30 juni 2005

Koningin belemmert vrijheid van meningsuiting

De koningin, die zelf ook niet vrij is om haar mening in het openbaar te uiten, heeft 21 juni in Zwolle een demonstratie verhinderd. Dertien mensen werden gearresteerd omdat ze een spandoek ontrolden met de tekst "Ontruim het koningshuis en niet Villa Landwijk". Met het laatste werd een kraakpand aangeduid. Beatrix was in Zwolle om haar vijfentwintigjarig koningschap te vieren. Het optreden van de demonstranten paste perfect bij deze viering. De kroning in 1980 werd ook opgeluisterd door demonstraties van krakers onder de leus: "Geen woning, geen kroning".
De arrestaties konden plaatsvinden op grond van een speciale verordening die bij het bezoek van leden van het Koninklijk Huis door de Gemeente in kwestie mag worden toegepast. Het is niet de eerste keer dat de vrijheid van meningsuiting met deze verordening wordt beperkt. Zo zijn in Zutphen aan de vooravond van koninginnedag 1998 affiches in beslag genomen die beledigend werden geacht voor de koningin die daar de volgende dag op bezoek zou komen. Op het affiche was Beatrix afgebeeld als SM-meesteres. "Majesteitsschennis in de kiem gesmoord" kopte de NRC op 29 april 1998.

Heeft de overheid voldoende vertrouwen in de burgers?


Veel is er over gesproken de laatste jaren: de problematische relatie tussen overheid en burgers. De een heeft het over een kloof, de ander over een gebrek aan vertrouwen. Bij de burger wordt dan meestal bedoeld. Maar hoe groot is omgekeerd het vertrouwen van de overheid in de burgers? Openbaarheid is daarvoor een aardige toets. Als je iemand vertrouwt ben je bereid jezelf bloot te geven. Zoniet dan houd je je kaarten strak tegen de borst. In tegenspraak met alle mooie verhalen van politici over het herstel van het vertrouwen tussen overheid en burgers toont de overheid zich in veel gevallen nog steeds bijzonder wantrouwend tegenover mensen die niet meer doen dan om informatie vragen. In de NRC van 18 juni j.l. geeft Roger Vleugels aan de hand van de uitvoeringspraktijk van de Wet Openbaarheid van bestuur (WOB) een beeld van een overheid die steeds moeilijker doet als de burger iets wil weten. "De publieke openbaarheid is op zijn retour. Nederland liep voorop in zijn wetgeving, maar de overheid houdt steeds vaker de la dicht, het archief op slot. Soms is zelfs sprake van regelrechte obstructie".
De afgelopen dagen hebben we daar weer sprekende illustraties van gezien. De Algemene Onderwijsbond slaagde er niet in alle kaarten van het Ministerie van OCW boven tafel te krijgen inzake een nieuwe regeling voor achterstandsleerlingen. De bond kreeg een stuk waarin passages waren afgelakt. In het kort geding dat de AOb aanspande bleek de rechter het spoedeisende karakter van het geding niet in te zien en OCW te steunen omdat "interne beleidsanalyses" niet onder de WOB vallen. Intussen moet de Tweede Kamer wel een besluit nemen over een regeling waarvan de uitvoering niet goed overzien kan worden. Het Ministerie publiceert alleen wat het kwijt wil. Dat heeft weinig te maken met openbaarheid van bestuur en alles met propaganda.
Het tweede voorbeeld gaat over de kerncentrale Borssele. Staatssecretaris van Geel bleek niet bereid de Tweede Kamer exacte gegevens te verstrekken over de financiële schade die het rijk zou lopen als Borssele volgens de oorspronkelijke plannen in 2013 gaat sluiten. De regeringspartijen, inclusief nu ook D66, zijn voor het open houden van de centrale, vanwege de kosten. Een eerlijk debat kan daar echter niet over gevoerd worden. Van Geel weigert cijfers bekend te maken "om zijn onderhandelingspositie niet te schaden" (NRC 23-6). Hij geeft ze zelfs niet in vertrouwen aan kamerleden. Over een wantrouwende overheid gesproken.

13 juni 2005

Justitie wist videobanden van eigen optreden


Veiligheid. Daar heb je het toverwoord weer. Toen Justitie een tijdje geleden bij Omroep Brabant op bezoek was om videobanden in beslag te nemen van rellen in de Graafsewijk in Den Bosch maakte de omroep van de huiszoeking meteen ook weer een opname. Vanuit de gedachte dat een dergelijke huiszoeking bij een omroep ook nieuws is. Justitie nam deze band meteen ook mee en gaf hem vorige week leeg weer terug. "Volgens de rechtbank beriep de rechter-commissaris zich op artikel 124 Wetboek van Strafvordering. Daarin staat onder meer dat een doorzoeking niet verhinderd of bemoeilijkt mag worden. Daaronder valt dan ook de veiligheid van de betreffende ambtenaren. Die veiligheid kwam in het geding doordat de ambtenaren herkenbaar gefilmd werden" (website Omroep Brabant).
Terecht neemt de Journalistenvakbond NVJ dit hoog op. Veiligheid lijkt een steeds gemakkelijker excuus te worden voor autoriteiten om het vrije verkeer van informatie te belemmeren en journalisten te hinderen bij de uitoefening van hun beroep. Strikt genomen heeft Omroep Brabant de huiszoeking natuurlijk helemaal niet belemmerd. De redenering van de rechter-commissaris is vreemd. Het zou me niets verbazen als het er alleen maar om gaat eigenmachtig optreden van "de betreffende ambtenaren", die liever anoniem blijven, te dekken. In dat geval zou een lesje over de waarde van een vrije pers en het belang van het onbelemmerd vergaren van informatie in een democratie niet overbodig zijn. Als tegenwicht tegen de "dictatuur" van het veiligheidsdenken.

