29 juli 2026

Juridische intimidatie beknot


 'Wie misstanden aankaart verdient bescherming, geen rechtszaak'. Met deze slogan heeft Free Press United onlangs bij de Tweede Kamer een petitie aangeboden met het verzoek om de bescherming van publieke waakhonden tegen juridische intimidatie te verbeteren. De Kamer heeft positief gereageerd. Een meerderheid stemde voor een wetsvoorstel dat er niet alleen voor zorgt dat doelwitten van zogenaamde SLAPP-rechtszaken eindelijk gecompenseerd kunnen worden, maar ook dat het starten van zo'n zaak moeilijker wordt. SLAPPs worden vaak ingesteld door rijke en machtige actoren en zijn ongegronde rechtszaken tegen journalisten, mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties, die als voornaamste doel hebben om hen te intimideren, onder druk te zetten en tot zelfcensuur te dwingen.

De bescherming van journalisten tegen dit soort belemmering van het vrije verkeer van informatie is hoogst urgent. Uit een onderzoek van de Vereniging voor Onderzoeksjournalisten blijkt dat bijna de helft van de onderzoeksjournalisten de afgelopen twee jaar te maken heeft gehad met juridische dreiging of een juridische procedure rond het eigen werk. Dat kost journalisten tijd, ook ervaren zij stress en soms worden publicaties aangepast of gaat de hele publicatie zelfs niet door. Aan de peiling van de VVOJ deden 147 onderzoeksjournalisten mee uit Nederland en Vlaanderen. In het onderzoek gaven 46 respondenten aan te zijn bedreigd met juridische stappen. Nog eens 24 respondenten gaven aan ook daadwerkelijk betrokken te zijn geweest bij een of meer juridische procedures. Een journalist: “Door een juridische procedure waren we veel tijd kwijt met de opbouw van een gigantisch dossier met onderbouwing. Gelukkig werden we in het gelijk gesteld, maar wat aan mankracht dat heeft gekost, dat wil je niet weten.” Een ander schrijft: “Het is langzaamaan onderdeel aan het worden van het journalistieke proces om ook de advocaat van je onderwerp te woord te moeten staan.” 

SLAPPs passen in een trend waarbij steeds meer conflicten worden uitgevochten via de rechter. In dit geval gaat het niet zelden om de reputatie van een bedrijf of een persoon. Niet iedereen zal er een rechtszaak over beginnen. Het zijn met name kapitaalkrachtige partijen die in staat zijn advocaten te betalen voor ingewikkelde en langdurige processen. En die het risico kunnen nemen dat ze uiteindelijk ook proceskosten moeten betalen. Sociale ongelijkheid is hier dus ook in het geding. En dat is extra problematisch omdat veel publicaties die met inzet van dure zuidas-juristen worden bestreden juist ook gaan over maatschappelijk onrecht dat het minder rijke en machtige deel van de samenleving treft. 

De bescherming van journalisten tegen dit soort praktijken is verder van het grootste belang om misstanden te kunnen bestrijden van bedrijven die maatschappelijk urgente doelen zoals de beheersing van de klimaatverandering vertragen, tegenwerken dan wel onmogelijk maken. Ook de overheid speelde daarbij vaak een kwalijke rol door weg te kijken, eindeloos te treuzelen met maatregelen en bedrijven geen strobreed in de weg te leggen en zelfs te faciliteren, zoals in het geval van de subsidies voor fossiele bedrijven die verzaken bij de aanpak van de CO2 uitstoot. Onthullingen van journalisten zijn onmisbaar om in dergelijke gevallen de politiek te kunnen aansporen actie te ondernemen. Het belemmeren van de taak van onderzoeksjournalisten is de dood in de pot voor de democratie. 


13 juli 2026

Het leger en de vrijheid van meningsuiting


Ruim vijftig jaar geleden zat ik als dienstplichtig militair in de Generaal Spoor kazerne in Ermelo. Nergens was in die tijd de vrijheid van meningsuiting zo beperkt als in het leger. Demonstreren, pamfletten verspreiden, commentaar leveren in een VVDM-afdelingsblad: het leidde op tal van kazernes tot zware gevangenisstraffen. Eind 1971, vlak voordat ik in dienst moest, waren Wim Schul en Hans Dona, soldaten op de Generaal Spoor kazerne, tot vier en drie maanden gevangenisstraf in Nieuwersluis veroordeeld wegens opruiing en belediging van hun meerderen. Het afdelingsblad Alarm werd verboden. Toen ik in de zomer van 1972 een paar maanden in Ermelo zat werd ik actief in de VVDM-afdeling daar en ik zal ongetwijfeld ook in het blad geschreven hebben. Ik heb nooit in Nieuwersluis gezeten, maar ik werd als activist na de zomer wel overgeplaatst naar Utrecht. Dat was toen de gebruikelijke maatregel tegen opstandige soldaten.

