29 januari 2020

De brievenbus en de democratie

Een oud probleem is opnieuw actueel nu de Gemeente Utrecht verspreiding van huis-aan-huis bladen alleen toestaat als bewoners er expliciet om vragen. Daarvoor moeten ze een ja-sticker op de brievenbus plakken. In brievenbussen zonder sticker mag geen ongeadresseerd drukwerk meer gestopt worden. Feitelijke informatie zoals berichten van de gemeente of van een netbeheerder vallen buiten de maatregel. De nee/ja-sticker die aangeeft dat een huis-aan-huis-blad wél, maar overig drukwerk niet gewenst is, blijft geldig. Het Stadsblad, een van de Utrechtse huis-aan-huis-bladen heeft tevergeefs een beroep op de rechter gedaan om het besluit van de Gemeente ongedaan te maken. De uitgever DPG Media vreest dat de sticker het einde betekent van het huis-aan-huisblad en gaat daarom in hoger beroep*.

Opt-in

Tot nu toe had alleen de Gemeente Amsterdam een dergelijk 'opt-in'-beleid voor ongeadresseerd drukwerk. De maatregel moet jaarlijks miljoenen kilo's papier besparen. Veel mensen gooien nu al dat papier ongelezen weg, is de redenering. Verwacht wordt dat nog meer gemeenten een dergelijke maatregel gaan nemen.

Het nieuwe beleid gaat voorbij aan de rol die huis-aan-huisbladen nog steeds spelen in de lokale informatievoorziening. Die is toch al ernstig achteruitgegaan in de loop der jaren door het verdwijnen van lokale kranten. In Utrecht is het laatste plaatselijke dagblad al weer vijftien jaar geleden opgegaan in het AD. Een onderzoek van het Stimuleringsfonds voor de pers dat ook online media meenam noemt de situatie van het lokale nieuws ondanks de vele nieuwe media in de grote steden 'broos'.


18 januari 2020

'Trial by media'

Advocaat Robert Snorn laat onderzoeken of hij juridische stappen kan nemen tegen een boek over de zaak-Ruinerwold. Volgende week is de eerste zitting in die zaak. Twee journalisten van de Telegraaf hebben het boek geschreven over de man die op een afgelegen boerderij in Ruinerwold zijn kinderen negen jaar volledig afgesloten hield van de buitenwereld. Hij wordt verdacht van vrijheidsberoving en mishandeling van zijn negen kinderen en van het seksueel misbruiken van twee van zijn drie oudste kinderen. De Telegraaf publiceerde afgelopen week al delen uit het boek.

Snorn vindt dat je geen boek mag publiceren waarin de verdachte fors wordt beschuldigd, zonder dat een rechter naar de verdenkingen tegen hem heeft gekeken. “Het onderzoek naar de zaak is nog niet afgerond, dus is het boek gebaseerd op onvolledige informatie”, aldus Snorn. “De discussie of een verdachte ergens schuldig aan is hoort thuis in de rechtszaal en niet in de media of in een boek.” Hij noemt het 'trial by media'.


24 december 2019

De moraal van het publieke debat

Denker des Vaderlands Daan Rovers moest het ontgelden op de sociale media na haar relativerende woorden over het boerenprotest in Nieuwsuur. Het stimuleerde haar tot het schrijven van een artikel in de Volkskrant over de vrijheid van meningsuiting. Ze werd er ook nog over geïnterviewd in Buitenhof . Het artikel in De Volkskrant kreeg als kop mee: 'Herover het debat op de grote waffels'.

De stelling van Rovers is dat er in Nederland niets mis is met de vrijheid van meningsuiting. Die is enorm groot, er zijn slechts enkele strafrechtelijke beperkingen (die denk ik ook door een grote meerderheid worden gedeeld). Het vrije debat verdient wel aandacht. En dat heeft volgens Rovers alles te maken met de sociale media. Enerzijds geven die nieuwe media burgers ontzettende veel meer kansen om deel te nemen aan het publieke debat. Anderzijds zijn de eigenaren van die media nauwelijks geïnteresseerd in de moraal van dat debat. Voor Zuckerberg en de zijnen tellen vooral de verdiensten. En, zegt Rovers, polarisatie is hun verdienmodel. 'Hoe uitzinniger (extremer, haatdragender) de opvatting, hoe meer aandacht, hoe meer economische waarde deze heeft. Zuckerberg spreekt als ondernemer, als grootkapitalist, en hij wenst in die ambitie met rust gelaten te worden.' Het gevolg is dat het redelijke midden nauwelijks meer te horen is in het publieke debat. Terwijl in het verleden de flanken klaagden over de dominantie van het politiek correcte midden dat afwijkende geluiden censureerde hoor je nu vooral de extreme geluiden (de grote waffels) terwijl de rest er het zwijgen toe doet. Dat schaadt de kwaliteit van het publieke debat en daarmee ook de democratie.

