02 mei 2017

De pers als vijand

De Dag van de Persvrijheid, 3 mei, is elk jaar weer een moment om te rapporteren hoe het er voor staat met de vrijheid van de pers, van journalisten en media. Zowel de Press Freedom Index van Reporters Sans Frontières (RSF) als de Persvrijheidsmonitor van Freedom House en Free Press Unlimited rapporteren een achteruitgang in democratische landen. RSF spreekt over een erosie van de democratie.

De Persvrijheidsmonitor begint met de constatering dat er nooit zoveel ophef is geweest over de Verenigde Staten en de persvrijheid als in het afgelopen jaar sinds Trump aan de macht kwam. Het is dan ook wel heel bijzonder om te zien hoe de nieuwe president zich in strijd met de conventies van al zijn voorgangers vervreemdt van de media en de journalisten. Het rapport citeert Trump: “I have a running war with the media. They are among the most dishonest human beings on earth.” En hij is helaas niet de enige.

Ook in andere landen met een op papier democratisch systeem waar autoritaire leiders aan de macht zijn gekomen (Hongarije, Polen, Turkije) breken politici met de traditie om de pers zoveel mogelijk te vriend te houden. Ook al wordt er overal achter de schermen vaak genoeg de banvloek uitgesproken over kritische journalisten, in de meeste democratische landen is de omgang met de pers over het algemeen beleefd tot vriendschappelijk. Een spannende, maar uiteindelijk redelijke verhouding tussen pers en politiek hoort ook bij de democratie en is in het belang van de burgers. Politici die de pers als vijand beschouwen en journalisten als intermediair willen uitschakelen vormen een gevaar voor het broodnodige openheid in het systeem. De politiek leider als 'tribunist' die uitsluitend rechtstreeks aan 'het volk' meedeelt wat hij zelf kwijt wil degenereert al snel in de richting van een stelsel dat we in Europa liever niet zien terugkeren.








Trumps benadering van de pers kennen we in Nederland al langer van Wilders. Maar afgelopen week schaarde de VVD zich in het koor van journalisten-bashers. Follow the Money, een blog van onderzoeksjournalisten, publiceerde een artikel over de dubieuze handel en wandel van VVD-voorzitter Henri Keizer. Die zou een uit de kluiten gewassen uitvaartonderneming, oorspronkelijk een vereniging, voor een veel te laag bedrag hebben gekocht, terwijl hij zelf als adviseur van de onderneming aan tafel zat.
Op een persconferentie waar Keizer zijn handen in onschuld wilde wassen werden journalisten van FTM en Powned geweigerd. Anderen gingen wel. NRC hoofdredacteur Vermeersch verdedigt de aanwezigheid van zijn krant bij de persconferentie. "Onze verslaggevers die de zaak volgen zeiden zich ‘erg ongemakkelijk’ te voelen en overwogen ‘dit exclusieve onderonsje publiekelijk af te wijzen’. Toch besloten we te gaan. Waarom? Verstandig, of niet: een partij als de VVD mag zelf het genodigdenlijstje samenstellen. Het gesprek was on the record, wat betekent dat we alle vragen kunnen stellen en daarover kunnen berichten. (...) Hadden journalisten besloten collectief niet te gaan, was dat zeker een duidelijk statement geweest tegen Keizers beslissing om kritische journalisten buiten te houden. Maar over de √©chte kwestie, eventuele belangenverstrengeling van een van de meest machtige politici van ons land, was vervolgens geen vraag meer gesteld."

Maar dan dad Keizer ook niets kwijt gekund. 't Is maar hoe je het bekijkt. De persconferentie was vooral bedoeld om Keizer vrij te pleiten. De aanwezige journalisten konden na afloop niet veel meer melden dan dat hij zich had verdedigd. Veel vragen bleven nog altijd onbeantwoord. De NRC moet beter weten nadat ze eerder al eens door Denk en Thierry Baudet geweigerd zijn. En de gezamenlijke Nederlandse pers mag zich wel gaan beraden hoe men om wil gaan met politici die journalisten als vijanden behandelen. Elkaar blijven beconcurreren, ieder afzonderlijk voor de scoop, of gezamenlijk opkomen voor de persvrijheid?

Geen opmerkingen: