19 april 2007

Staat de vrijheid van meningsuiting onder druk?


Vandaag publiceerde het Nationaal 4 en 5 Mei Comité een onderzoek naar opvattingen van Nederlanders over grondrechten. De vrijheid van meningsuiting wordt nog steeds door de meeste mensen genoemd als het belangrijkste grondrecht. Het percentage ondervraagden dat dit recht het belangrijkst noemt is sinds vorig jaar wel gedaald van 70% naar 60%. De vrijheid van godsdienst of levensbeschouwing werd door 32% genoemd, vijf jaar geleden was dat nog 14%.
In de media is het gegeven naar voren gehaald dat bijna 40% aangeeft dat je in Nederland niet altijd voor je mening kunt uitkomen. Dat geeft een vertekend beeld van het onderzoek. Het percentage dat het gevoel heeft soms niet, meestal niet of nooit voor de eigen mening te kunnen uitkomen is 38%. Het percentage dat zegt bedreigd te zijn bij het geven van een eigen mening is 11%. Van degenen die het gevoel hebben dat ze iets niet mogen zeggen noemt vervolgens bijna een kwart spontaan het onderwerp allochtonen, en verder o.m. 10 % discriminatie, 7% asielzoekers en 7% de islam. Er is op dit punt geen vergelijkingsmateriaal met andere jaren.
Het discussieprogramma Stand.nl presenteerde naar aanleiding van dit onderzoek de stelling dat de vrijheid van meningsuiting in Nederland onder druk staat met de toelichting: "Bijna veertig procent van de Nederlanders is bang om voor zijn of haar mening uit te komen(...) Dit is met name het geval bij felle discussies zoals die van de multiculturele samenleving." Ik heb tegengestemd. Dit lijkt me niet de juiste manier om met deze gegevens om te gaan. Een dergelijke voorstelling lokt zoals bleek alleen maar Wildersklanten die moeite hebben met de multiculturele samenleving en de kans schoon zagen om hun gal te spuwen.
Over een langere periode bekeken is de vrijheid van meningsuiting over zaken die samenhangen met de multiculturele samenleving juist veel groter geworden. Tien jaar geleden werden mensen als Janmaat regelmatig veroordeeld wegens uitspraken die sinds Fortuyn gemeengoed zijn geworden voor politici op de rechterflank zonder dat er een haan naar kraait. Er mag veel meer gezegd worden over immigranten, asielzoekers, islamieten en allochtonen in het algemeen. De min of meer afgedwongen communis opinio inzake vreemdelingen, wees aardig en discrimineer niet, is aan het begin van deze eeuw volledig uit elkaar gespat. Met name over de islam kan nu heel veel gezegd worden. Anderzijds moeten fundamentalistische islamieten wel erg op hun woorden passen. En daar zit naar mijn mening wel een probleem. De vrijheid van meningsuiting staat in zoverre onder druk dat de tolerantie voor andersdenkenden afgenomen lijkt te zijn en de gelijke toepassing van het recht niet als vanzelfsprekend wordt geaccepteerd. Hetzelfde onderzoek van het 4 en 5 mei comité laat zien dat veel mensen die de uitingsvrijheid erg hoog hebben relatief laag scoren als het gaat om het recht om van elkaar te verschillen. Het probleem van de vrijheid van meningsuiting is dus dat dit recht eenzijdig wordt uitgelegd. Sommige voorstanders kennen blijkbaar het recht wel aan zichzelf toe maar niet aan anderen met wie men van mening verschilt. En daar gaat het nu juist om bij de vrijheid van meningsuiting: opvattingen die je niet kunt waarderen toch de ruimte geven.

16 april 2007

Een gouden bikini en meer van die dingen


De Utrechtse ChristenUnie heeft bezwaar gemaakt tegen een gigantische poster aan de gevel van de Hemavestiging aan de Oudegracht in Utrecht. Een dame in een gouden bikini maakt reclame voor Hunkemöller. CU-raadslid Mirjam Bikker heeft B&W geschreven dat deze reclame in de binnenstad detoneert en dat ze niet kan accepteren dat de vrouw zo als lustobject wordt afgebeeld. Heeft de vrouwenbeweging daar zo hard voor gevochten, vraagt zij zich af. Bikker krijgt weinig steun, de meeste mensen lachen er om en vinden haar actie sterk overdreven. Dat ze opkomt voor de vrouwenbeweging heeft bij de feministen zelfs tot irritatie geleid. "Dit is zó hypocriet, ik heb hen nooit kunnen betrappen op een bijdrage aan de emancipatie van vrouwen," zegt Cisca Dresselhuys van Opzij. De firma Hunkemöller is blij met alle aandacht. De gouden bikini's gaan als zoete broodjes over de toonbank zegt een verkoopster. De ChristenUnie is wat geschrokken van het effect van Bikker's vragen. Ze zijn van plan om in de toekomst dit soort zaken wat meer beleidsmatig aan te pakken, zegt Slob, CU-fractievoorzitter in de Tweede Kamer.
Wat de CU in elk geval niet doet is de conclusie trekken dat ze van hun afkeer van dit soort uitingen geen publieke zaak meer moeten maken. Want daar ligt het probleem met deze partij. Wat hen niet zint, of het nu op zedelijk gebied is of iets met het geloof te maken heeft, moet publiekelijk aan de kaak gesteld worden. Het idee dat er meerdere smaken, geloven en opvattingen zijn dringt in deze kringen moeilijk door. Als zij gekwetst zijn (door Madonna, door een tv-programma of door een reclame van Hunkemöller) dan moet de overheid in het geweer komen om die uiting te verbieden. Vrijheid van meningsuiting is iets dat door deze christenen als het er op aankomt niet echt wordt geaccepteerd. Dat je ook kunt zeggen: ik vind het walgelijk, maar je mag van mij, want er is vrijheid van meningsuiting, dat is voor hen ondenkbaar. Ze zullen altijd hun eigen opvattingen blijven uitdragen . En hun grenzen moeten onze grenzen worden, dat is het beleid van Slob.
Achter het verhaal van de gouden bikini zit een probleem waar de nieuwe CDA-CU-PvdA-regering het nog wel eens moeilijk mee kan krijgen. Er zullen meer 'gouden bikini's' verschijnen waarover de CU expliciete opvattingen heeft die tot algemene wet verheven moeten worden. Het CDA zullen ze misschien makkelijk meekrijgen, maar wat doet de PvdA? Vandaag heeft minister van Buitenlandse Zaken, Verhagen (CDA), met steun van de CU de premier van Palestina de toegang tot ons land ontzegd. De CU is zeer pro Israel, het CDA kiest als het er op aan komt ook voor de joodse staat. De PvdA is het er niet mee eens, maar wordt nu gedwongen de christelijke koers te volgen. De Palestijnse premier zal hier niet het woord voeren. Hoe ver gaat de PvdA op dit hellende vlak van aantasting van de uitingsvrijheid?

