28 augustus 2020

Waarom mogen we dat niet weten?


De ministers De Jonge (Volksgezondheid) en Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) zijn voorzichtig met informatie over besmettingen van vliegtuigpassagiers. In antwoord op Kamervragen van Suzan Kröger van GroenLinks over vluchtgegevens van 38 gevallen die half juli gemeld werden schrijven ze: "Het breder bekend maken van deze gegevens draagt niet verder bij aan een betere bestrijding van het virus, maar mogelijk juist aan onnodige ongerustheid, zeker omdat gebleken is uit het bron-en contactonderzoek dat er geen verdere besmettingen uit zijn ontstaan." De Veiligheidsregio Kennemerland bevestigde die 38 gevallen na berichten in het Haarlems Dagblad. 

Nu is er inmiddels een teststraat op Schiphol. Slechts een klein deel van de passagiers wordt echter getest, bleek uit navraag van Nieuwsuur deze week. Het ministerie van VWS wil niet zeggen hoeveel van de 7255 coronatests op Schiphol positief waren. Nieuwsuur verwijst naar het antwoord van de ministers op de Kamervragen van GroenLinks. Die gingen overigens niet over aantallen. Het is niet duidelijk of Nieuwsuur de verkeerde vraag heeft gesteld of dat De Jonge de journalist heeft afgescheept. 

Cijfers over besmettingen, ziekenhuisopnames, patiënten op de IC en het reproductiegetal zijn sinds het begin van de coronacrisis in  alle details verstrekt. Kan dat niet leiden tot 'onnodige ongerustheid'? Met al die cijfers, na verloop van tijd samengevat op het bekende 'dashboard' van minister De Jonge verantwoordt de regering week in week uit haar beleid. Waarom zou ze dat niet doen met cijfers over die ene plek die nogal eens ter discussie heeft gestaan bij de aanpak van de pandemie?

11 augustus 2020

Disciplinair onderzoek tegen Rotterdamse agenten

 

Het Openbaar Ministerie heeft nagegaan of een strafrechtelijk onderzoek nodig was tegen agenten die zich in een Whatsapp groep 'racistisch' hadden uitgelaten. In conversaties van negen politieagenten zijn burgers met een migratieachtergrond onder meer aangeduid als „kankervolk, kutafrikanen en pauperallochtonen” op wie ze willen „schieten”. Het was een ractie op een filmpje waarin een mishandeling van een witte jongeman door gekleurde mannen te zien was. Politiemensen maakten in februari 2019 melding van de discriminerende uitlatingen in deze appgroep. De teamchef voerde „corrigerende gesprekken” en de appgroep werd opgeheven, aldus de politie. Na een artikel in de NRC en de nodige ophef in de Rotterdamse politiek is de zaak vorige maand voorgelegd aan het OM. Dat concludeert dat er geen grond is voor een strafzaak omdat de uitlatingen gedaan zijn in besloten kring. De Rotterdamse politie gaat nog wel een disciplinair onderzoek doen dat mogelijk tot sancties leidt. Martin Sitalsing, de landelijk verantwoordelijke politiechef voor bestrijding van het racisme pleit voor een 'snoeiharde aanpak' van dit soort uitlatingen. Hij ziet een landelijke trend en wil het niet bij incidenten laten. 

Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam zei dat voor agenten die dergelijke taal gebruiken geen plaats is in zijn eenheid. Ik weet niet of hij dat waar kan maken. Maar het taalgebruik in de gewraakte appgroep is zeker verontrustend. Niet alleen omdat het discriminerend is. Maar ook omdat agenten zich onder elkaar kennelijk niet kunnen inhouden als ze verontwaardigd zijn. Wie dan gaat schelden besmet zijn collega's met taal die agenten zich niet kunnen permitteren. Zo wordt het toch al vijandige klimaat tegen bepaalde bevolkingsgroepen nog meer verhit. Agenten zijn vertegenwoordigers van de overheid en moeten als zodanig volledig onpartijdig blijven ten opzichte van de burgers die zij geacht worden te dienen. Zij dienen zich verre te houden van uitlatingen die suggereren dat zij in hun functie daadwerkelijk tot discriminatie bereid zijn en die zo de drempel bij anderen verlagen. 

Disciplinaire maatregelen kunnen in dit geval dus wel passend zijn. Een 'corrigerend gesprek' met de teamchef is wel een erg zwakke reactie. Maar een strafzaak?

28 juli 2020

Scrabblewoorden en misdaden

De Amerikaanse bond die officiële scrabble-toernooien organiseert, de North American Scrabble Players Association (NASPA) heeft 226 woorden geschrapt uit de lijst van bij wedstrijden toegestane woorden. Het gaat vooral om beledigingen voor zwarte mensen en homofobie, maar ook een Ierse pejoratieve term voor een plattelandsbewoner staat op de lijst. De fabrikant van Scrabble, Hasbro,is akkoord met de aanpassing van de woordenlijst, die ook gaat gelden voor online versies van het spel. Dat betekent dat alle Engelstalige spelers met de lijst verboden woorden te maken krijgen.

