27 oktober 2021

De schrijvende burgemeester en de SP


De burgemeester van Ede, René Verhulst, heeft enige ophef teweeggebracht met een quasi-fictief boekje over een kritisch lokaal digitaal platform. Verhulst houdt van schrijven. Hij heeft in het verleden als CDA-raadslid en wethouder in Utrecht ook al eens een paar boeken geschreven die als een soort satirische sleutelroman voor het stadhuis konden worden gezien. Ik geloof niet dat er toen iemand over gevallen is. Nu heeft zijn Stakende stemmen tot Kamervragen van de SP geleid, geïnspireerd door de column van Karel Smouter in de NRC. Hij maakte zich zorgen over de ongelijke strijd tussen burgers die online in de pen klimmen om lokale misstanden aan te kaarten staat en het lokale leger aan communicatiespecialisten en socialemediaredacteuren die de beeldvorming rond het gemeentebestuur in goede banen moeten leiden. De burgemeester kan het misschien beter vermijden om partij te trekken ten gunste van de laatste groep door een boek te publiceren dat gelezen kan worden als 'een ongepaste reprimande vanuit het gemeentehuis aan een stel lastige burgers met een weblog.' Het is goed bedoeld van Smouter en die ongelijke strijd is iets waarover we ons wel degelijk zorgen moeten maken. Maar een 'ongepaste reprimande' zou ik een tegengeluid vanuit het stadhuis niet willen noemen. Burgers die misstanden aankaarten moeten rekening houden met een weerwoord. Verontrustender vind ik reacties die neerkomen op het onthouden van informatie aan de burger. 

Die vragen van de SP verontrusten me ook. Wat willen Kwint en Leijten bereiken? Het antwoord van demissionair minister Slob hadden ze zelf kunnen verzinnen: 'Ook een burgemeester heeft vrijheid van meningsuiting en mag in een door hem zelf gekozen vorm reflecteren op lokale media'. Lokale media zijn in de afgelopen periode stelselmatig afgebroken. Maar niet door de overheid die lokale omroepen nog steeds steunt. Kranten en huis-aan-huisbladen zijn in veel gemeenten vervangen door individuele blogs en door burgerjournalisten onderhouden weblogs. Als de Kamerleden een lans willen breken voor uitbreiding van de steun voor onafhankelijke lokale journalistiek dan kan ik dat volgen. Maar dat zij als ingang daarvoor een satirisch boekje van een schrijvende burgemeester hebben gekozen begrijp ik niet. Valt weerwoord bij de SP niet onder het begrip van de gewenste communicatie tussen overheid en burgers? 

15 oktober 2021

Censuur in lesmateriaal


'Makers van lesboeken moeten van veel uitgevers thema’s mijden die gevoelig liggen bij reformatorische scholen. Geen bikini’s, geen evolutie en niet te veel kermis.' Een verontrustend bericht vorige week in NRC-Handelsblad. Uitgevers van lesmateriaal dat door scholen van alle richtingen wordt gebruikt wijken op commerciële gronden voor de druk van een klein aantal streng christelijke scholen om beelden en woorden die daar taboe uit hun boeken te weren. De meeste scholen hebben er geen idee van dat het materiaal dat ze gebruiken gecensureerd is. Schrijvers en tekenaars die er mee te maken hebben vinden het verschrikkelijk maar hebben weinig keus. 

De voorbeelden van wat zij volgens de richtlijnen van de uitgevers moeten vermijden zijn schokkend. Het gaat om zaken als kermis, carnaval, make-up, korte rokjes en tatoeages die genegeerd zouden moeten worden of in elk geval niet in een positief daglicht gezet mogen worden. 'Ook zijn bij grote en kleinere uitgeverijen regenbooggezinnen, sporten op zondag en vrouwelijke predikanten taboe. En de evolutieleer is dikwijls een verboden thema, dus ook beschrijven of afbeelden van dino’s mag niet.' Spoken, geesten en draken zijn taboe. Harry Potter moet buiten de deur gehouden worden. Om de markt voor islamitische scholen ook open te houden vragen de uitgevers tekenaars in plaats van een spaarvarken een spaarolifant af te beelden. 

30 september 2021

Kotsrecht


"Kritiek mag je hebben, maar het gaat om de manier waarop je dat doet. Als je zegt dat iemand crimineel is, wordt zijn eer en goede naam aangetast. Ook aan het recht op het vrije woord zitten grenzen", oordeelde de rechter in Lelystad over een actievoerder tegen het natuurbeleid in de Oostvaardersplassen. Hij noemde bioloog Frans Vera, een van de grondleggers van het natuurgebied, een "crimineel" en een "staatsgevaarlijke gek". Daarmee maakte hij zich volgens de rechter schuldig aan laster en smaad. 

Hoe erg is het als je iemand een crimineel noemt? Ik zou bij een vermeende aantasting van de eer en goede naam toch ook graag zien welke schade er is aangericht. Die kan groot zijn als het bijvoorbeeld om de eigenaar van een bedrijf gaat dat vanwege smaad of laster failliet gaat, maar is het altijd zo erg als iemand je smadelijk beledigt? Ik weet niet of ik in het geval van Vera naar de rechter zou zijn gestapt. 

