28 januari 2022

Prioriteiten


Ministeries handelen een verzoek in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) in gemiddeld 161 dagen af, terwijl dit eigenlijk in 28 dagen moet zijn gebeurd, met een mogelijke verlenging van nog eens 28 dagen. Dit blijkt uit een onderzoek van de Open State Foundation en het Instituut Maatschappelijke Innovatie (IMI). De onderzoekers analyseerden bijna duizend Wob-verzoeken die in de periode van oktober 2020 tot en met september 2021 op Rijksoverheid.nl zijn geplaatst. Hoelang het duurt voordat een verzoek is afgehandeld, verschilt per ministerie. Geen enkel ministerie haalt gemiddeld de wettelijk voorgeschreven termijn. Justitie en Veiligheid (188 dagen), Financiën (191 dagen) en Infrastructuur en Waterstaat (206 dagen) zijn over het algemeen het traagst met het vrijgeven van informatie. De omvang van de verzoeken speelt geen rol. Het is duidelijk dat er op de ministeries geen gevoel voor urgentie is bij de openbare verantwoording van het beleid. De onderzoekers bepleiten een ander uitgangspunt voor het openbaar maken van informatie. Zoals het nu is handelt de overheid vanuit het principe 'gesloten, tenzij....' Dat moet hoognodig veranderen in 'openbaar, tenzij'. 

Binnenkort wordt de nieuwe Wet Open Overheid van kracht. De geschiedenis van dit initiatiefvoorstel van GroenLinks en D66 laat ook goed zien hoe laag de prioriteit bij de overheid is als het om openbaarheid gaat. Het eerste voorstel is in 2012 ingediend. In 2016 heeft de Tweede Kamer de wet in eerste instantie aangenomen. De regering sputterde tegen vanwege de kosten en wist een uitsel van vijf jaar te bewerkstelligen voordat een aangepast wetsontwerp in de Eerste Kamer kon worden behandeld. De nieuwe versie is door de Eerste Kamer aangenomen op 5 oktober 2021 met alleen de stemmen van de christelijke partijen tegen. De actieve openbaarheid wordt versterkt door het verplicht stellen van openbaarmaking uit eigen beweging van bepaalde categorieën informatie. Overheidsorganen moeten een online beschikbaar register gaan bijhouden van de documenten en datasets waarover zij beschikken. En er komt ook een adviescollege dat zal toezien op de informatiehuishouding van het rijk en decentrale overheden.

Een ander voorbeeld van traag overheidshandelen is de wetgeving ter bescherming van klokkenluiders. 

19 januari 2022

Woorden met gevolgen


Onieuw is er ophef in de Tweede Kamer over uitspraken van Wilders. Eind december schreef hij over de nieuwe minister van Justitie Dilan Yeşilgöz: 'Een VVD-er van Turkse afkomst op Justitie. En nu maar hopen dat ze mijn beveiliging niet opheft want het liefste zien ze me natuurlijk onder het gras verdwijnen.' Vandaag in het Kamerdebat over de regeringsverklaring weigerde hij dit terug te nemen. Met 'ze' was de VVD bedoeld, zei hij. Die partij probeert hem al jaren uit de weg te werken. Vervolgens kwam er in zijn betoog over het coalitieakkoord opnieuw een aanval op de pers 'die zich gedraagt als lakei van de macht'. Toen hij daarna ook nog eens D66 Kamerlid Fonda Sahla aanviel op haar hoofddoekje met de uitspraak "We zijn het Nederlandse parlement. Met een hoofddoekje ga je maar in Saudi-Arabië in het parlement zitten" was de maat vol. Kamerleden vroegen Kamervoorzitter Vera Bergkamp dringend om in te grijpen. Bergkamp vond de opmerking van Wilders over de hoofddoek van hun collega 'niet respectvol', maar verder ging zij niet.

Wilders leeft van ophef. Zijn populariteit is voor een groot deel te danken aan zijn 'recht-voor-zijn-raap' taalgebruik. Hij is niet vies van scheldpartijen tegen gevestigde partijen, integendeel. Het is zijn handelsmerk. En het vermoeden is dat hij nu een tandje bijzet omdat hij vreest voor de concurrentie van FvD. Zijn islamofobie begint ook een beetje sleets te worden. 

Bergkamp zit met de vraag of zij de traditioneel grote vrijheid van Kamerleden moet gaan beknotten. De aandrang van de collega's wordt steeds groter. Dat heeft niet alleen te maken met de verruwing van de onderlinge verhoudingen in de Kamer. Het gaat vooral om het risico dat het grof geschut van sommige Kamerleden oplevert voor ontsporingen buiten de Kamer, bedreigingen op sociale media en fysieke bedreigingen die daar dan weer uit kunnen voortvloeien. 'Steeds minder deinzen Kamerleden ervoor terug de woorden van politici te verbinden aan wat er online én op straat gebeurt.'

28 december 2021

De media en extreemrechts


Anet Bleich en Natascha van Weezel schreven een boek over de omgang van de media met rechts-populistische partijen: De Houdgreep. Bleich: „In de regel is dat tamelijk kritiekloos. Terwijl die partijen zelf voortdurend afgeven op journalisten. Het is bijna masochistisch van de journalistiek.” Toch blijven journalisten aan de PVV en het FvD trekken omdat ze hopen te kunnen scoren met ophef en vertier. Behalve een waarschuwing voor het ondemocratische gehalte van met name FvD is het boek een kritiek op de media die primair voor spanning en sensatie achter Wilders en Baudet aanlopen. 

Moet je dan geen aandacht besteden aan deze partijen? Op deze vraag geeft het boek helaas geen bevredigend antwoord. Bleich en van Weezel stellen wel het uitgangspunt ter discussie 'dat de rechtse populisten er bij horen en dat hun verhaal evenzeer moet worden gehoord als dat van alle anderen.' Ze beschouwen het als een valkuil voor de media 'dat je PVV en Forum afschildert als gewone, tamelijk onschuldige partijen'. Ze verwijzen naar Léonie de Jonge die onderzocht waarom rechts-populistische partijen in Wallonië zo weinig succes hadden. Dat had volgens haar vooral te maken met de manier waarop de media met extreemrechts omging. Ze behandelden extreemrechtse partijen als zodanig en niet als 'gewoon'. Bleich en Van Weezel citeren een fundamentele vraag van De Jonge: 'Ben je hoeder van de democratie of passief doorgeefluik?'. 

17 december 2021

Het narcismevirus


De rechter heeft Thierry Baudet deze week gesommeerd enkele uitlatingen terug te nemen waarin hij de beperkingen die worden opgelegd aan mensen die zich niet laten vaccineren vergelijkt met de uitsluiting van de joden in de jaren '30 en '40. Baudet: 'De ongevaccineerden zíjn de nieuwe joden, de wegkijkende uitsluiters zíjn de nieuwe nazi’s en NSB-ers.' De rechtszaak was aangespannen door joodse organisaties namens overlevenden van de holocaust. De rechter begrijpt dat het Baudet niet gaat om het bagatelliseren van de Holocaust.Hij heeft kritiek op het coronabeleid. 'Maar door een vergelijking te maken tussen het coronabeleid en de Jodenvervolging, die niet in verhouding tot elkaar staan, wordt het lot van de Joden impliciet gebagatelliseerd.' Zijn vrijheid van meningsuiting moet wijken voor de schade die hij aanricht door het leed van de Joden te 'instrumentaliseren'. In het maatschappelijk debat mogen stevige woorden gebruikt worden, maar een politicus heeft net als ieder ander wel de verantwoordelijkheid om te vermijden dat er over mensen onnodig grievend wordt gesproken. En de vergelijking tussen de uitsluiting van joden 'om wat ze zijn' en mensen die zich niet willen laten vaccineren terwijl ze wel de mogelijkheden hebben om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer is niet terecht.

De verdediging van Baudet ging natuurlijk vooral over het onnodig beperken van zijn uitingsvrijheid. Het ging hem om het 'waanzinnige' coronabeleid. Hij had beslist niet de bedoeling om joden te kwetsen. De onschuld zelve. Het is een voorbeeld van Baudets narcisme dat hij zich niet realiseert dat je met uitspraken ook een grens kunt passeren. Bij eerdere rechtszaken tegen mensen die over de schreef gingen op sociale media hoorden we dat ook. Nul begrip voor gevoeligheden van anderen. Ik heb gelijk dus mag ik dat zeggen. Punt. Het is goed dat de rechter hen er op wijst dat deze redenering niet altijd opgaat. Je kunt het zien als een beperking van de vrijheid van meningsuiting. De bewaking van grenzen tegen onverantwoordelijke narcisten kan echter ook een aanval op het grondrecht zelf voorkomen. Er is veel onrust over het oprekken van grenzen op sociale media. Dat roept stemmen op om de uitingsvrijheid verder te beperken. De 'goeden' dreigen dan het slachtoffer te worden van de 'kwaden'. Daarom is het goed dat Baudet gestopt wordt. En daarom moeten we blijven discussiëren over grenzen van de uitingsvrijheid die voor iedereen gelden. 

29 november 2021

Betonrot


De civiele rechter in Amsterdam veroordeelde beveiligers van Forum voor Democratie voor de mishandeling van de Bossche videokunstenaar Jasper van den Elshout. Hij hield vorig jaar een eenmansdemonstratie tegen Baudet toen die in Den Bosch aan het flyeren was. Van den Elshout stond met een kartonnen doos voor ‘oud papier’ op de Parade, zodat mensen daar hun FvD-krant meteen in konden doen. Beveiligers van Baudet sleurden de demonstrant van het plein, trokken hem omver en drukten hem een kwartier tot twintig minuten tegen de grond, terwijl Van den Elshout op zijn knieën zat. Hij heeft nog enige tijd last gehad van een pijnlijke schouder en knie.

Opmerkelijk is de reactie van Baudet na het incident. Tegen de politie verklaarde hij: ‘Ik had onmiddellijk een slecht gevoel bij deze man. Ik had een bedreigd gevoel. Ik vond het echt bedreigend.' De civiele rechter vond mede op grond van verklaringen van getuigen dat er geen sprake was van een bedreigende situatie. De rechter ging echter niet mee met de eis aan Forum voor Democratie voor een rectificatie van Baudets beschuldigingen. De beveiligers werden wel veroordeeld tot 4000 euro schadevergoeding wegens belemmering van de vrijheid van meningsuiting, vrijheidsberoving en aantasting van de lichamelijke integriteit. 

13 november 2021

De Israëllobby en het antisemitisme


Het gevreesde misbruik van de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme wordt steeds duidelijker. Zoals Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid eerder dit jaar betoogde is die definitie door Israël en zijn lobby-agentschappen, zoals in Nederland het CIDI, 'verabsoluteerd, gepolitiseerd en omgesmeed tot een wapen' om kritiek op de Israëlische staat en de bezetting van Palestina de kop in te drukken. De definitie zelf is vaag, maar in een aantal bijgevoegde voorbeelden die duidelijk moeten maken wat er met die werkdefinitie wordt bedoeld gaat het om kritische uitingen over de politiek van de staat Israël. Minister Grapperhaus heeft de werkdefinitie onder dekking van een Kamermeerderheid met het OM gedeeld omdat het document aanwijzingen kan geven voor de beoordeling van mogelijke strafbare discriminatie en groepsbelediging. Maar hij erkent ook dat een aantal van deze voorbeelden als legitieme kritiek beschermd worden door de vrijheid van meningsuiting. Dat grondrecht is inmiddels onder aanroeping van de IHRA-werkdefinitie al talloze malen geschonden
 
De Israëllobby heeft geen boodschap aan uitingsvrijheid. Het European Legal Support Centre (ELSC) dat pro-Palestijnse activisten juridisch bijstaat onderzocht 76 gevallen van pogingen activisten de mond te snoeren met beschuldigingen van antisemitisme. Kritische uitspraken over de Israëlische politiek werden beantwoord met smaad- lastercampagnes, doorgaans via (extreem)rechtse media. Daarnaast ging het om het aanvechten van fondsen of subsidies voor pro-Palestijnse organisaties  en het belemmeren van het gebruik van zaalruimte door druk uit te oefenen op de eigenaren. De ernst van de smaad en laster kan verschillen. Niet alle rottige opmerkingen hoeven uitgelegd te worden als dreigement om iemand de mond te snoeren. Maar met de kwalificatie van minister Kaag als een 'Palestijnse mol' en 'Arabisch raspaard van Troje' die haar kinderen 'pro-terreur' zou opvoeden zijn de auteurs naar mijn mening ver over de grens gegaan. De slappe knieën van het bestuur van de Vrije Universiteit dat onder druk van het CIDI een debat over een academische boycot van Israël verbood laten voorts zien hoe makkelijk het is om in Nederland het debat over Israël te smoren als iemand roept dat er sprake is van antisemitisme.
 
Waar het om gaat is dat de lobbyisten voor de apartheidspolitiek van Israël weten dat de beschuldiging van antisemitisme in Nederland heel gevoelig ligt. Een dergelijk verwijt betekent in de praktijk een deuk in iemands reputatie en vervelende reacties van familie, vrienden en collega's. Dat verhindert de vrije meningsuiting over Israël. De angst voor associatie met antisemitisme of terrorisme werkt verstikkend op het openbare debat over de relaties tussen Israël en de Palestijnen, stelt het ELSC-rapport. In een democratische samenleving moet openlijk gesproken kunnen worden over alle politieke onderwerpen, ook, of misschien wel juist als er sprake is van grote meningsverschillen.

27 oktober 2021

De schrijvende burgemeester en de SP


De burgemeester van Ede, René Verhulst, heeft enige ophef teweeggebracht met een quasi-fictief boekje over een kritisch lokaal digitaal platform. Verhulst houdt van schrijven. Hij heeft in het verleden als CDA-raadslid en wethouder in Utrecht ook al eens een paar boeken geschreven die als een soort satirische sleutelroman voor het stadhuis konden worden gezien. Ik geloof niet dat er toen iemand over gevallen is. Nu heeft zijn Stakende stemmen tot Kamervragen van de SP geleid, geïnspireerd door de column van Karel Smouter in de NRC. Hij maakte zich zorgen over de ongelijke strijd tussen burgers die online in de pen klimmen om lokale misstanden aan te kaarten staat en het lokale leger aan communicatiespecialisten en socialemediaredacteuren die de beeldvorming rond het gemeentebestuur in goede banen moeten leiden. De burgemeester kan het misschien beter vermijden om partij te trekken ten gunste van de laatste groep door een boek te publiceren dat gelezen kan worden als 'een ongepaste reprimande vanuit het gemeentehuis aan een stel lastige burgers met een weblog.' Het is goed bedoeld van Smouter en die ongelijke strijd is iets waarover we ons wel degelijk zorgen moeten maken. Maar een 'ongepaste reprimande' zou ik een tegengeluid vanuit het stadhuis niet willen noemen. Burgers die misstanden aankaarten moeten rekening houden met een weerwoord. Verontrustender vind ik reacties die neerkomen op het onthouden van informatie aan de burger. 

Die vragen van de SP verontrusten me ook. Wat willen Kwint en Leijten bereiken? Het antwoord van demissionair minister Slob hadden ze zelf kunnen verzinnen: 'Ook een burgemeester heeft vrijheid van meningsuiting en mag in een door hem zelf gekozen vorm reflecteren op lokale media'. Lokale media zijn in de afgelopen periode stelselmatig afgebroken. Maar niet door de overheid die lokale omroepen nog steeds steunt. Kranten en huis-aan-huisbladen zijn in veel gemeenten vervangen door individuele blogs en door burgerjournalisten onderhouden weblogs. Als de Kamerleden een lans willen breken voor uitbreiding van de steun voor onafhankelijke lokale journalistiek dan kan ik dat volgen. Maar dat zij als ingang daarvoor een satirisch boekje van een schrijvende burgemeester hebben gekozen begrijp ik niet. Valt weerwoord bij de SP niet onder het begrip van de gewenste communicatie tussen overheid en burgers? 