De voorzitter van de NASPA, John Chew,  schrijft aan zijn leden: "Als we een scheldwoord leggen, zeggen we daarmee eigenlijk dat ons verlangen om punten te scoren in een woordspelletje voor ons zwaarder weegt dan de bredere functie van het scheldwoord als middel om een groep mensen te onderdrukken." Een van initiatiefnemers, Josephine Flowers, heeft er nog andere gedachten bij: 'Je zou daar een wedstrijd van 45 minuten kunnen zitten terwijl je alleen maar naar dat woord kijkt. En als je de persoon die het heeft gespeeld niet kent, dan vraag je je af:"Werd het als een flauw woord neergezet, of was het het eerste woord dat in hen opkwam?"'

De keuze van de woorden die nu verboden zijn is gebaseerd op het woordenboek van Merriam-Webster die het beledigende karakter meldt van woorden, meest in verband met racisme. De uiteindelijke lijst die de NASPA nu gaat hanteren wordt hier voor alle zekerheid verdraaid weergegeven, om de toevallige lezer niet op verkeerde gedachten te brengen. 

De actie waardoor woorden die wel bestaan in het Engels toch niet in het spel gebruikt mogen worden is nieuw voor de scrabble-spelers. In de jaren negentig heeft de Anti-Defamation League al eens een poging gedaan woorden met een anti-semitische lading uit de lijst verwijderd te krijgen, maar veel afdelingen van scrabble-spelers hielden zich er niet aan en bleven hun eigen lijst hanteren.


14 juli 2020

Het ongemak van foute meningen

De aankondiging dat Jort Kelder een televisiedebat zou gaan leiden over racisme in Nederland was voor Grâce Ndjako en Antoin Deul aanleiding NPO-voorzitter Rijxman een protestbrief te schrijven en tevens op te roepen het debat te boycotten. Ze vinden racisme niet zomaar een mening waar je, zoals in een debat, voor of tegen kunt zijn. En ze vinden de keuze van Kelder als debatleider 'absurd'. Ze citeren enkele uitspraken van Kelder en concluderen dan: 'U zegt in uw statement dat u polarisatie wilt tegen gaan maar in onze optiek wakkert u hiermee juist polarisatie aan. Wij kunnen niet anders dan de conclusie trekken dat uw motieven niet zuiver zijn en het dus over het scoren van kijkcijfers gaat.... dat uw omroep racisme kapitaliseert om er een voordeel mee te doen.'

Racisme is geen mening, maar een moorddadig systeem van achterstelling, uitsluiting en onderdrukking op basis van kleur. Dat ben ik met de briefschrijvers eens. Dat Kelder een weinig gelukkige keuze is voor zo'n programma, daar kan ik het ook nog wel mee eens zijn, al zou je ook kunnen redeneren dat hij mensen aanspreekt die zich tot nu toe afzijdig hebben gehouden. Maar dat zij vanwege die keuze de NPO betichten van niet-zuivere motieven, scoren voor de kijkcijfers en het 'kapitaliseren' van het onderwerp om er voordeel mee te behalen vind ik grotesk. Het is een goedkoop statement dat geen enkele bijdrage levert aan het uitbannen van het moorddadige systeem.

Uitbanning van racisme vereist maatregelen die dit systeem afbreken en vervangen door sociale gelijkheid op de arbeidsmarkt, bij de verdeling van woningen, in het onderwijs, in het alledaagse leven en op andere terreinen. Het straffen, boycotten of aan de schandpaal nagelen van mensen die iets gezegd hebben dat past binnen de ideologie van het racisme brengt deze maatregelen geen stap dichterbij. Het gaat er om concrete discriminatie te veroordelen en te verbieden. Je kunt mensen nu eenmaal niet dwingen anders te gaan denken. Vooroordelen, stereotyperingen en beledigingen verdienen een weerwoord. In ernstige gevallen, zoals bij bedreigingen, is er de strafwet. Maar je wint het niet tegen dit 'moorddadige systeem' door alles te zetten op het uit de openbaarheid houden van 'foute' uitingen. Niet gehoord, niet gezien....maar ook niets opgelost.

26 juni 2020

Onhandig verbod

De Gemeente Den Haag heeft opnieuw een demonstratie van Viruswaanzin verboden. Vorige week verbood burgemeester Remkes een demonstratie vanwege de te verwachten drukte en omdat de organisatie een opzet had gekozen die meer op een festival leek, een vorm van een bijeenkomst die onder de huidige coronamaatergelen niet is toegestaan. Uiteindelijk kwamen er wel demonstranten naar het Malieveld. Die mochten een half uurtje 'gewoon' demonstreren van Remkes en moesten daarna naar huis. Het eindigde met een optreden van de ME tegen provocerende hooligans uit het voetbalsupporterscircuit.

Nu verbiedt Remkes een nieuwe demonstratie 'op dezelfde gronden als vorige week, zegt de gemeente Den Haag. Volgens de burgemeester vormt het protest een gevaar voor de volksgezondheid vanwege de verwachte hoge opkomst. Ook bestaat de kans op ernstige wanordelijkheden. Verder zijn er geen aanwijzingen dat de organisatie bereid is maatregelen te nemen om de demonstratie in goede banen te leiden, zegt de gemeente.'