De 46-jarige Sven Van der Woude ging een stuk verder in zijn eenmansactie tegen het UWV. Hij liet zich vorig jaar vastketenen aan het hek bij het huis van directeur Tof Thissen. Hij heeft een conflict met de uitkeringsorganisatie over zijn uitkering. Hij meent in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege oorsuizen. Toen de UWV ook na afloop van zijn actie niet inging op zijn eis dreigde hij met zelfmoord. En nu heeft hij een boek gepubliceerd onder de titel 'Tof Thissen en de moord op Sven'. Dat ging de rechter te ver. Het boek moet uit de handel gehaald worden. De rechter is van oordeel dat bepaalde kwalificaties in het boek 'buitenproportioneel zijn, beledigend, en met name jegens [Thissen] (...), bedreigend. [Thissen] wordt immers met naam en toenaam genoemd en in verband gebracht met criminele activiteiten en in diverse gevallen is zijn foto of een gelijkende tekening daarbij gepubliceerd. Dat er sprake zou zijn van evident clownesk gedrag en dat het om zijn manier van schrijven gaat, zoals [van der Woude] ter zitting heeft verklaard, vormt geen vrijbrief voor het doen van dergelijke uitlatingen over danwel het maken van beschuldigingen aan het adres van [Thissen]. 

18 september 2021

Laat het vlees maar weg


Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft een oproep om minder vlees te eten geschrapt uit een campagne om burgers klimaatbewuster te doen leven. Dat gebeurde in ruggespraak met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Volgens de ministeries ligt het onderwerp minder vlees eten te “politiek gevoelig”.

Dit onthulde 'Wakker Dier' nadat de organisatie via een WOB-procedure documenten over de campagne in handen had gekregen, schrijft het AD. De campagne wilde burgers duidelijk maken wat iedereen zelf kan doen aan het terugdringen van de CO2 uitstoot. Het weglaten van aandacht voor de vleesconsumptie is duidelijk een gemiste kans. De consumptie van dierlijke eiwitten levert een grote bijdrage aan de klimaatopwarming en er kan dus flinke winst behaald kan worden in de strijd tegen de klimaatopwarming. Milieucentraal, oorspronkelijk ook een overheidsinitiatief om onafhankelijke voorlichting te geven over wat mensen zelf kunnen doen aan een beter milieu, laat wel duidelijk de schadelijke kanten van de productie van vlees zien.

Het ministerie van EZK liet dit heel bewust achterwege. Het argument dat vlees eten 'politiek gevoelig' ligt is niet onjuist, maar verhult de belangrijkste reden van die gevoeligheid: de belangen van de agribusiness die nog altijd van grote invloed zijn op het regeringsbeleid. Dat LNV vlees uit de campagne van EZK geschrapt wilde hebben zal zeker ook te maken hebben met de nog steeds invloedrijke lobby van boerenorganisaties en de industrie daaromheen. Beide ministeries laten opnieuw zien dat ze het algemeen belang achterstellen bij de belangen van handel en industrie. 

Van een overheid die boven de partijen wil staan mag je een andere houding verwachten. En dat geldt des te meer voor een overheid die zegt de klimaatopwarming serieus te nemen. Wat we hier missen is het eerlijke verhaal. Vleesconsumptie ligt politiek gevoelig, zeker. 'Vleeseten is nog altijd razend populair in Nederland', volgens deze lobbyist. Maar mogen overheidsvoorlichters, ministers en andere politici daarom de waarheid verbloemen en de milieubeweging het werk laten doen? Eerlijkheid en volledige informatie zijn onmisbaar in een democratie, en zeker als het om een crisis gaat die uit de hand dreigt te lopen als er niet snel drastisch wordt ingegrepen. 

[foto: Tim de Decker CC]

30 augustus 2021

Reclame gaat over de grens


Een poster van de stichting Dier & Leed tegen de consumptie van zuivelproducten is door de rechter verboden. In navolging van anti-tabak- en anti-alcoholpcampganes wil de stichting mensen van de melk afhelpen. 'Hulp nodig met stoppen?' en 'Melk maakt meer kapot dan je lief is' staat te lezen bij tram- en bushaltes. Op een poster wordt het vroeg scheiden van koe en kalf aangeklaagd. Boeren die een rechtszaak aanspanden kregen vorige week op dat punt gelijk: de bewering dat het weghalen van kalveren bij de moeder in de zuivelsector ‘ernstig dierenleed’ veroorzaakt gaat volgens de rechter te ver. Volgens de rechter kan een aantasting van het dierenwelzijn en zelfs dierenleed mogelijk voorkomen worden door koe en kalf pas later te scheiden. Maar het is volgens de rechter tegelijkertijd "niet aannemelijk" dat er sprake is van ernstig leed, als dit wel gebeurt. Daarmee is een grens voor de vrijheid van meningsuiting overschreden. Een dergelijke stelligheid is onrechtmatig tegenover de melkveehouders die hierdoor in hun bedrijf worden geschaad. 

Dier & Recht gaat in beroep tegen deze uitspraak en verwijdert intussen deze posters. Maar wat zou er gebeuren als de stichting het woordje 'ernstig' schrapt? Ik kan me niet voorstellen dat de impact van de poster verandert. En dan blijft de schadelijkheid gelijk, gezien vanuit het standpunt van de boeren. Wat betekent dan zo'n uitspraak?  Moeten we het misschien zien als een waarschuwing dat je op je woorden moet letten als je de agroindustrie aanvalt? 

