12 mei 2021

Het taboe op Nederlands koloniale verleden


De Amsterdamse rechtbank wil geen voorwaarden opleggen voor vertoning van de film De Oost over het Nederlandse militaire ingrijpen in Indonesië. De Federatie Indische Nederlanders (FIN) had in een kort geding geëist dat de film zou beginnen met een waarschuwende tekst dat het ging om een ‘fictieve verbeelding’ van het Nederlandse ingrijpen, en dat die een reactie was op de Bersiap – de chaotische, gewelddadige periode in Indonesië pal na de Tweede Wereldoorlog. De FIN achtte de voorstelling van zaken in de film niet in overeenstemming met de feiten. De bezwaren richtten zich ook tegen beelden die te veel associaties zouden oproepen met de SS. En het ergste was nog, zo verklaarde een vertegenwoordiger van de FIN op de radio, dat de film ook onderdeel gaat uitmaken van een lespakket op scholen.

Het is niet de eerste keer dat er vanuit de hoek van oud-strijders en Indische Nederlanders een poging wordt gedaan de geschiedenis van de oorlog tegen Indonesië te vervalsen. Lou de Jong kreeg er eind vorige eeuw mee te maken toen hij zijn Geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog voltooide met de zogenaamde 'politionele acties' van het Nederlandse leger. De boze oud-strijders hadden er zelfs een apart comité voor opgericht: het Comité Geschiedkundig Eerherstel Nederlands Indië. Toen een concept van deel XIA uitlekte waarin een hoofdstuk voorkwam onder de titel 'Oorlogsmisdrijven' ontstond een enorme ophef, aangejaagd door De Telegraaf.  De Jong beloofde er nog eens naar te kijken en gaf het omstreden hoofdstuk de titel 'Excessen'. Toen hij de oud-strijders niet verder tegemoet wilde komen voerde het Comité tevergeefs een gerechtelijke procedure om alsnog gelijk te krijgen over de wijze waarop de gebeurtenissen in Indonesië in zijn boek behoorden te worden beschreven. 

28 april 2021

De persvrijheid 'weggeshoveld'


In de jaarlijkse ranglijst over de persvrijheid van Reporters Sans Frontières staat Nederland nog steeds hoog genoteerd. Maar ons land is het afgelopen jaar wel een plaats gedaald. RSF wijst op problemen met de Wob, de WIV en groeiende agressiviteit tegen journalisten, vooral op sociale media, uit rechts-populistische hoek. Nederland stond in 2013, 2014 en 2016 op plaats 2 in de RSF Index. Sinds 2018 daalde Nederland elk jaar een plaats.

Die agressiviteit tegen journalisten is in de eerste maanden van dit jaar bepaald niet afgenomen. Eind maart gebruikten kerkgangers in Urk en Krimpen a/d IJssel geweld om journalisten te verhinderen verslag te doen van het massale kerkbezoek dat volledig in strijd was met de adviezen van de overheid ter bestrijding van de coronapandemie. In Urk reed een auto in op een journalist. In Krimpen kreeg een verslaggever een trap in zijn buik. De agressievelingen werden tot onvrede van onder meer de journalistenvakbond NVJ niet opgepakt; volgens de politie omdat gekozen werd voor een de-escalerende aanpak. In de Tweede Kamer zijn daarover vragen gesteld door D66. 

Vorige week was er in Lunteren een nieuw incident. Een persfotograaf en zijn vriendin aangevallen door omstanders tijdens een autobrand. De auto waarin zij zaten werd door de belagers een sloot ingeduwd met een shovel. De auto belandt op zijn kop in de sloot, de inzittenden moesten door de brandweer worden bevrijd. De fotograaf was afgekomen op een bericht over een autobrand. Volgens de politie werden meerdere persfotografen agressief benaderd, bedreigd en met stokken geslagen. Een 34-jarige man uit Lunteren is aangehouden op verdenking van doodslag.

13 april 2021

Taalzuivering


Kinderen weten al op vroege leeftijd dat het gebruik van bepaalde woorden ongewenst is. Verboden soms. Straattaal, schuttingwoorden, vloeken, in de meeste gezinnen wordt het van jongsaf aan ingepeperd: let op je woorden. Je mag niet zomaar alles zeggen. Ik wil het niet meer horen, spoel je mond! Het effect van zulke vermaningen is twijfelachtig. 

Het kan ook verder gaan. In veel gemeenten van de Biblebelt bestaat nog steeds een vloekverbod. Puur symbolisch, want zo’n regel in de APV is niet alleen moeilijk te handhaven, maar ook in strijd met het grondwetsartikel over de vrijheid van meningsuiting. Dat proberen de streng-christelijke partijen te omzeilen door formules waarin staat dat de uitingsvrijheid wordt uitgezonderd van het verbod. Maar daardoor wordt handhaving nog verder bemoeilijkt. Het is vooral een kwestie van principe. Wat de SGP- en CU-leden thuis verbieden willen ze ook van anderen op straat niet horen.

Nieuwe taal 

Nieuwe vormen van taalzuivering komen nu uit de hoek van de identiteitspolitiek. Over verboden wordt nog niet gesproken, wel van richtlijnen of adviezen. ‘Waarden voor een nieuwe taal’ is een brochure met aanbevelingen voor een ‘veilige, inclusieve en toegankelijke taal’ in de kunst- en cultuursector. Musea en theater bijvoorbeeld. De aanbevelingen worden geïllustreerd met veel voorbeelden die soms nogal lachwekkend overkomen. In plaats van publiek over ‘deelnemers’ spreken doet me denken aan de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven, de school van Kees Boeke, waar leerlingen werkers werden genoemd en docenten medewerkers. In plaats van het ‘Midden-Oosten’ het niet-eurocentrische ‘West-Azië’ gebruiken is ook leuk, maar de kans op inburgering van deze term lijkt me bijzonder klein. Evenzo geldt dat voor het consequent hanteren van genderneutrale termen en de afschaffing van termen waarmee mensen op grond van hun huidskleur worden aangeduid. 

30 maart 2021

Fatwa



Meer dan dertig jaar geleden, in 1989, sprak de Iraanse ayatollah Khomeiny een 'fatwa' uit over de Britse schrijver Salman Rushdie. Zijn boek De Duivelsverzen had de toorn opgewekt van hoge islamtische geestelijken. Rushdie werd met de dood bedreigd, ontsnapte ternauwernood aan een bomaanslag en moest tien jaar onderduiken. En ook daarna was hij zijn leven niet zeker. 

De Nederlandse schrijfster van Turkse afkomst Lale Gul is nu met de dood bedreigd door vrome moslims die haar kwalijk nemen dat zij in haar boek 'Ik ga leven' over haar opvoeding in een streng-orthodoxe familie heeft geschreven. Ze heeft de banden met haar familie verbroken en verblijft op een geheime locatie. 

In een interview in Buitenhof kondigde zij aan dat ze niet meer over religieuze aangelegenheden zal schrijven. Ondanks alle positieve reacties die ze op haar boek heeft gehad. De bedreigingen komen volgens haar van een kleine minderheid. 'Ik wil het lot niet tarten', zei ze, ' je staat er toch alleen voor als je dat wel doet.' Een schrijnende opmerking gezien de reactie van de politie op alle bedreigingen. Nadat ze een aantal keren aangifte heeft gedaan kreeg ze te horen dat het waarschijnlijk niet gaat lukken om te achterhalen wie er daaraan schuldig zijn. Wat betekent dat? Geeft de politie haar op? In een online manifest spreekt een dertigtal journalisten, schrijvers en politici zijn steun uit voor de jonge schrijfster. Ook Mark Rutte tekende de verklaring vlak voor de verkiezingen. Maar wat betekent dat als de politie er van afziet om de criminelen op te sporen? 

17 maart 2021

Links of rechts?