09 juni 2005

"God bestaat niet" moet verboden worden


De SGP, die onlangs aankondigde de ban op het meewerken aan TV-uitzendingen op te heffen, vindt samen met de ChristenUnie dat de regering het programma "God bestaat niet" van de RVU moet stoppen. Dit staat in kamervragen van de leden Van der Vlies en Slob. "De christelijke fracties vinden dat de RVU met dit programma een grens overgaat, omdat willens en wetens de spot wordt gedreven met de God die gelovigen dienen". Vrijdag j.l. heeft de Amsterdamse Nicolaaskerk waar opnamen gemaakt zijn voor het programma een kort geding verloren waarin geprobeerd werd de uitzending tegen te houden op grond van het feit dat de kerk is misbruikt om voor gelovigen kwetsende beelden op te nemen. De rechter vond een verbod van de uitzending een te zware sanctie. Hij achtte het voldoende als de RVU de kijkers zou laten weten dat de kerk zich distantiëerde van de uitzending. De kerken betreuren de uitzending en menen dat er sprake is van bewust en nodeloos kwetsen van gelovigen.
In de serie praat Paul Jan van de Wint met zes vooraanstaande wetenschappers over het gevaar, de functie en de absurditeit van het geloof. De uitzendingen worden ingeleid door TV Dominee Muntz en de gesprekken worden afgewisseld met absurdistische bumperfilmpjes over de verschillende aspecten van het geloof. In een van die filmpjes wordt Jezus van het kruis gehaald en vervangen door een zwarte vrouw. Ook zien we Jezus aangelijnd als hond. Slob vindt dat de makers van het programma duidelijk uit zijn op het kwetsen van gelovigen. RVU directeur Groenendijk meent dat de illustratieve filmpjes slechts 'strooigoed' zijn in een programma met twee pratende mensen. De tendens is kritisch over godsdienst, maar de rest van de week wordt godsdienstbeleving voldoende positief voor het voetlicht gebracht.
Kortom: waar maak je je druk over? De suggestie aan gelovigen om niet te kijken en gewoon naar bed te gaan (de uitzending is om half twaalf 's avonds) heb ik nog nergens gehoord. De TV lijkt soms eigendom te zijn van de grootste groep middelmatigen en die willen niet geprikkeld worden maar vermaakt (en soms gesticht). En bij elke prikkeling van het godsdienstig gevoel komen de christelijke voormannen weer in beweging: films, reclame, tv-uitzendingen. Het idee van diversiteit in normen en waarden blijkt in die kringen moeilijk door te dringen. Andersdenkenden worden door strenge christenen getolereerd totdat ze zich roeren en zich publiekelijk uiten. Dan moet de christelijke natie laten weten dat er maar één norm is. De hare.
Verblind door woede wenden de gekwetste christenen zich vervolgens ook nog eens tot het verkeerde adres. Het is in Nederland god zij dank niet mogelijk dat de regering rechtstreeks ingrijpt in een TV-uitzening. In de antwoorden van staatssecretaris voor Mediazaken Van der Laan op de kamervragen van 1 juli 2005 wordt dat nog eens goed duidelijk gemaakt. "Waar u in uw vraag om verzoekt" schrijft Van der Laan, mede namens Balkenende, "is het op voorhand belemmeren dan wel verbieden van een programma en is daarmee een vorm van censuur. In dit verband acht ik het goed erop te wijzen dat met het oog op het grote belang van de vrijheid van meningsuiting (artikel 7 van de Grondwet) in de Mediawet is vastgelegd dat de verantwoordelijke minister of staatssecretaris niet gaat over de inhoud en vorm van programma’s." Inmiddels is wel op het juiste adres, de officier van Justitie, aangifte gedaan tegen de RVU wegens smalende godslastering.

05 juni 2005

Geheime dienst blijft eeuwig geheim


De AIVD ziet er van af aangifte te doen tegen voormalig spion Frits Hoekstra, auteur van het boek "In dienst van de BVD; spionage en contraspionage in Nederland". (NRC 4 juni 2005). De AIVD doet dat niet omdat ze met de publicatie instemt, integendeel. De dienst ziet alleen af van stappen omdat men meent dat in een proces tegen de auteur de schade alleen nog maar groter kan worden. Men blijft er bij dat hij het boek niet had mogen publiceren. Medewerkers van de geheime dienst hebben geheimhoudingsplicht en mogen dus niets van hun werk naar buiten brengen, zelfs niet in de onschuldige, over het algemeen erg vriendelijke jongensboekenstijl van Hoekstra. Tenzij de dienst zelf toestemming geeft en kan controleren wat er naar buiten wordt gebracht, zoals bij geschiedschrijver Engelen en diens officiële Geschiedenis van de Binnenlandse veiligheidsdienst.
Dat de BVD een gesloten boek blijft zal voor politici van de grote partijen in Nederland een geruststellende gedachte zijn. Zij hebben jarenlang het heimelijk volgen van politieke tegenstanders goedgekeurd en zich daarbij weinig zorgen gemaakt over de gevolgen die dat heeft gehad voor onschuldige andersdenkenden. En zeker op dit moment is er geen meerderheid om kritische vragen te stellen aan de AIVD, die op de golven van de terrorismedreiging gemakkelijk aan macht wint zonder zich daarover uitvoerig te hoeven verantwoorden. Onafhankelijk onderzoek naar de geschiedenis van de BVD zou ons echter dingen kunnen leren over het optreden van de geheime dienst die ook nuttig zijn voor een goede beoordeling van het optreden van de AIVD vandaag. Anders blijft de geschiedenis zich herhalen.

02 juni 2005

Vloeken verboden in Staphorst

Wie op de openbare weg in Staphorst al te luid godverdomme roept loopt sinds vandaag het risico door de plaatselijke veldwachter te worden bekeurd. De Gemeente Staphorst heeft namelijk een vloekverbod opgenomen in de Algemene Politieverordening (APV). Het is een hardnekkig geval, het vloekverbod. In 1985 schorste Minister Rietkerk bij Koninklijk Besluit de APV van een reeks Veluwse gemeenten . De reden was dat vloeken door de Kroon werd beschouwd als het uiten van een gedachte of gevoel. Gemeenten mogen daaraan geen beperkingen opleggen. Sindsdien zijn er toch in meerdere plaatsen vloekverboden opgenomen in de APV op instigatie van fundamentalistische christelijke partijen. In 1991 is een, zoals de Volkskrant (5-10-91) het noemt , puur symbolisch vloekverbod opgenomen in de APV van Arnemuiden. In Nijkerk bestaat ook al jaren een (min of meer symbolisch) vloekverbod meldt de NRC (14-9-2000). Veenendaal overwoog toen ook het verbod weer op te nemen in de APV. Gelden de redenen die eerder het vloekverbod onwettig maakten inmiddels niet meer? Ik moet dat eens uitzoeken. Voor nu: men zij gewaarschuwd, pas op uw woorden in door de SGP bestuurde gemeenten.

22 mei 2005

Europa, een gevaar voor de lezer?

