14 juli 2013

De keerzijde van strenge privacyregels

De onthullingen van klokkenluider Snowden over de ongehinderde toegang van inlichtingendiensten tot alle mogelijke persoonlijke gegevens blijven vragen oproepen over de privacy van burgers. Naast de handel in persoonsgegevens op het internet via sociale media en het vastleggen van persoonlijke zoekgeschiedenissen door middel van cookies zijn we nu kennelijk ook niet meer veilig voor een glurende overheid.

De spionageaffaire zal zeker ook een rol gaan spelen bij de aanpassing van de Europese Data Protection Regulation die vanwege de enorme hoeveelheid amendementen uitgesteld is tot na de zomer. In Straatsburg heeft het Europese Parlement in zijn laatste vergadering nog wel een resolutie aangenomen met scherpe kritiek op PRISM. Het EP wil volledige openheid van de Amerikanen en dreigt de overdracht van persoonlijke gegevens op te schorten. Hoe krachtig dit signaal is zal nog moeten blijken. Maar de parlementariërs staan nu wel op scherp in de verdediging van de privacy.

Het uitstel van de behandeling van de nieuwe richtlijn voor Data Protection geeft de Europarlementariërs de gelegenheid om de consequenties van alle voorstellen nog eens goed te overdenken. We mogen hopen dat ze bij alle verontwaardiging over de aantasting van burgerrechten en de terechte kritiek van burgerrechtenorganisaties ook oog hebben voor de problemen die kunnen ontstaan in het wetenschappelijk onderzoek dat afhankelijk is van het gebruik van persoonlijke gegevens. Een van de heikele kwesties betreft de toestemming van het gebruik van versleutelde persoonsgegevens door onderzoekers. In april heeft de Koninklijke Academie van Wetenschappen zich tot het Europese Parlement gericht met het verzoek een aantal amendementen op het voorstel van de Europese Commissie uit 2012 niet over te nemen vanwege de schade die dit zou aanbrengen aan met name medisch wetenschappelijk onderzoek.

Ook archiefonderzoek wordt mogelijk voor de nieuwe richtlijn geraakt. De organisatie van archieven en Nederland BRAIN en de Nederlandse vereniging van archivarissen KVAN hebben de Nederlandse Europarlementariërs er al in februari op gewezen dat de voorwaarden die in de Justitiecommissie zijn geformuleerd archiefonderzoek ernstig zullen bemoeilijken. Ze hebben dan ook opgeroepen om de petitie van hun Franse collega's te ondertekenen die aandrongen op uitstel om de zaak nog eens goed te overwegen.

Een doel van de Europese wetgeving dat in dit verband overweging verdient is het 'recht om vergeten te worden': als er geen legitieme gronden zijn om persoonsgegevens te bewaren, bijvoorbeeld op internet, moeten die gegevens worden gewist. Het is een sympathiek idee waarmee Eurocommissaris Viviane Reding bij de presentatie van de nieuwe richtlijnen de publiciteit haalde. Het vloeit voort uit het principe dat mensen moeten kunnen beschikken over hun eigen persoonlijke gegevens. Daarom zal ook in alle gevallen toestemming nodig zijn om persoonlijke gegevens te verwerken, te gebruiken of ter inzage te geven. Maar er is ook een keerzijde aan dit respect voor het individuele belang van privacy. Het uitwissen van persoonlijke geschiedenissen kan er bijvoorbeeld toe leiden dat we niet meer in staat zijn de achtergronden van politici die zich verkiesbaar stellen goed te beoordelen. En persoonlijke gegevens zijn onmisbaar in tal van onderzoeken met een algemeen belang: de geneeskunde, de geschiedenis, sociale wetenschappen, geesteswetenschappen. In de huidige Nederlandse wetgeving is met het belang van onderzoek rekening gehouden. Persoonsgegevens mogen volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens niet langer bewaard worden dan nodig is voor het doel waarvoor ze zijn opgeslagen. Een uitzondering geldt voor gegevens die voor "historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden worden bewaard" en waarvoor "de verantwoordelijke de nodige voorzieningen heeft getroffen ten einde te verzekeren dat de desbetreffende gegevens uitsluitend voor deze specifieke doeleinden worden gebruikt" (art. 10 lid 2).

In de tekst van de amendementen op de nieuwe richtlijn die nu voorliggen in het Europese Parlement worden uitzonderingen voor onderzoek op verschillende plaatsen geschrapt of de tekst wordt zo aangescherpt dat bijvoorbeeld historisch onderzoek in de toekomst ernstig wordt gehinderd. Zo had de Commissie al voorgesteld dat the processing of data revealing race or ethnic origin, political opinions, religion or beliefs, trade union membership verboden wordt. In amendement nr. 112 voegt het EP daar nog aan toe: philosophical beliefs, sexual orientation and gender identity en trade union activities. Er is veel voor te zeggen om dergelijke gegevens niet op te slaan als ze niet relevant zijn in de context van de organisatie die die gegevens verzamelt. Maar wat gaat dit verbod betekenen voor onderzoekers die van deze gegevens afhankelijk zijn en voor archieven die bestanden met dergelijke gegevens in bezit hebben? Het is overigens niet duidelijk of de nieuwe regels ook van toepassing zijn op bestaande archiefbestanden. Maar dat archiefonderzoekers in de toekomst met aanzienlijke beperkingen te maken zullen krijgen staat wel vast.

In amendementen op de artikelen 81 en 83 van het Commissievoorstel (am. nrs. 327,328 en 334 en verder) heeft het EP de voorwaarde van toestemming aangescherpt: In cases where the data subject has not given consent, sensitive data and data about children should only be used for research purposes if based on law and serving exceptionaly high public interest. In die gevallen moet gegarandeerd zijn dat gebruikte gegevens geanonimiseerd zijn of versleuteld volgens hoogste technische standaarden.

Bij alle zorg voor de bescherming van de privacy van het individu lijkt de aandacht voor het publieke belang van persoonsgegevens naar de achtergrond te verdwijnen. Commissaris Reding en de Europarlementariërs benadrukken terecht het belang van zelfbeheer en zeggenschap van het individu.In de digitale wereld staan individuele burgerrechten meer dan ooit op het spel. Het is een groot maatschappelijk belang dat burgers macht terugwinnen van grote bedrijven en de overheid die persoonsgegevens nu ongegeneerd opslaan, verhandelen en gebruiken. Daarnaast mag het algemeen maatschappelijk belang van het gebruik van persoonsgegevens in wetenschappelijk onderzoek niet ondergewaardeerd worden. De verplichting persoonsgegevens te vernietigen of het gebruik er van onmogelijk te maken door voorwaarden die zonder een gigantische stijging van kosten niet zijn na te komen is, zoals de Franse archivarissen het in hun petitie uitdrukten: het kind met het badwater wegspoelen. Beter is het to ensure citizens that sufficient technical, financial and human resources, including the presence of skilled professionals will be granted to manage data properly. Het gebrek daaraan is een probleem dat de privacy in alle landen min of meer ernstig in gevaar brengt.













14 juni 2013

PRISM: geen Orwell maar Kafka

De onthulling van voormalig CIA-medewerker Edward Snowden dat de Amerikaanse National Security Agency (NSA) ongehinderd toegang heeft tot alle telefoon- en internetverkeer van een groot aantal providers is schokkend, alhoewel volgens sommigen niet verbazingwekkend. De veiligheidsdiensten hebben onder dekking van de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA) vergaande volmachten gekregen voor alle door hen gewenste geheime operaties. Dat er uitgebreid gesnuffeld wordt was dus al bekend. En dat ook Nederlanders daarin meegenomen worden is ook niet verrassend. Snowden heeft er eigenlijk alleen een naam aan gegeven, PRISM. We weten nu zeker dat het systeem bestaat en dat het werkt. En dat de Amerikaanse regering en hun bondgenoten alles het liefst geheim hadden gehouden. Want daar ligt de grote verdienste van klokkenluider Snowden: dat hij aantoont hoe veiligheidsdiensten met instemming van regeringen maar zonder enige vorm van democratische controle de privacy van iedereen aan hun laars lappen. Het is, zoals Daniel Ellsberg, de klokkenluider die in de jaren zeventig de Pentagon Papers naar buiten bracht, een 'coup van de uitvoerende macht' tegen de Amerikaanse grondwet. Amerika is nu niet meteen een politiestaat geworden, schrijft hij. Maar de volledige elektronische en juridische infrastructuur van zo’n staat ligt klaar. Zonder dat wij op de hoogte waren. Snowden's betekenis ligt dan ook vooral in de waarschuwing

“dat het Amerikaanse vermogen om inlichtingen te verzamelen op ieder moment tegen het Amerikaanse volk zelf zou kunnen worden ingezet, zodat geen Amerikaan nog maar enige privacy zou overhouden. (…)De NSA, FBI en CIA hebben, dankzij de nieuwe digitale technologie, mogelijkheden in handen om onze eigen burgers te bespioneren waar de Stasi – de geheime politie van de voormalige ‘democratische republiek’ Oost-Duitsland – nauwelijks van had durven dromen. Snowden onthult dat de zogenoemde ‘inlichtingengemeenschap’ de Verenigde Stasi van Amerika is geworden.” (vertaling NRC Handelsblad)

Ik ben het met Ellsberg eens dat we niet lichtvaardig moeten oordelen over PRISM. Pogingen om de boodschapper verdacht te maken als een vereenzaamde zonderling, een ‘grote luiwammes’ die beroemd wil worden, of iemand die respect mist voor de rol van de staat als hoeder van de nationale veiligheid vind ik niet terecht. Het gaat hier om grootschalig, ongecontroleerd en nauwelijks gelegitimeerd achterbaks optreden van de overheid. Daarover kun je nooit kritisch genoeg zijn. Veiligheid is een groot goed. Niemand betwist het belang van het voorkomen van terroristische aanslagen. Maar in een democratie past, juist als het gaat om deze overheidstaak, een plicht tot verantwoording en een transparante legitimering van de ruimte die politie en veiligheidsdiensten wordt geboden.