Het grondrecht op vrijheid van meningsuiting heb ik in het spectrum van politieke standpunten altijd meer links dan rechts geplaatst. Het is een recht dat burgers de vrijheid geeft zich te verzetten tegen de almacht van de staat, tegen de macht in het algemeen. Het recht is van grote betekenis voor emancipatiebewegingen die zonder belemmering voor hun belangen moeten kunnen opkomen. De arbeidersbeweging, de vrouwenemancipatiebeweging, de Black Lives Matter beweging en andere bewegingen voor een beter leven en meer gelijke rechten konden en kunnen dat alleen doen als ze de vrijheid hebben zich te uiten over bestaand onrecht. 

Claim van rechts

De afgelopen jaren wordt de uitingsvrijheid steeds meer geclaimd door rechts. Het meest bekende voorbeeld is Geert Wilders die vindt dat zijn recht op een vrije meningsuiting is aangetast door de - gegeven de strafwet onoverkomelijke- vervolging vanwege zijn 'Minder, minder Marokkanen...'- uitspraak. Veel schrijvers, politici en opiniemakers aan de rechterkant van het politieke spectrum vinden het moeilijk te verdragen dat zij worden aangesproken op hun xenofobe, racistische of seksistische uitspraken. 'Je mag tegenwoordig ook niets meer zeggen.' Een uitspraak die in de meeste gevallen nergens op slaat. Vuile woorden leiden hoogstens tot verontwaardigde reacties. Maar daar zit kennelijk het probleem: een weerwoord is voor sommigen moeilijk te verteren. Van vervolging is alleen in uitzonderlijke gevallen sprake als er een vermoeden is dat de wet wordt overtreden. De strafwet stelt namelijk wel enkele beperkingen aan de uitingsvrijheid, maar ik heb niet de indruk dat de rechter daar nou overdreven veelvuldig gebruik van maakt om mensen de mond te snoeren. En als dat gebeurt wordt altijd de nodige zorgvuldigheid betracht door rekening te houden met alle omstandigheden. 

28 februari 2021

Heibel over Herstel NL


Onder de titel: Heibel onder professoren. Mogen economen in crisistijd nog wel zeggen wat ze vinden? publiceerde het FD gisteren reacties van economen op het besluit van hun collega's Barbara Baarsma, Coen Teulings en Bas Jacobs om zich terug te trekken uit de actiegroep Herstel NL. De groep voert campagne voor een alternatieve, meer open strategie bij de bestrijding van het coronavirus. Volgens de groep zouden winkels, horeca, het onderwijs en de cultuursector weer open kunnen als tegelijkertijd de 'kwetsbaren' in 'veilige zones' leven. De actie kocht in verschillende steden reclameruimte in om de boodschap te verkondigen. Jacobs gaf als reden voor zijn stap dat Herstel NL 'te veel een actiegroep is geworden, waar ik mij niet gelukkig bij voel'.

De econoom Arnoud Boot gebruikte datzelfde argument in de talkshow Op1 om de stap van zijn collega's te ondersteunen. Hij vond dat de economen door hun deelname aan deze actiegroep ‘de verkeerde afslag hebben genomen’ en vertelde dat hij de uitnodiging van de talkshow had aangenomen om ‘de wetenschap te verdedigen’. 'Er is geen enkele belemmering voor economen om aan het debat deel te nemen', bezweert Boot. 'Er zijn wél momenten waarop je als econoom met uitspraken onrust kunt veroorzaken, wat ongewenst is.' Volgens Boot is het de taak van economen om argumenten aan te dragen. 'Ze moeten zich niet vastbijten in eigen standpunten. Natuurlijk mag een econoom een mening hebben, maar die moet je scheiden van de rol van expert. Als ze zeggen: je moet a of b doen, vervullen ze een verkeerde rol. Dat is echt aan de politiek.' 

12 februari 2021

'De verdwijntruc voor kritiek op Israël'


Groenlinks heeft het verzet tegen het gebruik van de IHRA-definitie van antisemitisme gestaakt. Op 1 december 2020 stemde de GroenLinks fractie voor een motie van de SGP-lid Bisschop waarin de Kamer de regering verzoekt te "bevorderen dat deze definitie voortvarend en herkenbaar in uitvoering komt in de opsporing en vervolging van antisemitisme." Het congres van GroenLinks in januari bevestigde het standpunt van de fractie door met tweederde meerderheid een motie te verwerpen die de IHRA-definitie als instrument bij de  bestrijding van antisemitisme afwees. In 2018 stemde GroenLinks nog tegen een overeenkomstige motie van de SGP. De PvdA was al eerder overstag gegaan. Alleen de SP, de PvdD en Denk hebben nog steeds bezwaren tegen het hanteren van de IHRA-definitie vanwege de risico's op vermenging van discriminerende uitingen tegen Joden met kritiek op Israël. In antwoord op de vraag van Bisschop, liet minister Grapperhaus weten dat de IHRA-definitie “met bijbehorende indicatoren gedeeld” is met politie en OM. Deze kunnen meegewogen worden bij het opnemen van een aangifte in het oordeel of sprake is van groepsbelediging, haatzaaien of een discriminatoir aspect, aldus de minister. 

Omstreden

De IHRA-definitie is van begin af aan omstreden geweest. Zelfs de oorspronkelijke opsteller, de Amerikaan Kenneth Stern, waarschuwt voor de risico's van aantasting van de vrijheid van meningsuiting. "De internationale Israël-lobby probeert de definitie overal door overheden en instellingen te laten verankeren, maar daarvoor is die nooit bedoeld geweest," volgens Stern. Het heeft vele landen, partijen en politici er niet van weerhouden deze 'niet-bindende' tekst te aanvaarden in de strijd tegen antisemitisme. De definitie zelf is nogal vaag, maar de belangrijkste bezwaren richten zich tegen de 'voorbeelden', die minister Grapperhaus nu kennelijk heeft aanvaard als 'indicatoren' van antisemitisme voor politie en OM. In deze voorbeelden wordt de staat Israël diverse keren gebruikt. Bijvoorbeeld: als je Israël iets verwijt dat je andere landen niet verwijt wijst dat op een dubbele standaard die voortkomt uit antisemitisme. 

Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid (EAJG), geeft een uitvoerige kritiek op het misbruik van de IHRA-definitie onder de titel 'De krimpende ruimte voor het debat over Israël en Palestina'. Hij schrijft onder meer dat de voorbeelden die de IHRA toevoegde aan de eigenlijke definitie nooit bedoeld zijn als bewijs voor antisemitische uitingen. Hij verwijst naar Stern die de voorbeelden ziet als 'hulpmiddel ten behoeve van monitoring van en onderzoek naar antisemitisme.' Het is niet voor niets een 'werk-definitie'. Hamburger: Die werkdefinitie "is doelbewust gekaapt, met voorbeelden en al verabsoluteerd, gepolitiseerd en omgesmeed tot een wapen onder het mom van ‘de strijd tegen antisemitisme’."

BDS

In de afgelopen jaren hebben rechtse partijen zoals de SGP meerdere malen geprobeerd de strijd tegen antisemitisme om te vormen tot strijd tegen organisaties en acties die zich richten tegen de Israëlische bezettingspolitiek. In 2015 nam ook de PvdA, bij monde van Michiel Servaes, mede namens D66, GroenLinks, SP en Denk daar nog duidelijk afstand van. In antwoord op Kamervragen van de voormalige PVV-leden Bontes en Van Klaveren benadrukte het kabinet 'dat het van belang is om onderscheid te blijven maken tussen stellingname ten aan zien van Israël en antisemitisme.' In 2016 antwoordde toenmalig minister Koenders van Buitenlandse Zaken op vragen van Groenlinks dat oproepen tot boycot, divestment en sancties (BDS) tegen bedrijven die investeren in de kolonisatie van de West-Bank vallen onder de vrijheid van meningsuiting. Een tijdelijke nederlaag voor de Israël-lobby die BDS overal veroordeeld wilde hebben als vorm van antisemitisme. De lobby bleef echter aandringen, en met succes. In 2017 ging het Europees Parlement om en in 2018 de Nederlandse regering. 