01 april 2007

De cultuur van het korps mariniers


Generaal buiten dienst Couzy hekelt in Nova de afdekcultuur bij Defensie en in het bijzonder bij de elite-eenheden zoals de mariniers. Hij reageert hiermee op beschuldigingen van mariniers die drie jaar geleden moesten getuigen in de rechtszaak tegen Erik O., de man die een plunderende Irakees doodschoot. Enkele getuigen zijn deze week naar buiten gekomen met verklaringen dat ze onder druk gezet zijn, ook door O. zelf, om voor de verdachte gunstige verklaringen af te leggen en bepaalde feiten te verzwijgen. Loyaliteit aan het korps is belangrijker dan de waarheid. De 'klokkenluiders' gaven te kennen dat ze met dit principe uiteindelijk niet goed konden leven. Ze hebben aangifte gedaan van de bedreigingen en het OM stelt nu een onderzoek in.
Voor de media is zo'n generaal buiten dienst natuurlijk een dankbare bron voor een commentaar in dit soort gevallen. Maar de verantwoordelijke autoriteiten en politici mogen in deze zaak niet buiten schot blijven. Ze verschuilen zich nu comfortabel achter een lopende juridische procedure en wachten rustig af tot de storm is geluwd. Op naar het volgende incident. Wie maakt hier nu eens een principiëel punt van? Het gaat hier uiteindelijk om niets minder dan het voortbestaan van vrijplaatsen binnen de Nederlandse staat waar men van openbaarheid of verantwoording niets wil weten. De mariniers, het leger, de inlichtingendiensten, de politie: degenen aan wie wij de handhaving van de wet hebben toevertrouwd laten zich als het er op aan komt niet controleren. Het zijn kleine staatjes in de staat met eigen wetten en regels en vooral eigenmachtige bazen die er vooral op uit zijn te kunnen doen en laten wat zij willen zonder daarop afgerekend te willen worden. En die het verstrekken en toelaten van informatie uitsluitend laten afhangen van de handhaving van hun eigen positie. Daarmee zetten zij zichzelf in wezen buiten de geest van de wet die ze behoren te dienen.

,

19 maart 2007

Schreeuwen


In Amsterdam is een monument onthuld voor Theo van Gogh, ongeveer op de plaats waar hij bijna tweeeneenhalf jaar geleden werd vermoord. Het heet "De schreeuw" en het is gemaakt door Jeroen Henneman. Burgemeester Cohen noemde Van Gogh bij de onthulling van het monument de man van de polemiek en van het vrije woord. „Hij kon provoceren, maar een schreeuwlelijk was hij niet.” Cabaretier Hans Teeuwen sloot af met een provocerend lied: „Zet God maar op de pot en stop de profeet maar in je reet”.
Alles in de stijl van Van Gogh, die toch wel degelijk een schreeuwlelijk genoemd kan worden, zou ik zeggen. Zijn gebruik van het vrije woord was vooral provocatief bedoeld. Dat is zijn goed recht, maar het recht op de vrije meningsuiting gaat over meer dan provoceren. De vrijheid van meningsuiting geeft iedereen het recht zich te laten horen. Een recht om te schreeuwen leid ik er niet direct uit af. Soms lijkt het er wel op dat hartstochtelijke verdedigers van het vrije woord dit recht uitsluitend verbinden aan het zo hard mogelijk roepen van provocerende, pijnlijke dingen. Zo van: ik mag alles zeggen, dus ook iemand uitschelden en 'kut' op de muur schrijven. Vrije expressie. Jawel, dat is het ook. Maar de vrijheid van meningsuiting heeft ook een keerzijde die niet over de zender, de schreeuwlelijk, gaat, maar over de ontvanger, dezelfde maar dan met zijn mond dicht. De vrijheid van meningsuiting impliceert namelijk ook tolerantie aan de kant van de ontvanger voor wat iemand anders wil zeggen, schreeuwend of niet. En dan tolerantie in de zin van de ruimte geven voor een boodschap waar je het eigenlijk niet mee eens bent. Want zonder de tolerantie van de ontvanger is de vrijheid van degene die iets wil uiten zinloos.
Theo van Gogh was moeilijk op intolerantie te betrappen. Maar of dat gezegd kan worden van alle schreeuwlelijken die voor zichzelf de absolute vrijheid van meningsuiting opeisen?

01 maart 2007

Bloggende militairen gecensureerd


Het eerste slachtoffer in de oorlog is de waarheid, zegt men. Oorlogen zijn traditioneel omgeven met alle mogelijke belemmeringen voor een vrije communicatie. Terwijl de linkse oppositie in de Tweede Kamer zich vandaag kwaad maakt over het verraad van de PvdA die de waarheid over het begin van de Irak-oorlog niet aan het licht wil laten komen, lezen we in NRC Handelsblad over de beperkende regels voor bloggende militairen in Afghanistan. Die nieuwe media zijn lastig voor de legerleiding. Journalisten kun je nog onder voorwaarden toelaten. Geen bericht ongecensureerd het land uit. Het NOS-journaal zegt het er tegenwoordig eerlijk bij dat hun berichtgeving gescreend is. Maar het internet is moeilijker te controleren. De bloggende militairen nog wel, dus die krijgen een gedragscode. En ze worden in de gaten gehouden. Het is verboden om de plaats van acties aan te duiden. En niet van die rottige opmerkingen over de Afghanen. Maar het lijkt me een illusie dat al het informatieverkeer gevolgd kan worden. Wie wat kwijt wil vindt ergens wel een weg op het internet om informatie te verspreiden. En er zijn vast wel bloggende burgers die zo vriendelijk willen zijn iets door te geven dat niet binnen de gedragscode van Defensie past. Maar nog beter zou het zijn als Defensie zelf in plaats van stoere verhalen van 'embedded' journalisten zelf de waarheid over deze onmogelijke missie laat zien.

