27 maart 2024

Klokkenluider vervolgd voor lekken geheime informatie


Ruben Schilt, ex-lid van een gemeentelijke commissie in Dordrecht, wordt alsnog vervolgd voor het lekken van geheime informatie uit een besloten vergadering over DuPont/Chemours in Dordrecht. Vorig jaar berichtte het televisieprogramma Zembla over vergeefse pogingen van de chemische fabriek om een schadeclaim van vier gemeenten af te kopen voor 'enkele miljoenen euro’s'. De schadeclaim betrof de jarenlange verontreiniging van de omgeving met PFAS-stoffen. In een besloten commissievergadering zijn raadsleden op de hoogte gesteld van de afkooppoging van het bedrijf. Burgemeester Kolff deed na de onthullingen van Zembla aangifte wegens schending van de geheimhoudingsplicht. Schilt kwam zelf met de bekentenis dat hij de notulen van de commissievergadering had gelekt. En hij stelde zijn zetel ter beschikking. Kort daarna bevestigde de rechtbank Rotterdam de aansprakelijkheid van DuPont/Chemours voor de verontreiniging. Dat opende de weg voor schadeclaims. 

Een petitie om Kolff te overtuigen de aangifte tegen de voormalige politicus in te trekken werd meer dan 3600 keer ondertekend. Maar de burgemeester wilde daar niets van weten. Het OM laat in een persbericht weten dat het lekken van geheime informatie strafbaar is: ‘Raads- en commissieleden leggen voor ze beginnen met hun werk de eed of gelofte af waarbij ze onder andere beloven geheimhouding in acht te nemen.’ Je kunt er een gevangenisstraf voor krijgen, een boete of een taakstraf. Schilt heeft zijn stap verdedigd met een beroep op het algemeen belang. ,'Dit moest iedereen weten', vond hij. Hij kon de mededeling van wethouder Tanja de Jonge in die commissievergadering over het aanbod van DuPont/Chemours echt niet voor zich houden en moest het met iemand delen. 'Dit zou anders aan mij blijven vreten.' Zijn verontwaardiging gold ook het standpunt van de wethouder die zei dat ze gemandateerd was om dit in haar eentje te kunnen beslissen. ‘Ik kom eigenlijk alleen even proeven wat jullie ervan vinden’, had ze gezegd. Schilt: 'Dat vind ik ondemocratisch, zeker als je beseft dat bij de afgelopen verkiezingen maar 47 procent van de Dordtenaren is gaan stemmen. Iedereen is daar verdrietig over, dus iedereen wil zo transparant mogelijk zijn en dat is dit natuurlijk totaal niet.’ 

16 maart 2024

Wilders heeft nog steeds lak aan de rechtsstaat


Geert Wilders haalde deze week uit naar de demonstranten tegen de Israëlische president Herzog die in Amsterdam op bezoek was voor de opening van het Holocaustmuseum. Hij noemde het gedrag van de demonstranten 'een ongehoorde schande'. En verder zei hij: ‘Het riekt naar een politieke actie van de extreem linkse burgemeester van Amsterdam. Onverantwoord.’ Een opmerkelijk uitspraak van een man die vorige week nog kandidaat-premier was. Demissionair-premier Rutte verdedigde burgemeester Halsema onmiddellijk: 'Als het gaat om het handhaven van de openbare orde bedrijven onze burgemeesters geen politiek'. 

'Kritiek is prima, maar je moet de instituties van de rechtsstaat wel héél laten,' schreef staatsrechtsgeleerde Voermans in Het Parool. De rechtse meerderheid in de Tweede Kamer had daar geen boodschap aan en riep op tot een 'fundamenteel debat over de manier waarop het demonstratierecht zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld.' De emoties over afschuwelijke geluiden wonnen het weer eens van het demonstratierecht en de vrijheid van meningsuiting. 

Het verontrustende is dat Wilders en zijn geestverwanten lak hebben aan hun verantwoordelijkheid als politicus om de rechtsstaat te respecteren en te verdedigen. Halsema moet als burgemeester het demonstratierecht handhaven en kan uitsluitend op formele gronden grenzen stellen. Zij mag zich niet inlaten met de inhoudelijk-politieke aspecten van een demonstratie. ‘Vergaande beperkingen naar plaats en tijd komen min of meer neer op een verbod, aangezien daarmee het uitstralende effect van de betoging teniet wordt gedaan’, aldus de verordening. En alleen het OM kan achteraf optreden tegen strafbare uitingen. De Amsterdamse autoriteiten hebben in dit geval de gekwetste bezoekers van de bijeenkomst ook opgeroepen om aangifte te doen. 

29 februari 2024

Hof corrigeert publicatieverbod


Het verbod van de rechtbank om geluidsopnames van wijlen Peter R. de Vries openbaar te maken is vandaag door het Gerechtshof in hoger beroep gecorrigeerd. Volgens het gerechtshof is er een zwaarwegend belang om toch een vervolgverhaal te publiceren over Khalid Kasem. In een eerder gepubliceerd artikel werd bekend dat hij als advocaat zou hebben geprobeerd een justitieambtenaar om te kopen. Royce de Vries, de zoon van Peter, wilde een nieuw artikel op basis van opnamen van zijn vader via een kort geding tegenhouden. De Orde van Advocaten sloot zich hierbij aan. Werden zij door de rechtbank nog in het gelijk gesteld, het hof stelde donderdag dat het artikel mag worden gepubliceerd. Wel verbiedt het hof één naam uit het artikel bekend te maken. 

