24 april 2009

Beroepsverboden vanwege omstreden uitingen


Tot twee maal toe hebben volksvertegenwoordigers deze maand een vergeefse poging tot broodroof gedaan. De Tweede Kamer wilde een geestelijk raadsman ontslaan en Rotterdamse raadsleden probeerden een adviseur kwijt te raken.
Wat hadden zij misdaan? Strafrechtelijk was er niets op beide heren aan te merken. Maar ze hadden beiden volgens de geachte afgevaardigden foute standpunten. Is dat voldoende om hen hun baan te ontnemen? Ik denk dat er meer aan de hand is.
Raadsman Ali Eddaoudi werd gered door een kamermeerderheid van één stem tegen een motie van de VVD die zijn ontslag eiste. In Rotterdam stapte de VVD uit het het college omdat Tariq Ramadan aan mocht blijven als adviseur van de gemeente voor integratiekwesties. In de raad stemde de VVD aanvankelijk wel voor het in dienst houden van Ramadan. Maar later bedacht men zich. Vermoedelijk heeft landelijk ingrijpen de aanzet gegeven tot een draai van de liberalen. Hoe dichter de verkiezingen naderen, hoe gevoeliger de VVD zich toont voor alles wat met de islam te maken nu de PVV haar dreigt te overvleugelen. Het heeft alle kenmerken van selectieve verontwaardiging. Nog geen jaar nadat de VVD een van haar fractiekamers in de Haag opofferde voor een tentoonstelling over de vrijheid van meningsuiting, blijkt de uitingsvrijheid heel wat minder waard als er zetels op het spel staan.
Bij de PvdA wijkt de vrijheid van meningsuiting overigens even gemakkelijk voor politiek opportunisme. Dat zagen we vorige week in Utrecht, maar nu ook weer in Rotterdam naar aanleiding van de affaire-Ramadan. Raadslid Marco Heijmen verwijderde eigenhandig een weblog van zijn eigen collega Matthijs van Muijen, die twijfels over deze zaak noteerde.
Het belang van de vrijheid van meningsuiting voor de democratie lijkt uitgerekend in verkiezingstijd ondergeschikt te raken aan partijbelangen. Is het een wonder dat het vertrouwen in de politiek daalt?

,

16 april 2009

Sorry, dat ik probeerde te censureren....


Burgemeester Wolfsen heeft een 'harde les' geleerd deze week, toen hij probeerde een publicatie in een huis-aan-huis blad te voorkomen. Hij meende dat een artikel over zijn verhuiskosten onjuist was en zijn integriteit aantastte. In Nova vertelde hij vanavond dat hij ingezien heeft dat je in dit soort zaken bij twijfel beter kunt afzien van contacten met de pers. Eerder vandaag ging hij 'diep door het stof' in de gemeenteraad, waar hij zijn excuses heeft aangeboden. Een meerderheid van de raad nam daar genoegen mee en vond dat de zaak gesloten kon worden onder het uitroepen van de befaamde leus 'eens maar nooit weer'. De oppositie (GroenLinks, D66, Leefbaar Utrecht en SP) vond dat wat al te gemakkelijk en eiste een nader onderzoek hoe dit allemaal nu zo heeft kunnen lopen.
Jammer genoeg komt dat onderzoek er nu niet. Dus wat er precies gebeurd is zal nooit onafhankelijk kunnen worden vastgesteld. Incident gesloten. Op naar het volgende incident? Het feit dat Wolfsen als een ouderwetse magistraat uit de tijd van Swiebertje met zijn perschef als Bromsnor achter dat 'verdomde journaille' heeft aangezeten getuigt van een bedenkelijke bestuurlijke mentaliteit. Nog afgezien van de naïviteit over de kansen op succes van een poging om de pers te breidelen in dit internettijdperk. Het hele verhaal, dat dankzij de welwillende medewerking van de aan de Telegraaf geliëerde uitgever niet werd gepubliceerd, stond nog voordat het verspreid had kunnen worden integraal op internet. Hoe is het mogelijk dat een burgemeester van een grote stad, ex-kamerlid, jurist, deze fout heeft gemaakt? Dat lijkt me toch wel een nader onderzoek waard. Al was het maar om als de hype over is op een lateer tijdstip nog eens terug te kunnen komen op de bestuurlijke cultuur waarbinnen dit kennelijk acceptabel werd geacht.
Misschien komt er nog wel een ander onderzoek. De journalistenvakbond NVJ beraadt zich over juridische stappen tegen de uitgever die wel gevoelig bleek voor de argumenten van de burgemeester en vervolgens zonder de hoofdredacteur daarin te kennen de hele oplage heeft laten vernietigen. Volgens de NVJ kan dat niet. De hoofdredacteur is verantwoordelijk voor de inhoud en niet de uitgever. Als de NVJ er in slaagt er een zaak van te maken horen we misschien nog eens echt wat er nu precies is gezegd door Wolfsen en zijn perschef tegen de journalist, de hoofdredacteur en de uitgever.

,

23 maart 2009

Beatrix regeert in het geheim


Reporter berichtte gisteren over de invloed die Beatrix uitoefent op beslissingen van ministers. Zonder dat daar iets van naar buiten mag komen. Dienaren van de kroon worden ministers ook wel genoemd en zo gedroegen Bot, Kooijmans, Koning, Alders en anderen zich dan ook: heel voorzichtig manoeuvrerend, met veel ontzag en onderdanig aan het staatshoofd. Wat een treurige vertoning voor een moderne, 21ste eeuwse democratie.
Iedereen, vice-president Bos voorop, bezweert nu dat het staatsrechtelijk allemaal in orde is. Het niet gekozen staatshoofd mag de ministers adviseren. Maar zij is zoals dat heet onschendbaar, dus alles wat zij zegt moet geheim blijven. Uiteindelijk zijn de ministers zelf verantwoordelijk. Het zal allemaal wel, maar het is toch wel gek dat niemand daar vragen bij stelt.
De minister moet zijn besluitvorming kunnen verantwoorden tegenover de volksvertegenwoordiging. Maar de geheime adviezen van de koningin, en wat hij daarmee gedaan heeft, moet hij noodgedwongen weglaten uit zijn verhaal. Is dat de transparantie in het besluitvormingproces waar iedereen zo de mond vol van heeft? De Tweede Kamer heeft zich nogal hard gemaakt voor volledig inzicht in het besluitvormingsproces dat heeft geleid tot steun aan de Irak-oorlog. Waarom vindt men dat zo belangrijk? Kan onze volksvertegenwoordiging niet accepteren dat er ook geheime stukjes zitten in zo'n proces? Waarom op dit punt niet en waarom wel als dat geheime stukje bestaat uit gesprekken met Beatrix? Waarom blijft een meerderheid van de Nederlandse politici zo inconsequent ondemocratisch denken als het om het koningshuis gaat?
In de documentaire van Reporter werd nog een interessante opmerking gemaakt. Beatrix maakt van al haar gesprekken met ministers en andere autoriteiten uitvoerige aantekeningen. Volgens Bram Peper worden die uitgewerkt en enkele heren spraken dan ook de vrees uit dat ze er later mee geconfronteerd zouden kunnen worden. Ik ben wel benieuwd wat er met al die verslagen gebeurt. Ze zullen toch niet achter slot en grendel bewaard worden in het privé-archief van het Koninklijk Huis, zoals met al die correspondentie over de Hofmans affaire is gebeurd. Feitelijk zouden ze net als bv. de notulen van de ministerraad na zoveel jaar openbaar gemaakt moeten worden. Het gaat toch om staatsaangelegenheden. En die horen uiteindelijk in het Nationaal Archief te komen.


