02 september 2010

Justitie mengt zich in bibliotheekproject (2)


De KB mag van Hirsch Ballin nazikranten uit de Tweede Wereldoorlog laten zien op het internet. Dat schrijft hij in antwoord op vragen van kamerleden Van der Ham en Hennis-Plasschaert. Het openbaar maken van mogelijk haatdragend materiaal is niet strafbaar, zegt de minister, als het met de nodige zorgvuldigheid gebeurt in het kader van puur zakelijke berichtgeving. "De uitzonderingsgrond voor zakelijke berichtgeving is door de wetgever ingevoegd om voorlichting over dergelijke teksten mogelijk te maken en buiten de strafbaarstelling te houden."

Daarmee is de kous echter niet af. Justitie gaat met de KB praten over "technische voorzieningen" die misbruik van discriminerende teksten moeten voorkomen en ongebreidelde digitale verspreiding tegengaan. "Daarbij gaat het onder andere om een voorafgaande waarschuwing aan online gebruikers over de aard van de teksten en het mogelijk strafbare karakter van verdere verspreiding daarvan en, voor zover technisch realiseerbaar, om het aanbrengen van een voorziening om het downloaden van teksten te belemmeren."

Wat betekent dit allemaal? Een downloadverbod van geselecteerde teksten nog voordat strafbaar misbruik geconstateerd kan worden? Voorlichting moest toch mogelijk zijn? Krijgt de leraar geschiedenis straks dan toch niet de mogelijkheid om met zijn leerlingen lessen uit het verleden te trekken?
Een waarschuwing lijkt me op zijn plaats. Het OM moet natuurlijk altijd de mogelijkheid houden om mensen te vervolgen die misbruik maken van deze informatie en de grens van het strafbare haatzaaien overschrijden. Maar het is wel erg gemakkelijk als elk gebruik, ook van eerzame leraren of historici, op voorhand wordt verhinderd. De haatzaaiers zul je er niet mee pakken.

Het is het bekende patroon dat de aanpak van criminaliteit op het internet door het OM karakteriseert (vgl. kinderporno, downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal): het vrije verkeer en gebruik van informatie wordt geblokkeerd zonder dat de wetsovertreders daadwerkelijk worden aangepakt. Blokkeren van informatiestromen is een heilloze, en gevaarlijke weg.
,

27 augustus 2010

Pokerspel met internetvrijheid


De bemoeienis van de overheid met het internet groeit met de dag. En dat geldt niet alleen voor landen als China, Iran of Saoedie-Arabië. Begin juli organiseerde de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Verhagen samen met zijn Franse collega Kouchner een conferentie over internetvrijheid in andere landen. In een gezelschap van regeringsvertegenwoordigers van 18 landen, ngo's en bedrijven spraken zij over het beter naleven van internationale verdragen, een gedragscode voor bedrijven die technologie leveren, hulp aan cyberdissidenten en het internationale juridische kader voor het internet. En zij wijdden mooie woorden aan de bescherming van grondrechten op het internet. Nog dit jaar krijgt de conferentie een vervolg in Nederland. Verhagen en zijn collega werken aan een gedragscode met richtlijnen voor de export van internetfilters.

Verhagen heeft kennelijk weinig contact met zijn Nederlandse collega Hirsch Ballin. Deze publiceerde niet kort daarna voor Nederland een concept-wetsontwerp Bestrijding Computercriminaliteit waarin het Openbaar Ministerie volgens Bits of Freedom een censuurknop krijgt. Zonder rechterlijke toetsing zou het OM volgens dit ontwerp straks Internetaanbieders kunnen verplichten een site te blokkeren als er een vermoeden is van een strafbaar feit. Dat is een wel erg ruime formulering waar van alles en nog wat onder kan vallen, van kinderporno tot het downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal of het toegankelijk maken van gedigitaliseerde oude kranten.
De minister is ook al veel langer bezig met providers tot een afspraak te komen over het blokkeren van (voornamelijk) kinderpornosites. Maar wat er precies gebeurt is nog steeds niet duidelijk. Duidelijk is wel dat de misdadigers er niet door worden gepakt. Het blokkeren van bepaalde sites vanwege het overtreden van de wet, zeggen Bits of Freedom en ook de Europese organisatie voor digitale rechten EDRi, mag geen vervanging worden voor het opsporen en berechten van wetsovertreders.

Deze week kwam er een nieuw onderwerp bij waarvoor de vrijheid op het internet zou moeten worden beperkt: pokeren. Pokeren op het internet moet volgens een advies van een door minister Hirsch Ballin ingestelde commissie gelegaliseerd worden. Maar dan moet Justitie ook harder optreden tegen illegale aanbieders en moeten hun sites worden geblokkeerd. Omdat het opsporen en berechten van buitenlandse aanbieders zo moeilijk is adviseert de commissie "te trachten illegale aanbieders af te snijden van hun Nederlandse publiek.Dit is mogelijk door het invoeren en handhaven van een verplichting voor Nederlandse dienstverleners (zoals internet service providers, betaaldienstverleners en media) om niet langer mee te werken aan het onderhouden van contacten tussen illegale aanbieders en het Nederlandse publiek (zoals dataverkeer, betalingsverkeer, en reclame)." Over een of andere vorm van rechterlijke toetsing wordt ook hier niet gesproken. Ook in andere landen worden internet service providers gedwongen dergelijke sites af te sluiten.

Het vrije verkeer van informatie loopt grote schade als een noodzakelijke beperking niet gebaseerd is op de wet en daarbij passende juridische procedures voor vervolging en berechting. Een land dat zelf niet de nodige zorgvuldigheid in acht neemt kan een ander land moeilijk kapittelen over het handhaven van grondrechten. "Treden jullie dan nooit op tegen een misdadiger op het internet?" kunnen China en Iran aan Verhagen vragen als hij protesteert tegen het oppakken bloggers. Het gemak waarmee Europese regeringen internet service providers politietaken toekennen belooft niet veel goeds. Het is spelen met grondrechten. Een kwaadwillende, autoritaire regering kan wat er nu gebeurt met gokken, kinderporno of downloaden van beschermd materiaal eenvoudig uitbreiden naar alles wat haar niet bevalt. Maar ja, zo'n regering is hier ondenkbaar, toch?


,

09 augustus 2010

Justitie mengt zich in bibliotheekproject


De Koninklijke Bibliotheek heeft een schat aan historisch materiaal toegankelijk gemaakt op de website Historische Kranten. Van 1618 tot 1995 is een groot aantal gedigitaliseerde kranten sinds enkele maanden doorzoekbaar. Een vervolgproject betreft periodieken die verschenen zijn in de Tweede Wereldoorlog. De KB wil uit deze periode alle kranten, de verzetsbladen, maar ook de nazi-periodieken voor zover beschikbaar digitaliseren en toegankelijk maken. Het laatste onderdeel van dit plan heeft geleid tot een waarschuwing van de kant van het ministerie van Justitie, in tweede instantie ook gesteund door de subsidiegever van de KB, het ministerie van OC&W. Het ministerie van Justitie heeft de KB afgeraden het 'foute' materiaal online beschikbaar te stellen, omdat ze niet kunnen garanderen dat het Openbaar Ministerie niet zal overgaan tot vervolging van wat het ziet als vermenigvuldiging van strafbare uitingen, zo valt op het Archievenforum te lezen.

Deze bemoeienis van Justitie is om een aantal redenen opmerkelijk. Op de eerste plaats vanwege het tijdstip. De vrijheid om te publiceren is in Nederland gegarandeerd door artikel 7 van de Grondwet waarin staat dat niemand vooraf toestemming nodig heeft om gedachten te openbaren behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Die verantwoordelijkheid voor de wet wordt doorgaans achteraf getoetst als Justitie daar aanleiding voor vindt. Het voorafgaand aan publicatie dreigen met ingrijpen kan moeilijk opgevat worden als passend in de geest van dit grondrecht. Dat is dan ook zeer uitzonderlijk. Het feit dat het hier om inmenging van de staat gaat maakt de waarschuwing, die ook als verkapt dreigement opgevat kan worden, extra gevoelig . Een onafhankelijk jurist zou daartoe geraadpleegd de KB kunnen adviseren om voorzichtig te zijn. Maar hier treden twee ministeries namens de Nederlandse Staat op om een publicatie te verhinderen. Dat komt toch wel erg dichtbij censuur.

Dan kun je ook nog vraagtekens zetten bij de zin van een verbod van dit materiaal. In De Groene heeft historicus Frank van Vree er op gewezen dat veel periodieken die de KB wil digitaliseren al lang openbaar zijn en ook deels toegankelijk via het internet. Zou Justitie inzage van nazikranten in bibliotheken willen gedogen, maar willen verbieden dat ze doorzoekbaar zijn op het internet? In welke eeuw leven we?

De mogelijke strafbaarheid van antisemitische uitingen is een discussiepunt. De herhaling of vermenigvuldiging van antisemitisme uit het verleden in een hedendaagse sociaal-politieke context met duidelijke implicaties van haatzaaierij kan inderdaad in strijd komen met de wet. Maar in de context van een geschiedenisproject? Wie heeft er nog bezwaren tegen de publicatie van Mein Kampf voor historische doeleinden? De vorige minister van OC&W heeft drie jaar geleden, met vele anderen, nog openlijk gepleit voor het opheffen van het verbod op Mein Kampf.
Oud-hoogleraar Archiefwetenschap Ketelaar wijst er op dat je volgens de wet (waarvoor wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen) strafbaar bent als je anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving discrimineert of haat zaait. En hij concludeert dat het project van de Koninklijke Bibliotheek moet vallen onder de zakelijke berichtgeving. Dat lijkt mij ook meer dan vanzelfsprekend.
De grote vraag is waarom Justitie zich met dit KB-project heeft bemoeid. Was het angst voor klachten waarop gereageerd moet worden? Of worden de beoordelingskaders van de discriminatie-artikelen alvast wat aangescherpt om straks met des te meer daadkracht Wilders aan te kunnen pakken. Het lijkt meer politiek dan recht.