Apartheid

Hamburgers analyse van het misbruik van de IHRA-definitie is pijnlijk. "De definitie fungeert als de perfecte verdwijntruc voor elke kritische notie over Israël," schrijft hij. En elke kritische noot over organisaties of personen die zich volledig identificeren met de staat Israël. Kritiek op de bezettingspolitiek, het geweld van het Israëlische leger, van de kolonisten, het kan allemaal verdraaid worden als antisemitisme. Wat we nu in de afgelopen jaren in het politieke debat hebben gezien is dat dit werkt. Nooit eerder is er zo omzichtig omgesprongen met standpunten over Israël. De IHRA-definitie draagt op deze manier bij aan het sanctioneren van een apartheidsstaat. Volgens de voorbeelden die bij de definitie worden gegeven is deze zinsnede niet langer een discutabele uitspraak maar een onaanvaardbare racistische uiting: Denying the Jewish people their right to self-determination, e.g., by claiming that the existence of a State of Israel is a racist endeavor.’ Op deze manier, concludeert Hamburger, wordt "het begrip antisemitisme uitgehold en wordt de bestrijding van hardcore antisemitisme juist bemoeilijkt." Het is buitengewoon pijnlijk dat politieke partijen zoals GroenLinks en de PvdA die bestrijding van discriminatie hoog in het vaandel hebben staan hierin meegaan. 

[foto: A Pro Palestinian March at Rathaus Neukölln, Felipe Tofani CC]

29 januari 2021

Afrekencultuur

Abdelkader Benali heeft zich teruggetrokken als spreker bij de Dodenherdenking. Toen bekend werd dat hij was gevraagd door het 4 en 5 mei Comité ontstond er ophef over uitspraken die hij vijftien jaar geleden in een dronken bui in Libanon had gedaan tegen oorlogsverslaggever Harald Doornbos, die er melding van maakte in een column in de Haagse Post. Benali had tegen Doornbos gezegd dat hij zich als Marokkaanse Nederlander nauwelijks op z’n gemak voelde in Amsterdam-Zuid waar hij toen woonde, vanwege ‘al die Joden daar’. Wie dit vuurtje heeft aangeblazen is niet duidelijk, maar Benali voelde zich afgebrand en vond uiteindelijk dat hij maar beter kon afzien van de lezing. 'Op 4 mei komen we bij elkaar om te herdenken en de discussie rond mijn uitlatingen mag mensen daarbij niet hinderen', liet hij weten. In het radioprogramma OVT maakte hij zijn excuses. 'Misplaatste grappen over Joodse Nederlanders maken mij niet tot een geschikte spreker. Ook na uitvoerig praten met vertegenwoordigers van Joodse organisaties ging de twijfel niet weg. En dat spijt me zeer. Het was nooit mijn bedoeling om mensen te kwetsen, toen niet, nu niet, morgen niet. Nooit niet. Mijn excuses.'

Benali is wel boos over alle ophef. Dat iets je vijftien jaar later nog kan worden nagedragen, iets dat je ooit in een aangeschoten bui gekscherend riep, doet pijn. ‘Cancel culture’, noemt hij het. Afrekencultuur. 'Ik voel woede om mijn kwetsbaarheid, want met alle uitspraken die anderen niet bevallen, word ik als moslimbroeder en antisemiet bestempeld.' Ik ben geen antisemiet en ik hoef niets uit te leggen, zegt hij. Toch vond hij het wel belangrijk om excuses te maken. Want ook ironie kan kwetsend zijn. 

15 januari 2021

De Donner-doctrine


Een van de oorzaken achter het drama van de kinderopvangtoeslagen zou gelegen zijn in de Rutte-doctrine, de neiging van de premier om 'bij problemen zo weinig mogelijk informatie te verstrekken'. Nadat Trouw en RTL in 2018 via Wob-procedures stukken boven tafel hadden gekregen over onterechte terugvorderingen van toeslagen door de Belastingdienst, werden Kamerleden die er meer over wilden weten consequent met een kluitje het riet in gestuurd. Een onderzoekscommissie onder leiding van oud-lid van de Raad van State Piet Hein Donner liet nog veel vragen open. Volgens onderzoek van FTM heeft de commissie beschikbare informatie laten liggen en hield zij het ministerie van Sociale Zaken en toenmalig verantwoordelijk minister Asscher uit de wind. Pas in december vorig jaar kwamen de enorme omvang en de ernst van het probleem aan het licht in de 'snoeiharde' conclusies van het eindrapport van de parlementaire onderzoekscommissie Ongekend Onrecht. 'De commissie zegt dat de informatievoorziening vanuit de rijksoverheid op allerlei fronten onvoldoende is. Volgens het rapport was die in meerdere gevallen ingegeven door gewenste juridische of politieke uitkomsten. De commissie constateert dat de Tweede Kamer bij herhaling geconfronteerd is met ontijdige, onvolledige en onjuiste informatie.'

Informatieplicht

De rijksoverheid handelde in deze affaire in strijd met artikel 68 van de Grondwet, dat gaat over het informeren van de volksvertegenwoordiging. Die grondwettelijke plicht staat los van de Wet Openbaarheid Bestuur (Wob) , die burgers al dan niet via de pers, het recht geeft beleidsstukken in te zien. Daarbij mag de overheid dan wel 'persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren' uit het zicht houden. Volgens Guido Enthoven, die promoveerde op het informeren van de Kamer, wordt deze regel ook toegepast op informatie die naar de Kamer gaat. Dat sluit dan aan bij een oekaze van voormalig premier Kok, die het ambtenaren verbood rechtstreeks in contact te treden met leden van het parlement. 

27 december 2020

Wat deed Zembla fout?

 


BNN/VARA heeft gebroken met de Raad voor de Journalistiek. Dat wil zeggen dat de omroep de oordelen van de Raad gaat negeren in afwachting verbeteringen in de procedures die volgens BNN/VARA noodzakelijk zijn. Aanleiding is de kritiek van de Raad op de uitzending van Zembla over de granuliet affaire van begin dit jaar. Daarin wordt de top van Rijkswaterstaat ervan beschuldigd te zijn bezweken voor de druk van oud-minister Halbe Zijlstra (foto) die nu werkt voor Volker-Stevin, een groot wegenbouwbedrijf. De wegenbouw zou ernstige vertraging oplopen als een bedrijf dat grondstoffen voor asfalt levert zijn afval niet mag dumpen in natuurgebieden. Het bedrijf claimt daarvoor toestemming te hebben omdat het afval als grond kan worden aangemerkt. Dat wordt door deskundigen, ook binnen Rijkswaterstaat, bestreden. Zijlstra heeft er volgens Zembla alles aan gedaan om de tegenstand tegen het dumpen van dit afval ongedaan te maken. 

De Raad voor de Journalistiek heeft de zaak tegen Zembla aangespannen na klachten van het bedrijf GIB van de gebroeders Bontrup dat granuliet heeft gestort in een plas in de uiterwaarden van de Maas tussen Alphen en Dreumel. De Raad spreekt over: 'ernstige beschuldigingen aan het adres van klagers, die erop neerkomen dat zij ontoelaatbaar en zelfs strafbaar hebben gehandeld. Klagers hebben zowel in het stadium van informatievergaring als in het kader van wederhoor informatie aan Zembla verstrekt, maar daaraan is onvoldoende aandacht besteed. Bovendien is de beschuldiging van strafbaar handelen niet van genoeg context en duiding voorzien. Een en ander heeft geleid tot eenzijdige, onevenwichtige en tendentieuze berichtgeving. Zembla heeft daarmee journalistiek onzorgvuldig gehandeld.'

09 december 2020

Over de kwestie Cliteur


Het Leidse College van Bestuur laat onderzoeken of beschuldigingen van antisemitisme tegen hoogleraar en voormalig senator Paul Cliteur gegrond zijn. Het is een van de gevolgen van de ophef over antisemitisme binnen Forum voor Democratie, de weigering van Baudet om daar afstand van te nemen en de weigering van zijn leermeester Cliteur om zich net als vele anderen van de partijleider te distantiëren. Velen hebben zich inmiddels over deze kwestie uitgelaten. En daarbij worden nogal wat stellingen ingenomen.

Zo schrijft Meindert Fennema dat de beschuldiging van antisemitisme door de strafrechter getoetst zou moeten worden, niet door de universiteit. Maar waarom zou de universiteit die door deze hele affaire behoorlijk in opspraak is geraakt niet zelf ook zo'n onderzoek mogen doen om na te gaan wat er waar is van die beschuldigingen en hoe men daar als werkgever van Cliteur het beste op kan reageren? Als er reden voor blijkt te zijn kan er daarna alsnog een juridische procedure worden gestart. Dat de hele afdeling van Cliteur in het onderzoek wordt meegenomen is misschien vreemd omdat het natuurlijk in eerste instantie om de hoogleraar zelf gaat. Maar hij wordt ook beschuldigd van 'wegkijken' en het negeren van antisemitisme. Dat betekent dat de onderzoekers ook naar het werk van andere leden van de faculteit, studenten en promovendi zouden moeten kijken. Het raakt de reputatie van de universiteit immers als er door hoogleraren niet adequaat wordt gereageerd op producten waar zij de eindverantwoordelijkheid voor dragen. 

30 november 2020

Nederland blijft achter bij bescherming van klokkenluiders


Het lijkt hier wel ‘de wereldkampioenschappen bestuurlijk onvermogen’ verzuchtte Chris van Dam (CDA) na twaalf uur verhoor voor de onderzoekscommissie die de problemen met de terugvordering van toeslagen moet onderzoeken. De getuigen vertelden over van alles wat er binnen de departementen mis ging. Maar de noodkreten van ouders zijn nooit vertaald in ‘buikpijnnota’s’. Waar de ouders ook aankloppen en aandacht vragen voor wat hun is aangedaan, alles verdwijnt in een Haagse Bermudadriehoek, schrijven Jan Kleinnijenhuis en Esther Lammers in Trouw, de krant die samen met RTL de beerput bij de Belastingdienst aan het licht bracht. Bottomline: er is niet geluisterd naar slachtoffers van het beleid, noch naar interne waaarschuwingen, alle onwelgevallige informatie is genegeerd en weggestopt voor parlementaire controle.

Ministers reageren niet op de overvloedig aanwezige signalen dat er van alles mis gaat. De Tweede Kamer wordt consequent de toegang geweigerd tot stukken waar Kamerleden steeds om vroegen, terwijl artikel 68 van de Grondwet de regering hiertoe verplicht. Uit sms’jes van ambtenaren van Algemene Zaken duikt de term ‘Rutte-doctrine’ op, die inhoudt dat vrijwel alles kan worden geweigerd, en daarom moet worden geweigerd. Een Wob-verzoek van Trouw en ‘RTL Nieuws’ werd vorig jaar actief tegengehouden, op advies van het departement van Rutte, tot het moment dat openbaarmaking politiek gezien opportuun is. Tijdens de verhoren blijken meerdere documenten uit dit Wob-verzoek door het ministerie van financiën te zijn achtergehouden. Het betreft dan juist documenten die aantonen dat het ­ministerie al in juni vorig jaar wist dat er sprake is van vele duizenden gedupeerden. En dat Toeslagen discrimineert omdat in de doorgeslagen fraudejacht burgers mede op basis van hun (tweede) nationaliteit worden geselecteerd. Tot zover Trouw. 

09 november 2020

Het recht op leven komt voor de uitingsvrijheid


De moord op de Franse leraar Samuel Paty heeft ook in Nederland opnieuw een debat over vrijheid van meningsuiting en islamitisch fundamentalisme op gang gebracht. Bij de herdenking van deze moord op Nederlandse scholen, vorige week,  kwam het gevaar van het terrorisme ineens nog dichterbij toen een docent van het Emmauscollege in Rotterdam bedreigd werd vanwege een cartoon die in zijn klaslokaal hing. Hij is, gezien alle tumult die volgde op de sociale media, voor zijn eigen veiligheid ondergedoken.

In de Tweede Kamer is eensgezind en met afschuw gereageerd op het nieuws van de ondergedoken leraar, schrijft Het ParoolPvdA-voorman Lodewijk Asscher noemt het ‘verschrikkelijk en onacceptabel’. ‘Vrijheid is ononderhandelbaar. Hitsers moeten worden aangepakt. Voor islamistische extremisten die jongeren indoctrineren met haat is geen plaats’. Onderwijsminister Arie Slob twitterde: Verschrikkelijk dat een docent moet onderduiken na les over vrijheid van meningsuiting.

De bedreiging van de Rotterdamse leraar na de moord op zijn Franse collega is inderdaad een aanslag op de vrijheid van meningsuiting. Alle leraren die op enig moment in hun les over cartoons, vrijheid van meningsuiting en de islam komen te spreken zullen zich gedwongen voelen voorzichtig te zijn in de aanwezigheid van leerlingen die gevoelig zijn voor beledigende uitingen met betrekking tot hun geloof. Maar degenen die de Rotterdamse leraar in gevaar brengen bedreigen niet alleen de uitingsvrijheid maar op de allereerste plaats zijn persoonlijke veiligheid en vrijheid. De aanslagen op de journalisten van Charlie Hebdo en Samuel Paty zijn aanslagen op het leven van medemensen, schrijft Geert Corstens, de voormalige president van de Hoge Raad in een ingezonden brief in de NRC. 'Het gaat allereerst om het recht op leven dat is geschonden.' 

De focus die nu (opnieuw) gelegd wordt op een cartoon en op de belediging van religieuze figuren biedt naar mijn mening onvoldoende perspectief voor een adequaat antwoord op de bedreiging van de vrijheid in onze samenleving. Hoe terecht ik ook de aandacht voor de bescherming van de uitingsvrijheid vind, wat hier vooral bestreden moet worden heet moord en terreur.

28 oktober 2020

De verspreiding van complottheorieën


Er wordt de laatste tijd veel gesproken en geschreven over complottheorieën. Waanzinnige verklaringen voor wat ons overkomt zijn er altijd geweest. Doorgaans werden ze niet serieus genomen door een meerderheid van verstandig denkende mensen en bleef de verspreiding beperkt tot een kleine kring van gelovigen. Maar het idee is dat de coronacrisis het complotdenken populair heeft gemaakt. In tijden van onzekerheid en veel verandering doen complottheorieën het goed. "Corona is wat dat betreft een perfect storm", zegt Jelle van Buuren, radicaliseringsexpert. 'De mix van verwarrende berichtgeving, onzekerheid en wantrouwen ten opzichte van de overheid biedt een vruchtbare voedingsbodem voor complottheorieën. Naast een kleine maar groeiende groep echte complotdenkers ontstaat een nog veel grotere groep mensen die niet meer weten wat ze wel en niet kunnen geloven,' schrijft de Vlaamse journalist Seppe de Meulder.

