12 december 2019

Authentiek en oprecht

Factcheckers van de Washington Post telden in april van dit jaar al 10.000 leugens van president Trump sinds zijn aantreden in 2017. Opmerkelijk is dat die overvloed aan leugens geen enkele invloed heeft op de populariteit van de Amerikaanse president. Liegen loont kennelijk. Volgens de krant maakte Trump zich er in de loop van de tijd dan ook eerder meer dan minder schuldig aan.

Nu kennen we het omzeilen of achterhouden van de waarheid van alle politici en van alle tijden. Maar het geval Trump is toch wel wat anders in die zin dat hij openlijk en zonder enige schaamte leugens debiteert via Twitter of op persconferenties ook als de waarheid wijd en zijd bekend is dan wel eenvoudig achterhaald kan worden. Trump bluft en provoceert....en wint. Even schaamteloos als hij zijn tegenstanders en critici wegzet met botte, onbeschofte scheldpartijen, vooral tegen de pers die hem -zoals het in een liberale democratie hoort- blijft corrigeren. Maar ook scheldpartijen doen geen afbreuk aan zijn populariteit. Wat is hier aan de hand?

In het boek Falend Licht laten de Bulgaarse filosoof Ivan Krastev en de Amerikaanse politicoloog Stephen Holmes zien wat er in de afgelopen drie decennia is misgegaan nadat het einde van de Koude Oorlog de verwachting had gewekt dat de liberale democratie over de hele wereld zou zegevieren. Krastev en Holmes analyseren in hun boek naast het populisme en illiberalisme in Midden- en Oost-Europese landen zoals Hongarije, Polen, de voormalige DDR en Rusland ook de politieke cultuur in de Verenigde Staten sinds de verkiezing van president Donald Trump. Daarbij proberen ze ook een verklaring te geven waarom Trump zich leugens en scheldpartijen kan permitteren zonder zijn aanhang te verliezen.

25 november 2019

Slachtoffergedrag

'In Patronen van bedrog ontrafelt Willem Middelkoop, samen met researcher Tim Dollee de macht achter de Amerikaanse politiek. Niet de president in het Witte Huis, maar een elite uit het militair-industrieel complex blijkt al meer dan honderd jaar de feitelijke macht in handen te hebben.' Dat schrijft de uitgever, Amsterdam University Press, die verder meent 'dat dit werk uiteindelijk het niveau van vrijblijvende en ongefundeerde complottheorieën ontstijgt'.

In Nederland mag je vrijwel alles schrijven en uitgeven. Maar over alles wat gezegd, geschreven en uitgegeven wordt mag iedereen vervolgens ook in alle vrijheid zijn mening geven, ook als het niet zo aardig is tegenover de auteur. Dat laatste hebben Middelkoop en Dollee niet goed begrepen. Nadat hun boek vorig jaar door Pepijn van Erp op de site Kloptdatwel op ongenadige wijze was neergesabeld klaagden ze de recensent aan wegens onrechtmatig handelen. Afgelopen week kwam de Rechtbank Gelderland uiteindelijk met een uitspraak. Van Erp werd vrijgesproken. Zijn 'filerende recensie' was niet onrechtmatig. De rechter vindt dat Van Erp als recensent veel vrijheid toekomt, ook als hij sterke en laatdunkende bewoordingen gebruikt. Ook wijst de rechter er op dat de auteurs voldoende gelegenheid hebben gehad om van Erp van repliek te dienen. Dat laatste hebben ze helaas nagelaten.

09 november 2019

Identiteitspolitiek onder het mes


Elma Drayer heeft een allergie voor slachtofferschap, schreef een recensent in de NRC. Kan me daar iets bij voorstellen. Tot voor kort was ze nogal eens te horen bij Tijs van den Brink's radioprogramma 'Dit is de dag', dat bij mij vaak aanstaat als ik aan het koken ben. Elma hield zich daar bepaald niet in als mensen zich in haar ogen ten onrechte benadeeld of slecht behandeld voelden. Ze vond veel klachten overdreven, zeker als ze van links kwamen. Ik vond haar niet altijd even sympathiek, vooral door de manier waarop ze mensen die oprecht tegen onrecht opkwamen afzeikte. Maar ze had soms wel gelijk vanwege de onhandigheid waarmee iemand gevoelige kwesties in de openbaarheid aan de orde stelde.

In 'Witte Schuld' gaat Drayer helemaal los over de kwalijke kanten van de identiteitspolitiek, een uit de Verenigde Staten overgewaaide trend, zoals die tot uitdrukking komt in de standpunten van veel fanatieke antiracisten. Het boek bevat een aaneenschakeling van incidenten en uitspraken die laten zien hoe het openbare debat in de afgelopen jaren te lijden heeft gehad onder moralistische, politiek correcte ingrepen die de vrijheid van meningsuiting ernstig hebben aangetast. Met als gevolg een ongezonde polarisatie in de openbare meningsvorming. In herinnering aan haar radio-optredens begon ik met enige scepsis aan haar boek. Maar ik moet zeggen dat ze bij een aantal aspecten van het actuele racismedebat de spijker op de kop slaat. Er is wel degelijk sprake van ontsporingen die een gezond cultureel en wetenschappelijk klimaat in de weg zitten.