,

10 maart 2009

Tegenslag voor Hirsch Ballin


De Hoge Raad heeft vandaag iemand vrijgesproken die de islam beledigd heeft. Het nieuws haalde zelfs het Journaal omdat dit vonnis de kans op veroordeling van Wilders kleiner zou maken. De uitspraak van de Hoge Raad is echter ook interessant omdat de motivering van de rechters de plannen van Hirsch Ballin onderuit haalt om het verbod op groepsbelediging in het Wetboek van Strafrecht aan te passen. Die aanpassing moet er uit bestaan dat ook de belediging van een groep mensen via een gezamenlijke eigenschap, indirect dus, expliciet strafbaar wordt gesteld. Hirsch Ballin verdedigde begin november vorig jaar dit plan in de Kamer en sprak van een verduidelijking van het wetsartikel die beslist niet moest worden opgevat als een uitbreiding (en dus inperking van de vrijheid van meningsuiting). Hij leek toen een meerderheid in de Kamer achter zich te krijgen.
Het vonnis van de Hoge Raad van vandaag geeft aan dat het huidige artikel 137c niet slaat op belediging van het geloof. Ik citeer uit het persbericht: "Dit artikel stelt niet strafbaar het zich beledigend uitlaten over een godsdienst, ook niet als dat gebeurt op zo’n manier dat de aanhangers van die godsdienst daardoor in hun godsdienstige gevoelens worden gekrenkt. Deze wetsbepaling moet volgens de wetsgeschiedenis beperkt worden uitgelegd. De uitlating moet onmiskenbaar betrekking hebben op een bepaalde groep mensen die zich door hun godsdienst onderscheiden van anderen. De enkele omstandigheid dat grievende uitlatingen over een godsdienst ook de aanhangers krenken is niet voldoende om van beleding van een groep mensen wegens hun godsdienst te spreken.Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte zich met zijn poster met daarop de tekst “Stop het gezwel dat Islam heet” onnodig grievend heeft uitgelaten over de Islam. Het hof heeft daaraan de gevolgtrekking verbonden dat “gezien de verbondenheid tussen de Islam en haar gelovigen” deze uitlating reeds daardoor ook beledigend is voor “die groep mensen die de Islam belijden”. Het hof heeft daarmee een te ruime uitleg gegeven aan de in art. 137c, eerste lid, Sr voorkomende uitdrukking “een groep mensen wegens hun godsdienst”. Daarom heeft de Hoge Raad de uitspraak van het hof vernietigd en de verdachte van het hem tenlastegelegde vrijgesproken."
Grievende uitlatingen over een godsdienst zijn niet voldoende om iemand te veroordelen voor het beledigen van de bevolkingsgroep die die godsdienst aanhangt. Dat kan toch niet anders geïnterpreteerd worden dan dat de indirecte weg van de groepsbelediging niet in het bestaande artikel is opgesloten en dat een aanpassing die die indirecte weg wel expliciet noemt een uitbreiding van de strafbaarheid is, een inperking van de vrijheid van meningsuiting, en niet een verduidelijking van het wetsartikel.
Het plan van de minister om gelovigen op die manier toch nog een extra bescherming te bieden tegen krenkende uitingen na de afschaffing van het verbod op godslastering lijkt tot mislukken gedoemd. En dat is maar goed ook. Aanzetten tot discriminatie, haat en geweld tegen een bevolkingsgroep, waarvoor Wilders ook vervolgd wordt trouwens, kan een reden zijn om de vrijheid van meningsuiting te beperken. Dan gaat het immers niet meer over zomaar een mening maar over een aanval op mensen, op hun bestaan, hun gelijkwaardigheid. Het krenken van andersdenkenden vanwege hun gedachten, hun boeken of hun symbolen is van een heel andere orde. Dat is onfatsoenlijk en storend voor de goede verhoudingen in de maatschappij, maar zoiets moeten mensen onderling kunnen oplossen, daar heeft de strafrechter geen rol.

,

28 februari 2009

Twintig jaar geleden


Het is deze maand twintig jaar geleden dat in Nederland voor het eerst moslims de straat op gingen. Aanleiding was het boek Satanic Verses van Salman Rushdie. In het boek zijn delen van de Koran met figuren als Mohammed en de engel Gabriël herkenbaar verweven. De beschrijving van Allah en het losbandige leven van de figuur Mohammed waren aanleiding voor grote protestdemonstraties in India, Pakistan, Egypte en andere islamitische landen. Op 14 februari 1989 sprak de Iraanse geestelijk leider Khomeiny de 'fatwa' over Rushdie uit, feitelijk een ter dood veroordeling. Rushdie moest onderduiken en hield zich verborgen totdat in 1998 president Khatami de fatwa herriep.
In Den Haag demonstreerden op 4 maart 1989 vijfduizend moslims. Ze riepen: "Dood aan Rushdie."Boekhandels die Satanic Verses (toen nog niet vertaald) in de etalage hadden liggen werden bedreigd. De Bijenkorf stopte met de verkoop van het boek. Ironisch genoeg had de boekhandel voor de aanstaande boekenweek een publicatie op stapel staan over Verboden Boeken. Satanic Verses kon er nog net in worden vermeld. Dat boek werd natuurlijk goed verkocht. Een aantal schrijvers weigerde later in de Boekenweek bij de Bijenkorf te signeren.

In de Tweede Kamer was er niet alleen commotie over de bedreigende leuzen van de moslims, maar ook over een 'onderzoek' dat minister Korthals Altes van Justitie liet doen naar het mogelijk godslasterlijke karakter van het boek. De term 'onderzoek' viel helemaal verkeerd bij een aantal kamerleden. Daarmee suggereerde de minister toch dat er mogelijk sprake was van strafbaarheid. Alleen al die suggestie ging de kamerleden in het licht van alle commotie van islamitische zijde veel te ver. De minister corrigeerde snel en sprak daarna van een 'analyse'. De uitkomst van de 'analyse' was, geheel conform de wens van de SGP-fractie, dat Rushdie's boek geen smalende godslastering kon bevatten omdat de wetgever alleen belastering van de christelijke god strafbaar had willen stellen. Een discutabel standpunt omdat er bij het aannemen van de wet in 1932 uitdrukkelijk was gesteld dat het artikel 147 Wetboek van Strafrecht zou slaan op 'ieder Godsbegrip dat in ons volk leeft'. Toen bedoelde men natuurlijk de god van de verschillende christelijke confessies, maar als je het letterlijk neemt dan moet je concluderen dat, in elk geval in 1989, ook belastering van Allah strafbaar had moeten zijn. Dat was ook de conclusie van de katholieke bisschop Bomers die vond dat de wet dan maar veranderd moest worden. Ook een belediging van Mohammed zou volgens hem strafbaar gemaakt moeten worden.

