28 november 2022

Verantwoordingsplicht


Afgelopen zomer maakte premier Rutte namens de Nederlandse regering zijn excuses aan de militairen van Dutchbat III die in 1995 machteloos moesten toezien toen de moslimenclave Srebrenica onder de voet werd gelopen en Bosnische Serviërs zo'n 8000 moslimmannen vermoordden. De opdracht om een veilige haven te bieden was bij nader inzien onuitvoerbaar. Daarbovenop kwam de beeldvorming in de media die de militairen onterecht in het beklaagdenbankje zetten.

Die laatste opmerking schoot journalist Twan Huijs in het verkeerde keelgat. In het tv-programma Medialogica noemde hij het gisteren geschiedvervalsing. Niet de media hebben de Dutchbatters in de problemen gebracht, maar de defensieleiding die consequent weigerde om te vertellen wat er in Srebrenica gebeurd was. De soldaten wisten het wel. Ze kwamen ondanks de vermaning om niet met de pers te praten in de loop van de tijd onder andere bij toenmalig NOVA-verslaggever Huijs met verhalen over gruwelijkheden die zij hadden gezien. De leiding van Dutchbat wist er van maar wilde deze verhalen niet bevestigen. Ze hielden veel informatie ook voor verantwoordelijk minister van Defensie Joris Voorhoeve verborgen. Huijs: door te zwijgen en Dutchbatters te verbieden hun verhaal te vertellen hebben ze vele getuigen van de genocide in gewetensnood gebracht. Niet de media maar de defensieleiding die alles in de doofpot wilde stoppen draagt hier schuld, volgens Huijs. 

Dat Rutte bij zijn excuses aan de militairen met een beschuldigende vinger naar de media wees is in het licht van deze hele geschiedenis tamelijk verontrustend. Wat er in Srebrenica is gebeurd is feitelijk alleen dankzij de media naar buiten gekomen. Niet door Defensie die voor het informeren van regering, parlement en burgers verantwoordelijk is. En die dat in een democratie ten principale verplicht is. Maar die verantwoordingsplicht lijkt bij de huidige overheid in toenemende mate een probleem te worden.

14 november 2022

Herhalen of negeren?


Hoe kun je complotdenkers de wind uit de zeilen nemen? Een antwoord op deze vraag wordt steeds urgenter naarmate FvD en aanhangers vaker met hun onzinnige en gevaarlijke provocaties publiciteit weten te krijgen. Hoe bekend zou David Icke nu zijn als de regering hem begin deze maand niet de toegang tot Nederland had geweigerd en hij zijn ongelooflijke verhalen gewoon en zonder media-aandacht voor een paar duizend 'wappies' op de Dam had kunnen afdraaien? 

De grond waarop Icke werd geweigerd is nogal dubieus. Volgens staatssecretaris Eric van de Burg had het niets met Icke's mening te maken, maar met de vrees voor wanordelijkheden. Is vrees voor ordeverstoring voldoende voor een dergelijk ingrijpend besluit? Hoogleraar Recht en Samenleving Jan Brouwer van de Universiteit Groningen vindt van niet. “Een rechter zal zeggen: dan zorg je maar dat er voldoende politie op de been is om de veiligheid te waarborgen." En als de man strafbare uitingen doet kun je een strafzaak tegen hem beginnen. Op voorhand iemand uitsluiten omdat strafbare uitingen worden verwacht gaat wel heel ver. 

Het is eerder gebeurd. In 2015 trok minister Koenders van Buitenlandse Zaken het visum in van drie zogenaamde haatpredikers. Hij deed dat op advies van de NCTV in het kader van het 'actieprogramma jihadisme'. Dit gebeurde na zware druk van de Tweede Kamer. De reisdocumenten hadden "nooit en te nimmer" verstrekt mogen worden, vond Geert Wilders. 

Aan de extreme opvattingen van de omstreden imams is toen weinig aandacht besteed. Wat zij precies zouden gaan prediken is onbekend. Iedereen ging er van uit dat ze zouden oproepen tot geweld. Over de onzinnige en beledigende verhalen van Icke en zijn Nederlandse adepten worden we nu wel uitgebreid geïnformeerd. Keer op keer. En elke keer worden hun complottheorieën, hun leugens en hun antisemitische uitingen herhaald. Is dat verstandig? Negeer ze liever, zeggen sommigen. Hoe minder aandacht, hoe minder mensen er achteraan gaan lopen. Of is bescherming van democratie en rechtsstaat juist een reden om er wel uitgebreid aandacht aan te besteden? Als waarschuwing. Voordat het te laat is. 

