22 april 2010

TROS in actie tegen openbare bibliotheken


Onder leiding van de oud-burgemeester van Rotterdam Ivo Opstelten voert een team van het tv-programma TROS Regelrecht actie om al het internetverkeer in openbare bibliotheken te filteren. Zo willen ze voorkomen dat kinderen geconfronteerd worden met porno of extreem geweld. Veel mensen die in de uitzending werden geïnterviewd waren voor. De directeur van de Openbare Bibliotheek Amsterdam was echter niet te vermurwen. Hij staat op het standpunt dat openbare bibliotheken als publieke voorzieningen in principe een volledig vrije toegang tot internet moeten bieden. Filters werken bovendien niet goed en zijn gemakkelijk te omzeilen. Overigens wordt er bij de pc's in de OB Amsterdam wel gewaarschuwd tegen porno en er lopen toezichthouders die bij overlast kunnen ingrijpen. Maar de verantwoordelijkheid blijft bij de bibliotheekgebruiker. Of, in geval van kinderen, bij de ouders. Juist ouders blijken hier echter veel moeite mee te hebben. Een vertegenwoordigster van een oudercomité vond zelfs dat hier sprake was van het aanbieden van porno aan kinderen (wat wettelijk verboden is).
De actie van de TROS, die erg veel lijkt op soortgelijke acties tegen openbare bibliotheken in de Verenigde Staten, berust op een paar misverstanden. De openbare bibliotheek is geen privé-huishouden, school of bedrijf waar particuliere voorkeuren en overwegingen bepalen wat er wel en niet gezien of gelezen mag worden. De openbare bibliotheek behoort vanuit haar publieke functie in principe geen voorkeuren te laten gelden. De openbare bibliotheek is bij uitstek het instituut dat in de samenleving een vrij verkeer van informatie moet garanderen. Het tweede misverstand betreft de aard van het internet. Waar je van boeken of andere media (ook van tv-programma's) nog kunt zeggen dat die worden aangeboden, gaat het bij het internet om toegang tot een netwerk dat vergelijkbaar is met dat van de telefoon. De ingreep die de TROS per petitie wil bewerkstelligen is vergelijkbaar met het afsluiten van bepaalde nummers uit een publieke telefooncel. Of met het dwingen van de postbode om bepaalde poststukken niet te bezorgen.
Over ingrepen in het vrije verkeer van informatie wordt nog te vaak lichtvaardig gedacht. Dit weblog, dat deze maand zijn eerste lustrum viert, getuigt daarvan. Het zou mij niet verbazen als de petitie van de TROS door veel mensen wordt getekend. In de publieke opinie is voor het gemeenschappelijk weren van foute boodschappen meer steun te vinden dan voor het principe van een onbelemmerde uitwisseling van informatie waarbij iedereen zijn eigen keuzevrijheid en verantwoordelijkheid houdt (ouders voorop). En het internet wordt wel erg gemakkelijk vergeleken met de min of meer geregelde publieke omroep, een massamedium dat per definitie eenzijdig informatie aanbiedt. Diverse politici hebben tot zeer recent gepleit voor filters bij internet service providers om het kwaad uit de wereld te helpen. Ook in een vrijzinnige partij als GroenLinks moest de fractie op het laatste congres per motie worden teruggeroepen van een standpunt van Justitie-woordvoerder Azough waarbij een opening voor filtering was gemaakt. Dat is toen door een grote meerderheid, met steun van kamerlid Mariko Peters, rechtgezet.
Deze week kwam het demissionaire kabinet ook nog met een concept-wetsvoorstel waarin ruimte gemaakt wordt voor ongelijke behandeling van internetverkeer. Het kabinet laat het aan de internet service providers of ze bepaalde diensten al dan niet willen blokkeren. Netwerkneutraliteit zal, als deze wet wordt aangenomen, door de Nederlandse overheid niet worden gegarandeerd. En daarmee komt een vrij en open internet in gevaar. Bits of Freedom probeert daarom in deze verkiezingstijd partijen ervan af te houden deze weg op te gaan. In de verkiezingsprogramma's van D66 en GroenLinks is de netwerkneutraliteit al opgenomen. In andere partijen is de discussie nog gaande. Laten we hopen dat BoF meer succes heeft dan de TROS.

,

26 maart 2010

Godsdienstvrijheid, staat en moraal


"De overheid moet hier niet alleen duidelijke juridische grenzen stellen, maar ook een stevig moreel appèl uitdragen..." Dit is geen citaat van onze demissionaire minister-president maar van Dick Pels en Ruard Ganzevoort, beide GroenLinks. Zij reageren in De Groene Amsterdammer van deze week op de homodiscriminatie en het misbruik van kinderen in internaten. De ophef hierover heeft in conservatieve religieuze kringen een voorspelbare tegenreactie uitgelokt tegen vermeende dwingelandij door seculieren. De seculiere meerderheid moet niet denken dat de ruimte voor religieuze groepen om af te wijken nu zomaar ingeperkt kan worden (ten Hooven NRC 13-2).
Pels en Ganzevoort schrijven dat godsdienstvrijheid geen argument mag zijn om rechten van individuele burgers te schenden. Dus geen discriminatie van homo's, geen misbruik van kinderen. We moeten meer grip krijgen op deze 'zwarte kant van de religie' door de individuele godsdienstvrijheid voorrang te geven boven de collectieve godsdienstvrijheid. Het werkelijke probleem is dat kerkelijke instituten en autoriteiten uit vrees voor het verlies van hun macht op grond van de godsdienstvrijheid volledige autonomie claimen, zich niets willen aantrekken van maatschappelijk breed aanvaarde normen en waarden, en weigeren verantwoording af te leggen aan de samenleving.
Tot zover akkoord. Maar wat moet hier de rol van de overheid zijn? De suggestie dat de overheid een taak heeft bij het bewaken en bekritiseren van het morele klimaat in de samenleving is niet zonder risico, om het zacht uit te drukken. De staat is er voor de wetten. En in die wetten zijn door de samenleving via een democratisch proces actuele opvattingen over normen en waarden verdisconteerd. De staat moet zich daarnaast niet ook nog de rol van opperpriester aanmeten om de samenleving voor te houden wat wel en wat niet kan. De staat dient de ruimte bieden voor een maatschappelijk debat over de morele grenzen van de godsdienstvrijheid, dat Pels en Ganzevoort bepleiten. Daarin kan de religieuze instituten ook gevraagd worden verantwoording af te leggen over de manier waarop ze intern met individuele verschillen omgaan. Maar de overheid moet zich niet mengen in dit debat. Daar hebben we het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting voor: zonder inmenging van de staat een vrij debat kunnen voeren. De overheid moet optreden tegen misdaden, het overtreden van de wet. De politici moeten met opvattingen over wat wel en wat niet kan in hun wetgeving rekening houden op straffe van verlies bij de verkiezingen. Hun bijdrage aan het debat over de godsdienstvrijheid kan dus niet gemist worden. Maar van de overheid als instituut dat in dienst staat van de samenleving wil ik geen moreel appèl horen.
[tekening Rhonald Blommestijn, NRC]

,

12 maart 2010

Een beroepsverbod voor geestelijken en leraren


Een rechtse meerderheid in de Eerste Kamer is vorige week akkoord gegaan met een beroepsverbod voor haatpredikers als bijkomende straf. Een motie van Klaas de Vries kreeg onvoldoende steun. Het is nu in principe mogelijk om geestelijken en leraren wegens haatdragende uitingen naast de al bestaande straffen ook nog eens uit hun beroep te zetten.
Volgens minister Hirsch Ballin is het beroepsverbod bedoeld als waarschuwing. Het dreigen met een beroepsverbod zou burgers extra bescherming geven tegen extreme haatzaaierij. Hij wist de tegenstanders echter niet te overtuigen van de noodzaak van deze wetswijziging. Een noodzaak die volgens het EVRM vereist is om een belemmering van de uitingsvrijheid te kunnen rechtvaardigen. Senator Kox (SP) vond het voorzorg-argument dubieus. "Juist als wij het hebben over vrijheid van meningsuiting kan het begrip voorzorg bijna niet. Dan heb je het eigenlijk over censuur en die hebben we nou juist verboden." De Vries (PvdA) had nog andere bezwaren, die samenhangen met de uitleg van het begrip beroep. Het blijkt namelijk dat ambtenaren en zelfstandige ondernemers volgens de wetswijziging niet onder beroepsbeoefenaren vallen. Daarmee wordt een onwenselijke ongelijkheid in de wet geïntroduceerd.
Een wetswijziging die in strijd is met artikel 1 én met artikelen 6 (vrijheid van godsdienst) en 7 (vrijheid van meningsuiting) van de Grondwet: kan de Eerste Kamer dat laten passeren? De christelijke partijen, maar ook de VVD meenden kennelijk van wel. Een voorbeeld om niet te vergeten als er door deze partijen straks, in de verkiezingstijd, weer veel vrome woorden gewijd worden aan het respecteren van de grondrechten en de rechtsstaat.
,