Onvermijdelijk volgt de vraag of er gezien het schadelijke effect van sommige onzinverhalen over het virus geen paal en perk gesteld moet worden aan de verspreiding van dergelijke ideeën. Zo heeft de aangekondigde verkoop van het blad Gezond Verstand door AKO en Bruna de nodige wenkbrauwen doen fronsen. Het is echter ondenkbaar dat in Nederland een blad louter vanwege de onzin dat het verspreidt uit de schappen wordt gehaald. De winkels leven de Nederlandse wet na. "Op het moment dat een uitgave door de rechter verboden wordt, zal de uitgever de distributie stoppen en wordt eventuele voorraad vernietigd. In dat geval stoppen we met de verkoop van desbetreffende titel." Ook klachten bij de Reclamecodecommissie over de STER-reclame voor het blad zullen niet zomaar gehonoreerd worden. De STER: "Wij zagen op dit moment geen aanleiding om de radiocommercial te weigeren. Reden daarvoor is dat het partijen vrijstaat hun denkbeelden uit te dragen (vrijheid van meningsuiting) zolang dat niet in strijd is met wet- en regelgeving of de goede smaak."

13 oktober 2020

Sensatiebelust


In de Tweede Kamer hebben CDA, PvdA en GroenLinks een initiatiefwetsontwerp aangekondigd dat de verspreiding van foto's en filmpjes van slachtoffers van ongelukken verbiedt. De partijen willen 'het willens en wetens openbaar maken van beeldmateriaal van slachtoffers die dringend hulp behoeven of inmiddels zijn overleden' strafbaar stellen (...) Dit fotograferen of filmen is op zichzelf al afkeurenswaardig, maar het publiekelijk delen van de beelden, wat in de praktijk veelvuldig voorkomt, is ronduit onacceptabel. Het is een daadwerkelijke inbreuk op de privacy van een slachtoffer. Op het moment dat iemand slachtoffer is geworden van bijvoorbeeld een ongeval of een misdrijf verkeert deze persoon doorgaans in een hulpeloze toestand. Op dergelijke momenten is het voor het slachtoffer zeer onwenselijk dat er beelden worden gemaakt die worden verspreid, van hem of haar in die kwetsbare toestand. Ook naasten en nabestaanden kunnen eronder lijden.' 

Het wetsvoorstel is gericht op de verspreiding door particulieren via sociale media. Degene die 'te goeder trouw in het algemeen belang' beelden verspreidt (lees: de journalist) is niet strafbaar. Ook het maken en op de privé-telefoon bewaren van beelden wordt volgens de indieners niet verboden. Het kan immers bewijsmateriaal voor de politie opleveren. Het gaat de initiatiefnemers vooral om de sensatiebeluste verspreiding van beelden die vervolgens via sociale media eindeloos worden gedeeld. 

Alhoewel ik bij de intenties van de indieners ook een vleugje opvoedingsdrang vermoed vind ik de bescherming van de privacy reden genoeg om het voorstel serieus te nemen. Maar er zijn ook wel kritische kanttekeningen bij te maken. Ik vond er twee.

29 september 2020

Uit zijn verband gerukt


Een filosofiedocent van de Haagse Hogeschool is onder vuur komen te liggen na het openbaar maken van een videofragment over de wijze waarop zij ethische vraagstukken behandelt. Ze liet haar studenten doordenken over een moordpoging op Hitler en stelde de vraag: ‘Want als ik wél Hitler mag vermoorden, waarom zou ik dan ook niet de handlanger van Hitler mogen vermoorden? Of Trump op dit moment? Of Baudet?’ 

Het videofragment veroorzaakte nogal wat ophef vorige week. Niet in de laatste plaats door de reactie van Forum voor Democratie. De partij schoot meteen in de slachtofferrol en sprak van ontoelaatbare „haat” en „geweldsfantasieën". De Haagse Hogeschool nam de docent in bescherming en verklaarde dat het citaat uit zijn verband is gerukt.“Vanuit ethisch perspectief heeft de docente een voorbeeld gegeven van onjuist redeneren. Er is op geen enkele manier sprake van aanzet tot haat of erger. Wij betreuren het dat deze citaten uit hun verband zijn getoond en daarmee een verkeerde indruk kunnen wekken.”

22 september 2020

Private macht in het digitale domein


De macht van grote internetbedrijven als Google, Twitter en Facebook staat al langer ter discussie. Ik heb er eerder over geschreven onder titels als Google als rechtbank, Moet het internet gereguleerd worden en zoja hoe?, Facebook aan banden? en  Politici en het vrije verkeer van informatie. De kritiek op de sociale media die deze bedrijven exploiteren betreft onder meer de handel in persoonsgegevens, het onbelemmerd toelaten van aanstootgevende, discriminerende of haatzaaiende content en hun rol bij de polarisatie van het publieke debat. Oud-Europarlementslid voor D66 Marietje Schaake schreef afgelopen zaterdag in de NRC een artikel waarin een meer fundamenteel oordeel wordt gegeven over sociale-mediabedrijven. Want alle discussies over het onheil dat deze bedrijven kunnen aanrichten 'maskeren een veel groter probleem: de grote reikwijdte van private macht in het digitale domein. Daar, veelal onzichtbaar, is de democratie fundamenteel in het geding.' 

Over de 'democratiserende' werking van de internettechnologie deden internetgoeroes in de jaren negentig van de vorige eeuw de fraaiste beloftes. Mensen als Sergey Brin, een van de oprichters van Google, beloofden een emanciperende en liberaliserende werking van het internet, schrijft Schaake, 'door het openbreken van monopolies op macht en informatie. Inmiddels zijn een handvol technologiereuzen zelf monopolisten geworden.' Democratische regeringen hebben al die tijd vastgehouden aan een laissez-faire beleid tegenover het nieuwe, op internettechnologie gebaseerde bedrijfsleven. Zo weinig mogelijk regelgeving en primair vertrouwen op de klassieke wetten van de vrije ondernemingsgewijze productie. Nu worden ze geconfronteerd met machtige, puur op winst gerichte systemen die, 'gevoed door ontransparante datasets en door machine-learningprocessen, de democratie en het publieke belang hebben uitgehold.' 

De impact van het digitale domein op het privéleven en samenleven is enorm. Sociale media zijn publieke diensten geworden, openbare platforms voor debat en uitwisseling van informatie. We hebben er helaas niets meer over te zeggen. Het digitale domein is in private handen, het wordt gestuurd door private belangen en we hebben geen enkel zicht op wat er precies gebeurt. Daar zit het echte probleem van de sociale media.

28 augustus 2020

Waarom mogen we dat niet weten?


De ministers De Jonge (Volksgezondheid) en Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) zijn voorzichtig met informatie over besmettingen van vliegtuigpassagiers. In antwoord op Kamervragen van Suzan Kröger van GroenLinks over vluchtgegevens van 38 gevallen die half juli gemeld werden schrijven ze: "Het breder bekend maken van deze gegevens draagt niet verder bij aan een betere bestrijding van het virus, maar mogelijk juist aan onnodige ongerustheid, zeker omdat gebleken is uit het bron-en contactonderzoek dat er geen verdere besmettingen uit zijn ontstaan." De Veiligheidsregio Kennemerland bevestigde die 38 gevallen na berichten in het Haarlems Dagblad. 

Nu is er inmiddels een teststraat op Schiphol. Slechts een klein deel van de passagiers wordt echter getest, bleek uit navraag van Nieuwsuur deze week. Het ministerie van VWS wil niet zeggen hoeveel van de 7255 coronatests op Schiphol positief waren. Nieuwsuur verwijst naar het antwoord van de ministers op de Kamervragen van GroenLinks. Die gingen overigens niet over aantallen. Het is niet duidelijk of Nieuwsuur de verkeerde vraag heeft gesteld of dat De Jonge de journalist heeft afgescheept. 

Cijfers over besmettingen, ziekenhuisopnames, patiënten op de IC en het reproductiegetal zijn sinds het begin van de coronacrisis in  alle details verstrekt. Kan dat niet leiden tot 'onnodige ongerustheid'? Met al die cijfers, na verloop van tijd samengevat op het bekende 'dashboard' van minister De Jonge verantwoordt de regering week in week uit haar beleid. Waarom zou ze dat niet doen met cijfers over die ene plek die nogal eens ter discussie heeft gestaan bij de aanpak van de pandemie?