29 oktober 2019

Wegkijkgedrag bij de politie

De teamchef van de politie in Leiden Fatima Aboulouafa werd vorige maand op non-actief gezet omdat haar openlijke kritiek op racisme, machtsmisbruik en pesten binnen de politieorganisatie tot interne spanningen had geleid. Ondanks het feit dat landelijk korpschef Erik Akerboom het naar aanleiding van haar kritiek „pijnlijk en onacceptabel” noemde dat „de leiding soms wegkijkt” bij meldingen over fout gedrag van politieagenten. Voor Aboulouafa was dat precies de reden waarom ze het noodzakelijk had gevonden om naar buiten te treden. Ze schreef dat klokkenluiders, door haar ‘lichtschijners’ genoemd, binnen de organisatie oplopen tegen een ‘blue wall of silence’. Politieagenten die „structurele problemen en grensoverschrijdende zaken binnen onze organisatie” aankaarten, hebben volgens haar „mentale of lichamelijke klachten opgelopen”. Vanwege „capaciteitsproblemen” zouden ‘foute’ agenten niet op non-actief worden gesteld. Maar zijzelf, de klokkenluider die het opname voor haar collega-klokkenluiders dus wel.

De zaak trok de aandacht van de Tweede Kamer en minister Grapperhaus moest uitleg geven. Dat deed hij in een brief waarin hij de resultaten van een onderzoek door Bureau Veiligheid Integriteit en Klachten (VIK) meedeelde. Grapperhaus ontkent in die brief dat Aboulouafa weg zou moeten vanwege haar kritiek op misstanden binnen het korps. Dat schoot de weggestuurde politiechef in het verkeerde keelgat. Zij heeft nu een klacht ingediend tegen de minister vanwege smaad en laster omdat hij heeft gesuggereerd dat zij is weggestuurd om een andere reden dan haar kritiek op de politieorganisatie.

16 oktober 2019

Kunstbeleid en diversiteit

Het Amsterdamse raadslid voor Forum voor Democratie Annabel Nanninga en haar spreekbuis GS maakten zich onlangs nogal druk over een rapport van de Amsterdamse Kunstraad en het beleid dat wethouder Meliani van GroenLinks daarop willen baseren. Steen des aanstoots is de eis van de gemeente om iedereen die voor een subsidie in aanmerking wil komen te verplichten tot een 'actieplan over inclusiviteit en diversiteit (van governance tot organisatie en bedrijfsvoering, van publiek tot programma en talent).' In het Parool noemt Theodor Holman het rapport 'weerzinwekkend'. Hij ziet er een poging in om Amsterdammers een bepaalde manier van denken op te leggen. Volgens Holman is het 'een illustratie van de langzame moord op onze cultuur, op ons vrije denken, op de vrijheid van de kunstenaar.' Maar ja, hij is dan ook columnist en mag ook wel een beetje overdrijven.

Nanninga keert zich in de Amsterdamse raad tegen de 'politisering van de gesubsidiëerde kunstensector.' En dan met name tegen de ideologie van de 'uit de VS overgewaaide identiteitspolitiek' die volgens haar leidraad is geweest voor het kunstenplan. Haar kritiek vind ik voor een FvD-politica echter nogal hypocriet. Als het aan partijleider Baudet ligt gaan we alleen voor kunst die de nationale identiteit niet besmeurt. Met zijn weerzin tegen moderne kunst zullen we,  mocht hij het ooit voor het zeggen krijgen, waarschijnlijk ondergedompeld worden in de zuivere 'boreale cultuur' met ‘trotse schilderijen’ , ‘sculpturen van onze helden’ en veel pracht en praal. Over politisering van de kunst gesproken.

30 september 2019

Politici en het vrije verkeer van informatie

'Politici mogen op Facebook meer dan gewone mensen' kopt De Volkskrant. Het bedrijf dat zo'n dominante rol speelt in het publieke debat laat opnieuw zien hoe onwenselijk het is dat de monitoring en regeling van het debat in private handen blijft. En geheim.

Het probleem van Facebook heeft alles te maken met de komende presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Dat wordt een moddergevecht tussen Trump en zijn tegenkandidaat. Van de president weten we dat hij geen blad voor de mond neemt. En zeker niet in verkiezingstijd. Maar door zijn uitingen te censureren loopt Facebook het gevaar beschuldigd te worden van partijdigheid, ook al zouden ze de andere kandidaat net zo hard aanvallen. Trump verkettert alle media die kritiek op hem uiten. Daar wil Facebook kennelijk niet bij horen. En dus kondigt Facebook-topman en voormalig leider van de Britse Liberalen Nick Clegg (foto) een onderscheid aan in de behandeling van nepnieuws, haatdragende uitingen en discriminatie: politici worden anders dan alle andere Facebook-gebruikers gevrijwaard van censuur of blokkades bij overtreding van de huisregels. Quod licet Jovi non licet bovi.

Clegg liet wel weten dat hij ook voor politici een grens trekt bij 'uitlatingen die kunnen leiden tot geweld en schade in de echte wereld.' Maar waar Facebook niet van afwijkt is dat het bedrijf alle publieke communicatie zelf in particuliere handen houdt. Een buitengewoon onwenselijke situatie die door de VN-rapporteur over de vrijheid van meningsuiting David Kaye als volgt werd bekritiseerd: ‘Facebook is een belangrijke plaats van meningsuiting, misschien wel de belangrijkste. Maar de mensen die daar de regels maken over wat je wel en niet mag zeggen, vallen niet onder enige democratische controle. Het is onwenselijk dat de platformen die macht krijgen.’


16 september 2019

Klimaatcrimineel aangeklaagd

Mijn collega's van de redactie van Sargasso hebben een prijsvraag georganiseerd. Lezers kunnen 'klimaatontkenners' nomineren voor de 'Gouden Hockeystick Award'. Die zal worden toegekend aan de persoon of de organisatie die met een beroep op gezag of autoriteit actief desinformatie verspreidt over de oorzaken en gevolgen van de klimaatverandering (de volledige omschrijving van de criteria vind je hier). Zo iemand krijgt dan het predicaat 'klimaatcrimineel' vanuit de gedachte dat het publiek wordt misleid en de verwachting dat op deze manier schade wordt berokkend aan de totstandkoming van een hoogst urgent klimaatbeleid. Concreet aanwijsbare schade speelt geen rol bij de toekenning van de award. De verspreiding is de schade, lijkt het wel.