15 oktober 2021

Censuur in lesmateriaal


'Makers van lesboeken moeten van veel uitgevers thema’s mijden die gevoelig liggen bij reformatorische scholen. Geen bikini’s, geen evolutie en niet te veel kermis.' Een verontrustend bericht vorige week in NRC-Handelsblad. Uitgevers van lesmateriaal dat door scholen van alle richtingen wordt gebruikt wijken op commerciële gronden voor de druk van een klein aantal streng christelijke scholen om beelden en woorden die daar taboe uit hun boeken te weren. De meeste scholen hebben er geen idee van dat het materiaal dat ze gebruiken gecensureerd is. Schrijvers en tekenaars die er mee te maken hebben vinden het verschrikkelijk maar hebben weinig keus. 

De voorbeelden van wat zij volgens de richtlijnen van de uitgevers moeten vermijden zijn schokkend. Het gaat om zaken als kermis, carnaval, make-up, korte rokjes en tatoeages die genegeerd zouden moeten worden of in elk geval niet in een positief daglicht gezet mogen worden. 'Ook zijn bij grote en kleinere uitgeverijen regenbooggezinnen, sporten op zondag en vrouwelijke predikanten taboe. En de evolutieleer is dikwijls een verboden thema, dus ook beschrijven of afbeelden van dino’s mag niet.' Spoken, geesten en draken zijn taboe. Harry Potter moet buiten de deur gehouden worden. Om de markt voor islamitische scholen ook open te houden vragen de uitgevers tekenaars in plaats van een spaarvarken een spaarolifant af te beelden. 

30 september 2021

Kotsrecht


"Kritiek mag je hebben, maar het gaat om de manier waarop je dat doet. Als je zegt dat iemand crimineel is, wordt zijn eer en goede naam aangetast. Ook aan het recht op het vrije woord zitten grenzen", oordeelde de rechter in Lelystad over een actievoerder tegen het natuurbeleid in de Oostvaardersplassen. Hij noemde bioloog Frans Vera, een van de grondleggers van het natuurgebied, een "crimineel" en een "staatsgevaarlijke gek". Daarmee maakte hij zich volgens de rechter schuldig aan laster en smaad. 

Hoe erg is het als je iemand een crimineel noemt? Ik zou bij een vermeende aantasting van de eer en goede naam toch ook graag zien welke schade er is aangericht. Die kan groot zijn als het bijvoorbeeld om de eigenaar van een bedrijf gaat dat vanwege smaad of laster failliet gaat, maar is het altijd zo erg als iemand je smadelijk beledigt? Ik weet niet of ik in het geval van Vera naar de rechter zou zijn gestapt. 

De 46-jarige Sven Van der Woude ging een stuk verder in zijn eenmansactie tegen het UWV. Hij liet zich vorig jaar vastketenen aan het hek bij het huis van directeur Tof Thissen. Hij heeft een conflict met de uitkeringsorganisatie over zijn uitkering. Hij meent in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege oorsuizen. Toen de UWV ook na afloop van zijn actie niet inging op zijn eis dreigde hij met zelfmoord. En nu heeft hij een boek gepubliceerd onder de titel 'Tof Thissen en de moord op Sven'. Dat ging de rechter te ver. Het boek moet uit de handel gehaald worden. De rechter is van oordeel dat bepaalde kwalificaties in het boek 'buitenproportioneel zijn, beledigend, en met name jegens [Thissen] (...), bedreigend. [Thissen] wordt immers met naam en toenaam genoemd en in verband gebracht met criminele activiteiten en in diverse gevallen is zijn foto of een gelijkende tekening daarbij gepubliceerd. Dat er sprake zou zijn van evident clownesk gedrag en dat het om zijn manier van schrijven gaat, zoals [van der Woude] ter zitting heeft verklaard, vormt geen vrijbrief voor het doen van dergelijke uitlatingen over danwel het maken van beschuldigingen aan het adres van [Thissen]. 

18 september 2021

Laat het vlees maar weg


Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft een oproep om minder vlees te eten geschrapt uit een campagne om burgers klimaatbewuster te doen leven. Dat gebeurde in ruggespraak met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Volgens de ministeries ligt het onderwerp minder vlees eten te “politiek gevoelig”.

Dit onthulde 'Wakker Dier' nadat de organisatie via een WOB-procedure documenten over de campagne in handen had gekregen, schrijft het AD. De campagne wilde burgers duidelijk maken wat iedereen zelf kan doen aan het terugdringen van de CO2 uitstoot. Het weglaten van aandacht voor de vleesconsumptie is duidelijk een gemiste kans. De consumptie van dierlijke eiwitten levert een grote bijdrage aan de klimaatopwarming en er kan dus flinke winst behaald kan worden in de strijd tegen de klimaatopwarming. Milieucentraal, oorspronkelijk ook een overheidsinitiatief om onafhankelijke voorlichting te geven over wat mensen zelf kunnen doen aan een beter milieu, laat wel duidelijk de schadelijke kanten van de productie van vlees zien.