17 augustus 2021

Evenwicht in de uitingsvrijheid


 'We moeten opnieuw nadenken over een evenwicht tussen vrije meningsuiting en regels die de ergste schade van menselijke ongerijmdheid kunnen beperken', schrijft Ian Buruma in een opiniebijdrage in de NRC. Hij waarschuwt voor nieuwe aanzetten tot censuur op ongewenste meningen. Zoals in Zuid-Korea waar een bepaalde opvatting over de geschiedenis bij wet strafbaar is gesteld. Ik zou er het voorbeeld van Bosnië-Hercegovina aan toe kunnen voegen, waar Valentin Inzko, de Hoge Vertegenwoordiger van de bestandspartijen uit de burgeroorlog, het ontkennen van genocide strafbaar heeft gesteld. Maar dan stuit ik meteen op een probleem. De grens moet liggen bij aanzetten tot geweld, zegt Buruma. En daar ligt nu precies het motief van Inzko voor zijn censuurmaatregel. De interpretatie die de Bosnische Serviërs geven aan de geschiedenis van de burgeroorlog roept volgens hem nieuw geweld op. En vanuit zijn rol om het vredesakkoord van Dayton overeind te houden zag hij geen andere mogelijkheid dan een verbod op ongewenste lezingen van de geschiedenis. 

Moeten we de grens toch wat eerder trekken misschien? 'Slechte argumenten en verzinsels moeten door betere argumenten en meer nauwkeurigheid worden weerlegd. Dat is althans de ideale basis voor de vrijheid van meningsuiting,' schrijft Buruma. 'Maar het zou naïef zijn om de risico’s van opzettelijke leugens en funeste propaganda te bagatelliseren.' Overeenkomstig de ruime Amerikaanse opvattingen van free speech wijst hij dan op de gevaren van oproepen tot geweld. Daar moet volgens hem de grens worden getrokken. In Europa is dat niet het enige criterium voor de strafbaarheid van een geschiedenisopvatting. De holocaustontkenning wordt ook in Nederland bijvoorbeeld gezien als een strafbare vorm van discriminatie van Joden. 

Ik heb dat discriminatie argument nooit zo sterk gevonden omdat het meer verwijst naar een houding of gedachte van degene die een opvatting uit dan naar de consequenties voor degenen die er door getroffen worden. Het strafbare in dergelijke uitingen zou ik liever leggen bij de dreiging die er van uit gaat en de angst die het bij mensen veroorzaakt en hun leven onzeker maakt. Leugens en bepaalde verdraaiingen van de feiten kunnen wat mij betreft ook strafbaar gesteld worden als ze leden van een etnische groep daadwerkelijk schade toebrengen door de dreiging die er van uitgaat en de angst die ze oproepen. Op grond van dat schade-wegens-bedreiging-principe kan een uitzonderlijk geval als de holocaustontkenning verboden worden, maar ook de  'minder minder Marokkanen' oproep van PVV-leider Wilders.

Dit gaat dus iets verder dan wat Buruma voorstelt. Maar dan zijn we er nog niet.

30 juli 2021

Minister de Jonge overtreedt de wet


De Minister van Volksgezondheid gaat in beroep tegen een recente rechterlijke uitspraak waarin de procedure van het ministerie voor het openbaar maken van documenten is afgewezen. De minister wil de documenten niet een voor een vrijgeven, dat zou te veel tijd kosten. Daarom wil hij op een zelf gekozen moment meerdere aanvragen afhandelen. De wet stelt echter termijnen voor het voldoen aan elk afzonderlijk verzoek tot openbaarmaking. De Jonge gaat in hoger beroep bij de Raad van State.

De Tweede Kamer reageert verontwaardigd op deze stap. “Een hoger beroep kost tijd, geld en vertrouwen van burger en journalistiek in de overheid.” zegt PvdA Kamerlid Arib. Dat vertrouwen wordt volgens de oud-Kamervoorzitter nu geschaad. Ook D66’er Joost Sneller vindt het hoger beroep onverstandig. “De WOB is een recht. Er een soort van voorrecht van maken is niet de goede weg.” Renske Leijten (SP): "Je zou geen regering moeten hebben die zegt: dit kost ons mensen. Een regering moet zeggen: en nu gaan we het regelen!" Arib wijst erop dat er ook honderden communicatieadviseurs werken bij de overheid. Terwijl er geen tijd zou zijn voor het naleven van de WOB, "zie je bewindspersonen overal in bladen met shoots. Daar is kennelijk wel tijd voor."

16 juli 2021

Pers en politiek


'Journalisten waren niet verrast dat D66 eisen probeerde te stellen aan de VPRO-documentaire over Kaag', schrijft Rufus Kain in Trouw. 'Kijkers waren wél verbaasd.' Zou dat echt zo zijn? Het is voor het publiek inderdaad niet zichtbaar hoe woordvoerders de pers onder druk zetten. Maar ik denk dat veel kijkers, op z'n minst degenen die de politiek een beetje volgen, wat minder naïef zijn dan Kain veronderstelt. De grote invloed van voorlichters van Kamerfracties en ministers is niet van vandaag of gisteren. Dat politici acteren aan de hand van de regels van reputatiemanagement ligt er al decennialang zo dik boven op dat niemand van hen nog enige authenticiteit en eerlijkheid verwacht. Het is niet zo moeilijk om te bedenken dat achter de acteurs regisseurs zitten die als 'gatekeeper' fungeren ter bewaking van de reputatie van persoon of partij. Maar het is goed dat er nog weer eens aandacht aan wordt besteed aan deze ondermijning van het vrije verkeer van informatie tussen kiezer en gekozene. 

De ophef over de documentaire over de partijleider van D66 Sigrid Kaag die vlak voor de verkiezingen werd uitgezonden is zoals dat vaker gaat met Haagse zaken als incident opgevlamd en al snel weer uitgedoofd. Het is goed dat een krant als Trouw bereid is de lezers te informeren over de manier waarop de politieke woordvoerders het spel proberen te spelen ('dreigend en paaiend') en hoe hun krant daarmee om gaat. De bereidheid van redacteur Janne Chaudron om op een bepaalde manier verantwoording af te leggen aan de lezers verdient een nadere uitwerking. Het voorbeeld dat zij geeft van haar eigen ervaring met een woordvoerder verdient navolging: 

De voorlichter vroeg ‘Wanneer ga je publiceren? Dan kan ik de woordvoering daarop afstemmen. Ik hoop wel dat het een beetje een positief stuk wordt?’ Ik voelde me overvallen, ik had hem niet gevraagd. Ik heb dat telefoontje opgenomen in het verhaal.