Ben Dankbaar schreef onder de titel 'Een kind van mijn tijd' zijn memoires over de soldatenstrijd in de jaren zeventig. Dankbaar was een belangrijke figuur in de radicale Bond voor Dienstplichtigen (ook wel witte BVD genoemd), waar ik ook lid van was. Alle dienstplichtige BVD-leden waren actief in de VVDM. De herinneringen van Dankbaar brachten me weer terug in de tijd van enorme repressie van de vrijheid van meningsuiting. Naast allerlei praktische eisen zoals verhoging van de wedde, afschaffing van het verplichte parate weekend, afschaffing van de groetplicht en een vrije haardracht was de vrijheid van meningsuiting een belangrijk actiepunt in de soldatenbeweging. Die beweging stond niet los van de bredere opstand van jongeren in die tijd op school, op de universiteit en in het gezin tegen alle vormen van autoritair gezag en voor vrijheid, onafhankelijkheid en eigen keuzes in kleding, haardracht, seksualiteit, politiek, alles eigenlijk. Vrijheid van meningsuiting was een centraal thema in de opstand. De confrontatie van die opstandigheid met de vanouds principiële autoritaire verhoudingen in het leger moest wel tot botsingen leiden. Voor politici een uitdaging om zonder de legerleiding voor het hoofd te stoten toch enigszins gehoor te geven aan de aandrang om veranderingen door te voeren die elders in de maatschappij langzamerhand vanzelfsprekend werden. 

Dankbaar, die een uitgebreid archief tot zijn beschikking had, besteedt veel aandacht aan strategische politieke discussies van de Bond voor Dienstplichtigen. Dat waren voor een belangrijk deel discussies zoals die ook in de studentenbeweging gevoerd werden tussen radicale scherpslijpers en meer pragmatische actievoerders. Wat me daar nu bij opvalt is de onderwaardering van de toch niet geringe resultaten die de soldatenbeweging heeft behaald: vrije haardracht, afschaffing van de groetplicht, compensatie voor weekenddiensten, erkenning van de vakbond en regelmatig overleg met de minister. En misschien moet ik dat breder trekken: zagen wij in onze ijver om de maatschappij te veranderen wel hoeveel er in die jaren veranderde?  'Alles moest anders' is de titel van een boek dat Arnold Koper en anderen schreven over de jaren zeventig. Ondertitel: 'het onvervulde verlangen van een linkse generatie'. Onvervuld? Een 'verlangen' was het zeker, een blijvend verlangen dat in elk geval toen moeilijk te bevredigen was. Ondanks alle winst aan vrijheid en recht op eigen keuzes die overal geboekt werd: ouders die meegingen, het onderwijs dat drastisch gedemocratiseerd werd, de ruimte die jongeren kregen om zich te uiten in kleding, muziek, haardracht etc., de vrouwenemancipatie, de uitbreiding van rechten van werknemers, de revolutie in de psychiatrie. De autoritaire maatschappij van de eerste helft van de twintigste eeuw was in twee decennia afgebroken. Het leek misschien niet op de revolutie die Marx had voorspeld. Maar het waren enorme maatschappelijke veranderingen waar je nu alleen maar met heimwee op terug kunt kijken. 

[foto: Filip Andrejevic, Unsplash CC] 

29 juni 2026

De burgemeester en de lokale pers

 

Het vertrouwen in de democratie begint dicht bij huis. De ervaring van zeggenschap over de eigen omgeving kan een belangrijke stimulans zijn voor politieke participatie. Omgekeerd is het -al dan niet aangeblazen gevoel- dat je er niets over te zeggen hebt funest voor een gezonde democratie. Autoritaire bestuurders die dat onvoldoende beseffen bevorderen afzijdigheid en cynische tegendraadsheid. Op het lokale bestuur rust daarom een grote verantwoordelijkheid om ons huidige politieke systeem, met al zijn tekorten (maar beter is er niet), in stand te houden. Misschien wel een grotere verantwoordelijkheid dan de Haagse politici.

Lokale democratie bloeit bij een vrije lokale pers. Maar dat wil nog wel eens problemen geven. Niet alleen is in grote delen van het land de plaatselijke en regionale pers verdwenen of gedecimeerd. Waar lokale media nog wel actief zijn moeten ze nogal eens opboksen tegen lokale bestuurders die niet van kritiek gediend zijn. Sommige gemeente willen de rol de onafhankelijke media overnemen. Soms wordt er zware druk uitgeoefend op de plaatselijke pers om het beleid van de gemeente te volgen. 

