Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht pedofielen. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht pedofielen. Sorteren op datum Alle posts tonen

16 juli 2012

Beroep tegen uniek vonnis

De advocaat van de Vereniging Martijn is in beroep gegaan tegen het vonnis van de rechtbank in Assen waarbij de vereniging werd verboden en met onmiddellijke ingang ontbonden. De rechtbank voldeed daarmee aan de eis van het Openbaar Ministerie. Het OM is van mening "dat de Vereniging Martijn kinderen bedreigt in hun lichamelijke, emotionele en seksuele integriteit en de rechten en vrijheden van deze kwetsbare groep aantast." Daarmee vertolkte het OM de gevoelens van een groot deel van de publieke opinie en bekroont het de hetze tegen pedofielen waarin geen onderscheid meer werd gemaakt tussen denken en doen en mensen puur en alleen om wat ze zijn werden verketterd. Alleen al om die reden is het beroep tegen dit vonnis van groot belang. Advocaat Swier: “Dit is een heel principiële zaak over de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging.”

Voor de meeste mensen die het vonnis van de rechtbank toejuichen wegen die principes minder zwaar dan hun afschuw van de gedachte dat een volwassene seks heeft met kinderen. Pedofielen hebben eigenlijk geen recht van bestaan en moeten geweerd worden uit de samenleving. Of in elk geval mogen ze niet voor hun gevoelens uitkomen. Het verbod van een vereniging die het mogelijk maakt deze gevoelens wel onder woorden te brengen en uit te wisselen leidt pedofielen direct naar een ondergronds bestaan, zo daar al geen sprake van was. Het bedreigde kind is daarmee allerminst gediend.

Het verbod roept ook de vraag op of er nog wel gesproken mag worden over seks met kinderen, seksualiteit van kinderen, leeftijdsgrenzen, al dan niet schadelijke effecten. Mag een debat waarin pedofilie wordt gerelativeerd eigenlijk nog wel plaats vinden in het openbaar? Mag ik wel naar dit debat verwijzen als de voorzitter van de verboden vereniging hier allerlei uitingen van pedofielen goedpraat? De rechtbank verbiedt de vereniging omdat Martijn "nastreeft om seksueel contact te kunnen hebben met kinderen en dat contact verheerlijkt en voorstelt als iets wat normaal en acceptabel is of zou moeten zijn. Het is dat streven dat een ernstige inbreuk vormt op de geldende fundamentele waarden binnen onze samenleving en daarom indruist tegen onze rechtsorde." Verheerlijken en voorstellen: dat zijn werkwoorden die slaan op uitingen, op wat mensen denken en zeggen of schrijven. Met dit verbod riskeert dus ieder die een andere dan negatieve opinie uit over pedofilie de grens van deze rechter te overschrijden. En met een verbod op het nastreven van iets wat volgens de vereniging moet kunnen maar nog niet kan gezien de huidige wetgeving treedt de rechter in de vrije politieke associatie, wat in 2006 nog werd verhinderd door de afwijzing van het verbod op een pedofielenpartij. Dat Robert M. sindsdien de hetze tegen pedofielen heeft aangewakkerd mag toch geen reden zijn om daar nu anders over te oordelen? 


Het OM heeft Martijn als vereniging niet kunnen betrappen op direct strafbare handelingen. De eis van een verbod in deze civiele procedure is nu gebaseerd op artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek op grond waarvan een vereniging verboden kan worden als blijkt dat de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde. En op grond van het streven van Martijn en van alles wat er op de website van de vereniging te lezen is oordeelt de rechtbank dat "de werkzaamheid van de Vereniging Martijn inbreuk maakt op de algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel en deze werkzaamheid daarom in strijd is met de openbare orde." En daarom mogen grondrechten en het EVRM kennelijk worden gepasseerd.Wat is dan die "werkzaamheid"? Slaat dat op individuele pedofielen die aangemoedigd worden de wet te overtreden? Is er dan een duidelijk verband aangetoond tussen Martijn en wetsovertredingen? Zo ja, moeten die individuen dan niet gepakt worden in plaats van hun kennelijke inspiratiebron? Of heeft de rechter bij de "werkzaamheid" soms gedacht aan de ongerustheid, afschuw en verontwaardiging van het publiek dat ongestraft bij pedofielen de ruiten in kan gooien. De inspiratie daarvoor komt volgens mij niet van de website van de Vereniging Martijn maar van de initiatiefnemers van de hetze tegen pedofielen en hun politieke steunpilaren. Wie verstoort hier eigenlijk de openbare orde? 

