30 maart 2008

De angst voor het vrije woord


Fitna is een ouderwetse propagandafilm die angst wil oproepen voor de islam. Ieder weldenkend mens prikt daar al snel doorheen, zou je zeggen, maar zo eenvoudig ligt dat niet (meer) in Nederland. De rede lijkt het, als het over de islam gaat, te winnen van het onderbuikgevoel. En in deze context kan de opzettelijke koppeling tussen de getoonde gruweldaden en de groei van het aantal islamieten in Nederland opgevat worden als een vorm van haatzaaien tegen een groep op grond van hun godsdienst. Dat is strafbaar en ik ben benieuwd of het OM er ook zo over denkt.
Fitna roept angst op voor de islam. Minstens zo verontrustend vind ik het dat de maandenlange mediahype voorafgaand aan de publicatie laat zin dat er in Nederland ook een angst is voor het vrije woord.
Angst voor het vrije woord is dodelijk voor een democratie. Een democratie bestaat bij de gratie van de ruimte om vrij en zonder bedreiging gedachten, meningen en gevoelens uit te kunnen wisselen. Juist over lastige onderwerpen, problemen, maatschappelijke knelpunten. De angst voor economische schade en maatschappelijk oproer is tot grote hoogte opgezweept. Een zakelijk debat met een scheiding van redelijke argumenten en primitieve gevoelens hebben we node gemist. In de media lijkt alleen gevoel te scoren. Angst oproepen trekt aandacht en "als wij het niet doen doet de concurrent het wel".
Daar hoort een regering boven te staan, toch? Deze regering doet dat in elk geval niet. Balkenende heeft zich laten meeslepen door de angst voor de gevolgen van het vrije woord. Hij heeft afstand genomen van Wilders' standpunten. Maar hij gaf tegelijkertijd met vage suggesties over een naderende crisis volop voeding aan het angstgevoel dat Wilders nu juist wil kweken. Over de agenda van Wilders, het welbewust onrust stoken in eigen land, en de opzettelijke provocatie van fundamentalisten en nationalisten in islamitische landen, stelt hij, evenals de meeste andere politici, geen vragen. Ik ben benieuwd welk kamerlid komende week in het aangekondigde debat een poging gaat doen om de werkelijke drijfveren van Wilders bloot te leggen.
Deze christelijk-sociale regering is vooral bezorgd over het kwetsen. De problematiek wordt gedefiniëerd in moralistische termen. Het gaat over cultuur, fatsoen. Terwijl de staat zich terugtrekt van een groot aantal beleidsterreinen met alle gevolgen van dien (zie b.v. de problemen met de vleeskeuring) bemoeit ze zich meer en meer met het terrein van de geest, de gedachten en de gevoelens. Het wordt tijd voor een politiek programma voor privatisering van de cultuur, de moraal, de gedachtenwereld, de kunst. En dat programma begint bij het wegnemen van de beklemming en de angst rond de vrijheid van meningsuiting.

,

13 maart 2008

PvdA vindt symbool meer waard dan principe


De PvdA zegt net als de (niet-christelijke) oppositie dat het obsolete verbod op godslastering opgeheven kan worden. Maar de partij wil geen gedonder in de coalitie en laat het aan het kabinet over om een datum te prikken. Met de christelijke coalitiepartijen zal dat dus niet gebeuren. Die vinden het een onmisbaar symbool van respect voor gelovigen. Dat gelovigen een streepje voor hebben bij deze regering wil Hirsch Ballin verbloemen met zijn aanbod om te onderzoeken of het verbod op godslastering uitgebreid kan worden tot niet-godsdienstige overtuigingen. God bewaar me! Nog verdere aantasting van de vrijheid van meningsuiting? Straks wordt GroenLinks nog verboden na een aanklacht van mensen die de auto als een heilige koe behandelen. "U krenkt mij in mijn geloof..."
Het opportunisme van de PvdA is even stuitend als in het geval van de weigering mee te werken aan een onderzoek naar de besluitvorming rond de Irak-oorlog. In het geval van de godslastering wordt er dan ook nog op onverantwoorde wijze gesjoemeld met een grondrecht dat in de sociaal-democratie vanaf het begin voorop heeft gestaan: gelijke behandeling. Is er nog enig besef voor de geschiedenis in deze partij?
Het argument 'nu even niet' werd eerder al in 2004, vlak na de moord op Theo van Gogh, door de PvdA (maar ook door GroenLinks) gehanteerd om opheffing uit te stellen. Het laat zien dat het grondwettelijke recht op vrijheid van meningsuiting nog steeds niet losgekoppeld kan worden van de situatie en het incident. Moeten we in het geval van dit grondrecht niet juist afzien van allerlei korte termijn belangen en door de situatie van het moment ingegeven redenen? Heeft de PvdA nog principes?
Trouw-journalist Willem Breedveld komt de PvdA te hulp met het argument dat afschaffing van het verbod op godslastering op dit moment een volkomen verkeerd signaal geeft aan de islamitische wereld. Het lijkt dan, zegt hij, alsof we de rode loper willen uitleggen voor de godslasterlijke film van Wilders. Toch is ook hij voor opheffing van het verbod omdat het een onmogelijk artikel is.
Dank aan Geert Wilders dus voor het oplossen van dit coalitieprobleem. Maar: wat gebeurt er nu als Wilders' film straks door moslims opgevat wordt als godslasterlijk en als zij een beroep doen op artikel 147? Wat moet de rechter dan doen, mijnheer Breedveld? Een onmogelijk artikel toch toepassen om de islamitische wereld gerust te stellen? Laten we de gang van zaken in de Nederlandse rechtsstaat zo door andere landen beïnvloeden? En hoe moet het dan ná de film verder? Wanneer kan artikel 147 dan wel afgeschaft worden? Waarom zal afschaffing nu wel en later geen problemen opleveren vanwege gekwetste gevoelens in de islamitische wereld? Denkt hij dat men daar deze 'truc' niet door heeft? Breedveld lijkt verstandig, maar is hij in feite niet kortzichtig?

,

01 maart 2008

Er valt nog veel te leren over democratische rechten


In Nova vroeg Twan Huijs gisteravond aan een Iraans parlementslid of hij begreep dat de Nederlandse regering de film van Wilders niet vooraf kan verbieden. Dat begreep hij niet. Hij zei: als ik in Nederland ben en ik word daar aangevallen, fysiek bedreigd en beledigd, dan vertrouw ik er op dat de Nederlandse regering mij beschermt. Een verschil tussen fysiek geweld en belediging wilde hij niet maken. En dat moeten we toch wel degelijk maken.

Fysiek geweld gebruiken tegen een ander is strafbaar. Maar als we een belediging op dezelfde manier strafbaar zouden stellen is er geen vrij debat meer mogelijk. Er zijn wel grenzen aan belediging, maar dat bepaalt de rechter achteraf. Vooraf dreigen met sancties op belediging komt in feite neer op anderen op voorhand de mond snoeren omdat je bang bent dat je positie wordt aangetast. In een democratie moeten echter alle posities op elk moment bekritiseerd kunnen worden in een vrij en onbedreigd debat. En we mogen in een democratie verwachten dat de overheid daar pal voor staat en elke aantasting van het vrije debat verhindert. Alexander Pechtold zei in dezelfde Nova-uitzending terecht dat de regering zich al dan niet in EU-verband beter tot potentiële bedreigers van het vrije woord kan richten om uit te leggen hoe de wet hier in elkaar steekt dan tot de Nederlandse bevolking (alhoewel…snapt iedereen het hier eigenlijk wel?).

Balkenende heeft gisteren namens de Nederlandse regering een vaag beroep op ieders verantwoordelijkheid gedaan. Zijn voornaamste zorg betrof de schade die Nederlanders en Nederlandse eigendommen in het buitenland op zouden kunnen lopen. Met het oproepen van angst voor de reacties in moslimlanden heeft hij de voornaamste stelling van Wilders bevestigd. De film is hiermee in feite al overbodig geworden. Over de schade aan het vrije debat was hij niet erg duidelijk. Ook kwam hij niet expliciet op voor het recht van mensen om onbedreigd hun mening te uiten. De werkgeversvoorzitter Wientjes was daarin veel duidelijker. Die had geen enkele boodschap aan de vrijheid van meningsuiting en riep Wilders op te stoppen om ongelukken te voorkomen. De vrijheid van meningsuiting gaat zo ver als mijn portemonnee het toelaat. Waarom riep Wientjes de regering niet op om maatregelen te nemen? Naast Iraanse parlementsleden hebben dus ook werkgevers nog iets te leren over democratie.

En ook Wilders zelf, tenslotte, mag aanschuiven in het democratie-klasje. Zijn interpretatie van de vrijheid van meningsuiting is namelijk nogal eenzijdig. Je hebt het recht om je te uiten, maar dat is natuurlijk geen recht voor Wilders privé. Het is een publiek recht, voor iedereen. Dus de andere kant van de medaille is dat je met dit recht ook de plicht hebt uitingen van anderen te tolereren, in het bijzonder ook die uitingen waar je het helemaal niet mee eens bent. En daar wringt de schoen bij de Partij voor de Vrijheid. Iedereen wordt getolereerd behalve…..Wilders en zijn aanhangers moeten dus leren dat democratie gebaseerd is op respect voor de standpunten van anderen en de vrijheid om daar voor op te komen. En op een open en onbedreigd debat over die standpunten. Het is ongelooflijk hoe gemakkelijk Nederlandse politici en de media genoegen nemen met het feit dat Wilders weigert om met wie dan ook in het openbaar in debat te gaan. Zou je niet beter kunnen ophouden met praten over die man totdat je met hemzelf in debat kunt gaan? Ik stop.


,

26 februari 2008

Een blote oude dame en het politieke debat


De reclamecodecommissie vindt het spotje van de SP over de thuiszorg toelaatbaar. Er waren 14 klachten binnengekomen (en volgens de SP duizenden adhesiebetuigingen). Dat een oude dame zich op tv uitkleedt was volgens de klagers misleidend, smakeloos en angstaanjagend. De RCC vindt de beelden ontluisterend, maar de dame wordt in haar waarde gelaten. "De SP heeft, met deze uiting de grens van het toelaatbare, in het bijzonder die van de goede smaak en het fatsoen opgezocht, maar heeft deze, mede gelet op de hem toekomende vrijheid van meningsuiting, niet overschreden." En dat er geen sprake is van misleiding heeft Agnes Kant ook voldoende duidelijk kunnen maken.
Het CDA en de PvdA hebben zich kritisch uitgelaten over het spotje van hun politieke concurrent. Volgens de SP hoopte het CDA op een verbod door de RCC. De PvdA spreekt over 'misbruik van ouderen'. Dit zijn verontrustende geluiden. In plaats van het politieke debat aan te gaan over de thuiszorg wordt de verpakking van dit politieke statement veroordeeld. Dat is in strijd met de principes van het vrije politieke debat. Een oude truc: niet ingaan op de inhoud, maar via de vorm het debat ontwijken. Of: door de vorm ter discussie te stellen proberen te verhinderen dat de boodschap doorkomt. En juist daarom is een democratie gebaat bij een maximale vrijheid van meningsuiting. Zodat het uiteindelijk om de inhoud kan gaan en niet om de vorm of de smaak.
,

14 februari 2008

Waarom moet Hirsi Ali beschermd worden?


Als Frankrijk en de EU nu bescherming gaan bieden aan een Nederlandse, die vanwege haar opvattingen met de dood wordt bedreigd, omdat Nederland niet bereid is haar tegemoet te komen, is dat een schande. Zou je zeggen. Niet volgens de overgrote meerderheid van het publiek van Stand.nl. Bijna driekwart van de mensen die reageerden op deze stelling van maandag j.l., vond het helemaal geen schande (ondanks de uitstekende verdediging door Kathalijne Buitenweg). De teneur van veel reacties was: we hebben het gehad met Ayaan, ze heeft het er zelf naar gemaakt, als ze naar de VS wil moet ze het daar zelf maar uitzoeken, etc. Het schaamrood schiet je naar de kaken.
Waarom moet Hirsi Ali beschermd worden? Niet omdat we haar zo graag mogen, toch? Uiteindelijk gaat het om de bescherming van het vrije woord, een grondrecht, een gedachtegoed. In een democratische rechtsstaat mag je als burger verwachten dat de staat je niet alleen de vrijheid geeft om je mening te uiten, maar ook dat je onvoorwaardelijke bescherming geniet tegen elke bedreiging van die vrijheid.
Deze regering heeft -met instemming van de VVD en de PVV- twijfel gezaaid over haar bereidheid die bescherming te bieden. Die twijfel staat in schril contrast met de manier waarop Franse politici, inclusief de staatssekretaris voor mensenrechten Rama Yade, zelf moslima, haar steun hebben toegezegd. Natuurlijk moeten ze het allemaal nog waarmaken. Maar de zelfverzekerdheid waarmee politici buiten Nederland opkomen voor fundamentele rechten zou de meerderheid van de zuinige Nederlandse politici en de discussianten op Standpunt.nl toch aan het denken moeten zetten.
,