Snowden's onthullingen hebben opnieuw een debat op gang gebracht over de verhouding tussen privacy en veiligheid en de rol van de staat.

"Ik heb niets te verbergen" is de veel gehoorde reactie op bezwaren tegen maatregelen die de privacy aantasten. Daniel J. Solove geeft hier een uitvoerige weerlegging van dat argument. Een belangrijk principieel argument vind ik dat de overheid burgers dient te beschermen en vrij moet laten in hun denken, spreken en -voor zover de wet dat toelaat- handelen. Het opsporen van criminelen valt binnen haar taak, het monitoren van alle burgers zonder onderscheid niet. Burgers moeten de garantie hebben dat zij niet continu en in al hun doen en laten door de overheid gevolgd worden. Waar die garantie niet gegeven kan worden ligt de politiestaat op de loer. En die garantie is nu buitengewoon urgent, nu het onbeperkt inzamelen en bewaren van gegevens met behulp van digitale systemen kinderlijk eenvoudig is geworden. Juist nu mogen wij van een verantwoordelijke overheid verwachten dat zij haar opdracht om de burger met rust te laten serieus neemt en veiligheidsdiensten, begerig als ze zijn om van alle nieuwe technieken gebruik te maken, wijst op hun grenzen. De indruk die we krijgen is echter precies omgekeerd: de veiligheidsdiensten dwingen, als een staat in de staat, bij regeringen steeds meer ruimte af om in alle vrijheid alles van iedereen te vergaren en op te slaan. Zelfs om in te breken in computers. Het is technisch mogelijk, dus wij willen daar gebruik van maken. Dat lijkt de enige argumentatie. 

Een andere veelgehoorde reactie in dit verband is ook: "Je weet toch dat Google en Facebook alles van je bijhouden." Oftewel: iedereen die diensten van deze firma's gebruikt neemt een risico en moet niet zeuren. Op zich klinkt dat redelijk. Maar het gaat in de PRISM zaak niet om die bedrijven, maar om de overheid die toegang heeft tot de gegevens van die bedrijven. In principe kunnen we als vrije consument een ander bedrijf kiezen. Een andere overheid is toch wat lastiger. Overigens wil op z'n minst één van de betrokken bedrijven, Google, best  meer openheid van zaken geven in zijn jaarlijks 'transparancy'-rapporten. Vooralsnog hebben ze daar geen toestemming voor gekregen. 

Maar veel belangrijker is de onzekerheid waarin we als burgers leven over wat er met de verzamelde gegevens gebeurt. Hoe lang worden ze bewaard? Worden ze veilig bewaard? Hoe worden ze geanalyseerd? Ook hier weegt weer de mate van controleerbaarheid. Ik wil de overheid graag vertrouwen. Maar ik zou het toch wel prettig vinden als politie en veiligheidsdiensten niet ongehinderd hun gang kunnen gaan. De vele sporen die ik in mijn digitale communicatie achterlaat zijn voor wie dat wil eenvoudig te misbruiken. Als iemand mij wil laten hangen is er altijd wel iets te vinden in de zeeën van data die nu, dankzij PRISM, beschikbaar zijn. Hier past niet zozeer het verhaal van Orwell en Big Brother, met de al dan niet terechte vrees om altijd bekeken te worden. Hier gaat het veel meer om het verhaal van Kafka, namelijk willoos overgeleverd te zijn aan anonieme machten. Eens te meer is duidelijk geworden dat de bewaarplicht van telefoon- en internetverkeersgegevens zo snel mogelijk van tafel moet. De risico's op ongelukken en willekeur zijn veel te groot. En de effectiviteit van de maatregel bij het opsporen van terroristen is nog nooit aangetoond.

Ook in de wetenschap dat je overal gevolgd wordt door veiligheidsdiensten zullen mensen blijven googelen, hun g-mail account aanhouden, hun leven op Facebook prijs geven en de smart-phone niet de deur uit doen. De prijs om je terug te trekken uit het digitale leven is te hoog. Dat de politiestaat in de steigers staat zullen de meeste mensen ook niet willen geloven. Maar de grote vraag is wel: hoe weten we dat het niet zo ver komt? 

De waarschuwingen van klokkenluiders als Snowden mogen niet genegeerd worden. Daarbij moet nog opgemerkt worden dat de positie van klokkenluiders meer dan ooit in het geding is. De regering Obama heeft op dat punt een slechte reputatie. Nog nooit zijn er in de Verenigde Staten zoveel klokkenluiders vervolgd als onder de huidige president. Het onlangs officieel gestarte proces tegen de militair Bradley Manning, het lek van Wikileaks, heeft ongetwijfeld een afschrikwekkende functie voor al degenen die overwegen misdaden van het Amerikaanse leger naar buiten te brengen. De vervolging van klokkenluiders heeft daarnaast een chilling effect op de pers. Die is toch al niet helemaal veilig in de VS. Obama heeft zich onlangs nog moeten verantwoorden over het afluisteren van de media. Persvrijheid en de bescherming van klokkenluiders zijn onmisbaar als burgers de vinger aan de pols willen houden bij het optreden van veiligheidsdiensten, politie en leger. Het verder afglijden van de rechtsstaat door aantasting van de privacy, de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid kan alleen voorkomen worden als mensen als Edward Snowden zonder al te grote risico's naar buiten kunnen treden en als de media hun verhalen zonder belemmeringen kunnen publiceren.

 

09 juni 2013

Provincie speelt onder een hoedje met energiebedrijven

Bij het verlenen van een vergunning voor de bouw van de kolencentrale heeft de provincie Groningen zeer nauwe banden met de aanvragers RWE en NUON onderhouden, schrijft Brenno de Winter op Nu.nl.Bij de behandeling van zogenaamde 'zienswijzen' van burgers en milieuorganisaties mocht NUON na inzage een weerwoord formuleren dat de provincie integraal overnam, maar niet openbaar maakte voor de andere partijen. De verdere processtrategie werd afgesproken in een 'intern beraad' van provincie en de elektriciteitsbedrijven. WOB-verzoeken om de resultaten daarvan openbaar te krijgen werden door provincie en bedrijven eendrachtig tegengewerkt. Greenpeace heeft de provincie voor de bestuursrechter gedaagd wegens ongelijke behandeling. 

De case is interessant in het kader van de openbaarheid van bestuur. Het komt natuurlijk vaker voor dat overheden innig samenwerken met bedrijven. Hoe ver reikt de openbaarheid bij dergelijke projecten? Bedrijfsbelangen kunnen een hinderpaal zijn voor het verstrekken van informatie. Maar hoe kunnen burgers dan hun overheden volgen bij de bouw van kolencentrales, wegen, winkelcentra, etc.?

In de Wob (artikel 10 en 11) wordt gesproken over de bescherming van persoonsgegevens en van bedrijfs- of fabricagegegevens. Verder is er een uitzondering gemaakt voor verslagen van 'intern beraad' en de daarin weergegeven persoonlijke opvattingen van ambtenaren. Maar ik kan me niet voorstellen dat de wetgever bij dit 'interne beraad' ook externe bedrijven in gedachten heeft gehad die partij zijn in een besluitvormingsproces. Geheimhouding van dergelijk overleg lijkt dus niet gedekt door de de WOB. Het is in elk geval in strijd met de bedoeling van de wet, zoals hier omschreven door de VNG: "Burgers dienen toegang te hebben tot overheidsinformatie om het bestuur adequaat te kunnen controleren en eventuele misstanden aan de kaak te kunnen stellen."

Natuurlijk moet er altijd een afweging gemaakt worden bij de openbaarmaking van ambtelijke documenten. Het belang van openbaarheid kan in bepaalde gevallen onvoldoende opwegen tegen de schade die er door wordt veroorzaakt. Maar die afweging mag er niet toe leiden dat onderonsjes tussen overheid en bedrijven geheim blijven. En al helemaal niet als de kwestie waar het bedrijf belang bij heeft nog in het stadium van de politieke besluitvorming verkeert. Juist dan heeft de burger belang bij een zo groot mogelijke transparantie. Of, zoals het in deze toelichting op de archiefwet staat: De bepaling van onevenredige beoordeling of benadeling "mag er niet toe leiden dat overheidsorganen gegevens achterhouden omdat publicatie daarvan mogelijk een ongunstig licht zou werpen op het door hen gevoerde beleid." 
Als dit geldt voor de openbaarheid van archiefstukken, dan zou dat toch zeker ook moeten gelden voor informatie over lopend beleid waar burgers volgens goede democratische beginselen een belangrijke, zo niet de belangrijkste partij zijn. De kiezer moet tenslotte een oordeel kunnen geven over de kwaliteit van zijn bestuur. Helaas moeten we steeds vaker constateren dat bestuurders zich minder druk maken over openbaarheid dan over hun reputatie.

Hoog tijd voor de nieuwe Wob.




22 mei 2013

Politiek mengt zich in eindexamenteksten

Kamerleden laten graag van zich horen als ze ergens boosheid vermoeden. Met Kamervragen is het doorgaans eenvoudig scoren. Zeker als je kunt meeliften op de aandacht die de media toch al geven aan een gebeurtenis die veel emoties oproept bij het grote publiek. Soms vraag je je af of onze volksvertegenwoordigers niets beters te doen hebben dan bewindslieden te confronteren met het 'gesundes Volksempfinden'.
Deze weken wordt de aandacht van veel jonge Nederlanders en hun ouders gedomineerd door het eindexamen. Opwinding daarover is altijd goed voor het nieuws. CDA-kamerlid Geurts dacht een graantje mee te kunnen pikken met Kamervragen over de HAVO-examentekst Nederlands. Dat was een tekst van hoogleraar Roos Vonk over vegetarisme. Volgens Geurts zat er een eenzijdig pleidooi in tegen vlees eten. En dat vindt Geurts niet goed, want hij meent dat leerlingen die lang met deze tekst bezig zijn hierdoor beïnvloed kunnen worden. Hij heeft aan staatssekretaris Dekker gevraagd of hij deze tekst acceptabel vindt. En of er eigenlijk geen melding gemaakt zou moeten worden van een eerdere berisping van Vonk door haar universiteit wegens onzorgvuldigheid.

Ik hoop dat Dekker antwoordt dat hij niet over eindexamenteksten gaat, dat de politiek dit moet overlaten aan de professionals in het onderwijs en dat hij het kritisch vermogen van HAVO-scholieren hoger inschat dan Geurts.
Maar ik weet nog niet of het wel zo zal gaan. Want Dekker is van de VVD en die partij heeft ook zo haar opvattingen over de vrijheid van het onderwijs bij het inrichten van examens. In 2009 schrapte Dekker's voorganger Van Bijsterveldt een vraag uit het HAVO-eindexamen Nederlands op verzoek van VVD-kamerlid Ineke Dezentjé. Die was gevallen over een tekst waarin volgens haar de VVD werd weggezet als een partij die neerbuigend en afwijzend doet naar mensen die een uitkering hebben. „Links politiek geleuter”, stelde Dezentjé, die waarschijnlijk ook bang was voor goedgelovige jongeren. Examenopstellers Cito en CEVO vallen onder de directe verantwoordelijkheid van de staatssecretaris, zei ze. En dat betekent dan kennelijk dat de bewindspersoon direct mag ingrijpen als hij een tekst niet vindt deugen. Dezentjé sprak in dit geval zelfs van hersenspoeling. „De overheid mag een politieke partij niet op deze manier wegzetten.”
Hier was het dus de boosheid van het Kamerlid zelf die tot de Kamervragen leidde. Kunnen we niet afspreken dat zowel boze Kamerleden als boze burgers tot tien tellen voordat ze zich gaan bemoeien met eindexamenteksten? Want het voorbeeld van landen waar de politiek directe bemoeienis heeft met de leerstof op school willen we toch niet volgen?

03 mei 2013

Twee demonstranten was al te veel


De arrestatie van de twee enige demonstranten op de Dam bij de troonswisseling was in zekere zin een klucht. Na een uitgebreide instructie van de politie vooraf over het tolereren van individuele demonstranten en de grenzen van de wet werden twee mensen opgepakt nog voordat ze een bord omhoog hadden kunnen houden. Nog voordat er ook maar het vermoeden had kunnen bestaan van een strafbaar feit dus. Vervolgens wordt de arrestatie ontkend, terwijl de arrestanten uren worden vastgehouden. Later volgen dan de excuses van de burgemeester en zijn verklaring bij Pauw & Witteman dat er sprake was van een persoonswisseling. Wie gelooft dit verhaal nog? Nu moet er over een paar weken in de Gemeenteraad een "feitenrelaas" besproken worden over een affaire die natuurlijk helemaal niet plaats had moeten vinden en die het volgens veel mensen dan ook niet waard is om veel aandacht aan te besteden. Het was toch zo'n mooie dag?

Waard is het natuurlijk wel helder te krijgen wie de agenten opgedragen heeft de demonstranten te arresteren. Ze handelden duidelijk in afwijking van de instructies. En persoonsverwisseling is wel een heel vreemde verklaring als je op de videobeelden ziet dat een agent de persoonsbewijzen van beide demonstranten in de hand heeft. De hamvraag is natuurlijk waar die "stille" vandaan komt, die ook duidelijk aanwezig is op de video en die de agenten bijstaat door de demonstratieborden af te pakken. We mogen aannemen dat agenten in burger van de Amsterdamse politie dezelfde instructie hebben gehad als de agenten in uniform. Dus ligt het voor de hand naar andere diensten te kijken die, wat minder opvallend, natuurlijk ook aanwezig waren. De Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging bijvoorbeeld. Voor al uw staatsbezoeken. Met uitstekende relaties op Huis ten Bosch. Het zou mij niets verbazen. Ik zie nu dat ik op dat punt niet de enige ben, zie ook dit interview met advocaat Bernard Tomlow. Het zou me ook niets verbazen als de agent die eind januari in Utrecht eenzelfde individuele demonstratie onmogelijk maakte door dezelfde dienst is aangestuurd.

Waar het om gaat is dat een burgemeester als hoogste openbare gezagsdrager kennelijk niet het laatste woord heeft. Ik denk dat Van der Laan daarom ook zo boos reageerde bij Pauw en Witteman. Hij was trouw geweest aan de grondwettelijke beginselen van demonstratievrijheid en vrijheid van meningsuiting. Maar achter zijn rug om hebben onzichtbare baasjes van diensten, die geen boodschap hebben aan deze principes, het nodig gevonden eigenmachtig op te treden om er voor te zorgen dat er geen enkel, maar dan ook geen enkel onvertogen woord op de Dam zichtbaar was. Daarom is het toch belangrijk dat deze zaak tot de bodem wordt uitgezocht.




22 april 2013

IND: Wij herkennen ons niet in de realiteit

Opnieuw heeft een overheidsdienst getracht invloed te krijgen op beeldvorming in de media. In de jeugdserie Spangas van de NCRV verdween het populaire meisje Nola plotseling omdat ze uitgezet werd naar het voor haar volkomen vreemde Sri Lanka, het land waar haar biologische vader zou wonen. Veel jeugdige kijkertjes waren ontzet door zoveel onrecht. Er werden meteen handtekeningen ingezameld. De IND reageerde boos. "Ze belden of we ook hun standpunt in de serie wilden verwoorden," vertelt Gemma Derksen eindredacteur Drama van de NCRV in NRC Handelsblad van 9 april. "We hebben uitgelegd dat Spangas een scholierenwereld verbeeldt, zonder zichtbare gezagsdragers." Het ministerie zegt in een reactie dat de IND zich niet herkende in het geschetste beeld. Vanwege alle onrust die is ontstaan heeft de dienst een bericht op haar site gezet waarin voor alle duidelijkheid vermeld is dat Nola niet echt bestaat. En kinderen die als asielzoeker bij een pleeggezin terecht komen "kunnen er altijd op rekenen dat hun situatie zorgvuldig wordt beoordeeld op basis van het in Nederland afgesproken asielbeleid."

