29 april 2014

Nieuwe poging om klokkenluiders te beschermen

De Gemeente Rotterdam heeft een eerder ontslagen klokkenluider weer in dienst genomen. Er moest wel eerst een kort geding en vervolgens een bezwaarschriftencommissie aan te pas komen. Maar nu geeft wethouder  Moti (PvdA) toe dat door de uitspraken van de voorzieningenrechter en de bezwaarschriftencommissie de jurisprudentie veranderd is ten aanzien van klokkenluiders. Er kan nu geen sprake meer zijn van automatisch ontslag voor een klokkenluider. De ambtenaar in kwestie had misstanden bij een moskee-internaat aan de kaak gesteld nadat hij de zaak intern tevergeefs had aangekaart.

Meestal loopt het met klokkenluiders minder goed af. In het jaarverslag van het Adviespunt Klokkenluiders staat: "Drie op de vier klokkenluiders heeft negatieve gevolgen ondervonden als gevolg van zijn melding. Dat zeggen klokkenluiders die het afgelopen jaar een misstand aan de kaak hebben gesteld en in contact stonden met het adviespunt. Angst voor baanverlies vormde voor veel klokkenluiders bovendien een belangrijke reden om ofwel lang te wachten een misstand aan te kaarten ofwel uiteindelijk geen melding te doen. Onder negatieve gevolgen wordt onder meer verstaan: pesten, buiten sluiten, het moeten ziekmelden, overplaatsing, demotie, het niet verlengen van een contract of ontslag." De geschiedenis van de NZa medewerker Gotlieb heeft deze problemen van klokkenluiders opnieuw op pijnlijke wijze aan het licht gebracht.

20 april 2014

Een dubieuze uitspraak

Waarom heeft de Hoge Raad pedofielenvereniging Martijn verboden? Niet omdat het pedofielen zijn, zoals velen misschien graag willen horen. Het gaat vooral om de aanvaardbaarheid van het streven van pedofielen om seksueel contact met minderjarigen te hebben. Het uitdragen van het idee dat hiertegen geen bezwaren zouden mogen bestaan wordt opgevat als een ernstige inbreuk op "de algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel. Het streven van de vereniging is dat haar leden seksueel contact met kinderen kunnen hebben. De vereniging verheerlijkt dat seksuele contact en stelt het voor als iets dat normaal en acceptabel is of zou moeten zijn. Aldus wordt een ernstige inbreuk gemaakt op de fundamentele waarden binnen onze samenleving. De vereniging tast de rechten van kinderen aan door een subcultuur te creëren, of aan het bestaan daarvan bij te dragen, waarbinnen seksuele handelingen tussen volwassenen en kinderen als normaal en acceptabel gelden. De bescherming van de seksuele integriteit van kinderen is onmiskenbaar een van de meest wezenlijke beginselen van onze rechtsorde." In deze termen is het verbod van de vereniging door de rechtbank in Assen in 2012 verwoord (hier geciteerd uit de HR uitspraak).


01 april 2014

Racisme en vrijheid van meningsuiting

Met zijn uitspraken over Marokkanen op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen heeft Geert Wilders weer de aandacht op zich weten te vestigen. Terwijl hij in die verkiezingen zelf nauwelijks een rol speelde. Zijn uitspraken leidden tot nog grotere commotie dan bij eerdere provocaties. Een kans voor enkele van zijn mensen om zich aan zijn dictatoriaal leiderschap te ontworstelen. En, ook nieuw, een aanleiding voor premier Rutte om nu eindelijk eens afstand te nemen van zijn grootste concurrent. Hij zocht zelf het Jeugdjournaal op om kinderen gerust te stellen dat ze niet het land uit zouden worden gezet.


23 maart 2014

China schermt demonstratie op de Dam af

De president van China Xi Jinping is op staatsbezoek in Nederland. Hij is ontvangen door koning Willem-Alexander en premier Rutte. Er is ook een bijeenkomst voor het bedrijfsleven. De president heeft tweehonderd Chinese zakenlieden meegenomen om met Nederland en andere Europese landen economische betrekkingen aan te halen. Dat lijkt dan ook het voornaamste doel van dit bezoek.


16 maart 2014

Beperkte openbaarheid in geldzaken

De Volkskrant kreeg deze week geen gelijk in een Wob-zaak tegen De Nederlandse Bank. De krant had twee verslagen willen zien over het handelen van DNB bij de nationalisatie van de ABNAmro bank en Fortis Nederland. Volgens de rechter is hier de Wet op het financieel toezicht van toepassing. Die wet bepaalt 'strikte geheimhouding' van gegevens die gaan over financieel toezicht. Dus hoe De Nederlandse Bank toezicht houdt op een miljardendeal mag op geen enkele wijze naar buiten komen. Is dat toezicht dan uiteindelijk geen algemeen belang. Namens ons, burgers?


07 maart 2014

Klokkenluiders in de beklaagdenbank

Undercoverjournalist Alberto Stegeman is uiteindelijk toch nog veroordeeld voor het vervalsen van een pas waarmee hij kon aantonen dat er gaten zaten in de beveiliging op Schiphol. De zaak dateert uit 2008. Hij werd eerst veroordeeld, maar in beroep vrijgesproken. Vorig jaar beval de Hoge Raad dat het proces over moest omdat de journalist het bewijs ook zonder het vervalsen van een pas had kunnen leveren. Stegeman zei toen in een reactie dat hij juist wilde aantonen dat het gemakkelijk is om met een valse pas binnen te komen. "Ik was toevallig een journalist, voor hetzelfde geld was het een activist of een terrorist geweest." Kennelijk was de rechtbank die de zaak opnieuw heeft onderzocht niet gevoelig voor dat argument. Stegeman kreeg 1000 euro voorwaardelijk. Een pas vervalsen is een misdaad, ook als je daarmee een misstand aan het licht brengt die grote schade kan opleveren voor veel mensen.


30 januari 2014

Het gelijk van Snowden

Vorige week beantwoordde klokkenluider Edward Snowden vanuit zijn schuilplaats in Rusland via Twitter vragen over de betekenis van zijn onthullingen en over zijn eigen positie. Wat ziet hij nu als de grootste schade van de mass surveillance die hij aan het licht heeft gebracht? Snowden noemt twee negatieve effecten van de ongebreidelde spionage van de Amerikaanse NSA en andere inlichtingendiensten.