Naschrift: Na raadpleging van de experts heeft de KB besloten de nazikranten toch mee te nemen in het project. De juridische discussie leverde geen duidelijkheid op. De strafbaarheid zal in de praktijk getoetst moeten worden. De KB neemt nu dus dat risico en hoopt op 16 september een deel van het materiaal uit de Tweede Wereldoorlog online te kunnen zetten. Daarvoor moet eerst het auteursrechtelijke probleem (wie is inzake deze kranten rechthebbende?) nog worden opgelost.

,

16 juli 2010

Gaat Jezus het reddden In Straatsburg?


De Gemeente Giessenlanden heeft voorlopig aan het langste eind getrokken in een slepende procedure over een religieuze wervingsboodschap. Boer van Ooijen schilderde met koeienletters "Jezus Redt" op zijn dak en volgens de Gemeente is dat in strijd met de welstandsnormen. Met een beroep op de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst weigert van Ooijen tot nu toe de opgelegde boete van 15.000 euro te betalen. Deze week stelde de Raad van State de Gemeente in het gelijk. De Raad van State is met de gemeentelijke welstandscommissie van mening dat de tekst 'buitensporig' is en 'een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is'.,,In dit geval wordt met de welstandsnormen beoogd wanordelijkheden te voorkomen en de rechten van anderen te beschermen.''
Wanordelijkheden? Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Het aantal klagers wordt 'niet significant' genoemd. Voor de RvS is dat echter geen punt: "De vraag hoeveel mensen zich hieraan ergeren behoeft niet als een zelfstandig criterium te worden gehanteerd." Waar gaat het dan wel om? De boer schikt zich niet naar de welstandscommissie. Daar lijkt het veel op. De commissie gooit het op de sterke, afwijkende beelden in het landschap die het deels witte dak oproept. Er zou sprake zijn van een 'welstandsexces'. Ik kan me voorstellen dat vele medestanders van boer van Ooijen dan nog wel wat meer voorbeelden kunnen noemen van excessieve aandachttrekkerij die het landschap of de stad ontsiert.
Interessant is de redenering van de RvS in het licht van art. 10 van het EVRM. Dat gaat over de vrijheid van meningsuiting. De beperkingen die staten hun burgers op dit punt mogen opleggen moeten noodzakelijk zijn in een democratische samenleving en bij wet geregeld. In de uitspraken van het Hof in Straatsburg wordt de nationale staten een zekere beoordelingsmarge gegeven. De Raad van State is van oordeel dat het welstandsbelang een "reëel maatschappelijk belang" is. En op die gronden zou een beperking van de uitingsvrijheid dus wel te verdedigen zijn. Maar in het EVRM wordt zoiets als wat in Nederland in de Woningwet 'welstand' wordt genoemd niet genoemd als een reden om de uitingsvrijheid te beperken. Genoemd worden wel (artikel 2) de veiligheid van de staat, de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid, de goede zeden, de goede naam of de rechten van anderen, het voorkomen van de verspreiding van vertrouwelijke informatie en het waarborgen van het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht. Een beroep op de 'rechten van anderen' zou Nederland een kans kunnen geven. Als men tenminste weet te verbloemen dat het bij die 'anderen' vooral om de leden van gemeentelijke welstandscommissie gaat. Maar als de rechters in Straatsburg ook maar een beetje moeite hebben met hun welstandsbegrip geef ik Jezus bij het Europese Hof de beste kans op een overwinning.

,

04 juli 2010

Politieke kaskraker: een verbod op gewelddadige games


De roep om een verbod op gewelddadige video- en computergames is zo oud als het spel zelf. Minister Hirsch Ballin voegde vorige week een klein stukje toe aan deze 'continuing story' met zijn brief aan de Tweede Kamer over een motie van Van der Staay (SGP). In de brief houdt de minister de boot nog even af. Hij wil eerst nagaan of het in 2009 gesloten convenant met de detailhandel over verkoop aan minderjarigen van games en ander beeldmateriaal heeft gewerkt. De gamers zijn bij het lezen van het ministeriële proza kennelijk niet helemaal tot het einde gekomen, want zij zijn onmiddellijk een petitie gestart om een dreigend verbod af te wenden. Als er al een verbod zou komen is het trouwens ook nog de vraag of dit een totaalverbod zal zijn of dat het alleen voor minderjarigen geldt. Er zit hier echter wel een gemeen addertje onder het gras.

Hirsch Ballin vindt in zijn brief een verbod mogelijk en wenselijk, maar aarzelt nog op het punt van de effectiviteit. Hij is van mening dat "op basis van overwegingen van strafrechtspolitieke aard een algeheel strafrechtelijk verbod worden gegrond op de overweging dat de samenleving als geheel gevrijwaard moet blijven van extreem gewelddadig beeldmateriaal en dat potentiële slachtoffers bescherming behoeven." De overheid mag ingrijpen om te voorkomen dat er geweld wordt gebruikt door iemand die onder invloed van gewelddadige beelden handelt. De directe relatie tussen zien en handelen is voor de minister kennelijk een feit.

De bescherming van kinderen lijkt mij een ander verhaal. In dat geval gaat het niet zozeer om de kijker als potentiële dader, maar als slachtoffer: de schok van extreem geweld dan wel de gewenning daaraan met mogelijk schadelijke gevolgen voor de ontwikkeling van het kind. Het zou op latere leeftijd dader kunnen worden. Zie in dat geval de eerst genoemde reden. Ook hier is de relatie tussen de confrontatie met extreem beeldmateriaal en schade aan de persoon een aanname die discutabel blijft. Ook al beweert de minister dat een verbod ter bescherming van kinderen onomstreden is en op groot draagvlak kan rekenen. Dat laatste valt niet te ontkennen, maar moet de overheid altijd klakkeloos "de stem van het volk" volgen? Mag van de overheid niet verwacht worden dat er een afweging plaats vindt op grond van alle beschikbare informatie?

Hoe dan ook, Hirsch Ballin verdedigt een verbod "mits het – vanuit een oogpunt van een beperkte inperking op de vrijheid van meningsuiting – beperkt blijft tot games die geheel of in overwegende mate uiterst gewelddadig zijn en die er blijkens de context en presentatie op gericht zijn dit geweld te verheerlijken of te vergoeilijken dan wel de menselijke waardigheid geweld aan te doen. Hieronder valt ook de verbeelding van extreem seksueel geweld in games." Zijn reserves zitten op het punt van de effectiviteit. Dat heeft te maken met het feit dat de omstreden games steeds meer via het internet verspreid worden. Het ondervangen daarvan is, zoals we weten, buitengewoon lastig. Games zullen dus onderwerp moeten worden van de opsporing en bestrijding van cybercrime, schrijft te minister. En daar duikt het addertje op. Gewelddadige games zullen gelijkgesteld worden aan kinderporno. En voor de bestrijding daarvan wordt gekoerst op filters. De waarschuwing van de Europese Digital Rights Organisatie (EDRI) in de brochure over Internet Blocking blijkt eens te meer juist. Als filtering van het internet voor een bepaald doel mogelijk gemaakt wordt, zal het gemakkelijk uitgebreid kunnen worden voor andere doelen. Het concept van filtering wordt politiek verkocht met verwijzing naar zaken die iedereen afgrijselijk vindt. Maar de filters staan, zoals Wikileaks-voorman Julian Assange onlangs in Brussel betoogde ook tussen kranten en hun lezers, tussen politieke partijen en hun kiezers en tussen mensenrechtenorganisaties en het publiek. En dat moeten we in een vrije samenleving niet willen.


,

13 juni 2010

Over de grenzen van satire


Driek Oplopers, columnist van FOK.nl wordt niet vervolgd voor zijn bedreiging twee jaar geleden aan het adres van Femke Halsema wegens haar optreden in de kwestie-Duyvendak. De Officier van Justitie heeft de zaak geseponeerd. Oplopers (ps. voor Rikus Spithorst) had in augustus 2008 geschreven dat hij het zou toejuichen als iemand het huis van Halsema in de brand zou steken. Halsema had Duyvendak volgens hem verdedigd na zijn onthulling van de diefstal in de jaren tachtig van plannen voor meer kerncentrales gevolgd door de publicatie van de huisadressen van betrokken ambtenaren. Bij een van die ambtenaren was een brandbom door het raam gegooid. Duyvendak betuigde in 2008 zijn spijt over deze affaire. Halsema zou hem 'buitengewoon integer' genoemd hebben. En dat schoot Spithorst in het verkeerde keelgat, waarna hij in zijn column meende haar een koekje van het Duyvendak-deeg te mogen geven.

Op de overwinningsroes van Oplopers en zijn fans is nog wel wat aan te merken, maar eerst even iets over het OM. In zijn reactie op de seponering schrijft Oplopers dat hij pas onlangs op de hoogte is gesteld van het besluit van het OM. Hij moest er zelf om vragen. Communicatiefoutje. Een heel vervelend foutje. Een schrijver of tekenaar tegen wie aangifte wordt gedaan bungelt in zekere zin. Alles wat hij of zij na die aangifte maakt zal bewust of onbewust worden bekeken door de ogen van de onbekende censor. Kan dit nog of ga ik te ver? Het OM stimuleert zelfcensuur als er niet snel een heldere uitspraak komt. Het jarenlang op de plank laten liggen van zaken, zoals ook het geval is bij de tekenaar Gregorius Nekschot, is op zichzelf een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting.
Columnisten, cartoonisten en andere satirici hebben recht op een ruime interpretatie van de vrijheid van meningsuiting. De context van de uiting moet meegewogen worden en in een context van satire hoef je niet alles letterlijk te nemen. Als die context voldoende duidelijk is tenminste. In een reactie op deze affaire (NRC 18-8-2008) zei de Tilburgse hoogleraar Bert-Jan Koops dat een als grap bedoeld dreigement op een site vol met hatelijkheden en bedreigingen ook letterlijk kan worden opgevat. Ook de daadwerkelijk gevoelde dreiging van Halsema kan een argument zijn in de beoordeling van de strafbaarheid volgens ICT-jurist Engelfriet in hetzelfde artikel.
Ook bij een als grap bedoelde dreigende uitspraak komen de grenzen in zicht als er een feitelijke dreiging van de column uitgaat en het risico dat het dreigement wordt uitgevoerd aannemelijk is. Ik kan me goed voorstellen dat Femke Halsema aangifte gedaan heeft. De gronden voor het seponeren van de zaak ken ik niet (daar rept Oplopers ook niet over, hij zou er collega's een dienst mee bewijzen als hij ze wel zou publiceren). Maar de reden waarom hij zelf vindt dat hij mocht schrijven wat hij geschreven is buitengewoon discutabel. Als Halsema de oproep tot aanvallen op privéwoningen van mensen buitengewoon integer vond, was ik wel benieuwd wat ze ervan zou vinden wanneer iemand even met een flesje benzine bij háár langs zou komen, schreef hij vorige week. Als Halsema dat vond, ja. Maar was dat zo? Voordat Oplopers zijn column publiceerde had hij in de krant kunnen lezen dat Halsema Duyvendak toen hij zich in augustus 2008 terugtrok uit de Tweede Kamer geprezen heeft voor de wijze waarop hij over zijn daden verantwoording had afgelegd. Maar ze veroordeelde tegelijkertijd acties waarbij de wet wordt overtreden en wees het ook af als dergelijke acties achteraf worden gelegitimeerd met verwijzing naar de sfeer van de jaren tachtig (NRC 15 en 16-8-2008). Oplopers baseert zijn dreigement dus op een onterechte beschuldiging.
Ik ben bang dat Oplopers dermate vervuld is van haat tegen Halsema dat hij de aard en de context van Halsema's verdediging van Duyvendak niet goed tot zich door heeft laten dringen. Daarmee valt het dreigement van Oplopers in de ordinaire categorie 'bedreiging van politici'. Het is terecht dat de bedreigers daarop worden aangesproken. Want als politici beperkt worden in hun uitingsvrijheid loopt de democratie zelf schade op. Satire, het hekelen van het gedrag (inclusief de uitspraken) van een politicus, kan uitgezonderd worden als het als zodanig herkenbaar is. Maar als het gedrag niet duidelijk herkenbaar is als aanleiding voor de satire, dan wordt zo'n stukje niet anders dan een directe, botte bedreiging van de persoon van de politicus. Ik kan me voorstellen dat een rechter vindt dat in dat geval, gezien de risico's die de schrijver heel bewust heeft genomen (in tegenstelling overigens tot Duyvendak indertijd, maar dit terzijde), een grens is overschreden.

,

Utrecht tolereert geen kritiek op Berlusconi


Op zondag 9 mei finishte de Giro d'Italia in Utrecht, op de stoep van het hoofdkantoor van wielersponsor Rabobank. In het publiek langs de route stonden op twee plaatsen mensen met spandoeken gericht tegen de Italiaanse premier Sylvio Berlusconi. Politieagenten hebben deze spandoeken in beslag genomen met een verwijzing naar de Algemene Politie Verordening. Die verwijzing was niet terecht, moest burgemeester Wolfsen deze week toegeven in antwoord op vragen van de SP. De APV bood geen grond voor het in beslag nemen van deze spandoeken. Maar verder verdedigt hij het optreden van de politie. Hij schrijft:

Hij (de agent) had moeten uitleggen dat de politie vrees had ..... dat aan de betreffende spandoeken aanstoot zou worden genomen door anderen (w.o. de grote getalen aanwezige Italianen) en dat dit zou kunnen leiden tot openbare ordeverstoringen langs de route, met alle risico’s van dien. Door de agenten is daarop aan de dragers van de spandoeken verzocht deze op te rollen. Toen daaraan niet werd voldaan zijn de spandoeken in beslag genomen. De rechtsgrond hiervoor is het niet voldoen aan een bevel of vordering van een politieagent (art.184 Wetboek van Strafrecht).

Dat niet alleen de openbare orde een rol heeft gespeeld in de afwegingen blijkt uit het antwoord op de vraag welke instructies de agenten vooraf hebben gekregen:

....dat men diende te waken voor gedragingen en uitingen die in zich zelf of door de reactie van anderen daarop aanleiding konden zijn voor wanordelijkheden en daarmee ook voor risicovolle situaties langs of zelfs op het parcours. Daarnaast is in de briefings onder de aandacht gebracht dat vanwege de allure van een dergelijk evenement en de internationale media-aandacht daarvoor een vlekkeloos verloop van de GIRO van groot belang is voor het aanzien van Nederland en de stad Utrecht in het bijzonder.

De klassieke reactie van locale autoriteiten op ongewenste uitingen: je verstoort een feest en onze naam is in het geding. Niet ten onrechte vergelijkt gemeenteraadslid Schipper deze houding met die van de Italiaanse premier zelf, die meermalen is beschuldigd van censuur. Je zou het ook gewoon ouderwets kleinburgerlijk kunnen noemen.

Natuurlijk moet de politie optreden tegen verstoringen van de openbare orde die de veiligheid in het geding brengen. Maar wie moet hierop worden aangesproken? Degenen die gebruik maken van hun recht op vrijheid van meningsuiting, of degenen die dit recht niet respecteren, aanstoot nemen aan een op zich legale uiting en de orde verstoren? Er was op het moment van inbeslagname nog geen sprake van verstoring van de openbare orde. Als iemand aanstoot aan de spandoeken had genomen, had de politie dan niet kunnen zeggen: joh, draai je om, trek je er niets van aan, in dit land hebben we vrijheid van meningsuiting? De politie hoort niet op de uiting zelf te reageren, hoogstens op de gevolgen, voor zover die de openbare orde en de veiligheid aantasten. Zo hoort de instructie van de politie te luiden. Dat vloeit voort uit het feit dat het hier om een grondrecht gaat: locale autoriteiten hebben niet de bevoegdheid om de toepassing van dit recht te interpreteren en een inhoudelijk oordeel te vellen over een uiting (spandoeken, leuzen, tot en met theatervoorstellingen) . Zij mogen beperkingen opleggen als de openbare orde of de veiligheid in het geding is. Maar de politie is er voor handhaving van alle wetten en hoort dus ook de vrijheid van meningsuiting te beschermen.
In het antwoord van de burgemeester spelen mogelijke aanwijzingen voor verstoring van de openbare orde overigens geen rol. Er zou aanstoot genomen kunnen worden.... Hier spreekt een bange burgemeester die een vlekkeloos feest op de buis wil laten zien. De hoeveelheid aandacht van de media geeft de doorslag. De uitingsvrijheid moet maar even wijken.

Dit is de derde affaire waarbij burgemeester Wolfsen in opspraak is gekomen vanwege een beperking van de vrijheid van meningsuiting. Vorig jaar moest hij al spijt betuigen over zijn poging om een artikel over zijn declaratiegedrag uit een huis-aan-huisblad te houden. Afgelopen week kwam hij terug op het eerder uitgevaardigde verbod op straatmuziek. Het lijkt er op dat de burgemeester dit aspect van zijn functie nog niet helemaal onder de knie heeft.

,

31 mei 2010

Telegraaf wil katholieken niet "nodeloos grieven"


De cartoons van Nekschot die de Telegraaf niet wilde publiceren staan nu op de PVV-site. Goeie stunt van Geert die zo - met dank aan het ochtendblad- nog wat extra aandacht krijgt voor zijn kwakkelende campagne. Waarom de Telegraaf de cartoons "nodeloos grievend" vindt wordt nu ook duidelijk. Niet alleen de islam maar ook de Rooms-Katholieke Kerk wordt geschoffeerd door een van de twee cartoons. We zien Aicha, de 9-jarige echtgenote van Mohammed aan de hand van de profeet bij paus Benedictus. Mohammed zegt dat zijn meisje bij de paus gaat logeren. Benedictus bewijst de profeet alle eer. Kop: pedofilie komt in de beste kringen voor. Dat kan de katholieke lezers van het ochtendblad, in aantal de islamieten ruim overtreffend, natuurlijk in het verkeerde keelgat schieten. Het blad likt nog de wonden van de commotie over het interview met Ruben. Dus, zal de hoofdredactie gedacht hebben, we nemen geen risico. We offeren de vrijheid van meningsuiting.
Waarom de tweede cartoon niet door de beugel zou kunnen begrijp ik niet goed. Een kennelijk islamitische man vraagt vanaf zijn ziekbed om een islamitische cliniclown die grappen over ongelovigen maakt. Onder de kop: Iedereen heeft recht op een goede gezondheidszorg. Het is mijn humor niet, maar dat doet er niet toe (zou me overigens niets verbazen als sommige islamieten deze cartoon wel kunnen waarderen).
Humor is iets persoonlijks, een kwestie van smaak. Waarom zou je er überhaupt op reageren als je er niets in ziet? Waarom zou je anderen op dit punt niet met rust kunnen laten? Het afkeuren of zelfs verbieden van grappen is een vervelende inmenging in andermans smaak en voorkeur. Bemoeizucht die je niet zou verwachten van een liberale krant die naar eigen zeggen de persvrijheid hoog in het vaandel heeft staan. Maar tegelijkertijd ook een teken van bekrompenheid die in de kringen van Wakker Nederland bepaald niet zeldzaam is. Een soort gemakzucht en gebrek aan reflectie: mijn smaak is onze smaak, weg met alles wat er van afwijkt. En daarmee zijn we weer terug bij de PVV.

,

16 mei 2010

De onbeschaamdheid van de media


De verontwaardiging over de brutaliteit van de Telegraaf-journalist die de 9-jarige overlevende van de vliegramp bij Tripoli aan de lijn wist te krijgen is groot. Zo groot dat de redactie zelfs met een verontschuldigende verklaring kwam. Uit angst voor opzeggingen? Reputatieschade? Het is niet bekend hoeveel verontwaardigde lezers hun abonnement hebben opgezegd, noch hoeveel adverteerders hun orders hebben ingetrokken. Ik gok er op dat dat wel mee zal vallen. Intussen heeft Buitenlandse Zaken wel boos gereageerd op Femke Halsema die vragen stelde over de rol van de Nederlandse officiële vertegenwoordigers in Libië.
Er zijn ook mensen die begrip hebben voor pogingen van de media om zo dicht mogelijk bij het drama te komen. De aandacht voor de enige overlevende van een vliegramp is begrijpelijk. De media voldoen aan de nieuwsgierigheid van lezers en kijkers. "Don't shoot the messenger." BuZa-vertegenwoordiger Kronenburg zegt in De Volkskrant: ‘Ik praat het niet goed’, zegt hij. ‘Maar ergens begrijp ik wel waarom ze Ruben als paparazzi hebben achtervolgd. Tussen alle ellende en verdriet is het verhaal van deze jongen iets waar je je aan vasthoudt. De enige overlevende. Een jongetje. Dan loop je het risico dat sommige media de grenzen opzoeken, en overschrijden.’ Bij EenVandaag zei hoogleraar Beunders dat de verontwaardiging van veel mensen nogal dubbel is. Ze lezen het sensationele nieuws graag, vinden vervolgens dat een grens is overschreden en geven dan de journalist de schuld, terwijl ze eigenlijk kwaad zijn op zichzelf.

Het vrij pleiten van de media met verwijzing naar het grenzeloze nieuwsgierige publiek miskent de eigen verantwoordelijkheid van de pers. Het is hoogstens de halve waarheid als de journalist zegt alleen het belang van zijn lezers of kijkers voor ogen te hebben. De andere kant is de moordende concurrentie tussen de media. De eerste zijn, iets kunnen vertellen dat de andere media nog niet konden publiceren, is een belangrijke, zo niet de belangrijkste drijfveer van het merendeel van de media. En daarom kan men ook nooit voldoen aan een regel die ieder verstandig mens in zulke situaties voor fatsoenlijk houdt: wacht even met de benadering van dat jongetje. NOVA liet beelden zien van een vergelijkbaar geval, een drenkeling die als enige overlevende van een vliegramp bij Madagascar direct nadat ze aan boord van een vliegtuig was gehesen werd ondervraagd door een journalist, die zijn scoop ook meteen op het internet zette.
Juist vanwege die enorme druk om de eerste te zijn en om over een zaak waar iedereen over praat in elk geval óók eigen nieuws te melden te hebben, doet er niet toe of wat of hoe, moeten media zichzelf behoeden voor het overschrijden van grenzen. Zoals in dit geval. Velen hebben er op gewezen dat een kind, en zeker een kind in die situatie bescherming nodig heeft in contacten met de pers. De oproep van minister Verhagen dat de media geen contact mogen zoeken met slachtoffers of nabestaanden tenzij zij zelf het initiatief nemen is nogal makkelijk en getuigt niet van begrip voor de werking van de media. Afwachten totdat iemand iets wil zeggen, dat verwachten we niet van journalisten. Maar de nodige zelfdiscipline mogen we van media natuurlijk wel eisen. En voorts, mijnheer Verhagen, bescherming van de autoriteiten tegen al te opdringerige paparazzi. Die vraag van Femke Halsema was natuurlijk volkomen terecht. Zou die Telegraaf-journalist bijvoorbeeld ook zo makkelijk kunnen doordringen tot de slaapkamer van prinses Amalia?

03 mei 2010

Dag van de Persvrijheid


Vergeleken met vrijwel alle andere landen is Nederland een paradijs voor journalisten. Op de zwarte lijst van Reporters sans Frontières van 40 personen en organisaties die de persvrijheid het meest bedreigen komt Nederland niet voor. In de berichtgeving van RSF van het afgelopen jaar vinden we wel een paar Nederlandse kwesties. De veroordeling van de Franse journaliste Florence Hartmann (foto) bijvoorbeeld vanwege het onthullen van de werkwijze van het International Joegoslavië Tribunaal. Zij schreef over deals met Servische autoriteiten in haar boek Peace and Punishment. De voormalige woordvoerder van aanklager Carla del Ponte schreef dat bepaalde informatie geheim werd gehouden in ruil voor documenten betreffende Milosevic. Zij kreeg een boete wegens belediging van het hof.
Een andere kwestie uit 2009 die knaagde aan de persvrijheid in Nederland was de poging van het Koningshuis om het persbureau AP voor te schrijven welke vakantiefoto's wel en welke niet gepubliceerd mochten worden. De uitspraak van de rechter, die de privacy in dit geval zwaarder woog dan de persvrijheid, was nadelig voor AP. Maar er was wel uit af te leiden dat bindende afspraken vooraf tussen pers en Koningshuis over publiciteit te ver gaan. Het Koningshuis krijgt geen regie over de media. En dat was in elk geval winst.
Over de persvrijheid in Nederland verscheen deze week de eerste Persvrijheidsmonitor. Het rapport bevat een kroniek van kwesties waarin journalisten beperkt werden in de uitoefening van hun beroep. In de evaluatie wordt nog ingegaan op drie specifieke kwesties: de privacy van het Koninklijk Huis, de bronbescherming van journalisten en de Openbaarheid van Bestuur.
Over het gebrek aan openbaarheid van bestuur, als bedreiging van de persvrijheid schrijft Roger Vleugels vandaag op het Archiefforum: "30 jaar wobben, 30 jaar tobben". Op dat gebied loopt Nederland ver achter bij andere landen. En dat is er de laatste jaren niet beter op geworden. Onder Minister ter Horst zijn de termijnen voor het verkrijgen van informatie verder opgerekt. Zij heeft een kritische evaluatie van de nog steeds vigerende wet opzij geschoven. Aanpassing van de WOB is verder weg dan ooit. Kamerleden lijken zich er niet boos over te maken. Terwijl die openbaarheid toch een van de voorwaarden is waaronder zij hun werk moeten doen.
,

29 april 2010

De telefoonverkoper bepaalt wie je mag bellen


Opnieuw is Apple in opspraak geraakt door de afwijzing van informatie voor de iPhone op morele gronden. De censoren van Apple oordeelden in februari dat een Nederlandse fotografensite niet door de beugel kon. Onlangs vonden ze dat de cartoons van de gelauwerde Amerikaanse tekenaar Mark Fiori beledigend waren en niet verkocht mochten worden. Na veel negatieve reacties, wordt Fiori deze week ineens toch in het aanbod van iTunes opgenomen(foto). Maar nu is er een satire op Tiger Woods geweigerd. De reden: een publieke figuur belachelijk maken past niet in het beleid van Apple. Dit heet 'a violation of the iPhone Developer Program License Agreement, which bars any apps whose content in “Apple’s reasonable judgement may be found objectionable, for example, materials that may be considered obscene, pornographic, or defamatory.”'
De iPhone bezitters én de cartoonisten zijn dus overgeleverd aan de smaakpolitie van Apple. Je zou natuurlijk kunnen zeggen: moeten ze niet met Apple in zee gaan. Elke bedrijf is vrij te verkopen wat men wil. Apple kan niet verplicht worden apps aan te bieden waarvan ze vinden dat die de grenzen van het fatsoen overschrijden. Het bedrijf heeft tenslotte een naam hoog te houden.
Toch zitten er een paar vervelende kanten aan het gedrag van het Apple. Een telefoon koop je om te communiceren. Het is een apparaat dat je in alle vrijheid voor je eigen doelen wilt gebruiken. Een telefoon met internet en nog veel meer toeters en bellen koop je ook nog steeds om te kunnen communiceren. Is het dan redelijk dat de verkoper van het apparaat voor jou gaat bepalen welke boodschappen je wel of niet mag ontvangen? Als het apparaat je niet bevalt kun je een deur verder bij een andere winkel een ander apparaat kopen. Maar als je er een gekocht hebt moet je niet belemmerd worden in het gebruik. En dat gebeurt wel als Apple zich met de content gaat bemoeien. En een ander apparaat kopen is geen optie omdat je, behalve het gemak van de iPhone, dan ook heel veel content die de "Apple store" levert moet missen. Het is alsof je een telefoon hebt gekocht die je ineens verbiedt om met bepaalde vrienden te bellen.
De positie die Apple inneemt op de markt van mobiele apparaten lijkt een groot gevaar op te leveren voor het vrije verkeer van informatie. Als dit bedrijf als eerste en vooralsnog enige een nieuw apparaat als de iPad introduceert zullen we ook weer overgeleverd zijn aan zijn censoren. Dat brengt ook de aanbieders van informatie in een lastig parket. Om mee te doen met de ontwikkelingen van nieuwe media zullen journalisten, filmers, tekenaars en vele anderen in het communicatievak rekening moeten houden met de normen die één Amerikaans bedrijf stelt. Welke invloed zal dat hebben op de zelfcensuur van schrijvers en kunstenaars? Keren we terug naar een situatie waarin één instantie, de katholieke kerk, met een 'nihil obstat' bepaalde wat wel en niet mocht worden uitgegeven?
,

