12 februari 2024

Wilders heeft geen partij


Wat mij in toenemende mate ergert is dat de media Wilders en zijn fractie blijven behandelen als een politieke partij. Al jarenlang vangen journalisten bot bij de vertegenwoordigers van de groep die zich PVV noemt. Al jarenlang is het: 'niet bereikbaar voor commentaar'. Wilders zelf beperkt zich hoofzakelijk tot oneliners via X/Twitter. Voor de rest is de PVV een gesloten bolwerk. Kun je dan nog wel spreken van een politieke partij?

Politieke partijen zijn formaties waarin mensen zich verenigen die een gezamenlijke visie hebben over hoe het land bestuurd moet worden. Daarvoor selecteren ze afgevaardigden die wij als kiezers kunnen selecteren als die visie ons aanstaat. Eenmaal gekozen mogen we dan als kiezers verwachten dat zij zich tegenover ons verantwoorden over de keuzes die ze maken. Openheid is een onmisbare voorwaarde voor het functioneren van een democratie. 

Wilders is met 36 anderen gekozen zonder partij en heeft lak aan openheid. Hij zit in de Kamer als directeur-aandeelhouder van een club mensen die voor hem werken en tegenover de pers hun mond moeten houden. Niemand krijgt inzicht in wat zich binnen die club afspeelt. Er zijn geen leden, geen congressen, geen kandidaatstellingsprocedures, er is geen jeugdafdeling en er zijn geen afdelingen in land, waar leden bijeen kunnen komen om de partijpolitiek te bespreken. De financiën van de Wilders' ondernemening zijn niet openbaar. Hij krijgt geen subsidie zoals ledenpartijen die krijgen. Of hij door Poetin of door Trump wordt gefinancierd zullen we nooit weten. Waarom wordt er in de media dan nog steeds gesproken over 'partij', 'partijleider', het 'partijprogramma' etc.? Waarom pikken de partijen die wel openheid van zaken geven dit in vredesnaam? Waarom maken ze geen punt van het ondemocratische karakter van de PVV? In de eerste ronde van de formatiegesprekken zou Wilders garanties moeten geven voor het handhaven van de democratische rechtsstaat. In het verslag van informateur Plasterk is over de rol van politieke partijen in de democratie niets over te vinden. Bij punt 7 staat onder andere:

'Voor democratie zijn hoge integriteitsnormen en transparantie bij politici belangrijk om vertrouwen te winnen en te behouden......Men zal bijdragen aan een bestuurscultuur die een constructieve bijdrage levert aan het landsbestuur en aan een positief bestuurlijk klimaat. De instituties die de rechtsstaat dragen zullen gerespecteerd en beschermd worden.'

Horen daar ook geen democratische politieke partijen bij?

De vraag is natuurlijk: waarom tolereren de kiezers van Wilders zijn ondemocratische partij? Welnu, dat is wel duidelijk. Wilders wordt al jaren gepresenteerd als leider van een partij, zoals alle andere partijen. In de debatten tijdens de verkiezingscampagne krijgt hij die rol. En aangezien veel mensen genoeg hebben van de meeste andere politici die het in de afgelopen jaren op veel fronten behoorlijk verpest hebben en Wilders met simpele voorstellingen, slimme debattrucs en voor sommigen aantrekkelijke, maar volstrekt onhaalbare voorstellen komt, krijgt hij van de zwevende, slecht geïnformeerde kiezer het voordeel van de twijfel. Alsof het hier gaat om een keuze tussen gelijkwaardige partijen. Wilders is geen gelijkwaardige partij, hij heeft helemaal geen partij. Geen journalist of talkshow-host die daarop wijst. Hier moet nu echt dringend verandering in komen. 

[foto: Roel Wijnants CC]


26 januari 2024

Discutabele beslissingen


Minister Yeşilgöz heeft de Australische prediker Hoblos de toegang tot Nederland ontzegd na berichten in De Telegraaf dat hij het geweld van de radicaal-islamitische Palestijnse beweging Hamas verheerlijkt en ook andere moslims oproept dat volmondig te steunen. “Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar voor mensen die extremistisch gedachtegoed uitdragen is in Nederland geen plaats”, zegt Yeşilgöz. Volgens het ministerie is een dergelijk inreisverbod sinds 2015 in een twintigtal gevallen uitgevaardigd. Hoblos is in de islamitische gemeenschap een populaire prediker. Hij zou in Utrecht komen spreken op uitnodiging van de stichting Dawah Groep.