12 december 2019

Authentiek en oprecht

Factcheckers van de Washington Post telden in april van dit jaar al 10.000 leugens van president Trump sinds zijn aantreden in 2017. Opmerkelijk is dat die overvloed aan leugens geen enkele invloed heeft op de populariteit van de Amerikaanse president. Liegen loont kennelijk. Volgens de krant maakte Trump zich er in de loop van de tijd dan ook eerder meer dan minder schuldig aan.

Nu kennen we het omzeilen of achterhouden van de waarheid van alle politici en van alle tijden. Maar het geval Trump is toch wel wat anders in die zin dat hij openlijk en zonder enige schaamte leugens debiteert via Twitter of op persconferenties ook als de waarheid wijd en zijd bekend is dan wel eenvoudig achterhaald kan worden. Trump bluft en provoceert....en wint. Even schaamteloos als hij zijn tegenstanders en critici wegzet met botte, onbeschofte scheldpartijen, vooral tegen de pers die hem -zoals het in een liberale democratie hoort- blijft corrigeren. Maar ook scheldpartijen doen geen afbreuk aan zijn populariteit. Wat is hier aan de hand?

In het boek Falend Licht laten de Bulgaarse filosoof Ivan Krastev en de Amerikaanse politicoloog Stephen Holmes zien wat er in de afgelopen drie decennia is misgegaan nadat het einde van de Koude Oorlog de verwachting had gewekt dat de liberale democratie over de hele wereld zou zegevieren. Krastev en Holmes analyseren in hun boek naast het populisme en illiberalisme in Midden- en Oost-Europese landen zoals Hongarije, Polen, de voormalige DDR en Rusland ook de politieke cultuur in de Verenigde Staten sinds de verkiezing van president Donald Trump. Daarbij proberen ze ook een verklaring te geven waarom Trump zich leugens en scheldpartijen kan permitteren zonder zijn aanhang te verliezen.

25 november 2019

Slachtoffergedrag

'In Patronen van bedrog ontrafelt Willem Middelkoop, samen met researcher Tim Dollee de macht achter de Amerikaanse politiek. Niet de president in het Witte Huis, maar een elite uit het militair-industrieel complex blijkt al meer dan honderd jaar de feitelijke macht in handen te hebben.' Dat schrijft de uitgever, Amsterdam University Press, die verder meent 'dat dit werk uiteindelijk het niveau van vrijblijvende en ongefundeerde complottheorieën ontstijgt'.

In Nederland mag je vrijwel alles schrijven en uitgeven. Maar over alles wat gezegd, geschreven en uitgegeven wordt mag iedereen vervolgens ook in alle vrijheid zijn mening geven, ook als het niet zo aardig is tegenover de auteur. Dat laatste hebben Middelkoop en Dollee niet goed begrepen. Nadat hun boek vorig jaar door Pepijn van Erp op de site Kloptdatwel op ongenadige wijze was neergesabeld klaagden ze de recensent aan wegens onrechtmatig handelen. Afgelopen week kwam de Rechtbank Gelderland uiteindelijk met een uitspraak. Van Erp werd vrijgesproken. Zijn 'filerende recensie' was niet onrechtmatig. De rechter vindt dat Van Erp als recensent veel vrijheid toekomt, ook als hij sterke en laatdunkende bewoordingen gebruikt. Ook wijst de rechter er op dat de auteurs voldoende gelegenheid hebben gehad om van Erp van repliek te dienen. Dat laatste hebben ze helaas nagelaten.

09 november 2019

Identiteitspolitiek onder het mes


Elma Drayer heeft een allergie voor slachtofferschap, schreef een recensent in de NRC. Kan me daar iets bij voorstellen. Tot voor kort was ze nogal eens te horen bij Tijs van den Brink's radioprogramma 'Dit is de dag', dat bij mij vaak aanstaat als ik aan het koken ben. Elma hield zich daar bepaald niet in als mensen zich in haar ogen ten onrechte benadeeld of slecht behandeld voelden. Ze vond veel klachten overdreven, zeker als ze van links kwamen. Ik vond haar niet altijd even sympathiek, vooral door de manier waarop ze mensen die oprecht tegen onrecht opkwamen afzeikte. Maar ze had soms wel gelijk vanwege de onhandigheid waarmee iemand gevoelige kwesties in de openbaarheid aan de orde stelde.