02 februari 2008

De rituele dans van Rouvoet


In Trouw wijdt Hans Goslinga een beschouwing aan het rumoer rond de voorgenomen uitzending van de pornofilm 'Deep Throat' en de wisselende reacties van leden van het kabinet. Rouvoet's aankondiging van een onderzoek naar een uitzendverbod was natuurlijk een 'slag in de lucht' schrijft hij. De minister kent de regels en weet dat de regering niet vooraf mag ingrijpen. Dat hij als minister een moreel appèl op BNN deed is al op het randje, zou ik zeggen. Het is natuurlijk vooral een signaal aan de eigen achterban die nog niet heeft leren omgaan met de vrijheid van meningsuiting.
Maar daar zit nu juist het probleem. Rouvoet, alle kamerleden van de ChristenUnie en ook die van de SGP kennen de wet heel goed. En toch vragen ze als het hen uitkomt steeds weer naar de bekende weg. Dat gaat zowel in het geval van pornografie als wanneer men iets godslasterlijks waarneemt. Het optreden van Madonna in 2006, die aan het kruis een liedje zong in de Amsterdamse Arena is een voorbeeld. De RVU-uitzending 'God bestaat niet' (2005) is een soortgelijk geval. De kamerleden van de kleine christelijke partijen (onder Paars gesteund door het CDA) zijn verontwaardigd, stellen vragen en dringen aan op een verbod. De regering antwoordt net als Balkenende deze week dat daar geen mogelijkheden voor zijn. Volgen citaten uit de wet. Een kwestie van copy-pasten voor de ambtenaren. Typerend is de reactie van CU fractievoorzitter Slob vorig jaar na de mislukte poging van zijn lokale Utrechtse partijgenoot om de gigantische poster met gouden bikini van Hünkemöller verwijderd te krijgen. "We moeten het de volgende keer wat beleidsmatiger aanpakken", zei hij. Want we hebben natuurlijk wel gelijk, hoor je hem er achter aan denken.
Voor de achterban doen de kamerleden hun best. De SGP moppert vandaag nog wat na in het Reformatorisch Dagblad . Ze hadden gehoopt dat er een andere wind zou gaan waaien in dit christelijk-sociale kabinet. De vraag die deze rituele dans van de orthodoxe christenen oproept is echter of zij er niet beter aan zouden doen om hun achterban uit te leggen hoe de wet in elkaar steekt. Dat morele bezwaren van één bepaalde groepering in onze rechtsstaat niet onmiddellijk kunnen leiden tot wettelijke beperkingen. Waar het bij de vrijheid van meningsuiting, de pers- en de omroepvrijheid werkelijk om gaat: de vrijheid om te communiceren zonder gehinderd te worden door staatsingrijpen. En om de ruimte voor álle opvattingen en stromingen, de tolerantie die van ieder gevraagd wordt om opvattingen en beelden te verdragen ondanks de bezwaren die je er tegen hebt.
Rouvoet c.s. kennen de wet en de onderbouwing daarvan. Toch laten ze zich keer op keer verleiden tot 'een slag in de lucht'. Onwetendheid is het niet. Zijn ze hardleers misschien? Of is het een teken van een heimelijk verlangen om, is het niet links- dan wel rechtsom, belangrijke verworvenheden van de Nederlandse rechtsstaat te mogen afschaffen?
,

27 januari 2008

Geert heeft zijn doel al bereikt


In Trouw van vrijdag j.l. schrijft defensiespecialist en Nova-commentator Rob de Wijk dat de vrijheid van Wilders om een film over de islam te maken ingeperkt moet worden. De belangen zijn te groot, schrijft hij. Hij waarschuwt voor een terugslag bij het winnen van het vertrouwen in Uruzgan als deze film doorgaat. Ook de nationale veiligheid, de economische belangen van Nederlandse bedrijven en de politieke en sociale stabiliteit in Nederland zijn in gevaar. Als de regering consequent is moet ze ingrijpen, zegt de Wijk. "Deze film heeft weinig met de vrijheid van meningsuiting te maken," meent hij. Volgens het EVRM mag de vrijheid van meningsuiting worden ingeperkt als de nationale veiligheid in het geding is. En dat is hier het geval, zegt deze hoogleraar Strategische Studies. Zonder ook maar een beeld van de film gezien te hebben. De waarde die hij aan dit grondrecht hecht zal niet erg hoog zijn. Van afweging van belangen is geen sprake.
De Wijk capituleert bij voorbaat voor de mogelijke dreiging uit één hoek. Over de gevolgen van repressie van de Partij voor de Vrijheid (jawel!), rept hij niet. Hij maakt vooral de buitenlandse dreiging spannend zonder daarvoor concrete aanwijzingen te geven. In feite bevestigt hij het beeld van de angstige volgelingen van Wilders: Nederland loopt gevaar en de islam is verantwoordelijk.

Geert Wilders hoeft na zulke verhalen geen film meer te maken. De film die hij voor ogen had voltrekt zich sinds de aankondiging voor onze ogen. De crisissfeer die de laatste weken in reactie op zijn plannen is opgebouwd kan alleen maar tot de conclusie leiden dat er een groot gevaar schuilt in de radicale islam. Met dank aan Balkenende, De Wijk en de opgefokte media is het bewijs voor wat Wilders met zijn film duidelijk wilde maken inmiddels wel geleverd. De radicalisering van angstige autochtonen is verder toegenomen. Geert heeft zijn doel bereikt. Ik voorspel dat hij binnenkort komt met een nieuwe provocatie en dat we die film nooit zullen zien.
,

14 januari 2008

Extremist


Betrokkene zelf vindt dat er geen grenzen overschreden zijn. Toch meent het OM in Amsterdam dat Wilders niet als extremist betiteld mag worden. Collega-kamerlid Tofik Dibi werd er gisteren voor gearresteerd nadat de politie, die kennelijk ook twijfels had, bij het OM om raad had gevraagd. Daar was de redenering dat een Tweede Kamerlid beschouwd moet worden als een ambtenaar in functie en dat belediging dus mogelijk strafbaar is, ook al maakt het 'slachtoffer' er zelf geen punt van.
Het OM slaat door. Dit is duidelijk een belemmering van het vrije politieke debat die geen enkele kans maakt om bestraft te worden. Er is geen sprake van bedreiging met geweld, een grond waarvoor een paar jaar terug iemand veroordeeld is die dreigende taal gebruikte in de richting van Verdonk. Het OM laat zich hier veel te veel beïnvloeden door de hype rond Wilders. Het lijkt erg veel op de mediahype rond Verdonk ruim twee jaar geleden na de brand op Schiphol. De Amsterdamse politie haalde toen spandoeken weg, een actie die later door de rechter moest worden gecorrigeerd. Het zou interessant zijn om na te gaan of het nu om dezelfde functionaris gaat die de politie heeft geadviseerd op te treden tegen Dibi c.s.
Overigens heeft de Amsterdamse politie een naam op dit gebied. Een groot aantal arrestaties tijdens het huwelijk van Alexander en Maxima bleek bij nader inzien onterecht. In 2005 werd raadslid Jupijn Haffmans opgepakt tijdens het uitdelen van folders met kritiek op commissaris Welten. Die zaak werd afgedaan met excuses. Maar de vraag is wat men in Amsterdam inmiddels geleerd heeft over de vrijheid van meningsuiting. In Utrecht stond zaterdag j.l. op de Stadhuisbrug ook een demonstrant tegen Wilders. Voor zover ik weet is hij met rust gelaten.

De hype rond Wilders blijft de journalistiek opjagen. Vrijdagavond organiseerde NOVA een discussie over de vraag hoe de media zouden moeten omgaan met een anti-islamitische film die Wilders heeft aangekondigd. Voordat iemand ook maar iets gezien heeft. Het is de droom van de marketingmanager die maar al te graag de spanning wil opvoeren bij de lancering van een nieuw product. Dat journalisten voor deze verleiding bezwijken is tegenwoordig niet meer uitzonderlijk, dat een vrijzinnig iemand als Hans Dijkstal er aan meewerkt valt tegen.
Ernstiger is het dat het kabinet bij de aankondiging van de film officieel zijn zorgen kenbaar gemaakt heeft. Maar liefst drie ministers hebben een gesprek gehad met Wilders (Verhagen zegt op verzoek van Wilders zelf). Zij deden alle een beroep op zijn verantwoordelijkheid. In de grondwet staat: niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Het is aan de rechter om dat laatste achteraf te toetsen, niet aan de regering om daarmee vooraf te dreigen. Dit is allemaal koren op de molen van Wilders. Hij zal dan ook blij zijn dat het OM in Amsterdam zich bij de hype heeft aangesloten.

,

29 december 2007

Strafbare bedoelingen


Gisteren werd een 19-jarige man uit Utrecht door het Gerechtshof in Den Bosch veroordeeld tot 200 euro boete omdat hij een politieagent 'homo' had genoemd. Hij gaf toe dat het zijn bedoeling was te beledigen en dat gaf voor de rechter de doorslag. Het gaat niet om het woord zelf en de betekenis die daaraan gehecht kan worden, maar om de opzet van het beledigen. Of zoals NRC Handelsblad vandaag schrijft: Het ging niet om het woord maar om het gebruik ervan.
De politie maakt volgens ANPV-voorzitter Tournier in dit soort gevallen 'bewust' een onderscheid tussen iemand die uit zijn dak gaat bij een bekeuring en de echte 'treiterkoppen'. In het laatste geval moet volgens hem een belediging, los van termen die gebruikt worden, bestraft worden. "Het gaat er om dat mensen met hun handen en hun mond van de politie af dienen te blijven".
Een interessante visie in het licht van de uitingsvrijheid. Dat ook agenten uit hun dak kunnen gaan bij een belediging wordt niet vermeld. En waar ligt de grens tussen een woedende reactie op politieoptreden en 'echt treiteren'? De rechter zal het nog moeilijk krijgen. Opzet is een voorwaarde voor strafbaarheid. Maar hoe toon je aan dat iemand de heel bewuste bedoeling heeft te beledigen? En dan zal toch de 'uitvoering' van die bedoeling ook in het verhaal betrokken moeten worden. Alleen de intentie kan toch niet strafbaar zijn. Doet de manier waarop iemand een agent uitscheldt er dan helemaal niet meer toe? De willekeur ligt hier om de hoek.
Het beledigen van individuen vind ik alleen strafbaar in uiterste gevallen, bijvoorbeeld als de belediging gepaard gaat met een ernstige dreiging van geweld. Gezagsdragers moeten echter rekening houden met het feit dat de uitoefening van het gezag een reactie oproept waarin belediging voor kan komen. De politie heeft het exclusieve recht gekregen dwang uit te oefenen om de orde te handhaven. De tegenreactie moet daarbij ingecalculeerd worden. Dat agenten zich arrestanten van het lijf willen houden lijkt me heel redelijk. Maar de mond snoeren?

,

08 december 2007

De waarheid volgens Bot, Balkenende en Bos


Ex-minister Bot geeft toe dat hij een paar jaar geleden bezweken is voor Balkenende toen hij zijn kritiek op de oorlog in Irak ter wille van het coalitiebelang inslikte. Balkenende gunde het de toenmalige oppositiepartij PvdA niet dat een Minister van Buitenlandse Zaken zei wat voor iedereen al lang duidelijk was: er waren geen fatsoenlijke argumenten te vinden voor de Amerikaanse invasie in Irak en de deelname van Nederland aan deze oorlog.
Het vervolg kennen we. Ook de PvdA bezweek voor Balkenende toen er een nieuwe regering gevormd moest worden. Er kwam geen onderzoek naar de manier waarop Nederland deze oorlog was "ingerommeld". Nu zegt de PvdA dat de opmerkingen van Bot geen aanleiding vormen om daarop terug te komen. Inmiddels wordt gewerkt aan het besluit om de Uruzgan-missie te verlengen. Dat zal er waarschijnlijk toe leiden dat over enkele jaren Koenders in de NRC een bekentenis moet gaan doen. Enzovoort. Wordt er nog nagedacht daar in Den Haag over het herstel van het vertrouwen van burgers in de politiek?
,

06 december 2007

Ongelukkige suggesties


De oproep van Terpstra om nee te zeggen tegen de 'kwade boodschap' van een bekende politicus pakt al even ongelukkig uit als de weigering van museumdirecteur van Krimpen om foto's van homo's met maskers van religieuze figuren tentoon te stellen. De ongetwijfeld goede bedoelingen van Terpstra en Van Krimpen worden maar al te gemakkelijk verdraaid tot pogingen om de uitingsvrijheid te beperken. En de politicus maakt daar natuurlijk dankbaar gebruik van. Het debat zit op slot, iedereen zit in de loopgraven en er wordt weer met scherp geschoten. Het kwaad in de boodschap komt niet meer ter discussie en de positie van homo's in Iran al helemaal niet.
Het probleem is dat elke suggestie van beperking of dwang in het politieke debat een tegenreactie oproept in de trant van: waarom mag dit niet en dat wel? Je verliest het altijd. Er zijn natuurlijk wettelijke beperkingen, ook voor het politieke debat, en er zijn regels om die toe te passen. Maar een film die nog niet gemaakt is kun je moeilijk aan een rechterlijk oordeel onderwerpen en de foto's waren ook nog niet tentoon gesteld. Als je ze dan om openlijk politieke redenen weigert, zoals Van Krimpen deed, dan vraag je om problemen
Het lijkt me overigens zeer onwaarschijnlijk dat een rechter de foto's met de maskers van de Iraanse Sooreh Hera zou verbieden. Ze zijn misschien wel kwetsend voor gelovige moslims, maar aanzetten tot haat en geweld tegen een godsdienstige groepering kan ik er toch moeilijk in zien. Het is een politiek statement, dat wel. Kunstzinnig vormgegeven, maar zoiets moet toch kunnen in een museum. Niemand wordt er onverhoeds mee geconfronteerd. Je hoeft het niet te zien. Maar de kunstenares moet zo'n statement wel kunnen maken.
In de NRC schrijft Hedi de Vree, freelance journalist in Jordanië, dat we in Nederland meer op de wet moeten vertrouwen om problemen op te lossen en niet moeten handelen uit angst. In plaats van te proberen een rotfilm te voorkomen doet het kabinet er beter aan uit te leggen waarom er in Nederland ook rotfilms gemaakt en getoond mogen worden. Of discutabele kunstwerken in een museum mogen hangen. Nu mijden we de discussie en geven daarmee ook het signaal af dat we zo'n discussie eigenlijk niet mogelijk achten. Een belediging voor de meerderheid van moslims die zich gekwetst zou kunnen voelen, zegt de Vree terecht. En, voeg ik er aan toe, weer een bijdrage aan het vergroten van de kloof en een gemiste kans op een maatschappelijk debat. Zie ook de uitzending van Nova van 7 december
,

01 december 2007

Godsdienstkritiek: hoe ver mag je gaan?