Een apart geval is de Gemeente Ede. Daar ligt de burgemeester, René Verhulst (CDA), al jaren in conflict met de lokale krant De Edese Vos. Het conflict is zo hoog opgelopen dat de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) zich met een brief van voorzitter Thomas Bruning heeft gewend tot de Gemeenteraad. Aanleiding is de weigering van de burgemeester om De Edese Vos interviews te geven. "Het categorisch weigeren van interviews door de burgemeester en de wijze waarop deze spreekt over de redactie van het lokale medium De Edese Vos draagt niet bij aan een klimaat waarin de lokale journalistiek goed haar werk kan doen. De opstelling van de burgemeester betreft geen incident, maar hindert nu al meerdere
jaren het werk van de redactie van De Edese Vos."  

De krant geeft zelf een overzicht van incidenten waaronder een dreigbrief van een advocatenkantoor in 2023 waarmee de gemeente volgens de NVJ 'volstrekt uit de bocht' gevlogen is. Het advocatenkantoor had het versturen van de brief overigens ontraden. De aanleiding voor de recente NVJ-brief is een incident tijdens een openbare bijeenkomst over bestuurlijke integriteit en grondrechten in november 2025, waarbij burgemeester Verhulst een journalist van De Edese Vos delegitimeerde en het medium 'smurrie' noemde. Daarna belandde deze kwestie bij de advocaat van de NVJ, waarop Bruning zijn brief naar de raad stuurde. 

16 juni 2026

Boekenverbod


Het komt niet vaak voor dat de Nederlandse rechter gevraagd wordt een boek te verbieden. Afgelopen maand waren er twee zaken waarin geprobeerd werd de verspreiding van een publicatie tegen te houden. 

De Rutgersstichting slaagde daarin. In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een eerder vonnis bevestigd waarin de Stichting Civitas Christiana wordt verboden het Zwartboek Lentekriebels verder te verspreiden. In het Zwartboek Lentekriebels brengt Civitas Rutgers in verband met pedofilie en schrijft zij dat Rutgers kinderen aanzet tot seksuele handelingen (‘seksualiseert’). Dat zou blijken uit het lesmateriaal dat de Rutgersstichting heeft verspreid onder basisscholen om in de Week van de Lentekriebels 'relationele en seksuele' voorlichting te geven. De rechtbank: 'Het gaat hier om een botsing tussen het recht op vrijheid van meningsuiting van Civitas tegenover het recht op eerbiediging van de eer en goede naam van Rutgers. De vrijheid van meningsuiting kent grenzen. Het hof heeft een afweging gemaakt tussen het belang van Civitas om vanuit haar christelijke visie haar mening vrij te kunnen uiten en het belang van Rutgers om beschermd te worden tegen ongefundeerde beschuldigingen.' Ook in het hoger beroep oordeelde de rechter dat de beschuldigingen aan het adres van Rutgers over pedofilie, kinderpornografie en het aanzetten van jonge kinderen tot het verrichten van seksuele handelingen ongefundeerd zijn. Het hof verbiedt Civitas ook dergelijke beschuldigingen langs andere weg te verspreiden (waar de stichting blijkens haar website nog geen gehoor aan heeft gegeven). 

Uit het vonnis lees ik dat het hof niet zozeer de mening van Civitas Christiana veroordeelt ten aanzien van de seksuele voorlichting zoals die door de Rutgersstichting wordt ingevuld, maar wel de wijze waarop dat gebeurt met niet onderbouwde, als feiten gepresenteerde stellingen over de kwaadaardige bedoelingen van Rutgers. Daar is dan ook een oproep aan gekoppeld aan de ouders om hiertegen in actie te komen. Geheel in de lijn met het doel van deze ultraconservatieve beweging die zegt te vechten 'voor de overwinning van de christelijke tradities, het gezin en de vrijheid van Nederland. Tegen het oprukkende multiculturalisme, de genderideologie en de cultuur van de dood.' Kennelijk wordt daarbij geen middel geschuwd. Het is goed dat de Rutgersstichting de rechter heeft gevraagd daar paal en perk aan te stellen. 