Voor GroenLinks had de affaire Rushdie nog een vervelend staartje toen enkele jaren later Mohammed Rabbae als duo-lijsttrekker was gekozen voor de kamerverkiezingen van 1994. In NRC Handelsblad verklaarde hij dat hij moeite had gehad met Rushdie's boek en dat de islam voor hem persoonlijk erg belangrijk was. Deze uitspraken veroorzaken enige onrust in de partij, enige tientallen leden zeggen hun lidmaatschap op. Rabbae stuurde een brief met uit leg aan alle leden. Daarin schreef hij onder meer dat hij, toen in 1989 de spanningen in de moslimgemeenschap rond de publikatie van Rusdies boek hoog opliepen, hij, om een escalatie te voorkomen, de moslimgemeenschap gewezen had op de mogelijkheid naar de rechter te stappen. Hij deed dat toen als directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders. Als politicus zou hij dat advies niet geven, zei hij later in NRC/Handelsblad. "De Rushdie-affaire heeft in Nederland geleerd dat je sterker staat als je het debat aangaat dan dat je het boek verbiedt". Verder verklaarde hij dat zijn opmerking over zijn geloof "natuurlijk niet betekent dat ik één van mijn inspiratiebronnen, de Islam, boven het partijprogramma stel. Ik ben, net als alle andere kandidaten van GroenLinks, gebonden aan het partijprogramma en onderschrijf dat".

Geloof en politiek, het blijft een spannende combinatie. Inmiddels is er een meerderheid in de Tweede Kamer die het strafrechtelijk verbod op godslastering helemaal wil opheffen. De commotie onder moslims en andere gelovigen over het kwetsen van religieuze gevoelens is echter allerminst verstomd.

,

12 februari 2009

Teruggestuurd


Wilders' tripje naar Engeland eindigde vandaag bij de immigratiedienst. De man die de immigratie van moslims een halt toe wil roepen is nu dus zelf aan de grens geweigerd en teruggestuurd. Leedvermaak lijkt me hier echter niet de meest passende reactie. Het is meer een treurig geval van ouderwetse censuur. Ook deze beperking van de uitingsvrijheid moet beoordeeld worden zonder naar de persoon te kijken. De vrijheid van meningsuiting impliceert de tolerantie van verwerpelijke opvattingen.
In Europa gelden over het algemeen ruime marges voor het politieke debat. Het Europese Hof heeft al meer abjecte uitspraken toegestaan, al gebiedt de eerlijkheid er bij te zeggen dat men ook rekening wil houden met nationale gevoelens. Maar in het Verenigd Koninkrijk heeft men die nationale marges wel erg ver opgerekt. De Labourregering gooit het op de openbare veiligheid en zegt dat de staat het recht heeft "[to] stop those who want to spread extremism, hatred, and violent messages in our communities from coming to our country." Zelfs de Liberal Democrats steunen de regering in deze kwestie. "There is a line to be drawn, even with freedom with speech...", zegt woordvoerderHuhne. Maar moet de regering die lijn trekken? Waar zijn uw liberale beginselen, Mr. Huhne? Hoe moeten we een dergelijke behandeling van een collega-parlementariër uit de EU plaatsen in de Britse diplomatieke traditie? Wilders is in Nederland (nog) niet veroordeeld en heeft in Engeland nog niets gezegd. Het is allemaal angst en met dergelijke standpunten geeft de regering absoluut verkeerde signalen af naar degenen die moeite hebben met het tolereren van afwijkende standpunten.
Intussen is dit alles natuurlijk koren op de molen van Wilders. Hij kan zichzelf presenteren als het slachtoffer van een overheid die geen kritiek op de islam duldt. Kijk eens hoe ver de arm van het islamisme reikt.... Op deze manier een politieke extremist de mond snoeren roept alleen maar een averechts effect op. En dat effect zal in Nederland gevoeld worden.
,

22 januari 2009

G.W. is nog niet veroordeeld


"Een zwarte dag voor de vrijheid van meningsuiting". Zo reageerde G.W. op de uitspraak van het Gerechtshof dat hij toch vervolgd moet worden voor haatzaaiende uitspraken jegens moslims. Dat is een voorbarige uitspraak, want hij is nog lang niet veroordeeld. En het enkele feit dat er een proces komt verdacht maken is bepaald geen blijk van respect voor de rechtsstaat. En dat geldt ook voor veel andere reacties op de uitspraak van het Hof zowel in positieve als negatieve zin waarin Wilders bij voorbaat al wordt veroordeeld of vrijgesproken. De terughoudendheid van GroenLinks op dit punt is heel begrijpelijk.
Ik denk wel dat veel Nederlanders nu onderhand wel eens van een rechter willen horen waar de grenzen van de vrijheid van meningsuiting liggen. Dat lijkt mij de positieve kant van een proces. Maar zowel een veroordeling als vrijspraak kunnen de PVV in de kaart spelen. En het (langdurige) proces is een garantie voor terugkerende media-exposure. Dus een feestdag voor de strijd tegen de intolerantie is het evenmin.
Als we kijken naar de gewraakte uitspraken van G.W. is er wel één groot risico. Namelijk dat het OM de ruimte gaat verkennen voor de uitbreiding van art. 137 die Hirsch Ballin voor ogen heeft. Hirsch Ballin wil belediging van bevolkingsgroepen ook indirect via hun geloof of een andere "eigenschap" (alsof geloof een eigenschap is..) strafbaar stellen. Dat is zijn alternatief nu het verbod op godslastering niet langer te handhaven is. Maar er is veel kritiek op dat plan. Met name de PvdA is er nog niet uit. Die hoopt dat Hirsch Ballin kan aantonen dat zijn voorstel in feite geen uitbreiding betekent van het bestaande artikel. En dat er dus ook geen sprake kan zijn van een inperking van de nu bestaande vrijheid van meningsuiting. Maar anderen waarschuwen voor een verkapt verbod op religiekritiek. "Als de Koran niet voor Mein Kampf mag worden uitgemaakt, raak je aan het hart van onze seculiere samenleving. Dan stel je religiekritiek strafbaar en geef je gelovigen meer rechten dan ongelovigen," zegt Meindert Fennema vandaag in De Pers. Het risico op een politiek proces wordt hiermee, nog even los van de PVV, wel erg groot.