11 augustus 2020

Disciplinair onderzoek tegen Rotterdamse agenten

 

Het Openbaar Ministerie heeft nagegaan of een strafrechtelijk onderzoek nodig was tegen agenten die zich in een Whatsapp groep 'racistisch' hadden uitgelaten. In conversaties van negen politieagenten zijn burgers met een migratieachtergrond onder meer aangeduid als „kankervolk, kutafrikanen en pauperallochtonen” op wie ze willen „schieten”. Het was een ractie op een filmpje waarin een mishandeling van een witte jongeman door gekleurde mannen te zien was. Politiemensen maakten in februari 2019 melding van de discriminerende uitlatingen in deze appgroep. De teamchef voerde „corrigerende gesprekken” en de appgroep werd opgeheven, aldus de politie. Na een artikel in de NRC en de nodige ophef in de Rotterdamse politiek is de zaak vorige maand voorgelegd aan het OM. Dat concludeert dat er geen grond is voor een strafzaak omdat de uitlatingen gedaan zijn in besloten kring. De Rotterdamse politie gaat nog wel een disciplinair onderzoek doen dat mogelijk tot sancties leidt. Martin Sitalsing, de landelijk verantwoordelijke politiechef voor bestrijding van het racisme pleit voor een 'snoeiharde aanpak' van dit soort uitlatingen. Hij ziet een landelijke trend en wil het niet bij incidenten laten. 

Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam zei dat voor agenten die dergelijke taal gebruiken geen plaats is in zijn eenheid. Ik weet niet of hij dat waar kan maken. Maar het taalgebruik in de gewraakte appgroep is zeker verontrustend. Niet alleen omdat het discriminerend is. Maar ook omdat agenten zich onder elkaar kennelijk niet kunnen inhouden als ze verontwaardigd zijn. Wie dan gaat schelden besmet zijn collega's met taal die agenten zich niet kunnen permitteren. Zo wordt het toch al vijandige klimaat tegen bepaalde bevolkingsgroepen nog meer verhit. Agenten zijn vertegenwoordigers van de overheid en moeten als zodanig volledig onpartijdig blijven ten opzichte van de burgers die zij geacht worden te dienen. Zij dienen zich verre te houden van uitlatingen die suggereren dat zij in hun functie daadwerkelijk tot discriminatie bereid zijn en die zo de drempel bij anderen verlagen. 

Disciplinaire maatregelen kunnen in dit geval dus wel passend zijn. Een 'corrigerend gesprek' met de teamchef is wel een erg zwakke reactie. Maar een strafzaak?

28 juli 2020

Scrabblewoorden en misdaden

De Amerikaanse bond die officiële scrabble-toernooien organiseert, de North American Scrabble Players Association (NASPA) heeft 226 woorden geschrapt uit de lijst van bij wedstrijden toegestane woorden. Het gaat vooral om beledigingen voor zwarte mensen en homofobie, maar ook een Ierse pejoratieve term voor een plattelandsbewoner staat op de lijst. De fabrikant van Scrabble, Hasbro,is akkoord met de aanpassing van de woordenlijst, die ook gaat gelden voor online versies van het spel. Dat betekent dat alle Engelstalige spelers met de lijst verboden woorden te maken krijgen.

De voorzitter van de NASPA, John Chew,  schrijft aan zijn leden: "Als we een scheldwoord leggen, zeggen we daarmee eigenlijk dat ons verlangen om punten te scoren in een woordspelletje voor ons zwaarder weegt dan de bredere functie van het scheldwoord als middel om een groep mensen te onderdrukken." Een van initiatiefnemers, Josephine Flowers, heeft er nog andere gedachten bij: 'Je zou daar een wedstrijd van 45 minuten kunnen zitten terwijl je alleen maar naar dat woord kijkt. En als je de persoon die het heeft gespeeld niet kent, dan vraag je je af:"Werd het als een flauw woord neergezet, of was het het eerste woord dat in hen opkwam?"'

De keuze van de woorden die nu verboden zijn is gebaseerd op het woordenboek van Merriam-Webster die het beledigende karakter meldt van woorden, meest in verband met racisme. De uiteindelijke lijst die de NASPA nu gaat hanteren wordt hier voor alle zekerheid verdraaid weergegeven, om de toevallige lezer niet op verkeerde gedachten te brengen. 

De actie waardoor woorden die wel bestaan in het Engels toch niet in het spel gebruikt mogen worden is nieuw voor de scrabble-spelers. In de jaren negentig heeft de Anti-Defamation League al eens een poging gedaan woorden met een anti-semitische lading uit de lijst verwijderd te krijgen, maar veel afdelingen van scrabble-spelers hielden zich er niet aan en bleven hun eigen lijst hanteren.


14 juli 2020

Het ongemak van foute meningen

De aankondiging dat Jort Kelder een televisiedebat zou gaan leiden over racisme in Nederland was voor Grâce Ndjako en Antoin Deul aanleiding NPO-voorzitter Rijxman een protestbrief te schrijven en tevens op te roepen het debat te boycotten. Ze vinden racisme niet zomaar een mening waar je, zoals in een debat, voor of tegen kunt zijn. En ze vinden de keuze van Kelder als debatleider 'absurd'. Ze citeren enkele uitspraken van Kelder en concluderen dan: 'U zegt in uw statement dat u polarisatie wilt tegen gaan maar in onze optiek wakkert u hiermee juist polarisatie aan. Wij kunnen niet anders dan de conclusie trekken dat uw motieven niet zuiver zijn en het dus over het scoren van kijkcijfers gaat.... dat uw omroep racisme kapitaliseert om er een voordeel mee te doen.'

Racisme is geen mening, maar een moorddadig systeem van achterstelling, uitsluiting en onderdrukking op basis van kleur. Dat ben ik met de briefschrijvers eens. Dat Kelder een weinig gelukkige keuze is voor zo'n programma, daar kan ik het ook nog wel mee eens zijn, al zou je ook kunnen redeneren dat hij mensen aanspreekt die zich tot nu toe afzijdig hebben gehouden. Maar dat zij vanwege die keuze de NPO betichten van niet-zuivere motieven, scoren voor de kijkcijfers en het 'kapitaliseren' van het onderwerp om er voordeel mee te behalen vind ik grotesk. Het is een goedkoop statement dat geen enkele bijdrage levert aan het uitbannen van het moorddadige systeem.

Uitbanning van racisme vereist maatregelen die dit systeem afbreken en vervangen door sociale gelijkheid op de arbeidsmarkt, bij de verdeling van woningen, in het onderwijs, in het alledaagse leven en op andere terreinen. Het straffen, boycotten of aan de schandpaal nagelen van mensen die iets gezegd hebben dat past binnen de ideologie van het racisme brengt deze maatregelen geen stap dichterbij. Het gaat er om concrete discriminatie te veroordelen en te verbieden. Je kunt mensen nu eenmaal niet dwingen anders te gaan denken. Vooroordelen, stereotyperingen en beledigingen verdienen een weerwoord. In ernstige gevallen, zoals bij bedreigingen, is er de strafwet. Maar je wint het niet tegen dit 'moorddadige systeem' door alles te zetten op het uit de openbaarheid houden van 'foute' uitingen. Niet gehoord, niet gezien....maar ook niets opgelost.

26 juni 2020

Onhandig verbod

De Gemeente Den Haag heeft opnieuw een demonstratie van Viruswaanzin verboden. Vorige week verbood burgemeester Remkes een demonstratie vanwege de te verwachten drukte en omdat de organisatie een opzet had gekozen die meer op een festival leek, een vorm van een bijeenkomst die onder de huidige coronamaatergelen niet is toegestaan. Uiteindelijk kwamen er wel demonstranten naar het Malieveld. Die mochten een half uurtje 'gewoon' demonstreren van Remkes en moesten daarna naar huis. Het eindigde met een optreden van de ME tegen provocerende hooligans uit het voetbalsupporterscircuit.