Met alle begrip voor de irritatie die de hardnekkige ontkenning van de feiten inzake klimaatverandering oproept ben ik om een aantal redenen toch niet erg gelukkig met deze actie. En ik betwijfel bovendien of je langs deze weg de invloed van de 'klimaatcriminelen' kunt verminderen.


Je kunt iemand crimineel noemen, ook in de niet-juridische betekenis, met verwijzing naar gedrag waarmee schade berokkend wordt. Het gedrag dat hier gecriminaliseerd wordt is verspreiding van informatie. Hoe onwaar of onzinnig ook, de verspreiding van de boodschap valt pas moreel te veroordelen of mogelijk zelfs strafrechtelijk te vervolgen, als er willens en wetens schade door wordt aangericht. Iemand die een bewezen schadelijk medicijn of een onbewezen behandeling propageert kun je als kwakzalver aanklagen. De 'klimaatcrimineel' kun je verwijten onwaarheden te verspreiden, maar de schade daarvan is aanzienlijk moeilijker aan te tonen. Nog afgezien van het feit dat de meeste mensen de poging tot misleiding wel doorzien kan het directe effect op het beleid niet worden bewezen. Je kunt beter proberen mogelijke schade te voorkomen door die onwaarheden te bestrijden.

31 augustus 2019

Operahuis houdt niet van kritiek

De Nederlandse Opera (DNO) deed de kritische recensent van Opera Gazet in Antwerpen Olivier Keegel in de ban. Hij krijgt geen vrijkaartjes meer en wordt ook niet meer toegelaten tot persconferenties. Hij mag de voorstellingen in de Stopera voortaan alleen op eigen kosten bijwonen. Keegel liet het er niet bij zitten en spande een rechtszaak aan. Inzet: de vrijheid van meningsuiting. De rechtbank ging hier niet in mee. Keegel werd ten slotte niet helemaal geweerd van de voorstellingen. En vanuit journalistiek oogpunt lijken die persbijeenkomsten niet heel belangrijk, aldus de rechter.

'Het nieuwe seizoen van De Nationale Opera is een hautaine klap in het gezicht van de traditionele operaliefhebber', schreef Keegel begin dit jaar in het Parool. Hij leverde al langer ongezouten kritiek op het modernistische programma-aanbod van artistiek leider Pierre Audi. De traditionele liefhebber van de Italiaanse opera is volgens hem niet langer welkom in de Stopera. De voorkeur wordt gegeven aan 'een handjevol musicologen en bezoekers die graag het Stockhausenstempel in hun culturele paspoort laten zien'. Sandra Eikelenboom, hoofd marketing en communicatie van DNO: "We vinden wat hij schrijft vilein, onder de gordel en persoonlijk en om die reden niet journalistiek. Hij speelt meer en meer op de man. En daardoor kunnen wij het naar onszelf niet meer verantwoorden hem daarvoor te subsidiëren in de vorm van vrijkaartjes."

Je kunt je afvragen of de flauwe reactie op Keegel's uitgesproken voorkeuren een rechtszaak waard is. De uitspraak is ook niet zo verwonderlijk. Maar het standpunt van het hoofd marketing en communicatie verdient toch wel een kritische kanttekening. DNO vindt wat Keegel schrijft 'niet journalistiek'. Opmerkelijk. Is het aan DNO om te bepalen wat journalistiek is en wat niet? DNO kan zich wenden tot de Raad van de Journalistiek als men meent dat grenzen zijn overschreden. Een rechtszaak wegens smaad of eenvoudige belediging is ook nog mogelijk. Maar een journalist wegzetten omdat wat hij over het operahuis schrijft volgens datzelfde operahuis 'niet journalistiek' is lijkt mij getuigen van een vaker voorkomende arrogantie van marketeers: wat het publiek over ons hoort bepalen we bij voorkeur zelf. Daar moet een journalist die zijn vak serieus neemt zich uiteraard tegen verweren.

[foto: Peter Hessels CC]

19 augustus 2019

Fotograaf klaagt Facebook aan

Fotograaf Thijs Heslenfeld heeft aangifte gedaan tegen Facebook bij het Openbaar Ministerie (OM) in Amsterdam, schrijft De Volkskrant. Heslenfeld wil dat het OM een strafrechtelijk onderzoek begint naar het fotobeleid van Facebook. De fotograaf claimt dat het beleid van Facebook in strijd is met de Nederlandse grondwet. Zo vindt Heslenfeld dat zijn vrijheid van meningsuiting is aangetast omdat het platform tot driemaal toe zijn foto’s heeft verwijderd en zijn account daarna twee keer heeft geblokkeerd. De laatste keer trof dat een foto van een meisje met ontbloot bovenlijf. Facebook wil er niet op in gaan. ‘Net als bij kunst zullen mensen altijd van mening verschillen over wat wel en niet geschikt is om te publiceren.’


23 juli 2019

Moet het internet gereguleerd worden? En zoja hoe?

De oorspronkelijke droom van internet als een digitale ruimte waar burgers elkaar in alle vrijheid kunnen ontmoeten en waar iedereen toegang heeft tot alle informatie is al lang vervlogen. Het internet wordt gedomineerd door 'tech-reuzen' die opereren vanuit commerciële belangen en die ons vooral gebruiken als leveranciers van data, het 'nieuwe goud' in de economie.
De positieve beloftes van het internet worden meer en meer overschaduwd door zaken die afschuw oproepen: 'hatespeech', kinderporno, discriminatie, bedreigingen, 'fake' nieuws, misdaad en bedrog. De roep om overheidsingrijpen wordt dan ook steeds vaker gehoord. En dan gaat het vooral om de sociale media zoals Facebook, Twitter en Youtube. Duitsland heeft inmiddels een Netzwerkdurchsetsungsgesetz. Frankrijk heeft wetgeving ingevoerd tegen haatzaaien.