In 'Witte Schuld' gaat Drayer helemaal los over de kwalijke kanten van de identiteitspolitiek, een uit de Verenigde Staten overgewaaide trend, zoals die tot uitdrukking komt in de standpunten van veel fanatieke antiracisten. Het boek bevat een aaneenschakeling van incidenten en uitspraken die laten zien hoe het openbare debat in de afgelopen jaren te lijden heeft gehad onder moralistische, politiek correcte ingrepen die de vrijheid van meningsuiting ernstig hebben aangetast. Met als gevolg een ongezonde polarisatie in de openbare meningsvorming. In herinnering aan haar radio-optredens begon ik met enige scepsis aan haar boek. Maar ik moet zeggen dat ze bij een aantal aspecten van het actuele racismedebat de spijker op de kop slaat. Er is wel degelijk sprake van ontsporingen die een gezond cultureel en wetenschappelijk klimaat in de weg zitten.


29 oktober 2019

Wegkijkgedrag bij de politie

De teamchef van de politie in Leiden Fatima Aboulouafa werd vorige maand op non-actief gezet omdat haar openlijke kritiek op racisme, machtsmisbruik en pesten binnen de politieorganisatie tot interne spanningen had geleid. Ondanks het feit dat landelijk korpschef Erik Akerboom het naar aanleiding van haar kritiek „pijnlijk en onacceptabel” noemde dat „de leiding soms wegkijkt” bij meldingen over fout gedrag van politieagenten. Voor Aboulouafa was dat precies de reden waarom ze het noodzakelijk had gevonden om naar buiten te treden. Ze schreef dat klokkenluiders, door haar ‘lichtschijners’ genoemd, binnen de organisatie oplopen tegen een ‘blue wall of silence’. Politieagenten die „structurele problemen en grensoverschrijdende zaken binnen onze organisatie” aankaarten, hebben volgens haar „mentale of lichamelijke klachten opgelopen”. Vanwege „capaciteitsproblemen” zouden ‘foute’ agenten niet op non-actief worden gesteld. Maar zijzelf, de klokkenluider die het opname voor haar collega-klokkenluiders dus wel.

De zaak trok de aandacht van de Tweede Kamer en minister Grapperhaus moest uitleg geven. Dat deed hij in een brief waarin hij de resultaten van een onderzoek door Bureau Veiligheid Integriteit en Klachten (VIK) meedeelde. Grapperhaus ontkent in die brief dat Aboulouafa weg zou moeten vanwege haar kritiek op misstanden binnen het korps. Dat schoot de weggestuurde politiechef in het verkeerde keelgat. Zij heeft nu een klacht ingediend tegen de minister vanwege smaad en laster omdat hij heeft gesuggereerd dat zij is weggestuurd om een andere reden dan haar kritiek op de politieorganisatie.

16 oktober 2019

Kunstbeleid en diversiteit

Het Amsterdamse raadslid voor Forum voor Democratie Annabel Nanninga en haar spreekbuis GS maakten zich onlangs nogal druk over een rapport van de Amsterdamse Kunstraad en het beleid dat wethouder Meliani van GroenLinks daarop willen baseren. Steen des aanstoots is de eis van de gemeente om iedereen die voor een subsidie in aanmerking wil komen te verplichten tot een 'actieplan over inclusiviteit en diversiteit (van governance tot organisatie en bedrijfsvoering, van publiek tot programma en talent).' In het Parool noemt Theodor Holman het rapport 'weerzinwekkend'. Hij ziet er een poging in om Amsterdammers een bepaalde manier van denken op te leggen. Volgens Holman is het 'een illustratie van de langzame moord op onze cultuur, op ons vrije denken, op de vrijheid van de kunstenaar.' Maar ja, hij is dan ook columnist en mag ook wel een beetje overdrijven.

Nanninga keert zich in de Amsterdamse raad tegen de 'politisering van de gesubsidiëerde kunstensector.' En dan met name tegen de ideologie van de 'uit de VS overgewaaide identiteitspolitiek' die volgens haar leidraad is geweest voor het kunstenplan. Haar kritiek vind ik voor een FvD-politica echter nogal hypocriet. Als het aan partijleider Baudet ligt gaan we alleen voor kunst die de nationale identiteit niet besmeurt. Met zijn weerzin tegen moderne kunst zullen we,  mocht hij het ooit voor het zeggen krijgen, waarschijnlijk ondergedompeld worden in de zuivere 'boreale cultuur' met ‘trotse schilderijen’ , ‘sculpturen van onze helden’ en veel pracht en praal. Over politisering van de kunst gesproken.

30 september 2019

Politici en het vrije verkeer van informatie

'Politici mogen op Facebook meer dan gewone mensen' kopt De Volkskrant. Het bedrijf dat zo'n dominante rol speelt in het publieke debat laat opnieuw zien hoe onwenselijk het is dat de monitoring en regeling van het debat in private handen blijft. En geheim.