Als de pers ons met dergelijke inkijkjes tegemoet wil komen zijn we echter nog niet van het probleem af. Wat gaat er aan de andere kant gebeuren? Gaat Den Haag ook meer openheid geven?

30 juni 2021

Het 'chilling effect'


Wetenschappers die zich mengen in het publieke debat zijn steeds vaker doelwit van complotdenkers, virusontkenners en extreem-rechts, schrijft de NRC. Als voorbeeld noemt het artikel onderzoeker De Jonge die in het programma Medialogica optrad als deskundige op het gebied van extreemrechtse politieke uitingen. Ze werd na afloop overspoeld door „een georganiseerd trollenleger” dat haatberichten stuurde naar haar werkmail en sociale media en pogingen deed om haar accounts te hacken. In een mum van tijd krijgt ze tientallen scheldkanonnades, bedreigingen en doodswensen. Sinds de coronacrisis is het allemaal nog veel erger geworden.

Een aantal wetenschappers wordt inmiddels permanent beveiligd. De Belgische viroloog Marc Van Ranst zat weken met zijn gezin ondergedoken na bedreigingen van de inmiddels dood gevonden beroepsmilitair Jürgen Conings. In Nederland gaat het volgens de KNAW en de VSNU om ten minste vier wetenschappers. Jaap van Dissel van het RIVM is een van hen en gaat daarom niet langer een rondje fietsen vanuit huis. 

De dynamiek van de sociale media doet veel. Veel bedreigers die gepakt worden bekennen dat ze niet goed nagedacht hebben voordat ze de verzendknop indrukten. Er is sprake van uitingen van woede en frustratie. Maar deskundigen vermoeden dat een kleine harde kern inmiddels zo opgefokt is dat gebruik van geweld niet wordt uitgesloten. Daarom is het pijnlijk om te lezen dat de politie bij klachten zo passief blijft. De Jonge: De politie kon niet veel doen, omdat de bedreigingen „indirect” waren. „Er stond nergens: morgen om 10.00 uur sta ik op je stoep. Ze weten blijkbaar precies waar de grens ligt van wat strafbaar is en wat niet.” 

Maar er is meer. De bedreigingen hebben een 'chilling effect' en zijn zo een aanslag op de vrijheid van wetenschappers om hun bevindingen te delen met het publiek. 

18 juni 2021

Turkse Nederlanders het zwijgen opgelegd

 


De Groene Amsterdammer besteedt deze week aandacht aan bedreigingen die Turkse Nederlanders krijgen als ze zich kritisch uitlaten over Erdogan, of de Armeense genocide erkennen, zich afkeren van de islam of steun geven aan het Koerdische bevrijdingsleger PKK. Ze krijgen te maken met aanvallen op sociale media, persoonlijke bedreigingen, stalking en aangiftes bij het consulaat waar ze geregistreerd kunnen worden als Turkije-vijandig. Het zijn met name bekende Nederlanders, Kamerleden en journalisten die hier last van hebben. Sommigen zeggen dat het leidt tot zelfscensuur. Ze houden zich in, niet alleen in hun eigen belang, maar ook omdat ze familie in Turkije hebben die ze vrezen nooit meer te kunnen bezoeken als ze bij de Turkse politie op de zwarte lijst staan. 

De schrijfster Lale Gül heeft na bedreigingen uit Turks-nationalistische en islamitische hoek verklaard niet langer over de islam te schrijven. Ze verwacht dat ze Turkije niet meer binnenkomt. ‘Ik doe zeker aan zelfcensuur’, zegt Aylin Bilic in De Groene. ‘Kijk naar mijn columns… wat ik daar soms wil zeggen, zeg ik niet of omfloerst. Ik ben constant aan het balanceren.’ ‘Langzamerhand ben ik opgehouden met twitteren over Turkije’, zegt gemeenteraadslid Alptekin Akdogan. ‘Als je vraagt: is dit zelfcensuur? Dan zeg ik ja. Het kwam te dichtbij.’

De 'lange arm van Erdogan' die Turkse migranten in alle Europese landen het leven zuur kan maken is kenmerkend voor het autoritair nationalistische regime. Tegelijk is het feit dat Turkse Nederlanders elkaar de mond snoeren ook een Nederlands probleem dat we niet zomaar kunnen negeren. 

30 mei 2021

Religie en kindermishandeling


Meer dan twee jaar geleden heeft de Tweede Kamer in een motie gepleit voor een onderzoek naar zogenaamde ‘conversietherapieën’. Volgens de indieners is het ‘een vorm van kindermishandeling’ om jongeren deze therapie aan te bieden, waarin wordt beweerd dat homoseksualiteit te genezen is.
Dergelijke therapieën zouden worden toegepast in de Pinkster-, evangelische en baptistenkerken in besloten gespreksgroepen en in contacten tussen pastores en gelovigen. In januari j.l. is de minister met verwijzing naar de resultaten van het eerste deel van dit onderzoek verzocht actie te ondernemen. En wel in de vorm van 'een wetsvoorstel waarin het verlenen van «homogenezings- of conversietherapie» aan minderjarigen en kwetsbare volwassenen en het werven/openlijk aanbieden van «homogenezings- of conversietherapie» strafbaar wordt gesteld.' Ook dit keer stemden de christelijke partijen SGP, CU en CDA met de PVV en Forum voor Democratie tegen. 