Donderdag 4 juli vond er in de Rode Hoed in Amsterdam een debat plaats over dit onderwerp met VN-rapporteur David Kaye naar aanleiding van zijn boek Speech Police: the global struggle to govern the internet. Aan het debat namen verder deel het net afgetreden Europarlementslid voor D66 Marietje Schaake en de directeur van het Centrum De Waag, Marleen Stikker. Kunnen we agenten op het internet tolereren zonder schade te berokkenen aan de idealen van het vrije verkeer van informatie en de vrijheid van meningsuiting? Het blijkt geen eenvoudige kwestie.

Kaye stelt voor het internet te onderwerpen aan mensenrechten. „We hebben in internationale mensenrechtenverdragen afgesproken wat onder de vrijheid van meningsuiting valt, en wat niet. Oproepen tot geweld of aanzetten tot haat tegen een bevolkingsgroep geldt bijvoorbeeld als misbruik van dat recht. Waarom zouden we socialemediabedrijven niet aan die afspraken houden?” Een redelijk standpunt dat echter niet eenvoudig zomaar overal in wetgeving kan worden omgezet, ook al zijn de tech-reuzen inmiddels niet meer afkerig van regulering.


12 juli 2019

GroenLinks vliegt uit de bocht

Over nepnieuws heb ik hier eerder geschreven. Heimelijk politiek bedrijven door middel van het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie is een eeuwenoude truc van politieke propagandisten. Zie het als een poging de tegenstander ontregelen door de verspreiding van leugens en geruchten. Dat de overheid ons hiertegen zou moeten beschermen, zoals sommige politici suggereren, is echter een gevaarlijke gedachte. Die overheid is zelf partij en dient het onderscheid tussen waarheid en leugen over te laten aan het onafhankelijk oordeel van de burgers om niet in censuur te vervallen. De beste bestrijding van nepnieuws ligt in handen van onafhankelijke media die de leugens en verzinsels ontmaskeren en burgers in staat stellen zelf te beoordelen wat zij wel of niet moeten geloven. Tegen het nepnieuws werkt alleen het echte nieuws. En opvoeding in 'mediawijsheid'.

In een debat met minister Ollongren bleek dat GroenLinks Kamerlid Nevin Özütok dit niet helemaal goed begrepen heeft. Ze stelde voor de Kiesraad de taak te geven nepnieuws in verkiezingscampagnes te detecteren en aan de kaak te stellen. Özütok werd vervolgens op pijnlijke wijze op haar nummer gezet door PVV-Kamerlid Martin Bosma. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om zijn rabiate anti-communisme te etaleren, tot plezier van zijn fans die onder het gepubliceerde filmpje helemaal los gaan tegen die verschrikkelijke gevaarlijke 'groenlinkse communisten'. Dat slaat natuurlijk nergens op. Maar verder moet ik Bosma puur inhoudelijk gelijk geven. De overheid dient zich verre te houden van oordelen over de kwaliteit van nieuwsberichten. Voor je 't weet krijgen we praktijken terug zoals vroeger gebruikelijk in de Rooms-Katholieke kerk toen de bisschoppen nog publicaties goedkeurden met een 'nihil obstat'-stempel.


25 juni 2019

Grenzen trekken

Ian Buruma, de onfortuinlijke hoofdredacteur van de The New York Review of Books, zag zich al na korte tijd gedwongen ontslag te nemen nadat hij een artikel had geplaatst van een man die beschreef hoe hij door een #MeToo affaire plots als paria werd behandeld. Voor veel lezers bleek het een brug te ver om deze paria een podium te geven. Bij zijn aftreden schreef Buruma een commentaar en daarin maakte hij het onderscheid tussen insult (belediging) en offense (aanstoot). Het eerste is bewust, het tweede afhankelijk van de ontvanger. ‘Aanstoot wordt genomen, belediging uitgedeeld.’ Aanstoot geven moet kunnen, beledigen is een moedwillige poging om iemand kwaad te doen en dat gaat volgens Buruma over de grens. Coen van de Ven schrijft er over in De Groene.  Hij levert terecht kritiek op het besluit van de The New York Times om, na alle ophef over een spotprent van Trump met een keppeltje achter een blindengeleidehond met davidster die de Israëlische premier Netanyahu moet voorstellen, nu maar helemaal geen cartoons meer te plaatsen. Redactionele luiheid, vindt hij. Cartoons moeten het hebben van scherpte, ze zullen altijd wel bij iemand voor aanstoot zorgen. En hij citeert cartoonist Joep Bertrams: ‘Door volledig te stoppen met het genre zeg je eigenlijk: ik heb geen zin in dat gehannes’.

In Nederland is het geven van aanstoot voor de meeste mensen nauwelijks nog een punt van discussie, misschien met uitzondering van de 'potloodventer'. Bewuste belediging ligt een heel stuk moeilijker. De strafwet kent daarvoor nog drie varianten: eenvoudige belediging, smaad (bewust kwaadaardige praatjes verspreiden) en laster (bewust leugens vertellen die iemands reputatie aantasten). En dan is er ook nog de omstreden groepsbelediging. In alle gevallen zou ik met Buruma mee willen gaan en de grens leggen bij het opzettelijk toebrengen van schade: iemand moedwillig met woorden of beelden een klap verkopen die de persoon of groep pijn doet. Dat is niet alleen onfatsoenlijk, maar daarmee wordt een grens van beschaving overschreden. Of dat in alle gevallen tot een veroordeling door de strafrechter moet leiden valt nog te betwisten, maar het lijkt me heel redelijk dat de mogelijkheid in elk geval bestaat.