,

17 februari 2007

Verbeet weer in de fout


Kamervoorzitter Verbeet heeft opnieuw drempels opgeworpen voor discussie in de Tweede Kamer. Ze verbood Fritsma van de Partij voor de Vrijheid een motie in te dienen en toe te lichten die installatie van bewindslieden met een dubbele nationaliteit verbiedt. Het debat ging over de dubbele nationaliteit, maar strikt genomen was de installatie van de nieuwe regering natuurlijk niet aan de orde. Verbeet (op de foto in gesprek met PVV'ers) vond dat Fritsma ten onrechte de loyaliteit van collega-kamerleden in twijfel trok en meende dat hij hiermee over de grens ging van wat betamelijk is in het debat. NRC Handelsblad constateert in een commentaar dat Verbeet de PVV op deze manier maximale aandacht heeft gegeven, de provocatie waarop de partij uit was slaagde voortreffelijk.
Maar de krant vindt het terecht onacceptabel dat een kamervoorzitter op deze wijze het vrije debat smoort. "Ingrijpen om politieke redenen, zoals Verbeet deed, druist echter wezenlijk in tegen de functie die de Kamervoorzitter in het Nederlandse staatsbestel heeft. Die is bij uitstek: te streven naar neutraliteit. Verbeet rekent het ten onrechte tot haar taak sommige Kamerleden in bescherming te nemen tegen in haar ogen buitensporige aanvallen van andere Kamerleden."
Het is de tweede keer dat Verbeet zo ingrijpt in het politieke debat. Eerder kapittelde ze Wilders die in december vorig jaar Rutte een man met "slappe knieën" noemde. Als we dat even als een beginnersfout terzijde schuiven dan rijst de vraag inmiddels wel of Verbeet wel op haar taak berekend is.
,

08 februari 2007

Het regeeraccoord en het vrije verkeer van informatie


Het regeeraccoord van het christelijk-sociale kabinet Balkenende IV belooft niet veel goeds voor het vrije verkeer van informatie. De PvdA heeft zijn eis laten vallen om volledige openheid te geven over de besluitvorming rond de deelname van Nederland aan de oorlog in Irak. Een slag in het gezicht van de Tweede Kamer die onvoldoende informatie heeft gekregen om haar hoofdtaak, controle van de regering, uit te voeren.
Maar er zijn meer punten in het accoord die vragen oproepen. "Teneinde radicaliserende boodschappen en voorlichting over de middelen van terreur te bestrijden, wordt voorzien in de mogelijkheid om het doorgeven van boodschappen door ‘internet-providers’ te verbieden" lezen we in het hoofdstuk Veiligheid. Wat gaat dat betekenen? Wie bepaalt wat "radicaliserende boodschappen" zijn? Hoe kan men aan dit voornemen uitvoering geven zonder in conflict te komen met de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting?
En dan de cultuurparagraaf. Kunst en cultuur dragen volgens CDA, PvdA en CU bij aan "sociale samenhang en een vitale economie". Een rijk cultureel leven is voorts "essentieel bij het creëren van trots en gemeenschapsgevoel in onze samenleving." Hebben deze partijen ooit gehoord van de vrijheid van de kunst? Wordt de kunstenaar straks de maat gemeten aan de hand van deze ideeën? De spruitjeslucht walmt ons tegemoet. En ook de omroepen en de audiovisuele industrie mogen de borst nat maken. "Er komt een media-educatie en expertisecentrum om kinderen en jongeren, hun ouders en scholen te ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid van media-uitingen." Alsof er op dat gebied al niet genoeg initiatieven zijn. Is hier wel een rol voor de overheid weggelegd? Zijn ouders en opvoeders niet voor hun taak berekend?
Het worden spannende tijden. "Ik is uit, wij is in" schrijft Frank Vermeulen in NRC Handelsblad. Op zich heb ik niets tegen onderlinge solidariteit. Maar als 'wij' gelezen moet worden als 'de overheid' en als de staat vervolgens de individuele autonomie gaat verwaarlozen en de grondwettelijke vrijheden die daarop gebaseerd zijn onder het tapijt schuift dan hoop ik op een stevige oppositie.
,

29 januari 2007

Madonna vrijuit


Madonna wordt niet vervolgd voor godslastering vanwege haar kruisingsact. Het Openbaar Ministerie is van mening dat de zangeres met het optreden kennelijk haar teleurstelling en frustratie heeft trachten te uiten over bepaalde gebeurtenissen in de wereld. Volgens het OM is hierbij geen sprake van verachting voor God. In juridische zin is dit optreden daarom niet te kwalificeren als een strafbaar feit. Verder is het OM van oordeel dat tijdens het optreden van Madonna christenen als groep niet in diskrediet zijn gebracht noch dat hun waardigheid is miskend. Van belediging van christenen als groep is dan ook geen sprake.
De SGP-jongeren hadden na het optreden van Maddona in september een klacht ingediend, daartoe min of meer gestimuleerd door Minister Donner die in antwoord op vragen van de SGP had gezegd dat hij tot zijn spijt het optreden niet kon verhinderen maar dat een klacht achteraf altijd tot de mogelijkheden behoorde. De beslissing van het OM is ook van belang voor het orkest van de Luchtmacht. De SGP heeft zich er onlangs aan geërgerd dat in de nieuwste show van dit orkest, een overheidsinstelling nota bene, een parodie op de kruisingsact van Madonna zit. SGP'er Van der Staaij stelde er vragen over. Hij vond in een van de conclusies van een recent onderzoeksrapport betreffende godslastering een aanknopingspunt. Daarin staat dat er gezien uitspraken van het Europese Hof in Nederland ruimte is om het huidige vervolgingsbeleid te heroverwegen. Deze uitspraak van het OM lijkt hem geen gelijk te geven. Dat heeft op de eerste plaats iets te maken met het feit dat godslastering pas strafbaar is als opzet is bewezen, en dat is sinds de vrijspraak van Gerard Reve in de jaren zestig in het zogenaamde Ezelsproces buitengewoon lastig gebleken. De adviezen die in het onderzoeksrapport staan hebben voorts ook meer betrekking op het haatzaaien tegen minderheden en onverbloemd racisme dan op het kwetsen van religieuze gevoelens door een bepaalde voorstelling van het geloof. Maar we zullen zien wat de nieuwe christelijk-socialistische regering met de adviezen uit het rapport gaat doen.

,

20 januari 2007

Wat is een staatsgeheim?


Meer dan twee jaar na de moord op Theo van Gogh heeft de Tweede Kamer besloten een nieuw onderzoek te doen naar de rol van de Nederlandse veiligheidsdiensten bij deze gebeurtenis. Minister Remkes heeft de Kamer niet kunnen overtuigen met zijn eigen evaluatie. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zei de minister dat de AIVD de moord op Van Gogh niet heeft kunnen voorkomen. De dienst kon Mohammed Bouyeri, die voor de moord tot levenslang is veroordeeld, volgens de minister niet eerder herkennen als moslimextremist. De Kamer miste de zelfkritiek van de minister. De onafhankelijke Commissie van Toezicht op de inlichtingendiensten zal het nieuwe onderzoek uitvoeren.
Of de Commissie de waarheid zal kunnen achterhalen is zeer de vraag. De AIVD is mordicus tegen ook maar de minste openheid over de werkwijze van de inlichtingendienst. Alles wordt tot staatsgeheim verklaard. De dienst is daar volledig vrij in, want nergens is op enige manier vastgelegd wat een staatsgeheim is. Ook de Commissie van Toezicht heeft op dat punt geen enkel aanknopingspunt en zal zich moeten neerleggen bij een definitie die de AIVD zelf hanteert: staatsgeheim is wat wij als staatsgeheim bestempelen. En op die manier zullen de kamerleden nooit een antwoord krijgen op hun vragen.