Het ministerie van EZK liet dit heel bewust achterwege. Het argument dat vlees eten 'politiek gevoelig' ligt is niet onjuist, maar verhult de belangrijkste reden van die gevoeligheid: de belangen van de agribusiness die nog altijd van grote invloed zijn op het regeringsbeleid. Dat LNV vlees uit de campagne van EZK geschrapt wilde hebben zal zeker ook te maken hebben met de nog steeds invloedrijke lobby van boerenorganisaties en de industrie daaromheen. Beide ministeries laten opnieuw zien dat ze het algemeen belang achterstellen bij de belangen van handel en industrie. 

Van een overheid die boven de partijen wil staan mag je een andere houding verwachten. En dat geldt des te meer voor een overheid die zegt de klimaatopwarming serieus te nemen. Wat we hier missen is het eerlijke verhaal. Vleesconsumptie ligt politiek gevoelig, zeker. 'Vleeseten is nog altijd razend populair in Nederland', volgens deze lobbyist. Maar mogen overheidsvoorlichters, ministers en andere politici daarom de waarheid verbloemen en de milieubeweging het werk laten doen? Eerlijkheid en volledige informatie zijn onmisbaar in een democratie, en zeker als het om een crisis gaat die uit de hand dreigt te lopen als er niet snel drastisch wordt ingegrepen. 

[foto: Tim de Decker CC]

30 augustus 2021

Reclame gaat over de grens


Een poster van de stichting Dier & Leed tegen de consumptie van zuivelproducten is door de rechter verboden. In navolging van anti-tabak- en anti-alcoholpcampganes wil de stichting mensen van de melk afhelpen. 'Hulp nodig met stoppen?' en 'Melk maakt meer kapot dan je lief is' staat te lezen bij tram- en bushaltes. Op een poster wordt het vroeg scheiden van koe en kalf aangeklaagd. Boeren die een rechtszaak aanspanden kregen vorige week op dat punt gelijk: de bewering dat het weghalen van kalveren bij de moeder in de zuivelsector ‘ernstig dierenleed’ veroorzaakt gaat volgens de rechter te ver. Volgens de rechter kan een aantasting van het dierenwelzijn en zelfs dierenleed mogelijk voorkomen worden door koe en kalf pas later te scheiden. Maar het is volgens de rechter tegelijkertijd "niet aannemelijk" dat er sprake is van ernstig leed, als dit wel gebeurt. Daarmee is een grens voor de vrijheid van meningsuiting overschreden. Een dergelijke stelligheid is onrechtmatig tegenover de melkveehouders die hierdoor in hun bedrijf worden geschaad. 

Dier & Recht gaat in beroep tegen deze uitspraak en verwijdert intussen deze posters. Maar wat zou er gebeuren als de stichting het woordje 'ernstig' schrapt? Ik kan me niet voorstellen dat de impact van de poster verandert. En dan blijft de schadelijkheid gelijk, gezien vanuit het standpunt van de boeren. Wat betekent dan zo'n uitspraak?  Moeten we het misschien zien als een waarschuwing dat je op je woorden moet letten als je de agroindustrie aanvalt? 

17 augustus 2021

Evenwicht in de uitingsvrijheid


 'We moeten opnieuw nadenken over een evenwicht tussen vrije meningsuiting en regels die de ergste schade van menselijke ongerijmdheid kunnen beperken', schrijft Ian Buruma in een opiniebijdrage in de NRC. Hij waarschuwt voor nieuwe aanzetten tot censuur op ongewenste meningen. Zoals in Zuid-Korea waar een bepaalde opvatting over de geschiedenis bij wet strafbaar is gesteld. Ik zou er het voorbeeld van Bosnië-Hercegovina aan toe kunnen voegen, waar Valentin Inzko, de Hoge Vertegenwoordiger van de bestandspartijen uit de burgeroorlog, het ontkennen van genocide strafbaar heeft gesteld. Maar dan stuit ik meteen op een probleem. De grens moet liggen bij aanzetten tot geweld, zegt Buruma. En daar ligt nu precies het motief van Inzko voor zijn censuurmaatregel. De interpretatie die de Bosnische Serviërs geven aan de geschiedenis van de burgeroorlog roept volgens hem nieuw geweld op. En vanuit zijn rol om het vredesakkoord van Dayton overeind te houden zag hij geen andere mogelijkheid dan een verbod op ongewenste lezingen van de geschiedenis. 

Moeten we de grens toch wat eerder trekken misschien? 'Slechte argumenten en verzinsels moeten door betere argumenten en meer nauwkeurigheid worden weerlegd. Dat is althans de ideale basis voor de vrijheid van meningsuiting,' schrijft Buruma. 'Maar het zou naïef zijn om de risico’s van opzettelijke leugens en funeste propaganda te bagatelliseren.' Overeenkomstig de ruime Amerikaanse opvattingen van free speech wijst hij dan op de gevaren van oproepen tot geweld. Daar moet volgens hem de grens worden getrokken. In Europa is dat niet het enige criterium voor de strafbaarheid van een geschiedenisopvatting. De holocaustontkenning wordt ook in Nederland bijvoorbeeld gezien als een strafbare vorm van discriminatie van Joden. 

