23 juli 2019

Moet het internet gereguleerd worden? En zoja hoe?

De oorspronkelijke droom van internet als een digitale ruimte waar burgers elkaar in alle vrijheid kunnen ontmoeten en waar iedereen toegang heeft tot alle informatie is al lang vervlogen. Het internet wordt gedomineerd door 'tech-reuzen' die opereren vanuit commerciële belangen en die ons vooral gebruiken als leveranciers van data, het 'nieuwe goud' in de economie.
De positieve beloftes van het internet worden meer en meer overschaduwd door zaken die afschuw oproepen: 'hatespeech', kinderporno, discriminatie, bedreigingen, 'fake' nieuws, misdaad en bedrog. De roep om overheidsingrijpen wordt dan ook steeds vaker gehoord. En dan gaat het vooral om de sociale media zoals Facebook, Twitter en Youtube. Duitsland heeft inmiddels een Netzwerkdurchsetsungsgesetz. Frankrijk heeft wetgeving ingevoerd tegen haatzaaien.

Donderdag 4 juli vond er in de Rode Hoed in Amsterdam een debat plaats over dit onderwerp met VN-rapporteur David Kaye naar aanleiding van zijn boek Speech Police: the global struggle to govern the internet. Aan het debat namen verder deel het net afgetreden Europarlementslid voor D66 Marietje Schaake en de directeur van het Centrum De Waag, Marleen Stikker. Kunnen we agenten op het internet tolereren zonder schade te berokkenen aan de idealen van het vrije verkeer van informatie en de vrijheid van meningsuiting? Het blijkt geen eenvoudige kwestie.

Kaye stelt voor het internet te onderwerpen aan mensenrechten. „We hebben in internationale mensenrechtenverdragen afgesproken wat onder de vrijheid van meningsuiting valt, en wat niet. Oproepen tot geweld of aanzetten tot haat tegen een bevolkingsgroep geldt bijvoorbeeld als misbruik van dat recht. Waarom zouden we socialemediabedrijven niet aan die afspraken houden?” Een redelijk standpunt dat echter niet eenvoudig zomaar overal in wetgeving kan worden omgezet, ook al zijn de tech-reuzen inmiddels niet meer afkerig van regulering.


12 juli 2019

GroenLinks vliegt uit de bocht

Over nepnieuws heb ik hier eerder geschreven. Heimelijk politiek bedrijven door middel van het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie is een eeuwenoude truc van politieke propagandisten. Zie het als een poging de tegenstander ontregelen door de verspreiding van leugens en geruchten. Dat de overheid ons hiertegen zou moeten beschermen, zoals sommige politici suggereren, is echter een gevaarlijke gedachte. Die overheid is zelf partij en dient het onderscheid tussen waarheid en leugen over te laten aan het onafhankelijk oordeel van de burgers om niet in censuur te vervallen. De beste bestrijding van nepnieuws ligt in handen van onafhankelijke media die de leugens en verzinsels ontmaskeren en burgers in staat stellen zelf te beoordelen wat zij wel of niet moeten geloven. Tegen het nepnieuws werkt alleen het echte nieuws. En opvoeding in 'mediawijsheid'.

In een debat met minister Ollongren bleek dat GroenLinks Kamerlid Nevin Özütok dit niet helemaal goed begrepen heeft. Ze stelde voor de Kiesraad de taak te geven nepnieuws in verkiezingscampagnes te detecteren en aan de kaak te stellen. Özütok werd vervolgens op pijnlijke wijze op haar nummer gezet door PVV-Kamerlid Martin Bosma. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om zijn rabiate anti-communisme te etaleren, tot plezier van zijn fans die onder het gepubliceerde filmpje helemaal los gaan tegen die verschrikkelijke gevaarlijke 'groenlinkse communisten'. Dat slaat natuurlijk nergens op. Maar verder moet ik Bosma puur inhoudelijk gelijk geven. De overheid dient zich verre te houden van oordelen over de kwaliteit van nieuwsberichten. Voor je 't weet krijgen we praktijken terug zoals vroeger gebruikelijk in de Rooms-Katholieke kerk toen de bisschoppen nog publicaties goedkeurden met een 'nihil obstat'-stempel.


25 juni 2019

Grenzen trekken

Ian Buruma, de onfortuinlijke hoofdredacteur van de The New York Review of Books, zag zich al na korte tijd gedwongen ontslag te nemen nadat hij een artikel had geplaatst van een man die beschreef hoe hij door een #MeToo affaire plots als paria werd behandeld. Voor veel lezers bleek het een brug te ver om deze paria een podium te geven. Bij zijn aftreden schreef Buruma een commentaar en daarin maakte hij het onderscheid tussen insult (belediging) en offense (aanstoot). Het eerste is bewust, het tweede afhankelijk van de ontvanger. ‘Aanstoot wordt genomen, belediging uitgedeeld.’ Aanstoot geven moet kunnen, beledigen is een moedwillige poging om iemand kwaad te doen en dat gaat volgens Buruma over de grens. Coen van de Ven schrijft er over in De Groene.  Hij levert terecht kritiek op het besluit van de The New York Times om, na alle ophef over een spotprent van Trump met een keppeltje achter een blindengeleidehond met davidster die de Israëlische premier Netanyahu moet voorstellen, nu maar helemaal geen cartoons meer te plaatsen. Redactionele luiheid, vindt hij. Cartoons moeten het hebben van scherpte, ze zullen altijd wel bij iemand voor aanstoot zorgen. En hij citeert cartoonist Joep Bertrams: ‘Door volledig te stoppen met het genre zeg je eigenlijk: ik heb geen zin in dat gehannes’.