06 maart 2010

Verkiezingsfolders en reclamedrukwerk


Ondanks oproepen van campagnecoördinatoren en partijleiders zijn er de afgelopen weken weer heel wat verkiezingsfolders in brievenbussen met stickers tegen "ongeadresseerd reclamedrukwerk" gestopt. Voor GroenLinks zijn deze stickers extra lastig. Je kunt achter de bestickerde brievenbussen milieubewuste en dus potentieel GroenLinkse kiezers vermoeden die je graag wilt oproepen om op je partij te stemmen. Maar je kunt ook bedenken dat juist deze bewoners geïrriteerd raken van al dat papier op de mat waar ze niet om gevraagd hebben. Dan bereik je een averechts effect. En de reputatie van GroenLinks als milieubewuste partij kan zo wel erg makkelijk op de hak worden genomen.
De laatste argumenten geven voor de campagenleiding van GroenLinks kennelijk de doorslag. Volgens de richtlijnen worden bestickerde brievenbussen overgeslagen. Of je belt aan. Of je 'adresseert' je folder ter plekke, een nogal dubieus alternatief dat natuurlijk evengoed irritatie kan opwekken.
Het probleem zit 'm in de geldende Code Verspreiding Ongeadresseerd Reclamedrukwerk. Deze code definiëert reclame als: "iedere openbare aanprijzing van goederen, diensten of denkbeelden", ongeacht de afzender. Daarmee is de handelsreclame gelijkgesteld aan alle communicatie tussen burgers. De partijen die deze code in de jaren negentig hebben opgesteld, de reclamebranche, de Consumentenbond en Milieudefensie, negeerden hiermee het verschil tussen de burger en de consument. Het is wel zo praktisch om alles maar reclame te noemen. Maar het gaat de meeste mensen die zo'n sticker op de deur hebben toch vooral om de hinderlijke hoeveelheid handelsreclame. Willen al die stickeraars ook communicatie van de overheid, van ideële verenigingen, scholen, kerken, politieke partijen uitsluiten? Is dit ooit gepeild bij de ontvangers? Met ongetwijfeld goede bedoelingen (spaar het milieu, verlos ons van de rotzooi) is met deze code van bovenaf eenzijdig ingegrepen in het vrije verkeer van informatie.
De stickers tegen het reclamedrukwerk raken niet alleen het milieu, maar ook onze grondrechten. Een democratie kan niet functioneren zonder een vrij verkeer van informatie. In verkiezingstijd is een volledig vrije communicatie cruciaal. Maar ook daarbuiten moeten overheid en politieke partijen onbelemmerd met burgers in contact kunnen treden. De stickers die ongeadresseerd handelsdrukwerk buiten de deur moeten houden zijn een belemmering voor het vrije verkeer van informatie. Natuurlijk hebben burgers het recht om nee te zeggen. Maar een ongespecificeerd nee tegen alle papier benadeelt de communicatie tussen burgers onderling en tussen burgers en overheid buitenproportioneel. Je zou op z'n minst een meer gespecificeerd nee moeten kunnen plakken op je brievenbus. Wie voor zichzelf het onderscheid tussen burger en consument wil maken moet dat kunnen doen. Puntje voor de komende verkiezingscampagen?



,

21 februari 2010

Apple belemmert fotografen


Het vrije verkeer van informatie kan niet worden toevertrouwd aan de grote ICT-bedrijven. Ze leveren prachtige producten, daar niet van. We kunnen niet meer zonder. Maar op sommige momenten geeft het commercieel belang toch de doorslag en worden vrijheidsrechten aangetast. Het monopoliegedrag van Microsoft. Google in China. En nu Apple, die de inzage van portfolio's van beroepsfotografen via de Iphone belemmert. Een programmaatje dat het bekijken en inladen van foto's van de site PhotoQ mogelijk moet maken is door Apple afgekeurd omdat er seksueel expliciete foto's op de website staan. Nog afgezien van de vreemde kwalificatie 'seksueel expliciet' bij foto's van naakte ouderen op een camping en een meisje met blote borsten, kun je je afvragen waar ze zich mee bemoeien.
Hypocriete amerikaanse bekrompenheid dreigt zo de wereld belachelijke puriteinse fatsoensnormen op te leggen. Dit gaat verder dan het verhaal van de winkelier die zelf mag beslissen wat hij verkoopt. Het gaat er om wie het voor het zeggen heeft als het om fatsoensnormen gaat. Zijn dat de winkeliers van de wereld, vertegenwoordigd door de winkeliers uit de VS?
Het voorbeeld van Apple bewijst eens te meer hoe belangrijk digitale burgerrechten zijn. Het feit dat we tot nu toe op dat punt afhankelijk zijn van de beslissingen van commerciële bedrijven betekent een achteruitgang in de grondrechten van de burger die de laatste twee eeuwen zo moeizaam zijn bevochten. De globalisering, die enerzijds vrijheid, openheid en ruimte belooft levert anderzijds beperkingen op zo lang niet wereldwijd bepaalde grondrechten zijn geaccepteerd. Daarom is het de hoogste tijd voor een Internet Bill of Rights.
[foto: Christian Engström, Zweeds Europarlementariër voor de Piratenpartij, die samen met de Groene Fractie in het EP dit idee heeft gelanceerd en daarover op maandag 22 februari komt spreken in Amsterdam]

,

11 februari 2010

Onterechte vragen


Ruim negentig vragen stelden Kamerleden vorig jaar over de publieke omroep. Bijna de helft daarvan ging over de inhoud van de programma's. Ook Kamerleden hebben een mening over Sesamstraat, schrijft de NRC vandaag. Op zich niets op tegen, natuurlijk. Alleen gaat de Kamer daar niet over. Want de regering gaat daar ook niet over en dat is maar goed ook. Het is dus onterecht en ook onzinnig om als volksvertegenwoordiger de regering aan te spreken over de programmering van de omroepen. Maar daar zijn partijen als het CDA, de ChristenUnie, de SGP, de PVV en ook de SP het niet mee eens. Zij blijven de bewindslieden onder druk zetten om zich uit te spreken over beslissingen die volgens de Mediawet en de Grondwet niet in Den Haag maar in Hilversum moeten worden genomen.
Waarom bemoeien politici zich dan toch met wat er op de buis komt? Waarom maken ze zich druk over kinderprogramma's, een soft porno film op de late avond, een discussieprogramma over religie, een show om nierdonoren te werven? We mogen er toch van uit gaan dat onze volksvertegenwoordigers de wet kennen. Dat zij hun tijd verdoen met al die vragen over televisieprogramma's kan niet anders opgevat worden als plat populisme. Het zijn acties om te scoren bij de achterban. Niet meer en niet minder. Verontrustend gezien de taken van de volksvertegenwoordiger. Maar ook verontrustend omdat hiermee de gedachte levend wordt gehouden, die kennelijk in sommige kringen erg hardnekkig is, dat je via de overheid invloed kunt uitoefenen op wat anderen volgens jou wel of niet mogen zien.

,

20 januari 2010

Waarom Wilders vrijgesproken moet worden


Wilders wint zijn proces hoe dan ook, of hij nu veroordeeld wordt of vrijgesproken. Hij heeft een nieuw forum om zijn punten te maken. En een nieuwe kans om zich als dappere strijder tegen de gevestigde machten te profileren. Los van dit gegeven lijkt mij vrijspraak dan nog het beste wat er uit te halen is. Niet zozeer voor Wilders, maar wel voor de vrijheid van meningsuiting en de democratie.

Juridisch gesproken zitten er vele haken en ogen aan de vervolging van Wilders. De uitvoerige en volgens sommigen tendentieuze verantwoording van het Amsterdamse Gerechtshof waarmee het proces, na aanvankelijke seponering door het OM, toch weer is opgevat is door velen bekritiseerd. Na de uitspraak van de Hoge Raad over de poster 'Stop het islamgezwel' wordt een veroordeling wegens het beledigen van de islamitische bevolkingsgroep een stuk lastiger. De omstreden uitspraken van Wilders gaan toch voornamelijk over de gevaren van de islamitische ideologie. En ideeën aanvallen kan moeilijk verboden worden. Over de woorden die daarbij gebruikt worden kun je twisten, maar met het oog op de vrijheid van het politieke debat zal de grens niet snel bereikt worden. En een veroordeling op formuleringen laadt al gauw de schijn op zich van een veroordeling van ideeën. Dat geldt naar mijn mening ook voor de meest omstreden uitspraak, de vergelijking van de Koran met Mein Kampf. Een provocerende uitspraak, die zoals alles wat met WOII te maken heeft, voor veel Nederlanders te ver gaat. Maar het zou toch van eurocentrisme getuigen als juist déze uitspraak wordt aangegrepen voor een veroordeling wegens belediging van een bevolkingsgroep die aanzienlijk minder directe banden heeft met dat verleden.

Wilders zou veroordeeld kunnen worden wegens uitspraken waarin hij opzettelijk aanzet tot haat of geweld tegen een bevolkingsgroep. Maar alle uitspraken die door de aanklagers zijn verzameld leveren daarvan nog niet een onomstotelijk bewijs. Een redenering is dat het systematisch zwart maken van islamieten leidt tot uitsluiting van een bevolkingsgroep uit de samenleving met mogelijk gebruik van geweld. Daar zouden de aanklagers een punt hebben. Maar ik zie het OM dat punt nog niet maken.

Vrijspraak lijkt me, los van Wilders en zijn uitspraken die je onfatsoenlijk, onbehoorlijk, provocerend en discriminerend mag noemen, de beste optie in het belang van de vrijheid van meningsuiting. Alle uitspraken van Wilders zijn gedaan in de context van het maatschappelijke, politieke debat. Alle uitspraken hebben als doel stemmen te werven en politieke tegenstanders te provoceren. Die context moet vrij zijn in het belang van de democratie. Inmenging van de staat moet hier tot het uiterste (oproepen tot geweld) worden voorkomen. Dat is ook het uitgangspunt geweest voor vele uitspraken van het Europese Hof in Straatsburg ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting.

Het inperken van de ruimte voor het politieke debat is een politieke daad op zichzelf. Aanklager Danen van Nederland Bekent Kleur zegt dat ook met zoveel woorden. Hij verwacht dat Wilders als hij door de rechtbank is veroordeeld 'als racist' minder stemmen zal krijgen. Dat is dus het gebruik van de rechtbank als instrument om politieke tegenstanders uit te schakelen. Als dat in andere landen gebeurt typeren we dat meestal als een tekort aan democratie. Of erger. Daarom mag die stroming in elk geval niet winnen in dit proces.