15 januari 2014

Verzekeren tegen imagoschade

De Nederlandse verzekeraar Achmea overweegt het voorbeeld te volgen van het Frans/Belgische Axa dat bedrijven en particulieren tegen betaling van 8 tot 12 euro per maand hulp biedt als hun naam op het internet door het slijk wordt gehaald (Volkskrant 10 januari 2014). De 'e-protection' vergoedt de kosten van juridische bijstand bij perikelen online en de eventuele inschakeling van specialisten in reputatie- management. 'Deze experts kunnen beledigingen of schadelijke uitlatingen niet helemaal van internet halen, maar er wel voor zorgen dat ze bij zoekopdrachten automatisch ver achter in de resultaten belanden, die zelden door internetters worden bekeken', aldus een zegsman van Axa. Een mogelijkheid is ook het internet te overladen met positieve berichtgeving over een bedrijf met reputatieproblemen.


21 december 2013

Asscher discrimineert

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken heeft een experiment aangekondigd met een "participatieverklaring" voor immigranten. In een aantal gemeenten zal aan de nieuwkomers gevraagd worden een verklaring te ondertekenen waarin zij gewezen worden op hun rechten en plichten en de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving. Ondertekening kan niet worden verplicht maar wordt wel gestimuleerd. "Met het ondertekenen van een participatieverklaring tonen nieuwkomers hun betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving en hun bereidheid om daar actief aan bij te dragen," schrijft de minister in de Kamerbrief. Hij ziet het als "bekrachtiging van een moreel appèl en als een positieve prikkel om nieuwkomers te verleiden tot, en te informeren over, intensieve deelname aan onze maatschappij."


12 december 2013

Ontvangstvrijheid is ook een mensenrecht

In de Volkskrant van woensdag 11 december schreef de Leidse rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema over zijns inziens doorgeschoten mensenrechten. Als voorbeeld noemt hij satellietschotels. Hij lijkt niet te begrijpen waarom het hier gaat. Niet om die dingen zelf natuurlijk. Het gaat wel om het recht in vrijheid ‘inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen en ongeacht de vorm’ Zo staat het in artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in artikel 10 van het Europese Verdrag (EVRM). De ‘ontvangstvrijheid’ is dus een fundamenteel recht dat overheden, maar ook andere instanties, er van moet weerhouden zich te mengen in de ontvangst van en toegang tot informatie van burgers. Bijvoorbeeld door een verbod op het gebruik van satellietschotels.Een verbod dat door sommigen wordt bepleit ten nadele van vooral oudere immigranten die de Turkse of de Marokkaanse televisiestations willen blijven zien. Een dergelijk verbod heeft in de afgelopen jaren herhaaldelijk tot conflicten met rechtszaken geleid.

Anders dan in de Nederlandse Grondwet is in het EVRM in navolging van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan het recht van vrije expressie, de vrije meningsuiting, ook het recht op vrije ontvangst van inlichtingen gekoppeld. Informatievrijheid is de overkoepelende term. Ook de vrije nieuwsgaring van journalisten valt daaronder. Op grond van dit recht kan een huurder in het geweer komen als een huiseigenaar of woningbouwvereniging het aanbrengen van een schotelantenne op het huis verbiedt. Zie bijvoorbeeld dit vonnis. Maar als een alternatief kanaal, zoals internet, ook toegang kan leveren tot de televisiezenders waarvoor men de schotelantenne wil gebruiken kan de rechter bezwaren van de huiseigenaar tegen bijvoorbeeld aantasting van het uiterlijk van zijn bezit ook zwaarder laten wegen. Dat blijkt uit dit vonnis. Maar uit alle reacties op Engelfriet's blogbijdrage over dit onderwerp blijkt wel dat er ook in 2013 nog geen sprake kan zijn van een vanzelfsprekende vervanging van de schotelantenne door het internet. En zo lang dat niet het geval is zal de schotelantenne voor het realiseren van de ontvangstvrijheid voor velen toch het enige middel zijn.

Kortom, het middel zelf is geen mensenrecht. Maar het dient wel een belangrijk doel dat deel uitmaakt van een fundamenteel mensenrecht. Zo moeilijk hoeft dat toch niet te zijn voor een rechtsfilosoof.






27 november 2013

Nieuwe poging om godslastering strafbaar te houden

De Eerste Kamer behandelde gisteren het wetsontwerp dat het verbod op godslastering uit de strafwet moet halen. Het was een initiatief van de Kamerleden De Wit (SP) en Van der Ham, nu vervangen door Schouw (D66). Het moet een einde maken aan de jarenlange slepende discussie over een obsoleet strafrechtartikel dat na de moord op Theo van Gogh door Donner, toenmalig minister van Justitie en kleinzoon van de indiener in 1931, weer van stal werd gehaald. Gevoeligheden van moslims zowel als christenen gaven sindsdien meerdere malen aanleiding om een besluit over het schrappen van het zelden en sinds 1966 nooit meer toegepaste artikel 147 uit de Strafwet op de lange baan te schuiven.

De Eerste Kamer heeft nu dan eindelijk het laatste woord en zal volgende week het definitieve vonnis vellen. Maar van harte gaat het niet, zo blijkt uit de bijdragen van diverse senatoren. De partijen die in de Tweede Kamer tegen het schrappen van het verbod stemden, CDA, ChristenUnie en SGP, maakten ook aan de overkant bezwaren tegen "dit verkeerde signaal" dat onvoldoende tegemoet komt aan het feit dat er de binnen een multireligieuze samenleving juist behoefte is aan onderling respect en tolerantie (Kuiper, CU). Door het schrappen van het verbod van godslastering wordt volgens senator Kuiper de sluis open gezet voor zware zielsbeledigingen van gelovige medeburgers. Dat het artikel niet meer gebruikt werd was volgens hem en ook volgens Franken (CDA) geen argument. Senator Holdijk (SGP) probeerde in een niet te volgen kronkelredenering een belangrijk motief van de indieners van het wetsontwerp, dat de strafwet gelovigen niet meer moet beschermen tegen beledigingen dan niet-gelovigen, onderuit te halen.

