29 juni 2022

Een veilig publiek debat


De jaarrapportage 2021 van het College voor de Rechten van de Mens gaat over de toenemende agressie tegen journalisten, experts, politici en andere 'media-actoren' die regelmatig in het nieuws komen met uitspraken over actuele kwesties, zoals de coronapandemie en -recent- de stikstofcrisis. Het is een belangrijk rapport dat op basis van veel onderzoek laat zien wat de betekenis is van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting voor de rechten van de mens in het algemeen. De ondertitel luidt: 'een veilig publiek debat'. 

Het College vraagt om een betere wettelijke bescherming van journalisten en andere media-actoren, het afschermen van adresgegevens en het strafbaar stellen van 'doxing', het delen van persoonsgegevens als intimidatiemiddel en maatregelen tegen SLAPP's. Het rapport vraagt ook aandacht voor de rol van internetplatforms bij de bevordering van veiligheid van deelnemers aan het publieke debat

Die veiligheid is niet alleen van belang voor journalisten en media-actoren. 'Daden van agressie en intimidatie zijn een inbreuk op het recht informatie te vergaren en te verspreiden. Tegelijk komt het recht van de burger om informatie te ontvangen onder druk. Als journalisten en anderen niet meer het hele verhaal kunnen vertellen, krijgen burgers geen goed beeld van wat zich afspeelt in de samenleving en hoe de overheid functioneert', schrijft het College. Dit raakt een wezenlijk aspect van het publieke debat dat in een democratie vrij moet zijn en ongehinderd moet kunnen plaatsvinden zonder angst van de deelnemers om hun mening te uiten of informatie publiek te maken. 

20 juni 2022

NPO voor het blok


De NPO zit in zijn maag met Ongehoord Nederland (ON), de nieuwe omroep die de stem van extreemrechts binnen het publieke bestel heeft gehaald. Dat er gedoe over zou komen was te verwachten. De publieke omroep blijft over het algemeen binnen de tolerantiegrenzen van een meerderheid van de Nederlandse bevolking van links tot rechts. Extreme geluiden worden zelden gehoord, zelfs niet bij de openlijk rechtse programma's van WNL en Powned. Maar ON van mediabestormer Arnold Karskens is in de ogen van velen te ver gegaan. 

De ombudsman van de omroep Margot Smits heeft naar aanleiding van klachten onderzoek gedaan en zij stelt nu dat de nieuwe publieke omroep Ongehoord Nederland (ON) de NPO-code heeft geschonden door het verspreiden van onjuiste informatie. 'Het gaat onder meer om schending van de code op het punt van betrouwbaarheid. Daardoor droeg de omroep passief en actief bij aan verspreiding van aantoonbaar onjuiste informatie. Ook wordt onjuiste informatie niet gecorrigeerd en worden meningen niet voldoende gescheiden van feitelijke informatie.' Waar het concreet op neerkomt is dat de omroep een man als Filip de Winter (Vlaams Belang) niet zonder tegenspraak een verhaal over een dreigende 'omvolking' had mogen laten houden. 

De NPO moet nu reageren op het rapport van Smits. Men overweegt een financiële sanctie. Het is niet moeilijk de gevolgen daarvan te voorzien. Meer frustratie bij extreemrechts over de mainstream media. Meer aanvallen van PVV en FvD op het linkse 'politieke kartel' dat Nederland naar de verdommenis helpt. Meer polarisatie en uiteindelijk meer geweld. Moet je ON dan zijn gang laten gaan?

31 mei 2022

De waarde van de Woo moet nog bewezen worden


Deze maand is de Woo (de Wet open overheid) van kracht geworden. Het is de opvolger van de Wob (Wet openbaar bestuur). De Woo regelt het recht van burgers op informatie van de overheid, lezen we op de site van de Rijksoverheid. 'Zo krijgt iedereen meer inzicht in het handelen van de overheid,' staat er. Dat is een belofte die nog waargemaakt moet worden. Het verleden van de openbaarheid van overheidsinformatie stemt ons helaas niet optimistisch. De Nederlandse overheid heeft grote moeite met openheid, alle bezweringen over 'transparatie' ten spijt. Ik heb er de afgelopen vijftien jaar op dit blog vele voorbeelden van gegeven. 

De nieuwe wet, die een lange voorgeschiedenis heeft, gaat in tegenstelling tot de vorige uit van de plicht tot actieve openbaarheid van verschillende categorieën informatie - bijvoorbeeld wetten, convenanten en onderzoeksrapporten. Bestuursorganen moeten ervoor zorgen dat deze informatie voor iedereen op één digitale plek vindbaar en doorzoekbaar is. Dit is de website open.overheid.nl. Nu zul je daar niet meteen alles kunnen vinden. De overheid heeft 'gekozen' voor een gefaseerde aanpak. Bedoeld wordt: we zijn qua ICT en menskracht niet in staat te voldoen aan wat de wet beoogt. 

