25 april 2008

Verheerlijken, oproepen of uitlokken


Donner's apologiewet, waarin het verheerlijken van geweldsmisdrijven strafbaar werd gesteld, blijkt geruisloos verdwenen. Maar terrorismepreventie blijft onze politici bezighouden. Ondanks dat, zoals de Britse journalist Misha Glenny in de NRC schreef, de zware misdaad veel meer slachtoffers maakt en veel meer mensen direct in hun veiligheid bedreigt. Vorige week hebben de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie van de EU-landen besloten om het publiekelijk oproepen tot een terroristisch misdrijf in de gehele Europese Unie strafbaar te stellen. In Nederland kreeg de Tweede Kamer ongeveer tegelijkertijd een al jaren geleden gesloten Verdrag over de bestrijding van het terrorisme ter ratificatie voorgelegd van de Raad van Europa (het veel grotere, maar ook veel vrijblijvender samenwerkingsverband van vrijwel alle Europese landen inclusief Rusland). Hierin wordt gesproken over de strafbaarstelling van 'publieke uitlokking' tot terrorisme.
Het gebruik van deze verschillende termen is interessant. Wat bedoelt men precies? Als het om terrorisme gaat willen de autoriteiten de grenzen nog wel eens flink oprekken. In een rondetafeldebat van Europese parlementariƫrs van de EU en de Raad van Europa over deze materie haalde het Engelse liberale EP-lid
Sarah Ludford recente berichten uit Londen aan waar de politie bij het ronddragen van de Olympische vlag anti-Chinese demonstranten dreigde met arrestaties op grond van de antiterrorismewetten als ze niet snel hun Tibetaanse vlaggen en spandoeken oprolden. Een bekend verhaal: ter wille van de buitenlandse betrekkingen wordt de vrije meningsuiting zonder probleem even op een zijspoor gezet.
In de Memorie van Toelichting van Hirsch Ballin op de goedkeuringswet van het Verdrag van de Raad van Europa (kamerstuk 31429) staat dat uitlokking strafbaar is als er sprake is van een speciale bedoeling die gericht is op het plegen van een terroristisch misdrijf en als de gedraging het gevaar oplevert dat een of meer van deze terroristische misdrijven zouden kunnen worden gepleegd. Kan die bedoeling bewezen worden? Hoe wordt vastgesteld of er gevaar is? Hebben we met Wilders' film eigenlijk ook geen gevaar gelopen? Hirsch Ballin meldt dat in Nederland de wet al voorziet in wat in de Raad van Europa is afgesproken en hij verwijst dan naar wetsartikelen betreffende opruiing. Ik hoop dat onze volksvertegenwoordigers er toch nog wat kritische vragen over zullen gaan stellen.
De plannen van politici die voor het oog van de natie willen scoren met een degelijke aanpak van het terrorisme sneuvelen nogal eens als rechters zich er mee gaan bemoeien. Dat gebeurde ook met het wetsontwerp van Donner uit 2005 om het verheerlijken van terrorisme te bestraffen, in het geval van imams met een beroepsverbod. Hirsch Ballin schrijft daarover nu: "Uit adviezen is gebleken dat het draagvlak voor strafbaarstelling van "apologie" in de rechtspraktijk niet groot is en dat het lastig is eventuele strafbaarstelling zodanig vorm te geven dat deze voldoende precies is zowel voor de rechtsgenoten als voor de rechtspraktijk, EVRM-proof is, voldoet aan de legaliteitsvereiste en ook nog relevante toegevoegde waarde heeft." Had Donner dat vooraf niet kunnen bedenken vraag je je dan af. De mogelijkheid van het beroepsverbod wegens haatzaaien schijnt nu overgeheveld te zijn naar een nieuw wetsontwerp van Hirsch Ballin (zie Jos Verlaan in NRC CS van 4 april j.l. "Opruiende losbandigheid"). Zou dat dan wel EVRM-proof zijn?
Ook de recente vrijspraak door het Haagse Gerechtshof van leden van de Hofstadgroep die niets anders hebben gedaan dan met elkaar communiceren is een teken dat terrorismewetten burgerlijke vrijheden onvoldoende respecteren als de waan van de dag bij politici gaat overheersen. Zoals bij het nog hangende wetsvoorstel van de ChristenUnie voor het strafbaar stellen van de genocide-ontkenning dat inmiddels wel in EU-verband steun heeft gekregen.


,

Geen opmerkingen: