11 juni 2019

Twitter straft

Geert Wilders heeft een halve dag geen gebruik kunnen maken van zijn Twitter-account. Het was een straf van het bedrijf omdat de politicus zich niet aan de regels heeft gehouden. Hij schreef in reactie op een tweet van zijn collega Jetten van D66 waarin stond dat we altijd moeten opstaan tegen antisemitisme in Nederland en Europa:
‘Laten we altijd opstaan tegen de sukkels van @D66 die de grenzen open laten staan en meer en meer islam importeren om vervolgens krokodillentranen te huilen over de gevolgen daarvan zoals antisemitisme, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, terrorisme en haat.’
Volgens Twitter is dat haatdragende gedrag. Wilders kreeg een mail waarin verwezen wordt naar de huisregel: You may not promote violence against, threaten, or harass other people on the basis of race, ethnicity, national origin, sexual orientation, gender, gender identity, religious affiliation, age, disability, or serious disease. Een vreemde reactie op de tweet van Wilders, meent ook De Volkskrant:
Zijn D66’ers volgens Twitter een gemarginaliseerde gemeenschap die speciale bescherming verdient? Dat Wilders zijn politieke tegenstanders uitmaakt voor ‘sukkels’ is weinig verheffend, maar op het eerste gezicht toch niet schokkender dan een recente tweet van D66-europarlementariër Sophie in ’t Veld. Zij kwalificeerde Kamerleden die zich keren tegen het streven naar een ‘steeds hechter verbond’ van EU-lidstaten onlangs als ‘onnozel’. Die tweet bleef gewoon staan.
Een doodsbedreiging tegen Wilders van een Pakistaan werd ook niet verwijderd.

28 mei 2019

Leid burgers niet om de tuin

Lokaal nieuws uit Apeldoorn van Dagblad De Stentor:
De complete redactie van het Apeldoornse wijkblad de Wijkkijker is vanwege een curieuze reden opgestapt. Omdat er van de wijkraad Osseveld-Woudhuis geen artikelen meer over de komst van het azc aan de Deventerstraat geschreven mogen worden, hebben de tien schrijvers hun taken neergelegd.
De redactie vermoedt dat de wijkraad onder druk staat van de gemeente. Die ontkent dat, net als de voorzitter van de wijkraad. Die zegt dat het drie maal per jaar uitkomende blad in de loop der jaren los is komen te staan van de wijkraad. Op de uitvoerige artikelen over het azc wil hij niet aangesproken worden. Nu even stoppen over dat onderwerp en er later misschien nog eens op terug komen in overleg met de wijkraad, was het verzoek dat de redactie aanleiding gaf om op te stappen.

Het laatste artikel is volgens De Stentor een voorbeeld van serieuze journalistiek. 'De redactie laat allerlei experts, zowel voor- en tegenstanders, aan het woord. Hoewel er de nodige kritiek in doorklinkt, is het feitelijk van toon en niet vanuit de onderbuik geschreven.'

Hier gaan twee dingen fout.

10 mei 2019

Een onveilig klimaat voor journalisten

Ter gelegenheid van de Dag van de Persvrijheid publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) een nieuw onderzoek naar bedreigingen, intimidaties en geweld waar journalisten mee te maken hebben. Twee jaar geleden is er al eens onderzoek op dit gebied gedaan door voormalig ombudsman Alex Brenninkmeijer en Marjolein Odekerken. De resultaten waren volgens de NVJ tamelijk verontrustend. In het nieuwe onderzoek van Odekerken en Laura Das was de focus gericht op vrouwen en online pogingen tot intimidatie. De helft van de vrouwelijke journalisten in Nederland heeft daar ervaring mee vanwege hun werk. Vooral vrouwen met een migratieachtergrond en freelancers melden vervelende incidenten.

Het onderzoek werd woensdag j.l. gepresenteerd op het Festival van het Vrije Woord in Hilversum waarna een forum de resultaten besprak. Opvallend is het verschil in bedreigingen tussen mannen en vrouwen. Mannelijke journalisten hebben ook te maken met bedreigingen, en soms zelfs fysiek geweld. Misdaadverslaggevers Paul Vugts en John van den Heuvel hebben zelfs politiebescherming. Vorig jaar zijn de gebouwen van de Telegraaf en Panorama door criminelen vernield (een van de redenen waarom Nederland een plaats is gezakt op de Persvrijheidsmonitor). Maar de bedreigingen van mannen betreffen vrijwel altijd wát ze schrijven of filmen, terwijl vrouwen online geconfronteerd worden met seksistische en racistische uitingen vanwege hun identiteit. NRC-columniste en forumlid Clarice Gargard: 'De boodschap is eigenlijk dat ik niet thuis hoor in het publieke debat.' De vertegenwoordigster van SOFO, een door de OVSE geïnitiëerd programma voor de Safety of Female Journalists Online, zei het zo: mannelijke journalisten worden aangevallen op hun standpunt, vrouwen omdat ze een überhaupt een standpunt naar buiten brengen; en des te vaker naarmate het een dissident standpunt betreft.

29 april 2019

Staatshoofd of popster

Aanhangers van het dezer dagen weer zo bejubelde Nederlandse koningshuis zullen er niet blij mee zijn, maar het verbod op majesteitsschennis is eindelijk verleden tijd. Vorig jaar was er al een meerderheid voor in de Tweede Kamer, een jaar later is nu ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met de initiatiefwet van Kees Verhoeven (D66) om de artikelen 118 en 119 uit het Wetboek van Strafrecht te verwijderen. CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen. Na het verlies van het verbod op 'smalende godslastering' moeten de christelijke politici opnieuw buigen voor een meerderheid die eindelijk eens wil afrekenen met totaal verouderde bepalingen die de vrijheid van meningsuiting belemmeren. En dit keer was er geen opportunistische VVD die hen te hulp kwam.

Verhoeven's voorstellen voor de wetswijzigingen werden ook door de regering als 'modernisering' ondersteund. Maar niet nadat men zich er van verzekerd had dat de mogelijkheid voor het bestraffen van belediging van het koningshuis langs andere weg toch nog in stand blijft. Belediging van het koningshuis is nu gelijkgetrokken met de verzwaarde strafbaarheid van de belediging van een 'ambtenaar in functie'. Om de koning niet in verlegenheid te brengen is bepaald dat het in zijn geval niet nodig is dat hij zelf een klacht indient. Tegelijk met het schrappen van de majesteitsschennis is ook het verbod op de belediging van een bevriend staatshoofd als apart strafwetartikel uit de wet gehaald.

08 april 2019

Amerikaanse toestanden

De staat moet zich onthouden van bemoeienis met godsdienst, de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, of vreedzame bijeenkomsten van het volk. Zo luidt ongeveer het First amendment van de Amerikaanse grondwet, traditioneel het voorbeeld voor alle tegenstanders van censuur. De bescherming van het vrije woord tegen ingrijpen van de overheid laat onverlet dat Amerikaanse burgers elkaar nog steeds kunnen aanspreken op uitingen die in strijd zijn met lokale zeden of het dominante geloof. In de afgelopen jaren hebben we met enige verbazing, juist vanwege dat beeld van vrijheidslievende Amerikanen, kennis kunnen nemen van incidenten op Amerikaanse universiteiten waar een ver doorgevoerd beleid van politiek correct handelen geleid heeft tot een drastische inperking van de vrijheid van meningsuiting. Linkse studenten op Amerikaanse universiteiten plegen censuur op ideeën, taal en sprekers die hun niet bevallen. Volgens critici ondermijnen zij hiermee de universiteit als debatplek bij uitstek. Het opmerkelijkste argument van de studenten om bepaalde sprekers, of ook onderdelen uit de historische of literaire canon, niet te willen horen, is dat die hen stress zou bezorgen, en zo lichamelijke klachten, waartegen zij zich dus ook fysiek mogen weren.

Dat de studenten het vooral hebben begrepen op uitingen vanuit de rechtse, conservatieve hoek, en dan met name uitingen die strijdig zijn met respect voor hun verschillende identiteiten, roept een reactie op die grote risico's inhoudt voor de traditionele Amerikaanse free speech. Want wat blijkt? President Trump heeft gehoor gegeven aan klachten uit zijn achterban over de toestand op de 'linkse' universiteiten. Hij dreigt academische instellingen nu te gaan korten op hun researchgelden als ze geen free speech voor hun studenten en personeel kunnen garanderen. Het presidentiële decreet  beroept zich op het First amendment maar is natuurlijk als zodanig juist volledig in strijd met de Amerikaanse grondwet die overheidsingrijpen moet voorkomen.


26 maart 2019

Overheid en moraal

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zien we een terugtredende overheid. Den Haag decentraliseert en laat steeds meer taken over aan zelfstandige organisaties in onderwijs, zorg en alle andere terreinen die voorheen door het Rijk werden bestierd. Het leidend principe is ontleend aan de markteconomie. Publieke voorzieningen moeten zich gedragen als bedrijven die de wetten van vraag en aanbod en onderlinge concurrentie volgen. Over de effectiviteit van die marktwerking in de publieke sector bestaan intussen grote twijfels, zelfs bij de regering, maar daar wil ik het hier niet over hebben.