Het probleem van Facebook heeft alles te maken met de komende presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Dat wordt een moddergevecht tussen Trump en zijn tegenkandidaat. Van de president weten we dat hij geen blad voor de mond neemt. En zeker niet in verkiezingstijd. Maar door zijn uitingen te censureren loopt Facebook het gevaar beschuldigd te worden van partijdigheid, ook al zouden ze de andere kandidaat net zo hard aanvallen. Trump verkettert alle media die kritiek op hem uiten. Daar wil Facebook kennelijk niet bij horen. En dus kondigt Facebook-topman en voormalig leider van de Britse Liberalen Nick Clegg (foto) een onderscheid aan in de behandeling van nepnieuws, haatdragende uitingen en discriminatie: politici worden anders dan alle andere Facebook-gebruikers gevrijwaard van censuur of blokkades bij overtreding van de huisregels. Quod licet Jovi non licet bovi.

Clegg liet wel weten dat hij ook voor politici een grens trekt bij 'uitlatingen die kunnen leiden tot geweld en schade in de echte wereld.' Maar waar Facebook niet van afwijkt is dat het bedrijf alle publieke communicatie zelf in particuliere handen houdt. Een buitengewoon onwenselijke situatie die door de VN-rapporteur over de vrijheid van meningsuiting David Kaye als volgt werd bekritiseerd: ‘Facebook is een belangrijke plaats van meningsuiting, misschien wel de belangrijkste. Maar de mensen die daar de regels maken over wat je wel en niet mag zeggen, vallen niet onder enige democratische controle. Het is onwenselijk dat de platformen die macht krijgen.’


16 september 2019

Klimaatcrimineel aangeklaagd

Mijn collega's van de redactie van Sargasso hebben een prijsvraag georganiseerd. Lezers kunnen 'klimaatontkenners' nomineren voor de 'Gouden Hockeystick Award'. Die zal worden toegekend aan de persoon of de organisatie die met een beroep op gezag of autoriteit actief desinformatie verspreidt over de oorzaken en gevolgen van de klimaatverandering (de volledige omschrijving van de criteria vind je hier). Zo iemand krijgt dan het predicaat 'klimaatcrimineel' vanuit de gedachte dat het publiek wordt misleid en de verwachting dat op deze manier schade wordt berokkend aan de totstandkoming van een hoogst urgent klimaatbeleid. Concreet aanwijsbare schade speelt geen rol bij de toekenning van de award. De verspreiding is de schade, lijkt het wel.

Met alle begrip voor de irritatie die de hardnekkige ontkenning van de feiten inzake klimaatverandering oproept ben ik om een aantal redenen toch niet erg gelukkig met deze actie. En ik betwijfel bovendien of je langs deze weg de invloed van de 'klimaatcriminelen' kunt verminderen.


Je kunt iemand crimineel noemen, ook in de niet-juridische betekenis, met verwijzing naar gedrag waarmee schade berokkend wordt. Het gedrag dat hier gecriminaliseerd wordt is verspreiding van informatie. Hoe onwaar of onzinnig ook, de verspreiding van de boodschap valt pas moreel te veroordelen of mogelijk zelfs strafrechtelijk te vervolgen, als er willens en wetens schade door wordt aangericht. Iemand die een bewezen schadelijk medicijn of een onbewezen behandeling propageert kun je als kwakzalver aanklagen. De 'klimaatcrimineel' kun je verwijten onwaarheden te verspreiden, maar de schade daarvan is aanzienlijk moeilijker aan te tonen. Nog afgezien van het feit dat de meeste mensen de poging tot misleiding wel doorzien kan het directe effect op het beleid niet worden bewezen. Je kunt beter proberen mogelijke schade te voorkomen door die onwaarheden te bestrijden.

31 augustus 2019

Operahuis houdt niet van kritiek

De Nederlandse Opera (DNO) deed de kritische recensent van Opera Gazet in Antwerpen Olivier Keegel in de ban. Hij krijgt geen vrijkaartjes meer en wordt ook niet meer toegelaten tot persconferenties. Hij mag de voorstellingen in de Stopera voortaan alleen op eigen kosten bijwonen. Keegel liet het er niet bij zitten en spande een rechtszaak aan. Inzet: de vrijheid van meningsuiting. De rechtbank ging hier niet in mee. Keegel werd ten slotte niet helemaal geweerd van de voorstellingen. En vanuit journalistiek oogpunt lijken die persbijeenkomsten niet heel belangrijk, aldus de rechter.

