17 oktober 2026

Buitenlandse inmenging

 

Een opmerkelijk geval van belemmering van het vrije verkeer van informatie: de verstoring van de vertoning van de Israëlische film NAZA in een bioscoopzaal in Delft. Het gaat om een in Israël zeer omstreden documentaire met getuigenissen van het geweld van het leger tegen Palestijnen. Een vrouw, Sabine Taasa, die zich voorstelde als slachtoffer van het bloedbad van Hamas op 7 oktober 2023 ging in Delft vòòr het scherm staan waarop de film werd vertoond om haar verhaal over die dag te vertellen. Op de zijwand van de zaal proberen mensen uit haar entourage beelden van de terreurdaden door Hamas op een wit laken te projecteren. Er ontstaan schermutselingen met de bezoekers. Een journalist van De Telegraaf die kennelijk vooraf is ingeseind filmt het gebeuren en geeft op Facebook een vertekend verslag. 

Het blijkt te gaan om een zorgvuldig voorbereide actie van een groep die nauw verbonden is met het Israëlische leger (IDF). Ad Kan is „opgericht door officieren van de IDF en veteranen van inlichtingendiensten”. Ad Kan schrijft „anti-Israëlische organisaties te bestrijden die vaak worden gefinancierd door buitenlandse regeringen en antisemitische elementen”. Bij deze actie fungeerde een vroeger in Nederland woonachtige Israëliër als bemiddelaar. Oded Nir is nu adviseur van het Israel Defense and Security Forum (IDSF), een organisatie van ruim 35.000 reservisten, gepensioneerde militairen en medewerkers van veiligheidsdiensten. Volgens haar eigen jaarverslag over 2024 werkt het IDSF nauw samen met de Israëlische regering. Op X schrijft Nir, die Nederlands spreekt, dat hij Sabine Taasa en de andere Israëliërs in Nederland heeft begeleid bij hun actie in Delft. Nir is ook adviseur van het Israëlische Ministerie van Diaspora en de Bestrijding van Antisemitisme. „Waar hij helpt bij het afstemmen van boodschappen op een divers, wereldwijd publiek”. In het 'Dreigingsbeeld Statelijke Actoren' noemde de NCTV deze organisatie als een van de buitenlandse kanalen voor beïnvloeding van de Nederlandse publieke opinie. 

Bekroonde filmmakers ongewenst in eigen land 

'Naza' kreeg op het Filmfestival van Venetië een speciale juryprijs. De documentaire bevat anonieme interviews met 24 leden van de Israëlische inlichtingendiensten en het leger. Zij beschrijven hoe zij aanvallen uitvoerden op Gaza, hoe AI-systemen werden ingezet om doelwitten te selecteren, en welk beleid er werd gehanteerd ten aanzien van nevenschade en het verlies van onschuldige levens. Sommigen vertellen hoe zij honderden burgers tegelijk doodden om één militair doelwit uit te schakelen; anderen beschrijven hoe zij via surveillancetechnieken wachtten tot militanten thuis bij hun gezin waren voordat zij tot een aanval overgingen. De makers van NAZA, Yuval Abraham en Rachel Szor, die eerder met de Palestijnse activist Basel Adra voor de film No other land een Oscar kregen, kunnen zich in Israël niet meer vertonen. Premier Netanyahu wil dat hen het staatsburgerschap wordt afgenomen. Hij heeft de actie in Delft ook openlijk toegejuicht. 

Ooit werd Israël in Nederland gezien als de enige democratie in het Midden-Oosten. Dat imago is inmiddels flink bezoedeld ondanks alle intensieve propaganda van de afgelopen jaren. Toch denk ik dat de dreiging van deze 'statelijke actor' nog niet voldoende tot iedereen is doorgedrongen. Ik vermoed dat nog steeds de meeste mensen bij de vraag naar een voorbeeld van 'buitenlandse inmenging' naar andere landen wijzen. Nederlandse media helpen nauwelijks om dit beeld aan te passen. Ook in de berichtgeving over Gaza geven Nederlandse media Israël de meeste ruimte. 

[foto: Mohammed Ibrahim op Unsplash CC]

Geen opmerkingen: