31 juli 2022

Protestvlaggen


De omgekeerde Nederlandse vlag die boeren en sympathisanten ophangen als protest tegen het stikstofbeleid wordt sinds vorige week niet overal meer gedoogd. Althans niet in de openbare ruimte, aan lantaarnpalen langs de weg en op viaducten. Verschillende gemeenten hebben de boeren opgeroepen de vlaggen weg te halen. De provincie Zuid-Holland meent dat er sprake is van bedreiging van de verkeersveiligheid. De actievoerders zijn het er niet mee eens. ‘De vlaggen hangen als landelijk vreedzaam protest in de openbare ruimte en die is van iedereen. Hier wordt de vrijheid van meningsuiting geschonden’, zeggen zij. ‘Ga net zo om met de ‘Nederland in Nood’-vlaggen als je omgaat met regenboogvlaggen.’ Een argument dat je kon verwachten bij dit verbod.

De burgemeester van Oldenbroek heeft het geweten. Haar besluit om de vlaggen van lantaarnpalen en ander straatmeubilair te halen leidde tot bedreigingen in de trant van 'dat ik mijzelf met een vlag aan een lantaarnpaal moest opknopen. Dat gaat best heel ver', schrijft ze. Dat kun je wel zeggen, ja.

Dat een beperkte groep boeren veel te ver gaat in hun protest is deze week wel duidelijk geworden. Het blokkeren van snelwegen met mest, hooibalen, autobanden en andere rotzooi kan moeilijk meer als 'vrijheid van meningsuiting' worden getypeerd. De bedreigingen aan het adres van degenen die de boel moesten opruimen zijn een uiting van bewuste ontregeling van de samenleving die in mijn ogen grenst aan terrorisme. 

Maar die vlaggen?

19 juli 2022

De Nederlandse Staat heeft lak aan zijn eigen regels


Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) wil de appjes van ambtenaren over de mondkapjesdeal met Sywert van Lienden nog steeds niet publiceren. De Volkskrant had deze informatie opgevraagd. De rechter heeft een dwangsom van 15.000 euro opgelegd nadat het ministerie weigerde de stukken binnen de wettelijk vastgestelde termijn te levern. Het ministerie heeft er nu echter voor gekozen dit bedrag aan de Volkskrant te betalen in plaats van de wet te respecteren en de opgevraagde informatie openbaar te maken. 

Het blijkt vaker voor te komen. In Nieuwsuur zei hoogkeraar staatsrecht Voermans gisteren dat 80% van de Wob-aanvragen niet op tijd worden afgehandeld. 'De overheid koopt tijd en kan dat nog heel lang volhouden.' Alleen de Kamer kan hier tussenbeide komen en dat lijkt nu alsnog te gaan gebeuren. Een Kamermeerderheid, waaronder de drie coalitiepartijen D66, CDA en ChristenUnie, wil het ministerie nu dwingen alsnog meteen het berichtenverkeer openbaar te maken en met de Tweede Kamer te delen.

Je vraagt je af wie of wat VWS tegenhoudt om zoals het zeker de overheid betaamt gewoon de wet te volgen. Een onderzoek naar de mondkapjesdeal door adviesbureau Deloitte is ook al maanden vertraagd. Aan het onderzoek, waaraan nu al een jaar wordt gewerkt, is tot nu toe al ‘ruim 4,7 miljoen euro’ uitgegeven en dat bedrag kan nog verder oplopen zei de verantwoordelijke minister Helder begin deze maand. 

29 juni 2022

Een veilig publiek debat


De jaarrapportage 2021 van het College voor de Rechten van de Mens gaat over de toenemende agressie tegen journalisten, experts, politici en andere 'media-actoren' die regelmatig in het nieuws komen met uitspraken over actuele kwesties, zoals de coronapandemie en -recent- de stikstofcrisis. Het is een belangrijk rapport dat op basis van veel onderzoek laat zien wat de betekenis is van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting voor de rechten van de mens in het algemeen. De ondertitel luidt: 'een veilig publiek debat'. 