Het AD publiceerde begin vorige maand een artikel naar aanleiding van opnames die het via bronnen zou hebben gekregen. Op die opnames was te horen zijn dat de toenmalige collega van De Vries en zijn zoon, oud-advocaat en BNNVARA-presentator Khalid Kasem, erkent een ambtenaar te hebben omgekocht. De Vries jr. vreesde voor zijn veiligheid als er een vervolgartikel over deze zaak zou worden gepubliceerd. Het hof oordeelt nu dat met publicatie van een nieuw verhaal niet aannemelijk is gemaakt dat het veiligheidsrisico groter wordt dan het nu al is. 

Over het aanvankelijke verbod van de rechter ontstond de nodige commotie in journalistieke kringen. De advocaat van het AD noemde het publicatieverbod van de rechtbank eerder een “poging de Nederlandse pers te muilkorven”. NVJ-voorzitter Thomas Bruning is blij met de uitspraak van het hof. ‘Als er sprake is van een maatschappelijk belang moeten journalisten ook uit geheime opnames kunnen citeren’, zegt Bruning. ‘Het chilling effect uit het oorspronkelijke oordeel is door het hof weggenomen.’

Dat laatste betekent zeker winst voor de journalistiek. De dreiging met rechtszaken zoals in de zogenaamde SLAPP zaken neemt toe. Journalisten zijn niet ongevoelig voor die dreiging, zo bleek uit onderzoek waarover Olaf Geurts schreef op de site van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Ook de rechtszaak van De Vries jr. en de Orde van Advocaten, hoe begrijpelijk ook vanuit het advocatenstandpunt, zou journalisten kunnen verhinderen maatschappelijk relevante informatie uit gelekte bronnen achter te houden. Dat kan leiden tot een aantasting van de open samenleving die we nog steeds hoog waarderen, maar die inmiddels al op zoveel fronten schade heeft opgelopen. 

[Foto: Paleis van Justitie Den Haag, Roel Wijnants CC]

12 februari 2024

Wilders heeft geen partij


Wat mij in toenemende mate ergert is dat de media Wilders en zijn fractie blijven behandelen als een politieke partij. Al jarenlang vangen journalisten bot bij de vertegenwoordigers van de groep die zich PVV noemt. Al jarenlang is het: 'niet bereikbaar voor commentaar'. Wilders zelf beperkt zich hoofzakelijk tot oneliners via X/Twitter. Voor de rest is de PVV een gesloten bolwerk. Kun je dan nog wel spreken van een politieke partij?

Politieke partijen zijn formaties waarin mensen zich verenigen die een gezamenlijke visie hebben over hoe het land bestuurd moet worden. Daarvoor selecteren ze afgevaardigden die wij als kiezers kunnen selecteren als die visie ons aanstaat. Eenmaal gekozen mogen we dan als kiezers verwachten dat zij zich tegenover ons verantwoorden over de keuzes die ze maken. Openheid is een onmisbare voorwaarde voor het functioneren van een democratie. 

Wilders is met 36 anderen gekozen zonder partij en heeft lak aan openheid. Hij zit in de Kamer als directeur-aandeelhouder van een club mensen die voor hem werken en tegenover de pers hun mond moeten houden. Niemand krijgt inzicht in wat zich binnen die club afspeelt. Er zijn geen leden, geen congressen, geen kandidaatstellingsprocedures, er is geen jeugdafdeling en er zijn geen afdelingen in land, waar leden bijeen kunnen komen om de partijpolitiek te bespreken. De financiën van de Wilders' ondernemening zijn niet openbaar. Hij krijgt geen subsidie zoals ledenpartijen die krijgen. Of hij door Poetin of door Trump wordt gefinancierd zullen we nooit weten. Waarom wordt er in de media dan nog steeds gesproken over 'partij', 'partijleider', het 'partijprogramma' etc.? Waarom pikken de partijen die wel openheid van zaken geven dit in vredesnaam? Waarom maken ze geen punt van het ondemocratische karakter van de PVV? In de eerste ronde van de formatiegesprekken zou Wilders garanties moeten geven voor het handhaven van de democratische rechtsstaat. In het verslag van informateur Plasterk is over de rol van politieke partijen in de democratie niets over te vinden. Bij punt 7 staat onder andere:

'Voor democratie zijn hoge integriteitsnormen en transparantie bij politici belangrijk om vertrouwen te winnen en te behouden......Men zal bijdragen aan een bestuurscultuur die een constructieve bijdrage levert aan het landsbestuur en aan een positief bestuurlijk klimaat. De instituties die de rechtsstaat dragen zullen gerespecteerd en beschermd worden.'

Horen daar ook geen democratische politieke partijen bij?