,

06 januari 2007

Verdonk vangt weer bot


Een jaar geleden schreef ik over de rechtzaak van Rita Verdonk tegen iemand die vlak na de Schipholbrand op de regionale TV in Gelderland een spandoek had laten zien met de tekst: "Reisbureau Rita, arrestatie deportatie crematie adequaat tot het bittere eind". De Arnhemse rechter vond toen geen gronden voor een veroordeling. Het Openbaar Ministerie (OM) ging echter in beroep en afgelopen week werd de uitspraak van de rechtbank nog eens bevestigd. De tekst kan kwetsend genoemd worden, maar een minister moet tegen een stootje kunnen en in de context van de politieke actualiteit van die dagen was dit te beschouwen als een weliswaar harde, maar toch toelaatbare meningsuiting.
De vraag is wat het OM nu eigenlijk wilde met deze rechtzaak. De uitspraak van de rechtbank was al vrij helder en in lijn met gelijksoortige zaken. Eigenlijk was bij voorbaat al duidelijk dat vervolging op niets zou uitlopen. In de politieke context worden dit soort scherpe uitspraken niet snel bestraft. Daarvoor is er bij het Europese Hof op grond van het Europese Handvest voor de Rechten van de Mens ook de nodige jurisprudentie opgebouwd. Wil het OM verandering in deze lijn? Moet de grens van de uitingsvrijheid strakker getrokken worden? Of loopt de Officier van Justitie achter een minister aan die te snel op de teentjes is getrapt? We zullen dat nooit weten, maar het feit dat ergens iemand besloten heeft dat ondanks de eenduidige jurisprudentie het gerechtelijk apparaat opnieuw belast moest worden met deze zaak kan niet anders dan tot de conclusie leiden dat waakzaamheid geboden blijft.

16 december 2006

Slappe knieën


De nieuwe kamervoorzitter Gerdi Verbeet moet nog even wennen. In het debat over de pardonregeling trok ze de touwtjes wel erg strak aan. Nadat de VVD ondanks bezwaren tegen de opschorting van het uitzetten van uitgeprocedeerde asielzoekers toch in het (demissionaire) kabinet bleef zitten "terwille van het landsbelang" nam Geert Wilders zijn vroegere partijgenoten op de korrel. Hij kwalificeerde VVD fractievoorzitter Rutte als iemand met slappe knieën en zonder ruggengraat. Daarop vroeg mevrouw Verbeet haar collega zich te matigen in zijn uitdrukkingen. Hij weigerde dat. En ik zou zeggen terecht.
Op de eerste plaats gaf hij vanuit zijn standpunt een duidelijke toelichting op het verwijt aan de VVD. Maar los daarvan kan men zich afvragen wat de kamervoorzitter bezielt om dergelijke uitdrukkingen te plaatsen buiten de kaders van een normaal Tweede Kamerdebat. Als een kamerlid een opponent die naar zijn mening zwalkt dan wel van weinig durf getuigt niet meer mag aanvallen, waar zijn we dan met het politieke debat? De Kamer heeft zo zijn mores en hecht terecht aan fatsoensnormen. Janmaat werd in 1992 bijvoorbeeld terecht gewezen toen hij zijn vreemdelingenhaat zelfs tijdens het debat over de Bijlmerramp niet kon verbergen. Het debat in het parlement moet een voorbeeld kunnen zijn voor de burgers die het rechtstreeks of via de televisie volgen. Maar het moet wel een vrij politiek debat blijven en politieke meningsverschillen moeten als zodanig zonder beperkingen kunnen worden getoond. De interruptie van de nieuwe kamervoorzitter bij de politiek volkomen terechte kwalificaties van Wilders is bepaald geen goed voorbeeld voor het land. Alsof het onkies is iemand van slapheid te beschuldigen als je daar ook nog eens duidelijk een verklaring voor geeft. We mogen met de kamerleden hopen dat Verbeet in de toekomst meer ruimte laat voor het vrije woord.

,

09 november 2006

Kamp (VVD) blijft tegen openheid inzake Irak


In de VS is Minister van Defensie Rumsfeld afgetreden omdat hij als architect en leidsman van de oorlog in Irak niet langer geloofwaardig is. De democraten wonnen de parlementsverkiezingen en dat is opgevat als een teken dat het Irak-beleid gewijzigd moet worden. Onderzoeksjournalist Bob Woodward leverde een belangrijke bijdrage aan de stemming met zijn boek State of Denial. Rumsfeld bleef de oorlog verdedigen tegen de feiten in. Ook het hardnekkige vermoeden van manipulatie van vertrouwelijke inlichtingen voorafgaande aan de invasie deed afbreuk aan de geloofwaardigheid van de minister. "Donald Rumsfeld sent our loved ones off to a war based on lies", zegt Nancy Lessin uit Boston, Massachusetts, van de organisatie Military Families Speak. De democraten gaan dit met hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden nu allemaal uitzoeken, schrijft de NRC.
In Nederland verklaarde Minister Kamp van Defensie in het TV-programma "Pauw en Witteman" dat hij zich blijft verzetten tegen een al eerder door Kamerleden gevraagd onderzoek naar de juistheid van de informatie op grond waarvan de Nederlandse regering besloot mee te doen aan de oorlog in Irak. Zijn argument is dat hierdoor de positie van de inlichtingendiensten geschaad kan worden. En dan gaat het niet alleen om de Nederlandse, maar ook om de Engelse en Amerikaanse diensten. Kamp wil hen niet lastigvallen met vragen die het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden straks wel gaat stellen. Kamp maakt het daardoor niet mogelijk dat de Nederlandse kiezer zich een goed beeld kan vormen om de regering Balkenende te beoordelen op een van zijn meest cruciale besluiten: Nederlandse soldaten naar een oorlog sturen. En gaat het daar niet om bij de a.s. verkiezingen: dat we de regering kunnen "afrekenen" op haar daden? Hoe kunnen we dat doen als we niet over essentiële informatie beschikken? Het verbaast me dat de oppositie Kamp niet onmiddellijk met dit punt heeft geconfronteerd. Hier valt naar mijn mening nog wel wat te leren van de Amerikanen .

,

05 november 2006

Het vrije woord in de verkiezingstijd


Vorige maand organiseerde de Amsterdamse vereniging voor studenten in de politicologie Machiavelli een debat met twee extremistische partijen: de Pedofielenpartij PVDN en Nieuw Rechts van Michiel Smit. Nadat de laatste kort tevoren bij een optreden was bedreigd en er ook voor dit debat ordeverstoringen waren aangekondigd heeft de vereniging het zekere voor het onzekere genomen en het debat afgelast. Met grote spijt, zegt het bestuur, "omdat bepaalde groeperingen, die als reguliere bezoeker welkom waren, het debat dat een van de pijlers van de vrije meningsuiting is niet respecteren en hiermee de kern van onze democratie schade toe brengen."

