16 oktober 2019

Kunstbeleid en diversiteit

Het Amsterdamse raadslid voor Forum voor Democratie Annabel Nanninga en haar spreekbuis GS maakten zich onlangs nogal druk over een rapport van de Amsterdamse Kunstraad en het beleid dat wethouder Meliani van GroenLinks daarop willen baseren. Steen des aanstoots is de eis van de gemeente om iedereen die voor een subsidie in aanmerking wil komen te verplichten tot een 'actieplan over inclusiviteit en diversiteit (van governance tot organisatie en bedrijfsvoering, van publiek tot programma en talent).' In het Parool noemt Theodor Holman het rapport 'weerzinwekkend'. Hij ziet er een poging in om Amsterdammers een bepaalde manier van denken op te leggen. Volgens Holman is het 'een illustratie van de langzame moord op onze cultuur, op ons vrije denken, op de vrijheid van de kunstenaar.' Maar ja, hij is dan ook columnist en mag ook wel een beetje overdrijven.

Nanninga keert zich in de Amsterdamse raad tegen de 'politisering van de gesubsidiëerde kunstensector.' En dan met name tegen de ideologie van de 'uit de VS overgewaaide identiteitspolitiek' die volgens haar leidraad is geweest voor het kunstenplan. Haar kritiek vind ik voor een FvD-politica echter nogal hypocriet. Als het aan partijleider Baudet ligt gaan we alleen voor kunst die de nationale identiteit niet besmeurt. Met zijn weerzin tegen moderne kunst zullen we,  mocht hij het ooit voor het zeggen krijgen, waarschijnlijk ondergedompeld worden in de zuivere 'boreale cultuur' met ‘trotse schilderijen’ , ‘sculpturen van onze helden’ en veel pracht en praal. Over politisering van de kunst gesproken.

30 september 2019

Politici en het vrije verkeer van informatie

'Politici mogen op Facebook meer dan gewone mensen' kopt De Volkskrant. Het bedrijf dat zo'n dominante rol speelt in het publieke debat laat opnieuw zien hoe onwenselijk het is dat de monitoring en regeling van het debat in private handen blijft. En geheim.

Het probleem van Facebook heeft alles te maken met de komende presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Dat wordt een moddergevecht tussen Trump en zijn tegenkandidaat. Van de president weten we dat hij geen blad voor de mond neemt. En zeker niet in verkiezingstijd. Maar door zijn uitingen te censureren loopt Facebook het gevaar beschuldigd te worden van partijdigheid, ook al zouden ze de andere kandidaat net zo hard aanvallen. Trump verkettert alle media die kritiek op hem uiten. Daar wil Facebook kennelijk niet bij horen. En dus kondigt Facebook-topman en voormalig leider van de Britse Liberalen Nick Clegg (foto) een onderscheid aan in de behandeling van nepnieuws, haatdragende uitingen en discriminatie: politici worden anders dan alle andere Facebook-gebruikers gevrijwaard van censuur of blokkades bij overtreding van de huisregels. Quod licet Jovi non licet bovi.

Clegg liet wel weten dat hij ook voor politici een grens trekt bij 'uitlatingen die kunnen leiden tot geweld en schade in de echte wereld.' Maar waar Facebook niet van afwijkt is dat het bedrijf alle publieke communicatie zelf in particuliere handen houdt. Een buitengewoon onwenselijke situatie die door de VN-rapporteur over de vrijheid van meningsuiting David Kaye als volgt werd bekritiseerd: ‘Facebook is een belangrijke plaats van meningsuiting, misschien wel de belangrijkste. Maar de mensen die daar de regels maken over wat je wel en niet mag zeggen, vallen niet onder enige democratische controle. Het is onwenselijk dat de platformen die macht krijgen.’


16 september 2019

Klimaatcrimineel aangeklaagd

Mijn collega's van de redactie van Sargasso hebben een prijsvraag georganiseerd. Lezers kunnen 'klimaatontkenners' nomineren voor de 'Gouden Hockeystick Award'. Die zal worden toegekend aan de persoon of de organisatie die met een beroep op gezag of autoriteit actief desinformatie verspreidt over de oorzaken en gevolgen van de klimaatverandering (de volledige omschrijving van de criteria vind je hier). Zo iemand krijgt dan het predicaat 'klimaatcrimineel' vanuit de gedachte dat het publiek wordt misleid en de verwachting dat op deze manier schade wordt berokkend aan de totstandkoming van een hoogst urgent klimaatbeleid. Concreet aanwijsbare schade speelt geen rol bij de toekenning van de award. De verspreiding is de schade, lijkt het wel.

