12 juli 2019

GroenLinks vliegt uit de bocht

Over nepnieuws heb ik hier eerder geschreven. Heimelijk politiek bedrijven door middel van het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie is een eeuwenoude truc van politieke propagandisten. Zie het als een poging de tegenstander ontregelen door de verspreiding van leugens en geruchten. Dat de overheid ons hiertegen zou moeten beschermen, zoals sommige politici suggereren, is echter een gevaarlijke gedachte. Die overheid is zelf partij en dient het onderscheid tussen waarheid en leugen over te laten aan het onafhankelijk oordeel van de burgers om niet in censuur te vervallen. De beste bestrijding van nepnieuws ligt in handen van onafhankelijke media die de leugens en verzinsels ontmaskeren en burgers in staat stellen zelf te beoordelen wat zij wel of niet moeten geloven. Tegen het nepnieuws werkt alleen het echte nieuws. En opvoeding in 'mediawijsheid'.

In een debat met minister Ollongren bleek dat GroenLinks Kamerlid Nevin Özütok dit niet helemaal goed begrepen heeft. Ze stelde voor de Kiesraad de taak te geven nepnieuws in verkiezingscampagnes te detecteren en aan de kaak te stellen. Özütok werd vervolgens op pijnlijke wijze op haar nummer gezet door PVV-Kamerlid Martin Bosma. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om zijn rabiate anti-communisme te etaleren, tot plezier van zijn fans die onder het gepubliceerde filmpje helemaal los gaan tegen die verschrikkelijke gevaarlijke 'groenlinkse communisten'. Dat slaat natuurlijk nergens op. Maar verder moet ik Bosma puur inhoudelijk gelijk geven. De overheid dient zich verre te houden van oordelen over de kwaliteit van nieuwsberichten. Voor je 't weet krijgen we praktijken terug zoals vroeger gebruikelijk in de Rooms-Katholieke kerk toen de bisschoppen nog publicaties goedkeurden met een 'nihil obstat'-stempel.


25 juni 2019

Grenzen trekken

Ian Buruma, de onfortuinlijke hoofdredacteur van de The New York Review of Books, zag zich al na korte tijd gedwongen ontslag te nemen nadat hij een artikel had geplaatst van een man die beschreef hoe hij door een #MeToo affaire plots als paria werd behandeld. Voor veel lezers bleek het een brug te ver om deze paria een podium te geven. Bij zijn aftreden schreef Buruma een commentaar en daarin maakte hij het onderscheid tussen insult (belediging) en offense (aanstoot). Het eerste is bewust, het tweede afhankelijk van de ontvanger. ‘Aanstoot wordt genomen, belediging uitgedeeld.’ Aanstoot geven moet kunnen, beledigen is een moedwillige poging om iemand kwaad te doen en dat gaat volgens Buruma over de grens. Coen van de Ven schrijft er over in De Groene.  Hij levert terecht kritiek op het besluit van de The New York Times om, na alle ophef over een spotprent van Trump met een keppeltje achter een blindengeleidehond met davidster die de Israëlische premier Netanyahu moet voorstellen, nu maar helemaal geen cartoons meer te plaatsen. Redactionele luiheid, vindt hij. Cartoons moeten het hebben van scherpte, ze zullen altijd wel bij iemand voor aanstoot zorgen. En hij citeert cartoonist Joep Bertrams: ‘Door volledig te stoppen met het genre zeg je eigenlijk: ik heb geen zin in dat gehannes’.

In Nederland is het geven van aanstoot voor de meeste mensen nauwelijks nog een punt van discussie, misschien met uitzondering van de 'potloodventer'. Bewuste belediging ligt een heel stuk moeilijker. De strafwet kent daarvoor nog drie varianten: eenvoudige belediging, smaad (bewust kwaadaardige praatjes verspreiden) en laster (bewust leugens vertellen die iemands reputatie aantasten). En dan is er ook nog de omstreden groepsbelediging. In alle gevallen zou ik met Buruma mee willen gaan en de grens leggen bij het opzettelijk toebrengen van schade: iemand moedwillig met woorden of beelden een klap verkopen die de persoon of groep pijn doet. Dat is niet alleen onfatsoenlijk, maar daarmee wordt een grens van beschaving overschreden. Of dat in alle gevallen tot een veroordeling door de strafrechter moet leiden valt nog te betwisten, maar het lijkt me heel redelijk dat de mogelijkheid in elk geval bestaat.