Het College vraagt om een betere wettelijke bescherming van journalisten en andere media-actoren, het afschermen van adresgegevens en het strafbaar stellen van 'doxing', het delen van persoonsgegevens als intimidatiemiddel en maatregelen tegen SLAPP's. Het rapport vraagt ook aandacht voor de rol van internetplatforms bij de bevordering van veiligheid van deelnemers aan het publieke debat

Die veiligheid is niet alleen van belang voor journalisten en media-actoren. 'Daden van agressie en intimidatie zijn een inbreuk op het recht informatie te vergaren en te verspreiden. Tegelijk komt het recht van de burger om informatie te ontvangen onder druk. Als journalisten en anderen niet meer het hele verhaal kunnen vertellen, krijgen burgers geen goed beeld van wat zich afspeelt in de samenleving en hoe de overheid functioneert', schrijft het College. Dit raakt een wezenlijk aspect van het publieke debat dat in een democratie vrij moet zijn en ongehinderd moet kunnen plaatsvinden zonder angst van de deelnemers om hun mening te uiten of informatie publiek te maken. 

20 juni 2022

NPO voor het blok


De NPO zit in zijn maag met Ongehoord Nederland (ON), de nieuwe omroep die de stem van extreemrechts binnen het publieke bestel heeft gehaald. Dat er gedoe over zou komen was te verwachten. De publieke omroep blijft over het algemeen binnen de tolerantiegrenzen van een meerderheid van de Nederlandse bevolking van links tot rechts. Extreme geluiden worden zelden gehoord, zelfs niet bij de openlijk rechtse programma's van WNL en Powned. Maar ON van mediabestormer Arnold Karskens is in de ogen van velen te ver gegaan. 

De ombudsman van de omroep Margot Smits heeft naar aanleiding van klachten onderzoek gedaan en zij stelt nu dat de nieuwe publieke omroep Ongehoord Nederland (ON) de NPO-code heeft geschonden door het verspreiden van onjuiste informatie. 'Het gaat onder meer om schending van de code op het punt van betrouwbaarheid. Daardoor droeg de omroep passief en actief bij aan verspreiding van aantoonbaar onjuiste informatie. Ook wordt onjuiste informatie niet gecorrigeerd en worden meningen niet voldoende gescheiden van feitelijke informatie.' Waar het concreet op neerkomt is dat de omroep een man als Filip de Winter (Vlaams Belang) niet zonder tegenspraak een verhaal over een dreigende 'omvolking' had mogen laten houden. 

De NPO moet nu reageren op het rapport van Smits. Men overweegt een financiële sanctie. Het is niet moeilijk de gevolgen daarvan te voorzien. Meer frustratie bij extreemrechts over de mainstream media. Meer aanvallen van PVV en FvD op het linkse 'politieke kartel' dat Nederland naar de verdommenis helpt. Meer polarisatie en uiteindelijk meer geweld. Moet je ON dan zijn gang laten gaan?

31 mei 2022

De waarde van de Woo moet nog bewezen worden


Deze maand is de Woo (de Wet open overheid) van kracht geworden. Het is de opvolger van de Wob (Wet openbaar bestuur). De Woo regelt het recht van burgers op informatie van de overheid, lezen we op de site van de Rijksoverheid. 'Zo krijgt iedereen meer inzicht in het handelen van de overheid,' staat er. Dat is een belofte die nog waargemaakt moet worden. Het verleden van de openbaarheid van overheidsinformatie stemt ons helaas niet optimistisch. De Nederlandse overheid heeft grote moeite met openheid, alle bezweringen over 'transparatie' ten spijt. Ik heb er de afgelopen vijftien jaar op dit blog vele voorbeelden van gegeven. 

De nieuwe wet, die een lange voorgeschiedenis heeft, gaat in tegenstelling tot de vorige uit van de plicht tot actieve openbaarheid van verschillende categorieën informatie - bijvoorbeeld wetten, convenanten en onderzoeksrapporten. Bestuursorganen moeten ervoor zorgen dat deze informatie voor iedereen op één digitale plek vindbaar en doorzoekbaar is. Dit is de website open.overheid.nl. Nu zul je daar niet meteen alles kunnen vinden. De overheid heeft 'gekozen' voor een gefaseerde aanpak. Bedoeld wordt: we zijn qua ICT en menskracht niet in staat te voldoen aan wat de wet beoogt. 

Nieuw is een adviescollege dat naast het geven van gevraagd en ongevraagd advies ook klachten van journalisten kan behandelen. Daarvoor opent het college per 1 september een klachtenloket. Het is een van de weinige verbeteringen voor de openbaarheid van overheidsinformatie. In de procedures en beslistermijnen is er niet veel veranderd ten opzichte van de oude Wob. De reikwijdte van de wet is ietwat opgerekt. Bij de parlementaire behandeling van de wet zijn alsnog bedrijfs- en fabricagegeheimen die het bedrijfsleven verplicht met de overheid deelt uitgesloten van informatieverzoeken. Er is daarnaast geen register verplicht gesteld dat opsomt welke informatie überhaupt beschikbaar is bij de overheid of bij onder de overheid vallende instanties. 

Dat laatste biedt de vierde macht nog steeds een eenvoudige uitweg om nieuwsgierige burgers en journalisten de deur te wijzen: wat u vraagt hebben we niet. Het antwoord daarop zal zijn: geeft u dan maar alles wat u wel heeft. Ik betwijfel of de woo-ambtenaar daar zo blij mee zal zijn. 

17 mei 2022

Pers en politie


Nederland is op de Persvrijheid Index van Reporters Sans Frontières (RSF) gedaald van de 6e naar de 28e plek. Geweld tegen journalisten is de belangrijkste oorzaak van deze dalen. Dan gaat het zowel om geweld van het publiek, van bedreigingen tot aanrijdingen, als om geweld van de kant van de georganiseerde misdaad. Met als dieptepunt de moord op Peter R. de Vries. RSF wijst verder op de huidige bestuurscultuur van de overheid die openheid en persvrijheid aan zijn laars lapt, terwijl men zelf fout op fout stapelt. 

Alsfred Pijpers vindt dat RSF de verkeerde criteria hanteert als het gaat om persvrijheid. Zolang de overheid de media niet in de weg staat is het met de persvrijheid niet slecht gesteld, betoogt hij. Pijpers vindt dat het gaat om 'vrijwaring van media tegen staatsingrijpen, zoals preventieve censuur of regeringscontrole over kranten.' 'Vrije economische krachten' die monopolisering van mediabedrijven in de hand werken moeten we niet verantwoordelijk stellen voor achteruitgang van de persvrijheid,meent hij. En ook het geweld van boze boeren en kerkgangers tegen journalisten ziet hij niet als aantasting van het grondrecht. Een nogal beperkte visie lijkt me, gezien de gevolgen van die economische wetten en al dat geweld voor de vrijheid van de journalist en de informatievoorziening van de burger. Pijpers negatieve rol voor de overheid is ook eenzijdig omdat het vrije verkeer van informatie niet alleen vrijwaring van staatsingrijpen eist maar ook bescherming van de media en alle mensen die daar werken. De persvrijheid is mede afhankelijk van de inspanningen van de overheid om de beroepsgroep en de bedrijfstak te beschermen tegen aanvallen van actoren die helemaal niets hebben met vrij en open communiseren. De persvrijheidsindex van RSF kan gezien worden als een waarschuwing dat Nederland op dat punt tekort schiet. 

26 april 2022

De Digital Services Act en desinformatie


In de Europese Unie is er overeenstemming bereikt tussen het Parlement en de Raad van regeringsleiders over regels voor digitale dienstverlening. De Digital Services Act (DSA) is volgens een persbericht van de Raad is 'de eerste ter wereld die verreikende regels invoert voor onlineplatforms en zoekmachines. Bovendien introduceert de wet een innovatieve manier van toezicht houden.' Volgens Europarlementariër en PvdA’er Paul Tang, één van de voorvechters van meer Europese regulering van de digitale economie, betekent het akkoord dat er na twintig jaar ‘eindelijk’ nieuwe wetgeving over online-veiligheid is. De bescherming van consumenten zoals we die kennen op het gebied van voedsel en apparaten en heel veel meer heeft voor internetgebruikers inderdaad lang op zich laten wachten. Niet in het minst vanwege de hardnekkige lobby van internetondernemers die alles het liefst zelf in de hand willen houden. 

Waar kunnen we nu op rekenen als de wet (uiterlijk 1 januari 2024) van kracht wordt? Allereerst gaat het om het tegengaan van illegale handel. De platforms kunnen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid foute handelaren te verwijderen. Belangrijker nog is dat er 'meer toezicht komt door gebruikers en overheden. Online platformen kunnen verplicht worden om data aan te leveren bij onderzoekers van overheden. Het idee is dat een derde partij meekijkt met de online risico’s van het platform.' Online platforms worden voorts 'verplicht om technische informatie te delen over de algoritmes die content aanraden. Op dit moment zijn dat vaak bedrijfsgeheimen. De DSA zorgt ervoor dat organisaties transparant moeten communiceren over algoritmes, vergelijkbaar met de AVG voor gegevensverwerking.' 

Tang wijst ook nog op een ‘saillant’ artikel in de wet over desinformatie, waarbij grote platforms als Facebook en Google verplicht worden stappen te ondernemen tegen nepnieuws en desinformatie in crisissituaties, zoals de oorlog in Oekraïne en de pandemie. Tang: We maken met deze wet een statement tegen het propagandabeleid van Poetin.' Dat is heel mooi. Maar hoe ver gaat dat? En wie volgt na Poetin? Hier betreedt een overheidsinsantie een gevaarlijk terrein. 

16 april 2022

Mediablokkades


De Russische mediatoezichthouder Roskomnadzor heeft de Russischtalige website van The Moscow Times geblokkeerd. Erg verrassend is dat niet. Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne zijn minstens veertig onafhankelijke websites geblokkeerd. Nog niet verboden media zijn onderhevig aan zware censuurmaatregelen. The Moscow Times van de Nederlander Derk Sauer wordt sinds kort in Nederland gemaakt. Opmerkelijk is dat alleen de Russischtalige versie is geblokkeerd. De Engelstalige versie is nog steeds toegankelijk. De Russische kan ook nog worden gelezen via een VPN-verbinding en vanuit het buitenland. 

Dat het Poetin-regime weinig respect heeft voor de persvrijheid hoeft niet te verbazen. Onafhankelijke media hadden het er al moeilijk genoeg en in oorlog tolereert de staat uitsluitend nog propaganda. Maar dat de Europese Commissie nog geen week na de inval van Rusland in Oekraïne de Russische staatsmedia RT en Sputnik met hun websites en Twitteraccounts ontoegankelijk maakte voor Europese burgers verbaast wel. 'Dit is buitengewoon onverstandig,' verklaarde de Nederlandse Vereniging van Journalisten, 'omdat het niet aan staten is om nieuwskanalen indirect te laten blokkeren. Daarmee ondermijnt Europa de fundamenten van een vrije pers en zet het de deur open naar een staatsgereguleerde nieuwsvoorziening, waar niet langer de burger in staat is om een vrije keuze te maken uit het nieuwsaanbod.' Eigenlijk doet de Europese Commissie hier precies hetzelfde als Poetin, meent de NVJ.

31 maart 2022

Afnemende tolerantie


Politieke spanningen gaan vaak samen met verminderde tolerantie. In het meest extreme geval, oorlog, verdwijnt een vrije uitwisseling van informatie volledig. Censuur keert terug, het wordt moeilijk waarheid van leugen te onderscheiden. Landen worden in hun geheel 'gecancelled'; niet alleen hun industriële producten worden geweigerd maar ook media worden afgesloten en de cultuur wordt in de ban gedaan. Zo ver is het met Rusland gekomen sinds het Poetin-regime Oekraïne is binnengevallen en daar al weken verwoestingen aanricht met duizenden slachtoffers. Het onderscheid tussen het regime en de bevolking en de cultuur wordt niet meer gemaakt.