,

18 januari 2009

Een zielige vertoning


In Brussel is ophef ontstaan over een kunstwerk dat de Tsjechische kunstenaar Cerný gemaakt heeft in de hal van een EU-gebouw. Alle landen zijn verbeeld in een zestien bij zestien meter groot object. De kunstenaar blijkt zo zijn eigen ideeën te hebben over de Europese lidstaten. Zo is Bulgarije in zijn kunstwerk verbeeld als hurktoilet (zie foto), Roemenië is het land van dracula, Denemarken is geheel van lego, Duitsland is gereduceerd tot "autobahnen", Frankrijk is in staking en Nederland is geheel onder water gelopen op een paar minaretten na (Geert had het niet mooier kunnen verbeelden).
De relatie tussen politiek en kunst is altijd een spannende geweest. De kunstenaar heeft ongetwijfeld voorzien dat de wenkbrauwen van de Brusselse ambtenaren uit een aantal landen op z'n minst zouden worden opgetrokken. Hij wordt op zijn wenken bediend. Bulgarije riep de Tsjechische ambassadeur op het matje. En de Tsjechische vice-premier Alexandr Vondra heeft zijn excuses aangeboden aan iedereen die zich beledigd voelt door dit controversiële kunstwerk.
Hoe moeilijk is het elke keer weer voor politici om enige afstand tot de kunst te bewaren en eigen ideeën van kunstenaars te respecteren. En hoe zwaar tillen politici, ten koste van al het andere, aan hun eigen imago. Wat een zielige vertoning eigenlijk.
,

16 januari 2009

Van Bommel en het antisemitisme


Twee weken geleden riep Harry van Bommel in een demonstratie tegen de oorlog in Gaza op tot de intifada. Hij kreeg heel wat over zich heen van collega-politici. Nu is er door Moszkowicz en anderen ook nog een aanklacht ingediend, wegens antisemitisme. Maakt dat enige kans? Zal het OM geen onderscheid maken tussen discriminatie van een bevolkingsgroep en een oproep tot verzet tegen een bezettingsmacht? In het Reformatorisch Dagblad ziet jurist De Blois toch wel mogelijkheden voor een veroordeling. Het woord "intifada" zit volgens hem "heel dicht aan tegen fysiek geweld, aanslagen tegen de staat Israël, dan wel Joden in het algemeen. Dat leert ons de geschiedenis." Van Bommels deelname aan de demonstratie kan volgens hem ook op zich al beschouwd worden als strafbaar, omdat de wet deelname aan een activiteit gericht op discriminatie wegens godsdienst of ras strafbaar stelt. Ten nadele van van Bommel zou ook nog gelden dat hij zijn uitspraken deed in een context waarin anderen "Hamas, hamas, joden aan het gas" riepen.
De Blois interpreteert de wet zo wel heel erg ruim. En zijn opvattingen over antisemitisme zijn op z'n minst discutabel. Israël is een joodse staat. Verzet tegen Israël is antisemitisme. Zo ongeveer. Dat maakt het allemaal wel heel erg simpel.
Collega jurist Nieuwenhuis is heel wat genuanceerder. "Het zou wel heel ver gaan als je bij het meelopen tijdens een betoging rekening moeten houden met alles wat er geroepen wordt. Of iets niet tegen de strafwet ingaat.” Je zou je ook kunnen afvragen of dan niet alle bezoekers van stadions waar Ajax speelt het gevaar lopen een proces aan hun broek te krijgen.
Intussen probeert de partij die Arubanen voor uitschot uitmaakt ook een graantje mee te pikken van de media-aandacht voor dit onderwerp. De regering wordt bestookt met vragen over bijeenkomsten die niet mogen plaatsvinden en sprekers die de toegang tot het land moet worden ontzegd. En de leider zelf neemt plaats op de tribune van de Rotterdamse Gemeenteraad om de aanpak van demonstranten die te ver gaan te ondersteunen. In Frankrijk, waar het nog wel wat harder toegaat, noemen ze dat de import van de Gaza-crisis.
,



28 december 2008

Jaaroverzicht


Sinds april 2005 heb ik hier zo'n 120 stukjes geschreven over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting in Nederland. Afgelopen jaar gemiddeld twee keer per maand. Topper in 2008 was zoals in voorgaande jaren de godslastering met Fitna, de cartoons van Nekschot en de foto's van Sooreh Hera. Dit onderwerp zal, hoe achterhaald het ook lijkt, ook in 2009 nog wel even actueel blijven, zowel nationaal, als internationaal. Godslastering gaat al lang niet meer over god of over religieuze gevoelens. Het is, in combinatie met terrorisme, een speelbal geworden van nationale en internationale politiek. De vrijheid van meningsuiting legt het dan al snel af tegen de angst en het eergevoel.
Wat mocht er nog meer niet in 2008? Met beledigingen kun je over de grens gaan, bij ambtenaren en ook bij scheidsrechters. Porno ligt nog steeds gevoelig. De demonstratievrijheid stond ook dit jaar onder druk, onder meer in Amsterdam en Zaandam. En openbaarheid blijft een probleem als je de waarheid wilt achterhalen over een oorlog of het leger. Het is allemaal vaker vertoond.
Zijn er ook nog leuke dingen te melden aan het eind van dit jaar? Jawel. Het omstreden spotje van de SP over de thuiszorg waarin een oude dame zich uitkleedt voor de tv is uitverkozen als beste reclamespot van het jaar. En minister Jacqueline Cramer heeft zich tegenover de Tweede Kamer gerehabiliteerd met haar verklaring dat ze voor het behoud van de persvrijheid desgevraagd nog wel een keer zou willen tekenen voor Bluf! En Balkenende heeft haar standpunt verdedigd. Zo kan het dus ook. Dat mag hij vaker doen. Daar zijn regeringen namelijk voor als het over het uiten van meningen gaat: burgers hun vrijheid garanderen.