De ministers De Jonge en Grapperhaus (beide CDA) melden nu dat het demissionaire kabinet niet overtuigd is van het nut van een verbod. Juridisch zitten daar haken en ogen aan. Bij deze kwestie zijn verschillende grondrechten in het geding die botsen, schrijven de ministers, zoals het verbod op discriminatie, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst. Alle reden om de zaak vooruit te schuiven naar een nieuw kabinet, wellicht zonder de CU die op dit punt de grootste bezwaren maakt.

12 mei 2021

Het taboe op Nederlands koloniale verleden


De Amsterdamse rechtbank wil geen voorwaarden opleggen voor vertoning van de film De Oost over het Nederlandse militaire ingrijpen in Indonesië. De Federatie Indische Nederlanders (FIN) had in een kort geding geëist dat de film zou beginnen met een waarschuwende tekst dat het ging om een ‘fictieve verbeelding’ van het Nederlandse ingrijpen, en dat die een reactie was op de Bersiap – de chaotische, gewelddadige periode in Indonesië pal na de Tweede Wereldoorlog. De FIN achtte de voorstelling van zaken in de film niet in overeenstemming met de feiten. De bezwaren richtten zich ook tegen beelden die te veel associaties zouden oproepen met de SS. En het ergste was nog, zo verklaarde een vertegenwoordiger van de FIN op de radio, dat de film ook onderdeel gaat uitmaken van een lespakket op scholen.

Het is niet de eerste keer dat er vanuit de hoek van oud-strijders en Indische Nederlanders een poging wordt gedaan de geschiedenis van de oorlog tegen Indonesië te vervalsen. Lou de Jong kreeg er eind vorige eeuw mee te maken toen hij zijn Geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog voltooide met de zogenaamde 'politionele acties' van het Nederlandse leger. De boze oud-strijders hadden er zelfs een apart comité voor opgericht: het Comité Geschiedkundig Eerherstel Nederlands Indië. Toen een concept van deel XIA uitlekte waarin een hoofdstuk voorkwam onder de titel 'Oorlogsmisdrijven' ontstond een enorme ophef, aangejaagd door De Telegraaf.  De Jong beloofde er nog eens naar te kijken en gaf het omstreden hoofdstuk de titel 'Excessen'. Toen hij de oud-strijders niet verder tegemoet wilde komen voerde het Comité tevergeefs een gerechtelijke procedure om alsnog gelijk te krijgen over de wijze waarop de gebeurtenissen in Indonesië in zijn boek behoorden te worden beschreven. 

28 april 2021

De persvrijheid 'weggeshoveld'


In de jaarlijkse ranglijst over de persvrijheid van Reporters Sans Frontières staat Nederland nog steeds hoog genoteerd. Maar ons land is het afgelopen jaar wel een plaats gedaald. RSF wijst op problemen met de Wob, de WIV en groeiende agressiviteit tegen journalisten, vooral op sociale media, uit rechts-populistische hoek. Nederland stond in 2013, 2014 en 2016 op plaats 2 in de RSF Index. Sinds 2018 daalde Nederland elk jaar een plaats.

Die agressiviteit tegen journalisten is in de eerste maanden van dit jaar bepaald niet afgenomen. Eind maart gebruikten kerkgangers in Urk en Krimpen a/d IJssel geweld om journalisten te verhinderen verslag te doen van het massale kerkbezoek dat volledig in strijd was met de adviezen van de overheid ter bestrijding van de coronapandemie. In Urk reed een auto in op een journalist. In Krimpen kreeg een verslaggever een trap in zijn buik. De agressievelingen werden tot onvrede van onder meer de journalistenvakbond NVJ niet opgepakt; volgens de politie omdat gekozen werd voor een de-escalerende aanpak. In de Tweede Kamer zijn daarover vragen gesteld door D66. 

Vorige week was er in Lunteren een nieuw incident. Een persfotograaf en zijn vriendin aangevallen door omstanders tijdens een autobrand. De auto waarin zij zaten werd door de belagers een sloot ingeduwd met een shovel. De auto belandt op zijn kop in de sloot, de inzittenden moesten door de brandweer worden bevrijd. De fotograaf was afgekomen op een bericht over een autobrand. Volgens de politie werden meerdere persfotografen agressief benaderd, bedreigd en met stokken geslagen. Een 34-jarige man uit Lunteren is aangehouden op verdenking van doodslag.

13 april 2021

Taalzuivering


Kinderen weten al op vroege leeftijd dat het gebruik van bepaalde woorden ongewenst is. Verboden soms. Straattaal, schuttingwoorden, vloeken, in de meeste gezinnen wordt het van jongsaf aan ingepeperd: let op je woorden. Je mag niet zomaar alles zeggen. Ik wil het niet meer horen, spoel je mond! Het effect van zulke vermaningen is twijfelachtig. 

Het kan ook verder gaan. In veel gemeenten van de Biblebelt bestaat nog steeds een vloekverbod. Puur symbolisch, want zo’n regel in de APV is niet alleen moeilijk te handhaven, maar ook in strijd met het grondwetsartikel over de vrijheid van meningsuiting. Dat proberen de streng-christelijke partijen te omzeilen door formules waarin staat dat de uitingsvrijheid wordt uitgezonderd van het verbod. Maar daardoor wordt handhaving nog verder bemoeilijkt. Het is vooral een kwestie van principe. Wat de SGP- en CU-leden thuis verbieden willen ze ook van anderen op straat niet horen.