In de NRC verbaast Peter de Bruijn zich er terecht over 'hoe weinig weerstand of zelfs maar debat het verbod van Russia Today heeft losgemaakt, ook onder journalisten. Veelvuldig valt te horen dat de zender nu eenmaal gemene propaganda bedrijft en niet aan journalistiek doet; een verbod is daarom gerechtvaardigd.' Het etiket desinformatie wordt te pas en te onpas gebruikt om informatiebronnen af te sluiten. Een verbod of censuur van culturele uitingen heeft inmiddels 'een wonderlijke respectabiliteit gekregen en kan rekenen op opmerkelijk veel steun en begrip.' Het gevolg is, schrijft de Bruijn, 'dat een substantieel deel van de bevolking momenteel bevreesd is om frank en vrij een mening te geven, uit angst voor de sociale consequenties van een verkeerde opmerking.' En voor nuance is er weinig begrip. Je bent voor of tegen, aan deze kant of aan de andere kant.

17 maart 2022

Ongehoord


Sinds kort is het publieke omroepbestel uitgebreid met twee nieuwe omroepen: Zwart en Ongehoord Nederland. De laatste begon eind februari met Ongehoord Nieuws, een nieuws- en praatprogramma op lunchtijd. Het regende onmiddellijk klachten, zoveel dat de NPO-ombudsman Margo Smit al na drie uitzendingen een onderzoek is begonnen. 'Veel mensen die me schrijven, beginnen over onjuiste informatie, desinformatie, gebrek aan onpartijdigheid, en racisme. Ook is gezegd dat het de publieke omroep onwaardig is.' Een deel van de klachten gaat over de berichtgeving over de Russische invasie in Oekraïne. De klachten over racisme waren naar aanleiding van een fragment waarin asielzoekers werd gevraagd hoe ze aan hun fietsen kwamen en of ze die "met geld" hadden gekocht. De ombudsman zal nagaan in hoeverre de omroep de journalistieke code van de publieke omroep heeft geschonden. In die code staat dat journalistieke programma's van de omroep 'betrouwbaar, nauwkeurig en zorgvuldig, onafhankelijk, onpartijdig en onbevooroordeeld, en evenwichtig en pluriform moeten zijn.'

Ik kan me moeilijk voorstellen dat Ongehoord Nederland op alle punten voor de toets zal slagen. De omroep zet zich nadrukkelijk af tegen de bestaande omroepen ongeveer zoals Baudet zich afzet tegen de oudere politieke partijen. ON is een forum voor de stemmen rechts van de VVD die volgens de oprichters tot nu niet werden gehoord. Gasten in Ongehoord Nieuws komen van de PVV, Forum voor Democratie en de partij van Van Haga. Ook virusontkenners en complotdenkers mogen aanschuiven. Ze verkondigen allemaal ongestoord hun 'waarheden'. Maar het is de vraag wat de NPO daartegen kan doen.

04 maart 2022

Het ongemak van de nuance


In de oorlog sneuvelt de waarheid als eerste. En dat geldt natuurlijk voor beide partijen. Ook in de oorlog van Rusland tegen Oekraïne. Dus wie Zelensky meer krediet geeft dan Poetin zal er toch rekening mee moeten houden dat niet alles wat de regering van Oekraïne beweert ook op waarheid berust. Ik betwijfel of er bij de overweldigende solidariteit met underdog Oekraïne nog wel voldoende ruimte is voor deze relativering. 

Ook voor de achtergronden van de oorlog lijkt in deze spannende tijden minder ruimte dan voor de actuele ontwikkelingen, de opmars van het Russische leger, de bombardementen en de vluchtelingen. Historici worden verdrongen door militaire deskundigen. Velen hebben sinds de val van de Muur gewaarschuwd voor de gevolgen van de opmars van de NATO in oostelijke richting. De diplomaat George Kennan, architect van de Amerikaanse Koude Oorlogsstrategie zei in 1998: 'Ik denk dat de Russen geleidelijk nogal negatief zullen reageren en het zal hun beleid beïnvloeden. Ik denk dat het een tragische vergissing is. Hier was geen enkele reden voor. Niemand bedreigde iemand anders.' Maar de prioriteiten van de 'overwinnaars' van de Koude Oorlog lagen elders. Katharina Pistor schrijft dat het westen vanwege de bemoeienis met Rusland na de val van het communisme medeverantwoordelijk genoemd kan worden voor de recente ontwikkelingen. 'Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie 30 jaar geleden, overtuigden Amerikaanse economische adviseurs de Russische leiders om zich te concentreren op economische hervormingen en de democratie op een laag pitje te zetten – waar Poetin het gemakkelijk zou kunnen doven wanneer de tijd daar was.' En zo geschiedde.