Maar ook van de VVD, in de Tweede Kamer voorstander van het schrappen van het verbod op godslastering (en aanvankelijk mede-ondertekenaar van het wetsontwerp), kwamen in deze "chambre de réflection" opvallend gereserveerde geluiden. Mevrouw Dupuis stelde dat er een zekere preventieve werking uitgaat van het verbod die men niet mag negeren. Dat er niet veroordeeld wordt, doet niet af aan de normatieve werking. Als het schrappen van het verbod (een gevoel van) onveiligheid creëert voor geloofsgemeenschappen dan moet daar rekening mee worden gehouden. Ook gaf de senator aan dat zij geen dringende noodzaak ziet voor het vergroten van de vrijheid van meningsuiting.
De PvdA ging bij monde van senator Schrijvers nog een stap verder door in een motie het kabinet te vragen om een onderzoek in te stellen naar een mogelijke aanpassing van artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht teneinde burgers alsnog "bescherming te bieden tegen als ernstig ervaren belediging van burgers door belediging van hun geloof en geloofsbeleving, zonder de werking van de vrijheid van meningsuiting onnodig te beperken." En zo zou dus langs de achterdeur het verbod op godslastering opnieuw binnen het strafrecht gehaald kunnen worden.De motie Schrijvers werd behalve door mevrouw Dupuis opvallend genoeg ook nog ondertekend door Engels (D66) en Vliegenthart (SP), partijgenoten van de indieners van het onderhavige wetsontwerp.

De omweg die nu is bedacht en die kennelijk tegemoet moet komen aan snel op de ziel getrapte gelovigen, is in 2008 al bepleit door toenmalig minister van Justitie Hirsch Ballin. Het idee komt voort uit het probleem dat artikel 137c (over groepsbelediging) niet spreekt over religieuze opvattingen, maar over mensen als groep. Artikel 137 is oorspronkelijk bedoeld om tegemoet te komen aan internationale verdragen inzake rassendiscriminatie. Het is in de loop der jaren uitgebreid met andere discriminatiegronden: godsdienst, seksuele geaardheid en handicap. Strafbaar is echter alleen de rechtstreekse belediging, dat wil zeggen belediging van de groep als geheel. In de toelichting bij de oorspronkelijke wet (Memorie van Antwoord) uit 1970 staat dat kritiek op opvattingen en gedragingen, zelfs als die kritiek beledigend is, met dit artikel niet vervolgd kan worden. Dat bleek ook uit een uitspraak van de Hoge Raad in 2009 over de strafbaarheid van het raamaffiche met de tekst "Stop islamgezwel". Daarin zegt de HR over 137 c: Deze wetsbepaling moet volgens de wetsgeschiedenis beperkt worden uitgelegd. De uitlating moet onmiskenbaar betrekking hebben op een bepaalde groep mensen die zich door hun godsdienst onderscheiden van anderen. De enkele omstandigheid dat grievende uitlatingen over een godsdienst ook de aanhangers krenken is niet voldoende om van belediging van een groep mensen wegens hun godsdienst te spreken. Het affiche was dus niet strafbaar.

Maar gelovigen, of althans hun representanten, zoals CDA minister Hirsch Ballin, leggen zich niet neer bij het onderscheid tussen tussen uitingen over het geloof en discriminatie van een bevolkingsgroep.Wie mijn ideeën aanvalt, valt mij aan. Wie zich vergrijpt aan wat ik heilig vind tast daardoor ook mijn waardigheid aan. Een dergelijke redenering betekent in feite dat het heilige onaantastbaar wordt verklaard. Er kan niet over gediscussiëerd worden zonder mensen onderuit te halen. Maar mijn aanval op iemands ideeën hoeft toch nog niet te betekenen dat ik degene die deze ideeën aanhangt naar het leven sta?

Hirsch Ballin wilde vijf jaar geleden een "verduidelijking" van het groepsbeledigingsartikel. Hij vermeed bewust "uitbreiding" van de strafgrond om geen inperking van de vrijheid van meningsuiting te suggereren. Maar zijn voorstel impliceerde dat natuurlijk wel, zoals de uitspraak van de Hoge Raad duidelijk maakt. Vermoedelijk is het om die reden niet tot indiening van een wetswijziging gekomen. Het is opmerkelijk dat nu een PvdA-senator het plan nu weer oprakelt, althans opnieuw wil laten onderzoeken. Wat willen Schrijvers c.s. bereiken, anders dan een wit voetje bij hun christelijke collega's?

Opvattingen moeten onderhevig blijven aan kritiek. Dat geldt zowel voor religieuze als niet-religieuze opvattingen gegeven de gelijke behandeling die artikel 1 van de grondwet voorschrijft. Over de methoden van kritiek en de bewoordingen waarin mensen zich uiten kun je van mening verschillen. Het bewust kwetsen van anderen vanwege hun opvattingen deugt niet. Maar dat is een kwestie van fatsoen en het mag vanwege de vrijheid van meningsuiting geen grond zijn voor de staat om iemand te vervolgen. Zijn burgers in dit land niet meer in staat om elkaar terecht te wijzen? Waarom zouden we het in dit, in meerderheid seculiere, land niet eens kunnen worden over deze simpele principes?

Update (11 december). De Harderwijker Courant inventariseert de meningen in dit stukje biblebelt. De politici volgen braaf de standpunten van hun Haagse voorgangers. Alleen de predikant noemt het een kwestie van fatsoen en vraagt of we hier nu wel een wet voor nodig hebben.




21 november 2013

Gedachten zijn vrij

 

"Die Gedanken sind frei" (lied en tekst)  is een oude protestsong tegen repressie en censuur. Het lied dateert uit de 19e eeuw en was ook populair bij Duitse verzetsgroeperingen tijdens het nazi-regime. Het is opmerkelijk dat de vanzelfsprekendheid die sinds de Verlichting achter het idee van de vrijheid van denken zit aan het begin van de 21e eeuw weer in twijfel wordt gebracht door de ontwikkeling van het Nederlandse strafrecht.
Deze week behandelt de Tweede Kamer de begroting van Justitie. Toen op de radio aan de woordvoerder van de PvdA, Jeroen Recourt, werd gevraagd wat hij bij deze gelegenheid aan de orde wilde stellen zei hij dat een van zijn onderwerpen zou gaan over de neiging om het strafrecht uit te breiden naar intenties en gedachten aan mogelijk strafbare feiten (gesprek Villa VPRO, maandag 18 november, vanaf minuut 46).
Voorbeelden van deze trend zijn de vervolging van jonge moslims die naar Syrië willen reizen om daar deel te nemen aan de strijd van oppositiegroepen tegen het regime van Assad. En de benadering van pedofielen die in de val van lokpubers lopen. Nog niets gedaan, maar wel strafbaar, enkel en alleen omdat je iets wilde?

