29 februari 2024

Hof corrigeert publicatieverbod


Het verbod van de rechtbank om geluidsopnames van wijlen Peter R. de Vries openbaar te maken is vandaag door het Gerechtshof in hoger beroep gecorrigeerd. Volgens het gerechtshof is er een zwaarwegend belang om toch een vervolgverhaal te publiceren over Khalid Kasem. In een eerder gepubliceerd artikel werd bekend dat hij als advocaat zou hebben geprobeerd een justitieambtenaar om te kopen. Royce de Vries, de zoon van Peter, wilde een nieuw artikel op basis van opnamen van zijn vader via een kort geding tegenhouden. De Orde van Advocaten sloot zich hierbij aan. Werden zij door de rechtbank nog in het gelijk gesteld, het hof stelde donderdag dat het artikel mag worden gepubliceerd. Wel verbiedt het hof één naam uit het artikel bekend te maken. 

Het AD publiceerde begin vorige maand een artikel naar aanleiding van opnames die het via bronnen zou hebben gekregen. Op die opnames was te horen zijn dat de toenmalige collega van De Vries en zijn zoon, oud-advocaat en BNNVARA-presentator Khalid Kasem, erkent een ambtenaar te hebben omgekocht. De Vries jr. vreesde voor zijn veiligheid als er een vervolgartikel over deze zaak zou worden gepubliceerd. Het hof oordeelt nu dat met publicatie van een nieuw verhaal niet aannemelijk is gemaakt dat het veiligheidsrisico groter wordt dan het nu al is. 

Over het aanvankelijke verbod van de rechter ontstond de nodige commotie in journalistieke kringen. De advocaat van het AD noemde het publicatieverbod van de rechtbank eerder een “poging de Nederlandse pers te muilkorven”. NVJ-voorzitter Thomas Bruning is blij met de uitspraak van het hof. ‘Als er sprake is van een maatschappelijk belang moeten journalisten ook uit geheime opnames kunnen citeren’, zegt Bruning. ‘Het chilling effect uit het oorspronkelijke oordeel is door het hof weggenomen.’

Dat laatste betekent zeker winst voor de journalistiek. De dreiging met rechtszaken zoals in de zogenaamde SLAPP zaken neemt toe. Journalisten zijn niet ongevoelig voor die dreiging, zo bleek uit onderzoek waarover Olaf Geurts schreef op de site van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Ook de rechtszaak van De Vries jr. en de Orde van Advocaten, hoe begrijpelijk ook vanuit het advocatenstandpunt, zou journalisten kunnen verhinderen maatschappelijk relevante informatie uit gelekte bronnen achter te houden. Dat kan leiden tot een aantasting van de open samenleving die we nog steeds hoog waarderen, maar die inmiddels al op zoveel fronten schade heeft opgelopen. 

[Foto: Paleis van Justitie Den Haag, Roel Wijnants CC]

12 februari 2024

Wilders heeft geen partij


Wat mij in toenemende mate ergert is dat de media Wilders en zijn fractie blijven behandelen als een politieke partij. Al jarenlang vangen journalisten bot bij de vertegenwoordigers van de groep die zich PVV noemt. Al jarenlang is het: 'niet bereikbaar voor commentaar'. Wilders zelf beperkt zich hoofzakelijk tot oneliners via X/Twitter. Voor de rest is de PVV een gesloten bolwerk. Kun je dan nog wel spreken van een politieke partij?

Politieke partijen zijn formaties waarin mensen zich verenigen die een gezamenlijke visie hebben over hoe het land bestuurd moet worden. Daarvoor selecteren ze afgevaardigden die wij als kiezers kunnen selecteren als die visie ons aanstaat. Eenmaal gekozen mogen we dan als kiezers verwachten dat zij zich tegenover ons verantwoorden over de keuzes die ze maken. Openheid is een onmisbare voorwaarde voor het functioneren van een democratie. 

Wilders is met 36 anderen gekozen zonder partij en heeft lak aan openheid. Hij zit in de Kamer als directeur-aandeelhouder van een club mensen die voor hem werken en tegenover de pers hun mond moeten houden. Niemand krijgt inzicht in wat zich binnen die club afspeelt. Er zijn geen leden, geen congressen, geen kandidaatstellingsprocedures, er is geen jeugdafdeling en er zijn geen afdelingen in land, waar leden bijeen kunnen komen om de partijpolitiek te bespreken. De financiën van de Wilders' ondernemening zijn niet openbaar. Hij krijgt geen subsidie zoals ledenpartijen die krijgen. Of hij door Poetin of door Trump wordt gefinancierd zullen we nooit weten. Waarom wordt er in de media dan nog steeds gesproken over 'partij', 'partijleider', het 'partijprogramma' etc.? Waarom pikken de partijen die wel openheid van zaken geven dit in vredesnaam? Waarom maken ze geen punt van het ondemocratische karakter van de PVV? In de eerste ronde van de formatiegesprekken zou Wilders garanties moeten geven voor het handhaven van de democratische rechtsstaat. In het verslag van informateur Plasterk is over de rol van politieke partijen in de democratie niets over te vinden. Bij punt 7 staat onder andere:

'Voor democratie zijn hoge integriteitsnormen en transparantie bij politici belangrijk om vertrouwen te winnen en te behouden......Men zal bijdragen aan een bestuurscultuur die een constructieve bijdrage levert aan het landsbestuur en aan een positief bestuurlijk klimaat. De instituties die de rechtsstaat dragen zullen gerespecteerd en beschermd worden.'

Horen daar ook geen democratische politieke partijen bij?

De vraag is natuurlijk: waarom tolereren de kiezers van Wilders zijn ondemocratische partij? Welnu, dat is wel duidelijk. Wilders wordt al jaren gepresenteerd als leider van een partij, zoals alle andere partijen. In de debatten tijdens de verkiezingscampagne krijgt hij die rol. En aangezien veel mensen genoeg hebben van de meeste andere politici die het in de afgelopen jaren op veel fronten behoorlijk verpest hebben en Wilders met simpele voorstellingen, slimme debattrucs en voor sommigen aantrekkelijke, maar volstrekt onhaalbare voorstellen komt, krijgt hij van de zwevende, slecht geïnformeerde kiezer het voordeel van de twijfel. Alsof het hier gaat om een keuze tussen gelijkwaardige partijen. Wilders is geen gelijkwaardige partij, hij heeft helemaal geen partij. Geen journalist of talkshow-host die daarop wijst. Hier moet nu echt dringend verandering in komen. 