In Nederland is het geven van aanstoot voor de meeste mensen nauwelijks nog een punt van discussie, misschien met uitzondering van de 'potloodventer'. Bewuste belediging ligt een heel stuk moeilijker. De strafwet kent daarvoor nog drie varianten: eenvoudige belediging, smaad (bewust kwaadaardige praatjes verspreiden) en laster (bewust leugens vertellen die iemands reputatie aantasten). En dan is er ook nog de omstreden groepsbelediging. In alle gevallen zou ik met Buruma mee willen gaan en de grens leggen bij het opzettelijk toebrengen van schade: iemand moedwillig met woorden of beelden een klap verkopen die de persoon of groep pijn doet. Dat is niet alleen onfatsoenlijk, maar daarmee wordt een grens van beschaving overschreden. Of dat in alle gevallen tot een veroordeling door de strafrechter moet leiden valt nog te betwisten, maar het lijkt me heel redelijk dat de mogelijkheid in elk geval bestaat.

Proces Wilders

Deze week vindt de inhoudelijke behandeling plaats van het hoger beroep in de 'minder, minder Marokkanen'- zaak waarin Geert Wilders in 2016 werd veroordeeld voor groepsbelediging. De rechtbank zag in Wilders' duidelijk vooraf geregisseerde actie op de verkiezingsavond van de raadsverkiezingen in 2014 een teken van het minderwaardig verklaren van een bevolkingsgroep als zodanig. En dat valt onder de strafbaarheid van groepsbelediging. De moedwillig toegebrachte schade zit dan vooral in de intimidatie, de bedreiging van een deel van de bevolking. Bedreiging veroorzaakt angst en dat kan een gerechtvaardigde reden zijn om de vrijheid van meningsuiting te beperken.


11 juni 2019

Twitter straft

Geert Wilders heeft een halve dag geen gebruik kunnen maken van zijn Twitter-account. Het was een straf van het bedrijf omdat de politicus zich niet aan de regels heeft gehouden. Hij schreef in reactie op een tweet van zijn collega Jetten van D66 waarin stond dat we altijd moeten opstaan tegen antisemitisme in Nederland en Europa:
‘Laten we altijd opstaan tegen de sukkels van @D66 die de grenzen open laten staan en meer en meer islam importeren om vervolgens krokodillentranen te huilen over de gevolgen daarvan zoals antisemitisme, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, terrorisme en haat.’
Volgens Twitter is dat haatdragende gedrag. Wilders kreeg een mail waarin verwezen wordt naar de huisregel: You may not promote violence against, threaten, or harass other people on the basis of race, ethnicity, national origin, sexual orientation, gender, gender identity, religious affiliation, age, disability, or serious disease. Een vreemde reactie op de tweet van Wilders, meent ook De Volkskrant:
Zijn D66’ers volgens Twitter een gemarginaliseerde gemeenschap die speciale bescherming verdient? Dat Wilders zijn politieke tegenstanders uitmaakt voor ‘sukkels’ is weinig verheffend, maar op het eerste gezicht toch niet schokkender dan een recente tweet van D66-europarlementariër Sophie in ’t Veld. Zij kwalificeerde Kamerleden die zich keren tegen het streven naar een ‘steeds hechter verbond’ van EU-lidstaten onlangs als ‘onnozel’. Die tweet bleef gewoon staan.
Een doodsbedreiging tegen Wilders van een Pakistaan werd ook niet verwijderd.

28 mei 2019

Leid burgers niet om de tuin

Lokaal nieuws uit Apeldoorn van Dagblad De Stentor:
De complete redactie van het Apeldoornse wijkblad de Wijkkijker is vanwege een curieuze reden opgestapt. Omdat er van de wijkraad Osseveld-Woudhuis geen artikelen meer over de komst van het azc aan de Deventerstraat geschreven mogen worden, hebben de tien schrijvers hun taken neergelegd.
De redactie vermoedt dat de wijkraad onder druk staat van de gemeente. Die ontkent dat, net als de voorzitter van de wijkraad. Die zegt dat het drie maal per jaar uitkomende blad in de loop der jaren los is komen te staan van de wijkraad. Op de uitvoerige artikelen over het azc wil hij niet aangesproken worden. Nu even stoppen over dat onderwerp en er later misschien nog eens op terug komen in overleg met de wijkraad, was het verzoek dat de redactie aanleiding gaf om op te stappen.

Het laatste artikel is volgens De Stentor een voorbeeld van serieuze journalistiek. 'De redactie laat allerlei experts, zowel voor- en tegenstanders, aan het woord. Hoewel er de nodige kritiek in doorklinkt, is het feitelijk van toon en niet vanuit de onderbuik geschreven.'

Hier gaan twee dingen fout.