Nieuwe taal 

Nieuwe vormen van taalzuivering komen nu uit de hoek van de identiteitspolitiek. Over verboden wordt nog niet gesproken, wel van richtlijnen of adviezen. ‘Waarden voor een nieuwe taal’ is een brochure met aanbevelingen voor een ‘veilige, inclusieve en toegankelijke taal’ in de kunst- en cultuursector. Musea en theater bijvoorbeeld. De aanbevelingen worden geïllustreerd met veel voorbeelden die soms nogal lachwekkend overkomen. In plaats van publiek over ‘deelnemers’ spreken doet me denken aan de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven, de school van Kees Boeke, waar leerlingen werkers werden genoemd en docenten medewerkers. In plaats van het ‘Midden-Oosten’ het niet-eurocentrische ‘West-Azië’ gebruiken is ook leuk, maar de kans op inburgering van deze term lijkt me bijzonder klein. Evenzo geldt dat voor het consequent hanteren van genderneutrale termen en de afschaffing van termen waarmee mensen op grond van hun huidskleur worden aangeduid. 

30 maart 2021

Fatwa



Meer dan dertig jaar geleden, in 1989, sprak de Iraanse ayatollah Khomeiny een 'fatwa' uit over de Britse schrijver Salman Rushdie. Zijn boek De Duivelsverzen had de toorn opgewekt van hoge islamtische geestelijken. Rushdie werd met de dood bedreigd, ontsnapte ternauwernood aan een bomaanslag en moest tien jaar onderduiken. En ook daarna was hij zijn leven niet zeker. 

De Nederlandse schrijfster van Turkse afkomst Lale Gul is nu met de dood bedreigd door vrome moslims die haar kwalijk nemen dat zij in haar boek 'Ik ga leven' over haar opvoeding in een streng-orthodoxe familie heeft geschreven. Ze heeft de banden met haar familie verbroken en verblijft op een geheime locatie. 

In een interview in Buitenhof kondigde zij aan dat ze niet meer over religieuze aangelegenheden zal schrijven. Ondanks alle positieve reacties die ze op haar boek heeft gehad. De bedreigingen komen volgens haar van een kleine minderheid. 'Ik wil het lot niet tarten', zei ze, ' je staat er toch alleen voor als je dat wel doet.' Een schrijnende opmerking gezien de reactie van de politie op alle bedreigingen. Nadat ze een aantal keren aangifte heeft gedaan kreeg ze te horen dat het waarschijnlijk niet gaat lukken om te achterhalen wie er daaraan schuldig zijn. Wat betekent dat? Geeft de politie haar op? In een online manifest spreekt een dertigtal journalisten, schrijvers en politici zijn steun uit voor de jonge schrijfster. Ook Mark Rutte tekende de verklaring vlak voor de verkiezingen. Maar wat betekent dat als de politie er van afziet om de criminelen op te sporen? 

17 maart 2021

Links of rechts?


Het grondrecht op vrijheid van meningsuiting heb ik in het spectrum van politieke standpunten altijd meer links dan rechts geplaatst. Het is een recht dat burgers de vrijheid geeft zich te verzetten tegen de almacht van de staat, tegen de macht in het algemeen. Het recht is van grote betekenis voor emancipatiebewegingen die zonder belemmering voor hun belangen moeten kunnen opkomen. De arbeidersbeweging, de vrouwenemancipatiebeweging, de Black Lives Matter beweging en andere bewegingen voor een beter leven en meer gelijke rechten konden en kunnen dat alleen doen als ze de vrijheid hebben zich te uiten over bestaand onrecht. 

Claim van rechts

De afgelopen jaren wordt de uitingsvrijheid steeds meer geclaimd door rechts. Het meest bekende voorbeeld is Geert Wilders die vindt dat zijn recht op een vrije meningsuiting is aangetast door de - gegeven de strafwet onoverkomelijke- vervolging vanwege zijn 'Minder, minder Marokkanen...'- uitspraak. Veel schrijvers, politici en opiniemakers aan de rechterkant van het politieke spectrum vinden het moeilijk te verdragen dat zij worden aangesproken op hun xenofobe, racistische of seksistische uitspraken. 'Je mag tegenwoordig ook niets meer zeggen.' Een uitspraak die in de meeste gevallen nergens op slaat. Vuile woorden leiden hoogstens tot verontwaardigde reacties. Maar daar zit kennelijk het probleem: een weerwoord is voor sommigen moeilijk te verteren. Van vervolging is alleen in uitzonderlijke gevallen sprake als er een vermoeden is dat de wet wordt overtreden. De strafwet stelt namelijk wel enkele beperkingen aan de uitingsvrijheid, maar ik heb niet de indruk dat de rechter daar nou overdreven veelvuldig gebruik van maakt om mensen de mond te snoeren. En als dat gebeurt wordt altijd de nodige zorgvuldigheid betracht door rekening te houden met alle omstandigheden. 

28 februari 2021

Heibel over Herstel NL


Onder de titel: Heibel onder professoren. Mogen economen in crisistijd nog wel zeggen wat ze vinden? publiceerde het FD gisteren reacties van economen op het besluit van hun collega's Barbara Baarsma, Coen Teulings en Bas Jacobs om zich terug te trekken uit de actiegroep Herstel NL. De groep voert campagne voor een alternatieve, meer open strategie bij de bestrijding van het coronavirus. Volgens de groep zouden winkels, horeca, het onderwijs en de cultuursector weer open kunnen als tegelijkertijd de 'kwetsbaren' in 'veilige zones' leven. De actie kocht in verschillende steden reclameruimte in om de boodschap te verkondigen. Jacobs gaf als reden voor zijn stap dat Herstel NL 'te veel een actiegroep is geworden, waar ik mij niet gelukkig bij voel'.