[foto: Roel Wijnants CC]


26 januari 2024

Discutabele beslissingen


Minister Yeşilgöz heeft de Australische prediker Hoblos de toegang tot Nederland ontzegd na berichten in De Telegraaf dat hij het geweld van de radicaal-islamitische Palestijnse beweging Hamas verheerlijkt en ook andere moslims oproept dat volmondig te steunen. “Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar voor mensen die extremistisch gedachtegoed uitdragen is in Nederland geen plaats”, zegt Yeşilgöz. Volgens het ministerie is een dergelijk inreisverbod sinds 2015 in een twintigtal gevallen uitgevaardigd. Hoblos is in de islamitische gemeenschap een populaire prediker. Hij zou in Utrecht komen spreken op uitnodiging van de stichting Dawah Groep.

Het besluit van de minister is volgens juristen niet in overeenstemming met de wet inzake de uitingsvrijheid. “Een minister heeft niet de bevoegdheid om beperkingen te stellen aan wat gezegd mag worden. Alleen een rechter mag beoordelen of iemand de wet heeft overtreden met bijvoorbeeld discriminerende of haatzaaiende uitlatingen,” zegt Jon Schilder van de Vrije Universiteit. Paul van Sasse van IJsselt van de Rijksuniversiteit Groningen: “Het is nog helemaal niet bekend wat meneer Hoblos wilde gaan zeggen, dus om op voorhand al een verbod op te leggen, is juridisch gezien wel problematisch”. De minister doet een beroep op de 'openbare orde en veiligheid'. Schilder: “Het is nog helemaal niet bekend wat meneer Hoblos wilde gaan zeggen, dus om op voorhand al een verbod op te leggen, is juridisch gezien wel problematisch”. Kamerleden van ChristenUnie, SGP, BBB, VVD en CDA hadden er kennelijk geen moeite mee. Het is bepaald geen geruststellende gedachte in het licht van  de rechtsstaatdiscussie die de weg vrij moet maken naar een nieuw kabinet waarin Wilders de hoofdrol hoopt te kunnen spelen.

15 januari 2024

Ambtenaren en het vrije woord


De vrijheid van ambtenaren om zich in het publieke debat te laten horen staat opnieuw ter discussie. Een aantal Amsterdamse ambtenaren reageerde eind november op de verkiezingsoverwinning van de PVV met een korte demonstratie bij de Dokwerker.  Ze wilden het signaal afgeven dat ambtenaren pal staan voor de rechtsstaat en de Grondwet. Op 21 december verzamelden zich honderdvijftig rijksambtenaren bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag om te demonstreren tegen de Nederlandse weigering om in te stemmen met VN-resoluties die oproepen tot een permanent staakt-het-vuren in Gaza. In Friesland is ophef ontstaan omdat enkele provinciale ambtenaren een brandbrief aan de Tweede Kamer en het kabinet ondertekenden waarin zij hun zorgen uitten ‘over de in hun ogen te trage aanpak van de klimaat- en ecologische crisis’. De BBB die daar in het College van Gedeputeerde Staten zit maakte er een punt van en het College heeft de actie van de ambtenaren nu veroordeeld.

De vrijheid van meningsuiting van ambtenaren is sinds de grondwetswijziging van 1983 in principe gegarandeerd, maar wordt beperkt door artikel 10 van de Ambtenarenwet van 2017. Dat artikel luidt: 

Artikel 10

1. De ambtenaar onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
2. 
Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:
a. een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de Kieswet;
b. een vakvereniging.

De vraag is wanneer „de goede vervulling van zijn functie” of de „goede functionering van de openbare dienst” in het geding komen. Een Nijmeegse trouwambtenaar die in 2020 tijdens de coronapandemie in het openbaar vraagtekens zette bij de maatregel in de gemeente die max 30 mensen toestond bij een trouwplechtigheid werd op staande voet ontslagen. De gemeente kreeg gelijk van de kantonrechter. De ambtenaar had het gemeentelijke beleid niet in het openbaar mogen aanvallen. ‘Door openlijk het gehanteerde beleid in twijfel te trekken en zelfs absurd te noemen, heeft zij afbreuk gedaan aan het vertrouwen van de burgers in het gemeentelijk beleid en de welwillendheid om dit op te volgen’.

30 december 2023

Terroristen


Burgerrechten als de vrijheid van meningsuiting dateren uit de tijd van de Franse Revolutie. Maar het duurde wel even voordat ze echt overal in Europa waren ingevoerd. Na de val van Napoleon volgde een repressieve periode waarin de oude adel probeerde de macht te herstellen. Beatrice de Graaf schreef een boek hierover onder de titel 'Tegen terreur; hoe Europa veilig werd na Napoleon' (uitgeverij Prometheus, 2019). Aanhangers van de Franse Revolutie werden beschouwd als terroristen die zo ze niet gevangen konden worden genomen verspreid moesten worden in Europa, liefst zo ver mogelijk van Frankrijk. In dat land was de oude familie De Bourbon weer aan de macht. Het land werd aanvankelijk nog een aantal jaren bezet gehouden door geallieerde legers van Engeland, Pruisen, Rusland en Oostenrijk-Hongarije. En er was een soort centraal comité van de vier grootmachten onder leiding van de Britse overwinnaar van Waterloo, Wellington, dat er voor moest zorgen dat het niet weer uit de hand liep.

De Oostenrijkse minister Klemens von Metternich was niets te veel in de strijd tegen het ‘terrorisme’. Hij had het vooral voorzien op naar België gevluchte aanhangers van Napoleon. België maakte in die tijd deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I. Die had zichzelf in 1815 tot koning van de Verenigde Nederlanden benoemd. In een constitutionele monarchie, dat wel. Een staat met een grondwet en erkende burgerrechten. Voor Metternich en zijn fanatieke aanhangers een lastig obstakel bij de bestrijding van die terroristen die de Franse Revolutie alsnog wilden voortzetten. 

“Metternichs grootste bron van zorg”, schrijft De Graaf, “waren niet die meer spontane uitbarstingen van geweld. Zijn grootste angst betrof de activiteiten van de radicalen -publicisten en revolutionaire activisten- die zich in heel Europa manifesteerden, kranten en tijdschriften volschreven, pamfletten verspreidden en hun gal over de gekroonde hoofden en ministers spuwden.” De angst voor terreur keek niet alleen terug naar de Franse Revolutie “…maar had ook betrekking op de angst voor onvoorziene gevolgen van de vrijheid van meningsuiting en de drukpers. Onderscheid tussen gewelddadige en schrijflustige radicalen werd daarbij nauwelijks gemaakt.” (P. 224-225)

De vervolging van de Brusselse revolutionairen moest volgens Metternich voortvarender worden aangepakt door de Nederlandse politie. De Nederlandse autoriteiten waren echter niet onder de indruk van zijn alarmisme. De meeste figuren die volgens hem moesten worden aangepakt vanwege allerlei revolutionaire geschriften waren ongevaarlijk en bovendien vaak al te oud. Een ‘vreemde tolerantie’ vond de Oostenrijkse diplomaat. 

Metternich zou deze lieden in eigen land al lang ‘kaltgestellt’ hebben. Nederland had sinds de Franse Revolutie echter een grondwet en een liberaal staatsbestel dat, hoe zwak het in die dagen misschien nog was, toch enige bescherming bood tegen een aanval op het vrije woord. 

Het is het wel waard om dit herinnering te brengen nu de oorsprong en de waarde van deze burgerrechten wat lijken te zijn weggezakt in de belangstelling.  

[Foto: Andrea Kirkby CC]

13 december 2023

Vrijheid versus gevoeligheid


Na de moord op de Franse docent Samuel Paty zijn veel docenten voorzichtiger geworden met lessen over de islam. Paty had de woede van extremisten opgeroepen omdat hij in een les over vrijheid van meningsuiting Mohammed-cartoons uit het satirische blad Charlie Hebdo had laten zien. Deze zaak, waarvoor onlangs nog zes tieners zijn veroordeeld, was voor Stine Jensen aanleiding om de podcast 'De Cartooncrisis' te maken over hedendaagse beperkingen op de vrijheid van meningsuiting, in de onderwijs en daarbuiten. Moeten we ons vaker inhouden bij gevoelig liggende onderwerpen? Of wordt de vrijheid ten onrechte opgeofferd voor een al te ruim begrip van kwetsbaarheid?

Het lijkt wel alsof mensen de laatste jaren gevoeliger zijn geworden voor het vrije woord. Waarom wordt er zo heftig gereageerd op uitspraken of beelden die gevoeld worden als belediging? Hoever moet je gaan om te voorkomen dat je mensen kwetst? Uit de Verenigde Staten is het idee overgewaaid van de 'trigger warning', toehoorders van lezingen of lessen waarschuwen dat er iets komt dat hen mogelijk raakt. Ben je altijd 'fout' als je iemand kwetst? Gekwetste gevoelens zijn subjectief. Je kunt er uit fatsoensoverwegingen van af zien om woorden of beelden te gebruiken die anderen kunnen kwetsen. Doelbewust beledigen hoort niet. Maar mag je anderen de vrijheid van meningsuiting ontnemen ter bescherming van je eigen gevoeligheden? 

27 november 2023

Een omstreden leus


'From the River to the Sea, Palestina will be free' scanderen betogers die protesteren tegen het geweld van het Israëlische leger in Gaza. In Duitsland worden ze daarvoor bedreigd met strafvervolging. De leus kan verschillend geïnterpreteerd worden. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser (SPD) ziet er een strijdleus in van Hamas die doelt op het vernietigen van de Joodse staat. Een meerderheid van de Tweede Kamer ziet in de leus volgens een aangenomen motie van JA21 een oproep tot geweld. De Amsterdamse burgemeester Halsema noemde de leus eerder 'onaanvaardbaar'. 'De leus wordt gebruikt door Hamas en Hezbollah,' zei ze. 'Daarmee is hij alle onschuld kwijt en dat maakt ’m voor mij onaanvaardbaar. Waarom zou je een slogan willen gebruiken waarvoor zoveel alternatieven zijn, terwijl je weet dat er zoveel Joodse mensen zijn die je hier diep mee kwetst?' 

Afgelopen zomer oordeelde het hof in Amsterdam dat een demonstrant die de leus in 2021 riep niet strafbaar is wegens opruiing, bedreiging of het aanzetten tot haat. De rechter oordeelde negatief over de klacht van iemand die vond dat het OM zijn aangifte ten onrechte had geseponeerd. Maar na 7 oktober, de brute moord van Hamas op onschuldige Israëlische burgers en de ontvoering van een paar honderd mensen naar Gaza, kun je volgens Halsema een leus die geliëerd is aan Hamas niet meer in alle naïviteit contextloos gebruiken. Een leus van Hamas gebruiken is oproepen tot geweld tegen Joden, meent zij. 

Volgens anderen staat de leus voor de bevrijding van het Palestijnse volk en voor het realiseren van één staat tussen de Jordaan en de Middellandse Zee waarin iedereen, zowel Joden zowel als Palestijnen vrij en gelijk zijn. Die optie, een alternatief voor de officiëel nog steeds overeind staande tweestatenoplossing, lijkt meer dan ooit een utopie. Het extreemrechtse Israëlische regime koerst als nooit tevoren op een apartheidsstaat 'from the river to the sea' waarin voor Palestijnen helemaal geen plaats is. 

Hoe je de omstreden leus ook interpreteert, het is in alle gevallen een politiek standpunt. Een keuze voor een van de twee partijen in een al honderd jaar durend conflict. En daarom is een poging tot strafrechtelijke vervolging in dit geval ongepast. 

[foto: Joan C. Wrren, Jordan River CC]

14 november 2023

De lange arm van Israël


Lodewijk Asscher vindt dat een cartoon van Jos Collignon in De Volkskrant over het antisemitisme in Nederland te ver gaat. De tekening laat een lange arm met davidster zien en een dikke duim met de tekst 'O-ver-al herlevend antisemitisme' naast een tv die beelden van Gaza vertoont met daarboven de tekst '2 weken onschuldigen bombarderen, 10.000 doden waarionder 4000 kinderen. Asscher schrijft niet terug te willen vallen in oude angsten van zijn familie: 'Als mijn krant, de Volkskrant, op de dag van de herdenking van de Kristallnacht een spotprent plaatst met de boodschap dat de Joden het antisemitisme zelf verzinnen als onderdeel van de zogenaamde ‘lange arm’ van Israël, dan is een grens bereikt.' 

Asscher verwijst naar een bericht in Het Parool waarin staat dat het CIDI een toename van antisemitische incidenten heeft geconstateerd van 818% sinds het begin van de oorlog tussen Israël en Hamas. Op de website van het CIDI staan enkele pijnlijke voorbeelden. Het CIDI heeft in tien niet nader genoemde gevallen aangifte gedaan maar geeft verder geen details.'Hoewel we tijdens eerdere conflictperiodes een stijging zagen in het aantal antisemitische incidenten was deze nooit eerder zo significant als nu.' Kritiek op Israël zou niet meegenomen zijn bij het registreren van de incidenten. 

De hoofdredacteur van de Volkskrant, Pieter Klok, verdedigt Collignon terecht. Collignon wilde het punt maken dat er -en dan met name door het CIDI- “te snel wordt gesproken over antisemitisme terwijl er in feite kritiek is op Israël”, legt hij uit in een uitzending van het Mediaforum. 'Dat Collignon zegt dat hij sommige antisemitische beschuldigingen een “verzinsel” vindt, moet volgens hem kunnen. 'Ik vind het ook goed dat daar debat over is. Ik vind het ook goed dat Lodewijk Asscher daarop reageert. Ik vind het heel belangrijk dat alles gezegd kan worden binnen de grenzen van de wet.' Hij is ook wat ongelukkig met alle reacties op de cartoon, maar zijn vraag bij de beoordeling van cartoons is altijd of er goede redenen zijn om een tekening te weigeren. En die waren er in dit geval naar zijn idee niet. Het ging hier niet over raciale stereotypen. 

30 oktober 2023

De Woo werkt niet - veel politieke partijen negeren de problemen


De Wet Open Overheid (Woo) zou het openbaren van overheidsdocumenten moeten verbeteren, maar de meeste journalisten zien nauwelijks verbetering.
Een onderzoek op initiatief van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding wijst uit dat slechts zeven procent het vertrouwen heeft dat de overheid een Woo-verzoek zorgvuldig afhandelt.  ‘In theorie heeft het veel toegevoegde waarde. In de praktijk is het een gemankeerd instrument.’ Zo vat een journalist bondig samen hoe zijn beroepsgroep worstelt om overheidsinformatie openbaar te krijgen. 

Woo-expert Roger Vleugels is bijzonder kritisch op Nederlandse bestuurders, hij vindt dat er nog steeds sprake is van een regenteske houding. ‘In mijn juridische praktijk (Wob/Woo/Wiv/Aw/Awb) ben ik in dik 35 jaar tijd niet één ambtenaar, minister of andere bestuurder tegengekomen die ook maar bij benadering weet wat "onafhankelijk onderzoek" is.’ Vleugels adviseerde de Kamer de nieuwe Woo in overeenstemming te brengen met het Verdrag van Tromsø (2009) waarin minimumnormen voor openbaarheid zijn vastgelegd. Nederland was zelf initiatiefnemer van dat Verdrag, maar ratificatie bleef uit. In mei vorig jaar dienden de Kamerleden Dassen en Omtzigt een motie in om dat Verdrag nu eindelijk eens te ratificeren. De minister van Binnenlandse Zaken had de Eerste Kamer al eerder toegezegd daarvoor het nodige onderzoek te gaan doen. De deadline van die toezegging staat nu op 1 juli 2024. 

Openbaarheid is voor de Nederlandse overheid duidelijk geen prioriteit. De Woo is tot stand gekomen na een jarenlange worsteling van Kamerleden van GroenLinks en D66. Volgens Vleugels hebben burgers te weinig belangstelling voor dit onderwerp. En journalisten haken ook te snel af als ze hun 'scoop' gevonden hebben. Kan er na de verkiezingen op dit punt iets veranderen? 

17 oktober 2023

Gemeente schakelt lokale journalistiek uit


De Overijsselse gemeente Hof van Twente krijgt een eigen journalist in dienst, die onafhankelijk en neutraal verslag moet gaan doen van gemeenteraadsvergaderingen. De gemeenteraadsleden van deze plattelandsgemeente (met de dorpen Goor en Delden) vinden dat de burgers niet goed geïnformeerd worden over wat er in de raad speelt. Ze willen een journalist aantrekken die objectief en neutraal verslag kan doen van de raadsvergaderingen. De lokale omroep Hofstreek die de raadsvergadering al jaren uitzendt voelt zich gepasseerd. De omroep vindt het een onmogelijke formule. 'Een gemeentelijk functionaris die gemeentelijke berichten verzorgt is een voorlichter, maar niet onafhankelijk. Omgekeerd: een onafhankelijk journalist kan niet in gemeentedienst zijn. De verantwoordelijkheden horen volstrekt duidelijk te zijn.’ De omroep is niet geïnformeerd over de plannen en blijkt ook niet op de verzendlijst te staan van de net nieuwe 'gemeentejournalist'.

Het passeren van de lokale media blijkt vaker voor te komen. De gemeente Oudewater heeft vijf jaar geleden ook een 'gemeentejournalist' aangesteld. De plaatselijke verslaggever van de IJsselbode was kort tevoren opgestapt omdat hij genoeg had van alle kritiek. Na minder dan een jaar werd de nieuwe gemeentelijke functie alweer opgeheven. De reden: 'We kregen een soort notulen van de raad”, verklaarde een raadslid. „Het werd niet inzichtelijker wat er in de raadszaal gebeurde en hoe er besloten werd.'

Democratisch tekort

Deze voorvallen raken aan een ernstig tekort in de lokale democratie. Op veel plaatsen zijn er al geen lokale media meer die de gemeentepolitiek volgen. Terwijl daar vanwege de decentralisatie van bevoegdheden vanuit de landelijke overheid dagelijks uiterst belangrijke besluiten worden genomen. Er zijn hoogstens nog wat plaatselijke krantjes die berichten 'over ongelukken, buurtbarbecues en katten in de boom', zegt René  van Zanten van het Stimuleringsfonds voor de journalistiek. En als ze er wel zijn is er toenemende druk uit de gemeente om een positief verhaal te brengen dan wel kritiek in te slikken. 'Je moet vrij kunnen zijn in wat je schrijft. Als je op een gegeven moment gedwongen wordt om naar de pijpen van de gemeente te dansen, dan heeft het toch geen enkele zin meer,' zegt Mieke van Uden, oud-eindredacteur van de IJsselbode. 'Kritiek kan soms frustreren en stagneren, maar het hoort wel bij onze democratie. Natuurlijk moet je wel de waarheid opschrijven, maar je mag best een beetje prikkelen.'

Elke gemeente draagt de verantwoordelijkheid voor de openbaarheid van bestuur en het informeren van de burgers over wat er speelt. Steun aan onafhankelijke lokale media is daarom een goede zaak. Zelf de regie nemen, zoals het bedrijfsleven dat doet, lijkt me een stap te ver. 