29 mei 2026

De staat als fort

people walking near brown concrete building during daytime 

Bij de Belastingdienst is vorig jaar een datakluis aan het licht gekomen met 64 miljoen documenten, waarvan ongeveer 24 miljoen bestanden ook daadwerkelijk inhoudelijk relevant zijn. Daar zitten documenten bij over het toeslagenschandaal die dus niet konden worden betrokken bij het onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie. Het bestaan van de datakluis is pas onlangs gemeld aan de Tweede Kamer. Er zou ook belangrijke informatie in zitten over de gaswinning in Groningen. In het eindrapport Groningers boven gas (2023) stelde de gas-enquêtecommissie dat de beroerde informatievoorziening de democratische controle ‘ernstig’ ondermijnt. Volgens ambtenaren is het duidelijk dat de informatiehuishouding van de Belastingdienst al vijftien tot twintig jaar niet op orde is.

Al in oktober vorig jaar zijn de toenmalige staatssecretarissen Heijnen en Palmen geïnformeerd dat er in de datakluis informatie zat, die aan de parlementaire enquêtecommissie fraudebeleid en dienstverlening geleverd had moeten worden. Maar pas op 15 april werd de Kamer hierover geïnformeerd door de nieuwe staatssecretaris Eelco Eerenberg (Belastingen en Toeslagen) en zijn collega Palmen. Dat kwam door tegenwind uit het ambtelijk apparaat waar bezwaar werd gemaakt tegen de Kamerbrief van Eerenberg en Palmen, de verantwoordelijke bewindslieden in het nieuwe minderheidskabinet. Zo schreven ambtenaren in een concept dat de kluis ‘geen geheim’ was, omdat de Kamer hierover in april 2019 al zou zijn geïnformeerd.

Het is een herhaling van zetten die we al eerder leerden kennen van de Belastingdienst toen het beroemde Memo van (toen nog juridisch ambtenaar) Palmen over de toeslagenaffaire van tafel verdween. De overheid verschanst zich achter een hoge muur van moeilijk doen, uitstel, weigerachtigheid en openlijk tegenstreven om te voorkomen dat we te zien krijgen wat ze daar in Den Haag uitspoken. 

Coronapandemie

Vandaag zijn de verhoren begonnen  van de enquêtecommissie over de coronapandemie. Journalisten die zich met deze kwestie hebben bezig gehouden klagen steen en been. De afhandeling van informatieverzoeken werd keer op keer gefrustreerd. Aan voorlichters en perswoordvoerders heb je als het er op aan komt helemaal niets. Het het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport overtrad gewoon de Wet Openbaarheid van Bestuur. Milena Holdert, onderzoeksjournalist bij Nieuwsuur: “We dienden aan de start van de coronapandemie verschillende Wob-verzoeken in bij VWS. Maar het departement schoof de Wob tijdens corona terzijde, en startte de beruchte ‘alternatieve werkwijze’. Die hield in dat het ministerie zelf ging bepalen welke stukken ze per thema openbaar maakte, in plaats van individuele, gerichte informatieverzoeken af te handelen. De rechter heeft uiteindelijk gezegd dat het niet klopte, maar het ministerie procedeerde door, en betoogt nog steeds dat ze de wet naleeft, quod non.” 

Uitvoeringsproblemen mogen geen excuus zijn om de wet te overtreden en de belastingbetaler op te zadelen met enorme bedragen aan dwangsommen wegens het niet tijdig leveren van informatie. De tegenstribbelende overheid, zegt Holdert, "leidt af, vertraagt, en is ook niet democratisch. Wij geven de politiek het mandaat om namens ons te beslissen, maar wij moeten ook kunnen meekijken bij die beslissingen en afwegingen, tenzij er sprake is van staatsgeheimen of juridisch onderbouwde afwegingen om af te wijken. Maar anders is die informatie gewoon van ons allemaal.”

Al die mooie formules over 'transparantie' en een 'open overheid' krijgen een cynisch bijsmaakje. De werkelijkheid is nog steeds tegengesteld aan het ideaal, de overheid verzet zich met alle macht tegen pottenkijkers. De kluis is daarvan het symbool. Of het fort.

Foto: Arun Greetha Viswanatan [Unsplash] 

17 mei 2026

De journalist als Kop van Jut

Kop-van-jut (kermis Amsterdam, 1917) 

Onder het toeziend oog van Lidewij de Vos (Forum voor Democratie), Gidi Markuszower (voorheen PVV) en Mona Keijzer (voorheen BBB) probeerden de afgelopen weken extreemrechtse relschoppers de inrichting van een noodopvang voor asielzoekers in Loosdrecht tegen te houden. De politie had de handen vol aan het beteugelen van de rellen. Onder de aangehouden betogers was een 28-jarige man die geweld pleegde tegen journalisten. In Utrecht is een cameraman van Left Laser geslagen tijdens een anti-azc-demonstratie op Jaarbeursplein. De politie greep niet in. De man gaat aangifte doen.