10 mei 2019

Een onveilig klimaat voor journalisten

Ter gelegenheid van de Dag van de Persvrijheid publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) een nieuw onderzoek naar bedreigingen, intimidaties en geweld waar journalisten mee te maken hebben. Twee jaar geleden is er al eens onderzoek op dit gebied gedaan door voormalig ombudsman Alex Brenninkmeijer en Marjolein Odekerken. De resultaten waren volgens de NVJ tamelijk verontrustend. In het nieuwe onderzoek van Odekerken en Laura Das was de focus gericht op vrouwen en online pogingen tot intimidatie. De helft van de vrouwelijke journalisten in Nederland heeft daar ervaring mee vanwege hun werk. Vooral vrouwen met een migratieachtergrond en freelancers melden vervelende incidenten.

Het onderzoek werd woensdag j.l. gepresenteerd op het Festival van het Vrije Woord in Hilversum waarna een forum de resultaten besprak. Opvallend is het verschil in bedreigingen tussen mannen en vrouwen. Mannelijke journalisten hebben ook te maken met bedreigingen, en soms zelfs fysiek geweld. Misdaadverslaggevers Paul Vugts en John van den Heuvel hebben zelfs politiebescherming. Vorig jaar zijn de gebouwen van de Telegraaf en Panorama door criminelen vernield (een van de redenen waarom Nederland een plaats is gezakt op de Persvrijheidsmonitor). Maar de bedreigingen van mannen betreffen vrijwel altijd wát ze schrijven of filmen, terwijl vrouwen online geconfronteerd worden met seksistische en racistische uitingen vanwege hun identiteit. NRC-columniste en forumlid Clarice Gargard: 'De boodschap is eigenlijk dat ik niet thuis hoor in het publieke debat.' De vertegenwoordigster van SOFO, een door de OVSE geïnitiëerd programma voor de Safety of Female Journalists Online, zei het zo: mannelijke journalisten worden aangevallen op hun standpunt, vrouwen omdat ze een überhaupt een standpunt naar buiten brengen; en des te vaker naarmate het een dissident standpunt betreft.

29 april 2019

Staatshoofd of popster

Aanhangers van het dezer dagen weer zo bejubelde Nederlandse koningshuis zullen er niet blij mee zijn, maar het verbod op majesteitsschennis is eindelijk verleden tijd. Vorig jaar was er al een meerderheid voor in de Tweede Kamer, een jaar later is nu ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met de initiatiefwet van Kees Verhoeven (D66) om de artikelen 118 en 119 uit het Wetboek van Strafrecht te verwijderen. CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen. Na het verlies van het verbod op 'smalende godslastering' moeten de christelijke politici opnieuw buigen voor een meerderheid die eindelijk eens wil afrekenen met totaal verouderde bepalingen die de vrijheid van meningsuiting belemmeren. En dit keer was er geen opportunistische VVD die hen te hulp kwam.

Verhoeven's voorstellen voor de wetswijzigingen werden ook door de regering als 'modernisering' ondersteund. Maar niet nadat men zich er van verzekerd had dat de mogelijkheid voor het bestraffen van belediging van het koningshuis langs andere weg toch nog in stand blijft. Belediging van het koningshuis is nu gelijkgetrokken met de verzwaarde strafbaarheid van de belediging van een 'ambtenaar in functie'. Om de koning niet in verlegenheid te brengen is bepaald dat het in zijn geval niet nodig is dat hij zelf een klacht indient. Tegelijk met het schrappen van de majesteitsschennis is ook het verbod op de belediging van een bevriend staatshoofd als apart strafwetartikel uit de wet gehaald.

08 april 2019

Amerikaanse toestanden

De staat moet zich onthouden van bemoeienis met godsdienst, de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, of vreedzame bijeenkomsten van het volk. Zo luidt ongeveer het First amendment van de Amerikaanse grondwet, traditioneel het voorbeeld voor alle tegenstanders van censuur. De bescherming van het vrije woord tegen ingrijpen van de overheid laat onverlet dat Amerikaanse burgers elkaar nog steeds kunnen aanspreken op uitingen die in strijd zijn met lokale zeden of het dominante geloof. In de afgelopen jaren hebben we met enige verbazing, juist vanwege dat beeld van vrijheidslievende Amerikanen, kennis kunnen nemen van incidenten op Amerikaanse universiteiten waar een ver doorgevoerd beleid van politiek correct handelen geleid heeft tot een drastische inperking van de vrijheid van meningsuiting. Linkse studenten op Amerikaanse universiteiten plegen censuur op ideeën, taal en sprekers die hun niet bevallen. Volgens critici ondermijnen zij hiermee de universiteit als debatplek bij uitstek. Het opmerkelijkste argument van de studenten om bepaalde sprekers, of ook onderdelen uit de historische of literaire canon, niet te willen horen, is dat die hen stress zou bezorgen, en zo lichamelijke klachten, waartegen zij zich dus ook fysiek mogen weren.

