27 maart 2020

Hoe gaat dit verder?

De persvrijheid is mij lief. Aanvallen op journalisten wekken doorgaans mijn argwaan. Dat de VPRO een parafrasering van de woorden van Baudet niet hoeft te rectificeren vind ik terecht. Maar soms erger ik me ook aan journalisten die met hun gezuig in interviews de relevantie van een zaak volkomen missen en er alleen op uit lijken te zijn een politicus onderuit te halen. Die moet zich dan in alle bochten wringen om een beleefd, en nietszeggend antwoord te formuleren. Met als gevolg dat de kijker/luisteraar zich steeds vaker geïrriteerd afwendt van het Haagse gebeuren. In plaats van een degelijke, diepgaande verantwoording van wat politici daar namens ons doen leveren de media op deze manier helaas steeds meer uitsluitend show.

De afgelopen week heb ik me in toenemende mate geërgerd aan vragen van journalisten over de verdere ontwikkeling van de coronavirusepidemie en alles wat daarmee samenhangt. Niemand weet hoe deze epidemie zich gaat ontwikkelen, niemand kan dat ook weten. Dat is keer op keer ook duidelijk gemaakt door alle betrokken wetenschappers. Het is dan nogal irritant, maar je zou ook kunnen zeggen dom, en zelfs riskant als sommige journalisten dan toch blijven aandringen op speculaties. Waar moeten we rekening mee houden? Wat kan er gebeuren als....? Wat gaat u doen als....? En anders....? Zijn er wel genoeg voorzorgsmaatregelen genomen? Hebben deze maatregelen effect? Welke problemen verwacht u? Het zijn vragen waar niemand een duidelijk antwoord op kan geven. Met de doorgaans vage en voorzichtige antwoorden die Rutte en zijn ministers dan toch moeten formuleren lopen zij het risico verkeerd begrepen te worden, valse verwachtingen te wekken dan wel irritaties op te roepen. De journalist denkt een punt te kunnen maken, de politici tonen onzekerheid ('dat is heel lastig om te zeggen') en de burgers verliezen het vertrouwen.

Angst voor wat komen gaat voedt in crisistijd de behoefte aan een toekomstperspectief en liefst geruststellende woorden van de autoriteiten. Op zich is het dus wel begrijpelijk dat journalisten daar naar vragen. Maar het levert zelden iets op. Overigens zie je die fixatie op wat we nog niet weten ook in minder uitzonderlijke omstandigheden. De vraag 'hoe gaat dit verder?' is inmiddels in de nieuwsjournalistiek een even groot clichee geworden als 'wat ging er door je heen?' in de sportverslaggeving.

16 maart 2020

'Kwetsend maar niet strafbaar'

Het OM gaat ondertekenaars en verspreiders van de Nashville-verklaring niet vervolgen. Begin vorig jaar ontstond nogal wat ophef over de homovijandige regels in deze tekst afkomstig van orthodox-christelijke gelovigen uit de Verenigde Staten. De verklaring erkent op bijbelse gronden uitsluitend hetero-relaties en verklaart homoseksualiteit en ook het goedkeuren daarvan als zondig. In Nederland stond de naam van SGP-voorman Kees van der Staaij bij de ondertekenaars. Hij moest zich daarover meermalen verantwoorden in de media en in de Tweede Kamer. Van der Staaij suggereerde dat hij er wellicht langer over nagedacht had als hem expliciet gevraagd was te ondertekenen, wat niet het geval was. Maar hij nam geen afstand van de verklaring die volgens hem bedoeld was voor intern gebruik binnen reformatorische kring. Het heeft veel verontwaardigde mensen van buiten die kring niet belet aangifte tegen hem te doen.

Het OM oordeelt nu dat de Nashville-verklaring kwetsend is voor homo's, maar niet strafbaar volgens de wet. 'Het zou kunnen dat de verklaring dat homoseksualiteit moet worden afgekeurd leidt tot uitsluiting, schrijft het OM. Maar omdat verder niet concreet wordt gemaakt waar dat ‘afkeuren’ uit moet bestaan, gaat de Nashville-verklaring niet zover dat er sprake is van aanzetten tot discriminatie. Ook van aanzetten tot geweld is geen sprake, vindt justitie.' De vrijheid van meningsuiting laat ook ruimte voor kwetsende en verontrustende uitspraken, meent het OM. En dus leidt alle ophef niet verder dan de morele veroordeling van foute denkbeelden. Gelukkig maar, schrijven columnisten Bessems en Heesakkers in de Volkskrant. 'Want je weet het maar nooit met dit soort vervolgingsbeslissingen. Het kan ineens maatschappelijke mode worden om mensen met foute denkbeelden de mond te snoeren.'

