13 november 2021

De Israëllobby en het antisemitisme


Het gevreesde misbruik van de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme wordt steeds duidelijker. Zoals Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid eerder dit jaar betoogde is die definitie door Israël en zijn lobby-agentschappen, zoals in Nederland het CIDI, 'verabsoluteerd, gepolitiseerd en omgesmeed tot een wapen' om kritiek op de Israëlische staat en de bezetting van Palestina de kop in te drukken. De definitie zelf is vaag, maar in een aantal bijgevoegde voorbeelden die duidelijk moeten maken wat er met die werkdefinitie wordt bedoeld gaat het om kritische uitingen over de politiek van de staat Israël. Minister Grapperhaus heeft de werkdefinitie onder dekking van een Kamermeerderheid met het OM gedeeld omdat het document aanwijzingen kan geven voor de beoordeling van mogelijke strafbare discriminatie en groepsbelediging. Maar hij erkent ook dat een aantal van deze voorbeelden als legitieme kritiek beschermd worden door de vrijheid van meningsuiting. Dat grondrecht is inmiddels onder aanroeping van de IHRA-werkdefinitie al talloze malen geschonden
 
De Israëllobby heeft geen boodschap aan uitingsvrijheid. Het European Legal Support Centre (ELSC) dat pro-Palestijnse activisten juridisch bijstaat onderzocht 76 gevallen van pogingen activisten de mond te snoeren met beschuldigingen van antisemitisme. Kritische uitspraken over de Israëlische politiek werden beantwoord met smaad- lastercampagnes, doorgaans via (extreem)rechtse media. Daarnaast ging het om het aanvechten van fondsen of subsidies voor pro-Palestijnse organisaties  en het belemmeren van het gebruik van zaalruimte door druk uit te oefenen op de eigenaren. De ernst van de smaad en laster kan verschillen. Niet alle rottige opmerkingen hoeven uitgelegd te worden als dreigement om iemand de mond te snoeren. Maar met de kwalificatie van minister Kaag als een 'Palestijnse mol' en 'Arabisch raspaard van Troje' die haar kinderen 'pro-terreur' zou opvoeden zijn de auteurs naar mijn mening ver over de grens gegaan. De slappe knieën van het bestuur van de Vrije Universiteit dat onder druk van het CIDI een debat over een academische boycot van Israël verbood laten voorts zien hoe makkelijk het is om in Nederland het debat over Israël te smoren als iemand roept dat er sprake is van antisemitisme.
 
Waar het om gaat is dat de lobbyisten voor de apartheidspolitiek van Israël weten dat de beschuldiging van antisemitisme in Nederland heel gevoelig ligt. Een dergelijk verwijt betekent in de praktijk een deuk in iemands reputatie en vervelende reacties van familie, vrienden en collega's. Dat verhindert de vrije meningsuiting over Israël. De angst voor associatie met antisemitisme of terrorisme werkt verstikkend op het openbare debat over de relaties tussen Israël en de Palestijnen, stelt het ELSC-rapport. In een democratische samenleving moet openlijk gesproken kunnen worden over alle politieke onderwerpen, ook, of misschien wel juist als er sprake is van grote meningsverschillen.

27 oktober 2021

De schrijvende burgemeester en de SP


De burgemeester van Ede, René Verhulst, heeft enige ophef teweeggebracht met een quasi-fictief boekje over een kritisch lokaal digitaal platform. Verhulst houdt van schrijven. Hij heeft in het verleden als CDA-raadslid en wethouder in Utrecht ook al eens een paar boeken geschreven die als een soort satirische sleutelroman voor het stadhuis konden worden gezien. Ik geloof niet dat er toen iemand over gevallen is. Nu heeft zijn Stakende stemmen tot Kamervragen van de SP geleid, geïnspireerd door de column van Karel Smouter in de NRC. Hij maakte zich zorgen over de ongelijke strijd tussen burgers die online in de pen klimmen om lokale misstanden aan te kaarten staat en het lokale leger aan communicatiespecialisten en socialemediaredacteuren die de beeldvorming rond het gemeentebestuur in goede banen moeten leiden. De burgemeester kan het misschien beter vermijden om partij te trekken ten gunste van de laatste groep door een boek te publiceren dat gelezen kan worden als 'een ongepaste reprimande vanuit het gemeentehuis aan een stel lastige burgers met een weblog.' Het is goed bedoeld van Smouter en die ongelijke strijd is iets waarover we ons wel degelijk zorgen moeten maken. Maar een 'ongepaste reprimande' zou ik een tegengeluid vanuit het stadhuis niet willen noemen. Burgers die misstanden aankaarten moeten rekening houden met een weerwoord. Verontrustender vind ik reacties die neerkomen op het onthouden van informatie aan de burger. 