Onder deze titel (maar dan zonder vraagteken) schrijft Lisa Kuitert deze week in Vrij Nederland een stukje dat waarschuwt voor allerlei maatregelen van de EU die het vrije verkeer van informatie, en met name het vrij uitgeven van boeken in een goed Hollandse traditie, kunnen belemmeren. Uitgevers zouden grensoverschrijdend lastig gevallen kunnen worden door buitenlandse burgers en overheden die vinden dat een publicatie beledigend is, discriminerend of in strijd is met fundamentele normen en waarden. Ook zou de EU seksestereotypering in advertenties, op TV en in de pers willen uitroeien. Dergelijke maatregelen kunnen leiden tot ernstige aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Maar de impliciete suggestie van Kuitert om op 1 juni tégen te stemmen in het referendum over de Europese Grondwet vind ik erg ongelukkig. Want die Grondwet regelt namelijk ook de toetreding van de EU tot het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Tot nu toe is de EU zelf geen partij in dit Verdrag van de Raad van Europa dat onder meer de vrije meningsuiting beschermt in artikel 10. Als de EU dus maatregelen zou willen nemen die de vrijheid van meningsuiting belemmeren dan kan zij dus ná ratificatie van de Grondwet ook in Straatsburg op het matje worden geroepen. Anders gezegd: de EU komt mét de Grondwet minstens op het niveau van bescherming van de vrijheid van meningsuiting zoals dat nu ook in Nederland geldt. Zonder Grondwet is dat allemaal veel onzekerder.
In elk geval blijft waakzaamheid geboden. De vrijheid van meningsuiting heeft altijd onder druk gestaan en zal dat blijven staan zo lang mensen dit recht alleen voor zichzelf claimen zonder het ook anderen te gunnen. En ook voor culturele verscheidenheid, die Kuitert in gevaar acht, moet gevochten worden. Wat mij opvalt is dat men daar in andere Europese landen (Frankrijk b.v.) vaak harder voor loopt dan in Nederland. Als er dan een gevaar zou zijn, komt het volgens mij niet alleen van buiten onze grens.

20 mei 2005

EU weigert informatie vrij te geven voor rechtszaak Sison

José Maria Sison is een Filipijnse communist die sinds 1987 als vluchteling in Nederland woont. In 2002 werd zijn naam door achtereenvolgens de VS, de EU en Nederland op een lijst gezet van "terroristen" wier banktegoeden moesten worden bevroren en aan wie de staat geen steun zou mogen verlenen. Met steun van Filipijnse ballingen in Europa en Nederlandse en Belgische sympathisanten vecht Sison sindsdien deze status aan zowel bij de Nederlandse overheid als bij de EU. Je kunt de hele geschiedenis nalezen op de site van het steuncomité. Onlangs deed het Europese Hof van Justitie in Straatsburg een merkwaardige uitspraak in een van de vele zaken die namens Sison zijn aangespannen. Zijn advocaat had openbaring gevraagd van de informatie op grond waarvan Sison op de "terroristenlijst" is geplaatst. Het Hof meende dat de Europese Raad die deze beslissing formeel heeft genomen niet verplicht is deze informatie vrij te geven. Dit is een buitengewoon vergaande uitspraak. Sison is in feite veroordeeld, hij wil daartegen in beroep gaan, maar krijgt geen informatie over de gronden waarop hij veroordeeld is. Wat de EU in feite zegt is: "Wij beschouwen u als terrorist en beperken u daarom in uw rechten. Maar u mag niet weten waarom." Mag dit in een moderne rechtstaat?
Interessant is nu wat de Europese Grondwet hierover zegt. In het Verdrag voor de Europese Grondwet waarover we binnenkort in Nederland mogen stemmen is het Handvest Grondrechten opgenomen. Hierin staan de rechten van burgers zoals die ook in veel landen in de Grondwet staan. Ik ben geen jurist, maar de volgende artikelen lijken mij nogal duidelijk. De Europese Grondwet geeft ons onder meer het recht op behoorlijk bestuur en dat houdt ook in: "het recht van eenieder om inzage te krijgen in het hem betreffende dossier, met inachtneming van het gerechtvaardigde belang van de vertrouwelijkheid en het beroeps- en het zakengeheim". En even verder lezen we expliciet over het recht op inzage van documenten: "Iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft een recht van inzage in de documenten van de instellingen, organen en instanties van de Unie, ongeacht het medium waarop zij zijn vastgelegd." En tenslotte lezen we nog onder het kopje 'Rechtspleging': " Eenieder heeft recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak". Nu heb ik begrepen dat strikt juridisch gesproken het Handvest Grondrechten nog niet afdwingbaar is. Daarvoor moet eerst de Grondwet door alle lidstaten worden aangenomen. Maar het Handvest is al wel eerder door de lidstaten aanvaard als principedocument over burgerrechten. Moreel gesproken is de EU er dus wel aan gebonden. Maar als het om (door de VS benoemde) terroristen gaat mogen kennelijk alle principes opzij worden gezet.

14 mei 2005

Betogers niet verbannen naar industrieterrein

De Gemeente Arnhem wilde een extreem-rechtse betoging tegen de Europese grondwet en de toetreding van Turkije vandaag verbannen naar een industrieterrein. Daar hoopte men de verwachte slag met tegenbetogers beter in de hand te kunnen houden. De rechter stak hier een stokje voor. Artikel 9 geeft de burgers het recht op vergadering en betoging. "Het recht op betoging beoogt de deelnemers aan een betoging in staat te stellen hun gedachten en gevoelens over maatschappelijke en politieke kwesties op de openbare weg kenbaar te maken aan anderen." Verbanning van een betoging naar een terrein waar op dat moment niemand komt is in strijd met de grondwet, vond de rechter. En wees daarmee de Gemeente Arnhem terecht die handhaving van de openbare orde (en de Gemeentekas, hoofdstuk politie) boven de vrijheid van meningsuiting stelde. Arnhem is daarmee niet de enige Gemeente die voor de makkelijkste weg koos. Zie een eerder bericht in mijn weblog precies een maand geleden over demonstratievrijheid Goed dat er rechters zijn die af en toe ingrijpen als bestuurders een loopje nemen met grondrechten. Een openbaar extreemrechts geluid kan en moet bestreden worden (en dat gebeurt op ditzelfde moment ook, als ik het ANP nieuws mag geloven). Als de bende ondergronds gaat wordt dat een stuk moeilijker. Het tornen aan de demonstratievrijheid kan nooit een goed middel zijn om de democratie te beschermen.