Het besluit van de minister is volgens juristen niet in overeenstemming met de wet inzake de uitingsvrijheid. “Een minister heeft niet de bevoegdheid om beperkingen te stellen aan wat gezegd mag worden. Alleen een rechter mag beoordelen of iemand de wet heeft overtreden met bijvoorbeeld discriminerende of haatzaaiende uitlatingen,” zegt Jon Schilder van de Vrije Universiteit. Paul van Sasse van IJsselt van de Rijksuniversiteit Groningen: “Het is nog helemaal niet bekend wat meneer Hoblos wilde gaan zeggen, dus om op voorhand al een verbod op te leggen, is juridisch gezien wel problematisch”. De minister doet een beroep op de 'openbare orde en veiligheid'. Schilder: “Het is nog helemaal niet bekend wat meneer Hoblos wilde gaan zeggen, dus om op voorhand al een verbod op te leggen, is juridisch gezien wel problematisch”. Kamerleden van ChristenUnie, SGP, BBB, VVD en CDA hadden er kennelijk geen moeite mee. Het is bepaald geen geruststellende gedachte in het licht van  de rechtsstaatdiscussie die de weg vrij moet maken naar een nieuw kabinet waarin Wilders de hoofdrol hoopt te kunnen spelen.

15 januari 2024

Ambtenaren en het vrije woord


De vrijheid van ambtenaren om zich in het publieke debat te laten horen staat opnieuw ter discussie. Een aantal Amsterdamse ambtenaren reageerde eind november op de verkiezingsoverwinning van de PVV met een korte demonstratie bij de Dokwerker.  Ze wilden het signaal afgeven dat ambtenaren pal staan voor de rechtsstaat en de Grondwet. Op 21 december verzamelden zich honderdvijftig rijksambtenaren bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag om te demonstreren tegen de Nederlandse weigering om in te stemmen met VN-resoluties die oproepen tot een permanent staakt-het-vuren in Gaza. In Friesland is ophef ontstaan omdat enkele provinciale ambtenaren een brandbrief aan de Tweede Kamer en het kabinet ondertekenden waarin zij hun zorgen uitten ‘over de in hun ogen te trage aanpak van de klimaat- en ecologische crisis’. De BBB die daar in het College van Gedeputeerde Staten zit maakte er een punt van en het College heeft de actie van de ambtenaren nu veroordeeld.

De vrijheid van meningsuiting van ambtenaren is sinds de grondwetswijziging van 1983 in principe gegarandeerd, maar wordt beperkt door artikel 10 van de Ambtenarenwet van 2017. Dat artikel luidt: 

Artikel 10

1. De ambtenaar onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
2. 
Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:
a. een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de Kieswet;
b. een vakvereniging.

De vraag is wanneer „de goede vervulling van zijn functie” of de „goede functionering van de openbare dienst” in het geding komen. Een Nijmeegse trouwambtenaar die in 2020 tijdens de coronapandemie in het openbaar vraagtekens zette bij de maatregel in de gemeente die max 30 mensen toestond bij een trouwplechtigheid werd op staande voet ontslagen. De gemeente kreeg gelijk van de kantonrechter. De ambtenaar had het gemeentelijke beleid niet in het openbaar mogen aanvallen. ‘Door openlijk het gehanteerde beleid in twijfel te trekken en zelfs absurd te noemen, heeft zij afbreuk gedaan aan het vertrouwen van de burgers in het gemeentelijk beleid en de welwillendheid om dit op te volgen’.

30 december 2023

Terroristen


Burgerrechten als de vrijheid van meningsuiting dateren uit de tijd van de Franse Revolutie. Maar het duurde wel even voordat ze echt overal in Europa waren ingevoerd. Na de val van Napoleon volgde een repressieve periode waarin de oude adel probeerde de macht te herstellen. Beatrice de Graaf schreef een boek hierover onder de titel 'Tegen terreur; hoe Europa veilig werd na Napoleon' (uitgeverij Prometheus, 2019). Aanhangers van de Franse Revolutie werden beschouwd als terroristen die zo ze niet gevangen konden worden genomen verspreid moesten worden in Europa, liefst zo ver mogelijk van Frankrijk. In dat land was de oude familie De Bourbon weer aan de macht. Het land werd aanvankelijk nog een aantal jaren bezet gehouden door geallieerde legers van Engeland, Pruisen, Rusland en Oostenrijk-Hongarije. En er was een soort centraal comité van de vier grootmachten onder leiding van de Britse overwinnaar van Waterloo, Wellington, dat er voor moest zorgen dat het niet weer uit de hand liep.