Het OM mag zich nu gaan buigen over een andere aanklacht tegen de verspreiding van foute denkbeelden: antisemitisme in de het boekenassortiment van Bol.com.

29 februari 2020

Wat niet gezegd wordt

In reactie op de dodelijke aanslagen van een rechtsextremist in Hanau waarschuwde de Nederlandse regering bij monde van de vicepremiers Wouter Koolmees (D66) en Hugo de Jonge (CDA) voor extreem taalgebruik. Een opmerkelijke stap die, voor zover ik me herinner, bij eerdere aanslagen niet werd gezet. De Nederlandse bewindslieden sloten zich aan bij de Duitse president Frank-Walter Steinmeyer die op de dag na de aanslag zei: “We staan zij aan zij tegen geweld. En tegen de taal die mensen uitsluit en kleineert en die maar al te vaak voorafgaat aan het geweld.” De Jonge: “Taal doet ertoe. Ze kan verschillen uitvergroten óf overbruggen, samenwerking verhinderen óf mogelijk maken. Het is ieders verantwoordelijkheid te weten wat de gevolgen kunnen zijn.” Maar hij zei ook: “We moeten oppassen met een causale relatie leggen tussen taal en deze aanslag.” Alleen al de suggestie in een interview met een expert op het gebied van radicalisering en extreemrechts in Trouw leidde deze week tot een stroom heftige haatmail, schrijft de hoofdredacteur vandaag.

Taal doet er toe, dat klopt. Taalgebruik schept een sfeer tussen mensen die kan binden maar ook afstand kan scheppen. Woorden kunnen emoties oproepen en zo de onderlinge verhoudingen verbeteren of verslechteren. Dat weet een kind. Dat bepaalde woorden voorafgaan een geweld betekent echter nog niet dat ze er de oorzaak van zijn. In de vaak heftige debatten op de Duitse televisie na de aanslag in Hanau verwezen sommige deelnemers wat al te gemakkelijk naar het taalgebruik van de AfD. Extreemrechts draagt met taal die mensen uitsluit bij aan een klimaat waarin doorgedraaide individuen geweld gebruiken. Maar dat klimaat is geen exclusief product van taalgebruik. Er is meer gebeurd om een voor minderheden vijandig klimaat te scheppen en de nette middenpartijen kunnen daarvoor evenzeer verantwoordelijk worden gehouden. Al was het maar door wat ze niet zeiden. 

14 februari 2020

Een misplaatst, gevaarlijk en overbodig plan

In Trouw pleit Nourdin El Ouali van de Rotterdamse islamitische partij NIDA voor 'sancties om racisme te bestrijden'. Het gaat hem vooral om het gedrag van politici. 'Gepaste sancties zijn nodig voor het bestrijden van racisme en ander on­ethisch gedrag van politici. Afhankelijk van het aantal zetels en leden krijgen (landelijke) politieke partijen fractiebudget, partijsubsidies en zendtijd. Mocht een partij herhaaldelijk grensoverschrijdend gedrag vertonen en onverantwoord omgaan met het gegeven podium, de overheidsmiddelen en de publieke zendtijd, dan is het volkomen legitiem een partij hierom te korten.' El Ouali heeft bedacht dat de Raad van State hier een rol zou kunnen spelen.

Dat laatste is een buitengewoon vreemd idee. De Raad van State adviseert over wetsvoorstellen en heeft een afdeling Bestuursrechtspraak die geschillen slecht tussen burgers enerzijds en de staat anderzijds. Het sanctioneren van uitlatingen van politici kan ik daar moeilijk mee rijmen. Daar is de gewone rechter voor en die doet dat ook als dat nodig is. Maar El Ouali is kennelijk niet tevreden met de actuele rechtspraak op dit terrein. Daarmee past hij in het hetzelfde rijtje als de politici die hij bestrijdt. Die zijn ook -vanuit tegengestelde politieke opvattingen- van mening dat de rechtspraak in Nederland niet deugt. Een buitengewoon gevaarlijke tendens die in strijd is met de scheiding der machten. El Ouali kan voorstellen doen om de wet aan te scherpen. Maar als politicus moet hij zich verre houden van correcties of aanvullingen op de geldende rechtspraak.