Dat de studenten het vooral hebben begrepen op uitingen vanuit de rechtse, conservatieve hoek, en dan met name uitingen die strijdig zijn met respect voor hun verschillende identiteiten, roept een reactie op die grote risico's inhoudt voor de traditionele Amerikaanse free speech. Want wat blijkt? President Trump heeft gehoor gegeven aan klachten uit zijn achterban over de toestand op de 'linkse' universiteiten. Hij dreigt academische instellingen nu te gaan korten op hun researchgelden als ze geen free speech voor hun studenten en personeel kunnen garanderen. Het presidentiële decreet  beroept zich op het First amendment maar is natuurlijk als zodanig juist volledig in strijd met de Amerikaanse grondwet die overheidsingrijpen moet voorkomen.


26 maart 2019

Overheid en moraal

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zien we een terugtredende overheid. Den Haag decentraliseert en laat steeds meer taken over aan zelfstandige organisaties in onderwijs, zorg en alle andere terreinen die voorheen door het Rijk werden bestierd. Het leidend principe is ontleend aan de markteconomie. Publieke voorzieningen moeten zich gedragen als bedrijven die de wetten van vraag en aanbod en onderlinge concurrentie volgen. Over de effectiviteit van die marktwerking in de publieke sector bestaan intussen grote twijfels, zelfs bij de regering, maar daar wil ik het hier niet over hebben.

Er zijn ook initiatieven van de overheid waarbij ik me afvraag of enige terughoudendheid niet beter zou zijn geweest.  Een voorbeeld is de oproep van staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) aan boekhandelaar Bol.com om de etalage anders in te richten. 'Het kabinet wil dat internetwinkel Bol.com stopt met de prominente verkoop van niet-wetenschappelijke boeken die pleiten tégen vaccinatie van kinderen', schrijft het AD. 'En zelfs volledige verbanning uit het assortiment dient bespreekbaar te zijn.' De staatssecretaris beseft dat hij de internetwinkel niet kan opdragen bepaalde boeken niet te promoten of te verkopen, maar als Bol.com geen gehoor aan de oproep geeft, wil hij met het bedrijf gaan praten. Dat Blokhuis zich zorgen maakt over de invloed van vooringenomen publicaties die er toe kunnen leiden dat de vaccinatiegraad tot een gevaarlijk niveau daalt kan ik me voorstellen. Maar de suggestie dat de staat zich zou kunnen gaan bemoeien met de inrichting van een boekhandel vind ik wel verontrustend. Hoe ver kan dat gaan? Er zijn wel meer risicovolle onderwerpen waarover leugens en onzin welig tieren op het net. Gaat minister Wiebes nu ook in gesprek met Google over de invloed van ontkenners van klimaatverandering?

Het geloof in de onzin van de anti-vaccinatiebeweging lijkt me een voorbeeld van een tekort aan kritisch denken en kennis van methoden van wetenschappelijk onderzoek. Daar zou je het onderwijs op kunnen aanspreken. De regering heeft op dat terrein echter andere prioriteiten, zo blijkt uit een wetsontwerp van de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob (ook ChristenUnie).


15 maart 2019

Niet zoenen in het openbaar

Toen ik meer dan dertig jaar geleden begon met het verzamelen van berichten over belemmering van de vrijheid van meningsuiting vond ik, zeker in de eerste jaren, nog veel bezwaren tegen seksueel getinte uitingen. Aanstootgevende posters, kunst en tv-programma's die volgens critici de fatsoensnormen overschreden leidden tot veel misbaar en af en toe Kamervragen met het verzoek aan de regering om in te grijpen. De christelijke partijen lieten zich op dit punt het vaakst horen, met voorop de SGP en de ChristenUnie. In Dit kan niet en dit mag niet heb ik een heel hoofdstuk gewijd aan een reeks van voorbeelden uit de jaren rond de eeuwwisseling.

De fatsoensridders zijn daarna misschien wat minder in de aandacht geweest, maar af en toe laten ze nog wel van zich horen. Vooral de SGP. Deze week maakte de provinciale fractievoorzitter Klaas Ruitenberg uit Gelderland bezwaar tegen posters in bushokjes waarop twee zoenende vrouwen te zien zijn. “Relaties met afbeeldingen zoals op deze posters zijn in strijd met Gods woord.” De gewraakte poster is in zijn ogen dubbel fout omdat het gaat om reclame voor een datingsite. Ruitenberg maakte daarom ook bezwaar tegen posters die in Nijmegen waren opgehangen. ,,Deze organisatie stimuleert vreemdgaan. Dat is bij uitstek de reden voor het merendeel van de echtscheidingen in dit land. Je zou maar een kind zijn wiens ouders zijn gescheiden nadat een van hen is vreemdgegaan en met deze posters worden geconfronteerd. Je kan er niet omheen, het wordt je opgedrongen. Verschrikkelijk.”


26 februari 2019

Leerkracht van school gestuurd

Een docent in Lochem verloor zijn baan nadat hij tijdens de les naar pornobeelden had gekeken op zijn computer. De beelden verschenen per ongeluk op de beamer zodat de leerlingen er getuige van waren. Een van hen zette een filmpje van het digitale schoolbord met de porno op sociale media. De leraar werd geschorst en kan niet meer op die school terugkeren, ondanks pogingen van leerlingen die in staking gingen om zijn schorsing terug te draaien.

Ik begrijp dat het voor de leraar moeilijk is om na deze gebeurtenis terug te keren op school. Wat ik niet begrijp is dat de leerling die de beelden naar buiten heeft gebracht gehandhaafd blijft.  Er is, in het bijzijn van zijn ouders, indringend met hem gesproken. "Hij is uitdrukkelijk geconfronteerd met de gevolgen van zijn ontoelaatbaar handelen." Daarbij is onder andere gesproken over de risico's van digitale media. De school gaat de regels voor het gebruik van mobiele telefoons binnenkort tegen het licht houden, schrijft Omroep Gelderland.

Dat was begin deze maand. Nu komt via de Telegraaf met een ander verhaal naar buiten waarin opnieuw een leraar op non-actief is gezet door een actie van leerlingen die raakt aan de uitingsvrijheid. Leerlingen van het Hoofdvaart College in Hoofdorp hebben bij de directie geklaagd over een techniekinstructeur die de profeet Mohamed beledigd zou hebben. Daarop is de man geschorst. Hij ontkent de belediging. Inmiddels is de schorsing verlengd vanwege het belang van de ’sociale veiligheid van de leerlingen en de vereiste rust en orde binnen de school’. Volgens bestuursvoorzitter Jan Rath is er inmiddels ook sprake van een ’geschonden relatie’ tussen de instructeur en de directeur van het Hoofdvaart College. Weinig kans dus dat hij nog terug kan komen.

10 februari 2019

Boodschap of boodschapper?

Wat weegt het zwaarst bij de beoordeling van een bericht of opinie? De inhoud of de identiteit van de bron of de auteur? Ik kan niet ontkennen dat ik bij de dagelijkse consumptie van wat er in print en op het internet verschijnt ook kijk naar de bron. Ik vind het ook moeilijk om bijdragen serieus te nemen van mensen die ik eerder alleen maar onzin heb horen verkondigen of die expliciete standpunten verkondigen die mijlenver van de mijne liggen. Ik laat GeenStijl, De Telegraaf, DDS en TPO ook doorgaans rechts liggen. Maar dat wil niet nog niet zeggen dat ik het uitsluit om kennis te nemen van wat deze media publiceren of dat ik vind dat iedereen ze moet boycotten vanwege wat daar te lezen valt. Datzelfde geldt voor auteurs. Je kunt van mening zijn dat een bepaalde auteur een fout standpunt heeft, het volledig uitsluiten van die auteur van het publieke debat is in strijd met de principes van het vrije politieke debat in een democratie. En zelfs als er sprake zou zijn van het overtreden van de wet (racisme, smaad, bedreiging met geweld) is het aan de rechter om dit vast te stellen en een straf te bepalen voor die bepaalde uiting. Waarmee dus niet gezegd is dat die persoon altijd en in alles wat hij of zij schrijft of zegt fout is. 'Als een fascist ademt liegt ie', zei men vroeger in anti-fascistische kringen. Ik begrijp waar het vandaan komt, maar ik zie deze leuze toch liever als een boud geformuleerd politiek standpunt dan als een oproep om het naar de letter te nemen.

In het verharde debatklimaat waarin we, mede dankzij de nieuwe media, nu verzeild zijn geraakt wordt de oproep tot verbanning en uitsluiting van personen en media steeds vaker gehoord. Als het gaat om openlijke sabotage van een debat door zogenaamde trollen kan ik daar wel begrip voor hebben. Maar ik zie ook aanvallen op personen, bronnen en media als het gemakkelijkste alternatief voor de inhoudelijke bestrijding van foute, onvolledige of verdraaide standpunten. Boodschappers zijn fout, dus hun boodschap moeten we volledig negeren. Of beter nog: voorkom dat hun boodschap überhaupt wordt verpreid.

Op Sargasso ben ik als auteur nu een paar maal geconfronteerd met een dergelijk standpunt. Onlangs was dat naar aanleiding van een link naar een bericht over de rol en betekenis van het Chinese bedrijf Huawei in de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog. Het feit dat dit bericht op een site verscheen die volgens sommige reaguurders niet deugt was aanleiding om de inhoud van het bericht volledig te negeren. Met de link naar deze website zou ik fout, zelfs neo-nazistisch gedachtegoed verspreiden, ondanks dat daarvan in het artikel geen spoor te vinden was. De bron was fout, het artikel was dus fout en ik was dus ook fout. Naast de ergernis over het simplisme dat er uit spreekt vind ik het verontrustend dat die fixatie op 'foute' personen of bronnen het publieke debat gaat overheersen ten koste van een zakelijke uitwisseling van informatie, standpunten en argumenten. Ik heb daar om een drietal redenen grote moeite mee.

29 januari 2019

Misbruik van het staatsgeheim

Strooide minister Stef Blok te makkelijk met het label staatsgeheim om lastige vragen te omzeilen? vraagt Trouw vandaag naar aanleiding van een Kamerdebat waarin het parlement opheldering wil over de levering door Nederland van 'non-letal' goederen aan Syrische rebellen. Blok beroept zich herhaaldelijk op het staatsgeheime karakter van het hulpprogramma, schrijft de krant, waardoor hij in het openbaar geen antwoorden kan geven. Dat zou mensenlevens op het spel zetten. Bovendien waren er inlichtingendiensten en bondgenoten betrokken bij de steun. Beiden zegt hij niet in de schijnwerpers te kunnen zetten. Daarmee bezorgt hij het parlement in zijn controlerende functie een probleem. Kern van de verhouding tussen regering en parlement in een democratie is dat de eerste zich verantwoordt tegenover de laatste. Zodat wij als burgers weten waar we aan toe zijn en ons standpunt kunnen bepalen als we onze stem weer eens mogen uitbrengen. 