Openbaarheid in het gedrang

De bestrijding van het terrorisme dreigt te botsen met grondrechten in een democratische rechtsstaat. Dat geldt ook voor de openbaarheid. Minister Remkes wil niet dat provincies via het internet bekend maken waar zich gevaarlijke objecten bevinden. Na de ramp met de vuurwerkfabriek in een Enschedese woonwijk, gisteren precies vijf jaar geleden, stellen burgers vragen over risico's van dergelijke opslagplaatsen in hun omgeving. Provincies zijn inmiddels wettelijk verplicht deze informatie openbaar te maken. De provincies Overijssel en Groningen hebben dat inmiddels gedaan met digitale risicokaarten. Remkes wil nu verbieden deze informatie te verspreiden via het internet. Met een legitimatieplicht voor degenen die dergelijke informatie willen inzien zou hij wel kunnen leven (NRC 14 mei).
Openbaarheid van informatie die de overheid bezit is in Nederland geen belangrijk strijdpunt. Journalisten en actievoerders maken er nog wel eens een punt van, maar ik heb de indruk dat het echt veel minder leeft dan in b.v. de V.S. of in Engeland. In Engeland bestaat als sinds 1984 een Campaign for Freedom of Information Om een idee te krijgen welke kwesties er op dit gebied spelen moet je eens kijken op het weblog van Steve Wood. Hij heeft vrijwel dagelijks vers nieuws over de FOIA, de Freedom of Information Act. Hij geeft ook links naar allerlei overheidsorganisaties die op grond van de wet inzage hebben gegeven in bepaalde informatie en die dat -ook weer volgens de wet- hebben gepubliceerd. Openbaarheid over openbaarheid dus. Zoiets zie ik in Nederland nog niet gebeuren en ik vraag me ook af of de Nederlandse WOB (Wet op de Openbaarheid van Bestuur) daarin voorziet.
Engeland lijkt me in dit opzicht een goed voorbeeld voor Nederland, waar vaak erg makkelijk onder het mom van terrorismebestrijding of 'aanvallen op de democratie' allerlei informatie buiten de openbaarheid wordt gehouden. De achterliggende principiële vraag daarbij is of de staat zich ter bescherming van de democratie ondemocratische middelen mag veroorloven of democratische rechten mag intrekken of beperken. Een opmerkelijke stellingname kwam ik dezer dagen tegen in een boek van Frits Rovers: "Voor recht en vrijheid; de Partij van de Arbeid en de koude oorlog 1946-1958". Toen in 1948 na de communistische machtsovername in Tsjecho-Slowakije in Nederland stemmen opgingen voor het aan banden leggen van de Nederlandse communisten (er gingen zelfs stemmen op om de partij te verbieden en in elk geval kreeg de CPN geen radiozendtijd) schreef een jonge PvdA-econoom in Vrij Nederland:
"De democratie verschilt juist daarin van de dictatuur dat zij de bestrijding van haar tegenstanders niet aan de geheime of openbare politie overlaat, maar bereid is zich dagelijks te confronteren met degenen die heel haar verschijningsvorm wensen te wijzigen. Zonder aanvaarding van de daarin opgesloten risico's verwordt democratie tot een met geweren bewaakte status quo." Was getekend: Joop den Uyl.

12 mei 2005

'Neonazi' gaat het OM te ver

De voormalige lijsttrekster van Leefbaar Nederland, Haitske van der Linde stond gisteren terecht voor belediging van Michiel Smit, vroeger lid van de gemeenteraadsfractie van Leefbaar Rotterdam, nu onafhankelijk lid en voorzitter van de partij Nieuw Rechts. Zij noemde hem in 2002 "zo'n beetje de grootste neonazï van Nederland" in een poging om zich van hem te distantiëren. Hij voer toen namelijk ook nog onder de vlag der leefbaren.
Interessant is de argumentatie van het OM om 550 euro boete te eisen voor deze uitspraak. Je mag iemand wel extreem rechts of zelfs fascist noemen, maar neonazi is "hoogst beledigend". Advocaat Hiddema van van der Linde meent dat vervolging van zijn cliënt een inbreuk is op de vrijheid van meningsuiting. Bovendien pleit hij voor vrijspraak omdat belediging niet aan de orde is gezien de uitspraken van Smit. De man is overduidelijk een neonazi. Waarom zou je hem dan niet zo mogen noemen? Op www.nrc.nl is het rechtbankverslag te lezen.

10 mei 2005

Maradona godslasterlijk

Telecombedrijf Versatel haalt een reclamespotje van de buis waarin "de hand van god" een doelpunt veroorzaakt. Versatel wacht een uitspraak van de reclamcodecommissie af nadat de ChristenUnie met 1100 handtekeningen bezwaar maakte tegen het godslasterlijke karakter van het spotje dat mensen moet verleiden om een tv abonnement op live voetbalwedstrijden te nemen. De 'hand van god' komt van Maradona, die ooit een hands-doelpunt zo beschreef. De uitspraak van de Reclame Code Commissie komt binnen 2 weken en is niet bindend (ANP).
Ik vond in mijn bestand een paar overeenkomstige kwesties. In december 1995 vond de RCC een reclame van Hij nodeloos kwetsend voor christenen. Op de posters is een Jezus-figuur tegen de achtergrond van een glas-in-lood-raam te zien met daarbij teksten als "Twijfel niet Hij is er". De Bond tegen het vloeken had de zaak bij de RCC aangekaart; de openlijke verwijzing naar het kerstfeest speelde daarbij ook een rol.
In 1997 kwamen alle christelijke fracties in het geweer tegen een affiche van de film People vs Larry Flint, een film over censuur nota bene. Het affiche liet een deel van een vrouwenlichaam zien met midden op haar slip de hoofdpersoon in de houding van een gekruisigde. De fracties vroegen in schriftelijke vragen om maatregelen tegen deze "buitengewoon grove en godslasterlijke" reclame. Of deze maatregelen ook genomen zijn is mij niet bekend.

03 mei 2005

Dag van de persvrijheid

Vandaag, 3 mei, is het de internationale dag van de persvrijheid. Ik had er nooit van gehoord, eerlijk gezegd. Het Internationaal Instituut voor de Sociale Geschiedenis viert deze door de VN uitgeroepen dag sinds een paar jaar ook in Nederland. Op de website vind je een mooie collectie posters die met persvrijheid te maken hebben.
De NVJ, de Nederlandse vereniging voor Journalisten, wil een 'spoedgesprek' met de ministers Remkes en Donner over het geweld tegen journalisten (NRC 3-5-2005). Journalisten krijgen ook in Nederland steeds vaker te maken met geweld bij de uitoefening van hun beroep. Verploeg van de NVJ geeft als voorbeeld het geval van een televisiejournalist die op een schoolplein opnames aan het maken was en toen een blikje benzine over zich heen kreeg waarna er een aansteker bij gehouden werd. Veel journalisten worden ook bedreigd door de georganiseerde misdaad als ze daarover schrijven. Barend en Van Dorp zijn ooit bedreigd door de Hell's Angels omdat ze deze club een misdadige organisatie noemden. Een wat minder serieus geval betrof de TV recensent Hein Jansen van de Volkskrant in 1994. De acteur Carol van Herwijnen, over wie Jansen iets onaardigs zei, zag dat op TV, stapte op de fiets, reed naar de studio, en sloeg Jansen ter plekke in elkaar.
Moord op journalisten komt wereldwijd nog steeds vaak voor. In 1982 is een Nederlandse journalist, Koos Koster van de IKON televisie, vermoord in El Salvador, terwijl hij daar aan het werk was. Nu meldt de NRC dat De Filipijnen, Irak en Colombia het gevaarlijkst zijn voor journalisten.