De Oostenrijkse minister Klemens von Metternich was niets te veel in de strijd tegen het ‘terrorisme’. Hij had het vooral voorzien op naar België gevluchte aanhangers van Napoleon. België maakte in die tijd deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I. Die had zichzelf in 1815 tot koning van de Verenigde Nederlanden benoemd. In een constitutionele monarchie, dat wel. Een staat met een grondwet en erkende burgerrechten. Voor Metternich en zijn fanatieke aanhangers een lastig obstakel bij de bestrijding van die terroristen die de Franse Revolutie alsnog wilden voortzetten. 

“Metternichs grootste bron van zorg”, schrijft De Graaf, “waren niet die meer spontane uitbarstingen van geweld. Zijn grootste angst betrof de activiteiten van de radicalen -publicisten en revolutionaire activisten- die zich in heel Europa manifesteerden, kranten en tijdschriften volschreven, pamfletten verspreidden en hun gal over de gekroonde hoofden en ministers spuwden.” De angst voor terreur keek niet alleen terug naar de Franse Revolutie “…maar had ook betrekking op de angst voor onvoorziene gevolgen van de vrijheid van meningsuiting en de drukpers. Onderscheid tussen gewelddadige en schrijflustige radicalen werd daarbij nauwelijks gemaakt.” (P. 224-225)

De vervolging van de Brusselse revolutionairen moest volgens Metternich voortvarender worden aangepakt door de Nederlandse politie. De Nederlandse autoriteiten waren echter niet onder de indruk van zijn alarmisme. De meeste figuren die volgens hem moesten worden aangepakt vanwege allerlei revolutionaire geschriften waren ongevaarlijk en bovendien vaak al te oud. Een ‘vreemde tolerantie’ vond de Oostenrijkse diplomaat. 

Metternich zou deze lieden in eigen land al lang ‘kaltgestellt’ hebben. Nederland had sinds de Franse Revolutie echter een grondwet en een liberaal staatsbestel dat, hoe zwak het in die dagen misschien nog was, toch enige bescherming bood tegen een aanval op het vrije woord. 

Het is het wel waard om dit herinnering te brengen nu de oorsprong en de waarde van deze burgerrechten wat lijken te zijn weggezakt in de belangstelling.  

[Foto: Andrea Kirkby CC]

13 december 2023

Vrijheid versus gevoeligheid


Na de moord op de Franse docent Samuel Paty zijn veel docenten voorzichtiger geworden met lessen over de islam. Paty had de woede van extremisten opgeroepen omdat hij in een les over vrijheid van meningsuiting Mohammed-cartoons uit het satirische blad Charlie Hebdo had laten zien. Deze zaak, waarvoor onlangs nog zes tieners zijn veroordeeld, was voor Stine Jensen aanleiding om de podcast 'De Cartooncrisis' te maken over hedendaagse beperkingen op de vrijheid van meningsuiting, in de onderwijs en daarbuiten. Moeten we ons vaker inhouden bij gevoelig liggende onderwerpen? Of wordt de vrijheid ten onrechte opgeofferd voor een al te ruim begrip van kwetsbaarheid?

Het lijkt wel alsof mensen de laatste jaren gevoeliger zijn geworden voor het vrije woord. Waarom wordt er zo heftig gereageerd op uitspraken of beelden die gevoeld worden als belediging? Hoever moet je gaan om te voorkomen dat je mensen kwetst? Uit de Verenigde Staten is het idee overgewaaid van de 'trigger warning', toehoorders van lezingen of lessen waarschuwen dat er iets komt dat hen mogelijk raakt. Ben je altijd 'fout' als je iemand kwetst? Gekwetste gevoelens zijn subjectief. Je kunt er uit fatsoensoverwegingen van af zien om woorden of beelden te gebruiken die anderen kunnen kwetsen. Doelbewust beledigen hoort niet. Maar mag je anderen de vrijheid van meningsuiting ontnemen ter bescherming van je eigen gevoeligheden? 