23 december 2008

Een zwaktebod van Verhagen


Minister Verhagen heeft gedreigd de VN-conferentie over rassendiscriminatie te boycotten als de antisemitische toon in de ontwerp-teksten niet verdwijnt. De conferentie is een vervolg op een vergadering in Durban, enkele jaren geleden, waar de meeste westerse landen geen prettige herinneringen aan bewaren. Aanvallen op Israël domineerden de besprekingen en in de fringe meetings waren nogal wat antisemitische geluiden te horen. Israël heeft nu op voorhand al afgezegd voor de vervolgconferentie die in april in Genève moet worden gehouden.
In de westerse wereld is er over het algemeen maar weinig begrip voor het optreden van islamitische landen en hun medestanders uit Afrika en Azië in de Verenigde Naties. Israël is voor deze landen het grote kwaad in de wereld dat op alle gebieden moet worden bestreden. En de westerse steun aan dit land wordt over het algemeen ervaren als een vijandige daad tegenover de islamitische wereld. Daarbovenop komen nog de anti-islamitische uitingen in veel westerse landen sinds 9/11. Het is niet verwonderlijk dat er dan een behoefte ontstaat om het westen "terug te pakken" op het internationale politieke podium van de Verenigde Naties. En dat geldt des te meer als het gaat om mensenrechten waarover vanuit het westen altijd met het geheven vingertje is gesproken richting het oosten en zuiden.
Toen Fitna uitkwam bleven directe, agressieve reacties van islamitische zijde uit. Het is echter niet onmogelijk dat het westen de rekening voor het toelaten van deze beledigende film, en evenzovele andere incidenten, alsnog gepresenteerd krijgt in het verband van deze VN-conferentie. Een paar weken geleden stond in Trouw het verhaal van de filosoof Austin Dacey, die een zitting van de VN Mensenrechtenraad in Genève had bijgewoond. Daar stond godslastering op de agenda en wel nadrukkelijk in het perspectief van de heersende islamofobie. Vertegenwoordigers van islamitische landen waren er al eerder in geslaagd met steun van vele niet-gebonden landen om een meerderheid te krijgen voor een oproep "zich te onthouden van halsstarrig vasthouden aan vrije meningsuiting met absolute minachting voor religieuze gevoelens." En in deze geest ging het verder, ter voorbereiding van de anti-racisme conferentie in april.
Interessant is de waarneming van Dacey over de tactiek van de islamitische landen. Volgens hem zijn ze bereid om de term godslastering te laten vallen in ruil voor het verbod tot het aanzetten van haat en discriminatie. Daarmee verdwijnt de godsdienst als zodanig uit het beeld en gaat het meer om de bescherming van de slachtoffers van bepaalde haatdragende uitingen. In westerse landen zou men hier gevoeliger voor zijn. Maar, zegt Dacey, die de islamieten voor geen cent vertrouwt, anti-islamitische uitingen kunnen in de interpretatie van de islamitische landen ook wel opgevat worden als aanzetten tot haat. Het interessante is dat een dergelijke redenering in feite ook gehanteerd wordt door de Nederlandse regering die op voorstel van minister Hirsch Ballin nu wel afziet van het verbod op godslastering, maar die religieuze gevoelens toch wil blijven beschermen via het antidiscriminatie-artikel.
Daarmee zijn we weer thuis, bij onze minister van Buitenlandse Zaken die dreigt Genève te boycotten. Wat wil hij er mee bereiken, vraag je je af. Het ontwijken van een debat is een zwaktebod en is moeilijk te rijmen met de basisprincipes van de vrije communicatie. Juist met je tegenstanders behoor je het debat aan te gaan als democraat. Preken voor eigen parochie kan altijd nog.
,

07 december 2008

Europa en het vrije verkeer van informatie


Europese telecom-ministers (dus ook de Nederlandse, in dit geval staatssekretaris Heemskerk) negeren het standpunt van een meerderheid van het Europese parlement inzake de vrijheid van internetgebruikers. Het parlement steunde onlangs in meerderheid een amendement van Daniel Cohn-Bendit (Groenen) en Guy Bono (socialisten) om de rechter het laatste woord te geven en niet de internetproviders te verplichten gebruikers na drie overtredingen (illegaal muziek downloaden) af te sluiten. In Frankrijk mag Sarkozy zijn plannen nu doorzetten, al heeft hij geen succes geboekt bij zijn poging om de inperking van het vrije verkeer van informatie voor heel Europa te laten gelden. En ook de Europese Commissie heeft nog vele vragen bij de beoogde Franse wetgeving.
Bono en Cohn-Bendit gaan de zaak opnieuw agenderen in het Europese Parlement en daarmee is dit onderwerp definitief op de agenda van de Europese verkiezingscampagnes terecht gekomen. Het zal tijd worden. Op Europees niveau vinden al jaren allerlei gevechten plaats over de digitale burgerrechten en de pogingen van staten en grote bedrijven om bestaande monopolies op de informatievoorziening in stand te houden. Alle drukte in Europa over het schenden van mensenrechten in China mag ons de ogen niet doen sluiten voor de situatie dichterbij huis. In zekere zin zijn het achterhoedegevechten. Het internet maakt het bestaande uitgeversmodel onhoudbaar. Het is beter om te zoeken naar alternatieve regelingen voor de rechten van auteurs die de creativiteit blijven bevorderen dan krampachtig vast te blijven houden aan de huidige wetten. Maar daarvoor is er nog veel te weinig steun bij de politici, zowel op nationaal als op Europees niveau. Intussen is het gevaar groot dat allerlei restrictieve maatregelen voor de korte termijn, zoals in Frankrijk, waarbij de providers het verlengstuk worden van de staat de burgers aanzienlijk zullen beknotten in hun vrije communicatie.
,

23 november 2008

Speaking of terror


Volgens een rapport van de Raad van Europa worden wetten ter bestrijding van het terrorisme vaak misbruikt voor andere doelen. In "Speaking of terror" staan voorbeelden van aantasting van de persvrijheid, belemmering van de vrije nieuwsgaring en beperking van de vrijheid van meningsuiting die niets te maken hebben met terreurbestrijding. Ook de openbaarheid van bestuur heeft in een aantal landen te lijden onder nieuwe verordeningen die uitgaan van een veel strengere definitie van staatsveiligheid. "Het rapport haalt voorbeelden aan uit Denemarken, Duitsland, Groot-Brittannië, Kroatië en Zwitserland. Zo werden in Denemarken twee journalisten vervolgd, na publicatie van vertrouwelijke documenten waarin betwijfeld werd of Irak over massavernietigingswapens beschikte. Duitse journalisten die publiceerden over de rol van de CIA bij antiterreurcampagnes in Europa, werden vervolgd. In Engeland kreeg een journalist met justitie te maken na publicaties over het fatale schietincident in de Londense metro, waar een passagier ten onrechte voor terrorist werd aangezien."(NRC 20-11).
Nederland is tot nu toe gevrijwaard van grote aanslagen en zou mede daardoor ten opzichte van andere landen in Europa een gunstige uitzondering zijn. De terrorismedreiging heeft echter ook in ons land geleid tot aanpassingen van de wet. Het plan van de vorige regering om het verheerlijken van geweld strafbaar te stellen heeft men dan wel laten varen, maar de aanpassing van de wet die indirect godslastering toch weer strafbaar stelt kan niet los van worden gezien van de angst voor terreur. En de bevoegdheden van politie en inlichtingendiensten zijn wel opgerekt. De vraag is hoe zij daar gebruik van gaan maken als we in fase 'rood' mochten belanden. De aanvankelijke veroordeling van enkele mensen uit kringen rond de Hofstadgroep enkel en alleen op grond van de uitwisseling van standpunten is een teken aan de wand. Zij zijn later vrijgesproken, maar het blijkt dus ook in Nederland mogelijk de grenzen van de vrijheid van denken en spreken in te perken onder invloed van de antiterreurbestrijding. En ook de Nederlandse overheid laat zich door de hype gemakkelijk op hol slaan, zoals blijkt uit de affaires rond Fitna en de cartoonist Nekschot.



