. " De Gemeente Amsterdam die de vergunning heeft verleend zou wel vooraf in kunnen grijpen (b.v. wegens verwachte verstoring van de openbare orde) maar dat is niet waarschijnlijk.
De SGP-jongeren overwegen in elk geval achteraf aangifte te doen wegens godslastering. Maar of die aangifte dan tot een zaak zal leiden is zeer de vraag. Er ligt bij het arrondissementsparket in Amsterdam sinds vorig jaar juni een aangifte van de Bond tegen het Vloeken vanwege de RVU-televisieserie God bestaat niet (zie dit blog 9 juni 2005) Bij een recente navraag naar de vordering van deze zaak bleek dat het OM nog steeds geen beslissing heeft genomen om al dan niet tot vervolging over te gaan.
Het wetsartikel dat smalende godslastering verbiedt (147.1 Sr) is een moeilijk geval. Sinds de invoering van het artikel in de jaren twintig van de vorige eeuw door de grootvader van de huidige Minister van Justitie zijn vijf mensen er voor veroordeeld. Het belangrijkste proces was dat tegen de schrijver Van het Reve in de jaren zestig die God voorstelde als een ezel met wie hij graag gemeenschap zou hebben. Van het Reve werd vrijgesproken nadat hij had betoogd dat wat hij schreef slechts voortkwam uit zijn liefde voor God. Een soort geloofsbelijdenis dus. Madonna kan zich waarschijnlijk goed bij dit voorbeeld aansluiten, mocht het ooit tot een proces komen. Maar zover zal het waarschijnlijk niet komen. Direct na het 'ezelsproces' tegen Van het Reve is al door verschillende juristen geopperd om dit godslasteringsartikel te schrappen wegens de onmogelijkheid het toe te passen zonder zich een oordeel te vormen over de geloofsbeleving van mensen. De Nederlandse rechter zal daarin niet willen treden. In de letterlijke zin is godslastering verder alleen denkbaar als we uitgaan van het bestaan van God. Ook dat is geen premisse voor een seculiere rechtspraak, hoe graag de SGP-jongeren dit wel zouden willen.
Een ander artikel waar de principiële christenen zich op zouden kunnen beroepen is 137c Sr dat het opzettelijk in het openbaar beledigen van een groep op grond van (onder meer) religie strafbaar stelt. Maar ook daar zitten tal van haken en ogen aan (wil Madonna de gelovigen opzettelijk kwetsen, is de Arena openbaar?). En alleen het subjectieve gevoel van de gekwetsten mag geen reden zijn om een bepaalde uiting te bestraffen. Het probleem met orthodox gelovigen is echter dat zij hun eigen subjectieve gevoelens als maat hanteren voor alle publieke uitingen van wie dan ook. En daarmee verraden ze dat ze de grondwettelijke uitingsvrijheid feitelijk niet erkennen.
,