Er is veel ophef over de steun van extreemrechtse Kamerleden voor de relschoppers. En ook over de verantwoordelijkheid van de regering voor het laten voortduren van de crisis in de opvang van asielzoekers. Zowel extreemrechts als een nalatige regering geven voeding aan anti-AZC protesten die maximaal worden uitgebuit door neofascisten. En die net als ander extreemrechts geweld gevaar opleveren voor een vrije pers. 

Voor het derde achtereenvolgende jaar is het aantal meldingen van bedreiging of geweld tegen journalisten toegenomen: van 249 in 2024 naar 262 in 2025, meldde de NVJ begin dit jaarIn 2025 ging het om 106 bedreigingen, 67 gevallen van intimidatie en 55 keer was er sprake van fysiek geweld. De meeste incidenten vonden op straat plaats als een journalist of fotograaf ergens aan het werk is. In 86 gevallen werden zij mondeling bedreigd of belaagd. In 2024 ging het nog om 68 gevallen van mondelinge bedreiging. Nederland eindigde in de Persvrijheidsmonitor weliswaar heel hoog. Maar 'daarachter gaat "een zorgwekkend beeld" schuil' en dat heeft alles te maken met de afgenomen veiligheid van journalisten. En journalisten die zich minder veilig voelen zullen voorzichtiger zijn om volledige openheid van zaken te geven. Uiteindelijk gaat dat ten koste van de mate waarin de burgers worden geïnformeerd.

27 april 2026

Buigen voor de macht


Meta heeft opnieuw een groot aantal Instagramaccounts van queerclubs, nachtclubs en lhbti-vriendelijke organisaties zonder waarschuwing verwijderd. Daaronder ook accounts die al eerder een keer waren verwijderd, maar na bezwaar weer hersteld waren. Er zijn accounts die meerder malen zijn verwijderd. Het patroon is telkens hetzelfde: accounts verdwijnen plotseling, beheerders krijgen geen concrete reden en pogingen om bezwaar te maken lopen vast. Volgens Martha Dimitratou, directeur van Repro Uncensored, speelt de manier waarop moderatiesystemen werken een sleutelrol. „We zien dat conservatieve groepen gecoördineerd accounts massaal rapporteren”, zegt ze. „Als zo’n melding vaak genoeg voorkomt, grijpt het systeem in.” Dat systeem is grotendeels geautomatiseerd. Kunstmatige intelligentie analyseert patronen en koppelt accounts aan elkaar. „Als één account wordt verwijderd, kan dat een domino-effect veroorzaken”, zegt Dimitratou. 

Maar het gaat hier natuurlijk niet om moderatiesystemen of kunstmatige intelligentie. Zuckerberg heeft zich vorig jaar al verkocht aan Trump. En hij was niet de enige. Met als gevolg dat de Amerikaanse mediawereld voor een groot deel onderworpen is aan censuur en desinformatie. Ook de wetenschap wordt getroffen door het verbod op verspreiding van informatie die raakt aan diversiteit, gelijkheid en inclusie. Uit bibliotheken en scholen zijn inmiddels stapels boeken verdwenen over slavernij, gender, woke en alles wat de president niet blieft. 

Dat grote techbedrijven buigen voor de macht heeft alles te maken met hun ambities voorop te blijven lopen inzake technologische innovaties. En daarbij gaat het meer om geld dan om free speech en een goed geïnformeerde samenleving. Zuckerberg weet dat de president hem kan helpen, maar hem ook kan hinderen en dus kiest hij voor steun aan Trumps campagne, zet hij na zijn aantreden meteen een streep door de fact checking dienst op zijn platforms en blokkeert hij sindsdien alle Trump-onwelgevallige communicatie. 

Het laat eens te meer zien dat een vrij communicatieverkeer bij private bedrijven niet in goede handen is zonder objectieve regelgeving die de vrijheid van meningsuiting in bescherming neemt. De afgelopen decennia is zowel het openbare als het private communicatieverkeer overgenomen door bedrijven die hun eigen voorwaarden stellen en zich niet of moeilijk laten reguleren met een beroep op hun exclusieve zeggenschap als vrije ondernemers. Het argument dat je als 'consument' vrij bent hun product af te nemen, maar als je dat doet dat je je dan aan hun regels moet houden valt niet meer serieus te nemen. Sociale media, zoekmachines, internetplatforms en kunstmatige intelligentie zijn onmisbaar geworden in het maatschappelijk verkeer. Ze moeten daarom uit handen worden gehouden van de macht, of dat nu politieke macht is of de macht van geld die daar meestal nauw mee verbonden is. Vrije communicatie lijkt helaas een steeds zwaardere opgave te worden.