Staatsgeheimen passen slecht in een democratie. Openheid is een voorwaarde voor democratische besluitvorming. Geheimhouding van staatszaken voor volksvertegenwoordigers is een hardnekkig restant van ouderwetse, autoritaire opvattingen over de verhouding tussen staat en burgers. Tot halverwege de vorige eeuw was het heel gewoon dat de staat bij voorkeur zo weinig mogelijk openbaarde. Alleen als het moest. Aandrang van volksvertegenwoordigers of journalisten kon zonder grote problemen worden gepareerd. Sinds de democratiseringsbeweging uit de jaren zestig en zeventig is openheid een vanzelfsprekende vereiste voor alle vormen van bestuur. De praktijk blijkt echter weerbarstig als we kijken naar de geschiedenis van de wetgeving over openbaarheid van bestuur. Of naar de afloop van tal van gevoelige politieke thema's, niet zelden gelieerd aan oorlogsvoering, waarbij de openheid moest komen van onderzoeksjournalisten die bewinsdslieden al dan niet met een beroep op staatsgeheimen in de problemen brachten (zie onder meer hier, hier en hier)

10 januari 2019

Ophef over Nashville-verklaring

Streng christelijke gelovigen hebben moeite met homoseksualiteit en transgenders. Dat is niet zo verbazingwekkend. Het gaat om conservatieve mensen die leven volgens door god gegeven onveranderlijke bijbelse normen. En die normen worden in hun gemeenschap streng bewaakt door dominees, ouderlingen en opvoeders. Het is een tamelijk naïeve gedachte dat men in deze kringen gemakkelijk 'met de tijd meegaat.' Veel meer voor de hand ligt het dat men zich tegen moderne ideeën die niet in het bijbelse gedachtegoed passen verzet. En hoe verder die moderne ideeen gaan, hoe harder dat verzet zal zijn.
De oorspronkelijk Amerikaanse Nashville-verklaring over seksualiteit, huwelijk en gezin is bedoeld om de gelovigen op het rechte pad te houden. De verklaring maakt duidelijk dat erin de opvatting van de ondertekenaars slechts twee soorten mensen zijn: mannen en vrouwen. Dat alleen een man en een vrouw een verbintenis kunnen aangaan. En dat seksuele relaties tussen twee personen van hetzelfde geslacht en verandering van geslacht uit den boze zijn. Dit alles omdat god de wereld zo geschapen heeft en de mens zich daaraan moet conformeren.

Wie dergelijke opvattingen binnen een van de talrijke streng orthodox christelijke kerkgenootschappen laat horen zal weinig tegenspraak krijgen. Maar nu is de Nashville-verklaring in de openbaarheid gekomen en onderdeel geworden van het maatschappelijk debat. De ophef in de media is niet gering. Tegen SGP-voorman Kees van der Staaij, die ook onder de verklaring staat, is aangifte gedaan en het OM heeft aangekondigd de mogelijke strafbaarheid ervan te onderzoeken. Het gaat dan vermoedelijk vooral om de passage waarin expliciet wordt gesteld dat gelovigen homoseksualiteit en transgenderisme niet mogen goedkeuren:

Artikel 10
WIJ BEVESTIGEN dat het zondig is om homoseksuele onreinheid of transgenderisme goed te keuren. Wie deze wel goedkeurt wijkt fundamenteel af van de standvastigheid die van christenen verwacht mag worden en van het getuigenis waartoe zij geroepen zijn
WIJ ONTKENNEN dat de goedkeuring van homoseksuele onreinheid of transgenderisme een moreel neutrale zaak is, waarover getrouwe christenen onderling van mening mogen verschillen.



22 december 2018

Ministerie van VWS beperkt openbaarheid om relaties met de industrie niet te schaden

Voor een onderzoek naar medische hulpmiddelen zijn op initiatief van het dagblad Trouw en het consumentenprogramma Radar wereldwijd 1500 verzoeken gedaan aan overheden om documenten openbaar te maken. De Implant files laten zien dat er sprake is van slecht toezicht en gebrekkige uitwisseling van gegevens tussen landen. Ook is inmiddels duidelijk dat de informatie bij de toezichthouders niet eenvoudig is op te vragen. Maar het meest kwalijk is nog dat de overheid zelf veel informatie achterhoudt om de relaties met de industrie niet te verstoren.

Veel documenten die in een WOB-verzoek zijn opgevraagd krijgen de journalisten gewoon niet te zien. Als reden wordt opgegeven dat de relatie tussen de inspectie en de fabrikanten van medische hulpmiddelen door het openbaar maken van medische gegevens ‘onevenredig zal worden beschadigd’. In de documenten die na anderhalf jaar uiteindelijk wel zijn geleverd zijn grote delen onleesbaar gemaakt door juristen van VWS. 'Zoals informatie van de fabrikant over mankementen aan medische hulpmiddelen en reacties van fabrikanten op incidenten met implantaten. Gegevens over problemen rond implantaten zijn stelselmatig door het ministerie weggelakt. Alleen in enkele gevallen, met een goede afloop voor de patiënt, werd meer informatie vrijgegeven.'