19 december 2009

Niet normaal


In de Beurs van Berlage is een tentoonstelling geopend van kunstenaars die zich via hun werken afvragen wat er nu eigenlijk normaal is in deze samenleving. Het affiche met een foto van een van die werken, en beeldhouwwerk van Marc Quin, is door de NS geweigerd. Men vreest voor negatieve reacties van het publiek. Het station moet een prettige plek zijn om te verblijven, wordt er nog aan toegevoegd. Het beeld op de poster is een afgietsel van een bestaande persoon, de Britse stuntman Stuart Penn, die zijn linkerarm en rechterbeen mist.
De NS levert met deze weigering onbedoeld een bijdrage aan de inzet van de kunstenaars die het normale ter discussie stellen. En deze bijdrage is, zoals zo vaak bij bedrijven met een groot publiek, krampachtig en bekrompen. Het niet normale is taboe want het roept vervelende vragen op en het veroorzaakt ongemakkelijke gevoelens. Het normale, het feest der herkenning, is prettig, geruststellend en mag gezien en gehoord worden. Daarmee kan een bedrijf voor de dag komen.
Dit zijn redeneringen die raken aan het hart van de cultuurpolitieke waarde van het grondrecht van vrijheid van meningsuiting. Daarin gaat het er juist om dat het afwijkende beschermd wordt. Het gaat om tolerantie en dat is het toelaten van een uiting ondanks je afkeer van de inhoud of strekking. Die waarde wordt steeds weer ontkend wanneer op alle mogelijke gronden een afwijkend beeld of geluid uit de openbare ruimte wordt geweerd, of het nu kunst of politiek is.
De NS en andere instanties die op overeenkomstige gronden de uitingsvrijheid hebben geschonden zullen repliceren: wij hebben rekening te houden met het publiek, we willen neutraal zijn. In een museum mag er meer dan op de openbare weg of een station of op prime time op de televisie. Maar deugt die redenering wel? Kunnen publieke bedrijven de waarde van tolerantie aan hun laars lappen uit PR-overwegingen? Mogen zij hun klanten alleen maar in het normale bevestigen en hen de confrontatie met het niet normale onthouden?
De weigering van NS om juist dit beeld uit de openbare ruimte te weren heeft tot verontwaardigde reacties geleid bij organisaties die opkomen voor gehandicapten. Een van deze organisaties, tevens sponsor van de tentoonstelling, overweegt een klacht tegen de NS. Ik neem aan bij de reclamecodecommissie. Ik hoop dat ze doorzetten en dat dan bovenstaande vragen ook aan de orde zullen komen.

,

26 november 2009

Staat wil critici laten vervolgen


Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Ank Bijleveld (CDA) doet aangifte van het verspreiden van een folder waarin mensen worden opgeroepen hun burgerservicenummer op de arm te laten tatoeëren. Zij vindt de folder smakeloos, het tatoeëren van een nummer op de arm doet haar denken aan de Holocaust. Maar welke wet hebben de verspreiders van deze folder dan overtreden? Bijleveld is daar niet duidelijk over. De folder doet in opmaak en stijl denken aan de folders die de Rijksoverheid zelf verspreidt. Maar wie zal in hemelsnaam denken dat het Rijk zoiets verzonnen heeft? Dat zou toch buitengewoon ernstig zijn. Als de Nederlandse bevolking het normaal zou vinden dat het Rijk een Holocaust-procédé gaat toepassen, dan mag de Nederlandse overheid zich wel mens achter de oren krabben en de vraag stellen: waar zijn wij mee bezig?
De aangifte lijkt me eerder voort te komen uit een gebrek aan ontvankelijkheid voor kritiek. De initiatiefnemers van deze actie richten zich tegen het plan om alle vingerafdrukken die verzameld worden voor paspoorten onder te brengen in een centrale database waar ook politie en justitie toegang toe zouden krijgen. Ongetwijfeld onder allerlei voorwaarden. Maar het idee alleen al. Het heeft mij verbaasd hoe makkelijk onze volksvertegenwoordigers accoord zijn gegaan met de nieuwe paspoortwetgeving. De critici die nu op een originele manier ophef maken over deze dubieuze wetgeving verdienen alle steun. Denk er nog eens over na Ank, in plaats van meteen in de gordijnen te klimmen als mensen zich kritisch uiten over het beleid van de overheid.


,

21 november 2009

Waarom mogen we dat niet weten?


Gebrek aan openbaarheid kennen we uit de sfeer van defensie, de AIVD en het Koninklijk Huis. Tot ergernis van menig kamerlid. Des te schokkender is het daarom nu te lezen dat ook de Tweede Kamer de pers breidelt door informatie achter te houden. In NRC Handelsblad schrijven Maarten Bakker, parlementair verslaggever van de KRO en Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ, dat journalisten sinds begin dit jaar geen inzage meer krijgen in de ingekomen stukken van de Tweede Kamer. Daarbij moet je denken aan brieven, rapporten en nota's die vanuit de samenleving aan de Kamer worden verstuurd. En aan stukken van allerlei lobby-groepen die de kamerleden in hun standpuntbepaling proberen te beïnvloeden. Dat is toch informatie die voor journalisten in hun rol als rapporteur over het handelen van politici niet onbelangrijk is, zou je zeggen.
Waarom zou niet iedereen kennis mogen nemen van wat aan onze volksvertegenwoordigers wordt gestuurd met het oog op hun standpuntbepaling en wetgevende arbeid? Volgens Bakker en Bruning is privacy het argument om deze informatie buiten de openbaarheid te houden. Dat lijkt me een vreemd argument. Volksvertegenwoordigers zijn er voor de publieke zaak. Als je hen iets wilt laten weten doe je dat dus in principe in het openbaar. Voor privé-zaken zijn er andere instanties. Waar is de Kamer eigenlijk bang voor?
De maatregel lijkt nogal disproportioneel. In alle vertegenwoordigende lichamen zullen stukken aan de orde komen die geheim moeten blijven. Aanbestedingen bijvoorbeeld. Daar zijn aparte procedures voor. Dat begrijpt ook een journalist, al zal hij of zij alle mogelijkheden uit de WOB halen om er toch achter te komen waarover gesproken wordt. Maar alle ingekomen stukken? Terecht doet de journalistiek hier een beroep op de persvrijheid en de bepalingen in het Europeees Verdrag voor de Rechten van de Mens terzake. Hoogst opmerkelijk dat nog geen kamerlid hier vragen over heeft gesteld.
, ,

01 november 2009

PVV paranoia?


Dit is een van de reacties van Telegraaf-lezers op de kamervragen van de PVV over het liedje van Kinderen voor Kinderen "Baklava of rijstevla". Toen ik het bericht las en de filmpjes met Bosma en Van Roon zag (Steven de Vries, hartelijk dank) dacht ik eerst aan een geslaagde persiflage van Koot en Bie. Maar ze zijn serieus! Bosma: “Nederlanders worden op deze manier vernederd. Wij moeten het islamitisch imperialisme accepteren en ons er weerloos tegenover opstellen. Dat is constant de boodschap van de staatsomroep. Onlangs stelde ik Kamervragen aan de minister over een peuter-programma van Teleac waar kinderen door koning Koos wordt verteld dat op het Suikerfeest iedereen snoepgoed krijgt. Er was recent ook het programma Koekeloere, eveneens van Teleac, waarin werd uitgelegd hoe kinderen aan Ramadan moeten doen. De multiculturalisten kennen geen enkele schaamte meer. Het multiculturele geloof is in de samenleving op sterven na dood, maar op de publieke televisie is het (gesubsidieerd en wel) nog springlevend.”
Wat moeten we hieruit concluderen? Bas Heijne meent in de NRC dat de PVV blundert met deze kamervragen. Hij verwijst naar de reacties van Telegraaflezers die de vragen "massaal weghonen" (valt nogal mee, vind ik). Heijne suggereert dat Wilders onder de slechte invloed staat van zijn ultraconservatieve Amerikaanse geldschieters die hiermee hun eigen paranoia proberen te exporteren. De vraag wie Wilders betaalt verdient zeker verder onderzoek. Vrij Nederland heeft op dat punt al het nodige boven water gehaald.
Een minder aantrekkelijke conclusie dan Heijne's idee dat de PVV blundert is de mogelijkheid dat liberalen, intellectuelen, leden van andere partijen, toch niet goed weten wat er in de onderbuik van de samenleving speelt. Stel dat mensen die redenering van Bosma echt onderschrijven?
Ik hoop dat dat niet waar is en dat het er allemaal wat minder dreigend uitziet in Nederland. Laten we het er op houden dat de PVV, net als de christelijke partijen SGP en CU wat moeite heeft met de vrijheid van meningsuiting. Die partijen trekken ook regelmatig aan de bel als ze iets op tv hebben gezien dat niet in hun christelijke kraam past. Maar anders dan de PVV maken zij niet zo'n punt van het gebrek aan vrijheid van meningsuiting in Nederland. De PVV doet dat wel en blijkt nu (niet voor het eerst trouwens) door de mand te vallen. Met de PVV loopt de vrijheid van meningsuiting in dit land een groot gevaar. Laten we dat vooral niet vergeten.