Met alle begrip voor de irritatie die de hardnekkige ontkenning van de feiten inzake klimaatverandering oproept ben ik om een aantal redenen toch niet erg gelukkig met deze actie. En ik betwijfel bovendien of je langs deze weg de invloed van de 'klimaatcriminelen' kunt verminderen.


Je kunt iemand crimineel noemen, ook in de niet-juridische betekenis, met verwijzing naar gedrag waarmee schade berokkend wordt. Het gedrag dat hier gecriminaliseerd wordt is verspreiding van informatie. Hoe onwaar of onzinnig ook, de verspreiding van de boodschap valt pas moreel te veroordelen of mogelijk zelfs strafrechtelijk te vervolgen, als er willens en wetens schade door wordt aangericht. Iemand die een bewezen schadelijk medicijn of een onbewezen behandeling propageert kun je als kwakzalver aanklagen. De 'klimaatcrimineel' kun je verwijten onwaarheden te verspreiden, maar de schade daarvan is aanzienlijk moeilijker aan te tonen. Nog afgezien van het feit dat de meeste mensen de poging tot misleiding wel doorzien kan het directe effect op het beleid niet worden bewezen. Je kunt beter proberen mogelijke schade te voorkomen door die onwaarheden te bestrijden.

31 augustus 2019

Operahuis houdt niet van kritiek

De Nederlandse Opera (DNO) deed de kritische recensent van Opera Gazet in Antwerpen Olivier Keegel in de ban. Hij krijgt geen vrijkaartjes meer en wordt ook niet meer toegelaten tot persconferenties. Hij mag de voorstellingen in de Stopera voortaan alleen op eigen kosten bijwonen. Keegel liet het er niet bij zitten en spande een rechtszaak aan. Inzet: de vrijheid van meningsuiting. De rechtbank ging hier niet in mee. Keegel werd ten slotte niet helemaal geweerd van de voorstellingen. En vanuit journalistiek oogpunt lijken die persbijeenkomsten niet heel belangrijk, aldus de rechter.

'Het nieuwe seizoen van De Nationale Opera is een hautaine klap in het gezicht van de traditionele operaliefhebber', schreef Keegel begin dit jaar in het Parool. Hij leverde al langer ongezouten kritiek op het modernistische programma-aanbod van artistiek leider Pierre Audi. De traditionele liefhebber van de Italiaanse opera is volgens hem niet langer welkom in de Stopera. De voorkeur wordt gegeven aan 'een handjevol musicologen en bezoekers die graag het Stockhausenstempel in hun culturele paspoort laten zien'. Sandra Eikelenboom, hoofd marketing en communicatie van DNO: "We vinden wat hij schrijft vilein, onder de gordel en persoonlijk en om die reden niet journalistiek. Hij speelt meer en meer op de man. En daardoor kunnen wij het naar onszelf niet meer verantwoorden hem daarvoor te subsidiëren in de vorm van vrijkaartjes."

Je kunt je afvragen of de flauwe reactie op Keegel's uitgesproken voorkeuren een rechtszaak waard is. De uitspraak is ook niet zo verwonderlijk. Maar het standpunt van het hoofd marketing en communicatie verdient toch wel een kritische kanttekening. DNO vindt wat Keegel schrijft 'niet journalistiek'. Opmerkelijk. Is het aan DNO om te bepalen wat journalistiek is en wat niet? DNO kan zich wenden tot de Raad van de Journalistiek als men meent dat grenzen zijn overschreden. Een rechtszaak wegens smaad of eenvoudige belediging is ook nog mogelijk. Maar een journalist wegzetten omdat wat hij over het operahuis schrijft volgens datzelfde operahuis 'niet journalistiek' is lijkt mij getuigen van een vaker voorkomende arrogantie van marketeers: wat het publiek over ons hoort bepalen we bij voorkeur zelf. Daar moet een journalist die zijn vak serieus neemt zich uiteraard tegen verweren.

[foto: Peter Hessels CC]

19 augustus 2019

Fotograaf klaagt Facebook aan

Fotograaf Thijs Heslenfeld heeft aangifte gedaan tegen Facebook bij het Openbaar Ministerie (OM) in Amsterdam, schrijft De Volkskrant. Heslenfeld wil dat het OM een strafrechtelijk onderzoek begint naar het fotobeleid van Facebook. De fotograaf claimt dat het beleid van Facebook in strijd is met de Nederlandse grondwet. Zo vindt Heslenfeld dat zijn vrijheid van meningsuiting is aangetast omdat het platform tot driemaal toe zijn foto’s heeft verwijderd en zijn account daarna twee keer heeft geblokkeerd. De laatste keer trof dat een foto van een meisje met ontbloot bovenlijf. Facebook wil er niet op in gaan. ‘Net als bij kunst zullen mensen altijd van mening verschillen over wat wel en niet geschikt is om te publiceren.’