Er zijn ook initiatieven van de overheid waarbij ik me afvraag of enige terughoudendheid niet beter zou zijn geweest.  Een voorbeeld is de oproep van staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) aan boekhandelaar Bol.com om de etalage anders in te richten. 'Het kabinet wil dat internetwinkel Bol.com stopt met de prominente verkoop van niet-wetenschappelijke boeken die pleiten tégen vaccinatie van kinderen', schrijft het AD. 'En zelfs volledige verbanning uit het assortiment dient bespreekbaar te zijn.' De staatssecretaris beseft dat hij de internetwinkel niet kan opdragen bepaalde boeken niet te promoten of te verkopen, maar als Bol.com geen gehoor aan de oproep geeft, wil hij met het bedrijf gaan praten. Dat Blokhuis zich zorgen maakt over de invloed van vooringenomen publicaties die er toe kunnen leiden dat de vaccinatiegraad tot een gevaarlijk niveau daalt kan ik me voorstellen. Maar de suggestie dat de staat zich zou kunnen gaan bemoeien met de inrichting van een boekhandel vind ik wel verontrustend. Hoe ver kan dat gaan? Er zijn wel meer risicovolle onderwerpen waarover leugens en onzin welig tieren op het net. Gaat minister Wiebes nu ook in gesprek met Google over de invloed van ontkenners van klimaatverandering?

Het geloof in de onzin van de anti-vaccinatiebeweging lijkt me een voorbeeld van een tekort aan kritisch denken en kennis van methoden van wetenschappelijk onderzoek. Daar zou je het onderwijs op kunnen aanspreken. De regering heeft op dat terrein echter andere prioriteiten, zo blijkt uit een wetsontwerp van de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob (ook ChristenUnie).


15 maart 2019

Niet zoenen in het openbaar

Toen ik meer dan dertig jaar geleden begon met het verzamelen van berichten over belemmering van de vrijheid van meningsuiting vond ik, zeker in de eerste jaren, nog veel bezwaren tegen seksueel getinte uitingen. Aanstootgevende posters, kunst en tv-programma's die volgens critici de fatsoensnormen overschreden leidden tot veel misbaar en af en toe Kamervragen met het verzoek aan de regering om in te grijpen. De christelijke partijen lieten zich op dit punt het vaakst horen, met voorop de SGP en de ChristenUnie. In Dit kan niet en dit mag niet heb ik een heel hoofdstuk gewijd aan een reeks van voorbeelden uit de jaren rond de eeuwwisseling.

De fatsoensridders zijn daarna misschien wat minder in de aandacht geweest, maar af en toe laten ze nog wel van zich horen. Vooral de SGP. Deze week maakte de provinciale fractievoorzitter Klaas Ruitenberg uit Gelderland bezwaar tegen posters in bushokjes waarop twee zoenende vrouwen te zien zijn. “Relaties met afbeeldingen zoals op deze posters zijn in strijd met Gods woord.” De gewraakte poster is in zijn ogen dubbel fout omdat het gaat om reclame voor een datingsite. Ruitenberg maakte daarom ook bezwaar tegen posters die in Nijmegen waren opgehangen. ,,Deze organisatie stimuleert vreemdgaan. Dat is bij uitstek de reden voor het merendeel van de echtscheidingen in dit land. Je zou maar een kind zijn wiens ouders zijn gescheiden nadat een van hen is vreemdgegaan en met deze posters worden geconfronteerd. Je kan er niet omheen, het wordt je opgedrongen. Verschrikkelijk.”


26 februari 2019

Leerkracht van school gestuurd

Een docent in Lochem verloor zijn baan nadat hij tijdens de les naar pornobeelden had gekeken op zijn computer. De beelden verschenen per ongeluk op de beamer zodat de leerlingen er getuige van waren. Een van hen zette een filmpje van het digitale schoolbord met de porno op sociale media. De leraar werd geschorst en kan niet meer op die school terugkeren, ondanks pogingen van leerlingen die in staking gingen om zijn schorsing terug te draaien.