Een meer principiële vraag is of en zo ja onder welke omstandigheden inspiratiebronnen voor wetsovertredingen verboden kunnen worden. Donner heeft ooit, toen hij nog minister van Justitie was, geprobeerd het verheerlijken van terrorisme strafbaar te maken. Dat was na de moord op Theo van Gogh. Later, toen de storm wat geluwd was, bleek dat er toch onvoldoende draagvlak was voor deze vage en daarom gevaarlijke inperking van het publieke debat. Sommige politici lijken nu in de ban van de angst en woede die het misbruik van peuters door Robert M. heeft opgewekt niet meer in staat tot een redelijk onderscheid tussen denken, zeggen en doen. Het populisme viert hoogtij. Dat ook Justitie en de rechterlijke macht hiermee geïnfecteerd zijn is bepaald verontrustend. We mogen hopen dat hogere instanties deze neiging zullen corrigeren.











17 juni 2012

Chilling

Volgende week wordt de uitspraak van de rechtbank verwacht in de zaak tegen de vereniging van pedofielen Martijn. Het Openbaar Ministerie heeft in een civiel proces een verbod geëist "omdat deze club een verzamelplek biedt aan onder anderen daders van zedenmisdrijven"."De manier waarop Martijn pedofilie verheerlijkt en goedpraat, kan niet, vindt het OM. Jongeren en hun ouders moeten dan ook beschermd worden tegen de activiteiten van de vereniging. Het OM vindt dit in dit geval belangrijker dan de vrijheid van vereniging." De advocaat van Martijn vindt de eis van het OM volstrekt onhaalbaar. De vereniging heeft geen strafbare feiten geplaagd. Een eerdere poging om de vereniging te verbieden via het strafrecht is mislukt. In 2006 mislukte een poging om een politieke partij voor pedofielen te verbieden.

Schrijver en econoom Anton Dautzenberg meldde zich uit protest tegen de hetze van de antipedofielen aan als lid van Martijn en kwam daar openlijk voor uit in de media. In De Groene van deze week beschrijft hij zijn ervaringen als beschermheer van een (volgens het vrijzinnige GroenLinkse kamerlid Dibi) "vereniging van vieze mannetjes met gore standpunten die walging en weerzin opwekken." Onbegrip was zijn deel. En niet alleen bij de pedojagers die vinden dat pedofielen "ongedierte" zijn "dat vernietigd moet worden." Maar ook bij sommige media. En in de politiek. Zijn pogingen om in gesprek te komen met Kamerleden zijn mislukt, schrijft hij. En hij haalde zich de woede van CDA-kamerlid Omtzigt op de hals toen hij hem in een uitzending van Debat op 2 provoceerde om weerwoord te geven op de kwalificatie "ongedierte". Durfde het Kamerlid zich niet te distantiëren van de hetze? Zijn collega's Arib en Van Toorenburg gingen eerder mee in de strijd tegen Martijn door de stem van de indieners van de petitie voor een verbod van de vereniging te vertolken. In een Kamerdebat op 29 november 2011 moest minister Opstelten hen corrigeren. De beschuldiging dat Martijn kindermisbruik uitlokte kon niet hard worden gemaakt. Opvallend is wel weer de expliciet geuite hoop van de minister dat de rechtbank tot een verbod komt. Gelden de principes van de rechtsstaat, zoals de scheiding der machten, niet meer als het om pedofielen gaat?

De ultieme test voor de uitingsvrijheid vormen opvattingen die door 99% van de bevolking worden afgewezen. Het opkomen voor de vrijheid van een vereniging van pedofielen is een aardig voorbeeld. De advocaat van Martijn verkoos de anonimiteit na bedreigingen van zijn gezin. Dautzenberg werd bedreigd door de organisator van de petitie, Henk Bres. Hij werd als journalist ontslagen door de Financial Times. Ook de Universiteit van Tilburg ontsloeg hem en zijn compagnon als medewerkers aan een onderzoeksproject uit vrees voor "imagoschade", wat later werd gecorrigeerd omdat het zou gaan om "onvoldoende fte's".

Dergelijke reacties op uitingen die door een groot deel van de publieke opinie worden afgewezen met steun van de media en de politiek kunnen zoals dat heet een "chilling" effect hebben op de pers, de journalistiek, schrijvers van opiniërende artikelen en columnisten. En daarmee wordt langzaam maar zeker een grens getrokken voor de vrijheid van meningsuiting die nu ook door het OM gehanteerd wordt in de eis om de vereniging Martijn te verbieden. Het onwelgevallige (pedofilie) goedpraten en verheerlijken wordt op zich een reden voor sancties. Tamelijk onzinnige sancties, omdat je pedofilie niet met een rechterlijke uitspraak uit de gedachten van zo'n 150.000 Nederlanders kunt laten verdwijnen. Als Martijn niet meer bestaat komt er wel een andere vereniging, al dan niet ondergronds. Maar dit terzijde. Waar het om gaat is de beloning van een hetze tegen mensen op grond van wie zij zijn en wat zij denken. En de bevestiging van het ongenuanceerde oordeel van mensen die zich terecht zorgen maken over kindermisbruik, maar niet het onderscheid maken tussen denken, praten en doen. Hier zou een echte vrijzinnige politicus het lef moeten hebben om zich met Dautzenberg tegen de massahysterie te keren.


20 april 2014

Een dubieuze uitspraak

Waarom heeft de Hoge Raad pedofielenvereniging Martijn verboden? Niet omdat het pedofielen zijn, zoals velen misschien graag willen horen. Het gaat vooral om de aanvaardbaarheid van het streven van pedofielen om seksueel contact met minderjarigen te hebben. Het uitdragen van het idee dat hiertegen geen bezwaren zouden mogen bestaan wordt opgevat als een ernstige inbreuk op "de algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel. Het streven van de vereniging is dat haar leden seksueel contact met kinderen kunnen hebben. De vereniging verheerlijkt dat seksuele contact en stelt het voor als iets dat normaal en acceptabel is of zou moeten zijn. Aldus wordt een ernstige inbreuk gemaakt op de fundamentele waarden binnen onze samenleving. De vereniging tast de rechten van kinderen aan door een subcultuur te creëren, of aan het bestaan daarvan bij te dragen, waarbinnen seksuele handelingen tussen volwassenen en kinderen als normaal en acceptabel gelden. De bescherming van de seksuele integriteit van kinderen is onmiskenbaar een van de meest wezenlijke beginselen van onze rechtsorde." In deze termen is het verbod van de vereniging door de rechtbank in Assen in 2012 verwoord (hier geciteerd uit de HR uitspraak).


08 juni 2006

Pedofielenpartij testcase voor vrijheid van meningsuiting


Pedofilie wekt nog steeds grote beroering in Nederland. Het oprichten van een partij die pedofielen meer ruimte wil geven is dan ook bij voorbaat pure provocatie. Het hoeft niemand te verbazen dat er onmiddellijk stemmen op gingen om de partij te verbieden (Wilders, de LPF). Een van de initiatiefnemers, die op een camping bivakkeerde, is met geweld bedreigd. Hij is inmiddels met onbekende bestemming vertrokken. De campinghouder toonde begrip voor de dreigementen en wil "een gesprek" als hij terug mocht willen komen. "In de overeenkomst staat dat de plek op het park voor recreatieve doeleinden is bestemd. Daar vallen zijn activiteiten niet onder", aldus de woordvoerder op nu.nl. Inmiddels tekenden meer dan 30.000 mensen een online petitie en is er voor a.s. zaterdag een demonstratie aangekondigd. Internetprovider Media Design sluit volgens RTL-nieuws de site van de nieuwe partij.
En intussen roept iedereen overal op het internet en in de ingezonden brieven rubrieken dat "dit echt niet kan". Het is een interessante case vanuit het gezichtspunt van de vraag waar de grenzen van de vrijheid van meningsuiting liggen. Mogen walgelijke gedachten ook geuit worden? Voltaire (foto) heeft ooit gezegd "Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen". Een van de ingezonden brievenschrijvers in Metro vond dat hier geen sprake was van een mening die door grondrechten beschermd zou moeten worden. Het opkomen voor pedofielen is gewoon gevaarlijk en moet dus verboden worden. Punt uit. Een duidelijk standpunt, maar ook een gevaarlijk standpunt. Wie de vrijheid van meningsuiting serieus neemt moet net als Voltaire juist bij het afwijkende, hoe walgelijk ook, zijn rug recht weten te houden. De wet stelt grenzen, niet veel, maar ze zijn er wel. Een van de grenzen betreft kinderporno. De reden voor het verbod op het verspreiden en bezitten van kinderporno is het feit dat voor dit materiaal kinderen misbruikt worden. Het misbruik van kinderen is strafbaar, daar gaat het om. De opvattingen van een uiterst kleine minderheid over dit onderwerp moet je echter niet willen verbieden. Dat raakt aan het wezen van de vrijheid van meningsuiting en de democratie. Verontrustend is dat in allerlei polls die nu op het web gehouden worden slechts een minderheid dit standpunt deelt.
,

21 november 2013

Gedachten zijn vrij

 

"Die Gedanken sind frei" (lied en tekst)  is een oude protestsong tegen repressie en censuur. Het lied dateert uit de 19e eeuw en was ook populair bij Duitse verzetsgroeperingen tijdens het nazi-regime. Het is opmerkelijk dat de vanzelfsprekendheid die sinds de Verlichting achter het idee van de vrijheid van denken zit aan het begin van de 21e eeuw weer in twijfel wordt gebracht door de ontwikkeling van het Nederlandse strafrecht.
Deze week behandelt de Tweede Kamer de begroting van Justitie. Toen op de radio aan de woordvoerder van de PvdA, Jeroen Recourt, werd gevraagd wat hij bij deze gelegenheid aan de orde wilde stellen zei hij dat een van zijn onderwerpen zou gaan over de neiging om het strafrecht uit te breiden naar intenties en gedachten aan mogelijk strafbare feiten (gesprek Villa VPRO, maandag 18 november, vanaf minuut 46).
Voorbeelden van deze trend zijn de vervolging van jonge moslims die naar Syrië willen reizen om daar deel te nemen aan de strijd van oppositiegroepen tegen het regime van Assad. En de benadering van pedofielen die in de val van lokpubers lopen. Nog niets gedaan, maar wel strafbaar, enkel en alleen omdat je iets wilde?

Volgens Recourt moeten we deze problemen niet oplossen door middel van het strafrecht. Er is sprake van een hellend vlak. Na strafbare feiten zijn in het kader van de terrorismebestrijding ook voorbereidende handelingen strafbaar gesteld. Tegen de betreffende wetswijziging is indertijd van alle kanten gewaarschuwd. Volgens een van de andere juristen in de VPRO-uitzending zou eigenlijk een poging tot een strafbare handeling (met een koevoet voor een vreemde deur gepakt worden) de grens moeten zijn. Maar de definities van wat strafbaar is worden steeds verder opgerekt totdat nu ook de enkele intentie onderwerp kan worden van een rechtszaak. Waarmee we de gedachten binnen het strafrecht hebben gehaald. Een griezelige ontwikkeling.

Enkele jaren geleden was de grens al overschreden in het proces tegen de Hofstadgroep. Die groep werd in 2006 als "terroristische organisatie" veroordeeld. Voorbereiding van concrete geweldsdelicten kon niet worden bewezen. Maar wel constateerde de rechter dat er sprake was van een gedeelde geloofsovertuiging en gemeenschappelijke activiteiten ter versterking van die overtuiging "die de geesten rijp maakte voor deelname aan de jihad". Het Gerechtshof sprak de deelnemers op dit punt vrij, maar daarna wees de Hoge Raad de zaak weer terug naar een andere rechtbank en die bevestigde het eerste vonnis. Woorden en vermeende bedoelingen zijn los van daden strafbaar gesteld in deze zaak, die grote gelijkenis toont met de veroordeling van de Indonesische revolutionairen Hatta en Sukarno meer dan 80 jaar geleden.

De uitdijende definities van strafbare delicten kunnen naar mijn mening niet los gezien worden van de toenemende aandrang uit de populistische hoek tot het straffen van alle soorten ongewenste uitingen van vreemdelingen, van mensen met afwijkend gedrag. Het ongenuanceerd over een kam scheren van pedofilie en kindermisbruik, het gelijk stellen van radicale islamitische opvattingen aan terrorisme: de angst voor extreme opvattingen is even groot als het geloof in het eigen gelijk. Wat we missen is een overtuigend tegenwicht tegen die domme verkettering van afwijkende opvattingen. In plaats daarvan hebben we Opstelten. Het land is diep gezonken.



27 juli 2015

Tien maanden gevangenisstraf voor smaad



Micha Kat, het enfant terrible van de Nederlandse journalistiek, is onlangs door de rechtbank veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf voor smaad tegen de hoofdredacteur van de NOS, Marcel Gelauff. Kat beschuldigde Gelauff er zonder enig bewijs van dat hij onder meer met behulp van NOS-berichtgeving een netwerk van pedofielen probeerde te beschermen.