Ik heb dat discriminatie argument nooit zo sterk gevonden omdat het meer verwijst naar een houding of gedachte van degene die een opvatting uit dan naar de consequenties voor degenen die er door getroffen worden. Het strafbare in dergelijke uitingen zou ik liever leggen bij de dreiging die er van uit gaat en de angst die het bij mensen veroorzaakt en hun leven onzeker maakt. Leugens en bepaalde verdraaiingen van de feiten kunnen wat mij betreft ook strafbaar gesteld worden als ze leden van een etnische groep daadwerkelijk schade toebrengen door de dreiging die er van uitgaat en de angst die ze oproepen. Op grond van dat schade-wegens-bedreiging-principe kan een uitzonderlijk geval als de holocaustontkenning verboden worden, maar ook de  'minder minder Marokkanen' oproep van PVV-leider Wilders.

Dit gaat dus iets verder dan wat Buruma voorstelt. Maar dan zijn we er nog niet.

30 juli 2021

Minister de Jonge overtreedt de wet


De Minister van Volksgezondheid gaat in beroep tegen een recente rechterlijke uitspraak waarin de procedure van het ministerie voor het openbaar maken van documenten is afgewezen. De minister wil de documenten niet een voor een vrijgeven, dat zou te veel tijd kosten. Daarom wil hij op een zelf gekozen moment meerdere aanvragen afhandelen. De wet stelt echter termijnen voor het voldoen aan elk afzonderlijk verzoek tot openbaarmaking. De Jonge gaat in hoger beroep bij de Raad van State.

De Tweede Kamer reageert verontwaardigd op deze stap. “Een hoger beroep kost tijd, geld en vertrouwen van burger en journalistiek in de overheid.” zegt PvdA Kamerlid Arib. Dat vertrouwen wordt volgens de oud-Kamervoorzitter nu geschaad. Ook D66’er Joost Sneller vindt het hoger beroep onverstandig. “De WOB is een recht. Er een soort van voorrecht van maken is niet de goede weg.” Renske Leijten (SP): "Je zou geen regering moeten hebben die zegt: dit kost ons mensen. Een regering moet zeggen: en nu gaan we het regelen!" Arib wijst erop dat er ook honderden communicatieadviseurs werken bij de overheid. Terwijl er geen tijd zou zijn voor het naleven van de WOB, "zie je bewindspersonen overal in bladen met shoots. Daar is kennelijk wel tijd voor."

16 juli 2021

Pers en politiek


'Journalisten waren niet verrast dat D66 eisen probeerde te stellen aan de VPRO-documentaire over Kaag', schrijft Rufus Kain in Trouw. 'Kijkers waren wél verbaasd.' Zou dat echt zo zijn? Het is voor het publiek inderdaad niet zichtbaar hoe woordvoerders de pers onder druk zetten. Maar ik denk dat veel kijkers, op z'n minst degenen die de politiek een beetje volgen, wat minder naïef zijn dan Kain veronderstelt. De grote invloed van voorlichters van Kamerfracties en ministers is niet van vandaag of gisteren. Dat politici acteren aan de hand van de regels van reputatiemanagement ligt er al decennialang zo dik boven op dat niemand van hen nog enige authenticiteit en eerlijkheid verwacht. Het is niet zo moeilijk om te bedenken dat achter de acteurs regisseurs zitten die als 'gatekeeper' fungeren ter bewaking van de reputatie van persoon of partij. Maar het is goed dat er nog weer eens aandacht aan wordt besteed aan deze ondermijning van het vrije verkeer van informatie tussen kiezer en gekozene. 

De ophef over de documentaire over de partijleider van D66 Sigrid Kaag die vlak voor de verkiezingen werd uitgezonden is zoals dat vaker gaat met Haagse zaken als incident opgevlamd en al snel weer uitgedoofd. Het is goed dat een krant als Trouw bereid is de lezers te informeren over de manier waarop de politieke woordvoerders het spel proberen te spelen ('dreigend en paaiend') en hoe hun krant daarmee om gaat. De bereidheid van redacteur Janne Chaudron om op een bepaalde manier verantwoording af te leggen aan de lezers verdient een nadere uitwerking. Het voorbeeld dat zij geeft van haar eigen ervaring met een woordvoerder verdient navolging: 

De voorlichter vroeg ‘Wanneer ga je publiceren? Dan kan ik de woordvoering daarop afstemmen. Ik hoop wel dat het een beetje een positief stuk wordt?’ Ik voelde me overvallen, ik had hem niet gevraagd. Ik heb dat telefoontje opgenomen in het verhaal.

Als de pers ons met dergelijke inkijkjes tegemoet wil komen zijn we echter nog niet van het probleem af. Wat gaat er aan de andere kant gebeuren? Gaat Den Haag ook meer openheid geven?

30 juni 2021

Het 'chilling effect'


Wetenschappers die zich mengen in het publieke debat zijn steeds vaker doelwit van complotdenkers, virusontkenners en extreem-rechts, schrijft de NRC. Als voorbeeld noemt het artikel onderzoeker De Jonge die in het programma Medialogica optrad als deskundige op het gebied van extreemrechtse politieke uitingen. Ze werd na afloop overspoeld door „een georganiseerd trollenleger” dat haatberichten stuurde naar haar werkmail en sociale media en pogingen deed om haar accounts te hacken. In een mum van tijd krijgt ze tientallen scheldkanonnades, bedreigingen en doodswensen. Sinds de coronacrisis is het allemaal nog veel erger geworden.