'Het nieuwe seizoen van De Nationale Opera is een hautaine klap in het gezicht van de traditionele operaliefhebber', schreef Keegel begin dit jaar in het Parool. Hij leverde al langer ongezouten kritiek op het modernistische programma-aanbod van artistiek leider Pierre Audi. De traditionele liefhebber van de Italiaanse opera is volgens hem niet langer welkom in de Stopera. De voorkeur wordt gegeven aan 'een handjevol musicologen en bezoekers die graag het Stockhausenstempel in hun culturele paspoort laten zien'. Sandra Eikelenboom, hoofd marketing en communicatie van DNO: "We vinden wat hij schrijft vilein, onder de gordel en persoonlijk en om die reden niet journalistiek. Hij speelt meer en meer op de man. En daardoor kunnen wij het naar onszelf niet meer verantwoorden hem daarvoor te subsidiëren in de vorm van vrijkaartjes."

Je kunt je afvragen of de flauwe reactie op Keegel's uitgesproken voorkeuren een rechtszaak waard is. De uitspraak is ook niet zo verwonderlijk. Maar het standpunt van het hoofd marketing en communicatie verdient toch wel een kritische kanttekening. DNO vindt wat Keegel schrijft 'niet journalistiek'. Opmerkelijk. Is het aan DNO om te bepalen wat journalistiek is en wat niet? DNO kan zich wenden tot de Raad van de Journalistiek als men meent dat grenzen zijn overschreden. Een rechtszaak wegens smaad of eenvoudige belediging is ook nog mogelijk. Maar een journalist wegzetten omdat wat hij over het operahuis schrijft volgens datzelfde operahuis 'niet journalistiek' is lijkt mij getuigen van een vaker voorkomende arrogantie van marketeers: wat het publiek over ons hoort bepalen we bij voorkeur zelf. Daar moet een journalist die zijn vak serieus neemt zich uiteraard tegen verweren.

[foto: Peter Hessels CC]

19 augustus 2019

Fotograaf klaagt Facebook aan

Fotograaf Thijs Heslenfeld heeft aangifte gedaan tegen Facebook bij het Openbaar Ministerie (OM) in Amsterdam, schrijft De Volkskrant. Heslenfeld wil dat het OM een strafrechtelijk onderzoek begint naar het fotobeleid van Facebook. De fotograaf claimt dat het beleid van Facebook in strijd is met de Nederlandse grondwet. Zo vindt Heslenfeld dat zijn vrijheid van meningsuiting is aangetast omdat het platform tot driemaal toe zijn foto’s heeft verwijderd en zijn account daarna twee keer heeft geblokkeerd. De laatste keer trof dat een foto van een meisje met ontbloot bovenlijf. Facebook wil er niet op in gaan. ‘Net als bij kunst zullen mensen altijd van mening verschillen over wat wel en niet geschikt is om te publiceren.’


23 juli 2019

Moet het internet gereguleerd worden? En zoja hoe?

De oorspronkelijke droom van internet als een digitale ruimte waar burgers elkaar in alle vrijheid kunnen ontmoeten en waar iedereen toegang heeft tot alle informatie is al lang vervlogen. Het internet wordt gedomineerd door 'tech-reuzen' die opereren vanuit commerciële belangen en die ons vooral gebruiken als leveranciers van data, het 'nieuwe goud' in de economie.
De positieve beloftes van het internet worden meer en meer overschaduwd door zaken die afschuw oproepen: 'hatespeech', kinderporno, discriminatie, bedreigingen, 'fake' nieuws, misdaad en bedrog. De roep om overheidsingrijpen wordt dan ook steeds vaker gehoord. En dan gaat het vooral om de sociale media zoals Facebook, Twitter en Youtube. Duitsland heeft inmiddels een Netzwerkdurchsetsungsgesetz. Frankrijk heeft wetgeving ingevoerd tegen haatzaaien.

Donderdag 4 juli vond er in de Rode Hoed in Amsterdam een debat plaats over dit onderwerp met VN-rapporteur David Kaye naar aanleiding van zijn boek Speech Police: the global struggle to govern the internet. Aan het debat namen verder deel het net afgetreden Europarlementslid voor D66 Marietje Schaake en de directeur van het Centrum De Waag, Marleen Stikker. Kunnen we agenten op het internet tolereren zonder schade te berokkenen aan de idealen van het vrije verkeer van informatie en de vrijheid van meningsuiting? Het blijkt geen eenvoudige kwestie.

Kaye stelt voor het internet te onderwerpen aan mensenrechten. „We hebben in internationale mensenrechtenverdragen afgesproken wat onder de vrijheid van meningsuiting valt, en wat niet. Oproepen tot geweld of aanzetten tot haat tegen een bevolkingsgroep geldt bijvoorbeeld als misbruik van dat recht. Waarom zouden we socialemediabedrijven niet aan die afspraken houden?” Een redelijk standpunt dat echter niet eenvoudig zomaar overal in wetgeving kan worden omgezet, ook al zijn de tech-reuzen inmiddels niet meer afkerig van regulering.