Deze Nola bestaat niet echt, nee. Maar er zijn genoeg andere Nola's die het slachtoffer zijn geworden van een hardvochtig asielbeleid dat door de IND wordt uitgevoerd. Het kan geen kwaad jeugdige kijkers met de Nederlandse realiteit op dit gebied te confronteren. Dat de IND hier op reageert met een poging om de inhoud van een tv-programma te corrigeren betekent dat deze overheidsdienst niet voldoende afstand weet te bewaren tot de media.  Media zijn in onze samenleving nu eenmaal aangewezen om de overheid kritisch te volgen. Het past de overheid dus niet om de media te gebruiken om haar eigen beeldvorming te regisseren. De IND doet er goed aan eerst wat meer naar zichzelf te kijken. Er blijkt nogal wat te haperen bij de uitvoering van de vreemdelingenwet.

Ook de Partij voor de Vrijheid heeft geen problemen met inmenging in de gang van zaken in Hilversum. In een recent debat over de omroep verklaarde de gehele oppositie zich tegenstander van 100 miljoen bezuinigingen, behalve Martin Bosma (PVV). Hij klaagde over NCRV-serie SpangaS die kinderen zou opjutten tegen het migratiebeleid en het linkse NOS Journaal (NRC Handelsblad 17 april 2013). Het is niet de eerste keer dat de PVV zich bemoeit met kinderprogramma's. Een paar jaar geleden maakte de partij, die altijd de mond vol heeft over de vrijheid van meningsuiting, zich ook nogal belachelijk met Kamervragen over een liedje van Kinderen voor Kinderen. Ook toen was het Bosma die zich het heil van de kinderziel aantrok. De woordvoerder media van de PVV heeft zijn plaats nog steeds niet gevonden.



10 april 2013

De pers is geen verlengstuk van de overheid

Staatssecretaris Weekers zet Trouw onder druk om de databestanden met gegevens over personen en bedrijven die hun geld op geheime rekeningen in een belastingparadijs bewaren af te staan aan de belastingdienst. Trouw beschikt over gegevens die achterhaald zijn door een internationale groep onderzoeksjournalisten, de ICIJ. De journalisten die in dit project samenwerken willen gaandeweg hun bevindingen publiceren, maar ze hebben afgesproken de bestanden niet aan de overheid te overhandigen. Trouw schrijft: "Journalisten zijn geen onderdeel of een verlengstuk van de overheid; zij dienen het publiek met onafhankelijk onderzoek." Hoofdredacteur Schoonen wijst er verder op dat de gegevens die de journalisten in handen hebben meer omvatten dan alleen een lijstje namen. „Het gaat om klantenbestanden van tussenkantoren. Het gaat om de verhalen die daarachter zitten. Maar er zitten ook tussenkantoren bij met 'normale' activiteiten, die niets fout doen. Als wij de informatie nu delen, draaien we ons eigen journalistieke onderzoek de nek om.” zegt hij in De Telegraaf. Hij staat verder op het standpunt dat de overheid zelf een apparaat heeft om eventuele overtredingen op te sporen.

Staatssecretaris Weekers vindt dit onbegrijpelijk. "Mijn handen jeuken om iets met deze gegevens te doen, maar dan moet je ze wel in handen hebben", zei hij. Hij krijgt steun uit de Tweede Kamer, maar niet van D66-woordvoerder Koolmees. "De politiek die journalisten ter verantwoording roept. Dan gaan bij mij meteen alle stoplichten op rood. Is het eigenlijk wel verstandig dat het kabinet een krant vraagt gegevens af te dragen? Ik meen van niet."

Een lastig punt voor Weekers is dat het anoniem onderbrengen van geld in belastingparadijzen niet direct een overtreding hoeft te zijn. Er zijn nu eenmaal vele mazen in de wet die de rijken in staat stellen rijk te blijven. De staatssecretaris weet daar zelf alles van in zijn functie. Zeker gezien het feit dat ons land ook als belastingparadijs kan worden aangemerkt. Het is nogal hypocriet van iemand die niet uit zichzelf bereid is op dit punt in actie te komen om nu de onwetende uit te hangen die net als iedereen geschokt is over 25 biljoen weggesluisd geld. Ik wil graag iets doen, alleen die verdomde krant wil maar niet meewerken! Wat wist hij zelf eigenlijk al over deze praktijken voordat ze werden onthuld? Uit het onderzoek van de journalisten van Trouw blijkt dat Nederlandse banken ING en ABN/AMRO (een staatsbank!) actief hebben meegeholpen om geld anoniem te parkeren op de Maagdeneilanden. Moet de staatssecretaris daar niet eerst eens aankloppen?

Dan is er nog de meer principiële kant van de zaak: het verschoningsrecht van de journalisten. Vorig jaar heeft de Tweede Kamer de wens uitgesproken dit nu wettelijk te regelen nadat Nederland door het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg op de vingers was getikt wegens het afluisteren van journalisten door de AIVD. De Nederlandse wetgeving voorziet volgens het Hof niet in de bescherming van journalisten en hun bronnen. Het was de derde keer dat Nederland daar door het Hof op werd aangesproken. “Journalisten moet je niet kunnen dwingen hun bronnen prijs te geven. Dat zou de regel moeten zijn," volgens SP-kamerlid Van Raak. Uitzonderingen zullen ongetwijfeld ook geformuleerd worden. Peter Oskam (CDA) vindt dat bij zaken van “landsbelang en levensbelang” dwang mogelijk moet zijn. Zou Weekers zich nu daarop kunnen beroepen? Ik denk dat hij in dit geval beter de pers in alle vrijheid zijn onthullingen kan laten doen en zelf zijn eigen opsporingsdiensten aan het werk moet zetten om na te gaan of er ver af op een tropisch eiland of heel dichtbij huis iets rechtgezet moet worden.




24 maart 2013

Nederland is een belastingparadijs






Nederland is voor duizenden bedrijven ter wereld een lucratief tussenstation voor het ontwijken van belastingen. Dat staat in dit boek, en dat blijkt uit het bestaan van een omvangrijke "trust"-sector van bedrijven die de postbussen van de ontwijkers in Nederland beheren. Nederland heeft niet voor de inwoners maar wel voor buitenlandse bedrijven als Google, Ikea en Starbucks een zeer aangenaam belastingklimaat. Dat leidt er toe dat bedrijven hun winsten via Nederlandse brievenbusfirma's laten lopen. Nederland schiet daar zelf  niet veel mee op omdat bedrijven in het geval van activiteiten buiten Nederland hier vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting. De herkomstlanden van de bedrijven daarentegen lopen wel veel belasting mis. Zo ontdekte Mongolië dat het land inkomsten verliest omdat mijnbouwbedrijven hun winsten via Nederlandse brievenbusdochters laten lopen. Op advies van het IMF heeft het land het belastingverdrag met Nederland onmiddellijk opgezegd.

Hoe reageert nu het Nederlandse parlement op het schandaal dat een straatarm land dat zijn rijkdom aan grondstoffen graag wil verzilveren inkomsten door de neus worden geboord door een van de rijkste landen ter wereld? Het Nederlandse parlement neemt met een meerderheid van stemmen (PvdA, VVD, D66, PVV) een motie van PVV'er Van Vliet aan waarin staat dat Nederland geen belastingparadijs genoemd mag worden. Het woord belastingparadijs mag niet in verband met Nederland worden gebruikt.

De Europese Commissie schat dat overheden in de EU jaarlijks 1.000 miljard euro mislopen door belastingontwijking en belastingfraude. Dat is meer dan Spanje, Griekenland, Portugal en Ierland samen aan financiële steun hebben ontvangen, schrijven Jesse Klaver en Bas Eickhout verbaasd over deze opmerkelijke actie. Het Nederlands parlement maakt zich ongelooflijk belachelijk door een overduidelijke vorm van belastingontwijking ten koste van arme landen weg te wuiven met een taalvoorschrift. De poging om zo de reputatie van het land in stand te houden is al te doorzichtig. Terwijl niemand in Nederland moeite heeft andere landen, waar rijken belasting kunnen ontlopen (Cyprus bijvoorbeeld), aan te merken als belastingparadijs is de eerste zorg van het parlement als Nederland onder druk wordt gezet het eigen straatje met ferme woorden schoon te vegen en de eigen bewindslieden uit de wind te houden. Beatrix parafraserend zou je kunnen zeggen: het positieve beeld regeert. Is het een wonder dat het vertrouwen van burgers afneemt als partijen hier de prioriteit blijven leggen?

17 maart 2013

Dit programma bevalt ons niet

 


Dit politiebeeldmerk en het politie-uniform mag je niet zomaar gebruiken. Daarvoor moet je eerst toestemming vragen (wat ik niet gedaan heb). De politie wil niet dat er negatieve beelden in omloop komen over hun werk. Voor de niet zo doortastende politie-agent in de serie Dokter Tinus moest de regisseur een ander uniform kiezen. De woordvoerder van de communicatieafdeling van de Nationale Politie: “De beroepsgroep moet beschermd worden als deze op een onrealistische manier in beeld wordt gebracht. Het is niet de bedoeling dat wij in producties onderuit worden gehaald. Wij zijn te vergelijken met een A-merk.”
Je kunt dit kinderachtig of belachelijk noemen. Het past wel in de trend dat media door gezaghebbende instituten en bedrijven tegenwoordig op de eerste plaats gezien worden als middelen voor hun public relations. En dat zij ook niet meer terugschrikken voor inmenging in de beeldvorming bij formeel onafhankelijke omroepen. Dat media ook een kritische functie hebben, dat ze puur amusement leveren of een bijdrage aan cultuuroverdracht, dat lijkt steeds vaker ondergeschikt te worden aan reclame, pr en het in stand houden van reputaties van gezagsdragers. Waar is Swiebertje gebleven? Mogen we niet meer lachen om politie-agenten? Is satire niet meer geoorloofd als vorm van maatschappelijke kritiek?

Update 29 maart: de televisieproducenten hebben in een kort geding over deze zaak gelijk gekregen; ze mogen de uniformen blijven gebruiken. "De rechtbank oordeelde dat de vrijheid van meningsuiting van programmamakers zwaarder weegt dan het belang van de politie om haar imago te beschermen. 'Het gaat hier overduidelijk om een dramaserie. Niet om een weergave van de werkelijkheid.'"
Maar een meer algemene uitspraak over het gebruik van de politiehuisstijl wilde de rechter in dit kort geding niet geven, zo blijkt uit een aanvulling van de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank (nr. LJN: BZ6854) van 10 april 2013. 

In een ander omstreden televisieprogramma, het Zesde Zintuig, legde de persoonlijke reputatie het af tegen de persvrijheid. In de uitzending laat een paragnost zich uit over de dood van een vrouw. De politie heeft zelfmoord geconstateerd, de ouders twijfelen aan de rol van haar ex-vriend en de paragnost bevestigde die twijfels. De ex-vriend spande een kort geding aan dat hij verloor. De rechter vond dat de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in dit geval minder zwaar woog dan het recht van vrijheid van meningsuiting/persvrijheid. "De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de familieleden van Eline vrijheid van meningsuiting hebben en zij zich publiekelijk mogen afvragen of er sprake was van zelfmoord. De media mogen de gelegenheid bieden om die mening te uiten, mits dit niet op onrechtmatige wijze gebeurt. Dit is op voorhand niet voldoende aannemelijk geworden."

Moeten we de uitspraken van de paragnost in dit geval zien als schadelijke verdachtmaking, dus smaad?Vergelijkbaar is de zaak van Maurice de Hond, die in de Deventer moordzaak de "klusjesman" bleef beschuldigen. De rechter legde hem het zwijgen op en dwong hem tot het betalen van een schadevergoeding. Dat een paragnost twijfels bevestigt wordt door de rechter kennelijk minder schadelijk geacht dan de expliciete beschuldiging van een bekende tv-personality. Intussen leidt de uitspraak in de zaak van het Zesde Zintuig ook tot veel verontwaardiging. Iemand schrijft: "Stel je voor, je vrouw wordt psychotisch en pleegt zelfmoord, je bent nog volop bezig met de verwerking van je trauma en op TV zit ineens een paragnost bij je huilende schoonfamilie op de bank die “doorkrijgt” dat jij haar dood op je geweten hebt. Van mij mag dit soort walgelijke onzin vooraf verboden worden, of dat nu juridisch houdbaar is of niet." En een ander: "Blijkbaar valt het door een sensatieprogramma exploiteren van de zelfmoord van je partner binnen de grenzen van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer..". De afkeer van sensatiebeluste televisieprogramma's is duidelijk. De stap naar het van de buis halen van dergelijke programma's wordt echter wel heel makkelijk gemaakt.

Het ingrijpen in de programmering van omroepen blijft kennelijk niet alleen voor gezaghebbers een aanvaardbare en vanzelfsprekende optie. De rechters hebben nog een en ander uit te leggen.



18 februari 2013

Wetenschap achter gesloten deuren

Landbouwgif met neonicotinoïden moet volgens de Tweede Kamer en de Europese Commissie verboden worden bij gewassen die het meest bezocht worden door bijen. Het gif wordt verantwoordelijk gehouden voor een teruglopende bijenstand. Een discussie op Radio 1 (4 februari) over dit onderwerp tussen Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren en Michael Kester, directeur van Syngenta, het bedrijf dat deze pesticiden produceert, spitste zich toe op de openbaarheid van het onderzoek dat Syngenta heeft verricht. Het bedrijf zegt op basis van eigen onderzoek dat de oorzaak van de bijensterfte gelegen is in de varroamijt, die inmiddels in vrijwel elke bijenkast zou voorkomen en door parasiteren en virusoverdracht de bijenlarven verzwakt. Dat onderzoek is echter niet openbaar. Alle openbare onderzoeken wijzen volgens Ouwehand in een andere richting: de pesticiden. Kester wil zijn onderzoek uit concurrentieoverwegingen niet openbaar maken zodat geen collegiale toetsing kan plaatsvinden. Maar iedereen kan bij hem langskomen om het onderzoek in te kijken. Hij zegt te voldoen aan de voorwaarden voor dit soort onderzoek die de EFSA, het Europese Voedselveiligheidsagentschap, stelt. De EFSA heeft overigens zelf geconcludeerd dat het gebruik van neonicotenoïden één van de voornaamste oorzaken is voor die bijensterfte. Daarom heeft het instituut Eurocommissaris Borg ook geadviseerd een moratorium in te stellen voor deze middelen.

Ouwehand plaatste Syngenta voor de keus: u kunt met een openbaar onderzoek dat beschikbaar gesteld wordt voor collegiale toetsing proberen aan te tonen dat uw product veilig is. Zo lang dat niet gebeurt moeten wij uit voorzorg, gezien de resultaten van vele onderzoeken die wél openbaar zijn, dit gif verbieden. Stel je voor dat we straks geen bijen meer hebben. Directeur Kester ging er niet op in. De concurrentie domineert kennelijk zijn wereldbeeld. Wellicht hoopt hij op succes van lobbyisten in Brussel die het tij nog kunnen keren.

De farmaceutische industrie kan er ook wat van. Vorig jaar weigerde Roche openheid van zaken over zijn griepremmer. Driekwart van de negatieve resultaten van onderzoeken door de industrie wordt niet in vakbladen gepubliceerd, maar op weinig gelezen websites. Zo omzeilt men de publicatieplicht, schreef de Volkskrant vorig jaar. Dat is al beter dan vroeger, toen negatieve resultaten helemaal niet werden gepubliceerd. Maar omdat die weggestopte onderzoeken nu ook niet door collega's worden getoetst zoals dat bij publicaties in vakbladen wel het geval zijn we eigenlijk nog even ver van huis.

Bedrijfsbelangen hinderen op deze manier een betrouwbare volksgezondheid en voedselveiligheid. Ooit beloofde de Verlichting de mensheid een beter bestaan met kennis die het mogelijk maakte ziekte en ellende uit het leven te bannen. Nog altijd blijven we op sommige punten in het duister tasten omdat onderzoek wordt gemonopoliseerd door private belangen. Vanuit het algemene belang gezien zou alle kennis die onze gezondheid en het leefmilieu betreft toch volledig en zonder beperkingen openbaar moeten worden gemaakt. Wat het leven zelf raakt hoort niet ondergeschikt te zijn aan "concurrentieoverwegingen".  











02 februari 2013

Een kans voor de nieuwe koning

In de opwinding en euforie over de aanstaande troonswisseling is deze week in Utrecht meteen al weer het vrije woord gesmoord. Terwijl de kroonprins verklaarde geroerd te zijn door alle reacties op de aankondiging van zijn moeder dat zij er mee stopt eind april werd op de achtergrond de eerste demonstrant afgevoerd. Het koningshuis en de uitingsvrijheid: die twee zijn kennelijk onverenigbaar. Zie bijvoorbeeld hier, hier, hier en hier. Gaat WA daar verandering in brengen?

[Update 8 februari. Gemeenteraadsleden hebben mondelinge vragen gesteld over deze kwestie. Burgemeester Wolfsen heeft erkend dat in dit geval een foute inschatting is gemaakt. De Utrechtse advocaat Tomlow heeft in een uitvoerige brief aan de raad duidelijk gemaakt wat de politie in dit geval had moeten doen: het grondrecht van de burger om zijn mening te laten horen beschermen. Hij concludeert dat de gemeente en de politie bijscholing nodig hebben]

Veel ernstiger dan het aanhouden van een demonstrant is het jarenlang vasthouden van Erwin Lensink die in 2010 een waxinelichthouder naar de Gouden Koets heeft gegooid tijdens de rijtoer op Prinsjesdag. Deze week veroordeelde de rechter hem tot vijf maanden cel.Met aftrek van voorarrest van bijna 24 maanden....
Eerder was hij veroordeeld tot opname in een psychiatrische inrichting. Het Gerechtshof vernietigde dit vonnis en veroordeelde hem nu tot vijf maanden vanwege belediging en beschadiging van de Gouden Koets.