Nieuw is een adviescollege dat naast het geven van gevraagd en ongevraagd advies ook klachten van journalisten kan behandelen. Daarvoor opent het college per 1 september een klachtenloket. Het is een van de weinige verbeteringen voor de openbaarheid van overheidsinformatie. In de procedures en beslistermijnen is er niet veel veranderd ten opzichte van de oude Wob. De reikwijdte van de wet is ietwat opgerekt. Bij de parlementaire behandeling van de wet zijn alsnog bedrijfs- en fabricagegeheimen die het bedrijfsleven verplicht met de overheid deelt uitgesloten van informatieverzoeken. Er is daarnaast geen register verplicht gesteld dat opsomt welke informatie überhaupt beschikbaar is bij de overheid of bij onder de overheid vallende instanties. 

Dat laatste biedt de vierde macht nog steeds een eenvoudige uitweg om nieuwsgierige burgers en journalisten de deur te wijzen: wat u vraagt hebben we niet. Het antwoord daarop zal zijn: geeft u dan maar alles wat u wel heeft. Ik betwijfel of de woo-ambtenaar daar zo blij mee zal zijn. 

17 mei 2022

Pers en politie


Nederland is op de Persvrijheid Index van Reporters Sans Frontières (RSF) gedaald van de 6e naar de 28e plek. Geweld tegen journalisten is de belangrijkste oorzaak van deze dalen. Dan gaat het zowel om geweld van het publiek, van bedreigingen tot aanrijdingen, als om geweld van de kant van de georganiseerde misdaad. Met als dieptepunt de moord op Peter R. de Vries. RSF wijst verder op de huidige bestuurscultuur van de overheid die openheid en persvrijheid aan zijn laars lapt, terwijl men zelf fout op fout stapelt. 

Alsfred Pijpers vindt dat RSF de verkeerde criteria hanteert als het gaat om persvrijheid. Zolang de overheid de media niet in de weg staat is het met de persvrijheid niet slecht gesteld, betoogt hij. Pijpers vindt dat het gaat om 'vrijwaring van media tegen staatsingrijpen, zoals preventieve censuur of regeringscontrole over kranten.' 'Vrije economische krachten' die monopolisering van mediabedrijven in de hand werken moeten we niet verantwoordelijk stellen voor achteruitgang van de persvrijheid,meent hij. En ook het geweld van boze boeren en kerkgangers tegen journalisten ziet hij niet als aantasting van het grondrecht. Een nogal beperkte visie lijkt me, gezien de gevolgen van die economische wetten en al dat geweld voor de vrijheid van de journalist en de informatievoorziening van de burger. Pijpers negatieve rol voor de overheid is ook eenzijdig omdat het vrije verkeer van informatie niet alleen vrijwaring van staatsingrijpen eist maar ook bescherming van de media en alle mensen die daar werken. De persvrijheid is mede afhankelijk van de inspanningen van de overheid om de beroepsgroep en de bedrijfstak te beschermen tegen aanvallen van actoren die helemaal niets hebben met vrij en open communiseren. De persvrijheidsindex van RSF kan gezien worden als een waarschuwing dat Nederland op dat punt tekort schiet. 

26 april 2022

De Digital Services Act en desinformatie


In de Europese Unie is er overeenstemming bereikt tussen het Parlement en de Raad van regeringsleiders over regels voor digitale dienstverlening. De Digital Services Act (DSA) is volgens een persbericht van de Raad is 'de eerste ter wereld die verreikende regels invoert voor onlineplatforms en zoekmachines. Bovendien introduceert de wet een innovatieve manier van toezicht houden.' Volgens Europarlementariër en PvdA’er Paul Tang, één van de voorvechters van meer Europese regulering van de digitale economie, betekent het akkoord dat er na twintig jaar ‘eindelijk’ nieuwe wetgeving over online-veiligheid is. De bescherming van consumenten zoals we die kennen op het gebied van voedsel en apparaten en heel veel meer heeft voor internetgebruikers inderdaad lang op zich laten wachten. Niet in het minst vanwege de hardnekkige lobby van internetondernemers die alles het liefst zelf in de hand willen houden. 