Een aantal wetenschappers wordt inmiddels permanent beveiligd. De Belgische viroloog Marc Van Ranst zat weken met zijn gezin ondergedoken na bedreigingen van de inmiddels dood gevonden beroepsmilitair Jürgen Conings. In Nederland gaat het volgens de KNAW en de VSNU om ten minste vier wetenschappers. Jaap van Dissel van het RIVM is een van hen en gaat daarom niet langer een rondje fietsen vanuit huis. 

De dynamiek van de sociale media doet veel. Veel bedreigers die gepakt worden bekennen dat ze niet goed nagedacht hebben voordat ze de verzendknop indrukten. Er is sprake van uitingen van woede en frustratie. Maar deskundigen vermoeden dat een kleine harde kern inmiddels zo opgefokt is dat gebruik van geweld niet wordt uitgesloten. Daarom is het pijnlijk om te lezen dat de politie bij klachten zo passief blijft. De Jonge: De politie kon niet veel doen, omdat de bedreigingen „indirect” waren. „Er stond nergens: morgen om 10.00 uur sta ik op je stoep. Ze weten blijkbaar precies waar de grens ligt van wat strafbaar is en wat niet.” 

Maar er is meer. De bedreigingen hebben een 'chilling effect' en zijn zo een aanslag op de vrijheid van wetenschappers om hun bevindingen te delen met het publiek. 

18 juni 2021

Turkse Nederlanders het zwijgen opgelegd

 


De Groene Amsterdammer besteedt deze week aandacht aan bedreigingen die Turkse Nederlanders krijgen als ze zich kritisch uitlaten over Erdogan, of de Armeense genocide erkennen, zich afkeren van de islam of steun geven aan het Koerdische bevrijdingsleger PKK. Ze krijgen te maken met aanvallen op sociale media, persoonlijke bedreigingen, stalking en aangiftes bij het consulaat waar ze geregistreerd kunnen worden als Turkije-vijandig. Het zijn met name bekende Nederlanders, Kamerleden en journalisten die hier last van hebben. Sommigen zeggen dat het leidt tot zelfscensuur. Ze houden zich in, niet alleen in hun eigen belang, maar ook omdat ze familie in Turkije hebben die ze vrezen nooit meer te kunnen bezoeken als ze bij de Turkse politie op de zwarte lijst staan. 

De schrijfster Lale Gül heeft na bedreigingen uit Turks-nationalistische en islamitische hoek verklaard niet langer over de islam te schrijven. Ze verwacht dat ze Turkije niet meer binnenkomt. ‘Ik doe zeker aan zelfcensuur’, zegt Aylin Bilic in De Groene. ‘Kijk naar mijn columns… wat ik daar soms wil zeggen, zeg ik niet of omfloerst. Ik ben constant aan het balanceren.’ ‘Langzamerhand ben ik opgehouden met twitteren over Turkije’, zegt gemeenteraadslid Alptekin Akdogan. ‘Als je vraagt: is dit zelfcensuur? Dan zeg ik ja. Het kwam te dichtbij.’

De 'lange arm van Erdogan' die Turkse migranten in alle Europese landen het leven zuur kan maken is kenmerkend voor het autoritair nationalistische regime. Tegelijk is het feit dat Turkse Nederlanders elkaar de mond snoeren ook een Nederlands probleem dat we niet zomaar kunnen negeren. 

30 mei 2021

Religie en kindermishandeling


Meer dan twee jaar geleden heeft de Tweede Kamer in een motie gepleit voor een onderzoek naar zogenaamde ‘conversietherapieën’. Volgens de indieners is het ‘een vorm van kindermishandeling’ om jongeren deze therapie aan te bieden, waarin wordt beweerd dat homoseksualiteit te genezen is.
Dergelijke therapieën zouden worden toegepast in de Pinkster-, evangelische en baptistenkerken in besloten gespreksgroepen en in contacten tussen pastores en gelovigen. In januari j.l. is de minister met verwijzing naar de resultaten van het eerste deel van dit onderzoek verzocht actie te ondernemen. En wel in de vorm van 'een wetsvoorstel waarin het verlenen van «homogenezings- of conversietherapie» aan minderjarigen en kwetsbare volwassenen en het werven/openlijk aanbieden van «homogenezings- of conversietherapie» strafbaar wordt gesteld.' Ook dit keer stemden de christelijke partijen SGP, CU en CDA met de PVV en Forum voor Democratie tegen. 

De ministers De Jonge en Grapperhaus (beide CDA) melden nu dat het demissionaire kabinet niet overtuigd is van het nut van een verbod. Juridisch zitten daar haken en ogen aan. Bij deze kwestie zijn verschillende grondrechten in het geding die botsen, schrijven de ministers, zoals het verbod op discriminatie, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst. Alle reden om de zaak vooruit te schuiven naar een nieuw kabinet, wellicht zonder de CU die op dit punt de grootste bezwaren maakt.

12 mei 2021

Het taboe op Nederlands koloniale verleden


De Amsterdamse rechtbank wil geen voorwaarden opleggen voor vertoning van de film De Oost over het Nederlandse militaire ingrijpen in Indonesië. De Federatie Indische Nederlanders (FIN) had in een kort geding geëist dat de film zou beginnen met een waarschuwende tekst dat het ging om een ‘fictieve verbeelding’ van het Nederlandse ingrijpen, en dat die een reactie was op de Bersiap – de chaotische, gewelddadige periode in Indonesië pal na de Tweede Wereldoorlog. De FIN achtte de voorstelling van zaken in de film niet in overeenstemming met de feiten. De bezwaren richtten zich ook tegen beelden die te veel associaties zouden oproepen met de SS. En het ergste was nog, zo verklaarde een vertegenwoordiger van de FIN op de radio, dat de film ook onderdeel gaat uitmaken van een lespakket op scholen.