Volgens Recourt moeten we deze problemen niet oplossen door middel van het strafrecht. Er is sprake van een hellend vlak. Na strafbare feiten zijn in het kader van de terrorismebestrijding ook voorbereidende handelingen strafbaar gesteld. Tegen de betreffende wetswijziging is indertijd van alle kanten gewaarschuwd. Volgens een van de andere juristen in de VPRO-uitzending zou eigenlijk een poging tot een strafbare handeling (met een koevoet voor een vreemde deur gepakt worden) de grens moeten zijn. Maar de definities van wat strafbaar is worden steeds verder opgerekt totdat nu ook de enkele intentie onderwerp kan worden van een rechtszaak. Waarmee we de gedachten binnen het strafrecht hebben gehaald. Een griezelige ontwikkeling.

Enkele jaren geleden was de grens al overschreden in het proces tegen de Hofstadgroep. Die groep werd in 2006 als "terroristische organisatie" veroordeeld. Voorbereiding van concrete geweldsdelicten kon niet worden bewezen. Maar wel constateerde de rechter dat er sprake was van een gedeelde geloofsovertuiging en gemeenschappelijke activiteiten ter versterking van die overtuiging "die de geesten rijp maakte voor deelname aan de jihad". Het Gerechtshof sprak de deelnemers op dit punt vrij, maar daarna wees de Hoge Raad de zaak weer terug naar een andere rechtbank en die bevestigde het eerste vonnis. Woorden en vermeende bedoelingen zijn los van daden strafbaar gesteld in deze zaak, die grote gelijkenis toont met de veroordeling van de Indonesische revolutionairen Hatta en Sukarno meer dan 80 jaar geleden.

De uitdijende definities van strafbare delicten kunnen naar mijn mening niet los gezien worden van de toenemende aandrang uit de populistische hoek tot het straffen van alle soorten ongewenste uitingen van vreemdelingen, van mensen met afwijkend gedrag. Het ongenuanceerd over een kam scheren van pedofilie en kindermisbruik, het gelijk stellen van radicale islamitische opvattingen aan terrorisme: de angst voor extreme opvattingen is even groot als het geloof in het eigen gelijk. Wat we missen is een overtuigend tegenwicht tegen die domme verkettering van afwijkende opvattingen. In plaats daarvan hebben we Opstelten. Het land is diep gezonken.



27 oktober 2013

Tolerantie in Europa

De filosoof Sebastien Valkenburg maakt zich in de weekendbijlage van Trouw deze week zorgen over "Brusselse tolerantie" die ons de mond zou kunnen snoeren. Hij verwijst daarbij naar een document dat onlangs is aangeboden aan het Europese Parlement door de European Council on Tolerance and Reconciliation, een particuliere organisatie die in 2008 is opgericht door Aleksander Kwasniewski,voormalig president van Polen en Moshe Kantor, president van het Europese Joodse Congres ter bestrijding van racisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat.

Het document is bedoeld als een statuut ter bevordering van tolerantie in Europa. Het geeft ook gedetailleerde richtlijnen voor de handhaving en de strafrechtelijke vervolging van discriminatie van allerlei groepen, haat zaaien en andere manifestaties van intolerantie. Zo staat er dat jongeren die veroordeeld worden wegens haat zaaien een rehabilitatieprogramma moeten volgen om hen een cultuur van tolerantie bij te brengen. De ruime definities van groepen, belediging en hate crimes en het idee van een onafhankelijk Nationaal Monitoringsinstituut dat de tolerantie moet bewaken geven een tendens aan die niet zonder risico's is voor de vrijheid van meningsuiting.

Waar Valkenburg terecht bezwaar tegen maakt is het begrip van tolerantie dat aan dit document ten grondslag ligt. Tolerantie gaat over het toelaten van iets ondanks de bezwaren die je ertegen hebt. Zoals in de aan Voltaire toegeschreven uitspraak: "Ik verafschuw wat u zegt maar ik zal het recht om dat te zeggen met mijn leven verdedigen". In het door Valkenburg gewraakte stuk is tolerantie meer een opdracht om anderen fatsoenlijk, met respect te behandelen. En dat kan betekenen afzien van bepaalde uitingen. Hier wordt het begrip dus volledig omgedraaid: van de ontvanger van een onwelgevallige uiting die deze ondanks zijn bezwaren laat gaan naar de zender die moet worden bewogen fatsoen en respect te tonen.

Maar Valkenburg gaat in zijn kritiek volledig over de schreef als hij dit "tolerantieoffensief" toeschrijft aan de Europese Unie en de EU er van beticht een "fatsoensunie op te tuigen". Het document waar hij zich terecht boos over maakt heeft in Brussel hoogstens de status van "ingekomen stuk". Het beschrijft niet wat de EU vindt of wat "Brussel" van plan is, laat staan dat er sprake is van enige vorm van regelgeving. Datzelfde geldt trouwens ook voor een ander stuk dat hij noemt, het rapport van de High Level Group on Media Freedom and Pluralism, door critici ten onrechte op hoge toon bestempeld als een poging van "Europa" om de persvrijheid aan banden  te leggen. Ook bij de beoordeling van voorbeeldstatuut van de European Council on Tolerance and Reconciliation lijkt het euroscepticisme een genuanceerd oordeel in de weg te zitten. Het laat hoogstens zien hoe er door sommige Europeanen over tolerantie wordt gedacht. Bij alle terechte kritiek zal Valkenburg het bestaan van die opvattingen toch moeten tolereren.

03 oktober 2013

De VVD en de vrijheid van meningsuiting

Nederland is nu tot driemaal toe veroordeeld door het Europese Hof vanwege tekorten in de bescherming van journalisten en hun bronnen. Maar de regering heeft nog steeds geen stappen gezet naar een wettelijke bronbescherming. Dat is voor een land dat de mensenrechten hoog in het vaandel heeft ongehoord, schreef advocaat Otto Volgenant gisteren op de opiniepagina van NRCHandelsblad. Hij is de advocaat van Autoweek, het blad dat volgens het Hof in Straatsburg ten onrechte is gedwongen fotomateriaal af te staan aan de politie. Het feit dat hieraan geen rechterlijke toetsing is voorafgegaan was reden voor het Hof om Nederland in 2010 terecht te wijzen. Eerder was dit al eens gebeurd toen journalist Koen Voskuil van Spits  gegijzeld werd omdat hij voor de rechtbank de bron niet wilde prijsgeven van zijn informatie over het politieoptreden bij de arrestatie van crimineel Mink K. En in 2012 volgde wederom een veroordeling van Nederland vanwege het afluisteren door de AIVD van journalisten van de Telegraaf. Het Europese Hof vindt dat er een met waarborgen omgeven procedure moet zijn voor een onafhankelijke toetsing van de vraag of het opsporingsbelang het belang van bronbescherming overstijgt.
Het is een raadsel, schrijft Volgenant, waarom het kabinet na tot drie keer toe terecht te zijn gewezen nog aarzelt met een wet die de journalistieke bronbescherming verankert. Hij wijst op het voorbeeld van België waar zo'n wet al bestaat sinds 2007. Zo moeilijk hoeft het echt niet te zijn.

De kwestie is des te urgenter nu blijkt dat de Amerikaanse NSA zonder enige rechterlijke toetsing alles en iedereen volgt en afluistert. Het is niet onmogelijk dat ook de Nederlandse AIVD toegang heeft tot door Amerikanen vergaarde informatie. Dit raakt aan de persvrijheid en maakt manipulatie van de media mogelijk. Bronbescherming is een essentieel onderdeel van een onafhankelijke pers.

Dat deze regering niet veel haast maakt met een wetsontwerp ter zake verbaast mij helemaal niet. Mensenrechten worden door Nederlandse regeringen eigenlijk alleen op de agenda gezet als het om andere landen gaat. In eigen land laat men zich niet gemakkelijk terecht wijzen. En dat geldt des te meer voor de bewindslieden die nu al enkele jaren dit dossier onder hun hoede hebben. De VVD'ers Opstelten (foto) en Teeven zijn er uitsluitend op gericht te scoren met plannetje en proefballonnen die goed klinken bij behoudende xenofobe kiezers die zich  zorgen blijven maken over het gebrek aan veiligheid, tekorten bij de politie of veel te lage straffen voor tuig en andere criminelen. Persvrijheid heeft op dat Ministerie van Veiligheid geen prioriteit.

Hoe serieus moeten we de VVD nemen als het gaan om persvrijheid en vrijheid van meningsuiting? Vorige week liet de partij weten dat de omroepen de spotjes tegen de bezuinigingen op hun budget direct zouden moeten stoppen. Staatssecretaris Dekker (ook VVD) wilde hier echter niets van weten. 'Ik kan en wil hier niet ingrijpen', zo meldde Dekker. 'Hier geldt de vrijheid van meningsuiting. De omroep mag haar mening uiten en dat kan via een programma of op een andere manier. En iedereen die het er niet mee eens is kan daar wat tegenover zetten.'

Dat niet alle VVD'ers de rug recht houden als het om de vrijheid van meningsuiting gaat is in het verleden wel bewezen toen de partij in een knieval voor de SGP zijn handtekening terugtrok onder een wetsontwerp dat het verbod op godslastering moest afschaffen. In Rotterdam stapte de VVD in 2009 uit het college toen ze er niet in slaagde een meerderheid te vinden voor het ontslag van een adviseur wiens ideeën de partij niet aanstonden. En in de provincie Noord-Holland werkte de VVD in 2011 mee aan een spreekverbod van Thomas von der Dunk. Om de PVV te plezieren.
Nog een paar voorbeelden. Het VVD-kamerlid Dezentjé dwong de staatssecretaris van Onderwijs Van Bijsterveldt in 2009 tot het schrappen van een voor de partij kritische examentekst. In 2010 vond minister Rosenthal dat een medium dat geld ontvangt van de regering in zijn standpunten niet mag afwijken van het regeringsstandpunt. En Rita Verdonk procedeerde als VVD-minister eindeloos tegen spandoeken die haar niet zinden.

Nee, het aantal keren dat ik in dit blog over de VVD heb geschreven wijst er nog niet op dat deze partij het principe waaraan ze haar naam ontleent serieus neemt.







10 september 2013

Politie provoceert moslims

In Den Haag heeft de politie zondag j.l. een einde gemaakt aan een samenscholing van een veertigtal moslims. Volgens de politie dreigde een verstoring van de openbare orde. Op 1 september was al ophef ontstaan over een foto op Twitter, waarop biddende moslims zijn te zien op een veldje met het logo van voetbalclub ADO. Een van hen zwaait met een islamitische vlag (zwart met witte Arabische letters). Toen er aanwijzingen waren dat de moslims afgelopen zondag weer bijeen zouden komen heeft de politie in overleg met het OM en de burgemeester ingegrepen. Zeventien agenten bestormden het veld. Vijf mannen die geen identiteitsbewijs konden tonen zijn gearresteerd en urenlang vastgehouden. De mannen zeiden dat ze bijeen waren om te voetballen. "Maar zo zag het er niet uit", aldus een politiewoordvoerder.
De PVV maakt zich zorgen over de vlag waar een van de mannen vorige week mee zwaaide. "Hoe duidt u het zwaaien op een Haags veld met de jihaad-vlag, die ook Al-Qaeda gebruikt?" vroeg Kamerlid Van Klaveren aan minister Opstelten. Zijn antwoord is nog niet bekend.

Mijn vragen bij dit gebeuren.

1. Hoe kan een samenscholing van religieuzen die verder niemand in de weg staan leiden tot een verstoring van de openbare orde?
2. Is er ergens in de wet een artikel dat het zwaaien met een vlag verbiedt?

Het antwoord op de eerste vraag is eenvoudig: jaag ze weg, dan ontstaat vanzelf een rel. De moslims hebben al aangekondigd volgende week weer terug te komen. Dan worden ze natuurlijk opnieuw aangehouden. Andere steden zullen volgen. Protest alom. Wie verstoort er dan de openbare orde? De Haagse Islam Democraten vermoeden dat deze provocaties op instigatie van de AIVD zijn georganiseerd om zo eenvoudig radicale moslims te kunnen registreren.