30 oktober 2022

Grote woorden


De polarisatie van het publieke debat leidt nogal eens tot het gebruik van grote woorden om de opponent in diskrediet te brengen. In de Telegraaf werden klimaatactivisten die zichzelf in musea vastlijmen vorige week 'velpon-terroristen' genoemd. Een typisch voorbeeld van de inflatie van een begrip dat zijn specifieke betekenis verliest en als scheldwoord wordt ingezet tegen milieubewuste actievoerders die zich buiten de gebaande paden bewegen omdat ze anders niet gehoord worden. 

'Fascisten' is ook zo'n aan inflatie onderhevig scheldwoord dat nogal eens voorkomt in typeringen van extreemrechtse politici en partijen. De nieuwe Italiaanse premier Giorgia Meloni komt maar moeilijk los van haar verleden in een neofascistische partij. Het odium fascisme kleeft vanwege een fout verleden ook aan de Zweden Democraten (SD) van Jimmie Åkesson die voor de nieuwe rechtse minderheidsregering een belangrijke gedoogrol vervult. In Nederland loopt de radicalisering van Forum voor Democratie volgens sommigen uit op fascisme, volgens anderen zijn Baudet c.s. nu al nauwelijks meer van fascisten te onderscheiden. 

De politicoloog Jan Werner Müller maakt een onderscheid tussen rechtspopulisme en fascisme. Bij populisten gaat het om de pretentie dat zij het "hele", het "echte" volk vertegenwoordigen. We vinden dat bijvoorbeeld bij de PVV. Van het fascisme dat we uit de geschiedenis kennen is volgens Müller nu geen sprake. 'We zijn geen getuige van een massale mobilisatie en militarisering van hele samenlevingen.' Er is geen sprake van een 'systemische geweldscultus' en 'staten die heringericht worden op basis van racistische criteria' (uit: 'Wat is democratie?'). Dat neemt niet weg dat er los van de veranderde context elementen in de ideologie en vooral in de werkwijze van de FvD zitten die sterk doen denken aan het fascisme van toen. Het is een partij die met scheldwoorden en beledigingen rotzooi trapt, ophef om de ophef nastreeft - niet op straat met fysiek geweld, zoals in de jaren dertig, maar in de media en in het parlement. En dat kan net als straatgeweld ook als bedreigend worden ervaren.

In Nederland is waakzaamheid tegen neofascistische tendensen dus bepaald niet overbodig. Over hoe hiermee om te gaan schreef Ewout Kieft zaterdag een behartenswaardige bijdrage in de NRC. 

15 oktober 2022

De AIVD zoekt journalisten


De AIVD en de MIVD brengen journalisten in gevaar, schrijft de NRC vandaag. Joep Dohmen deed voor de krant onderzoek naar de werving van journalisten door de geheime dienst. Dat komt nogal eens voor, bleek uit een vragen van Dohmen aan 32 journalisten. De helft van hen zegt benaderd te zijn voor medewerking aan een van de inlichtingendiensten. Het gaat vooral om journalisten die in het buitenland werken, in Rusland en met name in het Midden-Oosten. Het is niet duidelijk of de contactpogingen uitsluitend op initiatief van de AIVD tot stand kwamen of dat er voldaan werd aan verzoeken van buitenlandse inlichtingendiensten (CIA of Mossad). Hoeveel van de benaderde journalisten op dergelijke verzoeken zijn ingegaan vertelt het verhaal ook niet, laat staan dat we weten wie zich heeft laten verleiden. Er komen wel verschillende journalisten aan het woord die geweigerd hebben met een van de diensten in zee te gaan.