De vraag is natuurlijk: waarom tolereren de kiezers van Wilders zijn ondemocratische partij? Welnu, dat is wel duidelijk. Wilders wordt al jaren gepresenteerd als leider van een partij, zoals alle andere partijen. In de debatten tijdens de verkiezingscampagne krijgt hij die rol. En aangezien veel mensen genoeg hebben van de meeste andere politici die het in de afgelopen jaren op veel fronten behoorlijk verpest hebben en Wilders met simpele voorstellingen, slimme debattrucs en voor sommigen aantrekkelijke, maar volstrekt onhaalbare voorstellen komt, krijgt hij van de zwevende, slecht geïnformeerde kiezer het voordeel van de twijfel. Alsof het hier gaat om een keuze tussen gelijkwaardige partijen. Wilders is geen gelijkwaardige partij, hij heeft helemaal geen partij. Geen journalist of talkshow-host die daarop wijst. Hier moet nu echt dringend verandering in komen. 

[foto: Roel Wijnants CC]


26 januari 2024

Discutabele beslissingen


Minister Yeşilgöz heeft de Australische prediker Hoblos de toegang tot Nederland ontzegd na berichten in De Telegraaf dat hij het geweld van de radicaal-islamitische Palestijnse beweging Hamas verheerlijkt en ook andere moslims oproept dat volmondig te steunen. “Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar voor mensen die extremistisch gedachtegoed uitdragen is in Nederland geen plaats”, zegt Yeşilgöz. Volgens het ministerie is een dergelijk inreisverbod sinds 2015 in een twintigtal gevallen uitgevaardigd. Hoblos is in de islamitische gemeenschap een populaire prediker. Hij zou in Utrecht komen spreken op uitnodiging van de stichting Dawah Groep.

Het besluit van de minister is volgens juristen niet in overeenstemming met de wet inzake de uitingsvrijheid. “Een minister heeft niet de bevoegdheid om beperkingen te stellen aan wat gezegd mag worden. Alleen een rechter mag beoordelen of iemand de wet heeft overtreden met bijvoorbeeld discriminerende of haatzaaiende uitlatingen,” zegt Jon Schilder van de Vrije Universiteit. Paul van Sasse van IJsselt van de Rijksuniversiteit Groningen: “Het is nog helemaal niet bekend wat meneer Hoblos wilde gaan zeggen, dus om op voorhand al een verbod op te leggen, is juridisch gezien wel problematisch”. De minister doet een beroep op de 'openbare orde en veiligheid'. Schilder: “Het is nog helemaal niet bekend wat meneer Hoblos wilde gaan zeggen, dus om op voorhand al een verbod op te leggen, is juridisch gezien wel problematisch”. Kamerleden van ChristenUnie, SGP, BBB, VVD en CDA hadden er kennelijk geen moeite mee. Het is bepaald geen geruststellende gedachte in het licht van  de rechtsstaatdiscussie die de weg vrij moet maken naar een nieuw kabinet waarin Wilders de hoofdrol hoopt te kunnen spelen.

15 januari 2024

Ambtenaren en het vrije woord


De vrijheid van ambtenaren om zich in het publieke debat te laten horen staat opnieuw ter discussie. Een aantal Amsterdamse ambtenaren reageerde eind november op de verkiezingsoverwinning van de PVV met een korte demonstratie bij de Dokwerker.  Ze wilden het signaal afgeven dat ambtenaren pal staan voor de rechtsstaat en de Grondwet. Op 21 december verzamelden zich honderdvijftig rijksambtenaren bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag om te demonstreren tegen de Nederlandse weigering om in te stemmen met VN-resoluties die oproepen tot een permanent staakt-het-vuren in Gaza. In Friesland is ophef ontstaan omdat enkele provinciale ambtenaren een brandbrief aan de Tweede Kamer en het kabinet ondertekenden waarin zij hun zorgen uitten ‘over de in hun ogen te trage aanpak van de klimaat- en ecologische crisis’. De BBB die daar in het College van Gedeputeerde Staten zit maakte er een punt van en het College heeft de actie van de ambtenaren nu veroordeeld.

De vrijheid van meningsuiting van ambtenaren is sinds de grondwetswijziging van 1983 in principe gegarandeerd, maar wordt beperkt door artikel 10 van de Ambtenarenwet van 2017. Dat artikel luidt: 

Artikel 10

1. De ambtenaar onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
2. 
Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:
a. een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de Kieswet;
b. een vakvereniging.

De vraag is wanneer „de goede vervulling van zijn functie” of de „goede functionering van de openbare dienst” in het geding komen. Een Nijmeegse trouwambtenaar die in 2020 tijdens de coronapandemie in het openbaar vraagtekens zette bij de maatregel in de gemeente die max 30 mensen toestond bij een trouwplechtigheid werd op staande voet ontslagen. De gemeente kreeg gelijk van de kantonrechter. De ambtenaar had het gemeentelijke beleid niet in het openbaar mogen aanvallen. ‘Door openlijk het gehanteerde beleid in twijfel te trekken en zelfs absurd te noemen, heeft zij afbreuk gedaan aan het vertrouwen van de burgers in het gemeentelijk beleid en de welwillendheid om dit op te volgen’.