,

05 oktober 2009

Defensie blijft geheimen koesteren


Het eerste slachtoffer in een oorlog is de waarheid. Na Srebrencia en Irak heeft het Nederlandse leger in Afghanistan opnieuw een doofpotaffaire. Argos berichtte zaterdag j.l. over de standrechtelijke executie van 11 Afghanen in het Nederlandse ISAF-gebied in 2002. En over de problemen om de waarheid rond deze gebeurtenis uit de begintijd van de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan boven water te krijgen. "De Tweede Kamer wordt niet geïnformeerd over het incident. De Marechaussee hoort getuigen op basis van onvolledige informatie. Rapportages worden tot staatsgeheim verklaard. Foto’s verdwijnen spoorloos uit de archieven. En anno 2009, ruim zeven jaar na dato, weigert Defensie nog steeds documenten vrij te geven die duidelijk kunnen maken, welke rol commando’s van het Nederlandse Korps Commando¬troepen (KCT) precies gespeeld hebben bij dit incident."
PvdA-kamerlid Heerts wil opheldering. Defensie zal zich zo goed mogelijk verdedigen. Als het nodig is zullen ze zich beroepen op het staatsgeheim. Een oorlog voeren en openheid verdragen zich niet. Maar ook als er geen oorlog is koestert Defensie geheimen. Hoe kan het parlement een goed besluit nemen over de inzet van troepen of het beëindigen van een operatie als we afhankelijk zijn van een organisatie met een doofpottencultuur die zich zo weinig gelegen laat liggen aan openbare verantwoording? Misschien kan de PvdA zich daar ook eens mee bezighouden. Het gaat hier niet om een incident.
Dit incident is dankzij vasthoudende journalistiek niet in de doofpot terechtgekomen. Onafhankelijke journalistiek is van onschatbare waarde in een democratie. Daar ligt nog een schone taak voor mediaminister Plasterk. Hij moet straks oordelen over de toekomst van de onafhankelijke en originele omroep Llink, die de steun heeft van het vereiste aantal leden, maar niet van een paar culturele adviesorganen. Teken dus de petitie voor het behoud van Llink.


,

19 september 2009

Een regent in Purmerend


Als je bij de Purmerendse Scholen Groep werkt moet je op je woorden passen. Deze week werd maatschappijlerares Tiny Kuiper van het Da Vinci College ontslagen omdat ze na verschillende waarschuwingen in Dagblad Waterland bleef publiceren over haar school. Haar collega's zijn een actie begonnen maar willen wel anoniem blijven omdat ze het lot van Kuiper vrezen. En dat lijkt niet onverstandig.
Vorig jaar kwam de PSG ook al in het nieuws omdat docente Deth van Gils een berisping kreeg vanwege haar bijdrage op een inspraakbijeenkomst van de gemeente. Loyaliteit aan de werkgever gaat volgens het PSG-bestuur boven het recht op vrijheid van meningsuiting. Van Gils uitte tijdens de gemeenteraadsvergadering kritiek op de campusvorming binnen de PSG en ging daarmee volgens directie en bestuur haar boekje te buiten.
Volgens Els Kroese, voorzitter dan het bestuur van de PSG wordt het recht op de vrijheid van meningsuiting beperkt door de plicht van medewerkers hun arbeidsovereenkomst te goeder trouw uit te voeren. Dat klopt als je he zo algemeen stelt, maar mag de werkgever dan eenzijdig bepalen tot hoever die plicht gaat? Ontslag lijkt hier een nogal overdreven maatregel. Er zijn kennelijk conflicten bij de PSG, maar het getuigt niet bepaald van behoorlijk bestuur als uitlatingen in de pers aangegrepen worden voor ontslag. Heeft de PSG overigens een klokkenluidersregeling? Dit soort kwesties maakt duidelijk dat een betere bescherming van de uitingsvrijheid van werknemers nog steeds niet goed geregeld is.
De leerlingen van het Da Vinci College krijgen sinds de zomer geen lessen maatschappijleer. Wel jammer nu er zich zo'n prachtige case voordoet in hun eigen omgeving.
,

13 september 2009

Sportbaasje duldt geen kritiek


De sportwereld zit vol met baasjes met grote ego's. Leo Beenhakker, zelf ook een baasje, kan er van meepraten. Het baasje van FC Utrecht heet Jan Willem van Dop, directeur. Als we HP/De Tijd mogen geloven heeft hij het ontslag van twee kritische correspondenten van het AD bewerkstelligd (een Utrechts kwaaltje?). En nu legt hij de laatste ook nog een stadionverbod op. In een brief schrijft de directie:

“De reden vloeit voort uit uw rol als clubreporter van het AD. Bepaalde artikelen van uw hand ondermijnen de positieve ontwikkeling van FC Utrecht en dragen niet bij aan de door ons noodzakelijk geachte saamhorigheid in alle geledingen. Zeker in deze nieuwe tijden hebben wij geen behoefte aan personen die, populair gezegd bezig zijn met ‘bommenleggen’”.

Hoe professioneel kan een profclub zijn? En wat te denken van het AD? De geplaagde correspondent, Ben ten Boden, heeft aangekondigd in beroep te gaan te gaan tegen het stadionverbod. Niet meer dan terecht. Ik hoop dat hij wint. Als voorbeeld voor collega-baasjes van Van Dop.
,

07 september 2009

AEL neemt Nederland de maat


De Arabisch-Europese Liga heeft het er vorige week bewust op aan laten komen dat de organisatie nu vervolgd wordt wegens belediging van joden. Woordvoerder Abdou Bouzerda heeft zijn omstreden cartoon inmiddels verwijderd. Waar het hem om te doen was heeft hij op zijn website en via de media duidelijk gemaakt. Hij wil gelijke behandeling. Tegenover een belediging van moslims (de deense cartoons op de website van Wilders) mag een belediging van joden (de suggestie dat ze de holocaust verzonnen hebben) staan. Het OM wilde niet vervolgen vanwege de Deense cartoons en had de AEL een schikking aangeboden: de zaak zou worden geseponeerd als de cartoon van de website zou worden gehaald. Aanvankelijk leek de AEL daarmee accoord te gaan, maar bij nader inzien besloot Bouzerda zijn cartoon te laten staan. Want: het was eigenlijk toch geen gelijke behandeling.
Een paar kanttekeningen bij deze affaire, die minstens zo interessant kan worden als het proces tegen Wilders. Gelijke behandeling is in zaken over de vrijheid van meningsuiting een uiterst gevoelig punt. Zo wordt nog wel eens het voorbeeld genoemd van de vrijspraak van ex-kamerlid Van Dijke en imam El Moumni wegens het beledigen van homo's omdat ze vanuit religieuze bevlogenheid zouden hebben gesproken. Wie die context niet kan laten zien zou op hun uitspraken bestraft zijn. Het principe 'gelijke monniken, gelijke kappen' kan in Nederland op veel aanhang rekenen. Dat hebben 'nieuwe' Nederlanders inmiddels goed begrepen. Sommigen zijn het beu om altijd overal de schuld van te krijgen. En dus is het niet zo gek dat de AEL Nederland toetst op gelijke behandeling van moslims en joden.
Maar helaas voor de AEL zijn de zaken niet vergelijkbaar. In elk geval volgens het OM. De Deense cartoons waren vooral omstreden vanwege de afbeelding van Mohammed. Ze beledigen mensen in hun geloofsbeleving. De suggestie dat de joden de holocaust hebben verzonnen is een rechtstreekse belediging van een bevolkingsgroep. Zoals de zaken er nu juridisch voor staan zou de tweede beledging dus meer kans maken op veroordeling dan de eerste, waar sprake is van indirecte belediging. Het is een nuance die Hirsch Ballin glad wil strijken door ook indirecte belediging strafbaar te stellen. Maar zo is de wet nu nog niet en zover zal het waarschijnlijk ook niet komen. Veel logischer is het, zoals de AEL zelf ook bepleit, beide soorten beledigingen onbestraft te laten en de ruimte te geven voor een onbelemmerd debat. De grote vraag is of de Nederlandse politici zich zo ruimdenkend zullen opstellen de komende tijd.

,

29 augustus 2009

Koningshuis krijgt geen regie over de media


Het koningshuis heeft van de rechter ten dele gelijk gekregen in de zaak tegen persbureau AP dat foto's van de skivakantie van WA en zijn familie had verkocht. De rechter vond dat in dit geval de privacy belangrijker was dan de persvrijheid. Maar de wens van de familie van Oranje en de RVD om voortaan zelf te kunnen bepalen wat nieuws is en wat niet is door de rechter niet gehonoreerd. Aan de reeks pogingen van de Oranjes om de pers te knevelen zal dan ook wel geen einde komen.
Het vonnis lijkt me voor de media niet ongunstig (zie ook het commentaar van de NRC van vandaag). Het is wel vreemd dat een paar onschuldige foto's van publieke figuren in een openbaar vakantiegebied niet gepubliceerd zouden mogen worden. Maar de gedachte dat de koning zelf de pers aan een lijntje kan houden met eenzijdige mediacodes is nu in elk geval van tafel. De pers kan zelf bepalen wat nieuws is en hooguit achteraf teruggeroepen worden in een specifiek geval als het de familie en de rechter te ver gaat. Daarmee staan de Oranjes dan op gelijke voet met andere 'celebrities'. Zij mogen, zoals de rechter het uitdrukt, niet vogelvrij verklaard worden in hun privé-leven, maar zij hebben niet de regie over hun 'media-exposure'.