22 april 2010

TROS in actie tegen openbare bibliotheken


Onder leiding van de oud-burgemeester van Rotterdam Ivo Opstelten voert een team van het tv-programma TROS Regelrecht actie om al het internetverkeer in openbare bibliotheken te filteren. Zo willen ze voorkomen dat kinderen geconfronteerd worden met porno of extreem geweld. Veel mensen die in de uitzending werden geïnterviewd waren voor. De directeur van de Openbare Bibliotheek Amsterdam was echter niet te vermurwen. Hij staat op het standpunt dat openbare bibliotheken als publieke voorzieningen in principe een volledig vrije toegang tot internet moeten bieden. Filters werken bovendien niet goed en zijn gemakkelijk te omzeilen. Overigens wordt er bij de pc's in de OB Amsterdam wel gewaarschuwd tegen porno en er lopen toezichthouders die bij overlast kunnen ingrijpen. Maar de verantwoordelijkheid blijft bij de bibliotheekgebruiker. Of, in geval van kinderen, bij de ouders. Juist ouders blijken hier echter veel moeite mee te hebben. Een vertegenwoordigster van een oudercomité vond zelfs dat hier sprake was van het aanbieden van porno aan kinderen (wat wettelijk verboden is).
De actie van de TROS, die erg veel lijkt op soortgelijke acties tegen openbare bibliotheken in de Verenigde Staten, berust op een paar misverstanden. De openbare bibliotheek is geen privé-huishouden, school of bedrijf waar particuliere voorkeuren en overwegingen bepalen wat er wel en niet gezien of gelezen mag worden. De openbare bibliotheek behoort vanuit haar publieke functie in principe geen voorkeuren te laten gelden. De openbare bibliotheek is bij uitstek het instituut dat in de samenleving een vrij verkeer van informatie moet garanderen. Het tweede misverstand betreft de aard van het internet. Waar je van boeken of andere media (ook van tv-programma's) nog kunt zeggen dat die worden aangeboden, gaat het bij het internet om toegang tot een netwerk dat vergelijkbaar is met dat van de telefoon. De ingreep die de TROS per petitie wil bewerkstelligen is vergelijkbaar met het afsluiten van bepaalde nummers uit een publieke telefooncel. Of met het dwingen van de postbode om bepaalde poststukken niet te bezorgen.
Over ingrepen in het vrije verkeer van informatie wordt nog te vaak lichtvaardig gedacht. Dit weblog, dat deze maand zijn eerste lustrum viert, getuigt daarvan. Het zou mij niet verbazen als de petitie van de TROS door veel mensen wordt getekend. In de publieke opinie is voor het gemeenschappelijk weren van foute boodschappen meer steun te vinden dan voor het principe van een onbelemmerde uitwisseling van informatie waarbij iedereen zijn eigen keuzevrijheid en verantwoordelijkheid houdt (ouders voorop). En het internet wordt wel erg gemakkelijk vergeleken met de min of meer geregelde publieke omroep, een massamedium dat per definitie eenzijdig informatie aanbiedt. Diverse politici hebben tot zeer recent gepleit voor filters bij internet service providers om het kwaad uit de wereld te helpen. Ook in een vrijzinnige partij als GroenLinks moest de fractie op het laatste congres per motie worden teruggeroepen van een standpunt van Justitie-woordvoerder Azough waarbij een opening voor filtering was gemaakt. Dat is toen door een grote meerderheid, met steun van kamerlid Mariko Peters, rechtgezet.
Deze week kwam het demissionaire kabinet ook nog met een concept-wetsvoorstel waarin ruimte gemaakt wordt voor ongelijke behandeling van internetverkeer. Het kabinet laat het aan de internet service providers of ze bepaalde diensten al dan niet willen blokkeren. Netwerkneutraliteit zal, als deze wet wordt aangenomen, door de Nederlandse overheid niet worden gegarandeerd. En daarmee komt een vrij en open internet in gevaar. Bits of Freedom probeert daarom in deze verkiezingstijd partijen ervan af te houden deze weg op te gaan. In de verkiezingsprogramma's van D66 en GroenLinks is de netwerkneutraliteit al opgenomen. In andere partijen is de discussie nog gaande. Laten we hopen dat BoF meer succes heeft dan de TROS.

,

26 maart 2010

Godsdienstvrijheid, staat en moraal


"De overheid moet hier niet alleen duidelijke juridische grenzen stellen, maar ook een stevig moreel appèl uitdragen..." Dit is geen citaat van onze demissionaire minister-president maar van Dick Pels en Ruard Ganzevoort, beide GroenLinks. Zij reageren in De Groene Amsterdammer van deze week op de homodiscriminatie en het misbruik van kinderen in internaten. De ophef hierover heeft in conservatieve religieuze kringen een voorspelbare tegenreactie uitgelokt tegen vermeende dwingelandij door seculieren. De seculiere meerderheid moet niet denken dat de ruimte voor religieuze groepen om af te wijken nu zomaar ingeperkt kan worden (ten Hooven NRC 13-2).
Pels en Ganzevoort schrijven dat godsdienstvrijheid geen argument mag zijn om rechten van individuele burgers te schenden. Dus geen discriminatie van homo's, geen misbruik van kinderen. We moeten meer grip krijgen op deze 'zwarte kant van de religie' door de individuele godsdienstvrijheid voorrang te geven boven de collectieve godsdienstvrijheid. Het werkelijke probleem is dat kerkelijke instituten en autoriteiten uit vrees voor het verlies van hun macht op grond van de godsdienstvrijheid volledige autonomie claimen, zich niets willen aantrekken van maatschappelijk breed aanvaarde normen en waarden, en weigeren verantwoording af te leggen aan de samenleving.
Tot zover akkoord. Maar wat moet hier de rol van de overheid zijn? De suggestie dat de overheid een taak heeft bij het bewaken en bekritiseren van het morele klimaat in de samenleving is niet zonder risico, om het zacht uit te drukken. De staat is er voor de wetten. En in die wetten zijn door de samenleving via een democratisch proces actuele opvattingen over normen en waarden verdisconteerd. De staat moet zich daarnaast niet ook nog de rol van opperpriester aanmeten om de samenleving voor te houden wat wel en wat niet kan. De staat dient de ruimte bieden voor een maatschappelijk debat over de morele grenzen van de godsdienstvrijheid, dat Pels en Ganzevoort bepleiten. Daarin kan de religieuze instituten ook gevraagd worden verantwoording af te leggen over de manier waarop ze intern met individuele verschillen omgaan. Maar de overheid moet zich niet mengen in dit debat. Daar hebben we het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting voor: zonder inmenging van de staat een vrij debat kunnen voeren. De overheid moet optreden tegen misdaden, het overtreden van de wet. De politici moeten met opvattingen over wat wel en wat niet kan in hun wetgeving rekening houden op straffe van verlies bij de verkiezingen. Hun bijdrage aan het debat over de godsdienstvrijheid kan dus niet gemist worden. Maar van de overheid als instituut dat in dienst staat van de samenleving wil ik geen moreel appèl horen.
[tekening Rhonald Blommestijn, NRC]

,

12 maart 2010

Een beroepsverbod voor geestelijken en leraren


Een rechtse meerderheid in de Eerste Kamer is vorige week akkoord gegaan met een beroepsverbod voor haatpredikers als bijkomende straf. Een motie van Klaas de Vries kreeg onvoldoende steun. Het is nu in principe mogelijk om geestelijken en leraren wegens haatdragende uitingen naast de al bestaande straffen ook nog eens uit hun beroep te zetten.
Volgens minister Hirsch Ballin is het beroepsverbod bedoeld als waarschuwing. Het dreigen met een beroepsverbod zou burgers extra bescherming geven tegen extreme haatzaaierij. Hij wist de tegenstanders echter niet te overtuigen van de noodzaak van deze wetswijziging. Een noodzaak die volgens het EVRM vereist is om een belemmering van de uitingsvrijheid te kunnen rechtvaardigen. Senator Kox (SP) vond het voorzorg-argument dubieus. "Juist als wij het hebben over vrijheid van meningsuiting kan het begrip voorzorg bijna niet. Dan heb je het eigenlijk over censuur en die hebben we nou juist verboden." De Vries (PvdA) had nog andere bezwaren, die samenhangen met de uitleg van het begrip beroep. Het blijkt namelijk dat ambtenaren en zelfstandige ondernemers volgens de wetswijziging niet onder beroepsbeoefenaren vallen. Daarmee wordt een onwenselijke ongelijkheid in de wet geïntroduceerd.
Een wetswijziging die in strijd is met artikel 1 én met artikelen 6 (vrijheid van godsdienst) en 7 (vrijheid van meningsuiting) van de Grondwet: kan de Eerste Kamer dat laten passeren? De christelijke partijen, maar ook de VVD meenden kennelijk van wel. Een voorbeeld om niet te vergeten als er door deze partijen straks, in de verkiezingstijd, weer veel vrome woorden gewijd worden aan het respecteren van de grondrechten en de rechtsstaat.
,