Proces Wilders

Deze week vindt de inhoudelijke behandeling plaats van het hoger beroep in de 'minder, minder Marokkanen'- zaak waarin Geert Wilders in 2016 werd veroordeeld voor groepsbelediging. De rechtbank zag in Wilders' duidelijk vooraf geregisseerde actie op de verkiezingsavond van de raadsverkiezingen in 2014 een teken van het minderwaardig verklaren van een bevolkingsgroep als zodanig. En dat valt onder de strafbaarheid van groepsbelediging. De moedwillig toegebrachte schade zit dan vooral in de intimidatie, de bedreiging van een deel van de bevolking. Bedreiging veroorzaakt angst en dat kan een gerechtvaardigde reden zijn om de vrijheid van meningsuiting te beperken.


11 juni 2019

Twitter straft

Geert Wilders heeft een halve dag geen gebruik kunnen maken van zijn Twitter-account. Het was een straf van het bedrijf omdat de politicus zich niet aan de regels heeft gehouden. Hij schreef in reactie op een tweet van zijn collega Jetten van D66 waarin stond dat we altijd moeten opstaan tegen antisemitisme in Nederland en Europa:
‘Laten we altijd opstaan tegen de sukkels van @D66 die de grenzen open laten staan en meer en meer islam importeren om vervolgens krokodillentranen te huilen over de gevolgen daarvan zoals antisemitisme, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, terrorisme en haat.’
Volgens Twitter is dat haatdragende gedrag. Wilders kreeg een mail waarin verwezen wordt naar de huisregel: You may not promote violence against, threaten, or harass other people on the basis of race, ethnicity, national origin, sexual orientation, gender, gender identity, religious affiliation, age, disability, or serious disease. Een vreemde reactie op de tweet van Wilders, meent ook De Volkskrant:
Zijn D66’ers volgens Twitter een gemarginaliseerde gemeenschap die speciale bescherming verdient? Dat Wilders zijn politieke tegenstanders uitmaakt voor ‘sukkels’ is weinig verheffend, maar op het eerste gezicht toch niet schokkender dan een recente tweet van D66-europarlementariër Sophie in ’t Veld. Zij kwalificeerde Kamerleden die zich keren tegen het streven naar een ‘steeds hechter verbond’ van EU-lidstaten onlangs als ‘onnozel’. Die tweet bleef gewoon staan.
Een doodsbedreiging tegen Wilders van een Pakistaan werd ook niet verwijderd.

28 mei 2019

Leid burgers niet om de tuin

Lokaal nieuws uit Apeldoorn van Dagblad De Stentor:
De complete redactie van het Apeldoornse wijkblad de Wijkkijker is vanwege een curieuze reden opgestapt. Omdat er van de wijkraad Osseveld-Woudhuis geen artikelen meer over de komst van het azc aan de Deventerstraat geschreven mogen worden, hebben de tien schrijvers hun taken neergelegd.
De redactie vermoedt dat de wijkraad onder druk staat van de gemeente. Die ontkent dat, net als de voorzitter van de wijkraad. Die zegt dat het drie maal per jaar uitkomende blad in de loop der jaren los is komen te staan van de wijkraad. Op de uitvoerige artikelen over het azc wil hij niet aangesproken worden. Nu even stoppen over dat onderwerp en er later misschien nog eens op terug komen in overleg met de wijkraad, was het verzoek dat de redactie aanleiding gaf om op te stappen.

Het laatste artikel is volgens De Stentor een voorbeeld van serieuze journalistiek. 'De redactie laat allerlei experts, zowel voor- en tegenstanders, aan het woord. Hoewel er de nodige kritiek in doorklinkt, is het feitelijk van toon en niet vanuit de onderbuik geschreven.'

Hier gaan twee dingen fout.

10 mei 2019

Een onveilig klimaat voor journalisten

Ter gelegenheid van de Dag van de Persvrijheid publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) een nieuw onderzoek naar bedreigingen, intimidaties en geweld waar journalisten mee te maken hebben. Twee jaar geleden is er al eens onderzoek op dit gebied gedaan door voormalig ombudsman Alex Brenninkmeijer en Marjolein Odekerken. De resultaten waren volgens de NVJ tamelijk verontrustend. In het nieuwe onderzoek van Odekerken en Laura Das was de focus gericht op vrouwen en online pogingen tot intimidatie. De helft van de vrouwelijke journalisten in Nederland heeft daar ervaring mee vanwege hun werk. Vooral vrouwen met een migratieachtergrond en freelancers melden vervelende incidenten.