Dergelijke stemmen worden ook wel gehoord in de Nederlandse media, maar ze roepen weerstand op in het in toenemende mate gepolariseerde openbaar debat. Het ongemak van de nuance komt wat mij betreft vooral voort uit de manifestatie van extreemrechtse groepen die het opnemen voor Poetin. Wie nu wijst op het aandeel van de VS en de NATO in de voorgeschiedenis van deze oorlog loopt het risico weggezet te worden als aanhanger van Baudet. Einde discussie. Ook vraagtekens bij de onvoorwaardelijke steun voor het huidige regime in Kiev kunnen, ondanks de stijgende corruptiecijfers, in de roes van de pro-Oekraïne stemming eenvoudig gesmoord worden. Nu even niet.

Ik voel me solidair met de slachtoffers van de misdaden van het Poetin-regime, zowel in Oekraïne als in Rusland. Juist daarom zou ik het complete verhaal van deze geschiedenis graag overeind willen houden. 

[foto: Mike Maguire CC]

13 februari 2022

Intimiderende verontwaardiging


Eind vorig jaar schreef ik over een onderoek van het European Legal Support Centre (ELSC) dat pro-Palestijnse activisten juridisch bijstaat. Het instituut onderzocht 76 gevallen van pogingen activisten de mond te snoeren met beschuldigingen van antisemitisme. Een nieuw voorbeeld van een poging om alle kritiek op Israël in de kiem te smoren is de lastercampgane tegen de indieners van een Wob-verzoek naar documenten inzake de banden tussen universiteiten en Israël alsmede Nederlandse Israël gezinde organisaties. De initiatiefnemers hebben hun verzoek via The Rights Forum ingediend omdat ze vreesden voor schadelijke gevolgen voor hun carrières als zij dat zelf zouden doen. Universiteiten zijn geen veilige omgeving voor medewerkers en studenten die Israël-kritische activiteiten ontplooien, vertelden zij. Vaak leiden die tot protesten en campagnes van pro-Israëlische organisaties die open debat over Israël-kritische thema’s proberen te voorkomen, gewoonlijk door de betrokkenen van antisemitisme te betichten. 

Dat bleek goed ingeschat. Het Wob-verzoek leidde onmiddellijk tot felle beschuldigingen van de Israëllobby. In het Nieuw Israëlitisch Weaekblad schreef Esther Voet dat The Rights Forum ‘het antisemitisme niet schuwt’ en ‘liever ziet dat Israël als Joodse staat van de kaart wordt geveegd’. Ze sprak zelfs van een 'jacht op Joden'. Ronny Nafthaniel twitterde: ‘krankzinnig en discrimi­nerend WOB-verzoek – de Ariërverklaring revisited’. En voormalig PVV-Kamerlid Kortenhoeven maakte het nog bonter met een in het Duitse gestelde aanklacht tegen het 'SS-Totenkopfverbände The Rights Forum… Es sind dieselben wie früher.'  Opperrabijn Jacobs trekt een parallel tussen universiteiten die aan het Wob-verzoek willen voldoen met ‘de meeste burgemeesters die gedurende de bezetting netjes de namen van hun Joodse burgers aan de Duitsers doorgaven’. 

28 januari 2022

Prioriteiten


Ministeries handelen een verzoek in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) in gemiddeld 161 dagen af, terwijl dit eigenlijk in 28 dagen moet zijn gebeurd, met een mogelijke verlenging van nog eens 28 dagen. Dit blijkt uit een onderzoek van de Open State Foundation en het Instituut Maatschappelijke Innovatie (IMI). De onderzoekers analyseerden bijna duizend Wob-verzoeken die in de periode van oktober 2020 tot en met september 2021 op Rijksoverheid.nl zijn geplaatst. Hoelang het duurt voordat een verzoek is afgehandeld, verschilt per ministerie. Geen enkel ministerie haalt gemiddeld de wettelijk voorgeschreven termijn. Justitie en Veiligheid (188 dagen), Financiën (191 dagen) en Infrastructuur en Waterstaat (206 dagen) zijn over het algemeen het traagst met het vrijgeven van informatie. De omvang van de verzoeken speelt geen rol. Het is duidelijk dat er op de ministeries geen gevoel voor urgentie is bij de openbare verantwoording van het beleid. De onderzoekers bepleiten een ander uitgangspunt voor het openbaar maken van informatie. Zoals het nu is handelt de overheid vanuit het principe 'gesloten, tenzij....' Dat moet hoognodig veranderen in 'openbaar, tenzij'. 

