09 november 2019

Identiteitspolitiek onder het mes


Elma Drayer heeft een allergie voor slachtofferschap, schreef een recensent in de NRC. Kan me daar iets bij voorstellen. Tot voor kort was ze nogal eens te horen bij Tijs van den Brink's radioprogramma 'Dit is de dag', dat bij mij vaak aanstaat als ik aan het koken ben. Elma hield zich daar bepaald niet in als mensen zich in haar ogen ten onrechte benadeeld of slecht behandeld voelden. Ze vond veel klachten overdreven, zeker als ze van links kwamen. Ik vond haar niet altijd even sympathiek, vooral door de manier waarop ze mensen die oprecht tegen onrecht opkwamen afzeikte. Maar ze had soms wel gelijk vanwege de onhandigheid waarmee iemand gevoelige kwesties in de openbaarheid aan de orde stelde.

In 'Witte Schuld' gaat Drayer helemaal los over de kwalijke kanten van de identiteitspolitiek, een uit de Verenigde Staten overgewaaide trend, zoals die tot uitdrukking komt in de standpunten van veel fanatieke antiracisten. Het boek bevat een aaneenschakeling van incidenten en uitspraken die laten zien hoe het openbare debat in de afgelopen jaren te lijden heeft gehad onder moralistische, politiek correcte ingrepen die de vrijheid van meningsuiting ernstig hebben aangetast. Met als gevolg een ongezonde polarisatie in de openbare meningsvorming. In herinnering aan haar radio-optredens begon ik met enige scepsis aan haar boek. Maar ik moet zeggen dat ze bij een aantal aspecten van het actuele racismedebat de spijker op de kop slaat. Er is wel degelijk sprake van ontsporingen die een gezond cultureel en wetenschappelijk klimaat in de weg zitten.


29 oktober 2019

Wegkijkgedrag bij de politie

De teamchef van de politie in Leiden Fatima Aboulouafa werd vorige maand op non-actief gezet omdat haar openlijke kritiek op racisme, machtsmisbruik en pesten binnen de politieorganisatie tot interne spanningen had geleid. Ondanks het feit dat landelijk korpschef Erik Akerboom het naar aanleiding van haar kritiek „pijnlijk en onacceptabel” noemde dat „de leiding soms wegkijkt” bij meldingen over fout gedrag van politieagenten. Voor Aboulouafa was dat precies de reden waarom ze het noodzakelijk had gevonden om naar buiten te treden. Ze schreef dat klokkenluiders, door haar ‘lichtschijners’ genoemd, binnen de organisatie oplopen tegen een ‘blue wall of silence’. Politieagenten die „structurele problemen en grensoverschrijdende zaken binnen onze organisatie” aankaarten, hebben volgens haar „mentale of lichamelijke klachten opgelopen”. Vanwege „capaciteitsproblemen” zouden ‘foute’ agenten niet op non-actief worden gesteld. Maar zijzelf, de klokkenluider die het opname voor haar collega-klokkenluiders dus wel.

De zaak trok de aandacht van de Tweede Kamer en minister Grapperhaus moest uitleg geven. Dat deed hij in een brief waarin hij de resultaten van een onderzoek door Bureau Veiligheid Integriteit en Klachten (VIK) meedeelde. Grapperhaus ontkent in die brief dat Aboulouafa weg zou moeten vanwege haar kritiek op misstanden binnen het korps. Dat schoot de weggestuurde politiechef in het verkeerde keelgat. Zij heeft nu een klacht ingediend tegen de minister vanwege smaad en laster omdat hij heeft gesuggereerd dat zij is weggestuurd om een andere reden dan haar kritiek op de politieorganisatie.

16 oktober 2019

Kunstbeleid en diversiteit

Het Amsterdamse raadslid voor Forum voor Democratie Annabel Nanninga en haar spreekbuis GS maakten zich onlangs nogal druk over een rapport van de Amsterdamse Kunstraad en het beleid dat wethouder Meliani van GroenLinks daarop willen baseren. Steen des aanstoots is de eis van de gemeente om iedereen die voor een subsidie in aanmerking wil komen te verplichten tot een 'actieplan over inclusiviteit en diversiteit (van governance tot organisatie en bedrijfsvoering, van publiek tot programma en talent).' In het Parool noemt Theodor Holman het rapport 'weerzinwekkend'. Hij ziet er een poging in om Amsterdammers een bepaalde manier van denken op te leggen. Volgens Holman is het 'een illustratie van de langzame moord op onze cultuur, op ons vrije denken, op de vrijheid van de kunstenaar.' Maar ja, hij is dan ook columnist en mag ook wel een beetje overdrijven.

Nanninga keert zich in de Amsterdamse raad tegen de 'politisering van de gesubsidiëerde kunstensector.' En dan met name tegen de ideologie van de 'uit de VS overgewaaide identiteitspolitiek' die volgens haar leidraad is geweest voor het kunstenplan. Haar kritiek vind ik voor een FvD-politica echter nogal hypocriet. Als het aan partijleider Baudet ligt gaan we alleen voor kunst die de nationale identiteit niet besmeurt. Met zijn weerzin tegen moderne kunst zullen we,  mocht hij het ooit voor het zeggen krijgen, waarschijnlijk ondergedompeld worden in de zuivere 'boreale cultuur' met ‘trotse schilderijen’ , ‘sculpturen van onze helden’ en veel pracht en praal. Over politisering van de kunst gesproken.

30 september 2019

Politici en het vrije verkeer van informatie

'Politici mogen op Facebook meer dan gewone mensen' kopt De Volkskrant. Het bedrijf dat zo'n dominante rol speelt in het publieke debat laat opnieuw zien hoe onwenselijk het is dat de monitoring en regeling van het debat in private handen blijft. En geheim.

Het probleem van Facebook heeft alles te maken met de komende presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Dat wordt een moddergevecht tussen Trump en zijn tegenkandidaat. Van de president weten we dat hij geen blad voor de mond neemt. En zeker niet in verkiezingstijd. Maar door zijn uitingen te censureren loopt Facebook het gevaar beschuldigd te worden van partijdigheid, ook al zouden ze de andere kandidaat net zo hard aanvallen. Trump verkettert alle media die kritiek op hem uiten. Daar wil Facebook kennelijk niet bij horen. En dus kondigt Facebook-topman en voormalig leider van de Britse Liberalen Nick Clegg (foto) een onderscheid aan in de behandeling van nepnieuws, haatdragende uitingen en discriminatie: politici worden anders dan alle andere Facebook-gebruikers gevrijwaard van censuur of blokkades bij overtreding van de huisregels. Quod licet Jovi non licet bovi.

Clegg liet wel weten dat hij ook voor politici een grens trekt bij 'uitlatingen die kunnen leiden tot geweld en schade in de echte wereld.' Maar waar Facebook niet van afwijkt is dat het bedrijf alle publieke communicatie zelf in particuliere handen houdt. Een buitengewoon onwenselijke situatie die door de VN-rapporteur over de vrijheid van meningsuiting David Kaye als volgt werd bekritiseerd: ‘Facebook is een belangrijke plaats van meningsuiting, misschien wel de belangrijkste. Maar de mensen die daar de regels maken over wat je wel en niet mag zeggen, vallen niet onder enige democratische controle. Het is onwenselijk dat de platformen die macht krijgen.’


16 september 2019

Klimaatcrimineel aangeklaagd

Mijn collega's van de redactie van Sargasso hebben een prijsvraag georganiseerd. Lezers kunnen 'klimaatontkenners' nomineren voor de 'Gouden Hockeystick Award'. Die zal worden toegekend aan de persoon of de organisatie die met een beroep op gezag of autoriteit actief desinformatie verspreidt over de oorzaken en gevolgen van de klimaatverandering (de volledige omschrijving van de criteria vind je hier). Zo iemand krijgt dan het predicaat 'klimaatcrimineel' vanuit de gedachte dat het publiek wordt misleid en de verwachting dat op deze manier schade wordt berokkend aan de totstandkoming van een hoogst urgent klimaatbeleid. Concreet aanwijsbare schade speelt geen rol bij de toekenning van de award. De verspreiding is de schade, lijkt het wel.

Met alle begrip voor de irritatie die de hardnekkige ontkenning van de feiten inzake klimaatverandering oproept ben ik om een aantal redenen toch niet erg gelukkig met deze actie. En ik betwijfel bovendien of je langs deze weg de invloed van de 'klimaatcriminelen' kunt verminderen.