Het antwoord op de tweede vraag is natuurlijk nee. Omstreden vlaggen zijn er wel. Een omstreden vlag hing twee jaar geleden op de PVV-fractiekamer.

09 september 2013

De christelijke censor bestaat nog

Bericht uit een andere wereld. De reformatorische scholengemeenschap Pieter Zandt (Urk, Kampen, Staphorst) vernietigt 3000 schoolagenda's vanwege een foto met het vredesteken. De agenda's waren door de school zelf gemaakt om de leerlingen te behoeden voor alles wat onzedelijk of onchristelijk is. Ouders ontdekten op een door leerlingen aangeleverde foto het vredesteken. De voorzitter van het bestuur: "Het betreft het Nero-kruis dat in de Romeinse tijd stond voor het vervolgen, martelen en doden van christenen. Zelfs wordt dit symbool in onze tijd in relatie gebracht met occultisme. De overtuiging van de ouders dat dit symbool niet deugt was zó krachtig, dat ik van te voren wist dat hiervoor maar één oplossing is: de rigoureuze oplossing." De ouders werd verzocht alle agenda's te retourneren. Ze zijn inmiddels vernietigd.

Zo zijn de ouders behoed voor de onverdraaglijke last van het geweten dat zij hun kinderen confronteren met de antichrist. 'Wij snappen goed dat het volgens sommigen om iets pietluttigs gaat, maar dat is het voor ons niet,' laat de school weten. De leerlingen zal het waarschijnlijk worst wezen. Ze hebben het vrolijk aan elkaar doorgetwitterd waardoor de kwestie de publiciteit haalde. Want doorgaans houden deze christenen dit soort zaken onder ons. De tijd zal hen leren.

27 augustus 2013

Gevaarlijke geheimen

Weblog Sargasso heeft een nogal intimiderende brief ontvangen van de advocaat van het bedrijf Online Cleaning. Sargasso had via een Wob-procedure gevraagd naar incidenten met gevaarlijke stoffen. Op de lijst die ondanks protest van Online Cleaning door het ministerie van Infrastructuur en Milieu beschikbaar werd gesteld stond een incident uit 2011 waarbij een vrachtwagen met explosieve stoffen van dit bedrijf betrokken was. Het ongeluk liep goed af, niemand heeft enige schade opgelopen. Maar het bedrijf wil niet dat zijn naam in de openbaarheid komt als vervoerder van gevaarlijke stoffen.

In de brief staan opmerkelijke zinnen. Eerst verzoekt de advocaat geen documenten te publiceren. Vervolgens schrijft ze: "Om voornoemde redenen verbied (cursivering door mij) ik u verspreiding en publicatie van vermelde gegevens via uw kana(a)l(en)/media, direct of indirect, omdat dit cliënte ernstige (reputatie)schade op kan leveren en veiligheidsrisico's met zich meebrengt. (...) Het spreekt voor zich dat het voorgaande (bedrijfs)belang prevaleert boven een eventueel journalistiek belang."

Het is opmerkelijk dat een advocaat van mening is dat zij rechtmatig via de Wob verkregen documenten kan verbieden te publiceren. Terecht merkt de redactie van Sargasso op dat het bedrijf in een eerder stadium het ministerie had kunnen benaderen om het vrijgeven van de documenten tegen te houden. Nu dat niet is gebeurd is een verbod om te publiceren toch wel erg vreemd. Dat de advocaat dan vervolgens ook nog sommeert om bij publicatie over de ontvangen Wob documenten teksten vooraf te laten goedkeuren lijkt er op te duiden dat zij niet op de hoogte is van de verhoudingen in dit land. Bedrijven behoren in Nederland niet te bepalen wat er over hen in de krant komt. Opvallend is tenslotte dat de advocaat nog wel een  (eventueel!) journalistiek belang ziet, maar dat zij het publieke belang in dit soort affaires blijkbaar helemaal niet kent. En daar gaat het uiteindelijk toch om bij de Wob.

Anders dan de advocaat heeft de redactie van Sargasso een zorgvuldige afweging gemaakt. De reputatie van het bedrijf is nauwelijks in het geding omdat er geen sprake was van schade. Je zou zelfs kunnen zeggen: hieruit blijkt dat de vervoerder zijn zaken goed op orde heeft gehad. En de veiligheidsrisico's zijn toch niet groter dan bij andere vervoerders van gevaarlijke stoffen die allemaal als zodanig kenbaar moeten zijn op de weg. Daarentegen zou het publieke belang ernstig geschaad worden als er over het vervoer van gevaarlijke stoffen niet gepubliceerd zou mogen worden. Die incidenten worden toch niet voor niets gemeld! De mogelijkheid van openbaarmaking moet vervoerders er juist toe aanzetten alle zorgvuldigheidseisen in acht te nemen. Gebrek aan openbaarheid: dat is pas echt gevaarlijk.

18 augustus 2013

Ook een geheime dienst moet zich publiek verantwoorden

Goed nieuws uit Straatsburg. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft Servië terecht gewezen in de zaak van een NGO die tevergeefs informatie had opgevraagd over telefoontaps. Het Hof oordeelde dat de Servische veiligheidsdienst die informatie wel had moeten geven. Artikel 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens gaat over de vrijheid om informatie te vergaren. Ook inlichtingendiensten moeten dit recht respecteren. Duidelijker dan ooit heeft het Hof met deze uitspraak volgens de Gentse jurist Dirk Voorhoof expliciet gemaakt dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten niet boven de wet zijn verheven.

De zaak van het Youth Initiative for Human Rights vs Serbia ging over een verzoek uit 2005 om feitelijke informatie over maatregelen van de Servische geheime dienst voor het elektronisch volgen van mensen. Nadat de Informatie Commissaris de dienst opdracht had gegeven de informatie te geven om te voldoen aan de Servische Wet op de Openbaarheid van Bestuur zei de dienst niet over de gevraagde informatie te beschikken. Daarop deed de mensenrechtenorganisatie een beroep op de rechter in Straatsburg die nu heeft bepaald dat de geheime dienst in strijd handelt met het EVRM.