In de EU is overeenstemming bereikt over de strafbaarstelling van racisme en vreemdelingenhaat.Het publiekelijk aanzetten tot geweld of haat tegen personen op grond van ras, huidskleur of godsdienst is straks in alle lidstaten strafbaar. Het ontkennen van de holocaust wordt strafbaar wanneer het beoogt aan te zetten tot haat of geweld. Met die laatste toevoeging, meent Kathalijne Buitenweg, is een goed compromis gevonden tussen de vrijheid van meningsuiting en racismebestrijding.
Bij de discriminatiegronden wordt, net als in het Nederlandse strafrecht, godsdienst in een adem genoemd met ras en huidskleur. Dat is niet vanzelfsprekend. Ras en huidskleur zijn aangeboren, onveranderlijke gegevens. Godsdienst gaat over opvattingen en gevoelens die mensen hebben en die ook veranderen. Het aanzetten tot haat en geweld tegen mensen uitsluitend omdat ze bepaalde opvattingen of gevoelens hebben is terecht strafbaar. Maar het bekritiseren van opvattingen of het spotten met gevoelens kan toch niet verboden worden als we de vrijheid van meningsuiting serieus nemen. De vraag is dus wanneer godsdienstkritiek de grens passeert van het aanzetten tot geweld of haat tegen een bepaalde bevolkingsgroep.
Islamofoben roepen voortdurend deze vraag op. De film die Wilders wil gaan maken over de islam (met het 'succes' van Submission in gedachten) gaat volgens sommigen zonder ook maar een beeld gezien te hebben zeker over de grens. Zo roept Doekle Terpstra in Trouw op om Nee te zeggen tegen de 'kwade boodschap' van Wilders. Terpstra heeft gelijk als hij schrijft dat Wilders telkens over de ruggen van moslims een podium voor zichzelf creëert, als een splijtzwam fungeert en bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet. Toch kan met zo'n voorbarige reactie gemakkelijk de indruk ontstaan dat kritiek op de islam in dit land niet mogelijk is. Sylvain Ephimenco vraagt zich in reactie op Terpstra af waarom deze zich niet druk heeft gemaakt over de film van Jan van Friesland ‘Het evangelie van Caesar’, een 'blasfemische' film waarin beweerd wordt dat Jezus niet heeft bestaan. Uiterst hard en kwetsend voor miljoenen christenen, meent Ephimenco. Maar christenen roepen geen moord en brand bij zo'n film. Het is de vrees voor de reactie van islamieten waarom Terpstra de pen oppakt, meent Ephimenco.
Nu is 'hard en kwetsend' wel iets anders dan aanzetten tot geweld en haat. Dus deze redenering lijkt mij dubieus, maar ik heb de film van Van Friesland niet gezien, dus laat ik voorzichtig zijn. Waar het om gaat is dat een onderscheid gemaakt moet worden tussen religiekritiek (hoe ongenuanceerd die ook is) en daadwerkelijk aanzetten tot haat en geweld, ongeacht om welke religie het gaat. Het idee (of het waar is of niet) dat voor de ene religie andere normen gelden dan voor de andere is een grote bron van frustratie. Dat is waar Wilders op speculeert. En frustratie kan uiteindelijk uitmonden in geweld. In die zin heeft Terpstra's oproep, hoe terecht ook, toch een risico.
,

26 november 2007

Hoezo toestemming van de gemeente?


Wethouder Arriën Kruit (PvdA) van Amersfoort heeft toestemming gegeven voor het optreden van de omstreden opera-zanger Johan Heesters (103) in theater De Flint. Een opmerkelijke stap, zeker gezien de inhoudelijke motivatie van de wethouder: Heesters heeft geen misdaden begaan en je moet het de man niet blijven nadragen dat hij ooit voor de nazi's optrad. Het argument is niet zozeer opmerkelijk als wel het feit dat een wethouder, een vertegenwoordiger van de overheid, een dergelijk oordeel geeft. Dat hoort de wethouder namelijk niet te doen. Sinds 1977 mag de lokale overheid theaterproducties niet meer verbieden op inhoudelijke gronden. En dat betekent uiteraard ook: niet goedkeuren. De wethouder had de weifelende theaterdirecteur die gedekt wilde worden door de overheid de deur moeten wijzen. Nu suggereert het college dat Heesters onder zijn auspiciën triomfen mag vieren. Want zo zal het gaan. Eindelijk gerechtigheid, zal Johan zingen. Met dank aan de wethouder, die niet heeft nagedacht over zijn bevoegdheden inzake de uitingsvrijheid.
,

24 november 2007

Staat en geschiedschrijving


Koningin Beatrix heeft kritiek op twee historici die een boek schreven over haar voorvaderen, de koningen Willem I, II (foto) en III. De Rijksvoorlichtingsdienst spreekt van zeer selectief gebruik van de bronnen die ze met toestemming van de koningin konden inzien. Premier Balkenende vindt dat ze een buitengewoon eenzijdig beeld geven van de (over)grootvaders van Beatrix. De auteurs merkten in "De Leugen regeert" op dat de commotie vooral het gevolg is van selectieve perspublicaties. De koningin heeft in eerst instantie geen bezwaar gemaakt tegen publicatie van de bronnen uit haar archief.
De geschiedschrijving van het Koninklijk Huis laat andermaal zien dat de monarchie problemen oplevert voor het vrije verkeer van informatie. De toegang tot het Koninklijk Huisarchief was eerder een probleem. Nu moet er door de regering een standpunt worden ingenomen over de manier waarop dit archief wordt gebruikt. Beatrix zelf kan niets zeggen, ze kan de regering wel manen om voor de eer van haar familie op te komen. En dat is hoogst onwenselijk, want regeringen van een democratische rechtsstaat horen geen geschiedenis te schrijven. Dat gebeurt misschien wel in autoritaire regiems en éénpartijstaten maar daar willen we ons toch van distantiëren, dacht ik.
De vraag is of Beatrix er dan helemaal niets over had mogen zeggen als ze oprecht meent dat er een verkeerd beeld is gegeven. Staatsrechtelijk gezien zou ik zeggen: nee. Dat is de implicatie van de ministeriële verantwoordelijkheid gekoppeld aan de onwenselijkheid dat regeringen zich bemoeien met geschiedschrijving. Maar vanuit het perspectief van de vrijheid van meningsuiting is het natuurlijk bizar dat uitgerekend zij geen kritiek zou mogen leveren op een boek over haar eigen familie. Het grote probleem is dat deze kritiek nu aan historici het impliciete signaal geeft: wie zich met de geschiedenis van déze familie gaat bezighouden kan te maken krijgen met regeringsingrijpen. Zo is de Nederlandse monarchie in strijd met de uitingsvrijheid en met een gezonde, onafhankelijke geschiedschrijving.
,