Je kunt iemand crimineel noemen, ook in de niet-juridische betekenis, met verwijzing naar gedrag waarmee schade berokkend wordt. Het gedrag dat hier gecriminaliseerd wordt is verspreiding van informatie. Hoe onwaar of onzinnig ook, de verspreiding van de boodschap valt pas moreel te veroordelen of mogelijk zelfs strafrechtelijk te vervolgen, als er willens en wetens schade door wordt aangericht. Iemand die een bewezen schadelijk medicijn of een onbewezen behandeling propageert kun je als kwakzalver aanklagen. De 'klimaatcrimineel' kun je verwijten onwaarheden te verspreiden, maar de schade daarvan is aanzienlijk moeilijker aan te tonen. Nog afgezien van het feit dat de meeste mensen de poging tot misleiding wel doorzien kan het directe effect op het beleid niet worden bewezen. Je kunt beter proberen mogelijke schade te voorkomen door die onwaarheden te bestrijden.

31 augustus 2019

Operahuis houdt niet van kritiek

De Nederlandse Opera (DNO) deed de kritische recensent van Opera Gazet in Antwerpen Olivier Keegel in de ban. Hij krijgt geen vrijkaartjes meer en wordt ook niet meer toegelaten tot persconferenties. Hij mag de voorstellingen in de Stopera voortaan alleen op eigen kosten bijwonen. Keegel liet het er niet bij zitten en spande een rechtszaak aan. Inzet: de vrijheid van meningsuiting. De rechtbank ging hier niet in mee. Keegel werd ten slotte niet helemaal geweerd van de voorstellingen. En vanuit journalistiek oogpunt lijken die persbijeenkomsten niet heel belangrijk, aldus de rechter.

'Het nieuwe seizoen van De Nationale Opera is een hautaine klap in het gezicht van de traditionele operaliefhebber', schreef Keegel begin dit jaar in het Parool. Hij leverde al langer ongezouten kritiek op het modernistische programma-aanbod van artistiek leider Pierre Audi. De traditionele liefhebber van de Italiaanse opera is volgens hem niet langer welkom in de Stopera. De voorkeur wordt gegeven aan 'een handjevol musicologen en bezoekers die graag het Stockhausenstempel in hun culturele paspoort laten zien'. Sandra Eikelenboom, hoofd marketing en communicatie van DNO: "We vinden wat hij schrijft vilein, onder de gordel en persoonlijk en om die reden niet journalistiek. Hij speelt meer en meer op de man. En daardoor kunnen wij het naar onszelf niet meer verantwoorden hem daarvoor te subsidiëren in de vorm van vrijkaartjes."

Je kunt je afvragen of de flauwe reactie op Keegel's uitgesproken voorkeuren een rechtszaak waard is. De uitspraak is ook niet zo verwonderlijk. Maar het standpunt van het hoofd marketing en communicatie verdient toch wel een kritische kanttekening. DNO vindt wat Keegel schrijft 'niet journalistiek'. Opmerkelijk. Is het aan DNO om te bepalen wat journalistiek is en wat niet? DNO kan zich wenden tot de Raad van de Journalistiek als men meent dat grenzen zijn overschreden. Een rechtszaak wegens smaad of eenvoudige belediging is ook nog mogelijk. Maar een journalist wegzetten omdat wat hij over het operahuis schrijft volgens datzelfde operahuis 'niet journalistiek' is lijkt mij getuigen van een vaker voorkomende arrogantie van marketeers: wat het publiek over ons hoort bepalen we bij voorkeur zelf. Daar moet een journalist die zijn vak serieus neemt zich uiteraard tegen verweren.

[foto: Peter Hessels CC]

19 augustus 2019

Fotograaf klaagt Facebook aan

Fotograaf Thijs Heslenfeld heeft aangifte gedaan tegen Facebook bij het Openbaar Ministerie (OM) in Amsterdam, schrijft De Volkskrant. Heslenfeld wil dat het OM een strafrechtelijk onderzoek begint naar het fotobeleid van Facebook. De fotograaf claimt dat het beleid van Facebook in strijd is met de Nederlandse grondwet. Zo vindt Heslenfeld dat zijn vrijheid van meningsuiting is aangetast omdat het platform tot driemaal toe zijn foto’s heeft verwijderd en zijn account daarna twee keer heeft geblokkeerd. De laatste keer trof dat een foto van een meisje met ontbloot bovenlijf. Facebook wil er niet op in gaan. ‘Net als bij kunst zullen mensen altijd van mening verschillen over wat wel en niet geschikt is om te publiceren.’


23 juli 2019

Moet het internet gereguleerd worden? En zoja hoe?

De oorspronkelijke droom van internet als een digitale ruimte waar burgers elkaar in alle vrijheid kunnen ontmoeten en waar iedereen toegang heeft tot alle informatie is al lang vervlogen. Het internet wordt gedomineerd door 'tech-reuzen' die opereren vanuit commerciële belangen en die ons vooral gebruiken als leveranciers van data, het 'nieuwe goud' in de economie.
De positieve beloftes van het internet worden meer en meer overschaduwd door zaken die afschuw oproepen: 'hatespeech', kinderporno, discriminatie, bedreigingen, 'fake' nieuws, misdaad en bedrog. De roep om overheidsingrijpen wordt dan ook steeds vaker gehoord. En dan gaat het vooral om de sociale media zoals Facebook, Twitter en Youtube. Duitsland heeft inmiddels een Netzwerkdurchsetsungsgesetz. Frankrijk heeft wetgeving ingevoerd tegen haatzaaien.

Donderdag 4 juli vond er in de Rode Hoed in Amsterdam een debat plaats over dit onderwerp met VN-rapporteur David Kaye naar aanleiding van zijn boek Speech Police: the global struggle to govern the internet. Aan het debat namen verder deel het net afgetreden Europarlementslid voor D66 Marietje Schaake en de directeur van het Centrum De Waag, Marleen Stikker. Kunnen we agenten op het internet tolereren zonder schade te berokkenen aan de idealen van het vrije verkeer van informatie en de vrijheid van meningsuiting? Het blijkt geen eenvoudige kwestie.

Kaye stelt voor het internet te onderwerpen aan mensenrechten. „We hebben in internationale mensenrechtenverdragen afgesproken wat onder de vrijheid van meningsuiting valt, en wat niet. Oproepen tot geweld of aanzetten tot haat tegen een bevolkingsgroep geldt bijvoorbeeld als misbruik van dat recht. Waarom zouden we socialemediabedrijven niet aan die afspraken houden?” Een redelijk standpunt dat echter niet eenvoudig zomaar overal in wetgeving kan worden omgezet, ook al zijn de tech-reuzen inmiddels niet meer afkerig van regulering.


12 juli 2019

GroenLinks vliegt uit de bocht

Over nepnieuws heb ik hier eerder geschreven. Heimelijk politiek bedrijven door middel van het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie is een eeuwenoude truc van politieke propagandisten. Zie het als een poging de tegenstander ontregelen door de verspreiding van leugens en geruchten. Dat de overheid ons hiertegen zou moeten beschermen, zoals sommige politici suggereren, is echter een gevaarlijke gedachte. Die overheid is zelf partij en dient het onderscheid tussen waarheid en leugen over te laten aan het onafhankelijk oordeel van de burgers om niet in censuur te vervallen. De beste bestrijding van nepnieuws ligt in handen van onafhankelijke media die de leugens en verzinsels ontmaskeren en burgers in staat stellen zelf te beoordelen wat zij wel of niet moeten geloven. Tegen het nepnieuws werkt alleen het echte nieuws. En opvoeding in 'mediawijsheid'.

In een debat met minister Ollongren bleek dat GroenLinks Kamerlid Nevin Özütok dit niet helemaal goed begrepen heeft. Ze stelde voor de Kiesraad de taak te geven nepnieuws in verkiezingscampagnes te detecteren en aan de kaak te stellen. Özütok werd vervolgens op pijnlijke wijze op haar nummer gezet door PVV-Kamerlid Martin Bosma. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om zijn rabiate anti-communisme te etaleren, tot plezier van zijn fans die onder het gepubliceerde filmpje helemaal los gaan tegen die verschrikkelijke gevaarlijke 'groenlinkse communisten'. Dat slaat natuurlijk nergens op. Maar verder moet ik Bosma puur inhoudelijk gelijk geven. De overheid dient zich verre te houden van oordelen over de kwaliteit van nieuwsberichten. Voor je 't weet krijgen we praktijken terug zoals vroeger gebruikelijk in de Rooms-Katholieke kerk toen de bisschoppen nog publicaties goedkeurden met een 'nihil obstat'-stempel.