,

09 november 2008

Utrechtse criticaster opnieuw veroordeeld


De Utrechtse raadsman Kees van Oosten is door de rechtbank veroordeeld tot een boete van € 30.000 omdat hij "grievende" uitlatingen over ambtenaren niet voldoende heeft gecorrigeerd. Van Oosten vecht namens bewonersgroepen tegen maatregelen van de Gemeente die in zijn ogen in strijd zijn met de normen voor luchtkwaliteit. Volgens van Oosten zouden de medewerkers onder andere een loopje hebben genomen met de feiten en zijn ze schuldig aan de dood van bewoners die gezondheidsklachten krijgen door luchtvervuiling. ,,Een dergelijke beschuldiging is onder de gordel”, zegt Marry Mos, fractievoorzitter van GroenLinks. ,,GroenLinks vindt kritische bewoners erg belangrijk, maar er zijn grenzen aan de pen die je hanteert. Daarbij is het zuiverder om de gemeente aan te vallen dan de ambtenaar die het beleid opschrijft." GroenLinks steunde in afwijking van andere collegepartijen in deze zaak wel een motie van de SP die zich ergerde aan de openlijke, financiële steun van de Gemeente in deze door individuele ambtenaren aangespannen rechtszaak. GroenLinks pleitte verder voor een bemiddelaar.
Van Oosten gaat jamer genoeg niet verder in hoger beroep. De ambtenaren kunnen de kwalificaties van Van Oosten wel opvatten als persoonlijke belediging, maar in wezen gaat het natuurlijk om een politiek dispuut. Als Van Oosten de wethouder had aangevallen zou de zaak meteen anders liggen. Volgens de jurisprudentie van het Europese Hof in Straatsburg mogen burgers in het politieke debat erg ver gaan ("to offend, shock or disturb..."). Heftig taalgebruik kan niet zo gemakkelijk uitgebannen worden om een politiek punt te maken. Uiteindelijk was het Van Oosten daar natuurlijk om begonnen. Alleen in zijn visie is de politieke macht volledig verschoven naar de ambtenarij. En dus beschuldigt hij niet de wethouder, de raad of de Gemeente in het algemeen, maar degenen die hij direct verantwoordelijk acht voor het beleid. En dat is niet geheel ten onrechte, lijkt mij. Dus moet forse taal tegen ambtenaren net zo behandeld worden als tegen politici.
De meerderheid van de Gemeenteraad heeft hier duidelijk geen boodschap aan. De indruk is dat men graag van Van Oosten af wil, een discutabele opstelling van democraten. Zo laat de VVD weten verschoond te willen blijven van de kritiek van Van Oosten: “Wie de bal kaatst, kan hem terug verwachten. Deze uitspraak helpt Van Oosten voortaan na te denken voor hij onze mailboxen volstopt met zulke teksten.” Moeilijk blijkt het toch elke keer weer, zelfs voor liberalen, om de consequenties van de vrijheid van meningsuiting en het vrije politieke debat te aanvaarden.




,

01 november 2008

Kabinet blijft morrelen aan de vrijheid van meningsuiting


Het kabinet ziet er (godzijdank) van af het in onbruik geraakte verbod op godslastering een nieuw leven te geven. Maar het voornemen om nu de anti-discriminatiebepaling, die het beledigen van bepaalde groepen strafbaar stelt, uit te breiden kan een even grote aanslag betekenen op de vrijheid van meningsuiting. Straks moet het artikel ook bescherming van de godsdienstige gevoelens bieden als de belediger niet expliciet een bepaalde groep noemt, schrijft Hirsch Ballin aan de Tweede Kamer. Het lijkt er op dat het kabinet zo vasthoudt aan het oorspronkelijke motief voor de wetswijziging zoals Hirsch Ballin dat heeft verwoord: mensen kunnen niet alleen ernstig gekwetst worden door iets over henzelf te zeggen, maar ook over wat hun heilig is. En daartegen wil de staat hen beschermen.
De minister van Justitie heeft kennelijk ingezien dat het oppimpen van artikel 147 een doodlopende weg zou worden gezien het feit dat dit totaal verouderde verbod onmogelijk was te handhaven. Het leidt in feite tot ongelijke behandeling van gelovigen en ongelovigen. De teleurstelling van de christelijke fracties is dus begrijpelijk.
Maar als het niet rechtsom kan, dan maar linksom, heeft de minister gedacht. Als we de strafbaarheid van een beledigende uiting volgens het anti-discriminatieartikel niet meer hoeven te koppelen aan een met name genoemde groep, dan kan het kwetsen van gelovigen in het algemeen in wat voor hen heilig is ook vervolgd worden. Zo wordt echter de stap gezet van een aanval op een bepaalde groep mensen naar een aanval op de ideeën die mensen aanhangen of de gevoelens die zij koesteren. Het anti-discriminatieartikel moet bepaalde groepen mensen beschermen en iedereen gelijke kansen garanderen, oorspronkelijk alleen groepen op basis van ras en etnische herkomst. Het is voor zover ik weet nooit bedoeld geweest om ideeën of gevoelens te beschermen. Dat onderscheid is niet onbelangrijk. Daadwerkelijke achterstelling van bepaalde groepen is moreel onaanvaardbaar en brengt de stabiliteit van de samenleving in gevaar. Het kunnen aanvechten van (de heiligheid van) ideeën of gevoelens is echter een voorwaarde voor het vrije debat dat een democratie nodig heeft. Als het kwetsen van mensen op grond van wat hun heilig is strafbaar wordt gesteld betekent dat een aanzienlijke beperking van de vrijheid van meningsuiting. Iedereen die iets onaardigs wil zeggen over gelovigen moet zich bedenken wat hiervan de gevolgen kunnen zijn. Columnisten, cabaretiers en cartoonisten lopen een aanzienlijk risico omdat zij elke keer als een gelovige zich gekwetst voelt klachten kunnen verwachten en als het tegenzit vervolging. Het gevolg zal zijn: meer zelfcensuur, minder kritiek op religieus onderbouwde ideologieën en volharding in het denken bij orthodoxe gelovigen. In welke eeuw leven we eigenlijk?