Nu verbiedt Remkes een nieuwe demonstratie 'op dezelfde gronden als vorige week, zegt de gemeente Den Haag. Volgens de burgemeester vormt het protest een gevaar voor de volksgezondheid vanwege de verwachte hoge opkomst. Ook bestaat de kans op ernstige wanordelijkheden. Verder zijn er geen aanwijzingen dat de organisatie bereid is maatregelen te nemen om de demonstratie in goede banen te leiden, zegt de gemeente.'

Het is niet duidelijk of er van de kant van de Gemeente pogingen zijn gedaan om een oplossing te vinden. Willem Engel, een van de organisatoren: '"Voor mij is er geen twijfel over dat dit een politieke zaak is.” Ondanks het verbod gaat hij zondag naar het Malieveld: ,,Wij zijn er op persoonlijke titel. Ik nodig iedereen uit om te komen. Het is ons recht om te demonstreren.”'


17 juni 2020

Machteloos tegen desinformatie?

De Europese Commissie heeft opnieuw van zich doen horen in de strijd tegen desinformatie. Aanleiding is nu de verspreiding van valse berichten over het coronavirus. De verantwoordelijke commissarissen Jourová (Transparantie en Waarden) en Borrell (Buitenlandse Zaken) hebben vorige week nieuwe plannen aangekondigd. Erg concreet zijn ze niet. NOS-correspondent Thomas Spekschoor ziet vooral 'opgepoetste oude plannen'. Probleem is dat de EU en de nationale overheden in belangrijke mate afhankelijk zijn van grote particuliere internetbedrijven die niet eenvoudig te sturen zijn. De Commissie heeft met de grootste spelers op dit gebied al eerder een 'praktijkcode tegen desinformatie' afgesproken. Maar de code werkt tot nu toe niet omdat volgens de Europese organisatie van mediawaakhonden, ERGA, niet te controleren is of de platforms genoeg doen. 'Brussel zou dwingender moeten zijn, de platforms echt onder druk moeten zetten om bijvoorbeeld data te delen en inzicht te geven in algoritmes. Daarmee zouden wetenschappers en journalisten kunnen onderzoeken hoe nepnieuws zich verspreidt.'

IJdele hoop. Google, Facebook en Twitter zullen zich niet zo maar in de kaart laten kijken. Tot nu toe hebben ze geen enkel teken vertoond af te willen stappen van hun status als privaat bedrijf dat alleen op vrijwillige basis samenwerkt met de overheid dan wel burgers waarschuwt voor misleidende informatie. Zoals met het -overigens discutabele- commentaar van Twitter op Trump's tweets. Zo lang deze techplatforms niet omgevormd worden tot aan regels onderhevige publieke dienstverleners zullen overheid en burgers machteloos moeten toezien dat het informatieverkeer afhankelijk blijft van particuliere belangen.

De voorgenomen aanpak van desinformatie is verder problematisch omdat het niet volledig duidelijk is wat we er onder moeten verstaan. En het risico op een onaanvaardbare beperking van het vrije verkeer van informatie en de vrijheid van expressie is bepaald niet denkbeeldig.

27 mei 2020

Ambtenaar en vrijheid van meningsuiting

In Nijmegen is trouwambtenaar Sacha Bucciarelli ontslagen nadat ze openlijk kritiek had geuit op de regel dat bij trouwplechtigheden in het stadhuis dertig mensen aanwezig mogen zijn ondanks de voortdurende coronacrisis. Bucciarelli, die naar de rechter stapt, stelde dat de gemeente zich schuldig maakt aan ‘uitlokking’. In Amsterdam en Rotterdam blijft het bij het bruidspaar en getuigen. De gemeente Nijmegen hecht 'juist in crisistijd' aan het trouw volgen van de regels. 'Het dient het vertrouwen in de overheid niet als ambtenaren dit publiekelijk ter discussie stellen.' Als je zorgen hebt moet je die eerst intern aankaarten. Bucciarelli zegt (in discussie met lezers van de krant) dat ze dat ook gedaan heeft. De gemeente meent verder door de uitlatingen van de ambtenaar negatief in het nieuws te zijn gekomen.

De SP Nijmegen bestrijdt die laatste redenering aangezien het bij de omstreden maatregel om landelijk beleid gaat (al is burgemeester Bruls als voorzitter van het beraad van veiligheidsregio's daar wel intensief bij betrokken). De SP vindt dat de gemeente met het ontslag 'alle perken te buiten gaat.'

Loyaliteit

Ambtenaren hebben net als andere werknemers tot op zekere hoogte een plicht tot loyaliteit aan de werkgever. Van klokkenluiders wordt verwacht dat zij hun ongenoegen, kritiek en klachten over de gang van zaken in hun organisatie eerst intern aankaarten, al dan niet bij vertrouwenspersonen, voordat ze de publiciteit zoeken. Bij ambtenaren ligt het allemaal nog gevoeliger. Zij worden traditioneel geacht zich tegenover het bestuur dienstbaar op te stellen, en in hun werk elke schijn van een persoonlijke invulling van hun taak te vermijden. De ambtenaar doet wat het door de burgers gekozen bestuur heeft besloten. En respecteert die besluiten zonder morren en zonder daarover een persoonlijke mening te ventileren. In het openbaar morrende ambtenaren kunnen aangeklaagd worden wegens plichtsverzuim.

13 mei 2020

Grondrechten in de coronacrisis

De maatregelen van de regering die de pandemie moeten indammen leveren aanzienlijke vrijheidsbeperkingen. Mag dat allemaal? Volgens de Wet op de Publieke Gezondheidszorg krijgt de volksgezondheid bij een pandemie voorrang boven allerlei vrijheidsrechten. 'Wel moet de inbreuk wettelijk geregeld zijn', schrijft het College voor de Rechten van de Mens. 'En ook moeten de maatregelen proportioneel zijn en voldoen aan het subsidiariteitsvereiste: is de bedreiging van de volksgezondheid zodanig ernstig dat tot de inbreuk besloten moet worden en is er geen lichtere maatregel beschikbaar waarmee de volksgezondheid voldoende beschermd wordt?' Als de maatregel aan deze voorwaarde voldoet krijgen de hoofden van de veiligheidsregio's vervolgens de mogelijkheid noodverordeningen uit te vaardigen. Daarin is nu bijvoorbeeld bepaald dat samenkomsten verboden zijn.

Dat verbod op samenkomsten gaat ver, constateren rechtsgeleerden van de Universiteit Groningen. 'Samenkomsten (zijn) bijna overal zijn verboden: (a) op straat, plein, park enz. (openbare plaatsen), (b) in theater, bioscoop, voetbalstadion, sportveld, begraafplaats enz. (voor publiek openstaande plaatsen) en (c) in de woning (buiten de publieke ruimte). Samenkomsten in woningen zijn derhalve net zo strafbaar als daarbuiten als het aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s ligt. Tegen ‘coronafeestjes’ in studentenhuizen wordt bijvoorbeeld in de praktijk ook opgetreden.' De geleerden hebben er nog wel de nodige vraagtekens bij, maar het is wel duidelijk dat openbare vergaderingen en manifestaties niet door kunnen gaan zolang het virus heerst. Daarmee wordt direct of indirect ook het vrije verkeer van informatie aan banden gelegd.

26 april 2020

Openheid in crisistijd

Het ministerie van VWS heeft even geen tijd voor de openbaarheid van bestuur. Wob-verzoeken van RTL-nieuwsredacteur Pieter Klein en het AD wordt 'wegens overmacht' aangehouden tot 1 juni, mogelijk zelfs later. Vanwege de coronacrisis . Precies het onderwerp waarover de journalisten documenten hadden opgevraagd. Wob-expert Roger Vleugels: ‘Als het parlement informatie krijgt, dan moet de informatieverschaffing aan het publiek ook doorgang vinden. Dat geldt zeker voor de pers, die een zogenoemde vitale functie heeft. Als de pers een wob-verzoek doet, dient het ministerie dat ook met voorrang te behandelen. Bij VWS zijn er overigens ook wob-verzoeken die wel behandeld worden, dus een beroep op overmacht riekt naar willekeur.’