25 juni 2019

Grenzen trekken

Ian Buruma, de onfortuinlijke hoofdredacteur van de The New York Review of Books, zag zich al na korte tijd gedwongen ontslag te nemen nadat hij een artikel had geplaatst van een man die beschreef hoe hij door een #MeToo affaire plots als paria werd behandeld. Voor veel lezers bleek het een brug te ver om deze paria een podium te geven. Bij zijn aftreden schreef Buruma een commentaar en daarin maakte hij het onderscheid tussen insult (belediging) en offense (aanstoot). Het eerste is bewust, het tweede afhankelijk van de ontvanger. ‘Aanstoot wordt genomen, belediging uitgedeeld.’ Aanstoot geven moet kunnen, beledigen is een moedwillige poging om iemand kwaad te doen en dat gaat volgens Buruma over de grens. Coen van de Ven schrijft er over in De Groene.  Hij levert terecht kritiek op het besluit van de The New York Times om, na alle ophef over een spotprent van Trump met een keppeltje achter een blindengeleidehond met davidster die de Israëlische premier Netanyahu moet voorstellen, nu maar helemaal geen cartoons meer te plaatsen. Redactionele luiheid, vindt hij. Cartoons moeten het hebben van scherpte, ze zullen altijd wel bij iemand voor aanstoot zorgen. En hij citeert cartoonist Joep Bertrams: ‘Door volledig te stoppen met het genre zeg je eigenlijk: ik heb geen zin in dat gehannes’.

In Nederland is het geven van aanstoot voor de meeste mensen nauwelijks nog een punt van discussie, misschien met uitzondering van de 'potloodventer'. Bewuste belediging ligt een heel stuk moeilijker. De strafwet kent daarvoor nog drie varianten: eenvoudige belediging, smaad (bewust kwaadaardige praatjes verspreiden) en laster (bewust leugens vertellen die iemands reputatie aantasten). En dan is er ook nog de omstreden groepsbelediging. In alle gevallen zou ik met Buruma mee willen gaan en de grens leggen bij het opzettelijk toebrengen van schade: iemand moedwillig met woorden of beelden een klap verkopen die de persoon of groep pijn doet. Dat is niet alleen onfatsoenlijk, maar daarmee wordt een grens van beschaving overschreden. Of dat in alle gevallen tot een veroordeling door de strafrechter moet leiden valt nog te betwisten, maar het lijkt me heel redelijk dat de mogelijkheid in elk geval bestaat.

Proces Wilders

Deze week vindt de inhoudelijke behandeling plaats van het hoger beroep in de 'minder, minder Marokkanen'- zaak waarin Geert Wilders in 2016 werd veroordeeld voor groepsbelediging. De rechtbank zag in Wilders' duidelijk vooraf geregisseerde actie op de verkiezingsavond van de raadsverkiezingen in 2014 een teken van het minderwaardig verklaren van een bevolkingsgroep als zodanig. En dat valt onder de strafbaarheid van groepsbelediging. De moedwillig toegebrachte schade zit dan vooral in de intimidatie, de bedreiging van een deel van de bevolking. Bedreiging veroorzaakt angst en dat kan een gerechtvaardigde reden zijn om de vrijheid van meningsuiting te beperken.


11 juni 2019

Twitter straft

Geert Wilders heeft een halve dag geen gebruik kunnen maken van zijn Twitter-account. Het was een straf van het bedrijf omdat de politicus zich niet aan de regels heeft gehouden. Hij schreef in reactie op een tweet van zijn collega Jetten van D66 waarin stond dat we altijd moeten opstaan tegen antisemitisme in Nederland en Europa:
‘Laten we altijd opstaan tegen de sukkels van @D66 die de grenzen open laten staan en meer en meer islam importeren om vervolgens krokodillentranen te huilen over de gevolgen daarvan zoals antisemitisme, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, terrorisme en haat.’
Volgens Twitter is dat haatdragende gedrag. Wilders kreeg een mail waarin verwezen wordt naar de huisregel: You may not promote violence against, threaten, or harass other people on the basis of race, ethnicity, national origin, sexual orientation, gender, gender identity, religious affiliation, age, disability, or serious disease. Een vreemde reactie op de tweet van Wilders, meent ook De Volkskrant:
Zijn D66’ers volgens Twitter een gemarginaliseerde gemeenschap die speciale bescherming verdient? Dat Wilders zijn politieke tegenstanders uitmaakt voor ‘sukkels’ is weinig verheffend, maar op het eerste gezicht toch niet schokkender dan een recente tweet van D66-europarlementariër Sophie in ’t Veld. Zij kwalificeerde Kamerleden die zich keren tegen het streven naar een ‘steeds hechter verbond’ van EU-lidstaten onlangs als ‘onnozel’. Die tweet bleef gewoon staan.
Een doodsbedreiging tegen Wilders van een Pakistaan werd ook niet verwijderd.

28 mei 2019

Leid burgers niet om de tuin

Lokaal nieuws uit Apeldoorn van Dagblad De Stentor:
De complete redactie van het Apeldoornse wijkblad de Wijkkijker is vanwege een curieuze reden opgestapt. Omdat er van de wijkraad Osseveld-Woudhuis geen artikelen meer over de komst van het azc aan de Deventerstraat geschreven mogen worden, hebben de tien schrijvers hun taken neergelegd.
De redactie vermoedt dat de wijkraad onder druk staat van de gemeente. Die ontkent dat, net als de voorzitter van de wijkraad. Die zegt dat het drie maal per jaar uitkomende blad in de loop der jaren los is komen te staan van de wijkraad. Op de uitvoerige artikelen over het azc wil hij niet aangesproken worden. Nu even stoppen over dat onderwerp en er later misschien nog eens op terug komen in overleg met de wijkraad, was het verzoek dat de redactie aanleiding gaf om op te stappen.

Het laatste artikel is volgens De Stentor een voorbeeld van serieuze journalistiek. 'De redactie laat allerlei experts, zowel voor- en tegenstanders, aan het woord. Hoewel er de nodige kritiek in doorklinkt, is het feitelijk van toon en niet vanuit de onderbuik geschreven.'

Hier gaan twee dingen fout.

10 mei 2019

Een onveilig klimaat voor journalisten

Ter gelegenheid van de Dag van de Persvrijheid publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) een nieuw onderzoek naar bedreigingen, intimidaties en geweld waar journalisten mee te maken hebben. Twee jaar geleden is er al eens onderzoek op dit gebied gedaan door voormalig ombudsman Alex Brenninkmeijer en Marjolein Odekerken. De resultaten waren volgens de NVJ tamelijk verontrustend. In het nieuwe onderzoek van Odekerken en Laura Das was de focus gericht op vrouwen en online pogingen tot intimidatie. De helft van de vrouwelijke journalisten in Nederland heeft daar ervaring mee vanwege hun werk. Vooral vrouwen met een migratieachtergrond en freelancers melden vervelende incidenten.

Het onderzoek werd woensdag j.l. gepresenteerd op het Festival van het Vrije Woord in Hilversum waarna een forum de resultaten besprak. Opvallend is het verschil in bedreigingen tussen mannen en vrouwen. Mannelijke journalisten hebben ook te maken met bedreigingen, en soms zelfs fysiek geweld. Misdaadverslaggevers Paul Vugts en John van den Heuvel hebben zelfs politiebescherming. Vorig jaar zijn de gebouwen van de Telegraaf en Panorama door criminelen vernield (een van de redenen waarom Nederland een plaats is gezakt op de Persvrijheidsmonitor). Maar de bedreigingen van mannen betreffen vrijwel altijd wát ze schrijven of filmen, terwijl vrouwen online geconfronteerd worden met seksistische en racistische uitingen vanwege hun identiteit. NRC-columniste en forumlid Clarice Gargard: 'De boodschap is eigenlijk dat ik niet thuis hoor in het publieke debat.' De vertegenwoordigster van SOFO, een door de OVSE geïnitiëerd programma voor de Safety of Female Journalists Online, zei het zo: mannelijke journalisten worden aangevallen op hun standpunt, vrouwen omdat ze een überhaupt een standpunt naar buiten brengen; en des te vaker naarmate het een dissident standpunt betreft.

29 april 2019

Staatshoofd of popster

Aanhangers van het dezer dagen weer zo bejubelde Nederlandse koningshuis zullen er niet blij mee zijn, maar het verbod op majesteitsschennis is eindelijk verleden tijd. Vorig jaar was er al een meerderheid voor in de Tweede Kamer, een jaar later is nu ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met de initiatiefwet van Kees Verhoeven (D66) om de artikelen 118 en 119 uit het Wetboek van Strafrecht te verwijderen. CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen. Na het verlies van het verbod op 'smalende godslastering' moeten de christelijke politici opnieuw buigen voor een meerderheid die eindelijk eens wil afrekenen met totaal verouderde bepalingen die de vrijheid van meningsuiting belemmeren. En dit keer was er geen opportunistische VVD die hen te hulp kwam.

Verhoeven's voorstellen voor de wetswijzigingen werden ook door de regering als 'modernisering' ondersteund. Maar niet nadat men zich er van verzekerd had dat de mogelijkheid voor het bestraffen van belediging van het koningshuis langs andere weg toch nog in stand blijft. Belediging van het koningshuis is nu gelijkgetrokken met de verzwaarde strafbaarheid van de belediging van een 'ambtenaar in functie'. Om de koning niet in verlegenheid te brengen is bepaald dat het in zijn geval niet nodig is dat hij zelf een klacht indient. Tegelijk met het schrappen van de majesteitsschennis is ook het verbod op de belediging van een bevriend staatshoofd als apart strafwetartikel uit de wet gehaald.

08 april 2019

Amerikaanse toestanden

De staat moet zich onthouden van bemoeienis met godsdienst, de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, of vreedzame bijeenkomsten van het volk. Zo luidt ongeveer het First amendment van de Amerikaanse grondwet, traditioneel het voorbeeld voor alle tegenstanders van censuur. De bescherming van het vrije woord tegen ingrijpen van de overheid laat onverlet dat Amerikaanse burgers elkaar nog steeds kunnen aanspreken op uitingen die in strijd zijn met lokale zeden of het dominante geloof. In de afgelopen jaren hebben we met enige verbazing, juist vanwege dat beeld van vrijheidslievende Amerikanen, kennis kunnen nemen van incidenten op Amerikaanse universiteiten waar een ver doorgevoerd beleid van politiek correct handelen geleid heeft tot een drastische inperking van de vrijheid van meningsuiting. Linkse studenten op Amerikaanse universiteiten plegen censuur op ideeën, taal en sprekers die hun niet bevallen. Volgens critici ondermijnen zij hiermee de universiteit als debatplek bij uitstek. Het opmerkelijkste argument van de studenten om bepaalde sprekers, of ook onderdelen uit de historische of literaire canon, niet te willen horen, is dat die hen stress zou bezorgen, en zo lichamelijke klachten, waartegen zij zich dus ook fysiek mogen weren.

Dat de studenten het vooral hebben begrepen op uitingen vanuit de rechtse, conservatieve hoek, en dan met name uitingen die strijdig zijn met respect voor hun verschillende identiteiten, roept een reactie op die grote risico's inhoudt voor de traditionele Amerikaanse free speech. Want wat blijkt? President Trump heeft gehoor gegeven aan klachten uit zijn achterban over de toestand op de 'linkse' universiteiten. Hij dreigt academische instellingen nu te gaan korten op hun researchgelden als ze geen free speech voor hun studenten en personeel kunnen garanderen. Het presidentiële decreet  beroept zich op het First amendment maar is natuurlijk als zodanig juist volledig in strijd met de Amerikaanse grondwet die overheidsingrijpen moet voorkomen.


26 maart 2019

Overheid en moraal

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zien we een terugtredende overheid. Den Haag decentraliseert en laat steeds meer taken over aan zelfstandige organisaties in onderwijs, zorg en alle andere terreinen die voorheen door het Rijk werden bestierd. Het leidend principe is ontleend aan de markteconomie. Publieke voorzieningen moeten zich gedragen als bedrijven die de wetten van vraag en aanbod en onderlinge concurrentie volgen. Over de effectiviteit van die marktwerking in de publieke sector bestaan intussen grote twijfels, zelfs bij de regering, maar daar wil ik het hier niet over hebben.

Er zijn ook initiatieven van de overheid waarbij ik me afvraag of enige terughoudendheid niet beter zou zijn geweest.  Een voorbeeld is de oproep van staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) aan boekhandelaar Bol.com om de etalage anders in te richten. 'Het kabinet wil dat internetwinkel Bol.com stopt met de prominente verkoop van niet-wetenschappelijke boeken die pleiten tégen vaccinatie van kinderen', schrijft het AD. 'En zelfs volledige verbanning uit het assortiment dient bespreekbaar te zijn.' De staatssecretaris beseft dat hij de internetwinkel niet kan opdragen bepaalde boeken niet te promoten of te verkopen, maar als Bol.com geen gehoor aan de oproep geeft, wil hij met het bedrijf gaan praten. Dat Blokhuis zich zorgen maakt over de invloed van vooringenomen publicaties die er toe kunnen leiden dat de vaccinatiegraad tot een gevaarlijk niveau daalt kan ik me voorstellen. Maar de suggestie dat de staat zich zou kunnen gaan bemoeien met de inrichting van een boekhandel vind ik wel verontrustend. Hoe ver kan dat gaan? Er zijn wel meer risicovolle onderwerpen waarover leugens en onzin welig tieren op het net. Gaat minister Wiebes nu ook in gesprek met Google over de invloed van ontkenners van klimaatverandering?

Het geloof in de onzin van de anti-vaccinatiebeweging lijkt me een voorbeeld van een tekort aan kritisch denken en kennis van methoden van wetenschappelijk onderzoek. Daar zou je het onderwijs op kunnen aanspreken. De regering heeft op dat terrein echter andere prioriteiten, zo blijkt uit een wetsontwerp van de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob (ook ChristenUnie).


15 maart 2019

Niet zoenen in het openbaar

Toen ik meer dan dertig jaar geleden begon met het verzamelen van berichten over belemmering van de vrijheid van meningsuiting vond ik, zeker in de eerste jaren, nog veel bezwaren tegen seksueel getinte uitingen. Aanstootgevende posters, kunst en tv-programma's die volgens critici de fatsoensnormen overschreden leidden tot veel misbaar en af en toe Kamervragen met het verzoek aan de regering om in te grijpen. De christelijke partijen lieten zich op dit punt het vaakst horen, met voorop de SGP en de ChristenUnie. In Dit kan niet en dit mag niet heb ik een heel hoofdstuk gewijd aan een reeks van voorbeelden uit de jaren rond de eeuwwisseling.

De fatsoensridders zijn daarna misschien wat minder in de aandacht geweest, maar af en toe laten ze nog wel van zich horen. Vooral de SGP. Deze week maakte de provinciale fractievoorzitter Klaas Ruitenberg uit Gelderland bezwaar tegen posters in bushokjes waarop twee zoenende vrouwen te zien zijn. “Relaties met afbeeldingen zoals op deze posters zijn in strijd met Gods woord.” De gewraakte poster is in zijn ogen dubbel fout omdat het gaat om reclame voor een datingsite. Ruitenberg maakte daarom ook bezwaar tegen posters die in Nijmegen waren opgehangen. ,,Deze organisatie stimuleert vreemdgaan. Dat is bij uitstek de reden voor het merendeel van de echtscheidingen in dit land. Je zou maar een kind zijn wiens ouders zijn gescheiden nadat een van hen is vreemdgegaan en met deze posters worden geconfronteerd. Je kan er niet omheen, het wordt je opgedrongen. Verschrikkelijk.”


26 februari 2019

Leerkracht van school gestuurd

Een docent in Lochem verloor zijn baan nadat hij tijdens de les naar pornobeelden had gekeken op zijn computer. De beelden verschenen per ongeluk op de beamer zodat de leerlingen er getuige van waren. Een van hen zette een filmpje van het digitale schoolbord met de porno op sociale media. De leraar werd geschorst en kan niet meer op die school terugkeren, ondanks pogingen van leerlingen die in staking gingen om zijn schorsing terug te draaien.

Ik begrijp dat het voor de leraar moeilijk is om na deze gebeurtenis terug te keren op school. Wat ik niet begrijp is dat de leerling die de beelden naar buiten heeft gebracht gehandhaafd blijft.  Er is, in het bijzijn van zijn ouders, indringend met hem gesproken. "Hij is uitdrukkelijk geconfronteerd met de gevolgen van zijn ontoelaatbaar handelen." Daarbij is onder andere gesproken over de risico's van digitale media. De school gaat de regels voor het gebruik van mobiele telefoons binnenkort tegen het licht houden, schrijft Omroep Gelderland.

Dat was begin deze maand. Nu komt via de Telegraaf met een ander verhaal naar buiten waarin opnieuw een leraar op non-actief is gezet door een actie van leerlingen die raakt aan de uitingsvrijheid. Leerlingen van het Hoofdvaart College in Hoofdorp hebben bij de directie geklaagd over een techniekinstructeur die de profeet Mohamed beledigd zou hebben. Daarop is de man geschorst. Hij ontkent de belediging. Inmiddels is de schorsing verlengd vanwege het belang van de ’sociale veiligheid van de leerlingen en de vereiste rust en orde binnen de school’. Volgens bestuursvoorzitter Jan Rath is er inmiddels ook sprake van een ’geschonden relatie’ tussen de instructeur en de directeur van het Hoofdvaart College. Weinig kans dus dat hij nog terug kan komen.

10 februari 2019

Boodschap of boodschapper?

Wat weegt het zwaarst bij de beoordeling van een bericht of opinie? De inhoud of de identiteit van de bron of de auteur? Ik kan niet ontkennen dat ik bij de dagelijkse consumptie van wat er in print en op het internet verschijnt ook kijk naar de bron. Ik vind het ook moeilijk om bijdragen serieus te nemen van mensen die ik eerder alleen maar onzin heb horen verkondigen of die expliciete standpunten verkondigen die mijlenver van de mijne liggen. Ik laat GeenStijl, De Telegraaf, DDS en TPO ook doorgaans rechts liggen. Maar dat wil niet nog niet zeggen dat ik het uitsluit om kennis te nemen van wat deze media publiceren of dat ik vind dat iedereen ze moet boycotten vanwege wat daar te lezen valt. Datzelfde geldt voor auteurs. Je kunt van mening zijn dat een bepaalde auteur een fout standpunt heeft, het volledig uitsluiten van die auteur van het publieke debat is in strijd met de principes van het vrije politieke debat in een democratie. En zelfs als er sprake zou zijn van het overtreden van de wet (racisme, smaad, bedreiging met geweld) is het aan de rechter om dit vast te stellen en een straf te bepalen voor die bepaalde uiting. Waarmee dus niet gezegd is dat die persoon altijd en in alles wat hij of zij schrijft of zegt fout is. 'Als een fascist ademt liegt ie', zei men vroeger in anti-fascistische kringen. Ik begrijp waar het vandaan komt, maar ik zie deze leuze toch liever als een boud geformuleerd politiek standpunt dan als een oproep om het naar de letter te nemen.

In het verharde debatklimaat waarin we, mede dankzij de nieuwe media, nu verzeild zijn geraakt wordt de oproep tot verbanning en uitsluiting van personen en media steeds vaker gehoord. Als het gaat om openlijke sabotage van een debat door zogenaamde trollen kan ik daar wel begrip voor hebben. Maar ik zie ook aanvallen op personen, bronnen en media als het gemakkelijkste alternatief voor de inhoudelijke bestrijding van foute, onvolledige of verdraaide standpunten. Boodschappers zijn fout, dus hun boodschap moeten we volledig negeren. Of beter nog: voorkom dat hun boodschap überhaupt wordt verpreid.

Op Sargasso ben ik als auteur nu een paar maal geconfronteerd met een dergelijk standpunt. Onlangs was dat naar aanleiding van een link naar een bericht over de rol en betekenis van het Chinese bedrijf Huawei in de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog. Het feit dat dit bericht op een site verscheen die volgens sommige reaguurders niet deugt was aanleiding om de inhoud van het bericht volledig te negeren. Met de link naar deze website zou ik fout, zelfs neo-nazistisch gedachtegoed verspreiden, ondanks dat daarvan in het artikel geen spoor te vinden was. De bron was fout, het artikel was dus fout en ik was dus ook fout. Naast de ergernis over het simplisme dat er uit spreekt vind ik het verontrustend dat die fixatie op 'foute' personen of bronnen het publieke debat gaat overheersen ten koste van een zakelijke uitwisseling van informatie, standpunten en argumenten. Ik heb daar om een drietal redenen grote moeite mee.

29 januari 2019

Misbruik van het staatsgeheim

Strooide minister Stef Blok te makkelijk met het label staatsgeheim om lastige vragen te omzeilen? vraagt Trouw vandaag naar aanleiding van een Kamerdebat waarin het parlement opheldering wil over de levering door Nederland van 'non-letal' goederen aan Syrische rebellen. Blok beroept zich herhaaldelijk op het staatsgeheime karakter van het hulpprogramma, schrijft de krant, waardoor hij in het openbaar geen antwoorden kan geven. Dat zou mensenlevens op het spel zetten. Bovendien waren er inlichtingendiensten en bondgenoten betrokken bij de steun. Beiden zegt hij niet in de schijnwerpers te kunnen zetten. Daarmee bezorgt hij het parlement in zijn controlerende functie een probleem. Kern van de verhouding tussen regering en parlement in een democratie is dat de eerste zich verantwoordt tegenover de laatste. Zodat wij als burgers weten waar we aan toe zijn en ons standpunt kunnen bepalen als we onze stem weer eens mogen uitbrengen. 

Staatsgeheimen passen slecht in een democratie. Openheid is een voorwaarde voor democratische besluitvorming. Geheimhouding van staatszaken voor volksvertegenwoordigers is een hardnekkig restant van ouderwetse, autoritaire opvattingen over de verhouding tussen staat en burgers. Tot halverwege de vorige eeuw was het heel gewoon dat de staat bij voorkeur zo weinig mogelijk openbaarde. Alleen als het moest. Aandrang van volksvertegenwoordigers of journalisten kon zonder grote problemen worden gepareerd. Sinds de democratiseringsbeweging uit de jaren zestig en zeventig is openheid een vanzelfsprekende vereiste voor alle vormen van bestuur. De praktijk blijkt echter weerbarstig als we kijken naar de geschiedenis van de wetgeving over openbaarheid van bestuur. Of naar de afloop van tal van gevoelige politieke thema's, niet zelden gelieerd aan oorlogsvoering, waarbij de openheid moest komen van onderzoeksjournalisten die bewinsdslieden al dan niet met een beroep op staatsgeheimen in de problemen brachten (zie onder meer hier, hier en hier)

10 januari 2019

Ophef over Nashville-verklaring

Streng christelijke gelovigen hebben moeite met homoseksualiteit en transgenders. Dat is niet zo verbazingwekkend. Het gaat om conservatieve mensen die leven volgens door god gegeven onveranderlijke bijbelse normen. En die normen worden in hun gemeenschap streng bewaakt door dominees, ouderlingen en opvoeders. Het is een tamelijk naïeve gedachte dat men in deze kringen gemakkelijk 'met de tijd meegaat.' Veel meer voor de hand ligt het dat men zich tegen moderne ideeën die niet in het bijbelse gedachtegoed passen verzet. En hoe verder die moderne ideeen gaan, hoe harder dat verzet zal zijn.
De oorspronkelijk Amerikaanse Nashville-verklaring over seksualiteit, huwelijk en gezin is bedoeld om de gelovigen op het rechte pad te houden. De verklaring maakt duidelijk dat erin de opvatting van de ondertekenaars slechts twee soorten mensen zijn: mannen en vrouwen. Dat alleen een man en een vrouw een verbintenis kunnen aangaan. En dat seksuele relaties tussen twee personen van hetzelfde geslacht en verandering van geslacht uit den boze zijn. Dit alles omdat god de wereld zo geschapen heeft en de mens zich daaraan moet conformeren.

Wie dergelijke opvattingen binnen een van de talrijke streng orthodox christelijke kerkgenootschappen laat horen zal weinig tegenspraak krijgen. Maar nu is de Nashville-verklaring in de openbaarheid gekomen en onderdeel geworden van het maatschappelijk debat. De ophef in de media is niet gering. Tegen SGP-voorman Kees van der Staaij, die ook onder de verklaring staat, is aangifte gedaan en het OM heeft aangekondigd de mogelijke strafbaarheid ervan te onderzoeken. Het gaat dan vermoedelijk vooral om de passage waarin expliciet wordt gesteld dat gelovigen homoseksualiteit en transgenderisme niet mogen goedkeuren:

Artikel 10
WIJ BEVESTIGEN dat het zondig is om homoseksuele onreinheid of transgenderisme goed te keuren. Wie deze wel goedkeurt wijkt fundamenteel af van de standvastigheid die van christenen verwacht mag worden en van het getuigenis waartoe zij geroepen zijn
WIJ ONTKENNEN dat de goedkeuring van homoseksuele onreinheid of transgenderisme een moreel neutrale zaak is, waarover getrouwe christenen onderling van mening mogen verschillen.



22 december 2018

Ministerie van VWS beperkt openbaarheid om relaties met de industrie niet te schaden

Voor een onderzoek naar medische hulpmiddelen zijn op initiatief van het dagblad Trouw en het consumentenprogramma Radar wereldwijd 1500 verzoeken gedaan aan overheden om documenten openbaar te maken. De Implant files laten zien dat er sprake is van slecht toezicht en gebrekkige uitwisseling van gegevens tussen landen. Ook is inmiddels duidelijk dat de informatie bij de toezichthouders niet eenvoudig is op te vragen. Maar het meest kwalijk is nog dat de overheid zelf veel informatie achterhoudt om de relaties met de industrie niet te verstoren.

Veel documenten die in een WOB-verzoek zijn opgevraagd krijgen de journalisten gewoon niet te zien. Als reden wordt opgegeven dat de relatie tussen de inspectie en de fabrikanten van medische hulpmiddelen door het openbaar maken van medische gegevens ‘onevenredig zal worden beschadigd’. In de documenten die na anderhalf jaar uiteindelijk wel zijn geleverd zijn grote delen onleesbaar gemaakt door juristen van VWS. 'Zoals informatie van de fabrikant over mankementen aan medische hulpmiddelen en reacties van fabrikanten op incidenten met implantaten. Gegevens over problemen rond implantaten zijn stelselmatig door het ministerie weggelakt. Alleen in enkele gevallen, met een goede afloop voor de patiënt, werd meer informatie vrijgegeven.'


14 december 2018

Veel Nederlanders hebben moeite met de vrijheid van meningsuiting

Het College voor de Rechten van de Mens heeft onderzocht wat Nederlanders vinden van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om in het openbaar te demonstreren. Over het algemeen vinden mensen wel dat iedereen vrij moet zijn om zijn of haar mening te kunnen uiten. Maar dat de steun voor deze vrijheidsrechten afhankelijk wordt gemaakt van de vorm en inhoud van de uiting duidt er op dat de betekenis van deze rechten nog steeds niet goed is doorgedrongen.

Een nadere beschouwing van de onderzoeksresultaten levert geen opwekkend beeld op. Een opvallend resultaat betreft het negatieve oordeel over de uitingsvrijheid op sociale media. Minder dan  een kwart van de respondenten vindt dat je op sociale media moet kunnen zeggen wat je wilt. De vraagstelling, geven de onderzoekers in een noot toe, is niet geheel duidelijk. De wet stelt immers grenzen aan uitingen. Dus de stelling 'Iedereen moet vrij zijn om te zeggen wat hij wil' moet op voorhand worden gerelativeerd. Het is onduidelijk of alle respondenten zich dit hebben gerealiseerd. Dat de context van de sociale media tot een meer uitgesproken oordeel over deze stelling leidt valt wel op. Het heeft vermoedelijk veel te maken met de vele voorbeelden van het overschrijden van fatsoensgrenzen, grof taalgebruik, vreemdelingenhaat en racisme die de laatste jaren breed zijn uitgemeten.

27 november 2018

Over vrijheid en democratie

De oproep van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff om demonstraties bij de intocht van Sinterklaas te verbieden is al door velen van de hand gewezen op zowel politieke als juridische gronden. Doorslaggevende kritiek op dit misplaatste populistische proefballonnetje: zo buig je in de praktijk voor de gewelddadige en racistische hooligans die in Eindhoven en elders voor overlast hebben gezorgd.

De partij voor vrijheid en democratie heeft het wel vaker moeilijk om de waarden waar zij voor zegt te staan in de praktijk te brengen. Dat bleek onlangs ook weer in de Amsterdamse Gemeenteraad waar VVD-raadslid Marianne Poot met haar CDA collega Boomsma vragen stelde over een anti-Israël demonstratie. De raadsleden stoorden zich met name aan het afspelen van een lied van rapper Ismo over een terroristische aanslag in Tel Aviv. Ismo is eerder veroordeeld voor haatzaaien tegen joden en homo's. Niet zo'n gelukkige keuze dus van de de organisatoren van de demonstratie op de Dam op 4 november. Maar de vraag aan het college van B&W wat ze van de tekst vonden die daar ten gehore werd gebracht is natuurlijk aan de verkeerde partij gericht. Als zij menen dat Ismo met dit lied over de schreef gaat moeten zij een aanklacht indienen bij het OM.

De vragen van Poot en Boomsma gaan verder dan het reageren op een incident. Hun vervolgvragen:  'Is de burgemeester het met de indieners eens dat de vrijheid van demonstratie niet betekent dat er geen enkele grens te stellen is aan de frequentie van de aanwezigheid van één specifieke demonstratie op de Dam?' En dan ook nog: 'Is de burgemeester bereid te overwegen om het aantal demonstraties van éénzelfde organisatie hier te maximeren tot een beperkt aantal per jaar, en voor zover daar nog meer behoefte aan is daartoe dan een andere plek in de stad aan te wijzen?'

Kortom: is B&W bereid de anti-Israël demonstratie van de Dam te verwijderen?

11 november 2018

Onbegrip over de vrijheid van meningsuiting

Het grondrecht op de vrijheid van meningsuiting is een van de meest bekende burgerrechten. Te pas en te onpas wordt het gebruikt als argument in allerlei maatschappelijke debatten. Ondanks het universele karakter van het recht staat de uitingsvrijheid bovenaan in het rijtje 'Nederlandse' waarden die we hoog moeten houden. Maar er heerst nog veel onbegrip over waar het bij dit grondrecht nu werkelijk om draait.

Twee weken geleden schreef ik over de medewerkers en studenten van de Universiteit van Amsterdam die een Canadese professor onder curatele wilden stellen. Met hun onhandige open brief miskenden ze de wederkerigheid van de uitingsvrijheid: ik tolereer uitingen ondanks de afkeer die ik voel en reken er op dat aan mij ook de ruimte gegund wordt om mijn standpunten naar buiten te brengen. En alleen de rechter bepaalt de grenzen.

Tolerantie was ook ver te zoeken bij de Friezen die vorig jaar de A7 blokkeerden om demonstranten tegen Zwarte Piet te verhinderen hun protest bij de intocht van Sinterklaas in Dokkum te laten horen. De 'blokkeerfriezen' kregen deze week taakstraffen opgelegd van 80 tot 240 uur. De rechtbank: 'Het recht om te demonstreren is een grondrecht. Verdachten hebben het recht echter in eigen hand genomen. Eigenrichting kan in een democratische rechtsstaat niet worden getolereerd.' Een van de actievoerders: 'Als ze een straf opleggen is het om die linkse ratten in Den Haag tevreden te stellen.'

Ook de koepel van Turkse moskeeën TCIF die een twitterverbod voor Geert Wilders heeft aangevraagd toont geen begrip voor het wezen van het grondrecht op vrijheid van meningsuiting.

31 oktober 2018

Een open brief waar niet over is nagedacht

Jordan Peterson, de extreemrechtse Canadese professor, die in Nederland vooral in kringen van FvD populair is houdt vanavond een lezing in Amsterdam. Dat heeft een aantal studenten en medewerkers van de UvA ertoe verleid in een open brief protest aan te tekenen tegen de uitnodiging van deze spreker. Ze stellen voor dat er een tweede spreker wordt uitgenodigd die Peterson direct van repliek kan dienen.

De open brief is een schoolvoorbeeld van een onhandige reactie op foute standpunten die een averechts effect kan sorteren. Het is vooral ook een voorbeeld van de miskenning van de betekenis van de vrijheid van meningsuiting. Dit begrip speelt geen rol in de argumentatie van de briefschrijvers, die zich manifesteren onder de naam Bezorgde Amsterdammers. De zorgen van de ondertekenaars betreffen de verspreiding van het gedachtegoed van Peterson dat zij verafschuwen. Hun brief bestaat voor het grootste deel uit een aanklacht tegen zijn 'vijandige standpunt': 'Peterson verspreidt talloze opvattingen die zowel stuitende voorbeelden van pseudowetenschap als ronduit schadelijk zijn: van samenzweringstheorieën over ‘postmoderne neomarxisten’ die universiteiten ‘infiltreren’ tot ontkenning van klimaatverandering.' Allemaal hardstikke fout natuurlijk. Dus moet het optreden van Peterson direct gecorrigeerd worden voordat die foute ideeën anderen zouden kunnen besmetten.


14 oktober 2018

Dokkum en de demonstratievrijheid

Het OM heeft taakstraffen geëist tegen alle 34 actievoerders die vorig jaar de A7 blokkeerden om te voorkomen dat demonstranten tegen Zwarte Piet bij de intocht van Sinterklaas in Dokkum aanwezig konden zijn. Tegen initiatiefnemer en “intellectueel dader” Jenny Douwes is een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden geëist.

Met deze eisen heeft het OM niets over Zwarte Piet gezegd, schreef Peter Giesen in De Volkskrant. Het gaat hier, naast een strafbare verhindering van het verkeer, over de vrijheid van meningsuiting. In een samenleving met heel verschillende bevolkingsgroepen kunnen spanningen ontstaan, zoals de Zwarte Pietkwestie ten overvloede aantoont. Als deze groepen met elkaar willen samenleven, moeten zij in elk geval kunnen zeggen wat zij op hun lever hebben, hoe onredelijk of ergerniswekkend dat ook voor anderen moge zijn — mits zij uiteraard niet oproepen tot geweld.

Floor Rusman pareert in de NRC de verdediging van organisator Jenny Douwes die, als een nieuw type provo, beweerde dat het hier om een 'ludieke actie' ging. De blokkeerders van de A7 hebben niets van provo begrepen, volgens Rusman. 'Want inhoudelijk zet het nieuwe verzet het oude op z’n kop. De provo’s wilden demonstreren mogelijk maken, de blokkeerfriezen juist niet. De provo’s streden voor vrije meningsuiting, de blokkeerfriezen wilden die beperken. Want ja, natuurlijk waren ze ervoor, maar „niet voor iedereen” of „niet op deze dag”. De provo’s en andere linkse activisten wilden een hiërarchie afbreken, de blokkeerfriezen willen er een creëren: eerst de rechten van henzelf, dan die van de anderen.'

Een waar woord. En hier zit precies het probleem: rechten opeisen die je anderen niet gunt. Dat heeft inderdaad niets met Zwarte Piet te maken.


30 september 2018

Orde op het internet

Burgemeesters kunnen maatregelen nemen wanneer er ordeverstoringen op straat plaatsvinden. Maar online heeft een burgemeester die bevoegdheden niet. En dat levert problemen op met de handhaving van de openbare orde, concluderen onderzoekers van de NHL Stenden Hogeschool en de RUG in een onderzoek.

Een burgemeester kan als eindverantwoordelijke voor de openbare orde in zijn of haar gemeente een demonstratie verbieden, meegebrachte leuzen en spandoeken laten innemen en spandoeken van huizen laten verwijderen. Maar wat kan een burgemeester om de openbare orde op het internet te handhaven? Niets. En juist daar vinden volgens velen de meeste en grootste ontsporingen plaats.

Het rapport ‘Burgemeesters in cyberspace. Handhaving van de openbare orde door bestuurlijke maatregelen in een digitale wereld' concludeert: ‘Openbare-ordebevoegdheden van de burgemeester zijn niet goed toepasbaar in cyberspace. Dit komt deels doordat deze bevoegdheden zijn geschreven met een fysieke wereld in gedachte. Het gedrag van mensen in een sterk gedigitaliseerde maatschappij laat zich echter steeds moeilijker scheiden in een ‘online’ en ‘offline’ deel. In werkelijkheid zijn die twee werkelijkheden daarvoor te sterk met elkaar verweven.’ Het is een voorbeeld dat laat zien hoe de juridische wereld ver achter de maatschappelijke feiten aanloopt.


15 september 2018

Fiscus ontwijkt openbare verantwoording

De Belastingdienst blijft stukken achterhouden in rechtszaken van ouders van wie de kinderopvangtoeslag ten onrechte is stopgezet, schrijft Trouw vandaag. In 2014 heeft de dienst de toeslagen stopgezet van honderden ouders vanwege verdenking van fraude door gastouders.
Daarnaast moesten betrokken ouders soms tienduizenden euro’s aan ontvangen toeslag terugbetalen. Ze moesten zelf aantonen dat zij recht hadden op toeslag, maar de Belastingdienst vertelde ze niet welke gegevens ze over moesten leggen. Later bleek dat meer dan de helft van de betrokken ouders toch recht had op toeslagen. 

De belastingdienst heeft de gedupeerde ouders, zo bleek vorige week, bewust tegengewerkt bij het behandelen van hun bezwaren.In een notitie uit 2016 schrijft de Belastingdienst als interne instructie over de afhandeling van bezwaren: ‘Waarschijnlijk kun je bijna niets toekennen’. Ook wordt er aangestuurd op het ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren van bezwaren. In een interne evaluatie schrijft de Belastingdienst dat er ‘vooral op individueel niveau (is) gezocht naar gronden om de toeslag af te wijzen’. Deze evaluatie is de Kamer onthouden. Staatssecretaris Snel ontkende in juni dat er stukken over bestonden. 

Deze week weigerde de Belastingdienst tijdens een rechtszitting die was aangespannen door een van de ouders opnieuw een intern verslag te delen met de rechtbank, ondanks een expliciet verzoek van de advocaat van de ouder. Na weigering bracht de advocaat het stuk, dat zij uit andere bron had,  alsnog in voor de rechter. Uit dat document, dat in handen is van Trouw, blijkt dat de Belastingdienst in september 2014 al wist dat het stopzetten van de toeslag onjuist was.


31 augustus 2018

Het afwijkende geluid

Kees van der Pijl, emeritus hoogleraar internationale relaties aan de universiteit van Sussex, heeft een boek geschreven waarin hij het neerschieten van de MH17 boven Oost-Oekraïne in een politieke context zet. Dat boek heet Flight MH17, Ukraine and the new Cold War; a prism of disaster. Het is uitgegeven door Manchester University Press, maar dat had nogal wat voeten in aarde. Nog voordat iemand het had kunnen lezen werd er vanuit Oekraïne via Facebook en Twitter een campagne opgezet tegen de publicatie van het boek. Aanvoerder van de campagne was de Duitser Andreas Umland die in Kiev aan een universiteit werkt. De directie van uitgever werd door hem bestookt met juridisch opgestelde brieven, waarin werd gedreigd met rechtszaken. Daarnaast zijn zowel de Universiteit van Manchester als de Britse ambassade in Kiev bewerkt, om hun invloed aan te wenden om de publicatie van het boek te voorkomen.

De uitgever was door dit alles geïntimideerd en legde het boek nogmaals voor aan een reviewer die oordeelde dat het boek wel moest worden uitgegeven omdat het voldoende wetenschappelijk verantwoord was. Vervolgens kreeg de uitgever via de Universiteit van Manchester signalen dat Chatham House, het invloedrijke instituut inzake Britse buitenlandse relaties, zich eveneens openlijk tegen publicatie zou gaan keren. Zo ver kwam het niet, volgens Van der Pijl, omdat er inmiddels uit de academische wereld tientallen steunbetuigingen binnen waren gekomen. En daar had de uitgever ook ruime bekendheid aan gegeven.

Het boek is een paar maanden terug uiteindelijk door de Manchester University Press gepubliceerd. Inmiddels is er ook een Duitse vertaling en staat een publicatie in het Portugees bij een Braziliaanse uitgever op stapel. In ons land heeft Van der Pijl tot nu toe bot gevangen bij de grote, bekende uitgeverijen voor een Nederlandse vertaling. Het komt nu waarschijnlijk uit bij een kleinere uitgeverij.

18 augustus 2018

Zwaktebod

Op de opiniepagina van Trouw levert Jaron Harambam vandaag kritiek op het bannen van de rechtse complotdenker en haatzaaier Alex Jones van sociale media zoals Facebook, Youtube en Twitter. Jones verliest al zijn kanalen voor communicatie met zijn niet geringe achterban. Harambam, die zich nadrukkelijk distantiëert van Jones' militant rechtse haatpreken, vindt deze ban oneerlijk, hypocriet en bovendien niet effectief. Het is 'niet effectief omdat de mensen die Alex Jones volgen alleen maar bevestigd worden in hun gevoelens niet gehoord of gezien te worden. Dit verbod zal de reeds bestaande maatschappelijke tegenstellingen daarom alleen maar versterken, ' meent Harambam. Het is volgens hem ook hypocriet omdat de bedrijven achter deze media met hun algoritmen en bedrijfsmodellen extreme, sensationele berichten onveranderd blijven promoten. Ze leven van de ophef. Ze tonen nu een keer een politiek correct gezicht, maar bannen het kwaad echt niet uit. 

Ik vind het volledig bannen van Jones door de gezamenlijke internetbedrijven ook dubieus. En dan knoop ik aan bij het eerste argument dat Harambam noemt: het is oneerlijk. Dat lijkt wat vreemd als het gaat om iemand die leeft van liegen en haatzaaien. Maar een volledige ban van een persoon vind ik een verkeerd signaal in een toenemende gesegregeerde samenleving. De maatregel tegen Jones suggereert dat de internetbedrijven hem niet willen aanspreken op zijn grensoverschrijdende uitlatingen, het zaaien van haat, het oproepen tot geweld, maar dat zij in één keer met hem als persoon willen afrekenen. De suggestie van de internetbedrijven is dat Jones een ban krijgt omdat hij überhaupt niet deugt, wat hij ook zegt of zou willen zeggen. Zoals Harambam het zegt: het is 'de totale censuur van een ongewenst persoon.' Dat zou je ten opzichte van alle vuiligheid die op internet te vinden is oneerlijk kunnen vinden. Ik vind het vooral een teken van een zorgwekkende culturele regressie.


15 juli 2018

De overjarige geheimen van de BVD


Ondanks dat transparantie vrijwel elke politicus tegenwoordig in de mond bestorven ligt heeft de overheid nog steeds vele geheimen. Gevoelige dossiers blijken keer op keer extra gevoelig omdat er informatie is achtergehouden die pas na volhardend speurwerk van journalisten boven tafel komt. De geheimhouding raakt niet zelden de integriteit en reputatie van huidige diensten, diensthoofden en zittende politici. Verklaarbaar, al deugt het in de meeste gevallen niet en is het strijdig met die veelgeroemde openheid die de overheid tegenwoordig nastreeft. Als die geheimhouding echter ook gehanteerd wordt voor het overheidsbeleid van meer dan zestig jaar geleden lijkt alle redelijkheid zoek. Zoals bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de militaire inlichtingendienst MIVD, waar, zoals Prof. Dr. Hans Blom, emeritus hoogleraar geschiedenis, het formuleerde ‘per saldo de geheimhoudingsreflex overheerst’.

Zullen we ooit kunnen achterhalen wat de  geheime diensten in het verleden ter bescherming van onze democratie allemaal hebben uitgespookt? Van de naoorlogse archieven is nog slechts een fractie overgedragen aan het Nationaal Archief, dat de taak heeft alle overheidsarchieven openbaar toegankelijk te maken. De Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten geeft burgers onder zeer strikte condities toegang tot de archieven nog bij de AIVD en de MIVD liggen. Ze kunnen, als ze vermoeden dat de dienst gegevens over hen bewaart, een persoonlijk dossier opvragen. Historici kunnen inzage vragen in ‘bestuurlijke aangelegenheden’ van de AIVD en voorgangers. In beide gevallen zijn de resultaten van dergelijke inzageverzoeken teleurstellend. Veel gegevens worden eenvoudig geweigerd en kopieën van archiefstukken die wel worden verstrekt bevatten veel weggelakte delen. 

08 juli 2018

Over de persvrijheid in Nederland

Volgens Reporters Zonder Grenzen (RSF) kent Nederland in 2018 na Noorwegen en Zweden wereldwijd de meeste persvrijheid. Of ons land die positie komend jaar ook nog zal innemen mag worden betwijfeld. Het aantal aanvallen op een vrije en onafhankelijke pers groeit.

In de toelichting op het klassement wijst RSF op een rapport uit 2017 van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) 'Een dreigend klimaat'. Het onderzoek van Marjolein Odekerken en oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer, gebaseerd op enquetes onder ruim zeshonderd journalisten, laat zien dat meer dan 60% van de journalisten te maken krijgt met bedreigingen. In steeds meer gevallen is dit een reden geweest om een reportage af te breken.

De ernst van de bedreigingen is toegenomen. Journalisten ervaren zowel in Nederland als in het buitenland serieuze bedreigingen zoals bedreigingen van hogerhand. Sommige bedreigingen hebben een georganiseerd karakter. Bedreigingen hebben gevolgen voor de mentaliteit van journalisten (toenemende terughoudendheid en angst) en de manier waarop zij hun werk uitoefenen; ze mijden bepaalde wijken/ locaties en onderwerpen: zelfcensuur als bron van zelfbescherming.
Naast bedreigingen van journalisten noemt RSF de aanvallen van politieke partijen op de rol van de media en de nieuwe bevoegdheden van de geheime dienst die het journalisten moeilijker maken onbespied hun werk te doen.

Recentelijk zijn daar nog een paar kwesties bijgekomen die de veelgeprezen Nederlandse persvrijheid naar beneden dreigen te halen.

30 juni 2018

Rechts kaapt de vrijheid van meningsuiting

Vrijheid van meningsuiting hoort in mijn ogen bij het gedachtegoed van links. Het recht van burgers om zich vrijelijk te uiten en het verbod van de overheid om daar beperkingen aan op te leggen zijn onmisbare voorwaarden voor een democratie. Zo belangrijk dat het in de grondwet is vastgelegd. Zonder die uitingsvrijheid kunnen burgers niet participeren in het bestuur en ook niet opkomen voor hun rechten als die door de staat of een ander machtig instituut worden bedreigd. De arbeidersbeweging heeft evenals andere emancipatiebewegingen haar vooruitgang te danken gehad aan de uitingsvrijheid, de demonstratievrijheid, de persvrijheid en alle rechten die daarmee verbonden zijn.

Maar nu lijkt het er op alsof de vrijheid van meningsuiting is gekaapt door rechts. Rechtse blogs maken steeds vaker een punt van de beperking van de vrijheid van meningsuiting die men meent te zien in commentaren, tweets en uitspraken van linkse politici en journalisten. Zoals hier. Het is maar een bijvoorbeeld. De beperking heeft dan vooral betrekking op taalgebruik in de omgang met minderheden. Links stelt zich politiek correct op en klaagt naar racisme of seksisme neigende uitingen aan. Rechts ziet hierin steevast een aantasting van de vrijheid van meningsuiting. De linkse columnist wijst met een beschuldigende vinger naar mensen die niet deugen, de rechtse columnist slaat terug met kwalificaties als ‘Spaanse inquisitie’, ‘moraalpolitie’, ‘zedenmeesters'.

20 juni 2018

Een aanslag op het open internet

Vandaag is een meerderheid van de Juridische Commissie van het Europese Parlement akkoord gegaan met regelingen die een ernstige bedreiging vormt voor de vrijheid van communiceren via het internet. Open Media, de organisatie die al maanden actie voert om parlementariërs te overtuigen tegen de nieuwe regels te stemmen schrijft in een persbericht dat internetbedrijven nu verplicht worden ‘to use automated content-filtering software to block the sharing of links, memes, and even tiny snippets of news articles on websites like Reddit and Twitter’. De Amerikaanse burgerrechtenbeweging Electronic Frontier Foundation (EFF) spreekt over een 'Censorship Machine'.

Je kunt grote internetbedrijven proberen aan te pakken als ze profiteren van auteursrechterlijk beschermd materiaal via de advertentieinkomsten voor de sites waar dat materiaal geplaatst wordt. Maar een particulier internetfilter, waarop niemand enige controle heeft, is erger dan de kwaal.
Je geeft Google en Facebook en andere internetbedrijven praktisch gesproken de uitvoering van de auteursrechtenwet in handen. Zullen zij daar prudent mee omgaan? Gaan ze naar iets andere kijken dan wat voor hun bedrijf het meest fortuinlijk is? Het is de zoveelste stap in de privatisering van de ordehandhaving op het internet.