26 oktober 2008

Goed nieuws uit Gouda


Sinds een week hangen de omstreden foto's van Sooreh Hera in Museum GoudA. Ze maken deel uit van een tentoonstelling over beeldenstormen. Goudse moslims respecteren de vrijheid van meningsuiting maar betreuren toch deze tentoonstelling op dit moment: „Het alsnog vertonen van de beledigende foto's getuigt niet van een maatschappelijke verantwoordelijkheid van de directeur voor de stad Gouda en haar burgers. De recente ontwikkelingen in de buurt Oosterwei zorgen dat Gouda volop negatieve aandacht krijgt. Juist op dit moment hadden we zeker een andere afweging mogen verwachten."
Dat kun je ook anders zien. Juist nu Gouda in de aandacht staat kan er een positief punt gemaakt worden. Tegenover de buschauffeurs die niet meer door Oosterwei durfden te rijden staat museumdirecteur Ranti Tjan die de vrijheid van meningsuiting hoog houdt. Hij zegt dat hij de stad en de bezoekers inschat als tolerant en nieuwsgierig en krijgt vooralsnog gelijk. Na de persverklaring van de Goudse moslims is het rustig gebleven in de stad. Maar daar hoor je de Marokkanen-bashers van de Telegraaf natuurlijk niet over.
Ook van de kant van de overheid en de politiek horen we niets meer over het feit dat in Gouda nu alsnog recht gedaan is aan de vrijheid van de kunst, na de discutabele beslissing van de Haagse museumdirecteur Van Krimpen die Sooreh Hera vorig jaar weigerde omdat haar verhaal hem te veel aan Wilders deed denken. Alsof dat een geldig argument zou kunnen zijn. De vraag is of de overheid, zonder aan het Haagse museumbeleid te tornen, zich in deze kwestie niet actiever had kunnen opstellen. Hier werd inbreuk gemaakt op de vrijheid van de kunst. Mogen we dan van de staat geen bescherming verwachten? Is er iets georganiseerd rond deze kunstenares of het museum in Gouda? Ik kan me voorstellen dat je hierover geen details bekend maakt. Maar een overheid die de uitingsvrijheid serieus neemt zou in zo'n geval wel moeten laten weten dat de staat bereid is een beschermende rol te spelen. Dat is niet alleen in het belang van die ene bedreigde kunstenaar maar minstens zo belangrijk voor alle andere kunstenaars. De afwezigheid van een helder statement van de regering in dit soort kwesties kan tot twijfel leiden bij kunstenaars en uiteindelijk tot zelfcensuur. Voeg daarbij het van angst voor het vrije woord getuigende optreden van de regering voorafgaand aan de publicatie van Fitna en het standpunt van Hirsch Ballin over de arrestatie van Nekschot en je zult moeten concluderen dat deze regering bepaald niet overtuigt in haar opdracht om de vrijheid van kunstenaars te beschermen.

,

02 oktober 2008

Huntelaar en de vrijheid van meningsuiting


Grote verontwaardiging deze week over de KNVB die bij monde van de aanklager betaald voetbal oordeelde dat Ajax-speler Klaas Jan Huntelaar te ver is gegaan met zijn publiekelijk geuite klachten over scheidsrechter Braamhaar. Huntelaar kwam er af met een voorwaardelijke schorsing, maar waar is de vrijheid van meningsuiting in dit land als je de scheidsrechter niet mag verwijten partijdig te zijn ("marchanderen", zei H.)? Dat was hij toch? Zo reageerden de Ajax-supporters die een bijna-overwinning op Feijenoord plotseling zagen veranderen in een gelijkspel. Mag je dan niets meer zeggen in dit land?
In het land mag veel, op voetbalvelden minder. Daar gelden regels, veel regels, waar spelers zich aan moeten houden en als ze dat niet doen krijgen ze een kaart en lopen ze het risico voor de tuchtcommissie gedaagd te worden. Er zijn ook regels die de uitingsvrijheid beperken. Voor een discriminerende opmerking kun je een kaart krijgen en voor belediging van de scheidsrechter idem dito. Wesley Sneijder kreeg twee jaar terug zelfs een rode kaart wegens belediging van de scheidsrechter. Veel mensen vonden toen overigens dat beroepsvoetballers het goede voorbeeld zouden moeten geven op de velden en zich niet zouden moeten laten verleiden tot scheldpartijen en beledigingen.
De beperking van de uitingsvrijheid op het voetbalveld is in feite een private regeling van een private partij, in dit geval de KNVB. Op de velden hebben wij het voor het zeggen en wij vinden dat je niet alles mag zeggen. Huntelaar is als een werknemer ondergeschikt aan de regels van de baas. En zijn baas heeft zich geconformeerd aan de regels van de branchegroep, de KNVB. Als Ajax, dat zich contrecoeur neerlegt bij de KNVB-uitspraak, consequent is zouden ze de regels ter discussie moeten stellen.

Ter vergelijking een ander recent geval, dat minder publiciteit heeft gehad. In Zaandam levert een docente tijdens een inspraakbijeenkomst van de Gemeente kritiek op de plannen van haar school. De leiding van de school vindt dat ze te ver is gegaan. Ze krijgt een berisping en een aantekening in haar dossier. Loyaliteit aan de werkgever gaat volgens de voorzitter van het bestuur boven het democratische recht op de vrijheid van meningsuiting. Een discutabele uitspraak, zou ik zeggen. Een werkgever kan een kritische werknemer toch niet volledig muilkorven? Werknemers kunnen gebonden zijn aan geheimhouding, al zou daar ook een grens aan moeten zitten om klokkenluiders, die onrecht en misdaad aan de kaak stellen te kunnen beschermen. Maar een oordeel over het beleid van de organisatie waar je werkt moet je toch als burger in een openbare bijeenkomst kunnen geven zonder gevaar voor repercussies. Private belangen mogen de vrijheid van het politieke debat niet beperken. En bestuurders, of ze nu over scholen of over voetbalvelden gaan zouden wat meer respect moeten hebben voor het recht van hun 'onderdanen' om hun gevoelens vrijelijk te uiten.