27 november 2023

Een omstreden leus


'From the River to the Sea, Palestina will be free' scanderen betogers die protesteren tegen het geweld van het Israëlische leger in Gaza. In Duitsland worden ze daarvoor bedreigd met strafvervolging. De leus kan verschillend geïnterpreteerd worden. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser (SPD) ziet er een strijdleus in van Hamas die doelt op het vernietigen van de Joodse staat. Een meerderheid van de Tweede Kamer ziet in de leus volgens een aangenomen motie van JA21 een oproep tot geweld. De Amsterdamse burgemeester Halsema noemde de leus eerder 'onaanvaardbaar'. 'De leus wordt gebruikt door Hamas en Hezbollah,' zei ze. 'Daarmee is hij alle onschuld kwijt en dat maakt ’m voor mij onaanvaardbaar. Waarom zou je een slogan willen gebruiken waarvoor zoveel alternatieven zijn, terwijl je weet dat er zoveel Joodse mensen zijn die je hier diep mee kwetst?' 

Afgelopen zomer oordeelde het hof in Amsterdam dat een demonstrant die de leus in 2021 riep niet strafbaar is wegens opruiing, bedreiging of het aanzetten tot haat. De rechter oordeelde negatief over de klacht van iemand die vond dat het OM zijn aangifte ten onrechte had geseponeerd. Maar na 7 oktober, de brute moord van Hamas op onschuldige Israëlische burgers en de ontvoering van een paar honderd mensen naar Gaza, kun je volgens Halsema een leus die geliëerd is aan Hamas niet meer in alle naïviteit contextloos gebruiken. Een leus van Hamas gebruiken is oproepen tot geweld tegen Joden, meent zij. 

Volgens anderen staat de leus voor de bevrijding van het Palestijnse volk en voor het realiseren van één staat tussen de Jordaan en de Middellandse Zee waarin iedereen, zowel Joden zowel als Palestijnen vrij en gelijk zijn. Die optie, een alternatief voor de officiëel nog steeds overeind staande tweestatenoplossing, lijkt meer dan ooit een utopie. Het extreemrechtse Israëlische regime koerst als nooit tevoren op een apartheidsstaat 'from the river to the sea' waarin voor Palestijnen helemaal geen plaats is. 

Hoe je de omstreden leus ook interpreteert, het is in alle gevallen een politiek standpunt. Een keuze voor een van de twee partijen in een al honderd jaar durend conflict. En daarom is een poging tot strafrechtelijke vervolging in dit geval ongepast. 

[foto: Joan C. Wrren, Jordan River CC]

14 november 2023

De lange arm van Israël


Lodewijk Asscher vindt dat een cartoon van Jos Collignon in De Volkskrant over het antisemitisme in Nederland te ver gaat. De tekening laat een lange arm met davidster zien en een dikke duim met de tekst 'O-ver-al herlevend antisemitisme' naast een tv die beelden van Gaza vertoont met daarboven de tekst '2 weken onschuldigen bombarderen, 10.000 doden waarionder 4000 kinderen. Asscher schrijft niet terug te willen vallen in oude angsten van zijn familie: 'Als mijn krant, de Volkskrant, op de dag van de herdenking van de Kristallnacht een spotprent plaatst met de boodschap dat de Joden het antisemitisme zelf verzinnen als onderdeel van de zogenaamde ‘lange arm’ van Israël, dan is een grens bereikt.' 

Asscher verwijst naar een bericht in Het Parool waarin staat dat het CIDI een toename van antisemitische incidenten heeft geconstateerd van 818% sinds het begin van de oorlog tussen Israël en Hamas. Op de website van het CIDI staan enkele pijnlijke voorbeelden. Het CIDI heeft in tien niet nader genoemde gevallen aangifte gedaan maar geeft verder geen details.'Hoewel we tijdens eerdere conflictperiodes een stijging zagen in het aantal antisemitische incidenten was deze nooit eerder zo significant als nu.' Kritiek op Israël zou niet meegenomen zijn bij het registreren van de incidenten. 

De hoofdredacteur van de Volkskrant, Pieter Klok, verdedigt Collignon terecht. Collignon wilde het punt maken dat er -en dan met name door het CIDI- “te snel wordt gesproken over antisemitisme terwijl er in feite kritiek is op Israël”, legt hij uit in een uitzending van het Mediaforum. 'Dat Collignon zegt dat hij sommige antisemitische beschuldigingen een “verzinsel” vindt, moet volgens hem kunnen. 'Ik vind het ook goed dat daar debat over is. Ik vind het ook goed dat Lodewijk Asscher daarop reageert. Ik vind het heel belangrijk dat alles gezegd kan worden binnen de grenzen van de wet.' Hij is ook wat ongelukkig met alle reacties op de cartoon, maar zijn vraag bij de beoordeling van cartoons is altijd of er goede redenen zijn om een tekening te weigeren. En die waren er in dit geval naar zijn idee niet. Het ging hier niet over raciale stereotypen.