06 maart 2010

Verkiezingsfolders en reclamedrukwerk


Ondanks oproepen van campagnecoördinatoren en partijleiders zijn er de afgelopen weken weer heel wat verkiezingsfolders in brievenbussen met stickers tegen "ongeadresseerd reclamedrukwerk" gestopt. Voor GroenLinks zijn deze stickers extra lastig. Je kunt achter de bestickerde brievenbussen milieubewuste en dus potentieel GroenLinkse kiezers vermoeden die je graag wilt oproepen om op je partij te stemmen. Maar je kunt ook bedenken dat juist deze bewoners geïrriteerd raken van al dat papier op de mat waar ze niet om gevraagd hebben. Dan bereik je een averechts effect. En de reputatie van GroenLinks als milieubewuste partij kan zo wel erg makkelijk op de hak worden genomen.
De laatste argumenten geven voor de campagenleiding van GroenLinks kennelijk de doorslag. Volgens de richtlijnen worden bestickerde brievenbussen overgeslagen. Of je belt aan. Of je 'adresseert' je folder ter plekke, een nogal dubieus alternatief dat natuurlijk evengoed irritatie kan opwekken.
Het probleem zit 'm in de geldende Code Verspreiding Ongeadresseerd Reclamedrukwerk. Deze code definiëert reclame als: "iedere openbare aanprijzing van goederen, diensten of denkbeelden", ongeacht de afzender. Daarmee is de handelsreclame gelijkgesteld aan alle communicatie tussen burgers. De partijen die deze code in de jaren negentig hebben opgesteld, de reclamebranche, de Consumentenbond en Milieudefensie, negeerden hiermee het verschil tussen de burger en de consument. Het is wel zo praktisch om alles maar reclame te noemen. Maar het gaat de meeste mensen die zo'n sticker op de deur hebben toch vooral om de hinderlijke hoeveelheid handelsreclame. Willen al die stickeraars ook communicatie van de overheid, van ideële verenigingen, scholen, kerken, politieke partijen uitsluiten? Is dit ooit gepeild bij de ontvangers? Met ongetwijfeld goede bedoelingen (spaar het milieu, verlos ons van de rotzooi) is met deze code van bovenaf eenzijdig ingegrepen in het vrije verkeer van informatie.
De stickers tegen het reclamedrukwerk raken niet alleen het milieu, maar ook onze grondrechten. Een democratie kan niet functioneren zonder een vrij verkeer van informatie. In verkiezingstijd is een volledig vrije communicatie cruciaal. Maar ook daarbuiten moeten overheid en politieke partijen onbelemmerd met burgers in contact kunnen treden. De stickers die ongeadresseerd handelsdrukwerk buiten de deur moeten houden zijn een belemmering voor het vrije verkeer van informatie. Natuurlijk hebben burgers het recht om nee te zeggen. Maar een ongespecificeerd nee tegen alle papier benadeelt de communicatie tussen burgers onderling en tussen burgers en overheid buitenproportioneel. Je zou op z'n minst een meer gespecificeerd nee moeten kunnen plakken op je brievenbus. Wie voor zichzelf het onderscheid tussen burger en consument wil maken moet dat kunnen doen. Puntje voor de komende verkiezingscampagen?



,

21 februari 2010

Apple belemmert fotografen


Het vrije verkeer van informatie kan niet worden toevertrouwd aan de grote ICT-bedrijven. Ze leveren prachtige producten, daar niet van. We kunnen niet meer zonder. Maar op sommige momenten geeft het commercieel belang toch de doorslag en worden vrijheidsrechten aangetast. Het monopoliegedrag van Microsoft. Google in China. En nu Apple, die de inzage van portfolio's van beroepsfotografen via de Iphone belemmert. Een programmaatje dat het bekijken en inladen van foto's van de site PhotoQ mogelijk moet maken is door Apple afgekeurd omdat er seksueel expliciete foto's op de website staan. Nog afgezien van de vreemde kwalificatie 'seksueel expliciet' bij foto's van naakte ouderen op een camping en een meisje met blote borsten, kun je je afvragen waar ze zich mee bemoeien.
Hypocriete amerikaanse bekrompenheid dreigt zo de wereld belachelijke puriteinse fatsoensnormen op te leggen. Dit gaat verder dan het verhaal van de winkelier die zelf mag beslissen wat hij verkoopt. Het gaat er om wie het voor het zeggen heeft als het om fatsoensnormen gaat. Zijn dat de winkeliers van de wereld, vertegenwoordigd door de winkeliers uit de VS?
Het voorbeeld van Apple bewijst eens te meer hoe belangrijk digitale burgerrechten zijn. Het feit dat we tot nu toe op dat punt afhankelijk zijn van de beslissingen van commerciële bedrijven betekent een achteruitgang in de grondrechten van de burger die de laatste twee eeuwen zo moeizaam zijn bevochten. De globalisering, die enerzijds vrijheid, openheid en ruimte belooft levert anderzijds beperkingen op zo lang niet wereldwijd bepaalde grondrechten zijn geaccepteerd. Daarom is het de hoogste tijd voor een Internet Bill of Rights.
[foto: Christian Engström, Zweeds Europarlementariër voor de Piratenpartij, die samen met de Groene Fractie in het EP dit idee heeft gelanceerd en daarover op maandag 22 februari komt spreken in Amsterdam]

,

11 februari 2010

Onterechte vragen


Ruim negentig vragen stelden Kamerleden vorig jaar over de publieke omroep. Bijna de helft daarvan ging over de inhoud van de programma's. Ook Kamerleden hebben een mening over Sesamstraat, schrijft de NRC vandaag. Op zich niets op tegen, natuurlijk. Alleen gaat de Kamer daar niet over. Want de regering gaat daar ook niet over en dat is maar goed ook. Het is dus onterecht en ook onzinnig om als volksvertegenwoordiger de regering aan te spreken over de programmering van de omroepen. Maar daar zijn partijen als het CDA, de ChristenUnie, de SGP, de PVV en ook de SP het niet mee eens. Zij blijven de bewindslieden onder druk zetten om zich uit te spreken over beslissingen die volgens de Mediawet en de Grondwet niet in Den Haag maar in Hilversum moeten worden genomen.
Waarom bemoeien politici zich dan toch met wat er op de buis komt? Waarom maken ze zich druk over kinderprogramma's, een soft porno film op de late avond, een discussieprogramma over religie, een show om nierdonoren te werven? We mogen er toch van uit gaan dat onze volksvertegenwoordigers de wet kennen. Dat zij hun tijd verdoen met al die vragen over televisieprogramma's kan niet anders opgevat worden als plat populisme. Het zijn acties om te scoren bij de achterban. Niet meer en niet minder. Verontrustend gezien de taken van de volksvertegenwoordiger. Maar ook verontrustend omdat hiermee de gedachte levend wordt gehouden, die kennelijk in sommige kringen erg hardnekkig is, dat je via de overheid invloed kunt uitoefenen op wat anderen volgens jou wel of niet mogen zien.

,

20 januari 2010

Waarom Wilders vrijgesproken moet worden


Wilders wint zijn proces hoe dan ook, of hij nu veroordeeld wordt of vrijgesproken. Hij heeft een nieuw forum om zijn punten te maken. En een nieuwe kans om zich als dappere strijder tegen de gevestigde machten te profileren. Los van dit gegeven lijkt mij vrijspraak dan nog het beste wat er uit te halen is. Niet zozeer voor Wilders, maar wel voor de vrijheid van meningsuiting en de democratie.

Juridisch gesproken zitten er vele haken en ogen aan de vervolging van Wilders. De uitvoerige en volgens sommigen tendentieuze verantwoording van het Amsterdamse Gerechtshof waarmee het proces, na aanvankelijke seponering door het OM, toch weer is opgevat is door velen bekritiseerd. Na de uitspraak van de Hoge Raad over de poster 'Stop het islamgezwel' wordt een veroordeling wegens het beledigen van de islamitische bevolkingsgroep een stuk lastiger. De omstreden uitspraken van Wilders gaan toch voornamelijk over de gevaren van de islamitische ideologie. En ideeën aanvallen kan moeilijk verboden worden. Over de woorden die daarbij gebruikt worden kun je twisten, maar met het oog op de vrijheid van het politieke debat zal de grens niet snel bereikt worden. En een veroordeling op formuleringen laadt al gauw de schijn op zich van een veroordeling van ideeën. Dat geldt naar mijn mening ook voor de meest omstreden uitspraak, de vergelijking van de Koran met Mein Kampf. Een provocerende uitspraak, die zoals alles wat met WOII te maken heeft, voor veel Nederlanders te ver gaat. Maar het zou toch van eurocentrisme getuigen als juist déze uitspraak wordt aangegrepen voor een veroordeling wegens belediging van een bevolkingsgroep die aanzienlijk minder directe banden heeft met dat verleden.