08 juli 2006

Freedom of expression on the internet


Onder deze kop nam het Europese Parlement donderdag j.l. een resolutie aan tegen censuurmaatregelen van regeringen in een groot aantal landen die de vrije toegang tot het internet voor hun burgers beperken en tegen bedrijven Google, Yahoo, Microsoft, CISCO-systems, Telecom Italia en Wanadoo die daar aan meewerken. Het EP roept de Europese Commissie en de Europese Raad op om actie te ondernemen tegen het gevangen houden van burgers uitsluitend vanwege hun communicatie via het internet. Inmiddels zitten daarvoor 61 mensen vast, waarvan 51 in China. Voor een van hen, Shi Tao, voert Amnesty International actie op de website irrepressible.info . Verder vraagt het EP om een gedragscode voor IT-bedrijven en stelt ze de voorwaarde van vrij internet verkeer bij ontwikkelingshulp van de EU.
De Europarlementariërs zouden er goed aan doen hun collega's in de nationale parlementen te vragen een gelijkgestemde resolutie aan te nemen én regeringen van afzonderlijke EU-landen ook aan de voorgestelde maatregelen te houden. De handel met China, maar vooral de in 2008 in Peking te houden Olympische Spelen bieden daarvoor uitstekende kansen. Actie op dit punt heeft tevens betekenis voor de EU-landen zelf. In Nederland en in andere Europese landen is een aantasting van de uitingsvrijheid op het internet bepaald niet ondenkbaar. In de strijd tegen het terrorismegaan overheden heel ver. Geheime diensten mengen zich in het informatieverkeer, radicale geluiden uit de islamitische hoek worden verboden of geweerd. Donner haalde zonder veel problemen islamitische satellietzenders uit de lucht. Zal hij het internet ongemoeid laten of - als hij de kans krijgt- ook bij dit medium ingrijpen in het vrije verkeer van informatie? Laten we hem betrekken bij de actie van het EP, zou ik zeggen. Des te makkelijker zal het zijn hem op zijn eigen daden aan te spreken als dat nodig is.

De actiesite Irrepressible verzoekt ook om verspreiding van teksten zoals deze:

Somebody doesn't want people to read this:

“… استقبل العاهل السعودي الملك عبدالله بن عبدالعزيز …”

This is an excerpt from: http://www.elaph.com/ The site belongs to Elaph, and has been censored in Syria. Syrian news site



,

22 juni 2006

De academische vrijheid onder druk


De rector magnificus van de Utrechts Universiteit heeft bij een van zijn hoogleraren sterke aandrang uitgeoefend om enkele passages in zijn afscheidsrede te schrappen. Het ging met name om de stelling dat de islamitische wereld de fakkel van de jodenhaat van de nazi's heeft overgenomen. En om de weinig diplomatieke kwalificaties die de hoogleraar in dit verband gebruikte voor Dries van Agt en Gretta Duisenberg, twee propagandisten voor de Palestijnse zaak. De hoogleraar, de theoloog Pieter van der Horst voldeed onder protest aan het verzoek, maar heeft achteraf zijn bezwaren luid en duidelijk publiek gemaakt. Verschillende versies van zijn afscheidsrede zijn eveneens gepubliceerd.
De NRC vond de rector bang. Enkele collega's meenden dat het om een terechte ingreep ging vanwege de strijdigheid van de afscheidsrede met de academische mores, de smadelijke bejegening van mensen met een grote reputatie, de generaliseringen en de onterechte historische vergelijkingen in het betoog. Maar Van der Horst vond in antwoord daarop dat de rector wel degelijk uit angst voor reacties uit islamitische hoek een onaanvaardbare inbreuk op zijn academische vrijheid had gemaakt.
De stellingname van Van der Horst is niet nieuw, de jodenhaat in de arabische wereld ook niet. De woordkeuze van de hoogleraar vind ik op sommige plekken weinig academisch, het betwiste deel is meer een politiek verhaal dat Wilders niet zou misstaan (hij stelde dan ook onmiddellijk kamervragen). Maar los van deze inhoud vraag ik me af of de rector het niet wat handiger had kunnen aanpakken. Vooraf ingrijpen getuigt niet van respect voor de vrijheid van meningsuiting. Ik ben het met Van der Horst eens dat achteraf distantiëren een betere keuze was geweest. Het had de universiteit een hoop onnodige commotie bespaard.