Ik begrijp dat het voor de leraar moeilijk is om na deze gebeurtenis terug te keren op school. Wat ik niet begrijp is dat de leerling die de beelden naar buiten heeft gebracht gehandhaafd blijft.  Er is, in het bijzijn van zijn ouders, indringend met hem gesproken. "Hij is uitdrukkelijk geconfronteerd met de gevolgen van zijn ontoelaatbaar handelen." Daarbij is onder andere gesproken over de risico's van digitale media. De school gaat de regels voor het gebruik van mobiele telefoons binnenkort tegen het licht houden, schrijft Omroep Gelderland.

Dat was begin deze maand. Nu komt via de Telegraaf met een ander verhaal naar buiten waarin opnieuw een leraar op non-actief is gezet door een actie van leerlingen die raakt aan de uitingsvrijheid. Leerlingen van het Hoofdvaart College in Hoofdorp hebben bij de directie geklaagd over een techniekinstructeur die de profeet Mohamed beledigd zou hebben. Daarop is de man geschorst. Hij ontkent de belediging. Inmiddels is de schorsing verlengd vanwege het belang van de ’sociale veiligheid van de leerlingen en de vereiste rust en orde binnen de school’. Volgens bestuursvoorzitter Jan Rath is er inmiddels ook sprake van een ’geschonden relatie’ tussen de instructeur en de directeur van het Hoofdvaart College. Weinig kans dus dat hij nog terug kan komen.

10 februari 2019

Boodschap of boodschapper?

Wat weegt het zwaarst bij de beoordeling van een bericht of opinie? De inhoud of de identiteit van de bron of de auteur? Ik kan niet ontkennen dat ik bij de dagelijkse consumptie van wat er in print en op het internet verschijnt ook kijk naar de bron. Ik vind het ook moeilijk om bijdragen serieus te nemen van mensen die ik eerder alleen maar onzin heb horen verkondigen of die expliciete standpunten verkondigen die mijlenver van de mijne liggen. Ik laat GeenStijl, De Telegraaf, DDS en TPO ook doorgaans rechts liggen. Maar dat wil niet nog niet zeggen dat ik het uitsluit om kennis te nemen van wat deze media publiceren of dat ik vind dat iedereen ze moet boycotten vanwege wat daar te lezen valt. Datzelfde geldt voor auteurs. Je kunt van mening zijn dat een bepaalde auteur een fout standpunt heeft, het volledig uitsluiten van die auteur van het publieke debat is in strijd met de principes van het vrije politieke debat in een democratie. En zelfs als er sprake zou zijn van het overtreden van de wet (racisme, smaad, bedreiging met geweld) is het aan de rechter om dit vast te stellen en een straf te bepalen voor die bepaalde uiting. Waarmee dus niet gezegd is dat die persoon altijd en in alles wat hij of zij schrijft of zegt fout is. 'Als een fascist ademt liegt ie', zei men vroeger in anti-fascistische kringen. Ik begrijp waar het vandaan komt, maar ik zie deze leuze toch liever als een boud geformuleerd politiek standpunt dan als een oproep om het naar de letter te nemen.

In het verharde debatklimaat waarin we, mede dankzij de nieuwe media, nu verzeild zijn geraakt wordt de oproep tot verbanning en uitsluiting van personen en media steeds vaker gehoord. Als het gaat om openlijke sabotage van een debat door zogenaamde trollen kan ik daar wel begrip voor hebben. Maar ik zie ook aanvallen op personen, bronnen en media als het gemakkelijkste alternatief voor de inhoudelijke bestrijding van foute, onvolledige of verdraaide standpunten. Boodschappers zijn fout, dus hun boodschap moeten we volledig negeren. Of beter nog: voorkom dat hun boodschap überhaupt wordt verpreid.

Op Sargasso ben ik als auteur nu een paar maal geconfronteerd met een dergelijk standpunt. Onlangs was dat naar aanleiding van een link naar een bericht over de rol en betekenis van het Chinese bedrijf Huawei in de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog. Het feit dat dit bericht op een site verscheen die volgens sommige reaguurders niet deugt was aanleiding om de inhoud van het bericht volledig te negeren. Met de link naar deze website zou ik fout, zelfs neo-nazistisch gedachtegoed verspreiden, ondanks dat daarvan in het artikel geen spoor te vinden was. De bron was fout, het artikel was dus fout en ik was dus ook fout. Naast de ergernis over het simplisme dat er uit spreekt vind ik het verontrustend dat die fixatie op 'foute' personen of bronnen het publieke debat gaat overheersen ten koste van een zakelijke uitwisseling van informatie, standpunten en argumenten. Ik heb daar om een drietal redenen grote moeite mee.

29 januari 2019

Misbruik van het staatsgeheim

Strooide minister Stef Blok te makkelijk met het label staatsgeheim om lastige vragen te omzeilen? vraagt Trouw vandaag naar aanleiding van een Kamerdebat waarin het parlement opheldering wil over de levering door Nederland van 'non-letal' goederen aan Syrische rebellen. Blok beroept zich herhaaldelijk op het staatsgeheime karakter van het hulpprogramma, schrijft de krant, waardoor hij in het openbaar geen antwoorden kan geven. Dat zou mensenlevens op het spel zetten. Bovendien waren er inlichtingendiensten en bondgenoten betrokken bij de steun. Beiden zegt hij niet in de schijnwerpers te kunnen zetten. Daarmee bezorgt hij het parlement in zijn controlerende functie een probleem. Kern van de verhouding tussen regering en parlement in een democratie is dat de eerste zich verantwoordt tegenover de laatste. Zodat wij als burgers weten waar we aan toe zijn en ons standpunt kunnen bepalen als we onze stem weer eens mogen uitbrengen. 

Staatsgeheimen passen slecht in een democratie. Openheid is een voorwaarde voor democratische besluitvorming. Geheimhouding van staatszaken voor volksvertegenwoordigers is een hardnekkig restant van ouderwetse, autoritaire opvattingen over de verhouding tussen staat en burgers. Tot halverwege de vorige eeuw was het heel gewoon dat de staat bij voorkeur zo weinig mogelijk openbaarde. Alleen als het moest. Aandrang van volksvertegenwoordigers of journalisten kon zonder grote problemen worden gepareerd. Sinds de democratiseringsbeweging uit de jaren zestig en zeventig is openheid een vanzelfsprekende vereiste voor alle vormen van bestuur. De praktijk blijkt echter weerbarstig als we kijken naar de geschiedenis van de wetgeving over openbaarheid van bestuur. Of naar de afloop van tal van gevoelige politieke thema's, niet zelden gelieerd aan oorlogsvoering, waarbij de openheid moest komen van onderzoeksjournalisten die bewinsdslieden al dan niet met een beroep op staatsgeheimen in de problemen brachten (zie onder meer hier, hier en hier)

10 januari 2019

Ophef over Nashville-verklaring

Streng christelijke gelovigen hebben moeite met homoseksualiteit en transgenders. Dat is niet zo verbazingwekkend. Het gaat om conservatieve mensen die leven volgens door god gegeven onveranderlijke bijbelse normen. En die normen worden in hun gemeenschap streng bewaakt door dominees, ouderlingen en opvoeders. Het is een tamelijk naïeve gedachte dat men in deze kringen gemakkelijk 'met de tijd meegaat.' Veel meer voor de hand ligt het dat men zich tegen moderne ideeën die niet in het bijbelse gedachtegoed passen verzet. En hoe verder die moderne ideeen gaan, hoe harder dat verzet zal zijn.
De oorspronkelijk Amerikaanse Nashville-verklaring over seksualiteit, huwelijk en gezin is bedoeld om de gelovigen op het rechte pad te houden. De verklaring maakt duidelijk dat erin de opvatting van de ondertekenaars slechts twee soorten mensen zijn: mannen en vrouwen. Dat alleen een man en een vrouw een verbintenis kunnen aangaan. En dat seksuele relaties tussen twee personen van hetzelfde geslacht en verandering van geslacht uit den boze zijn. Dit alles omdat god de wereld zo geschapen heeft en de mens zich daaraan moet conformeren.

Wie dergelijke opvattingen binnen een van de talrijke streng orthodox christelijke kerkgenootschappen laat horen zal weinig tegenspraak krijgen. Maar nu is de Nashville-verklaring in de openbaarheid gekomen en onderdeel geworden van het maatschappelijk debat. De ophef in de media is niet gering. Tegen SGP-voorman Kees van der Staaij, die ook onder de verklaring staat, is aangifte gedaan en het OM heeft aangekondigd de mogelijke strafbaarheid ervan te onderzoeken. Het gaat dan vermoedelijk vooral om de passage waarin expliciet wordt gesteld dat gelovigen homoseksualiteit en transgenderisme niet mogen goedkeuren:

Artikel 10
WIJ BEVESTIGEN dat het zondig is om homoseksuele onreinheid of transgenderisme goed te keuren. Wie deze wel goedkeurt wijkt fundamenteel af van de standvastigheid die van christenen verwacht mag worden en van het getuigenis waartoe zij geroepen zijn
WIJ ONTKENNEN dat de goedkeuring van homoseksuele onreinheid of transgenderisme een moreel neutrale zaak is, waarover getrouwe christenen onderling van mening mogen verschillen.