Wilders zou veroordeeld kunnen worden wegens uitspraken waarin hij opzettelijk aanzet tot haat of geweld tegen een bevolkingsgroep. Maar alle uitspraken die door de aanklagers zijn verzameld leveren daarvan nog niet een onomstotelijk bewijs. Een redenering is dat het systematisch zwart maken van islamieten leidt tot uitsluiting van een bevolkingsgroep uit de samenleving met mogelijk gebruik van geweld. Daar zouden de aanklagers een punt hebben. Maar ik zie het OM dat punt nog niet maken.

Vrijspraak lijkt me, los van Wilders en zijn uitspraken die je onfatsoenlijk, onbehoorlijk, provocerend en discriminerend mag noemen, de beste optie in het belang van de vrijheid van meningsuiting. Alle uitspraken van Wilders zijn gedaan in de context van het maatschappelijke, politieke debat. Alle uitspraken hebben als doel stemmen te werven en politieke tegenstanders te provoceren. Die context moet vrij zijn in het belang van de democratie. Inmenging van de staat moet hier tot het uiterste (oproepen tot geweld) worden voorkomen. Dat is ook het uitgangspunt geweest voor vele uitspraken van het Europese Hof in Straatsburg ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting.

Het inperken van de ruimte voor het politieke debat is een politieke daad op zichzelf. Aanklager Danen van Nederland Bekent Kleur zegt dat ook met zoveel woorden. Hij verwacht dat Wilders als hij door de rechtbank is veroordeeld 'als racist' minder stemmen zal krijgen. Dat is dus het gebruik van de rechtbank als instrument om politieke tegenstanders uit te schakelen. Als dat in andere landen gebeurt typeren we dat meestal als een tekort aan democratie. Of erger. Daarom mag die stroming in elk geval niet winnen in dit proces.

19 december 2009

Niet normaal


In de Beurs van Berlage is een tentoonstelling geopend van kunstenaars die zich via hun werken afvragen wat er nu eigenlijk normaal is in deze samenleving. Het affiche met een foto van een van die werken, en beeldhouwwerk van Marc Quin, is door de NS geweigerd. Men vreest voor negatieve reacties van het publiek. Het station moet een prettige plek zijn om te verblijven, wordt er nog aan toegevoegd. Het beeld op de poster is een afgietsel van een bestaande persoon, de Britse stuntman Stuart Penn, die zijn linkerarm en rechterbeen mist.
De NS levert met deze weigering onbedoeld een bijdrage aan de inzet van de kunstenaars die het normale ter discussie stellen. En deze bijdrage is, zoals zo vaak bij bedrijven met een groot publiek, krampachtig en bekrompen. Het niet normale is taboe want het roept vervelende vragen op en het veroorzaakt ongemakkelijke gevoelens. Het normale, het feest der herkenning, is prettig, geruststellend en mag gezien en gehoord worden. Daarmee kan een bedrijf voor de dag komen.
Dit zijn redeneringen die raken aan het hart van de cultuurpolitieke waarde van het grondrecht van vrijheid van meningsuiting. Daarin gaat het er juist om dat het afwijkende beschermd wordt. Het gaat om tolerantie en dat is het toelaten van een uiting ondanks je afkeer van de inhoud of strekking. Die waarde wordt steeds weer ontkend wanneer op alle mogelijke gronden een afwijkend beeld of geluid uit de openbare ruimte wordt geweerd, of het nu kunst of politiek is.
De NS en andere instanties die op overeenkomstige gronden de uitingsvrijheid hebben geschonden zullen repliceren: wij hebben rekening te houden met het publiek, we willen neutraal zijn. In een museum mag er meer dan op de openbare weg of een station of op prime time op de televisie. Maar deugt die redenering wel? Kunnen publieke bedrijven de waarde van tolerantie aan hun laars lappen uit PR-overwegingen? Mogen zij hun klanten alleen maar in het normale bevestigen en hen de confrontatie met het niet normale onthouden?
De weigering van NS om juist dit beeld uit de openbare ruimte te weren heeft tot verontwaardigde reacties geleid bij organisaties die opkomen voor gehandicapten. Een van deze organisaties, tevens sponsor van de tentoonstelling, overweegt een klacht tegen de NS. Ik neem aan bij de reclamecodecommissie. Ik hoop dat ze doorzetten en dat dan bovenstaande vragen ook aan de orde zullen komen.

,

26 november 2009

Staat wil critici laten vervolgen


Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Ank Bijleveld (CDA) doet aangifte van het verspreiden van een folder waarin mensen worden opgeroepen hun burgerservicenummer op de arm te laten tatoeëren. Zij vindt de folder smakeloos, het tatoeëren van een nummer op de arm doet haar denken aan de Holocaust. Maar welke wet hebben de verspreiders van deze folder dan overtreden? Bijleveld is daar niet duidelijk over. De folder doet in opmaak en stijl denken aan de folders die de Rijksoverheid zelf verspreidt. Maar wie zal in hemelsnaam denken dat het Rijk zoiets verzonnen heeft? Dat zou toch buitengewoon ernstig zijn. Als de Nederlandse bevolking het normaal zou vinden dat het Rijk een Holocaust-procédé gaat toepassen, dan mag de Nederlandse overheid zich wel mens achter de oren krabben en de vraag stellen: waar zijn wij mee bezig?
De aangifte lijkt me eerder voort te komen uit een gebrek aan ontvankelijkheid voor kritiek. De initiatiefnemers van deze actie richten zich tegen het plan om alle vingerafdrukken die verzameld worden voor paspoorten onder te brengen in een centrale database waar ook politie en justitie toegang toe zouden krijgen. Ongetwijfeld onder allerlei voorwaarden. Maar het idee alleen al. Het heeft mij verbaasd hoe makkelijk onze volksvertegenwoordigers accoord zijn gegaan met de nieuwe paspoortwetgeving. De critici die nu op een originele manier ophef maken over deze dubieuze wetgeving verdienen alle steun. Denk er nog eens over na Ank, in plaats van meteen in de gordijnen te klimmen als mensen zich kritisch uiten over het beleid van de overheid.


,

21 november 2009

Waarom mogen we dat niet weten?


Gebrek aan openbaarheid kennen we uit de sfeer van defensie, de AIVD en het Koninklijk Huis. Tot ergernis van menig kamerlid. Des te schokkender is het daarom nu te lezen dat ook de Tweede Kamer de pers breidelt door informatie achter te houden. In NRC Handelsblad schrijven Maarten Bakker, parlementair verslaggever van de KRO en Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ, dat journalisten sinds begin dit jaar geen inzage meer krijgen in de ingekomen stukken van de Tweede Kamer. Daarbij moet je denken aan brieven, rapporten en nota's die vanuit de samenleving aan de Kamer worden verstuurd. En aan stukken van allerlei lobby-groepen die de kamerleden in hun standpuntbepaling proberen te beïnvloeden. Dat is toch informatie die voor journalisten in hun rol als rapporteur over het handelen van politici niet onbelangrijk is, zou je zeggen.
Waarom zou niet iedereen kennis mogen nemen van wat aan onze volksvertegenwoordigers wordt gestuurd met het oog op hun standpuntbepaling en wetgevende arbeid? Volgens Bakker en Bruning is privacy het argument om deze informatie buiten de openbaarheid te houden. Dat lijkt me een vreemd argument. Volksvertegenwoordigers zijn er voor de publieke zaak. Als je hen iets wilt laten weten doe je dat dus in principe in het openbaar. Voor privé-zaken zijn er andere instanties. Waar is de Kamer eigenlijk bang voor?
De maatregel lijkt nogal disproportioneel. In alle vertegenwoordigende lichamen zullen stukken aan de orde komen die geheim moeten blijven. Aanbestedingen bijvoorbeeld. Daar zijn aparte procedures voor. Dat begrijpt ook een journalist, al zal hij of zij alle mogelijkheden uit de WOB halen om er toch achter te komen waarover gesproken wordt. Maar alle ingekomen stukken? Terecht doet de journalistiek hier een beroep op de persvrijheid en de bepalingen in het Europeees Verdrag voor de Rechten van de Mens terzake. Hoogst opmerkelijk dat nog geen kamerlid hier vragen over heeft gesteld.
, ,

01 november 2009

PVV paranoia?