,

08 juni 2006

Columnist slachtoffer van ruzie tussen gelovigen


Religieus dogmatisme zet de uitingsvrijheid nogal eens onder druk. Op Goeree Overflakkee (foto) is de columnist van een streekblad na dreigementen ontslagen vanwege zijn commentaar op kerkelijke zaken. Onder het pseudoniem Abel den Denker dreef de columnist de spot met conflicten die zich op Goeree Overflakkee voordoen sinds de kerkfusie die tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) leidde. Veel gelovigen op het eiland hebben zich van de PKN afgescheiden. Die bezwaarden liggen in scheuring met familieleden, en er zijn rechtszaken over de bezittingen van de verdeelde kerken. De hoofdredacteur riep na dreigementen aan het adres van de krant tevergeefs de hulp in van de politie. "Als ik weet wie die columnist is, dan kill ik hem" zei de plaatselijke politieagent toen aangifte werd gedaan. De PvdA heeft vragen gesteld over de persvrijheid op het Zuid-Hollanse eiland (NRC).
Een dorpsrel? Vorige week woonde ik een discussie bij in de Haagse Hogeschool over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Aanleiding was de commotie over de Deense cartoons. De discussie was georganiseerd door een afdeling van Amnesty in samenwerking met de internationale studentenvereniging van de school. Er waren veel allochtone studenten. Een moslima reageerde furieus op inleidster Fatma Koser Kaya (Tweede-Kamerlid voor D66). Zij zag in de islam wereldwijd veel diversiteit en voldoende ruimte voor verschillende opvattingen. Er zijn rekkelijken en preciezen, ook onder moslims. Als voorbeeld van een rekkelijke opvatting noemde Koser Kaya de vrouwelijke imam die ze in Turkije had gesproken. De moslima had daar een duidelijk standpunt over: dit is geen mening maar een verkeerde interpretatie van de islam. En, zo bevestigde een andere student mij in de pauze, die ligt nu eenmaal vast. De islam kan geen onderwerp zijn van vrije oordeelsvorming en meningsuiting.
Godsdienst uitsluiten van het recht op vrije meningsuiting komt nog steeds vaak voor. En niet alleen bij dogmatische islamieten. Het is geen kenmerk van een bepaalde godsdienst, maar van een bepaalde interpretatie van godsdienst. Godsdienst dient in deze interpretatie als instrument om mensen in het gareel te houden, godsdienst wordt gebruikt als machtsmiddel. En dat middel wordt in de dorpspolitiek net zo makkelijk toegepast als in de internationale verhoudingen.
,

Pedofielenpartij testcase voor vrijheid van meningsuiting


Pedofilie wekt nog steeds grote beroering in Nederland. Het oprichten van een partij die pedofielen meer ruimte wil geven is dan ook bij voorbaat pure provocatie. Het hoeft niemand te verbazen dat er onmiddellijk stemmen op gingen om de partij te verbieden (Wilders, de LPF). Een van de initiatiefnemers, die op een camping bivakkeerde, is met geweld bedreigd. Hij is inmiddels met onbekende bestemming vertrokken. De campinghouder toonde begrip voor de dreigementen en wil "een gesprek" als hij terug mocht willen komen. "In de overeenkomst staat dat de plek op het park voor recreatieve doeleinden is bestemd. Daar vallen zijn activiteiten niet onder", aldus de woordvoerder op nu.nl. Inmiddels tekenden meer dan 30.000 mensen een online petitie en is er voor a.s. zaterdag een demonstratie aangekondigd. Internetprovider Media Design sluit volgens RTL-nieuws de site van de nieuwe partij.
En intussen roept iedereen overal op het internet en in de ingezonden brieven rubrieken dat "dit echt niet kan". Het is een interessante case vanuit het gezichtspunt van de vraag waar de grenzen van de vrijheid van meningsuiting liggen. Mogen walgelijke gedachten ook geuit worden? Voltaire (foto) heeft ooit gezegd "Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen". Een van de ingezonden brievenschrijvers in Metro vond dat hier geen sprake was van een mening die door grondrechten beschermd zou moeten worden. Het opkomen voor pedofielen is gewoon gevaarlijk en moet dus verboden worden. Punt uit. Een duidelijk standpunt, maar ook een gevaarlijk standpunt. Wie de vrijheid van meningsuiting serieus neemt moet net als Voltaire juist bij het afwijkende, hoe walgelijk ook, zijn rug recht weten te houden. De wet stelt grenzen, niet veel, maar ze zijn er wel. Een van de grenzen betreft kinderporno. De reden voor het verbod op het verspreiden en bezitten van kinderporno is het feit dat voor dit materiaal kinderen misbruikt worden. Het misbruik van kinderen is strafbaar, daar gaat het om. De opvattingen van een uiterst kleine minderheid over dit onderwerp moet je echter niet willen verbieden. Dat raakt aan het wezen van de vrijheid van meningsuiting en de democratie. Verontrustend is dat in allerlei polls die nu op het web gehouden worden slechts een minderheid dit standpunt deelt.
,