Als WA het anders wil doen zou hij kunnen beginnen met een forse schadeloosstelling aan Lensink vanwege deze absurde gang van zaken.


12 januari 2013

Spekmans beschavingsoffensief

PvdA-voorzitter Spekman zoekt de publiciteit met de haatmails die hij ontvangt. Hij pleit voor een beschavingsoffensief op het internet. 'Internet wordt steeds meer het afvalputje van de Nederlandse samenleving qua gedrag. We moeten een grens stellen met elkaar.' Spekman kreeg de steun van premier Rutte die in zijn wekelijkse persconferentie opriep om stevig maar fatsoenlijk te debatteren.

Maar wat willen deze fatsoensrakkers nu precies? Dat er mensen zijn die zich niet in hun uitingen kunnen beheersen en de fatsoensregels van de meerderheid overtreden is van alle tijden. Dat politici stront over zich heen krijgen eveneens. In Het Parool schrijft Theodor Holman dat de haatmails wel eens afkomstig kunnen zijn van mensen die zich genaaid voelen door de PvdA, oorspronkelijke kiezers, nu gefrustreerd in de keuzes die de partij heeft gemaakt. Het zijn niet altijd de meest genuanceerde taalgebruikers. Het is de boomerang van een politiek die door de voormalige aanhang van de PvdA als onfatsoenlijk wordt gezien. Natuurlijk is schelden zinloos en onfatsoenlijk. Maar een "beschavingsoffensief"?

Wat wil Spekman precies? De publiciteit die hij nu geeft aan de mails die hij ontvangt is koren op de molen van de zenders. Wat willen boze burgers? Gehoord worden. Spekman is de megafoon die hun ongenoegen over het hele land uitstort. Hartelijk dank, Hans. Als Spekman echt grenzen wil stellen had hij de mails bij de politie moeten melden. In het discussieprogramma op Radio 1 de Avondspits veronderstelde een advocaat dat sommige bedreigende mails voor vervolging in aanmerking zouden kunnen komen. Waarom heeft Spekman zich niet bij de politie gemeld? De advocaat veronderstelde het antwoord: het is niet altijd eenvoudig te achterhalen wie er achter dit soort mails zit en veel zaken blijven in het onderzoeksstadium steken. Ligt het dan niet veel meer op de weg van de politicus Spekman om het falen van de staat bij de bescherming van de burger tegen bedreigingen aan te kaarten? Of laat hij dit lopen omdat hij dan bij zijn eigen regering terecht komt?
Spekman is de zoveelste op rij die een incident aangrijpt om in algemene zin fatsoen te propageren waar een berg aan problematiek achter zit: de groeiende afstand tussen de politieke elite en een onderlaag van gefrustreeerden met andere opvattingen over fatsoen die een uitlaatklep hebben gevonden via het voor iedereen toegankelijke internet. Leer er maar mee leven, Hans.


23 december 2012

Het kazerneregiem van de KNVB

De KNVB is een nieuwe campagne begonnen ter bevordering van sportiviteit en respect in het voetbal. In het handvest "Zonder respect geen voetbal",dat de clubs, spelers, trainers en scheidsrechters deze week ondertekenden, staat dat de regels strenger gehandhaafd zullen worden. Een van de afspraken is dat een speler bij het protesteren tegen een beslissing van de scheidsrechter ("in woord en/of gebaar") direct een gele kaart krijgt. Alleen de aanvoerder mag om opheldering vragen. Trainers die protesteren krijgen een keer een waarschuwing, bij de tweede keer worden ze direct naar de tribune verwezen. "Samengevat: het is irrelevant of de beslissing van de arbitrage juist is of niet; trainers/coaches en spelers hebben deze beslissing simpelweg te accepteren."
Tuchtrechtelijke vervolging is voorts mogelijk bij:
- Gedrag of uitlatingen waardoor het betaald voetbal in diskrediet gebracht wordt (negatieve beeldvorming); - Gedrag of uitlatingen die een beledigend dan wel onnodig grievend karakter hebben, met name ten aanzien des persoons;
- Het op onbehoorlijke wijze geven van commentaar op collega officials, clubs en/of aan het voetbal gelieerde organisaties in de media;
- Het op verbale en non-verbale wijze in diskrediet brengen van de arbitrage. 

De KNVB is de afgelopen weken  beschuldigd van een slappe houding inzake het geweld in het amateurvoetbal. Het incident in Almere dat begin deze maand dat aan een grensrechter het leven kostte vereiste dus een stevige reactie. Ook VVD en PvdA vroegen om harder optreden. Maar het het manifest bestaat vooral uit stoere woorden en het symbolisch gehalte is erg hoog. Aanmerkingen op de scheidsrechter kunnen ook zonder deze nieuwe maatregelen al beboet worden zoals ook Huntelaar weet, om maar een voorbeeld te noemen.  Scheidsrechter Mario van den Ende vindt de nieuwe regels niet nodig, eerder contraproductief. Hij vraagt zich af waarom ze alleen gelden voor het betaald voetbal. Je haalt de emotie uit de wedstrijd (ook Ronald Koeman betreurt dat) en dat maakt het voetbal minder attractief. En hij wijst op de subjectieve interpretaties die scheidsrechters kunnen geven aan woorden en gebaren. AZ trainer Gert-Jan Verbeek is niet van plan het manifest te ondertekenen.

Voetbal is oorlog, zei Rinus Michels ooit. Als de KNVB daar nu verandering in wil brengen (ik zeg: als, want het valt te betwijfelen of ze daar echt op uit zijn), dan lijkt mij het beperken van de uitingsvrijheid niet de juiste weg. De grensrechter is niet door woorden maar door geweld om het leven gebracht. Het idee dat je door mensen de mond te snoeren geweld kunt voorkomen is op z'n minst discutabel. Het is niet ondenkbaar dat opgekropte gevoelens spelers dan wel publiek juist aanzetten tot het overtreden van de grens naar geweld. Het voorkomen van geweld is niet gediend met het instellen van een militairistisch regiem waarin spelers zich gedwongen voelen om elke reactie die ze tijdens het spel voelen opkomen te onderdrukken. Die reacties zullen dan via een minder controleerbare weg toch een uitweg vinden. Als de KNVB van voetbal een spel wil maken dan is wederzijds respect inderdaad een belangrijke norm. Maar als op het voetbalveld "houd je mond" de meest gehoorde uitspraak wordt en voetballers van jongs af aan gedrilld worden in het inhouden van hun emoties en elke eigen beoordeling leren in te slikken dan blijft de vergelijking met oorlogsvoering van toepassing.


08 december 2012

Big brother Facebook

De NRC schreef gisteren dat het OM in de rechtszaken tegen 35 relschoppers in Haren hun berichten op Facebook, voorafgaand aan het openbaar aangekondigde "feestje" in september niet heeft onderzocht. De krant doorzocht een database met berichten van de inmiddels verwijderde Facebookpagina Project X Haren. Sommige uitingen van veroordeelde relschoppers kunnen worden zien als opruiing, bevestigen strafrechtdeskundigen in de krant. Opruiing is de relschoppers echter niet ten laste gelegd. Als dat wel was gebeurd zou de straf in sommige gevallen misschien hoger zijn uitgevallen. De jongeren zijn nu alleen veroordeeld voor strafbare feiten op de avond zelf.

De wens van Justitie om de relschoppers zo snel mogelijk te berechten heeft wellicht meegespeeld dat nader onderzoek naar wat er allemaal aan vooraf ging niet is gedaan. Uit het oogpunt van het strafrecht is dat een omissie. Temeer daar de politie in andere gevallen berichten via de sociale media wel serieus blijkt te kunnen nemen. Maar het gebruik van sociale media door de politie is nog sterk in ontwikkeling. Dat zou je ook kunnen opmaken uit het feit dat Bits of Freedom er ondanks vele Wob-verzoeken nog niet in is geslaagd boven tafel te krijgen hoe vaak politiekorpsen nu in het kader van opsporing van strafbare feiten gegevens hebben opgevraagd bij media als twitter, facebook, google etc.