,

19 augustus 2009

Ontslag ondanks goede uitoefening van de functie


De Gemeente Rotterdam en de Erasmus Universiteit hebben besloten hun medewerker Tariq Ramadan te ontslaan. Waarom eigenlijk? Ramadan leidt een discussieprogramma voor het Iraanse Presstv en volgens het persbericht vinden "beide Colleges deze indirecte relatie met dit repressieve regime, of zelfs de schijn daarmee geassocieerd te zijn, niet acceptabel. Zij zijn van oordeel dat professor Ramadan zich bij zijn besluit tot medewerking aan Press TV onvoldoende rekenschap heeft gegeven welke gevoelens dat in Rotterdam en daarbuiten kon oproepen."
Om welke gevoelens dat gaat wordt duidelijk als je de vele positieve reacties leest op de websites van diverse kranten (en zeker niet alleen de Telegraaf) . Ramadan heeft nooit gedeugd, hij was van begin af aan onbetrouwbaar, enzovoort. Opvallend is dat de werkgevers van Ramadan voor de uitoefening van zijn functies alle lof hebben. "De afgelopen tweeënhalf jaar heeft professor Ramadan op een goede manier invulling gegeven aan zijn beide functies in Rotterdam. Zijn inzet wordt door zijn vele toehoorders en gespreksgenoten als stimulerend ervaren. Beide Colleges willen daarom benadrukken dat de genomen beslissing niets te maken heeft met het functioneren van Tariq Ramadan in Rotterdam." Ramadan is ontslagen omdat hij geassociëerd wordt met een fout regiem. Ondanks het feit dat hij afstand heeft genomen van dat regiem. Hij heeft alleen niet de stap gezet om alle banden te doorbreken. De vraag is of je dat van hem mag verwachten, juist in zijn rol als intermediair tussen de moslimwereld en Europa.
Hij maakt geen propaganda voor het Iraanse regiem. Hij leidt een discussieprogramma. Hij overtreedt de wet niet en doet zijn werk goed. Het enige argument dat overblijft voor zijn ontslag is dat hij geen rekening heeft gehouden met 'gevoelens' van bepaalde Nederlanders. Dat is ook een opvatting van integratie: eerst respect voor ónze gevoelens en dan praten we verder, eerst een bewijs van loyaliteit aan ónze cultuur en dan kun je integreren. Ik vrees dat het zo niet gaat werken en dat met deze kwestie opnieuw een brug naar de islam is vernietigd. Het enige doel: herstel van de brug naar de PvdA- en CDA-kiezers. Dat GroenLinks daarin tuint stemt droef. Wat is het verschil tussen het Gemeentebestuur van Rotterdam en het bestuur van de EO dat Arie Boomsma schorste omdat hij schaars gekleed in een glossy stond uit vrees voor een bekrompen achterban? De EO is in zekere zin nog een private organisatie. De Gemeente behartigt het publieke belang, inclusief het grondrecht op vrijheid van meningsuiting. De overheid moet alle schijn vermijden dat iemand gestraft wordt voor uitingen die in de ogen van een deel van de bevolking onaanvaardbaar zijn. Dat is in dit geval helaas niet gebeurd.


,

16 augustus 2009

CDA suggereert beroepsverbod voor Tariq Ramadan


CDA-kamerleden Van Dijk en Sterk stellen, over de hoofden van hun lokale partijgenoten, kamervragen over de aanstelling van Tariq Ramadan als integratie-adviseur bij de Gemeente Rotterdam. Aanleiding: Ramadan presenteert een programma voor de engelstalige Iraanse (en anti-Israëlische, zeggen ze er nadrukkelijk bij) staatszender Presstv. Wat de ministers Plasterk en Van der Laan met deze vragen aan moeten is niet duidelijk. Het zijn vooral suggesties in de richting van de onhoudbaarheid van een functionaris waarover de regering geen enkele zeggenschap heeft. De kamerleden schrikken daarbij niet terug voor 'guilt by association' als gemeld wordt dat een Holocaustontkenner ook wel eens voor de zender Presstv is opgetreden. Zij vragen de ministers in te stemmen met de opvatting van het CDA dat deelname van Ramadan in zijn functie als 'bruggenbouwer' aan een programma niet passend is als daarin een vergelijking gemaakt wordt tussen de winst van rechts bij de Europese verkiezingen en de opkomst van de nazi's in de jaren dertig. Let wel: er staat nog niet eens dat Ramadan die mening heeft geuit. Dat was kennelijk iemand anders. Maar Ramadan was er bij en dat is wel verdacht volgens het CDA.
Deze tenenkrommende kamervragen zijn natuurlijk op de eerste plaats te zien als een openlijke knieval voor door Wilders opgeroepen anti-islamitische sentimenten. Ze tonen daarnaast ook de lage prioriteit die het CDA nog steeds geeft aan de vrijheid van meningsuiting. Een goede beurt maken voor het eigen kiezerspubliek gaat voor alles. Je kunt van Ramadan veel zeggen (elke gelovige heeft zo zijn beperkingen), maar niet dat hij de grenzen van de uitingsvrijheid heeft overschreden. En sinds wanneer is een anti-Israëlisch geluid verboden? Er is geen enkele reden om Ramadan enkel en alleen op basis van associaties voor te dragen voor een beroepsverbod. Integendeel, zou men kunnen zeggen: iemand die gezag heeft in de islamitische wereld én ook de westerse wereld goed kent is bij uitstek geschikt als bruggenbouwenr Het CDA lijkt er van uit te gaan dat je een brug kunt slaan door op de ene helft van de oever te blijven. Dan krijg je zoiets als de Pont d'Avignon, maar tot enige verbinding zal het nooit leiden. Is het CDA eigenlijk wel geïnteresseerd in bruggenbouwers?

,

23 juli 2009

Afluisteren mag niet, huiszoeking wel


Twee verschillende rechters hebben zich vanmiddag uitgesproken over de acties van de politie tegen de Telegraaf naar aanleiding van de publicatie van AIVD-informatie. De ene rechter verbiedt het afluisteren van de journalisten. Op dat punt krijgt de Telegraaf gelijk. De andere rechter heeft bepaald dat de huiszoeking bij een van de journalisten en het in beslag nemen van documenten, notities en computerdocumenten rechtmatig was omdat er mogelijk sprake was van staatsgeheimen.
Voor het afluisteren was de AIVD in 2006 ook al eens gecorrigeerd. Ook toen ging het om De Telegraaf die diverse artikelen publiceerde over het circuleren van staatsgeheimen in het criminele circuit rond Mink K. In hoger beroep oordeelde het hof dat het afluisteren weliswaar in bepaalde gevallen was toegestaan maar dat in dit geval de dienst veel te lang was doorgegaan met afluisteren. De vraag is wat de AIVD van deze zaak heeft geleerd nu opnieuw op grote schaal journalisten zijn afgeluisterd.
Interessanter is nog een opmerking in het nieuwsbericht over de huiszoekingszaak. "Na deze uitspraak kan worden onderzocht of het inderdaad om staatsgeheime informatie gaat. " Kennelijk is de huiszoeking ook rechtmatig bevonden zonder dat vooraf is vastgesteld of het echt wel om staatsgeheime informatie ging. Is dat niet een vrijbrief voor invallen waar en bij wie je maar wilt?
Zou de AIVD dat niet vantevoren moeten laten toetsen? Ze wisten toch wat er gelekt was. Had minister Ter Horst niet wat strenger moeten zijn? Ik hoop dat onze volksvertegenwoordigers naar aanleiding van deze zaak de minister nog eens aan de tand gaan voelen over haar afweging tussen het belang van de persvrijheid en de staatsveiligheid. Dat de AIVD geen boodschap heeft aan de persvrijheid weten we intussen. De kernvraag is hoeveel ruimte de geheime dienst krijgt van de politiek die uiteindelijk verantwoordelijk is.

,

19 juli 2009

EO belemmert uitingsvrijheid


EO-presentator Manuel Venderbos mag van zijn werkgever niet meevaren op een boot met homo's en lesbiennes tijdens de Gay Pride in Amsterdam. Eerder dit jaar schorste deze publieke omroep presentator Arie Boomsma omdat hij schaars gekleed te zien was in het blad Linda. Geen van beide presentatoren tekende protest aan tegen deze schending van de uitinsgvrijheid. Boomsma ging volledig door de knieën en is inmiddels weer in genade aangenomen.
Moeten we hier een punt van maken? Ik denk van wel. Het gaat om een publieke omroep die een van de meest belangrijke waarden van de belastingbetalende Nederlandse burgers dient te respecteren. Na alle commotie over het niet respecteren van de Balkenende-norm bij de beloning van presentatoren mag de EO ook wel eens herinnerd worden aan de normen die samenhangen met de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Zeker nu het publieke bestel zo 'open' is dat particuliere omroepen nauwelijks meer als zodanig herkenbaar zijn. Van de EO mag verwacht worden dat zich gedraagt als een publieke omroep, werkend in het algemeen belang.
De EO is recidivist op dit gebied. Twee jaar terug bv. bleek dat de omroep bewust geknipt had in een natuurprogramma van de BBC van David Attenborough. Zijn commentaar paste niet in het scheppingsverhaal dat de EO het Nederlandse publiek wil voorhouden. Dat er geknipt was werd natuurlijk niet vermeld. De EO verkoopt haar boodschap niet met open vizier.