Dat de studenten het risico niet genomen hebben is begrijpelijk. Maar wat deed de universiteit, en wat deed de gemeente om het vrije debat te beschermen? Heeft de universiteit geen missie om een vrije, ongestoorde uitwisseling van meningen mogelijk te maken? Heeft de gemeente geen taak in de bescherming van het vrije woord en het tegengaan van geweld? En wat zouden de autoriteiten gedaan hebben bij een debat tussen Bos en Balkenende als 'bepaalde groeperingen' vantevoren hadden gedreigd met rotzooi trappen, mogelijk met geweld? Dit is geen onbelangrijke vraag. De kern van het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting is nu juist dat iedereen het recht heeft vrijuit te spreken, ongeacht wat hij te zeggen heeft (behoudens zijn verantwoordelijkheid voor de wet). En ongeacht welke positie hij bekleedt (zie artikel 1 van de grondwet). Daar hoort de overheid voor te zorgen in een rechtstaat. En daar mag een universiteit, en zeker de politieke faculteit van de universiteit van Amsterdam, ook wel wat voor over hebben.

Consequent opkomen voor de vrijheid van meningsuiting blijft een opgave. Veel Nederlanders hadden het liefst de Pedofielenpartij meteen verboden, alleen vanwege hun abjecte standpunten. Een meerderheid van de Nederlanders vindt dat een partij die toepassing van het islamitisch recht bepleit alleen al vanweg dit pleidooi verboden moet worden. En Michiel Smit, die geen kans heeft gekregen het woord te voeren in Amsterdam heeft het er ook moeilijk mee. Op zijn nieuwe website (de oude is door de provider afgesloten) zegt hij op de ene pagina: "als we de ene mening beter vinden dan de andere dan zijn we op weg naar een dictatuur". En op de andere pagina schrijft hij: "Het is niet de allochtoon die de dienst uitmaakt. De dienst wordt uitgemaakt door de dominante cultuur. De Nederlandse." Ergo: met Smit gaan we op weg naar een dictatuur. Helaas kunnen we Smit niet met deze inconsequentie confronteren in een publiek debat.
,

21 oktober 2006

De vrijheid van de kunstenaar


De Rotterdamse deelgemeente Charlois heeft drie kunstenaars die deelnemen aan een atelierroute verzocht hun kunstwerken aan te passen omdat die te provocerend zouden zijn. Een van kunstwerken, van Jonas Staal, bestond uit portretten van onder andere Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Jan Peter Balkenende en Marco Pastors, omgeven door bloemen en kaarsjes (foto). Ook een kunstwerk van Chrissy Meijns, een Nederlandse vlag met het woord 'jihad' werd als aanstootgevend beschouwd. "Dit is niet het moment om te shockeren" verklaart deelraadvoorzitter Lokhorst het verzoek. De kunstenaars hebben de aanstootgevende delen van hun kunstwerken afgeplakt om het effect van censuur te laten zien.
Wanneer zou men wel kunnen shockeren? Vrij Nederland van deze week laat een aantal cabaretiers aan het woord over hun eigen grenzen. In de afgelopen jaren zijn ze allemaal ver gegaan in het shockeren van hun publiek. Maar ook zij denken na over hun grenzen na de vele haatdragende reacties die zij op hun grappen hebben gekregen. Er zijn wel verschillen. André Manuel, die met zijn banale, racistische en vrouwonvriendelijke grappen provoceren tot zijn levensdoel heeft verheven, zegt dat hij er in zijn nieuwe programma voor heeft gekozen om niet als zichzelf, maar als een verzonnen personage op het podium te staan "omdat je dan nog verder kunt gaan". Theo Maaasen zegt een grove grap over hoofddoekjes zorgvuldig in te bedden in een conference met een "reflectief, bijna moraliserend einde". De Turkse Nilgün Yerli, die met haar allochtone typetjes eigenlijk nog de braafste was, is er mee gestopt. Niet vanwege haar shows, maar vanwege de haatdragende mails die ze kreeg op haar columns in Het Parool. Het is wel duidelijk dat er een groot verschil is tussen grappen op het podium voor een beperkt publiek dat een bewuste keuze heeft gemaakt om zich te laten shockeren en grappen die zwart op wit nietsvermoedende krantenlezers onder ogen komen. Zo hebben Nederlandse cartoonisten begin dit jaar bekend dat zij na de affaire met de Deense cartoons over Mohammed voorzichtiger geworden zijn met grappen over de profeet.
Bij het bepalen van de grenzen van de uitingsvrijheid moet dus ook het medium worden betrokken. Daarom is de ingreep van de Rotterdamse deelgemeente in de atelierroute ook discutabel. Wie kunst opzoekt weet dat hij het risico loopt geschokt te worden. Confrontatie is een kenmerk van kunst. Zowel beeldend kunstenaars als theatermakers moeten in de context van de kunst zelf geen beperkingen worden opgelegd. En zij mogen op dit punt van de overheid bescherming verwachten, en geen controle. Een overheid die de vrijheid van de kunst ondergeschikt maakt aan het afkopen van angst voor onrust is absoluut op de verkeerde weg. Het is een teken aan de wand dat kunstenaars zelf aandacht moeten vragen voor hun uitingsvrijheid. De filmer Eddie Terstall en de cabaretiers Hans Teeuwen en Diederik Ebbinge publiceerden vorige maand in Trouw een manifest waarin ze de politici opriepen om de vrijheid van meningsuiting te respecteren.We mogen nooit de indruk wekken dat de vrijheid van meningsuiting onderhandelbaar is, schreven ze. CDA politicus van Haersma Buma was niet onder de indruk. Hij miskent daarbij impliciet de vrije ruimte voor de kunstenaar. „We hebben informele gedragsregels in dit land. Essentieel is dat je rekening houdt met hoe je woorden door anderen worden ervaren. Met zo’n manifest riskeer je vooral dat aan deze informele fatsoensregels wordt getornd. Dat zou pas onwenselijk zijn.” Dat is mooi gezegd, maar wat ik nog onwenselijker vind is dat kunst, die zich als zodanig presenteert aan degene die er uit vrije wil kennis van wil nemen, ingesnoerd wordt in deze informele fatsoensregels. Dat is toch min of meer het einde van de kunst.

29 september 2006

Turkse kandidaten houden hun eigen mening


Het CDA heeft twee Turkse kandidaten van de lijst gehaald omdat ze ondanks eerdere verklaringen toch bleven vasthouden aan het Turkse standpunt over de volkerenmoord die in 1915 op de Armeniërs heeft plaatsgevonden. Volgens Turkije heeft er geen genocide plaatsgevonden. En Tonca en Elmaci, die aangezocht waren voor een plaats op de kandidatenlijst van het CDA, hebben er nooit een geheim van gemaakt dat zij dit standpunt deelden. Vorige week echter verklaarden ze na een gesprek met CDA-voorzitter Bijsterveldt dat ze het CDA-standpunt (er was wél sprake van genocide) onderschreven. Maar deze week blijkt uit een Turkse krant dat ze dat helemaal niet doen. Het dreigement van een Turkse nationalistische aanklager dat hij er een zaak van zou maken heeft daarbij waarschijnlijk een rol gespeeld. Ze zeggen nu voor altijd bij het standpunt te blijven dat er geen genocide heeft plaatsgevonden. Ook de PvdA heeft iemand van Turkse afkomst van de lijst gehaald vanwege het standpunt over de volkerenmoord op de Armeniërs. Erdinc Sacan, die een massamoord nooit glashard heeft ontkend, vindt dat hij bij gebrek aan kennis over deze zaak niet tot een finaal oordeel kan komen. En volgens hem is dat precies hetzelfde standpunt als dat van de nr. 2 op de PvdA-kandidatenlijst, Albayrak. Pikant is dat juist deze week het Europese Parlement de erkenning van de genocide niet meer als voorwaarde ziet voor de toetreding van Turkije tot de EU.
Wat rechtvaardigt een dergelijke beperking van de vrije meningsuiting voor deze Turkse kamerkandidaten? Het is duidelijk dat de Turken op dit punt tussen twee vuren zitten. Elke keuze die ze maken levert hen verlies op.
Ze zijn opgegroeid met de Turkse nationalistische visie waarin sprake is van een conflict waarin aan beide kanten mensen sneuvelden. Volledige ontkenning of zelfs omdraaiing van deze visie doet hen van hun land, familie en tradities vervreemden. Er aan vasthouden betekent dat ze in de ogen van veel Nederlanders niet geslaagd zijn voor de integratietoets.
Waarom zouden CDA en PvdA hun mening niet kunnen respecteren? Gaat het er om fractiediscipline op voorhand af te dwingen? Het is toch wel eerder voorgekomen dat leden van de Tweede Kamer, die overigens op persoonlijke titel gekozen worden, een voorbehoud maken ten aanzien van een bepaald punt uit het programma van hun partij. Gaat het er om compassie te tonen met de nabestaanden van de Armeniërs die zijn omgekomen? Het initiatiefwetsontwerp van de ChristenUnie om ontkenning van genocide strafbaar te stellen is volgens indienster Huizinga vooral voortgekomen uit dit motief. De Armeense massamoord uit 1915 is nog steeds haar grote voorbeeld. Maar juristen twijfelen aan de haalbaarheid van zo'n wet. De geschiedenis kent altijd vele lezingen. De rechter zal niet graag op de stoel van de historicus gaan zitten. En kan het al dan niet tonen van compassie strafbaar gesteld worden?
Of is het besluit van de politieke partijen vooral ingegeven door angst? Angst voor de Nederlandse kiezer die in het spoor van de politieke meerderheid van de laatste jaren van allochtonen volledige aanpassing eist. Taal, normen en waarden, en ook lezingen van de geschiedenis. Pas je aan, vergeet je land van herkomst, neem onze visie op de geschiedenis helemaal over. En laat ons niets meer horen uit je land van herkomst, op straffe van uitsluiting. Officieel heet het integratie, in werkelijkheid is het assimilatie. Hoe valt deze dwang tot het veranderen van een standpunt te rijmen met de zo hoog geprezen vrijheid van meningsuiting in Nederland. Die vraag zou ik wel eens aan het CDA en de PvdA willen voorleggen.

Foto: herdenking van de genocide in een Armeense katholieke kerk, bron:
fred.bouaissi.org/

,

18 september 2006

Donner, het CDA en de anti-islamreflex


Het was een ongelukkig voorbeeld. Daarover is iedereen het eens. Minister van Justitie Donner getuigde van zijn onvoorwaardelijk trouw aan de formele democratische regels die bepalen dat een grondwetswijziging met tweederde meerderheid moet worden aangenomen met een extreem, puur theoretische voorbeeld. Stel dat tweederde van de bevolking de islamitische wetten, de sharia, wil invoeren in Nederland, dan moet dat kunnen, zei hij in een interview voor het boek "Land van haat en nijd". Achteraf, zo liet hij de Tweede Kamer weten, had hij het hier niet bij moeten laten. Hij had er aan toe moeten voegen dat ook hij meent dat de beginselen van de sharia niet in overeenstemming zijn met onze rechtstaat en dat hij het dus niet zover zou willen laten komen. Maar in het interview ging het niet over de sharia maar over de grondwet. En, zo vroeg hij de kamerleden, "is het noemen van de grondwettelijke mogelijkheid het pleiten voor die mogelijkheid of het daarin berusten? Nee. Aanvaardt de minister van Justitie die mogelijkheid? Nee. "
Maar inmiddels was het misverstand bij de bevolking gerezen. En het misverstand leidde tot nog meer misverstanden toen het CDA in de Tweede Kamer het debat omboog naar het verbod op partijen die de beginselen van de rechtstaat niet onderschrijven en openlijk laten weten dat zij er andere opvattingen op na houden over de rechtstaat en de grondrechten van burgers. Eerder had het CDA al een poging gedaan om steun te krijgen voor dit idee. Ook dit keer hielden de meeste kamerleden (en ook CDA-Minister Donner namens de regering) de rug recht voor het principe van de vrije gedachte, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om zich te organiseren. Buiten de kamer is de stemming echter meer op de hand van het CDA. Maurice de Hond kreeg 55% positieve antwoorden op de vraag: Vindt u dat politieke partijen die in Nederland aan de verkiezingen meedoen en die de islamitische wetgeving willen invoeren verboden moeten worden? Een meerderheid gaat dus bij voorbaat het debat uit de weg. En die meerderheid heeft er dus kennelijk ook weinig vertrouwen in dat zo'n partij er met succes van kan worden weerhouden om een zodanig overwicht te krijgen dat uiteindelijk een ondemocratische wetgeving doorgevoerd kan worden. Is dit angst? Vreemdelingenhaat? Een domme anti-islamreflex? Niet goed nadenken? Eens te meer wordt duidelijk dat er niets vanzelfsprekends is aan onze grondrechten. En vooral dat het niet vanzelfsprekend is dat degene die de rechten voor zichzelf claimt deze ook vrijmoedig aan anderen gunt.
Een partij alleen op ideeën verbieden is strijdig met de grondrechten in onze rechtstaat. Fraude of gebruik van geweld kan in bepaalde gevallen een grond zijn voor een verbod. Maar het past niet in een democratie om mensen bij voorbaat de mogelijkheid te ontnemen om stemmen te vergaren voor hun ideeën enkel vanwege het feit dat die ideeën een meerderheid niet aanstaan. Ook al zijn het nog zo gevaarlijke ideeën. Een samenleving waar je niet vrij bent om gedachten te koesteren, deze met anderen te delen en verspreiden: wie wil daar wonen? Er zal in Nederland nooit een meerderheid ontstaan voor invoering van islamitische wetgeving. Maar het is juist vanwege de reden waarom we dat niet willen, dat we het opkomen voor dergelijke ideeën niet bij voorbaat de kop in mogen drukken.
,

11 september 2006

Wilders helpt radicale moslims


De Pakistaanse moslimgeestelijke Mohammed Anas Noorani Siddiqui preekte zondag in de Taibah moskee in Amsterdam over liefde en vrede. ,,Islam is een religie die zegt; hou van iedereen. Alle moslims over de hele wereld moeten vriendelijk zijn tegen anderen'', zei de geestelijk leider. De verzamelde pers en de aanwezige AIVD-agenten hoorden het met verbazing aan, ze hadden een geheel andere boodschap verwacht. Want volgens Geert Wilders hebben we hier te maken met een gevaarlijke, radicale ophitser. "Het is ongelooflijk dat deze man hier zomaar een spreekgestoelte krijgt". Hij nam vorige week het initiatief voor een debat in de Tweede Kamer. Noorani had volgens Wilders ten onrechte een visum gekregen. Zijn vader en voorganger in de beweging World Islamic Mission heulde ooit met Osama Bin Laden. Wilders vroeg de regering alsnog Siddiqui's visum in te trekken. Hij kreeg voor dat idee geen meerderheid achter zich maar nam in het debat andere partijen wel op sleeptouw in het "islam bashing". Dit soort lieden hoort hier niet thuis, aldus Bert Koenders (PvdA).Alle alarmbellen hadden moeten gaan rinkelen toen deze man een visum aanvroeg, vond Boris Dittrich (D66). De regering vond op gezag van de AIVD dat er geen termen aanwezig waren om Noorani een visum te weigeren. Maar Donner verzekerde de Kamer dat hij nauwlettend in de gaten zou worden gehouden.
De Volkskrant schrijft dat de Pakistaanse fundamentalist net als zijn geestverwanten het risico niet zal nemen om in het openbaar radicale, mogelijk strafbare uitspraken te doen. Vorig jaar was er ook al deining rond Noorani naar aanleiding van preken met haatzaaiende uitspraken tegen meer gematigde moslims. Een groep van deze moslims verloor zijn moskee aan de beweging van Noorani. En moet nu met pijn constateren dat hij opnieuw in Nederland vrij spel krijgt.
De aanhangers van Noorani zien in de ophef van de politici vooral verkiezingslawaai. Wat betreft Wilders is dat waarschijnlijk niet onjuist. Zijn actie kan echter ook gemakkelijk leiden tot een averechts effect. Het verhinderen van een preek van een populaire geestelijke zal door veel moslims na alles wat er de laatste vijf jaar is gebeurd worden opgevat als een onacceptabele schending van de vrijheid van meningsuiting en van de vrijheid van godsdienst. Zoiets leidt alleen maar tot meer radicalisering. Dat Wilders dat niet ziet kan ik nog wel begrijpen, maar dat de rest van de Kamer hierin meegaat is buitengewoon verontrustend.
,

07 september 2006

Geheime gevangenissen en een oncontroleerbare bewijsvoering


Vandaag gaf Bush dan eindelijk toe dat de CIA buiten de VS geheime gevangenissen heeft voor het ondervragen van terreurverdachten. Vanwege het vermoeden dat deze gevangenissen zich in een Oost-Europees land bevinden hebben zowel de Raad van Europa als het Europese Parlement onderzoekscommissies aan het werk gezet om na te gaan wat er precies aan de hand is. Bush zweeg tot nu toe. Zijn Europese collega-regeringsleiders zeiden van niets te weten. Nu vindt Bot het "jammer" dat hij niet eerder op de hoogte is gesteld. Farah Karimi (GroenLinks) is verbijsterd: "In deze geheime gevangenissen zijn mensen onrechtmatig vastgehouden en gemarteld, van de aardbodem verdwenen. De VS heeft mensenrechten en internationale verdragen geschonden, terwijl Europa en de rest van de wereld daar heftig tegen protesteerden. De VS trok zich er niets van aan. En onze minister van Buitenlandse Zaken vindt het 'jammer'." De vicevoorzitter van de onderzoekscommissie van het Europese Parlement, Sarah Ludford, zei vandaag dat Bush’ erkenning „niet alleen zijn eigen eerdere leugens blootlegt. Hij bespot ook de arrogante Europese regeringsleiders die onze zorgen hierover verwierpen.”
Op het gebied van terrorismebestrijding is de openbaarheid van bestuur nogal beperkt, zo niet totaal afwezig. Daar kan men begrip voor hebben als het verstrekken van informatie het voornaamste doel, het voorkomen van terroristische misdrijven, in gevaar kan brengen. Of het toegeven van het bestaan van de gevangenissen dat gevolg zou hebben gehad kan worden betwijfeld. Maar in dit geval gaat het eigenlijk om iets anders. Er is hier sprake van het toedekken van illegaal handelen van de overheid. Dat is wel iets meer dan 'jammer', het is volstrekt onaanvaardbaar in een rechtstaat. De overheid moet zich niet alleen zelf aan de wet houden, ze moet zich te allen tijde over haar handelen kunnen verantwoorden.

In Nederland is bij de rechtspraak ook een grens overschreden waarbij naar mijn mening de grondslagen van de rechtstaat worden genegeerd. Ook hier is de context de terrorismebestrijding. Een paar jaar geleden strandde een rechtzaak tegen een vermeende terrorist op het feit dat de rechters informatie van de AIVD niet accepteerden omdat deze informatie geheim was en oncontroleerbaar. Nu heeft de Hoge Raad in een cassatieprocedure van de strafzaak tegen de Hofstadgroep waarin deze informatie wel is gebruikt het oordeel uitgesproken dat dit rechtmatig is. De uitspraak is in overeenstemming met een wetsontwerp dat nog door de Eerste Kamer behandeld moet worden. Het is nu dus in Nederland mogelijk dat iemand wordt veroordeeld op basis van geheime informatie. Mr. A. Oosterveen, raadsman van een van de verdachten, noemde in de NRC de uitspraak bijzonder. Omdat de AIVD zich vaak beroept op vertrouwelijkheid en de aangeleverde informatie niet toelicht, is het ondoenlijk de betrouwbaarheid ervan te toetsen. In het proces tegen zijn cliënt leverde de dienst ongeveer tien belastende taps. De ontlastende taps levert de dienst niet, aldus de raadsman.
Maar zo makkelijk gaat dat dus. De principes van een open en eerlijke procesgang in de rechtspraak die in een democratische rechtstaat normaal geacht mogen worden blijken bij zwaar weer toch minder stevig dan gedacht.

,

19 augustus 2006

Madonna aan het kruis


Popster Madonna draagt in haar nieuwe show Confessions een doornenkroon en hangt aan het kruis terwijl ze 'Live to tell' zingt. In diverse plaatsen heeft deze scène in het optreden van de zich katholiek noemende zangeres tot protesten geleid. In Rome sprak kardinaal Tonini al over excommuniceren. In Nederland, waar Madonna begin september in de Amsterdamse Arena gaat optreden, hebben de SGP-jongeren Minister van Justitie Donner verzocht om maatregelen. SGP-kamerleden hebben het verzoek ondersteund met kamervragen. "Dit raakt het kernbelijden van ons geloof, dit is zo grof dat je gewoon aan de bel moet trekken, zelfs al zullen de kaarten voor het concert daardoor beter verkopen" zegt jongerenvoorzitter Kloosterman in het Reformatorisch Dagblad. De organisatoren van het concert krijgen veel boze e-mails. Ze antwoorden dat mensen het concert natuurlijk niet hoeven te gaan zien.
Justitie merkt op dat er vooraf niets verboden kan worden. Dat weten de SGP-kamerleden ook donders goed. Hun kamervragen zijn daarom bij voorbaat overbodig. Vorig jaar heeft de staatssecretaris voor mediazaken Van der Laan een gelijksoortig verzoek om ingrijpen naar aanleiding van het RVU-televisieprogramma "God bestaat niet" al negatief beatwoord. "Waar u in uw vraag om verzoekt" schreef Van der Laan, mede namens Donner, "is het op voorhand belemmeren dan wel verbieden van een programma en is daarmee een vorm van censuur. " De Gemeente Amsterdam die de vergunning heeft verleend zou wel vooraf in kunnen grijpen (b.v. wegens verwachte verstoring van de openbare orde) maar dat is niet waarschijnlijk.
De SGP-jongeren overwegen in elk geval achteraf aangifte te doen wegens godslastering. Maar of die aangifte dan tot een zaak zal leiden is zeer de vraag. Er ligt bij het arrondissementsparket in Amsterdam sinds vorig jaar juni een aangifte van de Bond tegen het Vloeken vanwege de RVU-televisieserie God bestaat niet (zie dit blog 9 juni 2005) Bij een recente navraag naar de vordering van deze zaak bleek dat het OM nog steeds geen beslissing heeft genomen om al dan niet tot vervolging over te gaan.
Het wetsartikel dat smalende godslastering verbiedt (147.1 Sr) is een moeilijk geval. Sinds de invoering van het artikel in de jaren twintig van de vorige eeuw door de grootvader van de huidige Minister van Justitie zijn vijf mensen er voor veroordeeld. Het belangrijkste proces was dat tegen de schrijver Van het Reve in de jaren zestig die God voorstelde als een ezel met wie hij graag gemeenschap zou hebben. Van het Reve werd vrijgesproken nadat hij had betoogd dat wat hij schreef slechts voortkwam uit zijn liefde voor God. Een soort geloofsbelijdenis dus. Madonna kan zich waarschijnlijk goed bij dit voorbeeld aansluiten, mocht het ooit tot een proces komen. Maar zover zal het waarschijnlijk niet komen. Direct na het 'ezelsproces' tegen Van het Reve is al door verschillende juristen geopperd om dit godslasteringsartikel te schrappen wegens de onmogelijkheid het toe te passen zonder zich een oordeel te vormen over de geloofsbeleving van mensen. De Nederlandse rechter zal daarin niet willen treden. In de letterlijke zin is godslastering verder alleen denkbaar als we uitgaan van het bestaan van God. Ook dat is geen premisse voor een seculiere rechtspraak, hoe graag de SGP-jongeren dit wel zouden willen.
Een ander artikel waar de principiële christenen zich op zouden kunnen beroepen is 137c Sr dat het opzettelijk in het openbaar beledigen van een groep op grond van (onder meer) religie strafbaar stelt. Maar ook daar zitten tal van haken en ogen aan (wil Madonna de gelovigen opzettelijk kwetsen, is de Arena openbaar?). En alleen het subjectieve gevoel van de gekwetsten mag geen reden zijn om een bepaalde uiting te bestraffen. Het probleem met orthodox gelovigen is echter dat zij hun eigen subjectieve gevoelens als maat hanteren voor alle publieke uitingen van wie dan ook. En daarmee verraden ze dat ze de grondwettelijke uitingsvrijheid feitelijk niet erkennen.
,

08 juli 2006

Freedom of expression on the internet


Onder deze kop nam het Europese Parlement donderdag j.l. een resolutie aan tegen censuurmaatregelen van regeringen in een groot aantal landen die de vrije toegang tot het internet voor hun burgers beperken en tegen bedrijven Google, Yahoo, Microsoft, CISCO-systems, Telecom Italia en Wanadoo die daar aan meewerken. Het EP roept de Europese Commissie en de Europese Raad op om actie te ondernemen tegen het gevangen houden van burgers uitsluitend vanwege hun communicatie via het internet. Inmiddels zitten daarvoor 61 mensen vast, waarvan 51 in China. Voor een van hen, Shi Tao, voert Amnesty International actie op de website irrepressible.info . Verder vraagt het EP om een gedragscode voor IT-bedrijven en stelt ze de voorwaarde van vrij internet verkeer bij ontwikkelingshulp van de EU.
De Europarlementariërs zouden er goed aan doen hun collega's in de nationale parlementen te vragen een gelijkgestemde resolutie aan te nemen én regeringen van afzonderlijke EU-landen ook aan de voorgestelde maatregelen te houden. De handel met China, maar vooral de in 2008 in Peking te houden Olympische Spelen bieden daarvoor uitstekende kansen. Actie op dit punt heeft tevens betekenis voor de EU-landen zelf. In Nederland en in andere Europese landen is een aantasting van de uitingsvrijheid op het internet bepaald niet ondenkbaar. In de strijd tegen het terrorismegaan overheden heel ver. Geheime diensten mengen zich in het informatieverkeer, radicale geluiden uit de islamitische hoek worden verboden of geweerd. Donner haalde zonder veel problemen islamitische satellietzenders uit de lucht. Zal hij het internet ongemoeid laten of - als hij de kans krijgt- ook bij dit medium ingrijpen in het vrije verkeer van informatie? Laten we hem betrekken bij de actie van het EP, zou ik zeggen. Des te makkelijker zal het zijn hem op zijn eigen daden aan te spreken als dat nodig is.

De actiesite Irrepressible verzoekt ook om verspreiding van teksten zoals deze:

Somebody doesn't want people to read this:

“… استقبل العاهل السعودي الملك عبدالله بن عبدالعزيز …”

This is an excerpt from: http://www.elaph.com/ The site belongs to Elaph, and has been censored in Syria. Syrian news site



,