Binnenkort wordt de nieuwe Wet Open Overheid van kracht. De geschiedenis van dit initiatiefvoorstel van GroenLinks en D66 laat ook goed zien hoe laag de prioriteit bij de overheid is als het om openbaarheid gaat. Het eerste voorstel is in 2012 ingediend. In 2016 heeft de Tweede Kamer de wet in eerste instantie aangenomen. De regering sputterde tegen vanwege de kosten en wist een uitsel van vijf jaar te bewerkstelligen voordat een aangepast wetsontwerp in de Eerste Kamer kon worden behandeld. De nieuwe versie is door de Eerste Kamer aangenomen op 5 oktober 2021 met alleen de stemmen van de christelijke partijen tegen. De actieve openbaarheid wordt versterkt door het verplicht stellen van openbaarmaking uit eigen beweging van bepaalde categorieën informatie. Overheidsorganen moeten een online beschikbaar register gaan bijhouden van de documenten en datasets waarover zij beschikken. En er komt ook een adviescollege dat zal toezien op de informatiehuishouding van het rijk en decentrale overheden.

Een ander voorbeeld van traag overheidshandelen is de wetgeving ter bescherming van klokkenluiders. 

19 januari 2022

Woorden met gevolgen


Onieuw is er ophef in de Tweede Kamer over uitspraken van Wilders. Eind december schreef hij over de nieuwe minister van Justitie Dilan Yeşilgöz: 'Een VVD-er van Turkse afkomst op Justitie. En nu maar hopen dat ze mijn beveiliging niet opheft want het liefste zien ze me natuurlijk onder het gras verdwijnen.' Vandaag in het Kamerdebat over de regeringsverklaring weigerde hij dit terug te nemen. Met 'ze' was de VVD bedoeld, zei hij. Die partij probeert hem al jaren uit de weg te werken. Vervolgens kwam er in zijn betoog over het coalitieakkoord opnieuw een aanval op de pers 'die zich gedraagt als lakei van de macht'. Toen hij daarna ook nog eens D66 Kamerlid Fonda Sahla aanviel op haar hoofddoekje met de uitspraak "We zijn het Nederlandse parlement. Met een hoofddoekje ga je maar in Saudi-Arabië in het parlement zitten" was de maat vol. Kamerleden vroegen Kamervoorzitter Vera Bergkamp dringend om in te grijpen. Bergkamp vond de opmerking van Wilders over de hoofddoek van hun collega 'niet respectvol', maar verder ging zij niet.

Wilders leeft van ophef. Zijn populariteit is voor een groot deel te danken aan zijn 'recht-voor-zijn-raap' taalgebruik. Hij is niet vies van scheldpartijen tegen gevestigde partijen, integendeel. Het is zijn handelsmerk. En het vermoeden is dat hij nu een tandje bijzet omdat hij vreest voor de concurrentie van FvD. Zijn islamofobie begint ook een beetje sleets te worden. 

Bergkamp zit met de vraag of zij de traditioneel grote vrijheid van Kamerleden moet gaan beknotten. De aandrang van de collega's wordt steeds groter. Dat heeft niet alleen te maken met de verruwing van de onderlinge verhoudingen in de Kamer. Het gaat vooral om het risico dat het grof geschut van sommige Kamerleden oplevert voor ontsporingen buiten de Kamer, bedreigingen op sociale media en fysieke bedreigingen die daar dan weer uit kunnen voortvloeien. 'Steeds minder deinzen Kamerleden ervoor terug de woorden van politici te verbinden aan wat er online én op straat gebeurt.'