23 juli 2019

Moet het internet gereguleerd worden? En zoja hoe?

De oorspronkelijke droom van internet als een digitale ruimte waar burgers elkaar in alle vrijheid kunnen ontmoeten en waar iedereen toegang heeft tot alle informatie is al lang vervlogen. Het internet wordt gedomineerd door 'tech-reuzen' die opereren vanuit commerciële belangen en die ons vooral gebruiken als leveranciers van data, het 'nieuwe goud' in de economie.
De positieve beloftes van het internet worden meer en meer overschaduwd door zaken die afschuw oproepen: 'hatespeech', kinderporno, discriminatie, bedreigingen, 'fake' nieuws, misdaad en bedrog. De roep om overheidsingrijpen wordt dan ook steeds vaker gehoord. En dan gaat het vooral om de sociale media zoals Facebook, Twitter en Youtube. Duitsland heeft inmiddels een Netzwerkdurchsetsungsgesetz. Frankrijk heeft wetgeving ingevoerd tegen haatzaaien.

Donderdag 4 juli vond er in de Rode Hoed in Amsterdam een debat plaats over dit onderwerp met VN-rapporteur David Kaye naar aanleiding van zijn boek Speech Police: the global struggle to govern the internet. Aan het debat namen verder deel het net afgetreden Europarlementslid voor D66 Marietje Schaake en de directeur van het Centrum De Waag, Marleen Stikker. Kunnen we agenten op het internet tolereren zonder schade te berokkenen aan de idealen van het vrije verkeer van informatie en de vrijheid van meningsuiting? Het blijkt geen eenvoudige kwestie.

Kaye stelt voor het internet te onderwerpen aan mensenrechten. „We hebben in internationale mensenrechtenverdragen afgesproken wat onder de vrijheid van meningsuiting valt, en wat niet. Oproepen tot geweld of aanzetten tot haat tegen een bevolkingsgroep geldt bijvoorbeeld als misbruik van dat recht. Waarom zouden we socialemediabedrijven niet aan die afspraken houden?” Een redelijk standpunt dat echter niet eenvoudig zomaar overal in wetgeving kan worden omgezet, ook al zijn de tech-reuzen inmiddels niet meer afkerig van regulering.


12 juli 2019

GroenLinks vliegt uit de bocht

Over nepnieuws heb ik hier eerder geschreven. Heimelijk politiek bedrijven door middel van het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie is een eeuwenoude truc van politieke propagandisten. Zie het als een poging de tegenstander ontregelen door de verspreiding van leugens en geruchten. Dat de overheid ons hiertegen zou moeten beschermen, zoals sommige politici suggereren, is echter een gevaarlijke gedachte. Die overheid is zelf partij en dient het onderscheid tussen waarheid en leugen over te laten aan het onafhankelijk oordeel van de burgers om niet in censuur te vervallen. De beste bestrijding van nepnieuws ligt in handen van onafhankelijke media die de leugens en verzinsels ontmaskeren en burgers in staat stellen zelf te beoordelen wat zij wel of niet moeten geloven. Tegen het nepnieuws werkt alleen het echte nieuws. En opvoeding in 'mediawijsheid'.

In een debat met minister Ollongren bleek dat GroenLinks Kamerlid Nevin Özütok dit niet helemaal goed begrepen heeft. Ze stelde voor de Kiesraad de taak te geven nepnieuws in verkiezingscampagnes te detecteren en aan de kaak te stellen. Özütok werd vervolgens op pijnlijke wijze op haar nummer gezet door PVV-Kamerlid Martin Bosma. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om zijn rabiate anti-communisme te etaleren, tot plezier van zijn fans die onder het gepubliceerde filmpje helemaal los gaan tegen die verschrikkelijke gevaarlijke 'groenlinkse communisten'. Dat slaat natuurlijk nergens op. Maar verder moet ik Bosma puur inhoudelijk gelijk geven. De overheid dient zich verre te houden van oordelen over de kwaliteit van nieuwsberichten. Voor je 't weet krijgen we praktijken terug zoals vroeger gebruikelijk in de Rooms-Katholieke kerk toen de bisschoppen nog publicaties goedkeurden met een 'nihil obstat'-stempel.