Dohmen zei in het radioprogramma Argos dat hij hoopte dat er in journalistieke kring een gesprek plaats vindt over de risico's die journalisten kunnen lopen als ze voor de geheime diensten werken. Buitenlandse diensten kunnen hen identificeren als spion. Het kan leiden tot hun arrestatie en mogelijk een jarenlange gevangenisstraf. Maar medewerking aan een geheime dienst is ook volledig in strijd met de beroepsethiek, meent Dohmen. Een van de journalisten die hij sprak, Olaf Koens, die de AIVD vergeefs benaderde toen hij als beginnend coorespondent in Moskou werkte, zegt het heel mooi: 'Als journalist moet je de macht controleren en niet influisteren'. Als journalisten zich gaan gedragen als verkapte spionnen zal dat ook niet bijdragen aan het vertrouwen van het publiek in de media. 

Moet het inschakelen van journalisten door de geheime diensten verboden worden? De NVJ, de beroepsorganisatie van journalisten vindt van wel. Thomans Bruning, secretaris van de NVJ: 'Het moet in de instructies aan de AIVD en MIVD worden opgenomen, net zoals dat nu al geldt voor het bespioneren van journalisten'. Het is een ingreep in de spionagepraktijk die de geheime diensten naar alle waarschijnlijkheid nooit zullen accepteren. Ze gebruiken de pers al zo lang ze bestaan. Ook de recente geschiedenis laat zien dat de diensten zich met hand en tand verzetten tegen alle beperkingen die hen worden opgelegd. De staatsveiligheid gaat altijd voor en dat betekent in de praktijk een drang naar maximale vrijheid om operaties uit te voeren. En met dat standpunt hebben de geheime diensten tot nu toe zelden last gehad van politiek verantwoordelijke ministers noch van Kamermeerderheden die het graag anders wilden. Dat geldt trouwens ook voor het bespioneren van journalisten

28 september 2022

'Kapitaliseren op verontwaardiging'


De Zweedse mediaonderzoeker Kristoffer Holt houdt zich al jaren bezig met de uitingen van extreemrechts in de media. Naar aanleiding van de ophef over het racisme bij Ongehoord Nederland en de provocaties van Kamerleden van FvD sprak de NRC met hem over de situatie in Zweden. Extreemrechts maakt handig gebruik van de ruimte die sociale media bieden. Daar zijn geen 'gatekeepers' noch journalistieke normen die een rem kunnen zetten op het in het openbaar verspreiden van alles wat iemand kwijt wil. Die ongeremdheid leidt er toe dat alle gevallen waarin er wel grenzen zijn gesteld uitgelegd worden als belemmering van de uitingsvrijheid. Het onschuldige 'slachtoffer' van deze 'censuur' haalt er des te meer argumenten uit om zich te keren tegen een vooringenomen linkse elite. In de sociale media bubbels wordt dit gevoel gemakkelijk versterkt omdat de algoritmes slechts één kant op wijzen en alle tegengeluiden ontbreken. Voorts provoceert extreemrechts vanuit de underdog positie zo hard mogelijk om aandacht te genereren. 'Iets roepen wat eigenlijk niet mag en dan kapitaliseren op de verontwaardiging'. Ook dat is een herkenbaar patroon.

Een antwoord op deze verloedering van het publieke debat is niet eenvoudig. De provocaties van ON en de FvD kunnen moeilijk onweersproken blijven. Maar verder ben ik het wel eens met Holt: „Je vindt overal rotte appels. Extreme platforms, neonazi’s. Die dragen niets bij natuurlijk, maar die zijn nogal marginaal. Ik geloof nog steeds in vrij debat en vind dat ook ongemakkelijke standpunten tot uitdrukking moeten kunnen komen. Het wordt wel problematisch als sociale media de polariserende berichten versterken omwille van clicks en engagement. Dat schaadt het publieke debat ontegenzeggelijk. Maar media die bepaalde standpunten huldigen, die onacceptabel, schadelijk of onsmakelijk zijn, daar moeten we in een democratie mee leven. Want het wegreguleren van deze media zal altijd arbitrair zijn. Een ministerie van Waarheid moet je niet willen.”