Het is niet de eerste keer dat er vanuit de hoek van oud-strijders en Indische Nederlanders een poging wordt gedaan de geschiedenis van de oorlog tegen Indonesië te vervalsen. Lou de Jong kreeg er eind vorige eeuw mee te maken toen hij zijn Geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog voltooide met de zogenaamde 'politionele acties' van het Nederlandse leger. De boze oud-strijders hadden er zelfs een apart comité voor opgericht: het Comité Geschiedkundig Eerherstel Nederlands Indië. Toen een concept van deel XIA uitlekte waarin een hoofdstuk voorkwam onder de titel 'Oorlogsmisdrijven' ontstond een enorme ophef, aangejaagd door De Telegraaf.  De Jong beloofde er nog eens naar te kijken en gaf het omstreden hoofdstuk de titel 'Excessen'. Toen hij de oud-strijders niet verder tegemoet wilde komen voerde het Comité tevergeefs een gerechtelijke procedure om alsnog gelijk te krijgen over de wijze waarop de gebeurtenissen in Indonesië in zijn boek behoorden te worden beschreven. 

28 april 2021

De persvrijheid 'weggeshoveld'


In de jaarlijkse ranglijst over de persvrijheid van Reporters Sans Frontières staat Nederland nog steeds hoog genoteerd. Maar ons land is het afgelopen jaar wel een plaats gedaald. RSF wijst op problemen met de Wob, de WIV en groeiende agressiviteit tegen journalisten, vooral op sociale media, uit rechts-populistische hoek. Nederland stond in 2013, 2014 en 2016 op plaats 2 in de RSF Index. Sinds 2018 daalde Nederland elk jaar een plaats.

Die agressiviteit tegen journalisten is in de eerste maanden van dit jaar bepaald niet afgenomen. Eind maart gebruikten kerkgangers in Urk en Krimpen a/d IJssel geweld om journalisten te verhinderen verslag te doen van het massale kerkbezoek dat volledig in strijd was met de adviezen van de overheid ter bestrijding van de coronapandemie. In Urk reed een auto in op een journalist. In Krimpen kreeg een verslaggever een trap in zijn buik. De agressievelingen werden tot onvrede van onder meer de journalistenvakbond NVJ niet opgepakt; volgens de politie omdat gekozen werd voor een de-escalerende aanpak. In de Tweede Kamer zijn daarover vragen gesteld door D66. 

Vorige week was er in Lunteren een nieuw incident. Een persfotograaf en zijn vriendin aangevallen door omstanders tijdens een autobrand. De auto waarin zij zaten werd door de belagers een sloot ingeduwd met een shovel. De auto belandt op zijn kop in de sloot, de inzittenden moesten door de brandweer worden bevrijd. De fotograaf was afgekomen op een bericht over een autobrand. Volgens de politie werden meerdere persfotografen agressief benaderd, bedreigd en met stokken geslagen. Een 34-jarige man uit Lunteren is aangehouden op verdenking van doodslag.

13 april 2021

Taalzuivering


Kinderen weten al op vroege leeftijd dat het gebruik van bepaalde woorden ongewenst is. Verboden soms. Straattaal, schuttingwoorden, vloeken, in de meeste gezinnen wordt het van jongsaf aan ingepeperd: let op je woorden. Je mag niet zomaar alles zeggen. Ik wil het niet meer horen, spoel je mond! Het effect van zulke vermaningen is twijfelachtig. 

Het kan ook verder gaan. In veel gemeenten van de Biblebelt bestaat nog steeds een vloekverbod. Puur symbolisch, want zo’n regel in de APV is niet alleen moeilijk te handhaven, maar ook in strijd met het grondwetsartikel over de vrijheid van meningsuiting. Dat proberen de streng-christelijke partijen te omzeilen door formules waarin staat dat de uitingsvrijheid wordt uitgezonderd van het verbod. Maar daardoor wordt handhaving nog verder bemoeilijkt. Het is vooral een kwestie van principe. Wat de SGP- en CU-leden thuis verbieden willen ze ook van anderen op straat niet horen.

Nieuwe taal 

Nieuwe vormen van taalzuivering komen nu uit de hoek van de identiteitspolitiek. Over verboden wordt nog niet gesproken, wel van richtlijnen of adviezen. ‘Waarden voor een nieuwe taal’ is een brochure met aanbevelingen voor een ‘veilige, inclusieve en toegankelijke taal’ in de kunst- en cultuursector. Musea en theater bijvoorbeeld. De aanbevelingen worden geïllustreerd met veel voorbeelden die soms nogal lachwekkend overkomen. In plaats van publiek over ‘deelnemers’ spreken doet me denken aan de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven, de school van Kees Boeke, waar leerlingen werkers werden genoemd en docenten medewerkers. In plaats van het ‘Midden-Oosten’ het niet-eurocentrische ‘West-Azië’ gebruiken is ook leuk, maar de kans op inburgering van deze term lijkt me bijzonder klein. Evenzo geldt dat voor het consequent hanteren van genderneutrale termen en de afschaffing van termen waarmee mensen op grond van hun huidskleur worden aangeduid.