10 november 2007

Gods gebod en de wet


De ChristenUnie zit in de verdediging vanwege uitspraken van het Amsterdamse deelraadslid Lont die homoseksuelen wil weren uit partijfuncties. Aan alle kanten wordt geprobeerd de schade te redden, maar sommigen maken het alleen nog maar erger. Zo hoorde ik iemand van de CU in een discussie op de radio serieus beargumenteren dat er van discriminatie geen sprake is zo lang men in de partij homoseksuelen niet discrimineert op hun geaardheid, maar wel op hun gedrag. Je mag het wel zijn, maar je mag het niet praktizeren.
De verdedigers van het CU-standpunt , zoals redacteur de Jong in het Reformatorisch Dagblad, doen ook een beroep op de vrijheid van meningsuiting en meer in het bijzonder op de godsdienstvrijheid. Mogen we dan niet getuigen van Gods woord dat homoseksualiteit zonde is? Als we niet mogen zeggen wat in de bijbel staat betekent dat een aantasting van de godsdienstvrijheid. Daar heeft de ChristenUnie wel een punt. Het getuigen, of hoe je het verkondigen van je geloof ook zou willen noemen, is niet strafbaar, tenzij het aanzet tot haat en geweld. Een vergelijking met misdadigers van kamerlid Van Dijke van de RPF, voorloper van deChristenUnie, kon in 1998 volgens de rechter nog wel door de beugel, maar daar dachten vele anders over. Ook de islamitische geestelijke El Moumni ontsnapte met zijn kwalificatie van homoseksualiteit als een ziekte die bestreden moest worden aan een veroordeling omdat de rechter deze uiting net als in het geval van Van Dijke zag als een geloofsuiting. Dubieus wat mij betreft. Als een uiting strafbaar is moet dat in alle gevallen gelden en dan horen geloofsuitingen niet uitgezonderd te worden. Maar de ChristenUnie zal daar met een beroep op de godsdienstvrijheid anders over denken.
Waar het uiteindelijk om gaat is het conflict tussen wat christenen of islamieten als een goddelijk gebod ervaren en wat er in de wet staat. Het is geen conflict tussen grondrechten, zoals De Jong suggereert, het gaat er om dat gelovigen moeten kiezen. Als je in een seculiere maatschappij politiek actief wilt zijn dien je je aan de wetten te houden, ook al zegt je religieuze overtuiging dat het eigenlijk anders moet. Maar niemand mag je beletten om te proberen die wetten te veranderen. Dus een politiek statement is niet strafbaar. De aanklacht van de VVD tegen Lont gaat te ver. Maar als de ChristenUnie Gods gebod boven de wet zou plaatsen en in praktijk zou willen brengen door homoseksuelen bij de selectie van bestuurders te discrimineren dan is een sanctie zonder meer gerechtvaardigd. Die bestuurders bekleden een openbare functie. De ChristenUnie kan dan niet doen alsof het om een private club gaat waarop eigen regelgeving (de soevereiniteit in eigen kring) van toepassing is.
In discussie met D66 kamerlid Boris van de Ham verdedigt De Jong zich met een beroep op de geestelijke vrijheid. Het denken is vrij. Inderdaad, maar het handelen is onderhevig aan wetten, burgerlijke wetten wel te verstaan, en -helaas voor de ChristenUnie- niet de goddelijke wetten. De ChristenUnie wil dat de samenleving gaat functioneren naar Gods wil, zo lezen we in de introductie op hun website. Dat streven is legitiem in een democratische samenleving. Maar voorzover de heersende wetten in strijd zijn met de goddelijke wetten mag de ChristenUnie de laatste toch niet ongestraft volgen. In dat opzicht is de positie van de ChristenUnie te vergelijken met die van orthodoxe islamieten over wie we zeggen dat ze niet voldoende geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving. De Jong beroept zich op de geschiedenis van zijn partij. "Partijen die jarenlang een respectabele bijdrage leverden aan het bestuur van ons land, worden dan plotseling nog slechts gedoogd. Niet doordat zijzelf veranderd zijn maar doordat het maatschappelijk klimaat is omgeslagen, krijgen zij van het ene op het andere moment het stempel van paria’s van de Nederlandse politiek, " schrijft hij in het Reformatorisch Dagblad.
Dat zijzelf niet veranderd zijn, daar ligt toch wel een probleem, daar kun je toch niet zomaar overheen stappen. Het is vergelijkbaar met het probleem van immigranten die koste wat koste blijven vasthouden aan een cultuur die ook in hun landen van herkomst al lang geëvolueerd is. Moeten we de inburgeringscursussen misschien uitbreiden tot achtergebleven autochtonen?
,

26 oktober 2007

Verboden te kijken


Minister Hirsch Ballin heeft met de ondertekening van een internationaal verdrag een opmerkelijke stap gezet in de strijd tegen de kinderpornografie: het kijken naar betaalde kinderpornosites wordt nu ook strafbaar. Wie zich bewust met zijn creditcard toegang verschaft tot kinderporno, waarvan het bezit al langer verboden is, zal in de toekomst dus ook vervolgd worden. De consument wordt medeplichtige in de misdaad die aan de basis van deze sites ligt: het seksueel misbruik van kinderen. En de hoop is dat via de consument de handel van de producent onmogelijk wordt gemaakt en dat daarmee het misbruik van kinderen kan worden voorkomen.
De creditkaart is een belangrijk middel om dit doel te bereiken. Want het gebruik van de creditkaart kan opzet bij het bekijken van kinderporno bewijzen. Maar buiten de betaalde sites is er meer kinderporno, en die is veel lastiger aan te pakken. De vraag is zelfs of de handelaren achter de betaalde sites geen andere weg zullen vinden om hun handel zonder gevolgen voor de afnemers te continueren. Uiteindelijk kan het kwaad natuurlijk het beste bij de bron worden aangepakt, maar de wettelijke middelen schieten daarvoor nog tekort, zegt internetadvocaat Alberdingk Thijm in NRCHandelsblad.
Los van de effectiviteit kan de vraag gesteld worden of hier sprake is van een aanvaardbare beperking van de informatievrijheid. Kun je kijken, kennis nemen van informatie, strafbaar stellen? In het geval van kinderporno kan dat volgens juristen en is straf niet strijdig met artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens . Het doel van het verbod heiligt in dit geval de aantasting van de vrijheid. De schade die kinderen door seksueel misbruik oplopen weegt in dit geval zwaarder dan een beperking van de informatievrijheid. Degene die van deze misdaad getuige wil zijn is niet onschuldig, zou je kunnen zeggen, en moet aangesproken worden op zijn medeplichtigheid.
Een andere vraag is of virtuele, gefantaseerde beelden bij de strafbaarstelling van het kijken naar kinderporno even hard meetellen. Sinds 2003 kent Nederland ook een verbod op virtuele kinderporno, een omstreden uitbreiding van de strafbaarheid omdat hier geen sprake is van daadwerkelijk misbruik van kinderen. In de VS heeft zo'n verbod het om die reden dan ook niet gehaald. De menselijke fantasie, hoe gruwelijk en verdorven ook, zou niet strafbaar gesteld mogen worden, zei Femke Halsema naar aanleiding van de voorgenomen wetswijziging in Nederland. Maar aan die nuance had minister Donner geen boodschap. Zo kon het CDA vorig jaar ook een punt maken van pedofiele contacten op Second Life. Als nu het kijken naar producten van de fantasie, "hoe gruwelijk en verdorven ook", beboet gaat worden weet ik nog niet of de redenering dat het doel de middelen heiligt overeind blijft. Want waar gaat het nu om: de perverse fantasie van een volwassene of het kapotgemaakte leven van een kind?
Het kind heeft gewonnen, kopt NRC Handelsblad vandaag boven een artikel dat een overzicht geeft van de omslag in het denken over kinderporno. Ik zou graag willen dat het waar was.