Die vragen van de SP verontrusten me ook. Wat willen Kwint en Leijten bereiken? Het antwoord van demissionair minister Slob hadden ze zelf kunnen verzinnen: 'Ook een burgemeester heeft vrijheid van meningsuiting en mag in een door hem zelf gekozen vorm reflecteren op lokale media'. Lokale media zijn in de afgelopen periode stelselmatig afgebroken. Maar niet door de overheid die lokale omroepen nog steeds steunt. Kranten en huis-aan-huisbladen zijn in veel gemeenten vervangen door individuele blogs en door burgerjournalisten onderhouden weblogs. Als de Kamerleden een lans willen breken voor uitbreiding van de steun voor onafhankelijke lokale journalistiek dan kan ik dat volgen. Maar dat zij als ingang daarvoor een satirisch boekje van een schrijvende burgemeester hebben gekozen begrijp ik niet. Valt weerwoord bij de SP niet onder het begrip van de gewenste communicatie tussen overheid en burgers? 

15 oktober 2021

Censuur in lesmateriaal


'Makers van lesboeken moeten van veel uitgevers thema’s mijden die gevoelig liggen bij reformatorische scholen. Geen bikini’s, geen evolutie en niet te veel kermis.' Een verontrustend bericht vorige week in NRC-Handelsblad. Uitgevers van lesmateriaal dat door scholen van alle richtingen wordt gebruikt wijken op commerciële gronden voor de druk van een klein aantal streng christelijke scholen om beelden en woorden die daar taboe uit hun boeken te weren. De meeste scholen hebben er geen idee van dat het materiaal dat ze gebruiken gecensureerd is. Schrijvers en tekenaars die er mee te maken hebben vinden het verschrikkelijk maar hebben weinig keus. 

De voorbeelden van wat zij volgens de richtlijnen van de uitgevers moeten vermijden zijn schokkend. Het gaat om zaken als kermis, carnaval, make-up, korte rokjes en tatoeages die genegeerd zouden moeten worden of in elk geval niet in een positief daglicht gezet mogen worden. 'Ook zijn bij grote en kleinere uitgeverijen regenbooggezinnen, sporten op zondag en vrouwelijke predikanten taboe. En de evolutieleer is dikwijls een verboden thema, dus ook beschrijven of afbeelden van dino’s mag niet.' Spoken, geesten en draken zijn taboe. Harry Potter moet buiten de deur gehouden worden. Om de markt voor islamitische scholen ook open te houden vragen de uitgevers tekenaars in plaats van een spaarvarken een spaarolifant af te beelden. 

30 september 2021

Kotsrecht


"Kritiek mag je hebben, maar het gaat om de manier waarop je dat doet. Als je zegt dat iemand crimineel is, wordt zijn eer en goede naam aangetast. Ook aan het recht op het vrije woord zitten grenzen", oordeelde de rechter in Lelystad over een actievoerder tegen het natuurbeleid in de Oostvaardersplassen. Hij noemde bioloog Frans Vera, een van de grondleggers van het natuurgebied, een "crimineel" en een "staatsgevaarlijke gek". Daarmee maakte hij zich volgens de rechter schuldig aan laster en smaad. 

Hoe erg is het als je iemand een crimineel noemt? Ik zou bij een vermeende aantasting van de eer en goede naam toch ook graag zien welke schade er is aangericht. Die kan groot zijn als het bijvoorbeeld om de eigenaar van een bedrijf gaat dat vanwege smaad of laster failliet gaat, maar is het altijd zo erg als iemand je smadelijk beledigt? Ik weet niet of ik in het geval van Vera naar de rechter zou zijn gestapt. 

De 46-jarige Sven Van der Woude ging een stuk verder in zijn eenmansactie tegen het UWV. Hij liet zich vorig jaar vastketenen aan het hek bij het huis van directeur Tof Thissen. Hij heeft een conflict met de uitkeringsorganisatie over zijn uitkering. Hij meent in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege oorsuizen. Toen de UWV ook na afloop van zijn actie niet inging op zijn eis dreigde hij met zelfmoord. En nu heeft hij een boek gepubliceerd onder de titel 'Tof Thissen en de moord op Sven'. Dat ging de rechter te ver. Het boek moet uit de handel gehaald worden. De rechter is van oordeel dat bepaalde kwalificaties in het boek 'buitenproportioneel zijn, beledigend, en met name jegens [Thissen] (...), bedreigend. [Thissen] wordt immers met naam en toenaam genoemd en in verband gebracht met criminele activiteiten en in diverse gevallen is zijn foto of een gelijkende tekening daarbij gepubliceerd. Dat er sprake zou zijn van evident clownesk gedrag en dat het om zijn manier van schrijven gaat, zoals [van der Woude] ter zitting heeft verklaard, vormt geen vrijbrief voor het doen van dergelijke uitlatingen over danwel het maken van beschuldigingen aan het adres van [Thissen]. 

18 september 2021

Laat het vlees maar weg


Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft een oproep om minder vlees te eten geschrapt uit een campagne om burgers klimaatbewuster te doen leven. Dat gebeurde in ruggespraak met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Volgens de ministeries ligt het onderwerp minder vlees eten te “politiek gevoelig”.

Dit onthulde 'Wakker Dier' nadat de organisatie via een WOB-procedure documenten over de campagne in handen had gekregen, schrijft het AD. De campagne wilde burgers duidelijk maken wat iedereen zelf kan doen aan het terugdringen van de CO2 uitstoot. Het weglaten van aandacht voor de vleesconsumptie is duidelijk een gemiste kans. De consumptie van dierlijke eiwitten levert een grote bijdrage aan de klimaatopwarming en er kan dus flinke winst behaald kan worden in de strijd tegen de klimaatopwarming. Milieucentraal, oorspronkelijk ook een overheidsinitiatief om onafhankelijke voorlichting te geven over wat mensen zelf kunnen doen aan een beter milieu, laat wel duidelijk de schadelijke kanten van de productie van vlees zien.

Het ministerie van EZK liet dit heel bewust achterwege. Het argument dat vlees eten 'politiek gevoelig' ligt is niet onjuist, maar verhult de belangrijkste reden van die gevoeligheid: de belangen van de agribusiness die nog altijd van grote invloed zijn op het regeringsbeleid. Dat LNV vlees uit de campagne van EZK geschrapt wilde hebben zal zeker ook te maken hebben met de nog steeds invloedrijke lobby van boerenorganisaties en de industrie daaromheen. Beide ministeries laten opnieuw zien dat ze het algemeen belang achterstellen bij de belangen van handel en industrie. 

Van een overheid die boven de partijen wil staan mag je een andere houding verwachten. En dat geldt des te meer voor een overheid die zegt de klimaatopwarming serieus te nemen. Wat we hier missen is het eerlijke verhaal. Vleesconsumptie ligt politiek gevoelig, zeker. 'Vleeseten is nog altijd razend populair in Nederland', volgens deze lobbyist. Maar mogen overheidsvoorlichters, ministers en andere politici daarom de waarheid verbloemen en de milieubeweging het werk laten doen? Eerlijkheid en volledige informatie zijn onmisbaar in een democratie, en zeker als het om een crisis gaat die uit de hand dreigt te lopen als er niet snel drastisch wordt ingegrepen. 