Die openheid is belangrijk om iedereen te kunnen wijzen op de consequenties van het gebruik van de nieuwe media. Digitale communicatie is niet meer weg te denken uit de maatschappij. Maar alles wat we via deze sociale media met elkaar delen wordt vastgelegd en is opvraagbaar of te hacken. Dat brengt risico's met zich mee voor inbreuken op de privacy. Het biedt ook kansen voor opsporing en vervolging van strafbaar gedrag. Of voor het monitoren van voorbereidingen voor strafbaar gedrag. Zo heeft de KLPD een systeem aangeschaft om verdachte informatie van openbare bronnen te verzamelen. Niemand hoeft er bang voor te zijn, zegt de vertegenwoordiger van Ordina die het Israëlische systeem in Nederland introduceert. Maar dat moet nog blijken.

De jongens die elkaar op Facebook opriepen om naar Haren te komen om de politie uit te dagen communiceerden zoals ze dat in de kroeg of op het schoolplein gedaan zouden hebben. Dat zijn ook openbare gelegenheden, maar met een aanzienlijk minder groot bereik. Uitingen met een opruiiend karakter konden in het pre-digitale tijdperk alleen als bewijs in de rechtszaak dienen als ze op schrift stonden of als er voldoende getuigen te vinden waren om de verdachte aan te geven. Nu kan alles wat mensen in een onbewaakt ogenblik via sociale media aan elkaar laten weten eenvoudig opgespoord worden. Inwoners van dictatoriale landen kunnen er over meepraten. Zij zijn dan ook, mogen we hopen, altijd voorzichtig in hoe zij zich uitdrukken. In Nederland is het bewustzijn op dit punt nog niet erg groot, terwijl de remmen intussen wel volledig losgegooid zijn om er maar alles wat in je opkomt uit te flappen op het toetsenbord van pc of telefoon. Dat kan gemakkelijk tot ongelukken leiden. Daarom is het jammer dat de Facebook berichten van de Harense relschoppers niet betrokken zijn in het onderzoek van het OM. Het zou een mooie aanleiding geweest zijn om te laten zien dat Orwell's waarschuwing voor Big Brother ook in Nederland niet meer genegeerd kan worden. En dat er werk gemaakt moet worden van de openheid van politie en justitie op dit gebied: wat doen ze, wat mogen ze, hoe effectief is het, etc.

26 november 2012

Behoudend advies Raad van State over Wob

 De Raad van State heeft een advies geschreven bij het wetsontwerp van GroenLinks voor een nieuwe Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Volgens de Raad is een nieuwe Wob niet nodig. Veel problemen hebben te maken met de uitvoering en niet met de wet zelf. Het wetsvoorstel zou niet voldoende hard maken waarom de huidige wet op de schop moet. Het advies neigt hiermee naar de benadering van oud-minister Donner, thans vice-voorzitter van de Raad van State, die als minister voorstander was van een veel beperktere wetswijziging . Daarover moet de Raad ook nog een advies schrijven.

Dat er veel problemen zijn bij de uitvoering van de Wob is niet nieuw. Een aardig beeld geeft dit verslag van de ervaringen van de redactie van weblog Sargasso. Deze problemen zijn natuurlijk niet allemaal te herleiden tot de wet zelf. De gebrekkige archivering en de achterstand in de digitalisering van archieven bij overheidsinstanties maken de uitvoering van de wet soms erg lastig. Dat het ambtelijk apparaat op de rem gaat staan bij het voldoen aan verzoeken is bij de huidige druk van bezuinigingen en reorganisaties wel begrijpelijk. Maar het is ten dele misplaatst omdat de oorzaak ervan ligt in onvoldoende prioriteit in de afgelopen decennia bij het op orde krijgen van de archieven. De Wob stamt uit 1980 en de ICT die het allemaal veel eenvoudiger maakt is ook niet van gisteren.

De terugblik in de geschiedenis van de Wob aan het begin van het advies van de Raad van State geeft onbedoeld aan dat de problemen verder gaan dan de uitvoeringspraktijk van de Wob. Al drie jaar na de invoering van de wet verscheen er een kritisch rapport met aanbevelingen voor een ruimhartiger openbaarheid. Nadrukkelijk werd hierin aandacht gevraagd voor actieve openbaarmaking, het belangrijkste argument van Mariko Peters van GroenLinks om dit voorjaar te pleiten voor een nieuwe wet. Die kritiek van 30 jaar geleden leidde in 1992 tot niet veel meer dan enkele technische aanpassingen. Heeft de Nederlandse overheid begrepen waar het werkelijk om draait, vraag je je dan af.

Recente onvrede over de Wob wordt door de overheid, en dan vooral door de tot voor kort verantwoordelijke minister Donner, ge"framed" als een gevecht tussen journalisten die van geen ophouden weten en een onder druk staand ambtenarenapparaat. De aanpassingen die Donner op het oog had zijn dan vooral ook beperkingen in de uitvoering van de wet: aanvullingen inzake onredelijke en omvangrijke verzoeken, inzake bijzondere verstrekkingen alsmede inzake hergebruik en het in rekening te brengen van vergoedingen.

Het advies van de Raad van State lijkt volledig in lijn met de beperkte en behoudende benadering van de voormalig minister in de constatering "dat de toepassingspraktijk soms sterk is gepolariseerd." Na de constatering dat er in de loop van de jaren meer maatschappelijke en juridische druk (uit Straatsburg bv.) is gekomen op een ruimhartiger openbaarheidsbeleid, meent de Raad toch nog eens duidelijk te moeten stellen dat de toegang tot de overheidsinformatie niet onbegrensd kan zijn. En "dat er een spanning kan ontstaan tussen het belang van openbaarheid en andere legitieme belangen zoals bijvoorbeeld de veiligheid van de staat, de opsporing van strafbare feiten, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van bedrijfsgeheimen." Alsof we dat nog niet weten. En alsof het wetsvoorstel van GroenLinks daar geen rekening mee houdt. Het gaat er echter om een antwoord te vinden op maatschappelijke veranderingen en toegenomen technische mogelijkheden.

De Raad van State is niet overtuigd van het nut en de noodzaak van een nieuwe wet en vreest bij invoering van de wet volgens het ontwerp van GroenLinks een verdere juridisering die alleen maar belemmerend kan werken op de uitvoeringspraktijk. Actieve openbaarheid staat al in de wet. En nieuwe technieken vereisen geen nieuwe wet, maar aanpassing van de uitvoeringspraktijk. Daar heeft de Raad een punt. Maar waarom gebeurt dit dan onvoldoende en lopen journalisten zowel als burgers nog steeds tegen muren als ze bij de overheid aankloppen om informatie? Waarom zijn er nu al zoveel processen over de Wob? In principe, zegt de Raad, moet de openbaarheid gerealiseerd kunnen worden met de huidige wet. Maar alle evaluatierapporten wijzen op het tegendeel. Zou je dan niet moeten concluderen dat de wet tekort schiet in het afdwingen van de openbaarheid die nu maatschappelijk gewenst is en ook eenvoudig is te realiseren?

Linda Voortman, die het dossier van Mariko Peters heeft overgenomen, legt in haar eerste reactie op het advies de vinger op de zere plek: “De Raad van State zegt in haar reactie dat de huidige wet voldoende ruimte biedt voor meer openbaarheid. Maar dit blijkt niet uit de praktijk. Ik zou graag zien dat we minder beredeneren vanuit de gevestigde orde, maar meer vanuit de burgers: geef hen het recht of informatie, ook als dat soms ingewikkeld is voor diegenen die in deze informatie moeten voorzien.” Bezien vanuit de overheid voldoet de wet en zijn aanpassingen in de uitvoering voldoende, vooral als daarmee de druk op het apparaat verminderd kan worden. Maar deze wet dient beoordeeld te worden vanuit het standpunt van de burgers. Dat vraagt om een geheel nieuwe invalshoek. De Raad van State toont daarentegen een uiterst behoudende invalshoek bij dit onderwerp, ook in het commentaar op de verdere inhoud van het wetsontwerp. De reikwijdte overschrijdt het private domein (tja, wat wil je na al die privatiseringen). De beperking ten aanzien van de persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren is niet goed geformuleerd (minister en ambtenaar kunnen tegen elkaar worden uitgespeeld; o, die angst voor de pers!). Er zijn onvoorziene financiële consequenties en de onafhankelijke toezichthouder, de informatiecommissaris gaat de problemen niet oplossen volgens het advies, hij maakt het eerder nog ingewikkelder. Gevreesd moet worden voor een afschuiven van de verantwoordelijkheid voor een juiste uitvoering van de wet naar de informatiecommissaris. Dat lijkt me een argument dat van toepassing kan zijn op alle toezichthoudende organen. Maar ik kan me niet voorstellen dat hiermee heel toezichthoudend Nederland door de Raad wordt afgeschoten.