,

23 oktober 2007

Verbod op godslastering is in strijd met de grondwet


Ondanks dat een meerderheid in de Tweede Kamer voor opheffing van het verbod op godslastering is zal het bestaande, reeds lang slapende artikel 147 in de strafwet niet geschrapt worden door deze regering. Het is een puur symbolische kwestie. "Strafbepalingen in het Wetboek van Strafrecht ontlenen hun bestaansrecht niet aan het aantal malen dat zij wordt gebruikt," zegt het kabinet op gezag van Minister van Justitie Hirsch Ballin. "Een strafbaarstelling heeft ook een belangrijke normstellende functie. Artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht drukt uit dat het in het belang van de samenleving is om rekening te houden met het gegeven dat mensen niet alleen ernstig gekwetst kunnen worden door iets over henzelf te zeggen, maar ook over wat hun heilig is. In deze zin is de strafbaarstelling van godslastering te beschouwen als het sluitstuk op de bescherming die bijvoorbeeld de strafbaarstelling van discriminatie biedt."

Die laatste zin roept vragen op. De bescherming tegen discriminatie is verdedigbaar en wordt in de Nederlandse samenleving breed gedragen. Discriminatie van groepen op grond van hun geloof, etnische herkomst of seksuele voorkeur kan de kwaliteit van het leven van mensen ernstige schade berokkenen (angst, isolement, geen werk). Discriminatie kan op den duur ook ontwrichtend werken in de samenleving. Het is een belangrijke bron voor conflicten en in het geval van opzettelijk haatdragende en tot geweld oproepende uitingen tegen deze groepen mag een beperking van de uitingsvrijheid dan ook niet uitgesloten worden.
Maar welke functie heeft de bescherming van "wat hun heilig is" bij discriminatie? Wat heilig is voor iemand kan ik niet anders interpreteren als gedachten of symbolische uitingen daarvan. De vraag is dan of het op de weg van de overheid ligt om bepaalde gedachten te beschermen. Voor een gelovige is God heilig, niet-gelovigen hebben weer andere heiligheden. We mogen toch niet verwachten dat de regering zich daar allemaal om gaat bekommeren. Maar waarom beschermt ze dan wel de heiligheid van God?
Het is waarschijnlijk niet gemakkelijk te aanvaarden voor onze christelijke politici, maar in een seculiere staat hoort geloof behandeld te worden als alle andere manieren van denken. En het denken is vrij. Dat de een zijn gedachten als heilig beschouwt terwijl de ander er maling aan heeft mag geen rol spelen. Alle gedachten zijn vrij en behoren door de overheid beschermd te worden. Godslastering verbieden is niets anders dan het voortrekken, discrimineren van een bepaalde gedachte. Dat verbod hoort dus niet in de strafwet thuis, zelfs niet als het puur symbolisch blijft. Want het symboliseert een aantasting van de vrijheid van denken (en dus ook van godsdienst) en van de vrijheid van meningsuiting. En het is strijdig met ieders gelijkheid voor de wet.
,

05 oktober 2007

Plasterk als zedenmeester


‘De seksuele moraal laat zich niet of nauwelijks door een overheid reguleren en dat moet ook niet,’ zegt Femke Halsema in een commentaar op de teleurstellende emancipatienota van minister Plasterk. Waarom zegt zij dat? Is dat niet vanzelfsprekend dan? Kennelijk is dat niet het geval en moet ook het minst gelovige lid van deze regering er op gewezen worden dat hij in zijn positie niet het recht heeft op een rol als zedenmeester.
In de nota staat dat het kabinet zich zorgen maakt over de 'seksualisering' van de maatschappij en dat de beelden van vrouwen en meisjes moeten worden bijgesteld. Er is voor zover ik weet geen kabinet dat zich ooit een dergelijk standpunt heeft gepermitteerd. Is het slordigheid of goedkoop willen scoren? Tweede Kamerleden kunnen de zorgen die bij burgers leven verwoorden. De regering kan daarop reageren met maatregelen, nieuwe wetten, uitgaven of bezuinigingen. Maar een regering kan niet het denken van mensen of de verbeelding daarvan reguleren. Dat is een vorm van paternalisme waarvoor, naar ik vurig hoop, in Nederland geen meerderheid te vinden is. Maar soms lijkt het er wel op.
Zorgen over de verspreiding van verknipte ideeën en walgelijke beelden zijn er niet ten onrechte. Het lastige is dat de problemen niet verdwijnen als de beelden uit de wereld zijn. Daarom wordt de positie van meisjes ook niet verbeterd door andere beelden. Pornografie is in Nederland niet verboden, wel het misbruik van kinderen en de mishandeling van vrouwen. Het aanpakken van beelden is, nog los van de strijdigheid met onze grondrechten, niet zinvol en verdoezelt de echte problemen. Dat geldt trouwens voor meer onderwerpen waar de uitingsvrijheid in het geding is. Het heeft iets gemakzuchtig: houd je mond en verberg het beeld, dan worden we er niet mee lastiggevallen. Het is bedroevend dat een dergelijke houding tot in het kabinet is doorgedrongen.

,

27 september 2007

Wat bezielt de coördinator terrorismebestrijding?