Proces Wilders

Deze week vindt de inhoudelijke behandeling plaats van het hoger beroep in de 'minder, minder Marokkanen'- zaak waarin Geert Wilders in 2016 werd veroordeeld voor groepsbelediging. De rechtbank zag in Wilders' duidelijk vooraf geregisseerde actie op de verkiezingsavond van de raadsverkiezingen in 2014 een teken van het minderwaardig verklaren van een bevolkingsgroep als zodanig. En dat valt onder de strafbaarheid van groepsbelediging. De moedwillig toegebrachte schade zit dan vooral in de intimidatie, de bedreiging van een deel van de bevolking. Bedreiging veroorzaakt angst en dat kan een gerechtvaardigde reden zijn om de vrijheid van meningsuiting te beperken.


11 juni 2019

Twitter straft

Geert Wilders heeft een halve dag geen gebruik kunnen maken van zijn Twitter-account. Het was een straf van het bedrijf omdat de politicus zich niet aan de regels heeft gehouden. Hij schreef in reactie op een tweet van zijn collega Jetten van D66 waarin stond dat we altijd moeten opstaan tegen antisemitisme in Nederland en Europa:
‘Laten we altijd opstaan tegen de sukkels van @D66 die de grenzen open laten staan en meer en meer islam importeren om vervolgens krokodillentranen te huilen over de gevolgen daarvan zoals antisemitisme, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, terrorisme en haat.’
Volgens Twitter is dat haatdragende gedrag. Wilders kreeg een mail waarin verwezen wordt naar de huisregel: You may not promote violence against, threaten, or harass other people on the basis of race, ethnicity, national origin, sexual orientation, gender, gender identity, religious affiliation, age, disability, or serious disease. Een vreemde reactie op de tweet van Wilders, meent ook De Volkskrant:
Zijn D66’ers volgens Twitter een gemarginaliseerde gemeenschap die speciale bescherming verdient? Dat Wilders zijn politieke tegenstanders uitmaakt voor ‘sukkels’ is weinig verheffend, maar op het eerste gezicht toch niet schokkender dan een recente tweet van D66-europarlementariër Sophie in ’t Veld. Zij kwalificeerde Kamerleden die zich keren tegen het streven naar een ‘steeds hechter verbond’ van EU-lidstaten onlangs als ‘onnozel’. Die tweet bleef gewoon staan.
Een doodsbedreiging tegen Wilders van een Pakistaan werd ook niet verwijderd.

28 mei 2019

Leid burgers niet om de tuin

Lokaal nieuws uit Apeldoorn van Dagblad De Stentor:
De complete redactie van het Apeldoornse wijkblad de Wijkkijker is vanwege een curieuze reden opgestapt. Omdat er van de wijkraad Osseveld-Woudhuis geen artikelen meer over de komst van het azc aan de Deventerstraat geschreven mogen worden, hebben de tien schrijvers hun taken neergelegd.
De redactie vermoedt dat de wijkraad onder druk staat van de gemeente. Die ontkent dat, net als de voorzitter van de wijkraad. Die zegt dat het drie maal per jaar uitkomende blad in de loop der jaren los is komen te staan van de wijkraad. Op de uitvoerige artikelen over het azc wil hij niet aangesproken worden. Nu even stoppen over dat onderwerp en er later misschien nog eens op terug komen in overleg met de wijkraad, was het verzoek dat de redactie aanleiding gaf om op te stappen.

Het laatste artikel is volgens De Stentor een voorbeeld van serieuze journalistiek. 'De redactie laat allerlei experts, zowel voor- en tegenstanders, aan het woord. Hoewel er de nodige kritiek in doorklinkt, is het feitelijk van toon en niet vanuit de onderbuik geschreven.'

Hier gaan twee dingen fout.

10 mei 2019

Een onveilig klimaat voor journalisten

Ter gelegenheid van de Dag van de Persvrijheid publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) een nieuw onderzoek naar bedreigingen, intimidaties en geweld waar journalisten mee te maken hebben. Twee jaar geleden is er al eens onderzoek op dit gebied gedaan door voormalig ombudsman Alex Brenninkmeijer en Marjolein Odekerken. De resultaten waren volgens de NVJ tamelijk verontrustend. In het nieuwe onderzoek van Odekerken en Laura Das was de focus gericht op vrouwen en online pogingen tot intimidatie. De helft van de vrouwelijke journalisten in Nederland heeft daar ervaring mee vanwege hun werk. Vooral vrouwen met een migratieachtergrond en freelancers melden vervelende incidenten.

Het onderzoek werd woensdag j.l. gepresenteerd op het Festival van het Vrije Woord in Hilversum waarna een forum de resultaten besprak. Opvallend is het verschil in bedreigingen tussen mannen en vrouwen. Mannelijke journalisten hebben ook te maken met bedreigingen, en soms zelfs fysiek geweld. Misdaadverslaggevers Paul Vugts en John van den Heuvel hebben zelfs politiebescherming. Vorig jaar zijn de gebouwen van de Telegraaf en Panorama door criminelen vernield (een van de redenen waarom Nederland een plaats is gezakt op de Persvrijheidsmonitor). Maar de bedreigingen van mannen betreffen vrijwel altijd wát ze schrijven of filmen, terwijl vrouwen online geconfronteerd worden met seksistische en racistische uitingen vanwege hun identiteit. NRC-columniste en forumlid Clarice Gargard: 'De boodschap is eigenlijk dat ik niet thuis hoor in het publieke debat.' De vertegenwoordigster van SOFO, een door de OVSE geïnitiëerd programma voor de Safety of Female Journalists Online, zei het zo: mannelijke journalisten worden aangevallen op hun standpunt, vrouwen omdat ze een überhaupt een standpunt naar buiten brengen; en des te vaker naarmate het een dissident standpunt betreft.

29 april 2019

Staatshoofd of popster

Aanhangers van het dezer dagen weer zo bejubelde Nederlandse koningshuis zullen er niet blij mee zijn, maar het verbod op majesteitsschennis is eindelijk verleden tijd. Vorig jaar was er al een meerderheid voor in de Tweede Kamer, een jaar later is nu ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met de initiatiefwet van Kees Verhoeven (D66) om de artikelen 118 en 119 uit het Wetboek van Strafrecht te verwijderen. CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen. Na het verlies van het verbod op 'smalende godslastering' moeten de christelijke politici opnieuw buigen voor een meerderheid die eindelijk eens wil afrekenen met totaal verouderde bepalingen die de vrijheid van meningsuiting belemmeren. En dit keer was er geen opportunistische VVD die hen te hulp kwam.

Verhoeven's voorstellen voor de wetswijzigingen werden ook door de regering als 'modernisering' ondersteund. Maar niet nadat men zich er van verzekerd had dat de mogelijkheid voor het bestraffen van belediging van het koningshuis langs andere weg toch nog in stand blijft. Belediging van het koningshuis is nu gelijkgetrokken met de verzwaarde strafbaarheid van de belediging van een 'ambtenaar in functie'. Om de koning niet in verlegenheid te brengen is bepaald dat het in zijn geval niet nodig is dat hij zelf een klacht indient. Tegelijk met het schrappen van de majesteitsschennis is ook het verbod op de belediging van een bevriend staatshoofd als apart strafwetartikel uit de wet gehaald.

08 april 2019

Amerikaanse toestanden

De staat moet zich onthouden van bemoeienis met godsdienst, de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, of vreedzame bijeenkomsten van het volk. Zo luidt ongeveer het First amendment van de Amerikaanse grondwet, traditioneel het voorbeeld voor alle tegenstanders van censuur. De bescherming van het vrije woord tegen ingrijpen van de overheid laat onverlet dat Amerikaanse burgers elkaar nog steeds kunnen aanspreken op uitingen die in strijd zijn met lokale zeden of het dominante geloof. In de afgelopen jaren hebben we met enige verbazing, juist vanwege dat beeld van vrijheidslievende Amerikanen, kennis kunnen nemen van incidenten op Amerikaanse universiteiten waar een ver doorgevoerd beleid van politiek correct handelen geleid heeft tot een drastische inperking van de vrijheid van meningsuiting. Linkse studenten op Amerikaanse universiteiten plegen censuur op ideeën, taal en sprekers die hun niet bevallen. Volgens critici ondermijnen zij hiermee de universiteit als debatplek bij uitstek. Het opmerkelijkste argument van de studenten om bepaalde sprekers, of ook onderdelen uit de historische of literaire canon, niet te willen horen, is dat die hen stress zou bezorgen, en zo lichamelijke klachten, waartegen zij zich dus ook fysiek mogen weren.

Dat de studenten het vooral hebben begrepen op uitingen vanuit de rechtse, conservatieve hoek, en dan met name uitingen die strijdig zijn met respect voor hun verschillende identiteiten, roept een reactie op die grote risico's inhoudt voor de traditionele Amerikaanse free speech. Want wat blijkt? President Trump heeft gehoor gegeven aan klachten uit zijn achterban over de toestand op de 'linkse' universiteiten. Hij dreigt academische instellingen nu te gaan korten op hun researchgelden als ze geen free speech voor hun studenten en personeel kunnen garanderen. Het presidentiële decreet  beroept zich op het First amendment maar is natuurlijk als zodanig juist volledig in strijd met de Amerikaanse grondwet die overheidsingrijpen moet voorkomen.


26 maart 2019

Overheid en moraal

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zien we een terugtredende overheid. Den Haag decentraliseert en laat steeds meer taken over aan zelfstandige organisaties in onderwijs, zorg en alle andere terreinen die voorheen door het Rijk werden bestierd. Het leidend principe is ontleend aan de markteconomie. Publieke voorzieningen moeten zich gedragen als bedrijven die de wetten van vraag en aanbod en onderlinge concurrentie volgen. Over de effectiviteit van die marktwerking in de publieke sector bestaan intussen grote twijfels, zelfs bij de regering, maar daar wil ik het hier niet over hebben.

Er zijn ook initiatieven van de overheid waarbij ik me afvraag of enige terughoudendheid niet beter zou zijn geweest.  Een voorbeeld is de oproep van staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) aan boekhandelaar Bol.com om de etalage anders in te richten. 'Het kabinet wil dat internetwinkel Bol.com stopt met de prominente verkoop van niet-wetenschappelijke boeken die pleiten tégen vaccinatie van kinderen', schrijft het AD. 'En zelfs volledige verbanning uit het assortiment dient bespreekbaar te zijn.' De staatssecretaris beseft dat hij de internetwinkel niet kan opdragen bepaalde boeken niet te promoten of te verkopen, maar als Bol.com geen gehoor aan de oproep geeft, wil hij met het bedrijf gaan praten. Dat Blokhuis zich zorgen maakt over de invloed van vooringenomen publicaties die er toe kunnen leiden dat de vaccinatiegraad tot een gevaarlijk niveau daalt kan ik me voorstellen. Maar de suggestie dat de staat zich zou kunnen gaan bemoeien met de inrichting van een boekhandel vind ik wel verontrustend. Hoe ver kan dat gaan? Er zijn wel meer risicovolle onderwerpen waarover leugens en onzin welig tieren op het net. Gaat minister Wiebes nu ook in gesprek met Google over de invloed van ontkenners van klimaatverandering?

Het geloof in de onzin van de anti-vaccinatiebeweging lijkt me een voorbeeld van een tekort aan kritisch denken en kennis van methoden van wetenschappelijk onderzoek. Daar zou je het onderwijs op kunnen aanspreken. De regering heeft op dat terrein echter andere prioriteiten, zo blijkt uit een wetsontwerp van de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob (ook ChristenUnie).


15 maart 2019

Niet zoenen in het openbaar

Toen ik meer dan dertig jaar geleden begon met het verzamelen van berichten over belemmering van de vrijheid van meningsuiting vond ik, zeker in de eerste jaren, nog veel bezwaren tegen seksueel getinte uitingen. Aanstootgevende posters, kunst en tv-programma's die volgens critici de fatsoensnormen overschreden leidden tot veel misbaar en af en toe Kamervragen met het verzoek aan de regering om in te grijpen. De christelijke partijen lieten zich op dit punt het vaakst horen, met voorop de SGP en de ChristenUnie. In Dit kan niet en dit mag niet heb ik een heel hoofdstuk gewijd aan een reeks van voorbeelden uit de jaren rond de eeuwwisseling.

De fatsoensridders zijn daarna misschien wat minder in de aandacht geweest, maar af en toe laten ze nog wel van zich horen. Vooral de SGP. Deze week maakte de provinciale fractievoorzitter Klaas Ruitenberg uit Gelderland bezwaar tegen posters in bushokjes waarop twee zoenende vrouwen te zien zijn. “Relaties met afbeeldingen zoals op deze posters zijn in strijd met Gods woord.” De gewraakte poster is in zijn ogen dubbel fout omdat het gaat om reclame voor een datingsite. Ruitenberg maakte daarom ook bezwaar tegen posters die in Nijmegen waren opgehangen. ,,Deze organisatie stimuleert vreemdgaan. Dat is bij uitstek de reden voor het merendeel van de echtscheidingen in dit land. Je zou maar een kind zijn wiens ouders zijn gescheiden nadat een van hen is vreemdgegaan en met deze posters worden geconfronteerd. Je kan er niet omheen, het wordt je opgedrongen. Verschrikkelijk.”


26 februari 2019

Leerkracht van school gestuurd

Een docent in Lochem verloor zijn baan nadat hij tijdens de les naar pornobeelden had gekeken op zijn computer. De beelden verschenen per ongeluk op de beamer zodat de leerlingen er getuige van waren. Een van hen zette een filmpje van het digitale schoolbord met de porno op sociale media. De leraar werd geschorst en kan niet meer op die school terugkeren, ondanks pogingen van leerlingen die in staking gingen om zijn schorsing terug te draaien.

Ik begrijp dat het voor de leraar moeilijk is om na deze gebeurtenis terug te keren op school. Wat ik niet begrijp is dat de leerling die de beelden naar buiten heeft gebracht gehandhaafd blijft.  Er is, in het bijzijn van zijn ouders, indringend met hem gesproken. "Hij is uitdrukkelijk geconfronteerd met de gevolgen van zijn ontoelaatbaar handelen." Daarbij is onder andere gesproken over de risico's van digitale media. De school gaat de regels voor het gebruik van mobiele telefoons binnenkort tegen het licht houden, schrijft Omroep Gelderland.

Dat was begin deze maand. Nu komt via de Telegraaf met een ander verhaal naar buiten waarin opnieuw een leraar op non-actief is gezet door een actie van leerlingen die raakt aan de uitingsvrijheid. Leerlingen van het Hoofdvaart College in Hoofdorp hebben bij de directie geklaagd over een techniekinstructeur die de profeet Mohamed beledigd zou hebben. Daarop is de man geschorst. Hij ontkent de belediging. Inmiddels is de schorsing verlengd vanwege het belang van de ’sociale veiligheid van de leerlingen en de vereiste rust en orde binnen de school’. Volgens bestuursvoorzitter Jan Rath is er inmiddels ook sprake van een ’geschonden relatie’ tussen de instructeur en de directeur van het Hoofdvaart College. Weinig kans dus dat hij nog terug kan komen.

10 februari 2019

Boodschap of boodschapper?

Wat weegt het zwaarst bij de beoordeling van een bericht of opinie? De inhoud of de identiteit van de bron of de auteur? Ik kan niet ontkennen dat ik bij de dagelijkse consumptie van wat er in print en op het internet verschijnt ook kijk naar de bron. Ik vind het ook moeilijk om bijdragen serieus te nemen van mensen die ik eerder alleen maar onzin heb horen verkondigen of die expliciete standpunten verkondigen die mijlenver van de mijne liggen. Ik laat GeenStijl, De Telegraaf, DDS en TPO ook doorgaans rechts liggen. Maar dat wil niet nog niet zeggen dat ik het uitsluit om kennis te nemen van wat deze media publiceren of dat ik vind dat iedereen ze moet boycotten vanwege wat daar te lezen valt. Datzelfde geldt voor auteurs. Je kunt van mening zijn dat een bepaalde auteur een fout standpunt heeft, het volledig uitsluiten van die auteur van het publieke debat is in strijd met de principes van het vrije politieke debat in een democratie. En zelfs als er sprake zou zijn van het overtreden van de wet (racisme, smaad, bedreiging met geweld) is het aan de rechter om dit vast te stellen en een straf te bepalen voor die bepaalde uiting. Waarmee dus niet gezegd is dat die persoon altijd en in alles wat hij of zij schrijft of zegt fout is. 'Als een fascist ademt liegt ie', zei men vroeger in anti-fascistische kringen. Ik begrijp waar het vandaan komt, maar ik zie deze leuze toch liever als een boud geformuleerd politiek standpunt dan als een oproep om het naar de letter te nemen.

In het verharde debatklimaat waarin we, mede dankzij de nieuwe media, nu verzeild zijn geraakt wordt de oproep tot verbanning en uitsluiting van personen en media steeds vaker gehoord. Als het gaat om openlijke sabotage van een debat door zogenaamde trollen kan ik daar wel begrip voor hebben. Maar ik zie ook aanvallen op personen, bronnen en media als het gemakkelijkste alternatief voor de inhoudelijke bestrijding van foute, onvolledige of verdraaide standpunten. Boodschappers zijn fout, dus hun boodschap moeten we volledig negeren. Of beter nog: voorkom dat hun boodschap überhaupt wordt verpreid.