,

09 juli 2009

De ChristenUnie wil slechte motieven en leugens bestraffen


De ChristenUnie heeft een wetsontwerp ingediend dat het ontkennen of bagatelliseren van genocide strafbaar stelt. Drie jaar geleden kwam het toenmalige kamerlid Huizinga al met een voorstel na overleg met het CIDI en de vereniging van Armeniërs in Nederland. Ondanks allerlei bezwaren en een negatief advies van de Raad van State heeft haar opvolger Voordewind (foto) nu toch het wetsontwerp ingediend. De ophef over de plan van de VVD om de vrijheid van meningsuiting te verruimen en de haastig gecorrigeerde mening van Rutte over de holocaustontkenning in dit verband lijken daarbij ook een rol te hebben gespeeld.
Voordewind wijst er op dat andere Europese landen een dergelijk verbod op het 'negationisme' al langer hebben. In Duitsland is de "Auschwitzlüge" strafbaar. In Frankrijk is de ontkenning van de Armeense genocide strafbaar. Het Europese Parlement heeft twee jaar geleden richtlijnen voor de bestrijding van racisme aanvaard waarin ook bepaald werd dat de ontkenning van genocide in de kontekst van racisme verboden moet worden. In Nederland is de ontkenning van de holocaust door de rechter in het verleden bestraft als zijnde discriminatie van een bevolkingsgroep. In de reacties op het voorstel van de ChristenUnie is er dan ook op gewezen dat een apart wetsartikel overbodig zou zijn.
De ChristenUnie vindt het echter noodzakelijk om nabestaanden van een genocide nog beter te beschermen tegen aanvallen van mensen die er op uit zijn hen te blijven achtervolgen door allerlei hatelijke en bedreigende uitingen. "Opzettelijke verdraaiing van de feiten, van het kwaad dat is aangedaan, is in feite een nieuwe aanslag, een trap na," schrijft Voordewind in de NRC.

Het klinkt misschien sympathiek maar toch hoop ik dat er geen meerderheid voor dit plan te vinden is. Allereerst legt Voordewind wel erg de nadruk op de motieven van de ontkenner. Eigenlijk gaat het hem daarom, niet om de uiting op zich, maar om het motief anderen te willen kwetsen. Dat komt erg dichtbij het bestraffen van kwade gedachten, erg christelijk inderdaad (god ziet alles), maar onwenselijk in een verlichte, seculiere samenleving.
Dan is er de aanname van het kwetsende karakter van de ontkenning van een historisch feit. Ik geloof graag dat mensen zich daardoor gekwetst kunnen voelen, maar dat blijft, hoe pijnlijk ook, toch een puur subjectief gegeven. Het weegt voor de een zwaarder dan voor de ander en er zijn mensen die het negationisme gewoon negeren. Dat maakt het, net als in andere gevallen waarbij men een kwetsende uiting wil verbieden, wel erg lastig om grenzen in de wet vast te stellen.
Maar de belangrijkste reden waarom het plan van de ChristenUnie moet worden afgewezen is dat hierdoor in de wet de grenzen van de beoefening van de geschiedenis worden vastgelegd. Wij moeten volgens de ChristenUnie per wet gaan bepalen wat waarheid is en wat leugen. Wie aan leugens vasthoudt moet worden bestraft. Dat is staatsgeschiedschrijving en daarvan hebben we in de geschiedenis hele slechte voorbeelden gezien, die ook de ChristenUnie niet zal willen volgen. De absurde consequentie van een door de staat gesanctioneerde geschiedschrijving is mooi verwoord door Bas Heijne. "In Turkije mag je volgens de wet de genocide niet erkennen, in Nederland en Frankrijk mag je hem volgens de wet binnenkort niet meer ontkennen." Dat schreef hij eind 2006 toen de weigering van enkele Turkse kandidaat-kamerleden van het CDA en de PvdA om de Armeense genocide te erkennen leidde tot hun verwijdering van de kieslijsten. En Ronald Plasterk, toen nog columnist van De Volkskrant, schreef: "Als we de Turken pas tot de EU toelaten als ze toestaan dat er vrijelijk over dit onderwerp wordt gediscussiëerd, dan is het toch te gek dat wij dat hier niet mogen." Het is te hopen dat Plasterk zijn huidige coalitiegenoot Voordewind nog eens wil uitleggen wat nu precies de bedoeling is van artikel 7 van onze grondwet.

,

17 juni 2009

Hoge Raad wijst poging tot muilkorven af


De demonstrant die na de Schipholbrand in 2005 met de poster "Reisbureau Rita: arrestatie - deportatie - crematie, adequaat tot het bittere einde" op tv kwam is tot in de hoogste rechtsinstantie achtervolgd. De Hoge Raad heeft gisteren het beroep in cassatie verworpen (LJN: BG7750, Hoge Raad , 07/12748). En dat is een belangrijk vonnis voor de vrijheid van meningsuiting. Het OM dat deze zaak na eerdere vrijspraak bij de politierechter en het hof niet wilde laten zitten was duidelijk uit op een beperking van de ruimte voor kritiek op gezagsdragers. Volgens justitie riep de poster het beeld op dat Verdonk bewust vreemdelingen liet deporteren en cremeren. Ook stelde het OM dat de poster associaties oproept met nazipraktijken.
De HR stelt vast dat de poster verwijst naar concrete feiten en gebeurtenissen en vindt dat de toonzetting van de poster duidelijk spottend en overdreven is. Het is kritiek op het beleid van de minister, scherpe kritiek, en volgens de rechtbank was het op het randje. Maar dat wil niet zeggen dat de staat hier een stokje voor kan steken. En dat is nu precies de essentie van de vrijheid van meningsuiting.
De Raad bevestigt dus terecht de uitspraak van het hof dat in dit geval de vrijheid van meningsuiting zwaarder weegt dan het smadelijke karakter van de poster. Hij noemt daarbij een aantal uitspraken van het Europese Hof in Straatsburg en oordeelt dat een beperking van de vrijheid van meningsuiting vanwege een 'dringende maatschappelijke noodzaak' hier niet aan de orde kan zijn. Ook is er geen sprake van een oproep tot geweld.
De vergelijking met het nazisme wordt ook afgewezen. De verdachte had eerder ontkend dat hij deze vergelijking wilde maken. Hij heeft duidelijk verwezen naar de Schipholbrand. Het gebruik van de termen 'deportatie' en 'crematie' legt ook niet onmiddellijk het verband met de jodenvervolging. Deze redenering roept wel de vraag hoe het oordeel zou zijn uitgevallen als de associatie met nazipraktijken wel erkend was. Zou er dan wel sprake zijn van een 'dringende maatschappelijke noodzaak' om de uitingsvrijheid te beperken? We zullen hier wellicht meer over horen als de zaak-W. tot een de Hoge Raad is uitgeprocedeerd.


,

14 juni 2009

De dood van een schilder


Premier Balkenende heeft een nieuw doofpotprobleem. Topambtenaren en de landsadvocaat zouden 'ernstig belastende' documenten hebben achtergehouden over de oorzaak van de brand in het Catshuis in 2004 waarbij een schilder om het leven kwam. Het TNO-rapport waarin staat dat de wandbekleding in het Catshuis een belangrijke oorzaak was van de snel om zich heen grijpende brand is achtergehouden waardoor de mogelijke aansprakelijkheid van de ministeries van Algemene Zaken en Vrom niet aan het licht kwam. Een verslag van een 'zeer gevoelig' overleg tussen de topambtenaren heeft volgens RTL, dat deze zaak vorige week onthulde, jarenlang in de kluis van de landsadvocaat gelegen. Het OM kreeg het rapport niet te zien. Het concentreerde zich alleen op het gebruik van thinner als oorzaak van de brand, kon niet bewijzen dat ambtenaren daarvan op de hoogte waren en wees daarom alleen het schildersbedrijf als medeschuldige aan.
De advocaat van de weduwe van de schilder spreekt nu terecht over frustratie van de rechtsgang en wil het rapport van de Rijksrecherche waarin de hele gang van zaken beschreven staat zien. Maar voorlopig is het rapport alleen ter inzage voor leden van de Tweede Kamer die er later deze maand een debat over zullen voeren.
Balkenende wast intussen zijn handen in onschuld. Hij wist van niets en staat voor de integriteit van zijn ambtenaren. Ze hadden het TNO-rapport misschien beter wel door kunnen sturen aan het OM, maar hij begrijpt dat ze dat niet gedaan hebben want het was nog 'onvoldragen'. Kan hij daarmee wegkomen?
Het is pijnlijk om te zien hoe politici wegkruipen in de Haagse kaasstolp als er verantwoording moet worden afgelegd. Dit is koren op de molen van de anti-politiek en tast het vertrouwen in de rechtsstaat voor de zoveelste keer aan. Blader eens door de 210 reacties op het Telegraaf-artikel over deze affaire. Wil JP echt door GW overtroeft worden bij de volgende verkiezingen?

28 mei 2009

Rutte neemt risico's voor de vrijheid van meningsuiting


De achtergrond en de context van het VVD-plan om enkele wettelijke beperkingen op de vrijheid van meningsuiting op te heffen zijn te troebel om er direct over te juichen. Inspelen op gevoelens van angst voor de islam, de PVV de pas af willen snijden: het zijn nogal doorzichtige, niet bepaald integere motieven, die de partij waarschijnlijk meer stemmen gaat kosten dan opleveren. De eerste reacties duiden er op dat Rutte de risico's van zijn voorstellen niet goed heeft ingeschat.