29 januari 2020

De brievenbus en de democratie

Een oud probleem is opnieuw actueel nu de Gemeente Utrecht verspreiding van huis-aan-huis bladen alleen toestaat als bewoners er expliciet om vragen. Daarvoor moeten ze een ja-sticker op de brievenbus plakken. In brievenbussen zonder sticker mag geen ongeadresseerd drukwerk meer gestopt worden. Feitelijke informatie zoals berichten van de gemeente of van een netbeheerder vallen buiten de maatregel. De nee/ja-sticker die aangeeft dat een huis-aan-huis-blad wél, maar overig drukwerk niet gewenst is, blijft geldig. Het Stadsblad, een van de Utrechtse huis-aan-huis-bladen heeft tevergeefs een beroep op de rechter gedaan om het besluit van de Gemeente ongedaan te maken. De uitgever DPG Media vreest dat de sticker het einde betekent van het huis-aan-huisblad en gaat daarom in hoger beroep*.

Opt-in

Tot nu toe had alleen de Gemeente Amsterdam een dergelijk 'opt-in'-beleid voor ongeadresseerd drukwerk. De maatregel moet jaarlijks miljoenen kilo's papier besparen. Veel mensen gooien nu al dat papier ongelezen weg, is de redenering. Verwacht wordt dat nog meer gemeenten een dergelijke maatregel gaan nemen.

Het nieuwe beleid gaat voorbij aan de rol die huis-aan-huisbladen nog steeds spelen in de lokale informatievoorziening. Die is toch al ernstig achteruitgegaan in de loop der jaren door het verdwijnen van lokale kranten. In Utrecht is het laatste plaatselijke dagblad al weer vijftien jaar geleden opgegaan in het AD. Een onderzoek van het Stimuleringsfonds voor de pers dat ook online media meenam noemt de situatie van het lokale nieuws ondanks de vele nieuwe media in de grote steden 'broos'.


18 januari 2020

'Trial by media'

Advocaat Robert Snorn laat onderzoeken of hij juridische stappen kan nemen tegen een boek over de zaak-Ruinerwold. Volgende week is de eerste zitting in die zaak. Twee journalisten van de Telegraaf hebben het boek geschreven over de man die op een afgelegen boerderij in Ruinerwold zijn kinderen negen jaar volledig afgesloten hield van de buitenwereld. Hij wordt verdacht van vrijheidsberoving en mishandeling van zijn negen kinderen en van het seksueel misbruiken van twee van zijn drie oudste kinderen. De Telegraaf publiceerde afgelopen week al delen uit het boek.

Snorn vindt dat je geen boek mag publiceren waarin de verdachte fors wordt beschuldigd, zonder dat een rechter naar de verdenkingen tegen hem heeft gekeken. “Het onderzoek naar de zaak is nog niet afgerond, dus is het boek gebaseerd op onvolledige informatie”, aldus Snorn. “De discussie of een verdachte ergens schuldig aan is hoort thuis in de rechtszaal en niet in de media of in een boek.” Hij noemt het 'trial by media'.


24 december 2019

De moraal van het publieke debat

Denker des Vaderlands Daan Rovers moest het ontgelden op de sociale media na haar relativerende woorden over het boerenprotest in Nieuwsuur. Het stimuleerde haar tot het schrijven van een artikel in de Volkskrant over de vrijheid van meningsuiting. Ze werd er ook nog over geïnterviewd in Buitenhof . Het artikel in De Volkskrant kreeg als kop mee: 'Herover het debat op de grote waffels'.

De stelling van Rovers is dat er in Nederland niets mis is met de vrijheid van meningsuiting. Die is enorm groot, er zijn slechts enkele strafrechtelijke beperkingen (die denk ik ook door een grote meerderheid worden gedeeld). Het vrije debat verdient wel aandacht. En dat heeft volgens Rovers alles te maken met de sociale media. Enerzijds geven die nieuwe media burgers ontzettende veel meer kansen om deel te nemen aan het publieke debat. Anderzijds zijn de eigenaren van die media nauwelijks geïnteresseerd in de moraal van dat debat. Voor Zuckerberg en de zijnen tellen vooral de verdiensten. En, zegt Rovers, polarisatie is hun verdienmodel. 'Hoe uitzinniger (extremer, haatdragender) de opvatting, hoe meer aandacht, hoe meer economische waarde deze heeft. Zuckerberg spreekt als ondernemer, als grootkapitalist, en hij wenst in die ambitie met rust gelaten te worden.' Het gevolg is dat het redelijke midden nauwelijks meer te horen is in het publieke debat. Terwijl in het verleden de flanken klaagden over de dominantie van het politiek correcte midden dat afwijkende geluiden censureerde hoor je nu vooral de extreme geluiden (de grote waffels) terwijl de rest er het zwijgen toe doet. Dat schaadt de kwaliteit van het publieke debat en daarmee ook de democratie.