06 september 2008

De staat ontkent en verzwijgt


De Joodse omroep heeft geweigerd een documentaire van Hedda van Gennep, de 'Staat van ontkenning' uit te zenden. De omroep wilde zich niet branden aan een kritische kijk op de Nederlandse deelname aan de oorlog in Irak. De film gaat verder nog over drie andere 'leugens' van de Nederlandse staat: over Wilhelmina's onbekendheid met de jodenvernietiging, over de politionele acties en over de massamoord in Srebrenica.
Bas Heijne schrijft vandaag in NRC Handelsblad dat het afwijzen van de film typisch is voor een minderhedenomroep die te maken heeft met grote interne politieke verschillen, in dit geval tussen hardnekkige neoconservatieve anti-islamieten en meer humanistisch ingestelde joden. Er is een voortdurende strijd om de macht en dan kun je maar beter op safe spelen, zegt Heijne.
Maar het is te hopen dat een omroep die wat meer speelruimte heeft de film alsnog gaat uitzenden. De 'Staat van ontkenning' is, als ik Heijne mag geloven een belangrijke film voor Nederland. Over de onwil en het onvermogen om misstappen en ontsporingen onder ogen te zien, om werkelijk zelfonderzoek te doen. "De film wil een afrekening zijn met het soort morele zelfgenoegzaamheid dat ons in staat stelt altijd vol te houden dat ons eigen geweten zuiver is, dat we altijd aan de goede kant hebben gestaan, dat het werkelijke kwaad zich buiten onszelf heeft voltrokken." En dat we er met een dubbelzinnig onderzoeksrapport en een kamerdebat zonder duidelijke conclusies vanaf kunnen komen.
Irak en Srebrenica zijn recente voorbeelden van dubieus optreden van de Nederlandse Staat, die iedereen moeiteloos kan aanvullen. De zaak-Spijkers, over de ondeugdelijke mijnen, die deze week ook weer in het nieuws was, kan er zo aan worden toegevoegd. In dit soort gevoelige kwesties wordt veel gelogen, verdraaid en vooral ook verzwegen om posities te beschermen en gezichtsverlies te voorkomen. Het is ongehoord dat een afkoopsom voor Spijkers gepaard moet gaan met een slot op zijn archieven voor vijftig jaar.
Kampioen verzwijgen is van nature de AIVD. Dat verwachten we ook van een geheime dienst. Maar het wordt wel iets anders als diezelfde geheime dienst samenwerkt met Justitie en het OM vervolgens cruciale informatie over die samenwerking weglaat uit processtukken. Officier van Justitie Plooij is om die reden aangeklaagd voor meineed en valsheid in geschrifte. Hij verzweeg in 2005 dat de familie van een verdachte samenwerkte met de AIVD om haar te traceren. Volgens Plooij diende zijn zwijgen de bescherming van de familie. Volgens de advocaat, die de informatie ontlastend noemt voor de verdachte, ging het er om de rol van de AIVD buiten de openbaarheid te houden. Het is vreemd dat naast Plooij niet ook de AIVD voor de rechtbank moet verschijnen. Deze dienst heeft volgens de wet de taak om inlichtingen te verzamelen en niet om mee te werken aan de opsporing. Dat hoort bij de taak van de politie. Maar in dit segment van de Nederlandse Staat is de veelgeroemde transparantie nog niet doorgedrongen. En het is onbegrijpelijk hoe vaak de politici die deze term maar al te graag in de mond nemen het af laten weten als bij politie, justitie, veiligheidsdiensten of defensie de doofpot (foto) weer wordt gehanteerd.

,

28 augustus 2008

Cramer en de persvrijheid


Als voorzitter van Milieudefensie ondertekende Jacqueline Cramer 22 jaar geleden een advertentie met een steunbetuiging aan Bluf! Dat blad werd vervolgd vanwege de publicatie van gestolen documenten. De ondertekenaars verklaarden dat zij opdracht hadden gegeven voor de publicatie en verdedigden daarmee in feite de persvrijheid. Deze week neemt Minister Jacqueline Cramer daar afstand van. Ze kan het zich niet herinneren, ze kan zich niet voorstellen dat ze het gedaan heeft en haar naam is verkeerd gespeld. Partijgenoot en kamerlid Dijsselbloem zegt zelfs dat ze er nooit toestemming voor heeft gegeven. VVD en PVV roepen de minister ter verantwoording.
Waarom reageert Cramer zo benauwd? Is het een schande om de persvrijheid te verdedigen? De Minister wil kennelijk niet geassociëerd worden met een krakersblad en de kringen waarin Wijnand Duyvendak in die tijd ook verkeerde wat hem zijn kamerzetel heeft gekost. Maar dat is wel een heel bekrompen redenering. Persvrijheid is persvrijheid. Dat recht geldt voor iedereen en verdient verdediging ook als (juist als!) de strekking van de publicatie je (achteraf) niet bevalt. De ondertekenaars kwamen op voor de persvrijheid. Daar is niets illegaals of onoirbaars aan. Ze verdedigden niet de wijze waarop Bluf! de documenten had verkregen, tenslotte.
In NRCHandelsblad schreef Gerard van Westerloo: "Ik vind niet dat het bij de taak van journalisten hoort om dan zelf maar op dievenpad te gaan. Maar ik vind wel dat ze relevante informatie die de bestuurders geheim willen houden, ongeacht de herkomst, openbaar moeten maken." Ik hoop dat de Minister hier nog even goed over na wil denken. Afstand nemen van je verleden is een ding. Afstand nemen van democratische rechten past een Minister niet. Als Cramer volhoudt kan ze wat mij betreft opstappen.

01 juli 2008

Heilige ideeën


Het besluit van het Openbaar Ministerie om Wilders niet te vervolgen voor zijn film Fitna en diverse uitspraken is een streep door de rekening van Hirsch Ballin. De minister wil het verbod op godslastering handhaven en zelfs uitbreiden. "Een strafbaarstelling heeft ook een belangrijke normstellende functie. Artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht drukt uit dat het in het belang van de samenleving is om rekening te houden met het gegeven dat mensen niet alleen ernstig gekwetst kunnen worden door iets over henzelf te zeggen, maar ook over wat hun heilig is." Zo motiveerde hij zijn plannen. Het OM volgt nu een hele andere redenering. Het OM zegt in navolging van de Tilburgse hoogleraar Theo de Roos dat een onderscheid gemaakt moet worden tussen uitingen over het geloof en discriminatie van een bevolkingsgroep. Religiekritiek moet, zeker ook in het kader van het maatschappelijke debat, alle ruimte krijgen. Discriminatie en haat zaaien tegen bevolkingsgroepen kan over de grens gaan. Wilders bleef binnen de grens.
In kringen van gelovigen wil men dit onderscheid niet maken. Wie mijn ideeën aanvalt, valt mij aan. Wie zich vergrijpt aan wat ik heilig vind tast daardoor ook mijn waardigheid aan. Een dergelijke redenering betekent in feite dat het heilige onaantastbaar wordt verklaard. Er kan niet over gediscussiëerd worden zonder mensen onderuit te halen. Dat standpunt lijkt mij niet in overeenstemming met het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting. Over ideeën mag, nee moet, altijd gesproken worden. Mijn aanval op iemands ideeën hoeft nog niet te betekenen dat ik degene die deze ideeën aanhangt naar het leven sta. Het Reformatorisch Dagblad, nauw verbonden met de ChristenUnie, klaagt over een 'liefdeloze cultuur' als iedereen alles maar mag zeggen. Trouw vindt dat deelnemers aan het maatschappelijke debat respect moeten tonen voor elkaars opvattingen, ideeën en levensbeschouwingen. Natuurlijk. Maar moeten liefdeloze of respectloze woorden bestraft worden? Het lijkt mij een heilloze weg.
Of Wilders binnen de grens is gebleven staat overigens nog te bezien. Enkele aanklagers van Wilders die zich tot het OM hebben gewend, waaronder de strafpleiter Spong, hebben al aangekondigd in beroep te gaan tegen de beslissing van het OM. Wilders heeft ook uitspraken gedaan die geïnterpreteerd kunnen worden als discriminatie van en haat zaaien tegen een bevolkingsgroep. Bijvoorbeeld als hij islamieten de toegang tot het land wil weigeren, islamitische scholen wil verbieden etc. Het lijkt niet consequent van het OM om dit type uitspraken onder de noemer religiekritiek-en-dus-moet-het-kunnen te schuiven. Het risico van het doorzetten van de klachtenprocedure door Spong c.s. is dat men uiteindelijk ook het onderscheid tussen ideeën en mensen op het spel zet.

,