14 december 2018

Veel Nederlanders hebben moeite met de vrijheid van meningsuiting

Het College voor de Rechten van de Mens heeft onderzocht wat Nederlanders vinden van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om in het openbaar te demonstreren. Over het algemeen vinden mensen wel dat iedereen vrij moet zijn om zijn of haar mening te kunnen uiten. Maar dat de steun voor deze vrijheidsrechten afhankelijk wordt gemaakt van de vorm en inhoud van de uiting duidt er op dat de betekenis van deze rechten nog steeds niet goed is doorgedrongen.

Een nadere beschouwing van de onderzoeksresultaten levert geen opwekkend beeld op. Een opvallend resultaat betreft het negatieve oordeel over de uitingsvrijheid op sociale media. Minder dan  een kwart van de respondenten vindt dat je op sociale media moet kunnen zeggen wat je wilt. De vraagstelling, geven de onderzoekers in een noot toe, is niet geheel duidelijk. De wet stelt immers grenzen aan uitingen. Dus de stelling 'Iedereen moet vrij zijn om te zeggen wat hij wil' moet op voorhand worden gerelativeerd. Het is onduidelijk of alle respondenten zich dit hebben gerealiseerd. Dat de context van de sociale media tot een meer uitgesproken oordeel over deze stelling leidt valt wel op. Het heeft vermoedelijk veel te maken met de vele voorbeelden van het overschrijden van fatsoensgrenzen, grof taalgebruik, vreemdelingenhaat en racisme die de laatste jaren breed zijn uitgemeten.

27 november 2018

Over vrijheid en democratie

De oproep van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff om demonstraties bij de intocht van Sinterklaas te verbieden is al door velen van de hand gewezen op zowel politieke als juridische gronden. Doorslaggevende kritiek op dit misplaatste populistische proefballonnetje: zo buig je in de praktijk voor de gewelddadige en racistische hooligans die in Eindhoven en elders voor overlast hebben gezorgd.

De partij voor vrijheid en democratie heeft het wel vaker moeilijk om de waarden waar zij voor zegt te staan in de praktijk te brengen. Dat bleek onlangs ook weer in de Amsterdamse Gemeenteraad waar VVD-raadslid Marianne Poot met haar CDA collega Boomsma vragen stelde over een anti-Israël demonstratie. De raadsleden stoorden zich met name aan het afspelen van een lied van rapper Ismo over een terroristische aanslag in Tel Aviv. Ismo is eerder veroordeeld voor haatzaaien tegen joden en homo's. Niet zo'n gelukkige keuze dus van de de organisatoren van de demonstratie op de Dam op 4 november. Maar de vraag aan het college van B&W wat ze van de tekst vonden die daar ten gehore werd gebracht is natuurlijk aan de verkeerde partij gericht. Als zij menen dat Ismo met dit lied over de schreef gaat moeten zij een aanklacht indienen bij het OM.

De vragen van Poot en Boomsma gaan verder dan het reageren op een incident. Hun vervolgvragen:  'Is de burgemeester het met de indieners eens dat de vrijheid van demonstratie niet betekent dat er geen enkele grens te stellen is aan de frequentie van de aanwezigheid van één specifieke demonstratie op de Dam?' En dan ook nog: 'Is de burgemeester bereid te overwegen om het aantal demonstraties van éénzelfde organisatie hier te maximeren tot een beperkt aantal per jaar, en voor zover daar nog meer behoefte aan is daartoe dan een andere plek in de stad aan te wijzen?'

Kortom: is B&W bereid de anti-Israël demonstratie van de Dam te verwijderen?

11 november 2018

Onbegrip over de vrijheid van meningsuiting

Het grondrecht op de vrijheid van meningsuiting is een van de meest bekende burgerrechten. Te pas en te onpas wordt het gebruikt als argument in allerlei maatschappelijke debatten. Ondanks het universele karakter van het recht staat de uitingsvrijheid bovenaan in het rijtje 'Nederlandse' waarden die we hoog moeten houden. Maar er heerst nog veel onbegrip over waar het bij dit grondrecht nu werkelijk om draait.

Twee weken geleden schreef ik over de medewerkers en studenten van de Universiteit van Amsterdam die een Canadese professor onder curatele wilden stellen. Met hun onhandige open brief miskenden ze de wederkerigheid van de uitingsvrijheid: ik tolereer uitingen ondanks de afkeer die ik voel en reken er op dat aan mij ook de ruimte gegund wordt om mijn standpunten naar buiten te brengen. En alleen de rechter bepaalt de grenzen.

Tolerantie was ook ver te zoeken bij de Friezen die vorig jaar de A7 blokkeerden om demonstranten tegen Zwarte Piet te verhinderen hun protest bij de intocht van Sinterklaas in Dokkum te laten horen. De 'blokkeerfriezen' kregen deze week taakstraffen opgelegd van 80 tot 240 uur. De rechtbank: 'Het recht om te demonstreren is een grondrecht. Verdachten hebben het recht echter in eigen hand genomen. Eigenrichting kan in een democratische rechtsstaat niet worden getolereerd.' Een van de actievoerders: 'Als ze een straf opleggen is het om die linkse ratten in Den Haag tevreden te stellen.'