05 mei 2006

Herdenken


Vandaag bevrijdingsdag. Eergisteren dag van de persvrijheid. Tijd om even stil te staan bij de vrijheid van meningsuiting. Volgens het amerikaanse Freedom House leeft slechts 17% van de wereldbevolking in landen waar media zonder bemoeienis hun werk kunnen doen. Het amerikaanse Comité voor de persvrijheid heeft een lijst gepubliceerd met de top tien van landen met de meeste censuur. De criteria daarvoor zijn: staatseigendom van de media, gereguleerde censuur, geweld van de staat jegens journalisten, gevangenisstraffen voor journalisten, hinderen van journalisten, het hinderen van buitenlandse nieuwszenders en restricties op het internetgebruik. De lijst wordt aangevoerd door Noord-Korea, verder zijn alle door Bush als "schurkenstaten" betitelde landen present. Irak staat er niet op. Dit is het land waar de meeste journalisten om het leven kwamen in de afgelopen jaren. China hoort ook niet bij deze top tien ondanks de knieval van Google voor het regiem.
Nederland is met andere westerse landen, schat ik, een oase van persvrijheid. Dat betekent nog niet dat journalisten alles zo maar kunnen publiceren. De eigenaren van het failliete vleesverwerkingsbedrijf Benedik (zie mijn vorige bericht) eisen van het dagblad De Limburger onmiddellijk honderdduizend euro wegens schending van het eerder opgelegde publicatieverbod. Vorige week verbood de rechbank in Maastricht, op nogal dubieuze gronden, het blad vier artikelen te publiceren. En ook over het kort geding waarin dat werd bepaald mocht niets worden geschreven. De journalist en zijn hoofdredacteur spraken er over in het programma De Leugen Regeert. En ze publiceerden een nieuw artikel, volgens hoofdredacteur Driessen, gebaseerd op nieuwe informatie. Dat kon de advocaat van Benedik niet over zijn kant laten gaan natuurlijk. De Limburger is niet van plan te gaan betalen (NRC 3 mei).
PvdA-kamerlid Dijsselbloem trok zich vorige week ook niets aan van de geheimhouding die hem was opgelegd bij een rapport van de IND. Wat hij in dat rapport las was namelijk in flagrante strijd met wat Verdonk in het openbaar beweerde over de verdwijning van jonge asielzoekers. Tot grote woede van Verdonk, Donner, Rutte en Weisglas vertelde hij aan de pers wat er in dat IND-rapport stond. De Tweede Kamer zag uiteindelijk af van sancties. Dat zou toch al te gek geweest zijn. In Vrij Nederland van deze week zegt columnist Poorthuis dat hij niets anders had verwacht van Dijsselbloem als kamerlid. Als een minister liegt hoort een kamerlid dat toch te melden. "Daar hebben we hem toch voor gekozen!"
Een laatste voorbeeld. De Productschappen Vee, Vlees en Eieren (we blijven in de buurt) spanden deze week een kort geding aan tegen de Stichting Wakker Dier vanwege de publicatie van een geheim politierapport waaruit blijkt dat de politie sterke vermoedens heeft dat de diervoedersector zich structureel schuldig maakt aan overtreding van de wet (NRC 4 mei). Volgens het rapport is er op grote schaal afval verwerkt in veevoer. De rechtbank in Amsterdam toonde zich een groter vriend van de persvrijheid dan de collega's in Maastricht. Wakker Dier kreeg gelijk. De aanklacht dat de diervoedersector zonder deugdelijke grondslag was zwart gemaakt werd verworpen. Marianne Thieme van Wakker Dier: "De afgelopen zes jaar hebben er negen kwesties tussen Wakker Dier en de bio-industrie voor diverse rechtsprekende colleges gespeeld en al deze procedures heeft Wakker Dier gewonnen. Ik hoop dat de productschappen vanaf nu de energie gaan richten op de vele misstanden in de bio-industrie in plaats van zich telkens te richten op de boodschapper van het slechte nieuws".
,