Foto:Tom Jutte CC, Noordmolen, Hof van Twente]

 

29 september 2023

Shell houdt niet van lastige vragen


Een bericht uit het FD: 'Shell gaat vanaf de derdekwartaalrapportage alleen nog bijeenkomsten houden voor financieel analisten. Journalisten mogen daar wel inbellen en meeluisteren, maar geen vragen stellen. De olie- en gasmultinational wil zo het proces rond de kwartaalrapportage ‘vereenvoudigen’ en het in lijn brengen met branchegenoten'. Zo ontnemen ze journalisten de enige manier om direct en ongefilterd vragen te stellen aan het bestuur, volgens Mark van Baal van het groene aandeelhouderscollectief Follow This. 'Dit is duidelijk een stap om kritische vragen van journalisten over langetermijnbeleid en klimaatbeleid te minimaliseren.'

Thomas Bruning, algemeen secretaris van journalistenvakbond NVJ, ziet dit vaker gebeuren. ‘Het past in een trend waarin bedrijven en overheden de regie proberen te pakken op informatie. En bij een persconferentie hebben ze die regie niet. Dan krijg je onverwachte vragen van journalisten’, zegt hij. Mogelijk vervelende vragen. Terwijl de financieel analisten zich met een aandeelhoudersblik concentreren op de cijfertjes voor de korte termijn kunnen journalisten een bedrijf nog wel eens confronteren met hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op de langere termijn. En op dat punt willen de meeste bedrijven, Shell voorop, niet in verlegenheid gebracht worden. 

We raken hier aan een heilige wet van het kapitalisme. Private bedrijven houden uit concurrentieoverwegingen hun bedrijfsinformatie zoveel mogelijk geheim. En ze beschermen met hartstocht hun reputatie die ten opzichte van de concurrentie hoog gehouden moet worden. Wat ze volgens de wet openbaar moeten maken is zo gedoseerd dat ze er zo min mogelijk schade van ondervinden. Wat ook het belang kan zijn van andere 'stakeholders', de bedrijfseigenaar heeft per definitie altijd het laatste woord bij de informatieverstrekking. En die eigenaar, dan wel zijn voorlichter wil niet graag lastig gevallen worden door prikkelende vragen die raken aan zijn reputatie. 

Voor de overheid ligt dat anders. Daar geldt de Woo met een opdracht tot actieve openbaarheid en de plicht burgers in principe alle informatie te verstrekken die zij nodig hebben om het overheidsbeleid te kunnen volgen en controleren. Maar ook hier beperkt de geheimhouding van de private onderneming de openbaarheid. Dat heeft onder andere te maken met de privatisering van overheidsbedrijven. 

12 september 2023

Over strafbare opruiing


Vorige maand veroordeelde de rechtbank in Den Haag enkele actvisten van Extinction Rebellion tot taakstraffen vanwege oproepen tot blokkade van de A12 eind vorig jaar en begin dit jaar. De activisten zijn meteen in beroep gegaan en riepen tegelijk op voor nieuwe blokkades in september om stopzetting van fossiele subsidies af te dwingen. Advocaat Willem Jebbink: “Een wegblokkade valt volgens internationale rechtspraak onder de demonstratievrijheid. Demonstraties mogen in Nederland alleen door de burgemeester worden beperkt. De rechtbank heeft vandaag goedgekeurd dat ook de officier van justitie mag ingrijpen met strafrechtelijke maatregelen. Dat hebben we in onze democratische rechtstaat niet afgesproken. Van de rechter mag worden verwacht dat de demonstratievrijheid tegen dergelijk ingrijpen wordt beschermd. Daarom is sprake van een verontrustende uitspraak. Ik denk niet dat deze stand houdt in hoger beroep.” Volgens Jebbink begint de strafbare opruiing pas bij oproepen tot geweld. De activisten die hij verdedigt spreken van 'vreedzame demonstraties'. Zij vinden het optreden van het OM repressief gezien ook het feit dat ze vooraf op een tijdstip dat ze nog in bed lagen werden gearresteerd en opgesloten. Het College voor de Rechten van de Mens schrijft dat in deze case het demonstratierecht onder druk is gezet. 

Vandaag werd bekend dat het OM FvD Kamerlid Gideon van Meijeren gaat vervolgen voor twee gevallen van opruiing. Hij zou in een toespraak bij een demonstratie van boeren vorig jaar gezegd hebben "dat het niet altijd gezond is, als er een taboe rust op het gebruik van geweld". Van Meijeren zei verder dat de staat wel geweld gebruikt, "fors geweld". Verder heeft hij in een interview gezegd "te hopen op een revolutionaire beweging die zich heel duidelijk onderscheidt van een protestbeweging en die bij wijze van spreken zou optrekken naar het parlement." Volgens Justitie draagt een Kamerlid de verantwoordelijkheid 'om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de rechtstaat.' Van Meijeren ziet een heksenjacht tegen zijn partij in de aanloop naar de verkiezingen. Hij vindt dat een paar zinnetjes van hem uit hun context zijn gehaald en dat hem woorden in de mond worden gelegd.

Wanneer is opruiing strafbaar? 

29 augustus 2023

Partijverbod controversiëel?


De Tweede Kamer moet volgende week besluiten welke zaken nog afgehandeld kunnen worden zo lang er geen nieuw parlement is gekozen, de zogenaamde niet-controversiële zaken. Een van de lopende zaken is een wetsontwerp over politieke partijen waarin ook een mogelijk verbod is opgenomen. Eind juni belegde de Kamer daarvoor een rondetafelconferentie met experts. Afgaande op de persberichten na afloop kwamen die ook niet met eenvoudige oplossingen of adviezen. Ik neem dus aan dat het wetsontwerp over de verkiezingen heen getild gaat worden en dat een nieuw parlement het misschien pas over een jaar gaat behandelen. 

Dan kunnen de kiezers er dus nog iets over zeggen, zou je denken. Maar ik betwijfel of het onderwerp geschikt zal worden geacht voor de verkiezingscampagne. Waarschijnlijker is dat we er voorlopig niets meer over horen. En dat is jammer, want het gaat hier wel over een wezenlijk onderdeel van de democratie: de vrijheid van burgers om zich rond hun gezamenlijk gedachtegoed te groeperen en vervolgens met een eigen organisatie te streven naar macht om hun programma in praktijk te kunnen brengen. De vrijheid van denken en de vrijheid om gedachten te verspreiden zijn hier in het geding.