Het is niet duidelijk of er van de kant van de Gemeente pogingen zijn gedaan om een oplossing te vinden. Willem Engel, een van de organisatoren: '"Voor mij is er geen twijfel over dat dit een politieke zaak is.” Ondanks het verbod gaat hij zondag naar het Malieveld: ,,Wij zijn er op persoonlijke titel. Ik nodig iedereen uit om te komen. Het is ons recht om te demonstreren.”'


17 juni 2020

Machteloos tegen desinformatie?

De Europese Commissie heeft opnieuw van zich doen horen in de strijd tegen desinformatie. Aanleiding is nu de verspreiding van valse berichten over het coronavirus. De verantwoordelijke commissarissen Jourová (Transparantie en Waarden) en Borrell (Buitenlandse Zaken) hebben vorige week nieuwe plannen aangekondigd. Erg concreet zijn ze niet. NOS-correspondent Thomas Spekschoor ziet vooral 'opgepoetste oude plannen'. Probleem is dat de EU en de nationale overheden in belangrijke mate afhankelijk zijn van grote particuliere internetbedrijven die niet eenvoudig te sturen zijn. De Commissie heeft met de grootste spelers op dit gebied al eerder een 'praktijkcode tegen desinformatie' afgesproken. Maar de code werkt tot nu toe niet omdat volgens de Europese organisatie van mediawaakhonden, ERGA, niet te controleren is of de platforms genoeg doen. 'Brussel zou dwingender moeten zijn, de platforms echt onder druk moeten zetten om bijvoorbeeld data te delen en inzicht te geven in algoritmes. Daarmee zouden wetenschappers en journalisten kunnen onderzoeken hoe nepnieuws zich verspreidt.'

IJdele hoop. Google, Facebook en Twitter zullen zich niet zo maar in de kaart laten kijken. Tot nu toe hebben ze geen enkel teken vertoond af te willen stappen van hun status als privaat bedrijf dat alleen op vrijwillige basis samenwerkt met de overheid dan wel burgers waarschuwt voor misleidende informatie. Zoals met het -overigens discutabele- commentaar van Twitter op Trump's tweets. Zo lang deze techplatforms niet omgevormd worden tot aan regels onderhevige publieke dienstverleners zullen overheid en burgers machteloos moeten toezien dat het informatieverkeer afhankelijk blijft van particuliere belangen.

De voorgenomen aanpak van desinformatie is verder problematisch omdat het niet volledig duidelijk is wat we er onder moeten verstaan. En het risico op een onaanvaardbare beperking van het vrije verkeer van informatie en de vrijheid van expressie is bepaald niet denkbeeldig.

27 mei 2020

Ambtenaar en vrijheid van meningsuiting

In Nijmegen is trouwambtenaar Sacha Bucciarelli ontslagen nadat ze openlijk kritiek had geuit op de regel dat bij trouwplechtigheden in het stadhuis dertig mensen aanwezig mogen zijn ondanks de voortdurende coronacrisis. Bucciarelli, die naar de rechter stapt, stelde dat de gemeente zich schuldig maakt aan ‘uitlokking’. In Amsterdam en Rotterdam blijft het bij het bruidspaar en getuigen. De gemeente Nijmegen hecht 'juist in crisistijd' aan het trouw volgen van de regels. 'Het dient het vertrouwen in de overheid niet als ambtenaren dit publiekelijk ter discussie stellen.' Als je zorgen hebt moet je die eerst intern aankaarten. Bucciarelli zegt (in discussie met lezers van de krant) dat ze dat ook gedaan heeft. De gemeente meent verder door de uitlatingen van de ambtenaar negatief in het nieuws te zijn gekomen.

De SP Nijmegen bestrijdt die laatste redenering aangezien het bij de omstreden maatregel om landelijk beleid gaat (al is burgemeester Bruls als voorzitter van het beraad van veiligheidsregio's daar wel intensief bij betrokken). De SP vindt dat de gemeente met het ontslag 'alle perken te buiten gaat.'

Loyaliteit

Ambtenaren hebben net als andere werknemers tot op zekere hoogte een plicht tot loyaliteit aan de werkgever. Van klokkenluiders wordt verwacht dat zij hun ongenoegen, kritiek en klachten over de gang van zaken in hun organisatie eerst intern aankaarten, al dan niet bij vertrouwenspersonen, voordat ze de publiciteit zoeken. Bij ambtenaren ligt het allemaal nog gevoeliger. Zij worden traditioneel geacht zich tegenover het bestuur dienstbaar op te stellen, en in hun werk elke schijn van een persoonlijke invulling van hun taak te vermijden. De ambtenaar doet wat het door de burgers gekozen bestuur heeft besloten. En respecteert die besluiten zonder morren en zonder daarover een persoonlijke mening te ventileren. In het openbaar morrende ambtenaren kunnen aangeklaagd worden wegens plichtsverzuim.