Het is geruststellend, schrijft Voorhoof, dat het Hof nu eens heel duidelijk heeft vastgesteld dat ook inlichtingendiensten zich net als andere delen van de overheid te houden hebben aan de Europese mensenrechten. Dat biedt perspectieven voor iedereen die zich benadeeld acht door een dienst die zich altijd graag verschuilt achter het staatsgeheim. Met een beroep op het belang van de staatsveiligheid wordt een rookgordijn opgehangen rond operaties die nader beschouwd de wet met voeten treden. Net als de in opspraak geraakt Amerikaanse National Security Organization (NSA) handelen Europese geheime diensten zoals de Nederlandse AIVD op eigen houtje, als een staat in de staat, zonder noemenswaardige verantwoording af te leggen. In Nederland is de "commissie Stiekem", de geheime commissie van fractievoorzitters die vergadert over het functioneren van de AIVD, tandeloos. Aangezien er niets naar buiten gebracht mag worden is er voor publiciteit zoekende parlementariërs weinig eer aan te behalen. De externe Commissie Toezicht voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is af en toe voorzichtig kritisch maar heeft ook volgens de wet een beperkt taak. Publieke verantwoording van deze overheidsdiensten is er nauwelijks. In een tijd waarin het bespioneren van burgers door allerlei diensten met behulp van elektronische middelen gigantisch toeneemt is dat meer dan ooit zorgwekkend. De praktijk wijst uit dat dergelijke diensten zonder een goede publieke verantwoording geen grenzen kennen en zich door niets of niemand laten weerhouden van activiteiten die mensenrechten schade toebrengen.

Dat burgers nu dus ook met het EVRM de gesloten kaste van agenten tot meer openheid kunnen dwingen is van groot belang. Openheid is het begin van controle. En controle is cruciaal in een democratie. Een geheime dienst kan uit de aard van haar taak slechts beperkte openbaarheid geven. Maar zij staat niet boven de wet en zal zich altijd op een of andere manier volledig moeten verantwoorden voor haar handelen.

Het is te hopen dat het Straatsburgse vonnis ook Nederlandse organisaties kan helpen meer openheid te krijgen bij de AIVD.

22 juli 2013

Royalty en persvrijheid

De Raad voor de Journalistiek (RvdJ) heeft een helder standpunt geformuleerd over de zogenaamde mediacode die journalisten tegenover het Koninklijk Huis in acht zouden moeten nemen. De code is geen wet, zegt de RvdJ. Geen enkele journalist is er aan gebonden. De code is door de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) "eenzijdig opgesteld en geldt niet als een afspraak tussen twee partijen, aldus de RvdJ. De wijze waarop de mediacode is opgesteld wekt echter de indruk dat het om een wet of koninklijk besluit gaat. Wat de code volgens de Raad beschrijft is de interne werkwijze van de RVD."

Dit vind ik een heldere uitleg van de persvrijheid. Beperkingen kunnen bij wet worden opgelegd of door twee partijen in goed overleg worden afgesproken. Maar ze kunnen niet eenzijdig worden afgedwongen. Dat is wat de RVD wel doet door journalisten die foto's van leden van het Koninklijk Huis maken buiten de door de RVD georganiseerde halfjaarlijkse persmomenten om uit te sluiten van de die gelegenheden.

Ik ben wel benieuwd wat de fotografen met deze uitspraak gaan doen. Mogelijk wachten ze even af tot de rechtszaak tegen de Nieuwe Revu is afgehandeld. Dit blad publiceerde buiten de mediacode om drie foto's, een van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima op weg naar een feestje en twee van prinses Amalia met een hockeystick op het veld (foto Frank Buis). Het blad verklaarde opzettelijk de code te doorbreken, maar bood later wel excuses aan vanwege de foto's van de 9-jarige Amalia. Die hadden ze daar achteraf gezien beter niet voor kunnen gebruiken. De code zorgt al jaren voor problemen tussen pers en Koninklijk Huis (zie deze links [1 / 2 / 3] van Villamedia). Volgens de Nieuwe Revu is de code in strijd met Europees Recht.

De RVD zal problemen blijven veroorzaken als ze altijd alle touwtjes in handen wil houden en de volledige regie wil blijven voeren over de communicatie rond koning, koningin, prinsen en prinsesjes. Dit is in strijd met een open democratie waarin de persvrijheid wordt geëerbiedigd. Zonder uitzonderingen. Je kunt de paparazzi moreel veroordelen, je kunt ze voor de rechter slepen als ze de privacy schenden, je kunt ze echter niet eigenhandig en eenzijdig de wacht aanzeggen.

Nog meer royalty-nieuws kwam vorige week van de rechtbank in Den Bosch. Een inwoner van Vlijmen
werd veroordeeld tot zestig uur taakstraf en een voorwaardelijke celstraf wegens een "poging tot bedreiging". De man kwam voor de rechter omdat hij leden van het Koninklijk Huis en van de regering zou hebben geprobeerd te bedreigen via Facebook. "De politierechter was het met de officier van justitie en de advocaat eens dat de man de personen niet daadwerkelijk heeft bedreigd en sprak hem daarvan vrij. Wel heeft de man geprobeerd de leden van het koninklijk huis en de regering angst aan te jagen door op Facebook te plaatsen dat ze dood moesten." Wat nu? Is angst aanjagen ook al verboden? En als er geen sprake was van daadwerkelijke bedreiging, waarom krijgt de man dan alsnog straf? De schriftelijke uitspraak zal ons hopelijk wat wijzer maken. 

14 juli 2013

De keerzijde van strenge privacyregels

De onthullingen van klokkenluider Snowden over de ongehinderde toegang van inlichtingendiensten tot alle mogelijke persoonlijke gegevens blijven vragen oproepen over de privacy van burgers. Naast de handel in persoonsgegevens op het internet via sociale media en het vastleggen van persoonlijke zoekgeschiedenissen door middel van cookies zijn we nu kennelijk ook niet meer veilig voor een glurende overheid.

De spionageaffaire zal zeker ook een rol gaan spelen bij de aanpassing van de Europese Data Protection Regulation die vanwege de enorme hoeveelheid amendementen uitgesteld is tot na de zomer. In Straatsburg heeft het Europese Parlement in zijn laatste vergadering nog wel een resolutie aangenomen met scherpe kritiek op PRISM. Het EP wil volledige openheid van de Amerikanen en dreigt de overdracht van persoonlijke gegevens op te schorten. Hoe krachtig dit signaal is zal nog moeten blijken. Maar de parlementariërs staan nu wel op scherp in de verdediging van de privacy.