12 juli 2019

GroenLinks vliegt uit de bocht

Over nepnieuws heb ik hier eerder geschreven. Heimelijk politiek bedrijven door middel van het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie is een eeuwenoude truc van politieke propagandisten. Zie het als een poging de tegenstander ontregelen door de verspreiding van leugens en geruchten. Dat de overheid ons hiertegen zou moeten beschermen, zoals sommige politici suggereren, is echter een gevaarlijke gedachte. Die overheid is zelf partij en dient het onderscheid tussen waarheid en leugen over te laten aan het onafhankelijk oordeel van de burgers om niet in censuur te vervallen. De beste bestrijding van nepnieuws ligt in handen van onafhankelijke media die de leugens en verzinsels ontmaskeren en burgers in staat stellen zelf te beoordelen wat zij wel of niet moeten geloven. Tegen het nepnieuws werkt alleen het echte nieuws. En opvoeding in 'mediawijsheid'.

In een debat met minister Ollongren bleek dat GroenLinks Kamerlid Nevin Özütok dit niet helemaal goed begrepen heeft. Ze stelde voor de Kiesraad de taak te geven nepnieuws in verkiezingscampagnes te detecteren en aan de kaak te stellen. Özütok werd vervolgens op pijnlijke wijze op haar nummer gezet door PVV-Kamerlid Martin Bosma. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om zijn rabiate anti-communisme te etaleren, tot plezier van zijn fans die onder het gepubliceerde filmpje helemaal los gaan tegen die verschrikkelijke gevaarlijke 'groenlinkse communisten'. Dat slaat natuurlijk nergens op. Maar verder moet ik Bosma puur inhoudelijk gelijk geven. De overheid dient zich verre te houden van oordelen over de kwaliteit van nieuwsberichten. Voor je 't weet krijgen we praktijken terug zoals vroeger gebruikelijk in de Rooms-Katholieke kerk toen de bisschoppen nog publicaties goedkeurden met een 'nihil obstat'-stempel.


25 juni 2019

Grenzen trekken

Ian Buruma, de onfortuinlijke hoofdredacteur van de The New York Review of Books, zag zich al na korte tijd gedwongen ontslag te nemen nadat hij een artikel had geplaatst van een man die beschreef hoe hij door een #MeToo affaire plots als paria werd behandeld. Voor veel lezers bleek het een brug te ver om deze paria een podium te geven. Bij zijn aftreden schreef Buruma een commentaar en daarin maakte hij het onderscheid tussen insult (belediging) en offense (aanstoot). Het eerste is bewust, het tweede afhankelijk van de ontvanger. ‘Aanstoot wordt genomen, belediging uitgedeeld.’ Aanstoot geven moet kunnen, beledigen is een moedwillige poging om iemand kwaad te doen en dat gaat volgens Buruma over de grens. Coen van de Ven schrijft er over in De Groene.  Hij levert terecht kritiek op het besluit van de The New York Times om, na alle ophef over een spotprent van Trump met een keppeltje achter een blindengeleidehond met davidster die de Israëlische premier Netanyahu moet voorstellen, nu maar helemaal geen cartoons meer te plaatsen. Redactionele luiheid, vindt hij. Cartoons moeten het hebben van scherpte, ze zullen altijd wel bij iemand voor aanstoot zorgen. En hij citeert cartoonist Joep Bertrams: ‘Door volledig te stoppen met het genre zeg je eigenlijk: ik heb geen zin in dat gehannes’.

In Nederland is het geven van aanstoot voor de meeste mensen nauwelijks nog een punt van discussie, misschien met uitzondering van de 'potloodventer'. Bewuste belediging ligt een heel stuk moeilijker. De strafwet kent daarvoor nog drie varianten: eenvoudige belediging, smaad (bewust kwaadaardige praatjes verspreiden) en laster (bewust leugens vertellen die iemands reputatie aantasten). En dan is er ook nog de omstreden groepsbelediging. In alle gevallen zou ik met Buruma mee willen gaan en de grens leggen bij het opzettelijk toebrengen van schade: iemand moedwillig met woorden of beelden een klap verkopen die de persoon of groep pijn doet. Dat is niet alleen onfatsoenlijk, maar daarmee wordt een grens van beschaving overschreden. Of dat in alle gevallen tot een veroordeling door de strafrechter moet leiden valt nog te betwisten, maar het lijkt me heel redelijk dat de mogelijkheid in elk geval bestaat.