Joustra, de nationale coördinator terrorismebestrijding daagde deze week Geert Wilders uit door en public te roepen dat de toon van sommige critici van de islam radicale moslims over de rand van gewelddadigheid kan drukken. Dat laat Geert natuurlijk niet op zich zitten. Joustra is aangesteld om hem te beschermen. Dan krijgt zo'n waarschuwing wel een wrang trekje. Wil de NTB zich bij voorbaat indekken als er iets met hem gebeurt?
Vandaag slaat Wilders terug. "Wij zullen nooit zwijgen" schrijft hij met zijn nieuwe bondgenoot Ehsan Jami in de Volkskrant. En: "Joustra moet terroristen vangen in plaats van politici de mond te snoeren." Volgt een ronkend verhaal over de dreigende "islamisering" van Nederland. Van het type dat volgens Joustra bepaalde individuen het laatste duwtje richting terrorisme kan geven. Een redenering waarbij Wilders overigens terecht vraagtekens zet.
Wat heeft Joustra in vredesnaam bezield om Wilders en zijn aanhangers op deze manier uit te dagen? Het is toch uitermate naïef om te denken dat je rechts-radicalen met openbare beschuldigingen op andere gedachten kunt brengen? Vrijheid van spreken wordt al vanaf Fortuyn door rechts als argument ingezet om islamieten zo veel mogelijk zwart te kunnen maken. Vrijheid dan wel voor degene die scheldt en dreigt. Vrijheid voor ons. Geen vrijheid voor anderen. De Koran moet verboden worden. "Maxima persona non grata" schrijft iemand op een site die De Vrijspreker (sic) heet, naar aanleiding van het pleidooi van de kroonprinses voor diversiteit.
Joustra, Wilders en de Vrijsprekers willen kennelijk geen van allen zien dat de vrijheid van meningsuiting er nu juist is voor geluiden die je niet zo graag wil horen. Het is een recht dat de plicht inhoudt om die andere geluiden te respecteren. Binnen zekere grenzen, die door de rechter worden bepaald. Elke suggestie dat je iets wel of niet zou mogen zeggen op grond van de strekking of de toon van de mening die geuit wordt doet afbreuk aan het grondrecht. Joustra zou moeten bewijzen dat een bepaalde uitspraak direct schadelijke gevolgen heeft en dan moet hij niet naar de pers stappen maar naar de rechter. Wilders mag op hoge toon een beroep doen op zijn vrijheid van spreken, maar het klinkt wel erg schril van iemand die bepaalde medeburgers niet dezelfde vrijheidsrechten gunt als hijzelf en iedereen heeft in dit land, inclusief de vrijheid van godsdienst.
,

12 september 2007

Plasterk wil verbod Mein Kampf opheffen


Minister Plasterk heeft, als minister van media en letteren, verklaard dat hij eigenlijk wel af wil van het verbod op de verspreiding van Hitler's Mein Kampf. De Nederlandse vertaling van dit geschrift is het enige verboden boek in Nederland. Het verbod is puur symbolisch want wie het wil lezen kan het echt wel te pakken krijgen. En anders is er nog de oorspronkelijke Duitse editie die vrij verhandeld wordt. In het recente verleden zijn antiquairs aangehouden die het boek te koop aanboden. Meestal werden de boeken in beslag genomen, maar de handelaren kregen geen straf.
Ook is al eerder gepleit voor opheffen van het verbod, al was het alleen maar om mensen in de gelegenheid te stellen kennis te nemen van het gedachtegoed van de nazi's. Tien jaar geleden stelde de Minister van Justitie Sorgdrager (D66) dat een uitgave van Mein Kampf als (wetenschappelijke) kennisbron wel is toegestaan. Want het is natuurlijk wel een belangrijke bron om de geschiedenis va de Tweede Wereldoorlog te kunnen begrijpen. Als de uitgever dit doel aangeeft en zich nadrukkelijk distantieert zou er volgens haar geen probleem zijn. Wat verboden is, zo zou men kunnen zeggen, is de nazi-propaganda, het haat zaaien tegen de joden.

Hoogleraar mediarecht Dommering bestrijdt in 2003 in NRC Handelsblad het verbod van Mein Kampf op juridische gronden.Hij wijst er op dat de Staat der Nederlanden het auteursrecht, dat na de oorlog over "Mijn Kamp" is verworven, oneigenlijk gebruikt. Op die grond is in de jaren zeventig een Belgische herdruk van het boek in Nederland verboden. Dat is oneigenlijk volgens Dommering omdat het auteursrecht geen middel is om de vrije informatiestroom te beperken, zoals blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad.
Ook Mr. Erik Jurgens, Eerste Kamerlid voor de PvdA bepleit in dat jaar opheffing van het verbod. Het is censuur door de overheid en dat is in strijd met de grondwet. Over het boek zegt hij in NRC Handelsblad: "Ik kwam er met moeite en weerzin doorheen. Maar sindsdien heb ik niemand meer geloofd die zei dat we het niet hadden kunnen zien aankomen." Ronnie Naftaniel van het CIDI sluit zich bij hem aan. Het lijkt hem een goed idee om al degenen die nu zo makkelijk "Hamas, Hamas, joden aan het gas" roepen dit boek eens te laten lezen om te beseffen wat het allemaal betekent.

Op de radio hoorde ik vanmorgen een discussie tussen Houwink ten Cate van het NIOD en Meindert Fennema, hoogleraar politicologie aan de UvA. Houwink ten Cate pleitte voor handhaving van het verbod om de nazislachtoffers te beschermen. Fennema vond dat een verbod in strijd was met de vrijheid van meningsuiting. Wat hem betreft is haat zaaien niet een goed argument om de uitingsvrijheid te beperken en hij zou het desbetreffende artikel dan ook graag uit de strafwet schrappen. Ik vind dat een riskant standpunt. Haat zaaien, zoals de nazi's deden, kan wel degelijk schade veroorzaken aan mensenlevens, ook als de dreigementen die er mee gepaard gaan niet direct worden uitgevoerd. Ik vind dat de maatschappij de middelen moet hebben om minderheden daartegen te beschermen. Maar sancties moeten natuurlijk altijd wel worden afgewogen tegen het belang van een grondwettelijk beschermd vrij politiek debat tussen burgers.
Het haatzaaiende karakter van Mein Kampf was genoemd door Wilders toen hij zijn pleidooi hield om de Koran te verbieden. Zijn redenering was als Mein Kampf verboden is moet de Koran ook verboden worden want dat boek zaait haat tegen mensen met een ander geloof dan de islam. Plasterk zei nu dat hij Wilders op dit punt wel kon volgen; alleen kwam hij tot een andere conclusie: verbied niet de Koran, maar hef het verbod op Mein Kampf op. Dat hij hiermee de voor moslims nogal kwetsende vergelijking tussen nazisme en islam feitelijk overneemt is hem waarschijnlijk ontgaan. Ben benieuwd of iemand hem daarop nog gaat aanspreken.
Opheffing van het verbod op Mein Kampf zal er nu niet van komen. Het CDA is tegen en krijgt steun van de Minister die er over gaat, Hirsch Ballin van Justitie. De angst om een verkeerd signaal af te geven is te groot. De symboliek zal het wel winnen van een rationele en principiële toepassing van de grondwettelijke uitingsvrijheid.
,