Op Sargasso ben ik als auteur nu een paar maal geconfronteerd met een dergelijk standpunt. Onlangs was dat naar aanleiding van een link naar een bericht over de rol en betekenis van het Chinese bedrijf Huawei in de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog. Het feit dat dit bericht op een site verscheen die volgens sommige reaguurders niet deugt was aanleiding om de inhoud van het bericht volledig te negeren. Met de link naar deze website zou ik fout, zelfs neo-nazistisch gedachtegoed verspreiden, ondanks dat daarvan in het artikel geen spoor te vinden was. De bron was fout, het artikel was dus fout en ik was dus ook fout. Naast de ergernis over het simplisme dat er uit spreekt vind ik het verontrustend dat die fixatie op 'foute' personen of bronnen het publieke debat gaat overheersen ten koste van een zakelijke uitwisseling van informatie, standpunten en argumenten. Ik heb daar om een drietal redenen grote moeite mee.

29 januari 2019

Misbruik van het staatsgeheim

Strooide minister Stef Blok te makkelijk met het label staatsgeheim om lastige vragen te omzeilen? vraagt Trouw vandaag naar aanleiding van een Kamerdebat waarin het parlement opheldering wil over de levering door Nederland van 'non-letal' goederen aan Syrische rebellen. Blok beroept zich herhaaldelijk op het staatsgeheime karakter van het hulpprogramma, schrijft de krant, waardoor hij in het openbaar geen antwoorden kan geven. Dat zou mensenlevens op het spel zetten. Bovendien waren er inlichtingendiensten en bondgenoten betrokken bij de steun. Beiden zegt hij niet in de schijnwerpers te kunnen zetten. Daarmee bezorgt hij het parlement in zijn controlerende functie een probleem. Kern van de verhouding tussen regering en parlement in een democratie is dat de eerste zich verantwoordt tegenover de laatste. Zodat wij als burgers weten waar we aan toe zijn en ons standpunt kunnen bepalen als we onze stem weer eens mogen uitbrengen. 

Staatsgeheimen passen slecht in een democratie. Openheid is een voorwaarde voor democratische besluitvorming. Geheimhouding van staatszaken voor volksvertegenwoordigers is een hardnekkig restant van ouderwetse, autoritaire opvattingen over de verhouding tussen staat en burgers. Tot halverwege de vorige eeuw was het heel gewoon dat de staat bij voorkeur zo weinig mogelijk openbaarde. Alleen als het moest. Aandrang van volksvertegenwoordigers of journalisten kon zonder grote problemen worden gepareerd. Sinds de democratiseringsbeweging uit de jaren zestig en zeventig is openheid een vanzelfsprekende vereiste voor alle vormen van bestuur. De praktijk blijkt echter weerbarstig als we kijken naar de geschiedenis van de wetgeving over openbaarheid van bestuur. Of naar de afloop van tal van gevoelige politieke thema's, niet zelden gelieerd aan oorlogsvoering, waarbij de openheid moest komen van onderzoeksjournalisten die bewinsdslieden al dan niet met een beroep op staatsgeheimen in de problemen brachten (zie onder meer hier, hier en hier)

10 januari 2019

Ophef over Nashville-verklaring

Streng christelijke gelovigen hebben moeite met homoseksualiteit en transgenders. Dat is niet zo verbazingwekkend. Het gaat om conservatieve mensen die leven volgens door god gegeven onveranderlijke bijbelse normen. En die normen worden in hun gemeenschap streng bewaakt door dominees, ouderlingen en opvoeders. Het is een tamelijk naïeve gedachte dat men in deze kringen gemakkelijk 'met de tijd meegaat.' Veel meer voor de hand ligt het dat men zich tegen moderne ideeën die niet in het bijbelse gedachtegoed passen verzet. En hoe verder die moderne ideeen gaan, hoe harder dat verzet zal zijn.
De oorspronkelijk Amerikaanse Nashville-verklaring over seksualiteit, huwelijk en gezin is bedoeld om de gelovigen op het rechte pad te houden. De verklaring maakt duidelijk dat erin de opvatting van de ondertekenaars slechts twee soorten mensen zijn: mannen en vrouwen. Dat alleen een man en een vrouw een verbintenis kunnen aangaan. En dat seksuele relaties tussen twee personen van hetzelfde geslacht en verandering van geslacht uit den boze zijn. Dit alles omdat god de wereld zo geschapen heeft en de mens zich daaraan moet conformeren.

Wie dergelijke opvattingen binnen een van de talrijke streng orthodox christelijke kerkgenootschappen laat horen zal weinig tegenspraak krijgen. Maar nu is de Nashville-verklaring in de openbaarheid gekomen en onderdeel geworden van het maatschappelijk debat. De ophef in de media is niet gering. Tegen SGP-voorman Kees van der Staaij, die ook onder de verklaring staat, is aangifte gedaan en het OM heeft aangekondigd de mogelijke strafbaarheid ervan te onderzoeken. Het gaat dan vermoedelijk vooral om de passage waarin expliciet wordt gesteld dat gelovigen homoseksualiteit en transgenderisme niet mogen goedkeuren:

Artikel 10
WIJ BEVESTIGEN dat het zondig is om homoseksuele onreinheid of transgenderisme goed te keuren. Wie deze wel goedkeurt wijkt fundamenteel af van de standvastigheid die van christenen verwacht mag worden en van het getuigenis waartoe zij geroepen zijn
WIJ ONTKENNEN dat de goedkeuring van homoseksuele onreinheid of transgenderisme een moreel neutrale zaak is, waarover getrouwe christenen onderling van mening mogen verschillen.