De econoom Arnoud Boot gebruikte datzelfde argument in de talkshow Op1 om de stap van zijn collega's te ondersteunen. Hij vond dat de economen door hun deelname aan deze actiegroep ‘de verkeerde afslag hebben genomen’ en vertelde dat hij de uitnodiging van de talkshow had aangenomen om ‘de wetenschap te verdedigen’. 'Er is geen enkele belemmering voor economen om aan het debat deel te nemen', bezweert Boot. 'Er zijn wél momenten waarop je als econoom met uitspraken onrust kunt veroorzaken, wat ongewenst is.' Volgens Boot is het de taak van economen om argumenten aan te dragen. 'Ze moeten zich niet vastbijten in eigen standpunten. Natuurlijk mag een econoom een mening hebben, maar die moet je scheiden van de rol van expert. Als ze zeggen: je moet a of b doen, vervullen ze een verkeerde rol. Dat is echt aan de politiek.' 

12 februari 2021

'De verdwijntruc voor kritiek op Israël'


Groenlinks heeft het verzet tegen het gebruik van de IHRA-definitie van antisemitisme gestaakt. Op 1 december 2020 stemde de GroenLinks fractie voor een motie van de SGP-lid Bisschop waarin de Kamer de regering verzoekt te "bevorderen dat deze definitie voortvarend en herkenbaar in uitvoering komt in de opsporing en vervolging van antisemitisme." Het congres van GroenLinks in januari bevestigde het standpunt van de fractie door met tweederde meerderheid een motie te verwerpen die de IHRA-definitie als instrument bij de  bestrijding van antisemitisme afwees. In 2018 stemde GroenLinks nog tegen een overeenkomstige motie van de SGP. De PvdA was al eerder overstag gegaan. Alleen de SP, de PvdD en Denk hebben nog steeds bezwaren tegen het hanteren van de IHRA-definitie vanwege de risico's op vermenging van discriminerende uitingen tegen Joden met kritiek op Israël. In antwoord op de vraag van Bisschop, liet minister Grapperhaus weten dat de IHRA-definitie “met bijbehorende indicatoren gedeeld” is met politie en OM. Deze kunnen meegewogen worden bij het opnemen van een aangifte in het oordeel of sprake is van groepsbelediging, haatzaaien of een discriminatoir aspect, aldus de minister. 

Omstreden

De IHRA-definitie is van begin af aan omstreden geweest. Zelfs de oorspronkelijke opsteller, de Amerikaan Kenneth Stern, waarschuwt voor de risico's van aantasting van de vrijheid van meningsuiting. "De internationale Israël-lobby probeert de definitie overal door overheden en instellingen te laten verankeren, maar daarvoor is die nooit bedoeld geweest," volgens Stern. Het heeft vele landen, partijen en politici er niet van weerhouden deze 'niet-bindende' tekst te aanvaarden in de strijd tegen antisemitisme. De definitie zelf is nogal vaag, maar de belangrijkste bezwaren richten zich tegen de 'voorbeelden', die minister Grapperhaus nu kennelijk heeft aanvaard als 'indicatoren' van antisemitisme voor politie en OM. In deze voorbeelden wordt de staat Israël diverse keren gebruikt. Bijvoorbeeld: als je Israël iets verwijt dat je andere landen niet verwijt wijst dat op een dubbele standaard die voortkomt uit antisemitisme. 

Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid (EAJG), geeft een uitvoerige kritiek op het misbruik van de IHRA-definitie onder de titel 'De krimpende ruimte voor het debat over Israël en Palestina'. Hij schrijft onder meer dat de voorbeelden die de IHRA toevoegde aan de eigenlijke definitie nooit bedoeld zijn als bewijs voor antisemitische uitingen. Hij verwijst naar Stern die de voorbeelden ziet als 'hulpmiddel ten behoeve van monitoring van en onderzoek naar antisemitisme.' Het is niet voor niets een 'werk-definitie'. Hamburger: Die werkdefinitie "is doelbewust gekaapt, met voorbeelden en al verabsoluteerd, gepolitiseerd en omgesmeed tot een wapen onder het mom van ‘de strijd tegen antisemitisme’."

BDS

In de afgelopen jaren hebben rechtse partijen zoals de SGP meerdere malen geprobeerd de strijd tegen antisemitisme om te vormen tot strijd tegen organisaties en acties die zich richten tegen de Israëlische bezettingspolitiek. In 2015 nam ook de PvdA, bij monde van Michiel Servaes, mede namens D66, GroenLinks, SP en Denk daar nog duidelijk afstand van. In antwoord op Kamervragen van de voormalige PVV-leden Bontes en Van Klaveren benadrukte het kabinet 'dat het van belang is om onderscheid te blijven maken tussen stellingname ten aan zien van Israël en antisemitisme.' In 2016 antwoordde toenmalig minister Koenders van Buitenlandse Zaken op vragen van Groenlinks dat oproepen tot boycot, divestment en sancties (BDS) tegen bedrijven die investeren in de kolonisatie van de West-Bank vallen onder de vrijheid van meningsuiting. Een tijdelijke nederlaag voor de Israël-lobby die BDS overal veroordeeld wilde hebben als vorm van antisemitisme. De lobby bleef echter aandringen, en met succes. In 2017 ging het Europees Parlement om en in 2018 de Nederlandse regering. 