Proces Wilders

Deze week vindt de inhoudelijke behandeling plaats van het hoger beroep in de 'minder, minder Marokkanen'- zaak waarin Geert Wilders in 2016 werd veroordeeld voor groepsbelediging. De rechtbank zag in Wilders' duidelijk vooraf geregisseerde actie op de verkiezingsavond van de raadsverkiezingen in 2014 een teken van het minderwaardig verklaren van een bevolkingsgroep als zodanig. En dat valt onder de strafbaarheid van groepsbelediging. De moedwillig toegebrachte schade zit dan vooral in de intimidatie, de bedreiging van een deel van de bevolking. Bedreiging veroorzaakt angst en dat kan een gerechtvaardigde reden zijn om de vrijheid van meningsuiting te beperken.


11 juni 2019

Twitter straft

Geert Wilders heeft een halve dag geen gebruik kunnen maken van zijn Twitter-account. Het was een straf van het bedrijf omdat de politicus zich niet aan de regels heeft gehouden. Hij schreef in reactie op een tweet van zijn collega Jetten van D66 waarin stond dat we altijd moeten opstaan tegen antisemitisme in Nederland en Europa:
‘Laten we altijd opstaan tegen de sukkels van @D66 die de grenzen open laten staan en meer en meer islam importeren om vervolgens krokodillentranen te huilen over de gevolgen daarvan zoals antisemitisme, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, terrorisme en haat.’
Volgens Twitter is dat haatdragende gedrag. Wilders kreeg een mail waarin verwezen wordt naar de huisregel: You may not promote violence against, threaten, or harass other people on the basis of race, ethnicity, national origin, sexual orientation, gender, gender identity, religious affiliation, age, disability, or serious disease. Een vreemde reactie op de tweet van Wilders, meent ook De Volkskrant:
Zijn D66’ers volgens Twitter een gemarginaliseerde gemeenschap die speciale bescherming verdient? Dat Wilders zijn politieke tegenstanders uitmaakt voor ‘sukkels’ is weinig verheffend, maar op het eerste gezicht toch niet schokkender dan een recente tweet van D66-europarlementariër Sophie in ’t Veld. Zij kwalificeerde Kamerleden die zich keren tegen het streven naar een ‘steeds hechter verbond’ van EU-lidstaten onlangs als ‘onnozel’. Die tweet bleef gewoon staan.
Een doodsbedreiging tegen Wilders van een Pakistaan werd ook niet verwijderd.

28 mei 2019

Leid burgers niet om de tuin

Lokaal nieuws uit Apeldoorn van Dagblad De Stentor:
De complete redactie van het Apeldoornse wijkblad de Wijkkijker is vanwege een curieuze reden opgestapt. Omdat er van de wijkraad Osseveld-Woudhuis geen artikelen meer over de komst van het azc aan de Deventerstraat geschreven mogen worden, hebben de tien schrijvers hun taken neergelegd.
De redactie vermoedt dat de wijkraad onder druk staat van de gemeente. Die ontkent dat, net als de voorzitter van de wijkraad. Die zegt dat het drie maal per jaar uitkomende blad in de loop der jaren los is komen te staan van de wijkraad. Op de uitvoerige artikelen over het azc wil hij niet aangesproken worden. Nu even stoppen over dat onderwerp en er later misschien nog eens op terug komen in overleg met de wijkraad, was het verzoek dat de redactie aanleiding gaf om op te stappen.

Het laatste artikel is volgens De Stentor een voorbeeld van serieuze journalistiek. 'De redactie laat allerlei experts, zowel voor- en tegenstanders, aan het woord. Hoewel er de nodige kritiek in doorklinkt, is het feitelijk van toon en niet vanuit de onderbuik geschreven.'

Hier gaan twee dingen fout.

10 mei 2019

Een onveilig klimaat voor journalisten

Ter gelegenheid van de Dag van de Persvrijheid publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) een nieuw onderzoek naar bedreigingen, intimidaties en geweld waar journalisten mee te maken hebben. Twee jaar geleden is er al eens onderzoek op dit gebied gedaan door voormalig ombudsman Alex Brenninkmeijer en Marjolein Odekerken. De resultaten waren volgens de NVJ tamelijk verontrustend. In het nieuwe onderzoek van Odekerken en Laura Das was de focus gericht op vrouwen en online pogingen tot intimidatie. De helft van de vrouwelijke journalisten in Nederland heeft daar ervaring mee vanwege hun werk. Vooral vrouwen met een migratieachtergrond en freelancers melden vervelende incidenten.