Maar wat nu als dat programma er op gericht is de democratie met haar instituties om zeep te helpen. Moeten we er niet voor zorgen dat de democratie voldoende weerbaar is om dergelijke aanvallen te weerstaan? En zou dan in het uiterste geval een partij ook niet verboden moeten kunnen worden? Als die partij, zoals in het wetsontwerp staat 'de onafhankelijkheid van de rechtspraak ongedaan wil maken, zich verzet tegen een vreedzame machtsoverdracht of vrije verkiezingen belemmert.' 

Er is veel te zeggen voor versterking van de weerbaarheid van de democratie. Of daar een mogelijk partijverbod bij hoort, ook als het bedoeld is als 'laatste redmiddel', wellicht voorafgegaan door andere sancties, zoals een van de experts adviseerde, weet ik nog niet. Het wetsvoorstel staat wel sterk in de reuk van recente aanvaringen tussen de gevestigde partijen en extreemrechts; en ook van zorgen over het afnemende vertrouwen van burgers in de politiek en het bestuur met als extreme uitlopers complottheorieën, door de AIVD bestempeld als „anti-institutioneel extremisme”. En de vraag is of je dit afnemende vertrouwen niet op een andere wijze zou moeten tegengaan, om te beginnen bijvoorbeeld door al die maatregelen en procedures aan te pakken die uitgaan van een wantrouwen van de overheid in de burgers. Of, zoals de Groningse bestuurskundige Bart-Jan Heine bepleitte, door het 'oplossend vermogen van de overheid' te vergroten door managers en consultants te ontslaan en meer wetenschappers in te zetten om aan een reeks van voortdurende problemen van burgers een einde te maken. 

Om te laten zien dat een partijverbod noodzakelijk is en niet een puur symbolische geste om afstand te nemen van abjecte ideeën zou je op z'n minst eerst moeten nagaan of de Nederlandse wet niet al voldoende middelen biedt om de democratie te beschermen. Bedreiging, geweld, discriminatie, groepsbelediging, het kan in Nederland allemaal aangepakt worden. Wilders is voor groepsbelediging veroordeeld, evenals mensen die op sociale media politici met de dood hebben bedreigd. Zulke concrete, daadwerkelijke acties die de democratie ondermijnen kunnen dus bestraft worden. Wat terecht niet bestraft kan worden zijn opvattingen. En juist die 'antidemocratische en antirechtsstatelijke opvattingen' komen steeds weer terug in de pleidooien voor een partijverbod. Voorlopig ben ik nog niet overtuigd.

17 augustus 2023

Boekverbranding en de vrijheid van meningsuiting


Sinds de nazitijd worden openbare boekverbrandingen in democratische landen verafschuwd. De brandstapels van de nazi's lieten eens te meer zien dat vrijheid van meningsuiting en fascisme niet samengaan. Nu worden er in Zweden en Denemarken opnieuw boeken demonstratief in brand gestoken. Volgens de autoriteiten kunnen de Koranverbrandingen echter niet verhinderd worden vanwege het recht op een vrije meningsuiting. Een absurde redenering. Boeken verbranden of vernietigen omdat de inhoud je niet bevalt is altijd fout en kan naar mijn mening nooit verdedigd worden met een beroep op de demonstratievrijheid of de uitingsvrijheid.

In Nederland heeft Edwin Wagensveld, voorman van de piepkleine anti-islamitische actiegroep Pegida, afgelopen voorjaar al vier keer een koran demonstratief verscheurd. De reactie van de autoriteiten hier en in Scandinavië is op dergelijke acties is het opschroeven van de waakzaamheid van politie en inlichtingendiensten uit vrees voor aanslagen. De provocaties zijn een gevaar voor de veiligheid, zeggen ze ook in Zweden en Denemarken. Toch durft men kennelijk niet in te grijpen. In Zweden is ook maar een krappe meerderheid tegen het verbranden van heilige boeken. 

De Nederlandse hoogleraar Tom Zwart meent dat de autoriteiten de plicht hebben om religieuze vrede te bewaren. Hij verwijst naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het Hof in Straatsburg heeft met een beroep op het EVRM eerder een Oostrenrijkse schrijfster schuldig bevonden. Het erkende dat religieuze groeperingen kritiek van anderen op hun godsdienstige overtuiging moeten dulden, maar dat als die kritiek aanzet tot haat of religieuze intolerantie, dat die dan aan banden moet worden gelegd. Zwart ziet voor Nederlandse burgemeesters ook mogelijkheden om koranverbrandingen te verbieden met een beroep op de Wet Openbare Manifestaties waarin staat dat een demonstratie verboden kan worden ter bestrijding en voorkoming van wanordelijkheden. Het bewaren van de religieuze vrede en het voorkomen en bestrijden van wanordelijkheden komen volgens hem op hetzelfde neer. 

Is een boekverbranding niet meer dan een 'wanordelijkheid'? 'Het bewaren van de religieuze vrede', vind ik overigens zo algemeen gesteld geen overheidstaak. In Nederland is religiekritiek niet strafbaar, wel groepsbelediging op grond van onder meer religie. Zo zou je de Koranverbranding ook kunnen duiden: een bewuste poging om een groep op grond van godsdienstige overtuigingen ernstig te beledigen. Waarom wordt Wagensveld niet aangeklaagd?

Alles bij elkaar lijkt me dat er voldoende redenen zijn om de provocaties van die anti-islam demonstranten niet langer te tolereren.

31 juli 2023

Een Nederlandse SLAPP-case


SLAPP staat voor 'strategische rechtszaken tegen publieke participatie' (in het Engels strategic lawsuits against public participation). Dat zijn uitputtende rechtszaken tegen journalisten, mensenrechtenverdedigers of wetenschappers die vermogende personen of bedrijven aanspannen met als voornaamste doel hen het zwijgen op te leggen. De gedaagden zijn onrecht, corruptie of mensenrechtenschendingen op het spoor gekomen waarvoor zij in het algemene belang de publiciteit opzoeken. De aanklagers vrezen voor hun reputatie en de aantasting van hun private belangen. Ze hebben geld genoeg om daar kostbare advocatentijd tegen in te zetten en dreigen met enorme boetes en de betaling van huizenhoge proceskosten. De meeste aangeklaagden zitten niet in die positie en kunnen dat risico niet nemen. Daarom haken ze af en kiezen ze er voor niets meer te publiceren, feiten ongenoemd te laten of  conform de eisen te rectificeren. Dergelijke rechtszaken hebben elders een çhilling effect. Wie onrecht kan onthullen wordt gedwongen na te denken over de risico's op een SLAPP. Dat schaadt de openheid en de participatie in het publieke debat.

De Nederlandse grootaandeelhouder van handelsonderneming B&S Blijdorp heeft het FD gedagvaard vanwege berichten over mogelijke ontduiking van de sancties tegen Iran en het niet informeren van andere aandeelhouders. Op de achtergrond speelt een conflict met een Iraanse zakenman die marmergroeven exploiteert. Blijdorp vordert naast rectificatie en verwijdering van de artikelen een verklaring van de rechter dat het FD onrechtmatig heeft gehandeld. Aan immateriële schade vordert hij € 150.000; de materiële schade zou in een nadere procedure moeten worden berekend. Het Persvrijheidsfonds van de NVJ staat achter de journalisten en roept de rechter op om deze zaak te beschouwen als een zogenaamde “SLAPP-zaak” en de vorderingen zo snel mogelijk af te wijzen. 

In de EU hebben de lidstaten vorige maand een gemeen­schappelijk standpunt bereikt over een wetsontwerp dat journalisten en mensenrechten­verdedigers moet beschermen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of onrechtmatige gerechtelijke procedures. De Europese Journalistenfederatie is erg teleurgesteld in het standpunt van de Raad. Het oorspronkelijke voorstel voor een Directive van de Commissie dat ook de instemming heeft van het parlement zou tot een betere bescherming van journalisten leiden. Het ontwerp is nu onderwerp van onderhandelingen van de drie partijen: de Commissie, de Raad en het parlement.

Het is een onderwerp dat deel uitmaakt van bredere mediawetgeving van de EU die nog voor de komende verkiezingen behandeld moet worden. 

19 juli 2023

Nieuwsuur op de sensatietoer


Hoe ernstig moeten we de bedreigingen en scheldpartijen aan het adres van politici nemen? Sigrid Kaag keert niet terug in de politiek omdat, zoals zij verklaarde, ernstige bedreigingen en zware beveiligingsmaatregelen een te grote wissel hebben getrokken op haar gezin. Het leidde tot grote verontwaardiging en zorg in politiek Den Haag. Nieuwsuur besteedde er afgelopen donderdag ruim aandacht aan maar moest achteraf toegeven dat ze wel wat te ver waren gegaan. In de uitzending werd gezegd dat verreweg de meeste negatieve berichten te maken hadden met het vrouw-zijn van Kaag. De hoofdredactie van Nieuwsuur stelt maandag dat die conclusie onterecht is getrokken. Ook de constatering dat “veel” negatieve tweets over het gezin en de echtgenoot van Kaag gingen en racistisch van toon waren, bleek niet juist. 

De hoofdredactie van Nieuwsuur verklaarde de fouten uit 'tijdsdruk, een te ambitieus idee, redacteuren die langs elkaar heen werkten en een verkeerde uitvoering van de content-analyse'. Ik vermoed dat de gretigheid waarmee mainstream media de laatste tijd berichten over de drek die de sociale media uitspuwen dergelijke slordigheden ook in de hand heeft gewerkt. Bedreiging van politici is een gemakkelijk, gevoelig en aandacht trekkend 'trending topic'.

Daarmee wil ik het onderwerp niet bagatelliseren. Het raakt aan de grondvesten van de democratie. Politici moeten in verkiezingen door de burgers en tussentijds door de gekozen volksvertegenwoordiging ter verantwoording worden geroepen. Wie probeert hen via bedreigingen of pogingen tot omkoping te beïnvloeden doorkruist deze democratische procedures. Terechte zorgen dus als dit soort acties de politiek gaan domineren. Volgens de minister van Justitie is het aantal bedreigingen van politici vorig jaar flink toegenomen. De stijging van het aantal meldingen kent verschillende oorzaken, schrijft ze in een bijlage bij het halfjaarlijkse rapport over de politie. 'De maatschappelijke onrust (corona, stikstof, etc.) is de afgelopen jaren toegenomen. Ook is er een verhoging van de meldings- of aangiftebereidheid.' Het speciale team dat zich met de bedreiging van Haagse politici bezighoudt meldde vorig jaar tot eind november 1072 meldingen 588 in 2021. In dat jaar werden 370 meldingen door het OM beoordeeld als mogelijk in strijd met de strafwet. Voor 2022 wordt geen aantal genoemd. Ook gaat de minister niet in op de grens tussen forse kritiek en strafbare bedreiging van een politicus. Het zou goed zijn als de media hier eens wat dieper op in gaan in plaats van alleen zorgwekkende incidenten te verspreiden.

30 juni 2023

Diversiteit en inclusiviteit in wetenschap en politiek

Op de Universiteit van Amsterdam (UvA) zijn geen „ernstige institutionele misstanden” die een bedreiging vormen voor de academische vrijheid en de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek bij de faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. Dat concludeert een externe onderzoekscommissie onder leiding van Carel Stolker in het rapport Krachtig en Kwetsbaar; academische vrijheid in de praktijk. Daarmee zijn de klachten van de inmiddels wegens wangedrag ontslagen docent Laurens Buijs van tafel. Het debat over acdemische vrijheid dat hij ontketende zal nog wel even voortduren. Deze week plaatste Trouw een slecht onderbouwde opiniebijdrage van een groep docenten die de suggestie willen wekken dat universiteiten hun kritisch-wetenschappelijke opdracht verzaken omdat ze 'in de ban zijn geraakt van een beperkte set politieke en ideologische overtuigingen.' Dergelijke algemene stellingen vormen een gevaarlijke ondermijning van het vertrouwen in publieke instituties. Het is goed dat een gedegen rapport als dat van Stolker c.s. daartegen enig tegenwicht biedt.

Het rapport van Stolker ontkent niet dat er reden is tot zorg. De 'grimmigheid' van het hedendaagse gepolariseerde publieke debat, 'die voor docenten, studenten, onderzoekers en bestuurders soms uitgesproken intimiderend is, kan de academische vrijheid in het hart treffen en leiden tot ongewenste zelfcensuur of andere vormen van ongewenste terughoudendheid onder onderzoekers, docenten en studenten.' De commissie spreekt zich uitdrukkelijk uit tegen 'woke'. 'Volgens de commissie heeft dit concept zich ontwikkeld van een oproep gericht op bewustwording van racisme, ongelijkheid en sociaal onrecht tot een manier van discussieren waarbij mensen niet in elkaars argumenten geïnteresseerd zijn en „elkaar zelfs het recht van spreken willen ontzeggen.” Dat past volgens de commissie niet bij een universiteit.' Ook diversiteit van politieke opvattingen en van wetenschappelijke perspectieven is een wezenlijk onderdeel van inclusieve diversiteit aan de universiteit. 