Evenals Donner en al zijn voorgangers lijkt de Raad onvoldoende overtuigd van de noodzaak van een nieuwe, principiële benadering van de openbaarheid van overheidsinformatie. Een benadering waarbij vanuit de invalshoek van de burgers de regels worden geformuleerd en afgewogen. De poging van GroenLinks om de Nederlandse overheid in navolging van vele andere landen op het spoor te krijgen van deze nieuwe benadering van de openbaarheid van bestuur dreigt nu in de kiem gesmoord te worden. Waarmee de achterstand oploopt, de frustraties over het tekort aan openheid blijven bestaan en de processen over de uitvoering van de wet zeeën van tijd in beslag blijven nemen die beter besteed kan worden.



18 november 2012

Advocaat de mond gesnoerd


Dertig jaar nadat heel Nederland uitliep in protest tegen de kernwapens voert Meindert Stelling nog steeds een juridische strijd tegen de aanwezigheid van deze massavernietigingswapens op Nederlandse bodem. Hij bestreed tot en met de Hoge Raad de rechtmatigheid van het opslaan van kernwapens. Tevergeefs, in december 2001 maakt dit hoogste rechtsorgaan een einde aan de aanklacht van de Juristen voor de Vrede door het rechterlijk oordeel over de rechtmatigheid van het gebruik van kernwapens te bevestigen. De acties tegen kernwapens zijn sindsdien buiten de publiciteit doorgegaan. En Stelling bleef als advocaat optreden voor activisten die voor de rechtbank moesten verschijnen vanwege inbraak en vernieling op de vliegbasis Volkel, waar de kernwapens liggen.

Stelling, voormalig beroepsmilitair, is er van overtuigd dat voorbereiding van het gebruik van kernwapens in strijd is met het oorlogsrecht en met mensenrechten. Het gaat hier immers om wapens die, zelfs als ze tegen een militair doel zijn gericht, grote gebieden totaal kunnen vernietigen met onnoemelijk veel burgerslachtoffers als gevolg. Oorlogsrecht verbiedt het gebruik van wapens die het onderscheid tussen militaire en burgerdoelen niet kunnen maken. De staat die deze wapens in de kast heeft stelt zijn burgers bloot aan groot gevaar en neemt een loopje met de plicht om zijn burgers te beschermen. Als iemand veroordeeld kan worden voor het in gevaar brengen van zijn buren door de opslag van explosieven of zelfs gewoon vuurwerk, mag de staat dan de levens van duizenden burgers op het spel zetten met kernwapens?  

Nederlandse rechters toonden zich tot nu toe niet gevoelig voor deze redenering. Toen Stelling in 2008 bij het Gerechtshof in Den Bosch ter verdediging van de Volkel-activisten van zijn hart geen moordkuil maakte en de rechterlijke macht tot en met de Hoge Raad beschuldigde van collaboratie werd hem het spreken verder onmogelijk gemaakt. Twee jaar later stond hij weer voor de Hoge Raad om deze beslissing aan te vechten, maar opnieuw ving hij bot. Het ontnemen van het woord aan een raadsman is een ordemaatregel, volgens de Hoge Raad, waartegen geen hoger beroep of cassatie mogelijk is. Stelling heeft zich inmiddels gewend tot het Europese Hof in Straatsburg om deze cassatie aan te vechten. Bij de Nederlandse rechter heeft hij dit jaar, opnieuw tevergeefs, getracht om hangende de zaak bij het hof in Straatsburg, de tenuitvoerlegging van de straf van de activisten (een boete en werkstraf) op te schorten.

Wat mocht Stelling niet zeggen in Den Bosch? Volgens de uitspraak door de Hoge Raad  (LJN: BJ9897, Hoge Raad , 08/01048) sprak hij over "de schaamteloze serviliteit van de Hoge Raad ten opzichte van een misdadige politieke leiding, die vasthoudt aan de nucleaire systeemmisdaad". Een forse politieke uitspraak die de Hoge Raad zeker als een belediging kan opvatten. Maar wie moet daarover oordelen en op welke grond? Als er sprake is van een strafbare belediging zou je verwachten dat er een aparte rechtszaak van wordt gemaakt. Nu is door de voorzitter van het Bossche hof een disciplinerende maatregel genomen zonder verwijzing naar een in de strafwet vastgelegde grens voor de vrije meningsuiting. En de Hoge Raad, de beledigde instantie zelf, is kennelijk de enige plek waar een advocaat zijn gelijk mag proberen te halen. Intussen zijn de verdachten beroofd van hun verdediging. Voor een leek is dit niet makkelijk te volgen.

De vrijheid van een advocaat om zijn woorden te kiezen in de verdediging van zijn cliënten staat hier tegenover de noodzaak van onderling respect van verschillende partijen in een rechtszaak. Ook een advocaat of een officier van justitie kan een grens overschrijden. Ik herinner me een zaak waarin het OM zich openlijk racistisch uitliet over verdachten. De belediging die Stelling de kop kostte is een politieke uitspraak over de rechterlijke macht die in zijn ogen niet onafhankelijk heeft geopereerd in de uitspraak uit 2001. Mag je als advocaat een in jouw ogen zeer omstreden uitspraak van het hoogste rechtscollege niet meer aanvechten in een nieuwe zaak? Zou Stelling ook het woord ontnomen zijn als hij zijn uitlating had gedaan in een artikel in de krant of in een juridisch tijdschrift? Is het bij de huidige regels in de rechtspraak niet al te eenvoudig om advocaten met onwelgevallige standpunten of fors aangezette uitdrukkingen de mond te snoeren? Ik ben benieuwd wat ze daar in Straatsburg over te zeggen hebben.



13 november 2012

De strafbaarheid van digitale pesterijen

De zelfmoord van de 20e jarige Tim Ribberink heeft een nieuwe impuls gegeven aan de discussie over de strafbaarheid van pesten en dan met name het pesten via digitale kanalen. De ouders namen zijn afscheidsbrief op in de rouwadvertentie. In die brief schreef Tim dat hij zijn hele leven lang was "bespot, getreiterd, gepest en buitengesloten." De ouders hebben bij de politie melding gedaan van twee incidenten. Een politiewoordvoerder zegt vanwege de gevoeligheid van de zaak hier weinig over te willen zeggen. Ze laat weten dat pesten in principe moeilijk te bestraffen is. Een verder onderzoek is onwaarschijnlijk.

Pesten kan heel vervelend zijn, maar is op zich niet strafbaar. Beledigen, bedreigen of belagen kan dat wel zijn (art. 261,262, 266, 284 en 285b van het Wetboek van Strafrecht). Maar is pesten dan niet beledigend? En kan er geen dreiging uitgaan van het eindeloos sarren en treiteren? De nuances zullen velen ontgaan. Het digitale pesten roept daarnaast wel nieuwe vragen op. De impact van scheldpartijen via de zogenaamde sociale media is groter dan het naroepen van iemand op straat of voetbalveld. Het publiceren van vervelende of onaardige foto's of filmpjes van iemand tast niet alleen zijn of haar privacy aan. Het kan iemands leven voor lange tijd verzieken. De digitale omgeving maakt een pesterige uiting al snel bedreigend, jaagt angst aan en kan mensen echt diep raken. Vooral omdat het pesten doorgaans anoniem gebeurt. En dat is ook een verschil met onheuse bejegeningen op het voetbalveld. De digitale context maakt het pesten tot een nieuw fenomeen met consequenties die veel verder kunnen gaan dan het ouderwetse pesten. Zo leidde een filmpje waarin een meisje werd gepest door een ander meisje in België afgelopen zomer tot een soort publieke terechtstelling. 

In de NRC pleit de Amsterdamse advocaat Richard van der Weide vandaag voor het strafbaar maken van pesten zonder meer. Hij stelt voor aan te haken bij de strafbaarheid van "belaging" (art. 285b WvSr). Hij realiseert zich dat de omschrijving van het delict niet eenvoudig zal zijn. Het zou zoiets moeten worden als "het gedurende lange tijd op zeer hinderlijke, offensieve wijze en zonder toestemming inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer." De leeftijdsgrens voor strafbaarheid wil hij op 10 jaar leggen omdat kinderen vanaf die leeftijd moeten weten wat ze met hun gedrag kunnen aanrichten.

Als structurele en duidelijk schadelijke pesterijen ook nu al aangepakt kunnen worden met het bestaande strafrecht, dan is de vraag of nieuwe wetgeving noodzakelijk is. Het lijkt mij dan veel beter als er meer werk wordt gemaakt van handhaving en publiciteit rond de opsporing en berechting van degenen die over de schreef zijn gegaan. Het misbruik van de nieuwe, digitale media geeft daar inmiddels voldoende aanleiding voor. Pesten is moeilijk te definiëren en -zeker op het internet- nog moeilijker te bewijzen. Maar als iemands leven volledig kapot wordt gemaakt door het aanhoudend beledigen, bedreigen en aantasten van de persoonlijke levenssfeer mag je toch verwachten dat de staat niet werkeloos blijft toezien.