Het uitstel van de behandeling van de nieuwe richtlijn voor Data Protection geeft de Europarlementariërs de gelegenheid om de consequenties van alle voorstellen nog eens goed te overdenken. We mogen hopen dat ze bij alle verontwaardiging over de aantasting van burgerrechten en de terechte kritiek van burgerrechtenorganisaties ook oog hebben voor de problemen die kunnen ontstaan in het wetenschappelijk onderzoek dat afhankelijk is van het gebruik van persoonlijke gegevens. Een van de heikele kwesties betreft de toestemming van het gebruik van versleutelde persoonsgegevens door onderzoekers. In april heeft de Koninklijke Academie van Wetenschappen zich tot het Europese Parlement gericht met het verzoek een aantal amendementen op het voorstel van de Europese Commissie uit 2012 niet over te nemen vanwege de schade die dit zou aanbrengen aan met name medisch wetenschappelijk onderzoek.

Ook archiefonderzoek wordt mogelijk voor de nieuwe richtlijn geraakt. De organisatie van archieven en Nederland BRAIN en de Nederlandse vereniging van archivarissen KVAN hebben de Nederlandse Europarlementariërs er al in februari op gewezen dat de voorwaarden die in de Justitiecommissie zijn geformuleerd archiefonderzoek ernstig zullen bemoeilijken. Ze hebben dan ook opgeroepen om de petitie van hun Franse collega's te ondertekenen die aandrongen op uitstel om de zaak nog eens goed te overwegen.

Een doel van de Europese wetgeving dat in dit verband overweging verdient is het 'recht om vergeten te worden': als er geen legitieme gronden zijn om persoonsgegevens te bewaren, bijvoorbeeld op internet, moeten die gegevens worden gewist. Het is een sympathiek idee waarmee Eurocommissaris Viviane Reding bij de presentatie van de nieuwe richtlijnen de publiciteit haalde. Het vloeit voort uit het principe dat mensen moeten kunnen beschikken over hun eigen persoonlijke gegevens. Daarom zal ook in alle gevallen toestemming nodig zijn om persoonlijke gegevens te verwerken, te gebruiken of ter inzage te geven. Maar er is ook een keerzijde aan dit respect voor het individuele belang van privacy. Het uitwissen van persoonlijke geschiedenissen kan er bijvoorbeeld toe leiden dat we niet meer in staat zijn de achtergronden van politici die zich verkiesbaar stellen goed te beoordelen. En persoonlijke gegevens zijn onmisbaar in tal van onderzoeken met een algemeen belang: de geneeskunde, de geschiedenis, sociale wetenschappen, geesteswetenschappen. In de huidige Nederlandse wetgeving is met het belang van onderzoek rekening gehouden. Persoonsgegevens mogen volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens niet langer bewaard worden dan nodig is voor het doel waarvoor ze zijn opgeslagen. Een uitzondering geldt voor gegevens die voor "historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden worden bewaard" en waarvoor "de verantwoordelijke de nodige voorzieningen heeft getroffen ten einde te verzekeren dat de desbetreffende gegevens uitsluitend voor deze specifieke doeleinden worden gebruikt" (art. 10 lid 2).

In de tekst van de amendementen op de nieuwe richtlijn die nu voorliggen in het Europese Parlement worden uitzonderingen voor onderzoek op verschillende plaatsen geschrapt of de tekst wordt zo aangescherpt dat bijvoorbeeld historisch onderzoek in de toekomst ernstig wordt gehinderd. Zo had de Commissie al voorgesteld dat the processing of data revealing race or ethnic origin, political opinions, religion or beliefs, trade union membership verboden wordt. In amendement nr. 112 voegt het EP daar nog aan toe: philosophical beliefs, sexual orientation and gender identity en trade union activities. Er is veel voor te zeggen om dergelijke gegevens niet op te slaan als ze niet relevant zijn in de context van de organisatie die die gegevens verzamelt. Maar wat gaat dit verbod betekenen voor onderzoekers die van deze gegevens afhankelijk zijn en voor archieven die bestanden met dergelijke gegevens in bezit hebben? Het is overigens niet duidelijk of de nieuwe regels ook van toepassing zijn op bestaande archiefbestanden. Maar dat archiefonderzoekers in de toekomst met aanzienlijke beperkingen te maken zullen krijgen staat wel vast.

In amendementen op de artikelen 81 en 83 van het Commissievoorstel (am. nrs. 327,328 en 334 en verder) heeft het EP de voorwaarde van toestemming aangescherpt: In cases where the data subject has not given consent, sensitive data and data about children should only be used for research purposes if based on law and serving exceptionaly high public interest. In die gevallen moet gegarandeerd zijn dat gebruikte gegevens geanonimiseerd zijn of versleuteld volgens hoogste technische standaarden.

Bij alle zorg voor de bescherming van de privacy van het individu lijkt de aandacht voor het publieke belang van persoonsgegevens naar de achtergrond te verdwijnen. Commissaris Reding en de Europarlementariërs benadrukken terecht het belang van zelfbeheer en zeggenschap van het individu.In de digitale wereld staan individuele burgerrechten meer dan ooit op het spel. Het is een groot maatschappelijk belang dat burgers macht terugwinnen van grote bedrijven en de overheid die persoonsgegevens nu ongegeneerd opslaan, verhandelen en gebruiken. Daarnaast mag het algemeen maatschappelijk belang van het gebruik van persoonsgegevens in wetenschappelijk onderzoek niet ondergewaardeerd worden. De verplichting persoonsgegevens te vernietigen of het gebruik er van onmogelijk te maken door voorwaarden die zonder een gigantische stijging van kosten niet zijn na te komen is, zoals de Franse archivarissen het in hun petitie uitdrukten: het kind met het badwater wegspoelen. Beter is het to ensure citizens that sufficient technical, financial and human resources, including the presence of skilled professionals will be granted to manage data properly. Het gebrek daaraan is een probleem dat de privacy in alle landen min of meer ernstig in gevaar brengt.