
De Rotterdamse wethouder Volkshuisvesting Pastors (Leefbaar Rotterdam) is deze week gedwongen om af te treden vanwege zijn uitspraken over islam en criminaliteit. Eerder dit jaar was hem al een spreekverbod opgelegd over zaken die niet onder zijn portefeuille vallen omdat hij veel te scherpe generaliserende uitspraken deed over de islam die het Rotterdamse collegebeleid doorkruisten. Hij overtrad dit verbod nu door in een katholiek blad te laten optekenen dat hij van mening was dat er een verschil was tussen criminaliteit van mensen uit overwegend christelijke landen enerzijds en criminaliteit van moslims anderzijds.
Pastors: ,,Bij christelijke migranten zie ik achterstanden die we gewend zijn te repareren. Zij delen dezelfde cultuurwaarden. Ik weet, ik generaliseer, maar een Antilliaan of Kaapverdiaan weet dat stelen nooit mag. De criminele probleemgroep daarbinnen maakt geen onderscheid tussen gelovigen en niet-gelovigen of anders-gelovigen. Ze stelen van iedereen! Bij moslims wordt veel van wat zij doen verklaard vanuit hun religie. Het geloof wordt door henzelf als relevant ingebracht. Antillianen of Kaapverdianen gebruiken hun religie niet als verklaring voor hun (wan)gedrag. Moslims gebruiken hun religie wel vaak als reden voor hun gedrag en om zich van deze maatschappij af te keren.'' |
|
Deze uitspraak is volgens het CDA dermate in strijd met het integratiebeleid van het Rotterdamse college dat Pastors nu niet meer te handhaven viel. De wethouder moet zich in zijn publieke uitlatingen realiseren dat hij deel uitmaakt van een college dat ene bepaald beleid voert. Hij is niet vrij om alles te zeggen wat hij wil. Zijn beroep op zijn achterban ("ik zeg wat veel mensen die op mij hebben gestemd denken") is dan ook niet terecht. In zijn functie als wethouder moet hij zich aan coalitieafspraken houden, zo hield de CDA-fractie hem voor.
Dat is één kant van de zaak: hoe vrij is een bestuurder om zijn eigen mening in het openbaar te uiten? Zoals zo vaak zijn er ook op dit punt rekkelijken en preciezen. In de huidige bestuurscultuur domineren de laatsten, zoals ook het
voorbeeld van Pechtold aangeeft. De vraag is wel of zij voldoende oog hebben voor de minder gewenste effecten van een spreekverbod voor bestuurders. Als bestuurders niet mogen zeggen wat veel mensen denken kan dat ook opgevat worden als het inperken van het politieke debat en het koste wat kost willen handhaven van de eigen machtspositie. Zoiets kan ook anti-politieke ressentimenten kweken of versterken.
Aan de andere kant kun je de vraag stellen of Pastors' uitspraken dit allemaal waard zijn geweest. Wat hij zegt wijkt vrijwel niet af van wat Hirsi Ali al jaren betoogt: het kwaad zit in de islam als religie. Hirsi Ali wordt door de politiek beschermd en vertroeteld. Zijn haar uitspraken over de islam minder beledigend voor moslims? Ik betwijfel dat. Ik zou haar het recht niet willen ontnemen om met deze anti-islam ideeën door het land te trekken en op de buis te komen. Maar een bijdrage tot integratie kan ik er niet in zien.
Intussen heeft Pastors nu de handen vrij in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. De Fortuynisten zitten op rozen. Ze kunnen straks zowel met hun wethouders pronken als met libero Pastors. Hij kan ongeremd alles uit de kast halen om de geest van Pim Fortuyn weer te laten waaien in Rotterdam. Als ze in de loop der jaren kiezers zijn verloren kan hij ze nu weer terugwinnen. Hij is -net als Pim- de held van de vrijheid van meningsuiting. Hij zegt wat iedereen denkt en laat zich de mond niet snoeren door aftandse politici. Met dank aan GroenLinks voor de motie van wantrouwen.