18 juni 2023

Het verschil tussen ‘democratisch’ en ‘antidemocratisch’ wantrouwen


De AIVD maakt zich grote zorgen om het ‘anti-institutioneel extremisme’ in Nederland, nu het aantal aanhangers van complotdenkers blijft groeien. Volgens de veiligheidsdienst zouden meer dan honderdduizend mensen in mindere of meerdere mate geloven dat er internationaal en in Nederland een ‘kwaadaardige elite’ aan de macht is die bezit heeft genomen van de overheid, de media en de wetenschap. Dergelijk extremisme kan als het zich verder uitbreidt een gevaar opleveren voor de democratische rechtsorde, volgens de dienst.

In De Groene van vorige week merkt inlichtingenexpert Jelle van Buuren op dat de AIVD anderzijds ook van mening is dat anti-institutionele kritiek wel degelijk hoort in een gezonde democratie:  ‘Het zich uitspreken tegen overheidsbeleid, het betwisten van de rechtvaardigheid van een rechterlijke uitspraak, politici bestempelen als elitair en de waarheid in twijfel trekken van een journalistiek of wetenschappelijk artikel, of de wet overtreden bij protesten, is niet extremistisch’. Erkend wordt dat ‘instabiliteit bij een democratische rechtsorde hoort’, dat tegenspraak en kritiek gestimuleerd moeten worden, dat felle meningsverschillen en polarisatie legitiem zijn, zolang de ander maar niet wordt gedehumaniseerd.

Extremistische varianten van deze op zichzelf nuttige tegenspraak worden helaas echter gevoed door het falen van de instituties. De veiligheidsdienst wijst op de toeslagenaffaire, de problemen met de gaswinning in Groningen en de stikstofcrisis. Bovendien kwam Rutte vorig jaar in opspraak omdat hij uit eigen beweging sms’jes van zijn telefoon had gewist, wat parlementaire controle onmogelijk maakte. De AIVD: “Het vergroten van de weerbaarheid vraagt vooral om betrouwbaarheid en eerlijk communiceren van instituties”. Een nogal versleten stellingname. De vraag waar het om draait is natuurlijk wanneer er nu eindelijk een adequaat antwoord van de politiek komt dat een verdere groei van het extremisme kan tegengaan.

26 mei 2023

Het gevaar van desinformatie


De ophef over gevaarlijke desinformatie heb ik altijd met enige scepsis bekeken. Ten eerste omdat de betekenis niet altijd even duidelijk is. Gaat het om foute informatie, leugens, propaganda? Problematische communicatie, dat zeker, maar het uitroeien daarvan lijkt me een even grote opgave als, om maar eens een voorbeeld te noemen, het afschaffen van wat heet 'het oudste beroep van de wereld'. Vergeet het maar. 

De Nederlandse overheid waarschuwt voor desinformatie in de zin van 'onware, inaccurate of misleidende informatie die met opzet wordt gemaakt en verspreid om geld te verdienen of om een persoon, sociale groep, organisatie of land te schaden.' Het is daarom altijd belangrijk om kritisch te zijn op informatiebronnen. Mee eens. Maar - en dat is mijn tweede punt- daar hoort ook de waarschuwing bij dat dergelijke desinformatie in crisissituaties zoals oorlogen en gewapende conflicten deel uit maken van het wapenarsenaal van álle partijen. Die desinformatie komt niet alleen van de vijand. Ook in een oorlog mogen we hopen op onafhankelijke journalistiek om niet misleid te worden door eenzijdige propagandaverhalen. Veel ophef over desinformatie gaat uitsluitend over propaganda van de vijand. Het leidt niet zozeer tot kritische reflectie op berichtgeving alswel tot bevestiging van een negatief oordeel over 'onze tegenstanders'. 

Voor een kritische reflectie op berichtgeving en het detecteren van desinformatie dient men vooral te letten op achterliggende belangen. Wie brengt dit bericht om welke reden in omloop? Dan blijkt dat de Nederlandse overheid zelf ook vragen oproept op dit gebied. De NRC schreef vorige maand over een geheime 'denktank' van het ministerie van VWS die zich actief bezighield met het bestrijden van desinformatie rond de coronapandemie. In wiens belang was dat? Moet de overheid hier een actieve rol in spelen? Mogen ambtenaren meebeslissen over wat wel en wat niet als schadelijke desinformatie moet worden beschouwd? Veel vragen over een 'schimmige' operatie die de overheid op de rand van censuur heeft gebracht. Het lijkt alsof er in Den Haag niet goed is nagedacht over de lastige kanten van het verschijnsel 'desinformatie' waar iedereen de mond vol van heeft. Het zou beter zijn als de overheid de bestrijding van mogelijk schadelijke boodschappen van desinformatie overlaat aan een onafhankelijk, belangenloos instituut. 

19 mei 2023

De context van woorden


In een column over taal wijst Marc van Oostendorp er op dat de betekenis van woorden niet altijd eenduidig is. Dat breekt met name de juristen op die als geen ander precies willen zijn in hun taalgebruik. Je kunt de betekenis van een woord natuurlijk opzoeken in een woordenboek. Maar dat geeft niet altijd uitsluitsel. 'Het is nu juist een kenmerk van menselijke taal dat woorden altijd een wat vage betekenis hebben, waarvan de betekenis inderdaad eigenlijk grotendeels op een geheimzinnige manier door de context wordt bepaald.' 

En tot die context behooort bijvoorbeeld de cultuur van de taalgebruikers. Generatieverschillen leveren ook verschillen op in taalgebruik. Taal is een levend ding en verandert in de loop van de tijd. Woordenboeken lopen in dat opzicht altijd achter. Allemaal redenen om de betekenis van woorden niet altijd als een absoluut gegeven op te vatten. Natuurlijk, een stoel is een stoel. Maar wat is een fascist? De betekenis die de een aan een woord hecht kan nogal verschillen van die van een ander. Lastig voor de onderlinge communicatie, maar bovenal buitengewoon ongemakkelijk voor een rechter die een uitspraak moet doen in zaken waar juist de woorden tellen: smaad, belediging, discriminatie, bedreiging.

Welke woorden in de rechtspraak als grensoverschrijdend worden beschouwd hangt af van de context en de individuele en maatschappelijke impact ervan. In het publieke debat ligt dat allemaal wat eenvoudiger. Dat loopt dan ook al snel vast op 'foute' woorden. Fout in de betekenis die de veroordelende partij er aan geeft.