Het onderzoek werd woensdag j.l. gepresenteerd op het Festival van het Vrije Woord in Hilversum waarna een forum de resultaten besprak. Opvallend is het verschil in bedreigingen tussen mannen en vrouwen. Mannelijke journalisten hebben ook te maken met bedreigingen, en soms zelfs fysiek geweld. Misdaadverslaggevers Paul Vugts en John van den Heuvel hebben zelfs politiebescherming. Vorig jaar zijn de gebouwen van de Telegraaf en Panorama door criminelen vernield (een van de redenen waarom Nederland een plaats is gezakt op de Persvrijheidsmonitor). Maar de bedreigingen van mannen betreffen vrijwel altijd wát ze schrijven of filmen, terwijl vrouwen online geconfronteerd worden met seksistische en racistische uitingen vanwege hun identiteit. NRC-columniste en forumlid Clarice Gargard: 'De boodschap is eigenlijk dat ik niet thuis hoor in het publieke debat.' De vertegenwoordigster van SOFO, een door de OVSE geïnitiëerd programma voor de Safety of Female Journalists Online, zei het zo: mannelijke journalisten worden aangevallen op hun standpunt, vrouwen omdat ze een überhaupt een standpunt naar buiten brengen; en des te vaker naarmate het een dissident standpunt betreft.

29 april 2019

Staatshoofd of popster

Aanhangers van het dezer dagen weer zo bejubelde Nederlandse koningshuis zullen er niet blij mee zijn, maar het verbod op majesteitsschennis is eindelijk verleden tijd. Vorig jaar was er al een meerderheid voor in de Tweede Kamer, een jaar later is nu ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met de initiatiefwet van Kees Verhoeven (D66) om de artikelen 118 en 119 uit het Wetboek van Strafrecht te verwijderen. CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen. Na het verlies van het verbod op 'smalende godslastering' moeten de christelijke politici opnieuw buigen voor een meerderheid die eindelijk eens wil afrekenen met totaal verouderde bepalingen die de vrijheid van meningsuiting belemmeren. En dit keer was er geen opportunistische VVD die hen te hulp kwam.

Verhoeven's voorstellen voor de wetswijzigingen werden ook door de regering als 'modernisering' ondersteund. Maar niet nadat men zich er van verzekerd had dat de mogelijkheid voor het bestraffen van belediging van het koningshuis langs andere weg toch nog in stand blijft. Belediging van het koningshuis is nu gelijkgetrokken met de verzwaarde strafbaarheid van de belediging van een 'ambtenaar in functie'. Om de koning niet in verlegenheid te brengen is bepaald dat het in zijn geval niet nodig is dat hij zelf een klacht indient. Tegelijk met het schrappen van de majesteitsschennis is ook het verbod op de belediging van een bevriend staatshoofd als apart strafwetartikel uit de wet gehaald.

08 april 2019

Amerikaanse toestanden

De staat moet zich onthouden van bemoeienis met godsdienst, de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, of vreedzame bijeenkomsten van het volk. Zo luidt ongeveer het First amendment van de Amerikaanse grondwet, traditioneel het voorbeeld voor alle tegenstanders van censuur. De bescherming van het vrije woord tegen ingrijpen van de overheid laat onverlet dat Amerikaanse burgers elkaar nog steeds kunnen aanspreken op uitingen die in strijd zijn met lokale zeden of het dominante geloof. In de afgelopen jaren hebben we met enige verbazing, juist vanwege dat beeld van vrijheidslievende Amerikanen, kennis kunnen nemen van incidenten op Amerikaanse universiteiten waar een ver doorgevoerd beleid van politiek correct handelen geleid heeft tot een drastische inperking van de vrijheid van meningsuiting. Linkse studenten op Amerikaanse universiteiten plegen censuur op ideeën, taal en sprekers die hun niet bevallen. Volgens critici ondermijnen zij hiermee de universiteit als debatplek bij uitstek. Het opmerkelijkste argument van de studenten om bepaalde sprekers, of ook onderdelen uit de historische of literaire canon, niet te willen horen, is dat die hen stress zou bezorgen, en zo lichamelijke klachten, waartegen zij zich dus ook fysiek mogen weren.

Dat de studenten het vooral hebben begrepen op uitingen vanuit de rechtse, conservatieve hoek, en dan met name uitingen die strijdig zijn met respect voor hun verschillende identiteiten, roept een reactie op die grote risico's inhoudt voor de traditionele Amerikaanse free speech. Want wat blijkt? President Trump heeft gehoor gegeven aan klachten uit zijn achterban over de toestand op de 'linkse' universiteiten. Hij dreigt academische instellingen nu te gaan korten op hun researchgelden als ze geen free speech voor hun studenten en personeel kunnen garanderen. Het presidentiële decreet  beroept zich op het First amendment maar is natuurlijk als zodanig juist volledig in strijd met de Amerikaanse grondwet die overheidsingrijpen moet voorkomen.