02 mei 2005

De Utrechtse Muurkrant en de vrijheid van meningsuiting

Gisteren was ik bij een reünie van de Utrechtse Muurkrant. Dat was een gezeefdrukte krant die in de jaren zeventig op groot formaat wekelijks in Utrecht werd aangeplakt. De krant werd gemaakt door (ex-)studenten die in het spoor van de opstand aan de universiteiten hun acties voor maatschappijverandering verlegden naar bedrijven en wijken. Er stonden korte berichten in met onthullingen over de handel en wandel van de plaatselijke, nationale en internationale autoriteiten. Het was een opruiend blad dat graag publiceerde over acties tegen huisbazen, bedrijfsleiders, het gemeentebestuur, de regering, de amerikaanse imperialisten en vele anderen. Daar waren die autoriteiten natuurlijk niet blij mee en met name het Utrechtse collega van B&W heeft verschillende pogingen gedaan om de Muurkrant aan te pakken. Zo werd in 1972 de zeefdrukpers in beslag genomen. Zonder resultaat, de krant verscheen gewoon op tijd met de triomfantelijk kop: “Wij drukken door”. Later deed de Gemeente nog een poging via de Algemene Politieverordening het aanplakken te verbieden. Men liet speciale borden plaatsen waarop wel gepubliceerd kon worden, maar dan alleen met vermelding van naam en adres. De Muurkrant was anoniem. Alleen de plaats waar een kopijbus stond (jongerencentrum De Kargadoor aan de Oude Gracht) was bekend. Ook deze poging om het vrije woord te smoren mislukte in de praktijk.
De Muurkrant heeft in beide gevallen voer opgeleverd voor juristen. Was het in beslag nemen van de drukpers niet in strijd met artikel 7 van de Grondwet? Het lijkt toch een soort preventieve censuur. De zaak kwam zelfs in de Tweede Kamer aan de orde. De Minister van Justitie stond echter op het standpunt dat hier geen sprake was van censuur. Als je de wet overtreedt met een drukpers moet justitie daartegen kunnen optreden. En kennelijk was deze ervan overtuigd dat de Muurkrant de wet had overtreden door bepaalde zaken over autoriteiten te onthullen en/of deze te beledigen. Naar de huidige opvattingen doet dit standpunt onvoldoende recht aan de uitingsvrijheid, meent De Meij in hét handboek op dit gebied “Uitingsvrijheid; de vrije informatiestroom in grondwettelijk perspectief”.
Ook het plakverbod dat de Hoge Raad na een lange juridische procedure in 1980 als rechtmatig bevestigde vindt De Meij bij nader inzien om verschillende redenen ondeugdelijk.

30 april 2005

Kopspijkers door VARA van de buis gehaald

Vanavond geen Kopspijkers. De Vara schrapt de uitzendingen zolang het conflict met presentator Spijkerman over zijn contract voortduurt. Spijkerman wil zijn contract ontbinden om over te kunnen stappen naar Tien, de nieuwe zender van John de Mol. De Vara wil hem niet laten gaan. De Vara wil de makers van Kopspijkers niet in problemen brengen. Die bespreken op een satirische manier het nieuws van de week. Het zou volgens voorzitter Keur voor hen nagenoeg onmogelijk zijn om niet te reageren op het vertrek van Jack Spijkerman (NOS Nieuws 28 april 2005).
En wat dan nog, vraag ik me af. Vreest Keur deze reacties soms? Inmiddels hebben alle betrokkenen al uitgebreid de kans gehad om hun reacties te spuien. Donderdagavond zat iedereen bij Barend & Van Dorp (die zelf ook naar de nieuwe zender overstappen, maar intussen wel van hun huidige baas mogen blijven uitzenden). De VARA en Spijkerman hebben een arbeidsrechtelijk conflict. Spijkerman houdt zich niet aan zijn verplichtingen en maakt zich echt ongeloofwaardig na herhaalde uitspraken dat hij de VARA trouw blijft. De VARA straft hem, zijn medewerkers én de kijkers vanwege zijn ontrouw door hem het woord te ontnemen. Van een publieke omroep mag men meer grootmoedigheid verwachten.

Verdonk bindt in

Het filmproject 26.000 gezichten, een reeks van kleine spotjes over uitgeprocedeerde asielzoekers, heeft de woede opgewekt van Minister Verdonk en haar collega Van Aardenne. De spotjes, die door de VARA worden uitgezonden, zijn gefinancierd door hulporganisaties die subsidie ontvangen van de overheid. Verdonk meende dat hier sprake was van oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en dreigde de Vereniging Vluchtelingenwerk, een van de financiers van de spotjes, met intrekking van de subsidie. In antwoord op kamervragen van GroenLinks en de Christen Unie neemt ze nu gas terug. Ze erkent het belang van de vrijheid van meningsuiting en het ter discussie stellen van het overheidsbeleid en zegt niet voornemens te zijn de subsidie-relatie met de Vereniging te beëindigen, zo ze dat ooit van plan was. Ze overweegt wel met de vereniging af te spreken dat ze vooraf geïnformeerd wordt over de financiering van een dergelijke actie.
Dit laatste vindt ze niet in strijd met de principes van een open democratie. Dat lijkt me discutabel. Waarom vooraf? Welk doel dient dat? Het enige dat ik kan bedenken is dat ze toch een kans wil hebben om op tijd terug te slaan. En dat is nu juist wel in strijd met genoemde principes. Niemand heeft vooraf verlof nodig om zijn mening te uiten (artikel 7 van de grondwet).
Verdonk is overigens een recidivist op dit terrein. Begin vorig jaar weigerde ze verder te overleggen met de voorzitter van Vluchtelingenorganisaties Nederland (VON), Jan Pronk, omdat hij in verband met haar uitzettingsbeleid de term 'deportatie' gebruikte (NRC 19-2-2004). Zij schortte het overleg met de VON op totdat Pronk afstand had genomen van deze terminologie. Pronk deed dat niet want hij meende dat 'deportatie' een algemeen gebruikte term was voor gedwongen uitzetting. Maar ja, de associatie met de Tweede Wereld Oorlog was natuurlijk snel gemaakt. Overigens besteedde Ewoud Sanders in de NRC van 23 februari 2004 nog een aardige beschouwing aan het gebruik van het woord. Hij komt tot de conclusie dat Pronk wel gelijk heeft. Ik weet niet of hij met Verdonk nog 'on speaking terms' is gekomen.