30 april 2006

Rechter verbiedt publicaties Limburgse bladen


Ouderwetse persbreidel in Limburg. De rechtbank in Maastricht verbiedt de dagbladen De Limburger en het Limburgs Dagblad op straffe van 50.000 euro vier artikelen te publiceren over het failliete vleesverwerkingsbedrijf Benedik. De rechter vond de goede naam van het bedrijf belangrijker dan de persvrijheid. Hij vond dat de krant niet voldoende aannemelijk heeft kunnen maken dat de artikelen op waarheid berusten en dat publicatie daarom een ‘onrechtmatige daad’ zou zijn. Hij vindt ook dat de curatoren en de FIOD, die inmiddels een vooronderzoek is begonnen, ‘meer gespecialiseerd en gekwalificeerd zijn dan een verslaggever van een krant’. Hoofdredacteur Henk Driessen van De Limburger in De Volkskrant: ‘Bij mijn weten gebeurt toetsing van smaad altijd achteraf. Een rechter die vooraf weegt wat het algemeen belang is van een artikel, dat is de wereld op zijn kop. Wij maken zelf wel uit wat het belang is. We zijn ook niet gestopt met het onderzoek. Ik heb een serieus vermoeden dat hier nog meer uitkomt.’
In het Tv-programma "De leugen regeert" van vrijdag j.l. verweet Driessen de rechter dat deze in feite op zijn stoel was gaan zitten door een oordeel te vellen over de kwaliteit van de berichtgeving. De journalist die de artikelen geschreven heeft vertelde in deze uitzending dat uitsluitend meerdere maken gecheckte informatie is opgenomen in de artikelen die tot tweemaal toe door betrokkenen konden worden beoordeeld. De advocaat van de krant is in hoger beroep gegaan.
De goede naam van Benedik is overigens vorig jaar al aangetast toen Albert Heijn als klant van het bedrijf afhaakte. De site Journalist/Weblogkrant publiceerde op 28 juni 2005: "Vleesverwerker Benedik overweegt een rechtszaak aan te spannen tegen supermarktketen Albert Heijn. Benedik kwam in de financiële problemen toen Albert Heijn als klant afhaakte. Albert Heijn was goed voor 40 procent van de omzet. Volgens Benedik staakte de supermarkt de samenwerking na kwaadsprekerij van uitzendorganisatie Randstad. Randstad trok 200 tijdelijke werknemers terug, omdat Benedik het salaris niet betaalde. Vandaag vroeg de vleesverwerker uitstel van betaling aan. Benedik wil een doorstart maken met 100 werknemers. Dit betekent dat 130 vaste banen op de tocht staan."
Het is goed mogelijk dat De Limburger nu meer feiten over deze zaak boven tafel heeft gehaald die Benedik liever verborgen had gehouden. Het publicatieverbod is gezien deze geschiedenis wel heel erg opvallend en volledig in strijd met de persvrijheid in Nederland, zegt algemeen secretaris Thomas Bruning van de NVJ, de belangenorganisatie van journalisten in Trouw (22 april). Daarbij komt nog dat de rechter de krant ook nog verboden heeft over de gang van zaken rond het kort geding te publiceren.
,