Apartheid

Hamburgers analyse van het misbruik van de IHRA-definitie is pijnlijk. "De definitie fungeert als de perfecte verdwijntruc voor elke kritische notie over Israël," schrijft hij. En elke kritische noot over organisaties of personen die zich volledig identificeren met de staat Israël. Kritiek op de bezettingspolitiek, het geweld van het Israëlische leger, van de kolonisten, het kan allemaal verdraaid worden als antisemitisme. Wat we nu in de afgelopen jaren in het politieke debat hebben gezien is dat dit werkt. Nooit eerder is er zo omzichtig omgesprongen met standpunten over Israël. De IHRA-definitie draagt op deze manier bij aan het sanctioneren van een apartheidsstaat. Volgens de voorbeelden die bij de definitie worden gegeven is deze zinsnede niet langer een discutabele uitspraak maar een onaanvaardbare racistische uiting: Denying the Jewish people their right to self-determination, e.g., by claiming that the existence of a State of Israel is a racist endeavor.’ Op deze manier, concludeert Hamburger, wordt "het begrip antisemitisme uitgehold en wordt de bestrijding van hardcore antisemitisme juist bemoeilijkt." Het is buitengewoon pijnlijk dat politieke partijen zoals GroenLinks en de PvdA die bestrijding van discriminatie hoog in het vaandel hebben staan hierin meegaan. 

[foto: A Pro Palestinian March at Rathaus Neukölln, Felipe Tofani CC]

29 januari 2021

Afrekencultuur

Abdelkader Benali heeft zich teruggetrokken als spreker bij de Dodenherdenking. Toen bekend werd dat hij was gevraagd door het 4 en 5 mei Comité ontstond er ophef over uitspraken die hij vijftien jaar geleden in een dronken bui in Libanon had gedaan tegen oorlogsverslaggever Harald Doornbos, die er melding van maakte in een column in de Haagse Post. Benali had tegen Doornbos gezegd dat hij zich als Marokkaanse Nederlander nauwelijks op z’n gemak voelde in Amsterdam-Zuid waar hij toen woonde, vanwege ‘al die Joden daar’. Wie dit vuurtje heeft aangeblazen is niet duidelijk, maar Benali voelde zich afgebrand en vond uiteindelijk dat hij maar beter kon afzien van de lezing. 'Op 4 mei komen we bij elkaar om te herdenken en de discussie rond mijn uitlatingen mag mensen daarbij niet hinderen', liet hij weten. In het radioprogramma OVT maakte hij zijn excuses. 'Misplaatste grappen over Joodse Nederlanders maken mij niet tot een geschikte spreker. Ook na uitvoerig praten met vertegenwoordigers van Joodse organisaties ging de twijfel niet weg. En dat spijt me zeer. Het was nooit mijn bedoeling om mensen te kwetsen, toen niet, nu niet, morgen niet. Nooit niet. Mijn excuses.'

Benali is wel boos over alle ophef. Dat iets je vijftien jaar later nog kan worden nagedragen, iets dat je ooit in een aangeschoten bui gekscherend riep, doet pijn. ‘Cancel culture’, noemt hij het. Afrekencultuur. 'Ik voel woede om mijn kwetsbaarheid, want met alle uitspraken die anderen niet bevallen, word ik als moslimbroeder en antisemiet bestempeld.' Ik ben geen antisemiet en ik hoef niets uit te leggen, zegt hij. Toch vond hij het wel belangrijk om excuses te maken. Want ook ironie kan kwetsend zijn. 

15 januari 2021

De Donner-doctrine


Een van de oorzaken achter het drama van de kinderopvangtoeslagen zou gelegen zijn in de Rutte-doctrine, de neiging van de premier om 'bij problemen zo weinig mogelijk informatie te verstrekken'. Nadat Trouw en RTL in 2018 via Wob-procedures stukken boven tafel hadden gekregen over onterechte terugvorderingen van toeslagen door de Belastingdienst, werden Kamerleden die er meer over wilden weten consequent met een kluitje het riet in gestuurd. Een onderzoekscommissie onder leiding van oud-lid van de Raad van State Piet Hein Donner liet nog veel vragen open. Volgens onderzoek van FTM heeft de commissie beschikbare informatie laten liggen en hield zij het ministerie van Sociale Zaken en toenmalig verantwoordelijk minister Asscher uit de wind. Pas in december vorig jaar kwamen de enorme omvang en de ernst van het probleem aan het licht in de 'snoeiharde' conclusies van het eindrapport van de parlementaire onderzoekscommissie Ongekend Onrecht. 'De commissie zegt dat de informatievoorziening vanuit de rijksoverheid op allerlei fronten onvoldoende is. Volgens het rapport was die in meerdere gevallen ingegeven door gewenste juridische of politieke uitkomsten. De commissie constateert dat de Tweede Kamer bij herhaling geconfronteerd is met ontijdige, onvolledige en onjuiste informatie.'

Informatieplicht

De rijksoverheid handelde in deze affaire in strijd met artikel 68 van de Grondwet, dat gaat over het informeren van de volksvertegenwoordiging. Die grondwettelijke plicht staat los van de Wet Openbaarheid Bestuur (Wob) , die burgers al dan niet via de pers, het recht geeft beleidsstukken in te zien. Daarbij mag de overheid dan wel 'persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren' uit het zicht houden. Volgens Guido Enthoven, die promoveerde op het informeren van de Kamer, wordt deze regel ook toegepast op informatie die naar de Kamer gaat. Dat sluit dan aan bij een oekaze van voormalig premier Kok, die het ambtenaren verbood rechtstreeks in contact te treden met leden van het parlement.