Maar het zou wel jammer zijn als de voorstellen van Atzo Nicolaï los van deze politieke context niet op hun inhoud in breder verband bediscussiëerd kunnen worden. Bij de analyse van de problematiek kunnen vraagtekens gezet worden. Nieuwkomers krijgen min of meer de schuld van het gevoel van sommige mensen dat ze niets meer kunnen zeggen. Dat gevoel wordt helaas ook niet ter discussie gesteld. Komt dit gevoel voort uit oprechte bezorgdheid over de vrijheid van meningsuiting of is het een gevolg van hardnekkige xenofobie en etnocentrisme? Bij de PVV denk ik, gezien de kromme redeneringen van Wilders die rechten voor zichzelf opeist die hij anderen niet wil geven, toch meer aan het laatste.
Anerzijds heeft Nicolaï gelijk dat de samenleving niet is geholpen met het onder het tapijt schuiven van matschappelijke tegenstellingen. Zo lang het bij woorden blijft moet de staat zich in elk geval op afstand houden. De staat beschermt de minderheden tegen daadwerkelijke discriminatie. Maar ook tegen onheuse bejegeningen, belediging en onfatsoen, zoals PvdA-kamerlid Heerts wil? Dan ben ik het meer eens met Nicolaï als hij schrijft: "Respect en fatsoen zijn van het grootste belang in een open samenleving. Juist wanneer daarin tegenstellingen en onbegrip toenemen. Dit is echter niet bij wet af te dwingen. De staat is ook niet de instantie die invulling dient te geven aan wat respectvol of fatsoenlijk is."
In diezelfde lijn moeten we ook oordelen over de wenselijkheid van een strafrechtelijk verbod op ontkenning van genocide en de holocaust. De staat is niet de instantie die uitsluitsel kan geven over de waarheid. De rechter is niet degene die het (on)gelijk van iemand mag vaststellen. De ontkenning van de holocaust is ooit bestraft, maar niet vanwege de ontkenning, maar vanwege het beledigende karakter van de uitspraak en de context waarin deze werd gedaan. Dat was de intepretatie van de rechter van het verbod op groepsbelediging.
De VVD stelt nu alle artikelen die hierop betrekking hebben alsmede het verbod op godslastering ter discussie. Ze keert zich tegen het plan van Hirsch Ballin om het verbod op groepsbelediging zodanig uit te breiden dat het oude verbod op godslastering er min of meer onder valt. Ook de PvdA lijkt daar tegen te zijn. Verder wil de VVD af van het verbod op discriminatie (in woorden) en haatzaaien, maar -terecht- niet van het verbod om aan te zetten tot geweld of met geweld te dreigen als iemands mening je niet bevalt. Want daarmee wordt een vrij publiek debat onmogelijk gemaakt. Bedreiging van de vrijheid van meningsuiting zou zelfs zwaarder gestraft moeten worden volgens de VVD.
Ter discussie staat wat mij betreft in hoeverre haatzaaiende uitingen geweld kunnen uitlokken. Als dat het geval is zou de strafbaarheid te verdedigen zijn. Ook systematisch haatzaaien kan het effect hebben dat mensen worden uitgesloten en niet durven deelnemen aan het debat.
Maar is een open en onbevangen discussie over deze voorstellen nog mogelijk in dit hyperige, hijgerige politieke klimaat?

24 mei 2009

De dwaalwegen van een rechtsgeleerde


Rechtsgeleerde Ellian lijkt de weg kwijt te zijn. In zijn column in de NRC verheugt hij zich op een proces tegen de "fascistische" ideologie van de Koran. En dan bedoelt hij het proces tegen Wilders. "Tijdens dit proces moet naar voren komen of de Koran te vergelijken valt met Mein Kampf en of de islam een fascistische verschijning kent."Dat lijkt me onwaarschijnlijk. De rechter gaat natuurlijk geen uitspraak doen over het waarheidsgehalte van de vergelijking tussen de islam en het nazisme. Het gaat om het al dan niet beledigende karakter van deze vergelijking. Dat lijkt mij overigens moeilijk aan te tonen, maar het is wel iets anders dan de vraag of Wilders gelijk heeft. Het kan dus niet uitlopen op een proces waarin de Koran publiekelijk veroordeeld wordt. En dat is maar goed ook. Rechters gaan hier gelukkig niet over het waarheidsgehalte van ideologieën. Dat zou de fundamenten van de vrijheid van denken en meningsuiting ondergraven. Ellian en Wilders mogen over de Koran hun mening uiten, ze kunnen die mening niet door een rechterlijk vonnis laten bekrachtigen.

24 april 2009

Beroepsverboden vanwege omstreden uitingen


Tot twee maal toe hebben volksvertegenwoordigers deze maand een vergeefse poging tot broodroof gedaan. De Tweede Kamer wilde een geestelijk raadsman ontslaan en Rotterdamse raadsleden probeerden een adviseur kwijt te raken.
Wat hadden zij misdaan? Strafrechtelijk was er niets op beide heren aan te merken. Maar ze hadden beiden volgens de geachte afgevaardigden foute standpunten. Is dat voldoende om hen hun baan te ontnemen? Ik denk dat er meer aan de hand is.
Raadsman Ali Eddaoudi werd gered door een kamermeerderheid van één stem tegen een motie van de VVD die zijn ontslag eiste. In Rotterdam stapte de VVD uit het het college omdat Tariq Ramadan aan mocht blijven als adviseur van de gemeente voor integratiekwesties. In de raad stemde de VVD aanvankelijk wel voor het in dienst houden van Ramadan. Maar later bedacht men zich. Vermoedelijk heeft landelijk ingrijpen de aanzet gegeven tot een draai van de liberalen. Hoe dichter de verkiezingen naderen, hoe gevoeliger de VVD zich toont voor alles wat met de islam te maken nu de PVV haar dreigt te overvleugelen. Het heeft alle kenmerken van selectieve verontwaardiging. Nog geen jaar nadat de VVD een van haar fractiekamers in de Haag opofferde voor een tentoonstelling over de vrijheid van meningsuiting, blijkt de uitingsvrijheid heel wat minder waard als er zetels op het spel staan.
Bij de PvdA wijkt de vrijheid van meningsuiting overigens even gemakkelijk voor politiek opportunisme. Dat zagen we vorige week in Utrecht, maar nu ook weer in Rotterdam naar aanleiding van de affaire-Ramadan. Raadslid Marco Heijmen verwijderde eigenhandig een weblog van zijn eigen collega Matthijs van Muijen, die twijfels over deze zaak noteerde.
Het belang van de vrijheid van meningsuiting voor de democratie lijkt uitgerekend in verkiezingstijd ondergeschikt te raken aan partijbelangen. Is het een wonder dat het vertrouwen in de politiek daalt?

,

16 april 2009

Sorry, dat ik probeerde te censureren....


Burgemeester Wolfsen heeft een 'harde les' geleerd deze week, toen hij probeerde een publicatie in een huis-aan-huis blad te voorkomen. Hij meende dat een artikel over zijn verhuiskosten onjuist was en zijn integriteit aantastte. In Nova vertelde hij vanavond dat hij ingezien heeft dat je in dit soort zaken bij twijfel beter kunt afzien van contacten met de pers. Eerder vandaag ging hij 'diep door het stof' in de gemeenteraad, waar hij zijn excuses heeft aangeboden. Een meerderheid van de raad nam daar genoegen mee en vond dat de zaak gesloten kon worden onder het uitroepen van de befaamde leus 'eens maar nooit weer'. De oppositie (GroenLinks, D66, Leefbaar Utrecht en SP) vond dat wat al te gemakkelijk en eiste een nader onderzoek hoe dit allemaal nu zo heeft kunnen lopen.
Jammer genoeg komt dat onderzoek er nu niet. Dus wat er precies gebeurd is zal nooit onafhankelijk kunnen worden vastgesteld. Incident gesloten. Op naar het volgende incident? Het feit dat Wolfsen als een ouderwetse magistraat uit de tijd van Swiebertje met zijn perschef als Bromsnor achter dat 'verdomde journaille' heeft aangezeten getuigt van een bedenkelijke bestuurlijke mentaliteit. Nog afgezien van de naïviteit over de kansen op succes van een poging om de pers te breidelen in dit internettijdperk. Het hele verhaal, dat dankzij de welwillende medewerking van de aan de Telegraaf geliëerde uitgever niet werd gepubliceerd, stond nog voordat het verspreid had kunnen worden integraal op internet. Hoe is het mogelijk dat een burgemeester van een grote stad, ex-kamerlid, jurist, deze fout heeft gemaakt? Dat lijkt me toch wel een nader onderzoek waard. Al was het maar om als de hype over is op een lateer tijdstip nog eens terug te kunnen komen op de bestuurlijke cultuur waarbinnen dit kennelijk acceptabel werd geacht.
Misschien komt er nog wel een ander onderzoek. De journalistenvakbond NVJ beraadt zich over juridische stappen tegen de uitgever die wel gevoelig bleek voor de argumenten van de burgemeester en vervolgens zonder de hoofdredacteur daarin te kennen de hele oplage heeft laten vernietigen. Volgens de NVJ kan dat niet. De hoofdredacteur is verantwoordelijk voor de inhoud en niet de uitgever. Als de NVJ er in slaagt er een zaak van te maken horen we misschien nog eens echt wat er nu precies is gezegd door Wolfsen en zijn perschef tegen de journalist, de hoofdredacteur en de uitgever.

,

23 maart 2009

Beatrix regeert in het geheim


Reporter berichtte gisteren over de invloed die Beatrix uitoefent op beslissingen van ministers. Zonder dat daar iets van naar buiten mag komen. Dienaren van de kroon worden ministers ook wel genoemd en zo gedroegen Bot, Kooijmans, Koning, Alders en anderen zich dan ook: heel voorzichtig manoeuvrerend, met veel ontzag en onderdanig aan het staatshoofd. Wat een treurige vertoning voor een moderne, 21ste eeuwse democratie.
Iedereen, vice-president Bos voorop, bezweert nu dat het staatsrechtelijk allemaal in orde is. Het niet gekozen staatshoofd mag de ministers adviseren. Maar zij is zoals dat heet onschendbaar, dus alles wat zij zegt moet geheim blijven. Uiteindelijk zijn de ministers zelf verantwoordelijk. Het zal allemaal wel, maar het is toch wel gek dat niemand daar vragen bij stelt.
De minister moet zijn besluitvorming kunnen verantwoorden tegenover de volksvertegenwoordiging. Maar de geheime adviezen van de koningin, en wat hij daarmee gedaan heeft, moet hij noodgedwongen weglaten uit zijn verhaal. Is dat de transparantie in het besluitvormingproces waar iedereen zo de mond vol van heeft? De Tweede Kamer heeft zich nogal hard gemaakt voor volledig inzicht in het besluitvormingsproces dat heeft geleid tot steun aan de Irak-oorlog. Waarom vindt men dat zo belangrijk? Kan onze volksvertegenwoordiging niet accepteren dat er ook geheime stukjes zitten in zo'n proces? Waarom op dit punt niet en waarom wel als dat geheime stukje bestaat uit gesprekken met Beatrix? Waarom blijft een meerderheid van de Nederlandse politici zo inconsequent ondemocratisch denken als het om het koningshuis gaat?
In de documentaire van Reporter werd nog een interessante opmerking gemaakt. Beatrix maakt van al haar gesprekken met ministers en andere autoriteiten uitvoerige aantekeningen. Volgens Bram Peper worden die uitgewerkt en enkele heren spraken dan ook de vrees uit dat ze er later mee geconfronteerd zouden kunnen worden. Ik ben wel benieuwd wat er met al die verslagen gebeurt. Ze zullen toch niet achter slot en grendel bewaard worden in het privé-archief van het Koninklijk Huis, zoals met al die correspondentie over de Hofmans affaire is gebeurd. Feitelijk zouden ze net als bv. de notulen van de ministerraad na zoveel jaar openbaar gemaakt moeten worden. Het gaat toch om staatsaangelegenheden. En die horen uiteindelijk in het Nationaal Archief te komen.