13 september 2022

Gendertwijfel


Een reclameposter van de actiegroep Gendertwijfel in een bushokje aan de Croeselaan in Utrecht is vernield. Volgens de groep, die campagne tegen de nieuwe transgenderwet voert, gebeurt dit vaker en gaat het om gerichte acties. De poster verwijst naar een website met een manifest met bezwaren tegen de wetswijziging die een dezer dagen in de Tweede Kamer op de agenda staat. De bezwaren komen voornamelijk uit christelijke hoek en lijken vooral ideologisch gefundeerd. 'Geslacht is geen construct of keuze maar een biologisch feit.' Transgenders verdienen een goede begeleiding, maar de transitie hoeft niet makkelijker gemaakt te worden, zoals de nieuwe wet beoogt. Transgenders zeggen zich gekwetst te voelen door de posters. Enkele partijen uit de Utrechtse raad onder aanvoering van de Partij voor de Dieren ondersteunen die bezwaren. De lokale politici noemen de posters ‘misleidend, onnodig en gevaarlijk’. Ze roepen wethouder Schilderman op de posters uit de openbare ruimte te verwijderen. Zij zegt dat ze daar geen mogelijkheid voor heeft en roept de klagers op de zaak aan de Reclame Code Commissie voor te leggen.

Wat beweegt de bekladders, vernielers en klagers in dit geval? Hoe verhouden zij zich tot de principes van een open publiek debat dat in een democratie vooraf pleegt te gaan aan een nieuwe wet of een wetswijziging? Dit soort acties bevestigt alleen maar het slachtoffergedrag van rechtse groepen die menen voortdurend de mond gesnoerd te worden. Hier ook weer. De opstellers van het manifest verwachten op voorhand al dat de kritiek op de wetswijziging 'niet welkom is, en degenen die die kritiek uiten ‘homofoob’ of ‘transfoob’ heten te zijn en daarom niet meer mogen meepraten.' 

Aan de andere kant wordt de campgane van Gendertwijfel door tegenstanders 'gevaarlijk' genoemd. 'Dit draagt bij aan polarisatie over een onderwerp waarbij het over mensen gaat, polarisatie die de levens en leefsituatie van deze mensen aantast en bedreigt.' Het manifest maakt het volgens voorzitter Mart van de Kamp van de Regenboog Alliantie Gouda voor jongeren en volwassenen moeilijker om te praten over problemen die zij hebben als het gaat over genderbeleving en de wens om in transitie te gaan.' 

23 augustus 2022

Studenten behoed voor 'aanstootgevende' informatie


Sinds 1985 verzamel ik voorbeelden van beperking van de uitingsvrijheid in Nederland. Vanaf 2005 schrijf ik er over op dit blog. Als je de krap 500 stukjes langs loopt zie je dat het over van alles is gegaan in de afgelopen decennia. Ik heb wel de indruk dat 'aanstootgevende' uitingen in kunst, reclame of tv-uitzendingen de laatste jaren minder ophef veroorzaken dan aan het einde van de vorige eeuw. In het boek 'Dit kan niet en dit mag niet', dat in 2007 is uitgekomen staan nog veel voorbeelden uit die tijd van uitingen die aanstoot hebben gegeven omdat mensen zich gekwetst voelden in hun religieuze gevoelens of vreesden voor zedenbederf. Het valt dan ook op dat nu, anno 2022, het vermijden van aanstootgevende informatie opnieuw als argument wordt gebruikt om jongeren informatie te onthouden. En dat nog wel in academische kringen. 

Op een informatiemarkt voor aankomende studenten in Utrecht waar politieke partijen zich konden presenteren is de Communistische Jongerenbeweging (CJB) geweerd. Het organiserende comité van de UIT-week liet weten: 'Onze belangrijkste zorg is dat alle UIT-lopers zich welkom, veilig en prettig moeten voelen. Wij hebben daarom het zekere voor het onzekere genomen en besloten dat de CJB niet welkom is. De partij is op sommige onderwerpen redelijk uitgesproken en dat kan mensen tegen het hoofd stoten.' Dit zou volgens de woordvoerder betrekking hebben op meer onderwerpen dan alleen de oorlog in Oekraïne. De CJB heeft zich ook tegen de inval van Rusland in Oekraïne verklaard. Maar dat mocht kennelijk niet baten.

Het garanderen van een 'veilig en prettig' gevoel lijkt een nieuw excuus om de uitingsvrijheid aan de wilgen te hangen. Het is een uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk overgewaaide trend waar al talloze zaken hebben gespeeld waarbij onwelkome informatie werd gecancelled onder het mom van 'veiligheid'.  Afwijkende standpunten (communisme bijvoorbeeld) worden gezien als gevaar voor het welzijn van de student. En die moeten dan ook maar uit zijn omgeving worden verwijderd. Het zijn voor  mij onnavolgbare gedachtengangen.