Vleugels wordt geciteerd in een artikel van Jan-Hein Strop op FTM over het beperkt functioneren van de parlementaire democratie tijdens de coronacrisis onder de titel 'Ook de democratie zit in een lockdown'. Er wordt weinig meer besproken in het parlement. De regering verschuilt zich achter de experts als het om de aanpak van de pandemie gaat. En wat de experts beweegt is ook niet altijd inzichtelijk. Kamerleden missen de deskundigheid om alles goed te kunnen beoordelen. Ze missen het rechtstreekse debat in de Kamer waar met enig volhouden soms meer informatie uit te halen valt dan via schriftelijke vragen die door ambtenaren worden beantwoord. En als de pers die Kamerleden pleegt aan te jagen om de regering ter verantwoording te roepen ook wordt uitgeschakeld om speurwerk te doen komt de controlefunctie van het parlement ernstig in de verdrukking. Ondanks de plechtige verklaring van de Hoge Colleges van Staat, waaronder de Eerste en Tweede Kamer, dat het democratisch proces gewoon doorgaat. Valt onder 'gewoon' dan ook niet een breder en meer open debat, zonder geheimen over de afwegingen van de experts in het Outbreak Management Team?

13 april 2020

Harteloos vastgoedbedrijf mag 'boevenclub' genoemd worden

Vastgoedbedrijf Marcan, verhuurder van horecapanden in Rotterdam, wil niets weten van uitstel van betaling van de huur nadat de bedrijven vanwege de corona-epidemie gedwongen zijn hun bedrijven te sluiten. De advocaat schreef een dag na de afkondiging van de maatregelen een brief over huurbetalingsverplichtingen die enkele huurders in het verkeerde keelgat schoot. Een van de café-uitbaters ontving een mail waarin hem werd gesommeerd uiterlijk 18 maart schriftelijk te  bevestigen dat hij tot huurbetaling overgaat. ‘Doet u dit niet, dan zal er een boete worden opgelegd en zullen de nodige rechtsmaatregelen jegens u worden genomen’, meldt de sommering van Marcans advocaat.

PvdA-raadslid Dennis Tak liet zich op Twitter in ongezouten bewoordingen uit over Marcan. 'De grootste boevenclub van Rotterdam', noemde hij het bedrijf dat eerder al eens in het nieuws was vanwege asociale huurverhogingen. Daarop spande de advocaat van Marcan een kort geding aan tegen Tak wegens aantasting van de eer en goede naam van het bedrijf.

Vorige week oordeelde de rechter dat de uitspraken van Tak niet onrechtmatig waren. De eis tot rectificatie werd afgewezen. De rechtbank concludeerde alles overwegende 'dat het recht van Tak op vrijheid van meningsuiting in dit geval zwaarder weegt dan het recht van Marcan op eer en goede naam.'


27 maart 2020

Hoe gaat dit verder?

De persvrijheid is mij lief. Aanvallen op journalisten wekken doorgaans mijn argwaan. Dat de VPRO een parafrasering van de woorden van Baudet niet hoeft te rectificeren vind ik terecht. Maar soms erger ik me ook aan journalisten die met hun gezuig in interviews de relevantie van een zaak volkomen missen en er alleen op uit lijken te zijn een politicus onderuit te halen. Die moet zich dan in alle bochten wringen om een beleefd, en nietszeggend antwoord te formuleren. Met als gevolg dat de kijker/luisteraar zich steeds vaker geïrriteerd afwendt van het Haagse gebeuren. In plaats van een degelijke, diepgaande verantwoording van wat politici daar namens ons doen leveren de media op deze manier helaas steeds meer uitsluitend show.

De afgelopen week heb ik me in toenemende mate geërgerd aan vragen van journalisten over de verdere ontwikkeling van de coronavirusepidemie en alles wat daarmee samenhangt. Niemand weet hoe deze epidemie zich gaat ontwikkelen, niemand kan dat ook weten. Dat is keer op keer ook duidelijk gemaakt door alle betrokken wetenschappers. Het is dan nogal irritant, maar je zou ook kunnen zeggen dom, en zelfs riskant als sommige journalisten dan toch blijven aandringen op speculaties. Waar moeten we rekening mee houden? Wat kan er gebeuren als....? Wat gaat u doen als....? En anders....? Zijn er wel genoeg voorzorgsmaatregelen genomen? Hebben deze maatregelen effect? Welke problemen verwacht u? Het zijn vragen waar niemand een duidelijk antwoord op kan geven. Met de doorgaans vage en voorzichtige antwoorden die Rutte en zijn ministers dan toch moeten formuleren lopen zij het risico verkeerd begrepen te worden, valse verwachtingen te wekken dan wel irritaties op te roepen. De journalist denkt een punt te kunnen maken, de politici tonen onzekerheid ('dat is heel lastig om te zeggen') en de burgers verliezen het vertrouwen.

Angst voor wat komen gaat voedt in crisistijd de behoefte aan een toekomstperspectief en liefst geruststellende woorden van de autoriteiten. Op zich is het dus wel begrijpelijk dat journalisten daar naar vragen. Maar het levert zelden iets op. Overigens zie je die fixatie op wat we nog niet weten ook in minder uitzonderlijke omstandigheden. De vraag 'hoe gaat dit verder?' is inmiddels in de nieuwsjournalistiek een even groot clichee geworden als 'wat ging er door je heen?' in de sportverslaggeving.

16 maart 2020

'Kwetsend maar niet strafbaar'

Het OM gaat ondertekenaars en verspreiders van de Nashville-verklaring niet vervolgen. Begin vorig jaar ontstond nogal wat ophef over de homovijandige regels in deze tekst afkomstig van orthodox-christelijke gelovigen uit de Verenigde Staten. De verklaring erkent op bijbelse gronden uitsluitend hetero-relaties en verklaart homoseksualiteit en ook het goedkeuren daarvan als zondig. In Nederland stond de naam van SGP-voorman Kees van der Staaij bij de ondertekenaars. Hij moest zich daarover meermalen verantwoorden in de media en in de Tweede Kamer. Van der Staaij suggereerde dat hij er wellicht langer over nagedacht had als hem expliciet gevraagd was te ondertekenen, wat niet het geval was. Maar hij nam geen afstand van de verklaring die volgens hem bedoeld was voor intern gebruik binnen reformatorische kring. Het heeft veel verontwaardigde mensen van buiten die kring niet belet aangifte tegen hem te doen.

Het OM oordeelt nu dat de Nashville-verklaring kwetsend is voor homo's, maar niet strafbaar volgens de wet. 'Het zou kunnen dat de verklaring dat homoseksualiteit moet worden afgekeurd leidt tot uitsluiting, schrijft het OM. Maar omdat verder niet concreet wordt gemaakt waar dat ‘afkeuren’ uit moet bestaan, gaat de Nashville-verklaring niet zover dat er sprake is van aanzetten tot discriminatie. Ook van aanzetten tot geweld is geen sprake, vindt justitie.' De vrijheid van meningsuiting laat ook ruimte voor kwetsende en verontrustende uitspraken, meent het OM. En dus leidt alle ophef niet verder dan de morele veroordeling van foute denkbeelden. Gelukkig maar, schrijven columnisten Bessems en Heesakkers in de Volkskrant. 'Want je weet het maar nooit met dit soort vervolgingsbeslissingen. Het kan ineens maatschappelijke mode worden om mensen met foute denkbeelden de mond te snoeren.'

Het OM mag zich nu gaan buigen over een andere aanklacht tegen de verspreiding van foute denkbeelden: antisemitisme in de het boekenassortiment van Bol.com.