,

10 maart 2009

Tegenslag voor Hirsch Ballin


De Hoge Raad heeft vandaag iemand vrijgesproken die de islam beledigd heeft. Het nieuws haalde zelfs het Journaal omdat dit vonnis de kans op veroordeling van Wilders kleiner zou maken. De uitspraak van de Hoge Raad is echter ook interessant omdat de motivering van de rechters de plannen van Hirsch Ballin onderuit haalt om het verbod op groepsbelediging in het Wetboek van Strafrecht aan te passen. Die aanpassing moet er uit bestaan dat ook de belediging van een groep mensen via een gezamenlijke eigenschap, indirect dus, expliciet strafbaar wordt gesteld. Hirsch Ballin verdedigde begin november vorig jaar dit plan in de Kamer en sprak van een verduidelijking van het wetsartikel die beslist niet moest worden opgevat als een uitbreiding (en dus inperking van de vrijheid van meningsuiting). Hij leek toen een meerderheid in de Kamer achter zich te krijgen.
Het vonnis van de Hoge Raad van vandaag geeft aan dat het huidige artikel 137c niet slaat op belediging van het geloof. Ik citeer uit het persbericht: "Dit artikel stelt niet strafbaar het zich beledigend uitlaten over een godsdienst, ook niet als dat gebeurt op zo’n manier dat de aanhangers van die godsdienst daardoor in hun godsdienstige gevoelens worden gekrenkt. Deze wetsbepaling moet volgens de wetsgeschiedenis beperkt worden uitgelegd. De uitlating moet onmiskenbaar betrekking hebben op een bepaalde groep mensen die zich door hun godsdienst onderscheiden van anderen. De enkele omstandigheid dat grievende uitlatingen over een godsdienst ook de aanhangers krenken is niet voldoende om van beleding van een groep mensen wegens hun godsdienst te spreken.Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte zich met zijn poster met daarop de tekst “Stop het gezwel dat Islam heet” onnodig grievend heeft uitgelaten over de Islam. Het hof heeft daaraan de gevolgtrekking verbonden dat “gezien de verbondenheid tussen de Islam en haar gelovigen” deze uitlating reeds daardoor ook beledigend is voor “die groep mensen die de Islam belijden”. Het hof heeft daarmee een te ruime uitleg gegeven aan de in art. 137c, eerste lid, Sr voorkomende uitdrukking “een groep mensen wegens hun godsdienst”. Daarom heeft de Hoge Raad de uitspraak van het hof vernietigd en de verdachte van het hem tenlastegelegde vrijgesproken."
Grievende uitlatingen over een godsdienst zijn niet voldoende om iemand te veroordelen voor het beledigen van de bevolkingsgroep die die godsdienst aanhangt. Dat kan toch niet anders geïnterpreteerd worden dan dat de indirecte weg van de groepsbelediging niet in het bestaande artikel is opgesloten en dat een aanpassing die die indirecte weg wel expliciet noemt een uitbreiding van de strafbaarheid is, een inperking van de vrijheid van meningsuiting, en niet een verduidelijking van het wetsartikel.
Het plan van de minister om gelovigen op die manier toch nog een extra bescherming te bieden tegen krenkende uitingen na de afschaffing van het verbod op godslastering lijkt tot mislukken gedoemd. En dat is maar goed ook. Aanzetten tot discriminatie, haat en geweld tegen een bevolkingsgroep, waarvoor Wilders ook vervolgd wordt trouwens, kan een reden zijn om de vrijheid van meningsuiting te beperken. Dan gaat het immers niet meer over zomaar een mening maar over een aanval op mensen, op hun bestaan, hun gelijkwaardigheid. Het krenken van andersdenkenden vanwege hun gedachten, hun boeken of hun symbolen is van een heel andere orde. Dat is onfatsoenlijk en storend voor de goede verhoudingen in de maatschappij, maar zoiets moeten mensen onderling kunnen oplossen, daar heeft de strafrechter geen rol.

,

28 februari 2009

Twintig jaar geleden


Het is deze maand twintig jaar geleden dat in Nederland voor het eerst moslims de straat op gingen. Aanleiding was het boek Satanic Verses van Salman Rushdie. In het boek zijn delen van de Koran met figuren als Mohammed en de engel Gabriël herkenbaar verweven. De beschrijving van Allah en het losbandige leven van de figuur Mohammed waren aanleiding voor grote protestdemonstraties in India, Pakistan, Egypte en andere islamitische landen. Op 14 februari 1989 sprak de Iraanse geestelijk leider Khomeiny de 'fatwa' over Rushdie uit, feitelijk een ter dood veroordeling. Rushdie moest onderduiken en hield zich verborgen totdat in 1998 president Khatami de fatwa herriep.
In Den Haag demonstreerden op 4 maart 1989 vijfduizend moslims. Ze riepen: "Dood aan Rushdie."Boekhandels die Satanic Verses (toen nog niet vertaald) in de etalage hadden liggen werden bedreigd. De Bijenkorf stopte met de verkoop van het boek. Ironisch genoeg had de boekhandel voor de aanstaande boekenweek een publicatie op stapel staan over Verboden Boeken. Satanic Verses kon er nog net in worden vermeld. Dat boek werd natuurlijk goed verkocht. Een aantal schrijvers weigerde later in de Boekenweek bij de Bijenkorf te signeren.

In de Tweede Kamer was er niet alleen commotie over de bedreigende leuzen van de moslims, maar ook over een 'onderzoek' dat minister Korthals Altes van Justitie liet doen naar het mogelijk godslasterlijke karakter van het boek. De term 'onderzoek' viel helemaal verkeerd bij een aantal kamerleden. Daarmee suggereerde de minister toch dat er mogelijk sprake was van strafbaarheid. Alleen al die suggestie ging de kamerleden in het licht van alle commotie van islamitische zijde veel te ver. De minister corrigeerde snel en sprak daarna van een 'analyse'. De uitkomst van de 'analyse' was, geheel conform de wens van de SGP-fractie, dat Rushdie's boek geen smalende godslastering kon bevatten omdat de wetgever alleen belastering van de christelijke god strafbaar had willen stellen. Een discutabel standpunt omdat er bij het aannemen van de wet in 1932 uitdrukkelijk was gesteld dat het artikel 147 Wetboek van Strafrecht zou slaan op 'ieder Godsbegrip dat in ons volk leeft'. Toen bedoelde men natuurlijk de god van de verschillende christelijke confessies, maar als je het letterlijk neemt dan moet je concluderen dat, in elk geval in 1989, ook belastering van Allah strafbaar had moeten zijn. Dat was ook de conclusie van de katholieke bisschop Bomers die vond dat de wet dan maar veranderd moest worden. Ook een belediging van Mohammed zou volgens hem strafbaar gemaakt moeten worden.

Voor GroenLinks had de affaire Rushdie nog een vervelend staartje toen enkele jaren later Mohammed Rabbae als duo-lijsttrekker was gekozen voor de kamerverkiezingen van 1994. In NRC Handelsblad verklaarde hij dat hij moeite had gehad met Rushdie's boek en dat de islam voor hem persoonlijk erg belangrijk was. Deze uitspraken veroorzaken enige onrust in de partij, enige tientallen leden zeggen hun lidmaatschap op. Rabbae stuurde een brief met uit leg aan alle leden. Daarin schreef hij onder meer dat hij, toen in 1989 de spanningen in de moslimgemeenschap rond de publikatie van Rusdies boek hoog opliepen, hij, om een escalatie te voorkomen, de moslimgemeenschap gewezen had op de mogelijkheid naar de rechter te stappen. Hij deed dat toen als directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders. Als politicus zou hij dat advies niet geven, zei hij later in NRC/Handelsblad. "De Rushdie-affaire heeft in Nederland geleerd dat je sterker staat als je het debat aangaat dan dat je het boek verbiedt". Verder verklaarde hij dat zijn opmerking over zijn geloof "natuurlijk niet betekent dat ik één van mijn inspiratiebronnen, de Islam, boven het partijprogramma stel. Ik ben, net als alle andere kandidaten van GroenLinks, gebonden aan het partijprogramma en onderschrijf dat".

Geloof en politiek, het blijft een spannende combinatie. Inmiddels is er een meerderheid in de Tweede Kamer die het strafrechtelijk verbod op godslastering helemaal wil opheffen. De commotie onder moslims en andere gelovigen over het kwetsen van religieuze gevoelens is echter allerminst verstomd.

,