Dit is een van de reacties van Telegraaf-lezers op de kamervragen van de PVV over het liedje van Kinderen voor Kinderen "Baklava of rijstevla". Toen ik het bericht las en de filmpjes met Bosma en Van Roon zag (Steven de Vries, hartelijk dank) dacht ik eerst aan een geslaagde persiflage van Koot en Bie. Maar ze zijn serieus! Bosma: “Nederlanders worden op deze manier vernederd. Wij moeten het islamitisch imperialisme accepteren en ons er weerloos tegenover opstellen. Dat is constant de boodschap van de staatsomroep. Onlangs stelde ik Kamervragen aan de minister over een peuter-programma van Teleac waar kinderen door koning Koos wordt verteld dat op het Suikerfeest iedereen snoepgoed krijgt. Er was recent ook het programma Koekeloere, eveneens van Teleac, waarin werd uitgelegd hoe kinderen aan Ramadan moeten doen. De multiculturalisten kennen geen enkele schaamte meer. Het multiculturele geloof is in de samenleving op sterven na dood, maar op de publieke televisie is het (gesubsidieerd en wel) nog springlevend.”
Wat moeten we hieruit concluderen? Bas Heijne meent in de NRC dat de PVV blundert met deze kamervragen. Hij verwijst naar de reacties van Telegraaflezers die de vragen "massaal weghonen" (valt nogal mee, vind ik). Heijne suggereert dat Wilders onder de slechte invloed staat van zijn ultraconservatieve Amerikaanse geldschieters die hiermee hun eigen paranoia proberen te exporteren. De vraag wie Wilders betaalt verdient zeker verder onderzoek. Vrij Nederland heeft op dat punt al het nodige boven water gehaald.
Een minder aantrekkelijke conclusie dan Heijne's idee dat de PVV blundert is de mogelijkheid dat liberalen, intellectuelen, leden van andere partijen, toch niet goed weten wat er in de onderbuik van de samenleving speelt. Stel dat mensen die redenering van Bosma echt onderschrijven?
Ik hoop dat dat niet waar is en dat het er allemaal wat minder dreigend uitziet in Nederland. Laten we het er op houden dat de PVV, net als de christelijke partijen SGP en CU wat moeite heeft met de vrijheid van meningsuiting. Die partijen trekken ook regelmatig aan de bel als ze iets op tv hebben gezien dat niet in hun christelijke kraam past. Maar anders dan de PVV maken zij niet zo'n punt van het gebrek aan vrijheid van meningsuiting in Nederland. De PVV doet dat wel en blijkt nu (niet voor het eerst trouwens) door de mand te vallen. Met de PVV loopt de vrijheid van meningsuiting in dit land een groot gevaar. Laten we dat vooral niet vergeten.

,

05 oktober 2009

Defensie blijft geheimen koesteren


Het eerste slachtoffer in een oorlog is de waarheid. Na Srebrencia en Irak heeft het Nederlandse leger in Afghanistan opnieuw een doofpotaffaire. Argos berichtte zaterdag j.l. over de standrechtelijke executie van 11 Afghanen in het Nederlandse ISAF-gebied in 2002. En over de problemen om de waarheid rond deze gebeurtenis uit de begintijd van de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan boven water te krijgen. "De Tweede Kamer wordt niet geïnformeerd over het incident. De Marechaussee hoort getuigen op basis van onvolledige informatie. Rapportages worden tot staatsgeheim verklaard. Foto’s verdwijnen spoorloos uit de archieven. En anno 2009, ruim zeven jaar na dato, weigert Defensie nog steeds documenten vrij te geven die duidelijk kunnen maken, welke rol commando’s van het Nederlandse Korps Commando¬troepen (KCT) precies gespeeld hebben bij dit incident."
PvdA-kamerlid Heerts wil opheldering. Defensie zal zich zo goed mogelijk verdedigen. Als het nodig is zullen ze zich beroepen op het staatsgeheim. Een oorlog voeren en openheid verdragen zich niet. Maar ook als er geen oorlog is koestert Defensie geheimen. Hoe kan het parlement een goed besluit nemen over de inzet van troepen of het beëindigen van een operatie als we afhankelijk zijn van een organisatie met een doofpottencultuur die zich zo weinig gelegen laat liggen aan openbare verantwoording? Misschien kan de PvdA zich daar ook eens mee bezighouden. Het gaat hier niet om een incident.
Dit incident is dankzij vasthoudende journalistiek niet in de doofpot terechtgekomen. Onafhankelijke journalistiek is van onschatbare waarde in een democratie. Daar ligt nog een schone taak voor mediaminister Plasterk. Hij moet straks oordelen over de toekomst van de onafhankelijke en originele omroep Llink, die de steun heeft van het vereiste aantal leden, maar niet van een paar culturele adviesorganen. Teken dus de petitie voor het behoud van Llink.


,

19 september 2009

Een regent in Purmerend


Als je bij de Purmerendse Scholen Groep werkt moet je op je woorden passen. Deze week werd maatschappijlerares Tiny Kuiper van het Da Vinci College ontslagen omdat ze na verschillende waarschuwingen in Dagblad Waterland bleef publiceren over haar school. Haar collega's zijn een actie begonnen maar willen wel anoniem blijven omdat ze het lot van Kuiper vrezen. En dat lijkt niet onverstandig.
Vorig jaar kwam de PSG ook al in het nieuws omdat docente Deth van Gils een berisping kreeg vanwege haar bijdrage op een inspraakbijeenkomst van de gemeente. Loyaliteit aan de werkgever gaat volgens het PSG-bestuur boven het recht op vrijheid van meningsuiting. Van Gils uitte tijdens de gemeenteraadsvergadering kritiek op de campusvorming binnen de PSG en ging daarmee volgens directie en bestuur haar boekje te buiten.
Volgens Els Kroese, voorzitter dan het bestuur van de PSG wordt het recht op de vrijheid van meningsuiting beperkt door de plicht van medewerkers hun arbeidsovereenkomst te goeder trouw uit te voeren. Dat klopt als je he zo algemeen stelt, maar mag de werkgever dan eenzijdig bepalen tot hoever die plicht gaat? Ontslag lijkt hier een nogal overdreven maatregel. Er zijn kennelijk conflicten bij de PSG, maar het getuigt niet bepaald van behoorlijk bestuur als uitlatingen in de pers aangegrepen worden voor ontslag. Heeft de PSG overigens een klokkenluidersregeling? Dit soort kwesties maakt duidelijk dat een betere bescherming van de uitingsvrijheid van werknemers nog steeds niet goed geregeld is.
De leerlingen van het Da Vinci College krijgen sinds de zomer geen lessen maatschappijleer. Wel jammer nu er zich zo'n prachtige case voordoet in hun eigen omgeving.
,

13 september 2009

Sportbaasje duldt geen kritiek


De sportwereld zit vol met baasjes met grote ego's. Leo Beenhakker, zelf ook een baasje, kan er van meepraten. Het baasje van FC Utrecht heet Jan Willem van Dop, directeur. Als we HP/De Tijd mogen geloven heeft hij het ontslag van twee kritische correspondenten van het AD bewerkstelligd (een Utrechts kwaaltje?). En nu legt hij de laatste ook nog een stadionverbod op. In een brief schrijft de directie:

“De reden vloeit voort uit uw rol als clubreporter van het AD. Bepaalde artikelen van uw hand ondermijnen de positieve ontwikkeling van FC Utrecht en dragen niet bij aan de door ons noodzakelijk geachte saamhorigheid in alle geledingen. Zeker in deze nieuwe tijden hebben wij geen behoefte aan personen die, populair gezegd bezig zijn met ‘bommenleggen’”.

Hoe professioneel kan een profclub zijn? En wat te denken van het AD? De geplaagde correspondent, Ben ten Boden, heeft aangekondigd in beroep te gaan te gaan tegen het stadionverbod. Niet meer dan terecht. Ik hoop dat hij wint. Als voorbeeld voor collega-baasjes van Van Dop.
,

07 september 2009

AEL neemt Nederland de maat


De Arabisch-Europese Liga heeft het er vorige week bewust op aan laten komen dat de organisatie nu vervolgd wordt wegens belediging van joden. Woordvoerder Abdou Bouzerda heeft zijn omstreden cartoon inmiddels verwijderd. Waar het hem om te doen was heeft hij op zijn website en via de media duidelijk gemaakt. Hij wil gelijke behandeling. Tegenover een belediging van moslims (de deense cartoons op de website van Wilders) mag een belediging van joden (de suggestie dat ze de holocaust verzonnen hebben) staan. Het OM wilde niet vervolgen vanwege de Deense cartoons en had de AEL een schikking aangeboden: de zaak zou worden geseponeerd als de cartoon van de website zou worden gehaald. Aanvankelijk leek de AEL daarmee accoord te gaan, maar bij nader inzien besloot Bouzerda zijn cartoon te laten staan. Want: het was eigenlijk toch geen gelijke behandeling.
Een paar kanttekeningen bij deze affaire, die minstens zo interessant kan worden als het proces tegen Wilders. Gelijke behandeling is in zaken over de vrijheid van meningsuiting een uiterst gevoelig punt. Zo wordt nog wel eens het voorbeeld genoemd van de vrijspraak van ex-kamerlid Van Dijke en imam El Moumni wegens het beledigen van homo's omdat ze vanuit religieuze bevlogenheid zouden hebben gesproken. Wie die context niet kan laten zien zou op hun uitspraken bestraft zijn. Het principe 'gelijke monniken, gelijke kappen' kan in Nederland op veel aanhang rekenen. Dat hebben 'nieuwe' Nederlanders inmiddels goed begrepen. Sommigen zijn het beu om altijd overal de schuld van te krijgen. En dus is het niet zo gek dat de AEL Nederland toetst op gelijke behandeling van moslims en joden.
Maar helaas voor de AEL zijn de zaken niet vergelijkbaar. In elk geval volgens het OM. De Deense cartoons waren vooral omstreden vanwege de afbeelding van Mohammed. Ze beledigen mensen in hun geloofsbeleving. De suggestie dat de joden de holocaust hebben verzonnen is een rechtstreekse belediging van een bevolkingsgroep. Zoals de zaken er nu juridisch voor staan zou de tweede beledging dus meer kans maken op veroordeling dan de eerste, waar sprake is van indirecte belediging. Het is een nuance die Hirsch Ballin glad wil strijken door ook indirecte belediging strafbaar te stellen. Maar zo is de wet nu nog niet en zover zal het waarschijnlijk ook niet komen. Veel logischer is het, zoals de AEL zelf ook bepleit, beide soorten beledigingen onbestraft te laten en de ruimte te geven voor een onbelemmerd debat. De grote vraag is of de Nederlandse politici zich zo ruimdenkend zullen opstellen de komende tijd.

,