Tien maanden cel voor een foute uitspraak. Het zal niet vaak voorkomen. Er is dan ook wel het nodige aan voorafgegaan. Kat heeft met zijn website Klokkenluider Online, inmiddels omgezet naar Revolutionair Online zo ongeveer iedere bekende Nederlandse journalist en politicus tegen zich in het harnas gejaagd met onbewezen beschuldigingen, meest in de richting van betrokkenheid bij een "pedofielennetwerk". Hij heeft zich sterk gemaakt voor de zaak tegen de voormalige hoge ambtenaar op het ministerie van Justitie Demmink die beschuldigd werd van misbruik van Turkse jongens. Met enig succes. Na veel afwijzingen is het OM uiteindelijk toch een onderzoek begonnen. Maar bij gebrek aan medewerking van de Turkse autoriteiten lijkt dit nu toch weer dood te lopen. Kat was ook actief in de zogenaamde Chipshol-zaak, een andere langdurige en complexe rechtszaak vol met schandalen over de verkoop van een stuk grond bij Schiphol. Hij bracht rechter Westenberg in grote moeilijkheden met zijn beschuldiging dat deze contact had gezocht met de advocaten in dit proces. Kat werd daarvoor niet veroordeeld, maar verloor vervolgens wel het proces waarin hij de Staat daagde wegens de betaling van de proceskosten van de rechter.

Micha Kat is al meerdere malen veroordeeld. Hij zal ook nu zijn straf niet uitzitten omdat hij zich in Ierland bevindt en van daaruit zijn complotverhalen de wereld in stuurt. En daar zal altijd een publiek voor blijven bestaan. De zin van rechtszaken tegen deze man kan betwijfeld worden. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Kat zich vooral met succes in de publiciteit weet te handhaven omdat hij voortdurend zijn collega's onder vuur neemt. Hij is ooit met ruzie vertrokken bij de NRC en werpt zich nu op als illegale NRC-ombudsman. Hij klaagt het NOS-journaal aan, de hoofdredactie van de Telegraaf en de onlangs ontslagen Brandpunt-redacteur Fons de Poel. Hij is veroordeeld wegens doodsbedreiging van Telegraaf-journalist Bart Mos. En vanwege die veroordeling is hij ook geroyeerd door de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Wie zich zo onmogelijk maakt in de mediawereld zou moeten rekenen op volledige uitsluiting. Kennelijk zijn de voormalige collega's die hij onder vuur neemt niet allemaal daartoe in staat.

Kan 't nog gekker met Micha Kat? kopte de Haagse Post al vier jaar geleden, om meteen het antwoord te geven: Ja, nu ontkent hij de holocaust. Wordt het nu onderhand geen tijd hem volledig te negeren? Ondanks zijn naam als klokkenluider beloof ik niet meer over hem te schrijven.


18 maart 2023

Ophitsen tegen schrijvers


De politie heeft vorige week twee verdachten gehoord in het onderzoek naar smaad, belediging en bedreiging van schrijver Pim Lammers. Lammers was aangezocht als schrijver van het Kinderboekenweekgedicht 2023. Nadat hij met de dood was bedreigd heeft hij zich teruggetrokken. ‘Een gedicht schrijven is mij geen doodsbedreigingen waard', aldus de schrijver. 

De bedreigingen volgden op de verspreiding van enkele uit de context gehaalde zinnen van een boek van Lammers over de relatie tussen een voetbaltrainer en een 12-jarige jongen. De Actiegroep 'Gezin in Gevaar' ziet in de schrijver een gevaarlijke promotor van pedofielen en transgenders. De groep kreeg steun van Telegraaf-presentatrice Monique Smit, fotomodel en verspreider van complottheorieën Kim Feenstra en Tweede Kamerlid Wybren van Haga (ex-VVD, ex-FVD, nu BVNL). 

Van Haga stelde maar liefst 17 Kamervragen waarin hij van de minister onder andere een standpunt verwacht over het werk van Lammers als 'ongepast en pedagische onverantwoord'. In haar antwoord schrijft staatssecretaris Uslu dat zij de doodsbedreigingen aan het adres van Lammers zorgwekkend vindt. Verder wijst ze op de zelfstandigheid van het CPNB voor de organisatie van de Kinderboekenweek en de scholen en ouders voor de opvoeding en de keuze van boeken voor hun kinderen. Het ligt duidelijk niet op de weg van de regering om zich te bemoeien met de inhoud van literaire werken, noch met de opvoeding van jonge kinderen. Van Haga moet dat weten als Kamerlid. Dat hij ondanks dat de publiciteit zoekt met overbodige vragen geeft te denken. Zelfs een rechts blad als Elsevier bekritiseert Van Haga als adept van de Iraanse geestelijkheid. 

Ook schrijvers die Lammers steunen worden bedreigd. Het politieonderzoek richt zich nu op degenen die de bedreigingen hebben geuit. Maar zouden ze ook niet eens moeten gaan praten met Van Haga, Smit, Feenstra, die christelijke actiegroep en anderen die hen er toe hebben aangezet? 

Update 28 maart

[foto: Wilma van den Brink CC]