17 april 2005

Proces tegen AIVD'er niet openbaar

Rechtspraak is in principe openbaar. Geheime processen horen bij een dictatuur. De rechtbank in Rotterdam gaat een uitzondering maken in het proces tegen de AIVD'er die informatie heeft gelekt naar van terrorisme verdachte personen. Opmerkelijk voor Nederland. Maar wel geheel in lijn met de vrijheid die de veiligheidsdiensten zich permitteren om de regels van een democratische rechtstaat in hun eigen voordeel te interpreteren en als het uitkomt te negeren. In hoeverre staat de AIVD buiten de wet? Dat is een terugkerende vraag als het over de AIVD gaat. Er is een Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (WIVD), maar die geeft zeer ruime bevoegdheden en voorziet nauwelijks in controle. Er is een Commissie van Toezicht die in algemene zin rapporteert over het handelen van de AIVD. Maar over het optreden van de AIVD in concrete zaken horen we ook van deze commissie niets. Dat moet uit veiligheidsoverwegingen allemaal geheim blijven. Hetzelfde geldt voor de parlementaire controle die plaatsvindt in een niet-openbare zitting van de fractievoorzitters van de grootste partijen.
Wat mij telkens weer verbaast is dat de AIVD (of vroeger de BVD) op zo'n makkelijke manier wegkomt met een beroep op zijn taak, die per definitie om vertrouwelijkheid vraagt. Operaties moeten vertrouwelijk blijven, maar betekent dat dan dat er geen enkele controle kan zijn? Dat alleen een minimale verantwoording hoeft te worden afgelegd? Mag onder het mom van vertrouwelijkheid alles worden gedaan op de wijze waarop de dienst dat het beste uitkomt?
En wat ik in het verband van dit proces zou willen weten is welke alternatieven in overweging zijn genomen. Is die geheimhouding zoals nu voorgesteld echt noodzakelijk? Advocaat Britta Böhler zegt in de NRC vandaag dat het gebrek aan openbaarheid het moeilijker maakt een behoorlijke verdediging te voeren. Böhler vindt dat het OM zich te veel laat leiden door de belangen van de AIVD. De vraag die daaraan toegevoegd kan worden is of we van de AIVD geen enkele aanpassing mogen verwachten om tegemoet te komen aan het belang van de openbaarheid? Te vaak zien we in de context van de terrorismebestrijding dat grondrechten het verliezen van de eisen die politie en inlichtingendiensten stellen om in alle vrijheid zonder veel controle hun werk te kunnen doen. En de openbaarheid sneuvelt daarbij meestal als eerste. Een makkelijk slachtoffer. Maar waar gaat het nu uiteindelijk om?

14 april 2005

omstreden islamitische boeken

Het was maar een heel klein berichtje vorige week in de krant. Uitgeverij Noer moet volgens het OM uit een van haar boeken twee passages verwijderen vanwege antisemitisme. Het gaat om de Gids voor de islamitische opvoeding. Vorig jaar was dit boek samen met twee andere uitgaven aanleiding voor heftige debatten tot in de Tweede Kamer toe. Het CDA riep Verdonk precies een jaar geleden in de Tweede Kamer op om het betreffende boek uit de handel te laten nemen en de moskeebestuurders strafrechterlijk te vervolgen. De minister zegde toe om samen met minister Donner (Justitie) te bekijken of het openbaar ministerie een onderzoek kan instellen. ,,Maar eerst moet duidelijk worden'', aldus Verdonk, ,,of hier sprake is van het aanzetten tot strafbare feiten.'' Maxime Verhagen, fractieleider van het CDA, verklaarde zich later tegen het verbieden van het boek. Maar, zei hij op 28 april 2004 in Trouw, het CDA wil wel strengere wetten om de vrijheid van meningsuiting en godsdienst te beperken voor groepen die zich schuldig maken aan ,,opruiing tegen de democratie'' en het ,,op grondrechten hebben voorzien''. Als voorbeeld noemt hij ,,moslims die hier de islamitische wetgeving willen invoeren zodra zij bij verkiezingen de meerderheid hebben gehaald.'' Wilders (VVD) was voorstander van een verbod op het boek. Maar zijn partijgenote Hirsi Ali, met wie Wilders vorig jaar nog samen de `liberale jihad' tegen moslimfundamentalisme uitriep, vindt juist dat het boek op grond van vrijheid van meningsuiting niet verboden moet worden. Zij wil dat de El Tawheed moskee wordt aangepakt. Dat doel deelt Wilders. ,,De teksten zijn al erg genoeg maar de context van de moskee maakt het erger. Het boek wordt aangeprezen en de teksten worden ook gepredikt door de imam'', verklaart hij.

Het OM heeft inmiddels drie boeken onderzocht:
  1. 'De weg van de moslim' bestaat uit drie delen en is van de hand van sjeik AboeBakr Djaber El Djezeïri (1921), rector aan de islamitische universiteit in Medina. Het gaat over 'principes en details van de religie van de moslim'. In de vertaling van Jeanette Ploeger staat onder meer dat homoseksuelen van flatgebouwen moeten worden gegooid. Volgens Ploeger is dat een voorbeeld van een citaat dat uit zijn verband is gehaald. ,,Men denkt dat het een oproep zou zijn, maar dat is het helemaal niet. Het gaat over de historie van de islamitische wetgeving van de profeet. De straf op sodomie is door een van zijn compagnons veertien eeuwen geleden op die manier voorgesteld. Het boek gaat over de historie van dat soort straffen.'' En, zegt Ploeger, ,,niet iedereen mag de straffen opleggen. Dat kan alleen via een rechtelijke procedure waarbij minstens vier personen moeten getuigen van de misdaad.''
  2. 'Fatwa's of moslim women' is een in 2000 verschenen bundeling van fatwa's die in de veertiende eeuw zijn uitgesproken door Ibn Taymiyya (1263-1328). Hij geldt als een van de belangrijkste rechtsgeleerden binnen de hanbalitische rechtsschool, de strengste en invloedrijkste van de vier soennitische rechtsscholen. In het boek adviseert hij mannen liegende echtgenoten 'minstens 100 slagen' toe te dienen, verspreid over drie dagen. Daarnaast moeten vrouwen besneden worden.
  3. 'Gids voor islamitische opvoeding' van Abdoellah Nasib Oelwan, verschenen bij uitgeverij Noer in Delft. Bevat instructies voor ouders die hun kinderen islamitisch willen opvoeden. Zet volgens GroenLinks aan tot genitale verminking, kindermishandeling en antisemitisme.

De vervolging van de El Taweed moskee vanwege de verspreiding van deze boeken is inmiddels een stuk onwaarschijnlijker geworden vanwege het feit dat de moskee het laatste boek dat uiteindelijk niet door de beugel blijkt te kunnen niet in de winkel heeft staan.

Bronnen: NRC van 4 en 28 april 2004, 5 maart 2005 en 6 april 2005

demonstratieverbod

Extreem-rechtse jongeren mogen zaterdag niet demonstreren in Venray. De CDA burgemeester heeft dat verboden. De demonstratie was georganiseerd door de beweging van Michiel Smit uit Rotterdam. Het staat er niet bij in het ANP bericht, maar vrees voor verstoring van de openbare orde zal wel het motief zijn.
Dergelijke verboden zijn eerder uitgevaardigd, met name tegen extreem-rechts. In maart 1995 verbood Opstelten, toen nog burgemeester van Utrecht, een demonstratie in zijn stad van extreem rechts en een tegendemonstratie. 'Ik haal voor betoging van CP'86 niet al mijn politie van stal' zei hij. 'Iedereen mag een demonstratie organiseren, maar als ik vermoed dat het uit de hand gaat lopen dan mag ik zeggen dat die demonstratie mij niet zo goed uitkomt.' De demonstranten kwamen toch en de linkse werden in groten getale opgepakt. De politie voerde 172 demonstranten louter op uiterlijke kenmerken als sjaaltjes af naar stadion Galgenwaard. De politie haalde hiervoor een wetsartikel van stal dat ooit bedoeld was om demonstraties van geuniformeerde NSB-ers tegen te gaan. Opstelten nam later afstand van deze arrestatiegrond. Maar zijn toelichting op het verbod verraadt toch wel zijn hoofdzakelijke pragmatische gronden. Hij wilde geen gerotzooi en hoopte met zijn verbod misschien te kunnen besparen op inzet van personeel. Hij kwam bedrogen uit, maakte hoge kosten en belemmerde de uitingsvrijheid. Een jaar later gebeurde iets dergelijks in Rotterdam. Waarnemend burgemeester Simons verbood een demostratie van extreem rechts en een tegendemonstratie. Niemand trok er zich iets van aan en de politie moest 75 mensen arresteren.

12 april 2005

Om te beginnen

De vrijheid om zonder enige belemmering met iedereen te communiceren is een groot goed. Vrije communicatie is een van de grondrechten in Nederland en vele andere landen. Maar hoe serieus nemen we dit grondrecht in de praktijk? Die vraag houdt mij al jaren bezig. Tegenover de heiligverklaring van de vrijheid van meningsuiting staan ook in Nederland talrijke belemmeringen, opgeworpen door de overheid, maar ook door burgers die anderen het recht ontzeggen op bepaalde uitingen. Soms is dat terecht. Geen enkel grondrecht is absoluut. In het Nederlandse grondwetsartikel dat over de vrijheid van meningsuiting gaat (artikel 7) staat niet voor niets "behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet". Racisme is bijvoorbeeld een reden om de uitingsvrijheid te beperken. Of de privacy van personen. Kinderpornografie is strafbaar. En met het oproepen tot geweld of ander crimineel gedrag kunnen ook grenzen worden overschreden.
Feitelijke belemmeringen in de vrije informatiestroom hebben mij altijd geprikkeld. In hoeverre zijn ze terecht, in hoeverre worden grondrechten hierdoor aangetast? Het heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat mijn politieke vorming plaats vond in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in de context van de studentenbeweging. Vrijheid van meningsuiting en openbaarheid waren in die tijd belangrijke waarden, de grondslagen van de levende democratie die toen werd nagestreefd.
Mijn betrokkenheid bij het bibliotheekwezen, als docent aan een bibliotheekacademie, heeft later de belangstelling voor dit onderwerp verder gevoed. Bibliothecarissen hebben de "flee flow of information" hoog in het vaandel staan. Het is in feite hun bestaansreden, zou je kunnen zeggen. Vandaar dat je deze beroepsgroep altijd vooraan vindt als er voor grondrechten moet worden gestreden, zoals nu in de VS vanwege de antiterrorismewetten die politie en justitie vergaande bevoegdheden geven.

knipselarchief

Twintig jaar geleden heb ik mijn interesse in de toepassing van het grondrecht op vrije meningsuiting omgezet in een reguliere activiteit, noem het maar een hobby. Ik ben begonnen aan een knipselarchief over gevallen waarin sprake was van belemmering van het vrije verkeer van informatie. De aanleiding was het bezoek van Paus Johannes Paulus II aan Nederland in mei 1985. Dit bezoek werd omgeven met allerlei maatregelen die strijdig waren met de vrije meningsuiting. De demonstratievrijheid werd aan banden gelegd en sjaaltjes met de tekst "Popi Jopie" werden verboden. Mensen met opruiende affiches en tijdschriften werden vastgezet. Kennelijk was het ook in Nederland mogelijk grondrechten flexibel toe te passen.
Eerder in datzelfde jaar had Minister Brinkman geweigerd aan Hugo Brandt Corstius de P.C.Hooftprijs uit te reiken. Brandt Corstius schreef in de Volkskrant onder de naam Stoker pittige columns. Hij nam zoals het een columnist betaamt nogal eens politici op de hak. Brinkman vond echter dat hij daarin te ver ging (hij had "het kwetsen tot instrument gemaakt") en daarom meende hij, en met hem de Nederlandse regering, dat Brandt Corstius geen staatsprijs mocht ontvangen.
In mijn eigen omgeving maakte ik ook nog iets mee dat me aan het denken zette. In de schoolkrant van mijn bibliotheekacademie was een verhaal verschenen waarin enkele van mijn collega's onder andere namen, maar wel duidelijk herkenbaar figureerden. Het was geen leuk verhaal en de directeur nam, gewaarschuwd door de conciërge die het blad moest drukken, onmiddellijk maatregelen: dit verhaal mocht niet gepubliceerd worden. Daarna circuleerde het illegaal onder de studenten.
Naar aanleiding van deze gebeurtenissen ben ik begonnen gevallen van censuur en andere belemmeringen in het vrije verkeer van informatie te verzamelen. Ik knipte artikelen uit de krant en plakte die in een groot plakboek. Aanvankelijk was de hele wereld mijn werkterrein, maar dat heb ik na een paar maanden opgegeven. Dat werd te veel. Ik heb me toen beperkt tot Nederland. Alle daadwerkelijke belemmeringen en pogingen om de vrijheid van communicatie te belemmeren, geslaagd of niet, nam ik op. Ik had al gauw enkele plakboeken vol.

Experimenteren met opslagtechnieken

Het was de tijd van de introductie van de personal computer. Het tikken op de schrijfmachine werd vervangen door werken met Word Perfect. Ik probeerde een van de functies van Word Perfect uit voor het beschrijven van mijn censuurgevallen. Door de tekst in vaste alinea's op te bouwen kreeg je in één document een reeks doorzoekbare records. Raar maar waar. Zo kreeg ik mijn eerste geordende bestand door de plakboek-artikelen te beschrijven (titel, datum etc.).
Enkele jaren later kreeg ik van mijn vriendin mijn eerste database software: het programma Card Box. Wat ik kreeg was een aangepaste versie voor het bijhouden van medische literatuur en onderzoeksgegevens. Het draaide onder DOS. Ik heb het nog steeds, het is mijn enige programma dat niet onder Windows draait. Ik heb het format aangepast aan mijn doel: een database voor mijn knipsels. Ik voerde alle reeds verzamelde cases in en voegde daar om de zoveel tijd nieuwe records aan toe op basis van mijn knipsels uit het Utrechts Nieuwsblad en De Waarheid, soms ook uit De Volkskrant en Trouw. De records hadden verschillende velden: datum, titel van het krantenbericht, de actor (degene die iets belemmerde of wilde belemmeren), de actie (wat deed men, b.v. een kort geding aanspannen), de reden waarom dat werd gedaan, een nadere toelichting en tenslotte trefwoorden. Daarvoor maakte ik een eindige lijst op basis van wat ik tot dan toe had verzameld. In dit Cardbox bestand heb ik meer dan 600 cases opgeslagen uit de periode van 1985 tot en met 1999. Toen ontstond er een probleem omdat ik alle records op datum had met het jaartal vooraan.
Intussen was de techniek voortgeschreden en ik kreeg daar als docent dagelijks mee te maken op mijn school. Het internet kwam op gang. Websites maken werd een onderdeel van het curriculum. Ik vond dat ik dat ook eens moest proberen en in 1997 lanceerde ik trots mijn eerste website: Belemmeringen in het vrije verkeer van informatie. Op deze website (geheel met de hand gemaakt!) had ik na lang nadenken over de structuur een honderdtal gevallen gezet geordend naar motief om een bepaalde uiting te verbieden: godslastering, de moraal, het koningshuis, racisme etc. Verder maakte ik een pagina met links naar allerlei sites op dit gebied.
De website heb ik niet goed bijgehouden. Ik vond al snel dat het helemaal anders moest en dat gaat nu eenmaal niet zo makkelijk met een website. Na 1999 raakte het hele project in het slop omdat ik stopte met het Cardbox bestand. De website heb ik van het internet gehaald toen mijn mailbox verstopt raakte met spam, voor een belangrijk deel vanwege het adres dat op de website stond.
In de afgelopen jaren is mijn belangstelling voor het onderwerp vrije communicatie weer aangewakkerd door vele gebeurtenissen. Om allerlei redenen zijn wereldwijd en ook in Nederland grondrechten weer onder druk komen te staan. Daarbij ook de vrijheid om meningen te uiten, te verspreiden en te ontvangen. Ik kon het niet laten mijn oude gewoonte weer op te pakken. Inmiddels was de dagelijkse krant ook gedigitaliseerd, zodat het knippen en plakken nu ook een stuk makkelijker werd. Zodra ik een geval tegenkwam in de NRC, die ik tegenwoordig lees, haalde ik de tekst van het artikel van het internet en zette ik die in een apart Word-bestand. Nu doe ik een inhaalslag over de jaren 2000-2004 om de aansluiting met het oude bestand te kunnen maken.
De laatste ICT-ontwikkeling is blogging. En daar zijn we dan nu beland. Ik wil dit weblog gaan gebruiken om een kroniek te maken van belemmeringen in het vrije verkeer van informatie in Nederland. Ik zal als ik een geval tegenkom dit kort beschrijven en er eventueel commentaar aan toevoegen. Ik kan teruggrijpen op zaken uit het verleden en vergelijkingen maken. En ik nodig lezers uit ook gevallen te melden en hun mening te geven over de wijze waarop wij in Nederland het grondrecht van de vrije communicatie toepassen.

Selectiecriteria

Wat valt er nu onder dat brede begrip "belemmeringen in het vrije verkeer van informatie"? Juridisch gesproken zijn er drie grondrechten van belang. Naast artikel 7 van de Nederlandse Grondwet zijn dat artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden en artikel 19 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Letterlijk staat in onze grondwet in artikel 7 alleen dat niemand voorafgaand verlof nodig heeft om door de drukpers gedachten of gevoelens te uiten behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. In de praktijk gaat dit grondrecht verder dan de drukpers en wordt niet alleen het uiten, maar ook het verspreiden en ontvangen beschermd. In het Internationale verdrag waar Nederland ook aan gebonden is staat over het recht op vrije meningsuiting: "dit recht omvat mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te garen, te ontvangen en door te geven". Ook de vrijheid van kunstbeoefening valt onder artikel 19. Het Europese Verdrag volgt min of meer deze brede opvatting. Kortom: het gaat om de vrijheid om zich te uiten in de ruimste zin des woords, uitingen te vergaren, te verspreiden én te ontvangen . Ik beperk me daarbij wel tot de openbare sfeer en de middelen die bedoeld zijn om in de openbaarheid te communiceren. Staatsgeheimen zijn wel relevant, privé-geheimen niet, tenzij ze een openbaar belang hebben (bij koningshuis-kwesties b.v.). Wat zich binnenshuis afspeelt laat ik er buiten (zo ik er ooit over hoor), tenzij er een openbaar belang in het geding is. Alleen in dat laatste geval komt het ook in de krant (de roddelpers daar gelaten).
Belemmeringen zijn op de eerste plaats juridische belemmeringen. Iemand wordt vervolgd voor een uiting, of er wordt tegen iemand een kort geding aangespannen in de privaatrechtelijke sfeer. Soms wordt iemand ontslagen vanwege het uiten van een mening of het verspreiden van informatie. De uitgave van een boek wordt verhinderd of passages moeten worden aangepast (strikt auteursrechtelijke kwesties en merkenrechtkwesties houd ik er buiten). Andere belemmeringen zijn acties en maatregelen die de uiting (of de verspreiding of ontvangst) praktisch onmogelijk maken. Affiches worden verwijderd, tentoonstellingen gekuist. Soms worden mensen bedreigd of wordt hen het werken onmogelijk gemaakt vanwege uitingen die anderen kennelijk niet bevallen. In het meest extreme gevalwordt iemand om zijn mening vermoord. In de twintig jaar dat ik het nieuws op dit onderwerp bijhoud is dat in Nederland volgens mij slechts één keer gebeurd.
Het is moeilijk om een heel strikte afbakening te maken. Er zijn vele uitingsvormen en vele media voor verspreiding. Het blijft een onderwerp in beweging. Want ook al gaat het om een oud en vertrouwd recht, ook al staat de uitingsvrijheid al meer dan een eeuw bovenaan op het politieke idealenlijstje, het blijft een punt van zorgen en conflicten. Hoe vanzelfsprekend mensen dit recht ook vinden als het om hun eigen mening gaat, het blijft kennelijk moeilijk om het in volle vrijheid anderen te gunnen wier mening je stuitend vindt of volkomen fout. En toch zit hier de kern van de moraal, ooit verwoord door Voltaire: "Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen".

P.S. In alle artikelen zijn bronverwijzingen via hyperlinks opgenomen. De plaatjes haal ik via Google Afbeeldingen van het internet. Enkele plaatjes van posters over het onderwerp vrijheid van meningsuiting komen uit de collectie van het IISG.