Het onderzoek werd woensdag j.l. gepresenteerd op het Festival van het Vrije Woord in Hilversum waarna een forum de resultaten besprak. Opvallend is het verschil in bedreigingen tussen mannen en vrouwen. Mannelijke journalisten hebben ook te maken met bedreigingen, en soms zelfs fysiek geweld. Misdaadverslaggevers Paul Vugts en John van den Heuvel hebben zelfs politiebescherming. Vorig jaar zijn de gebouwen van de Telegraaf en Panorama door criminelen vernield (een van de redenen waarom Nederland een plaats is gezakt op de Persvrijheidsmonitor). Maar de bedreigingen van mannen betreffen vrijwel altijd wát ze schrijven of filmen, terwijl vrouwen online geconfronteerd worden met seksistische en racistische uitingen vanwege hun identiteit. NRC-columniste en forumlid Clarice Gargard: 'De boodschap is eigenlijk dat ik niet thuis hoor in het publieke debat.' De vertegenwoordigster van SOFO, een door de OVSE geïnitiëerd programma voor de Safety of Female Journalists Online, zei het zo: mannelijke journalisten worden aangevallen op hun standpunt, vrouwen omdat ze een überhaupt een standpunt naar buiten brengen; en des te vaker naarmate het een dissident standpunt betreft.

29 april 2019

Staatshoofd of popster

Aanhangers van het dezer dagen weer zo bejubelde Nederlandse koningshuis zullen er niet blij mee zijn, maar het verbod op majesteitsschennis is eindelijk verleden tijd. Vorig jaar was er al een meerderheid voor in de Tweede Kamer, een jaar later is nu ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met de initiatiefwet van Kees Verhoeven (D66) om de artikelen 118 en 119 uit het Wetboek van Strafrecht te verwijderen. CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen. Na het verlies van het verbod op 'smalende godslastering' moeten de christelijke politici opnieuw buigen voor een meerderheid die eindelijk eens wil afrekenen met totaal verouderde bepalingen die de vrijheid van meningsuiting belemmeren. En dit keer was er geen opportunistische VVD die hen te hulp kwam.

Verhoeven's voorstellen voor de wetswijzigingen werden ook door de regering als 'modernisering' ondersteund. Maar niet nadat men zich er van verzekerd had dat de mogelijkheid voor het bestraffen van belediging van het koningshuis langs andere weg toch nog in stand blijft. Belediging van het koningshuis is nu gelijkgetrokken met de verzwaarde strafbaarheid van de belediging van een 'ambtenaar in functie'. Om de koning niet in verlegenheid te brengen is bepaald dat het in zijn geval niet nodig is dat hij zelf een klacht indient. Tegelijk met het schrappen van de majesteitsschennis is ook het verbod op de belediging van een bevriend staatshoofd als apart strafwetartikel uit de wet gehaald.

08 april 2019

Amerikaanse toestanden

De staat moet zich onthouden van bemoeienis met godsdienst, de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, of vreedzame bijeenkomsten van het volk. Zo luidt ongeveer het First amendment van de Amerikaanse grondwet, traditioneel het voorbeeld voor alle tegenstanders van censuur. De bescherming van het vrije woord tegen ingrijpen van de overheid laat onverlet dat Amerikaanse burgers elkaar nog steeds kunnen aanspreken op uitingen die in strijd zijn met lokale zeden of het dominante geloof. In de afgelopen jaren hebben we met enige verbazing, juist vanwege dat beeld van vrijheidslievende Amerikanen, kennis kunnen nemen van incidenten op Amerikaanse universiteiten waar een ver doorgevoerd beleid van politiek correct handelen geleid heeft tot een drastische inperking van de vrijheid van meningsuiting. Linkse studenten op Amerikaanse universiteiten plegen censuur op ideeën, taal en sprekers die hun niet bevallen. Volgens critici ondermijnen zij hiermee de universiteit als debatplek bij uitstek. Het opmerkelijkste argument van de studenten om bepaalde sprekers, of ook onderdelen uit de historische of literaire canon, niet te willen horen, is dat die hen stress zou bezorgen, en zo lichamelijke klachten, waartegen zij zich dus ook fysiek mogen weren.

Dat de studenten het vooral hebben begrepen op uitingen vanuit de rechtse, conservatieve hoek, en dan met name uitingen die strijdig zijn met respect voor hun verschillende identiteiten, roept een reactie op die grote risico's inhoudt voor de traditionele Amerikaanse free speech. Want wat blijkt? President Trump heeft gehoor gegeven aan klachten uit zijn achterban over de toestand op de 'linkse' universiteiten. Hij dreigt academische instellingen nu te gaan korten op hun researchgelden als ze geen free speech voor hun studenten en personeel kunnen garanderen. Het presidentiële decreet  beroept zich op het First amendment maar is natuurlijk als zodanig juist volledig in strijd met de Amerikaanse grondwet die overheidsingrijpen moet voorkomen.