[foto: Tim de Decker CC]

30 augustus 2021

Reclame gaat over de grens


Een poster van de stichting Dier & Leed tegen de consumptie van zuivelproducten is door de rechter verboden. In navolging van anti-tabak- en anti-alcoholpcampganes wil de stichting mensen van de melk afhelpen. 'Hulp nodig met stoppen?' en 'Melk maakt meer kapot dan je lief is' staat te lezen bij tram- en bushaltes. Op een poster wordt het vroeg scheiden van koe en kalf aangeklaagd. Boeren die een rechtszaak aanspanden kregen vorige week op dat punt gelijk: de bewering dat het weghalen van kalveren bij de moeder in de zuivelsector ‘ernstig dierenleed’ veroorzaakt gaat volgens de rechter te ver. Volgens de rechter kan een aantasting van het dierenwelzijn en zelfs dierenleed mogelijk voorkomen worden door koe en kalf pas later te scheiden. Maar het is volgens de rechter tegelijkertijd "niet aannemelijk" dat er sprake is van ernstig leed, als dit wel gebeurt. Daarmee is een grens voor de vrijheid van meningsuiting overschreden. Een dergelijke stelligheid is onrechtmatig tegenover de melkveehouders die hierdoor in hun bedrijf worden geschaad. 

Dier & Recht gaat in beroep tegen deze uitspraak en verwijdert intussen deze posters. Maar wat zou er gebeuren als de stichting het woordje 'ernstig' schrapt? Ik kan me niet voorstellen dat de impact van de poster verandert. En dan blijft de schadelijkheid gelijk, gezien vanuit het standpunt van de boeren. Wat betekent dan zo'n uitspraak?  Moeten we het misschien zien als een waarschuwing dat je op je woorden moet letten als je de agroindustrie aanvalt? 

17 augustus 2021

Evenwicht in de uitingsvrijheid


 'We moeten opnieuw nadenken over een evenwicht tussen vrije meningsuiting en regels die de ergste schade van menselijke ongerijmdheid kunnen beperken', schrijft Ian Buruma in een opiniebijdrage in de NRC. Hij waarschuwt voor nieuwe aanzetten tot censuur op ongewenste meningen. Zoals in Zuid-Korea waar een bepaalde opvatting over de geschiedenis bij wet strafbaar is gesteld. Ik zou er het voorbeeld van Bosnië-Hercegovina aan toe kunnen voegen, waar Valentin Inzko, de Hoge Vertegenwoordiger van de bestandspartijen uit de burgeroorlog, het ontkennen van genocide strafbaar heeft gesteld. Maar dan stuit ik meteen op een probleem. De grens moet liggen bij aanzetten tot geweld, zegt Buruma. En daar ligt nu precies het motief van Inzko voor zijn censuurmaatregel. De interpretatie die de Bosnische Serviërs geven aan de geschiedenis van de burgeroorlog roept volgens hem nieuw geweld op. En vanuit zijn rol om het vredesakkoord van Dayton overeind te houden zag hij geen andere mogelijkheid dan een verbod op ongewenste lezingen van de geschiedenis. 

Moeten we de grens toch wat eerder trekken misschien? 'Slechte argumenten en verzinsels moeten door betere argumenten en meer nauwkeurigheid worden weerlegd. Dat is althans de ideale basis voor de vrijheid van meningsuiting,' schrijft Buruma. 'Maar het zou naïef zijn om de risico’s van opzettelijke leugens en funeste propaganda te bagatelliseren.' Overeenkomstig de ruime Amerikaanse opvattingen van free speech wijst hij dan op de gevaren van oproepen tot geweld. Daar moet volgens hem de grens worden getrokken. In Europa is dat niet het enige criterium voor de strafbaarheid van een geschiedenisopvatting. De holocaustontkenning wordt ook in Nederland bijvoorbeeld gezien als een strafbare vorm van discriminatie van Joden. 

Ik heb dat discriminatie argument nooit zo sterk gevonden omdat het meer verwijst naar een houding of gedachte van degene die een opvatting uit dan naar de consequenties voor degenen die er door getroffen worden. Het strafbare in dergelijke uitingen zou ik liever leggen bij de dreiging die er van uit gaat en de angst die het bij mensen veroorzaakt en hun leven onzeker maakt. Leugens en bepaalde verdraaiingen van de feiten kunnen wat mij betreft ook strafbaar gesteld worden als ze leden van een etnische groep daadwerkelijk schade toebrengen door de dreiging die er van uitgaat en de angst die ze oproepen. Op grond van dat schade-wegens-bedreiging-principe kan een uitzonderlijk geval als de holocaustontkenning verboden worden, maar ook de  'minder minder Marokkanen' oproep van PVV-leider Wilders.

Dit gaat dus iets verder dan wat Buruma voorstelt. Maar dan zijn we er nog niet.