Waar kunnen we nu op rekenen als de wet (uiterlijk 1 januari 2024) van kracht wordt? Allereerst gaat het om het tegengaan van illegale handel. De platforms kunnen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid foute handelaren te verwijderen. Belangrijker nog is dat er 'meer toezicht komt door gebruikers en overheden. Online platformen kunnen verplicht worden om data aan te leveren bij onderzoekers van overheden. Het idee is dat een derde partij meekijkt met de online risico’s van het platform.' Online platforms worden voorts 'verplicht om technische informatie te delen over de algoritmes die content aanraden. Op dit moment zijn dat vaak bedrijfsgeheimen. De DSA zorgt ervoor dat organisaties transparant moeten communiceren over algoritmes, vergelijkbaar met de AVG voor gegevensverwerking.' 

Tang wijst ook nog op een ‘saillant’ artikel in de wet over desinformatie, waarbij grote platforms als Facebook en Google verplicht worden stappen te ondernemen tegen nepnieuws en desinformatie in crisissituaties, zoals de oorlog in Oekraïne en de pandemie. Tang: We maken met deze wet een statement tegen het propagandabeleid van Poetin.' Dat is heel mooi. Maar hoe ver gaat dat? En wie volgt na Poetin? Hier betreedt een overheidsinsantie een gevaarlijk terrein. 

16 april 2022

Mediablokkades


De Russische mediatoezichthouder Roskomnadzor heeft de Russischtalige website van The Moscow Times geblokkeerd. Erg verrassend is dat niet. Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne zijn minstens veertig onafhankelijke websites geblokkeerd. Nog niet verboden media zijn onderhevig aan zware censuurmaatregelen. The Moscow Times van de Nederlander Derk Sauer wordt sinds kort in Nederland gemaakt. Opmerkelijk is dat alleen de Russischtalige versie is geblokkeerd. De Engelstalige versie is nog steeds toegankelijk. De Russische kan ook nog worden gelezen via een VPN-verbinding en vanuit het buitenland. 

Dat het Poetin-regime weinig respect heeft voor de persvrijheid hoeft niet te verbazen. Onafhankelijke media hadden het er al moeilijk genoeg en in oorlog tolereert de staat uitsluitend nog propaganda. Maar dat de Europese Commissie nog geen week na de inval van Rusland in Oekraïne de Russische staatsmedia RT en Sputnik met hun websites en Twitteraccounts ontoegankelijk maakte voor Europese burgers verbaast wel. 'Dit is buitengewoon onverstandig,' verklaarde de Nederlandse Vereniging van Journalisten, 'omdat het niet aan staten is om nieuwskanalen indirect te laten blokkeren. Daarmee ondermijnt Europa de fundamenten van een vrije pers en zet het de deur open naar een staatsgereguleerde nieuwsvoorziening, waar niet langer de burger in staat is om een vrije keuze te maken uit het nieuwsaanbod.' Eigenlijk doet de Europese Commissie hier precies hetzelfde als Poetin, meent de NVJ.

31 maart 2022

Afnemende tolerantie


Politieke spanningen gaan vaak samen met verminderde tolerantie. In het meest extreme geval, oorlog, verdwijnt een vrije uitwisseling van informatie volledig. Censuur keert terug, het wordt moeilijk waarheid van leugen te onderscheiden. Landen worden in hun geheel 'gecancelled'; niet alleen hun industriële producten worden geweigerd maar ook media worden afgesloten en de cultuur wordt in de ban gedaan. Zo ver is het met Rusland gekomen sinds het Poetin-regime Oekraïne is binnengevallen en daar al weken verwoestingen aanricht met duizenden slachtoffers. Het onderscheid tussen het regime en de bevolking en de cultuur wordt niet meer gemaakt.

In de NRC verbaast Peter de Bruijn zich er terecht over 'hoe weinig weerstand of zelfs maar debat het verbod van Russia Today heeft losgemaakt, ook onder journalisten. Veelvuldig valt te horen dat de zender nu eenmaal gemene propaganda bedrijft en niet aan journalistiek doet; een verbod is daarom gerechtvaardigd.' Het etiket desinformatie wordt te pas en te onpas gebruikt om informatiebronnen af te sluiten. Een verbod of censuur van culturele uitingen heeft inmiddels 'een wonderlijke respectabiliteit gekregen en kan rekenen op opmerkelijk veel steun en begrip.' Het gevolg is, schrijft de Bruijn, 'dat een substantieel deel van de bevolking momenteel bevreesd is om frank en vrij een mening te geven, uit angst voor de sociale consequenties van een verkeerde opmerking.' En voor nuance is er weinig begrip. Je bent voor of tegen, aan deze kant of aan de andere kant.