Ook de koepel van Turkse moskeeën TCIF die een twitterverbod voor Geert Wilders heeft aangevraagd toont geen begrip voor het wezen van het grondrecht op vrijheid van meningsuiting.

31 oktober 2018

Een open brief waar niet over is nagedacht

Jordan Peterson, de extreemrechtse Canadese professor, die in Nederland vooral in kringen van FvD populair is houdt vanavond een lezing in Amsterdam. Dat heeft een aantal studenten en medewerkers van de UvA ertoe verleid in een open brief protest aan te tekenen tegen de uitnodiging van deze spreker. Ze stellen voor dat er een tweede spreker wordt uitgenodigd die Peterson direct van repliek kan dienen.

De open brief is een schoolvoorbeeld van een onhandige reactie op foute standpunten die een averechts effect kan sorteren. Het is vooral ook een voorbeeld van de miskenning van de betekenis van de vrijheid van meningsuiting. Dit begrip speelt geen rol in de argumentatie van de briefschrijvers, die zich manifesteren onder de naam Bezorgde Amsterdammers. De zorgen van de ondertekenaars betreffen de verspreiding van het gedachtegoed van Peterson dat zij verafschuwen. Hun brief bestaat voor het grootste deel uit een aanklacht tegen zijn 'vijandige standpunt': 'Peterson verspreidt talloze opvattingen die zowel stuitende voorbeelden van pseudowetenschap als ronduit schadelijk zijn: van samenzweringstheorieën over ‘postmoderne neomarxisten’ die universiteiten ‘infiltreren’ tot ontkenning van klimaatverandering.' Allemaal hardstikke fout natuurlijk. Dus moet het optreden van Peterson direct gecorrigeerd worden voordat die foute ideeën anderen zouden kunnen besmetten.


14 oktober 2018

Dokkum en de demonstratievrijheid

Het OM heeft taakstraffen geëist tegen alle 34 actievoerders die vorig jaar de A7 blokkeerden om te voorkomen dat demonstranten tegen Zwarte Piet bij de intocht van Sinterklaas in Dokkum aanwezig konden zijn. Tegen initiatiefnemer en “intellectueel dader” Jenny Douwes is een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden geëist.

Met deze eisen heeft het OM niets over Zwarte Piet gezegd, schreef Peter Giesen in De Volkskrant. Het gaat hier, naast een strafbare verhindering van het verkeer, over de vrijheid van meningsuiting. In een samenleving met heel verschillende bevolkingsgroepen kunnen spanningen ontstaan, zoals de Zwarte Pietkwestie ten overvloede aantoont. Als deze groepen met elkaar willen samenleven, moeten zij in elk geval kunnen zeggen wat zij op hun lever hebben, hoe onredelijk of ergerniswekkend dat ook voor anderen moge zijn — mits zij uiteraard niet oproepen tot geweld.

Floor Rusman pareert in de NRC de verdediging van organisator Jenny Douwes die, als een nieuw type provo, beweerde dat het hier om een 'ludieke actie' ging. De blokkeerders van de A7 hebben niets van provo begrepen, volgens Rusman. 'Want inhoudelijk zet het nieuwe verzet het oude op z’n kop. De provo’s wilden demonstreren mogelijk maken, de blokkeerfriezen juist niet. De provo’s streden voor vrije meningsuiting, de blokkeerfriezen wilden die beperken. Want ja, natuurlijk waren ze ervoor, maar „niet voor iedereen” of „niet op deze dag”. De provo’s en andere linkse activisten wilden een hiërarchie afbreken, de blokkeerfriezen willen er een creëren: eerst de rechten van henzelf, dan die van de anderen.'

Een waar woord. En hier zit precies het probleem: rechten opeisen die je anderen niet gunt. Dat heeft inderdaad niets met Zwarte Piet te maken.


30 september 2018

Orde op het internet

Burgemeesters kunnen maatregelen nemen wanneer er ordeverstoringen op straat plaatsvinden. Maar online heeft een burgemeester die bevoegdheden niet. En dat levert problemen op met de handhaving van de openbare orde, concluderen onderzoekers van de NHL Stenden Hogeschool en de RUG in een onderzoek.

Een burgemeester kan als eindverantwoordelijke voor de openbare orde in zijn of haar gemeente een demonstratie verbieden, meegebrachte leuzen en spandoeken laten innemen en spandoeken van huizen laten verwijderen. Maar wat kan een burgemeester om de openbare orde op het internet te handhaven? Niets. En juist daar vinden volgens velen de meeste en grootste ontsporingen plaats.

Het rapport ‘Burgemeesters in cyberspace. Handhaving van de openbare orde door bestuurlijke maatregelen in een digitale wereld' concludeert: ‘Openbare-ordebevoegdheden van de burgemeester zijn niet goed toepasbaar in cyberspace. Dit komt deels doordat deze bevoegdheden zijn geschreven met een fysieke wereld in gedachte. Het gedrag van mensen in een sterk gedigitaliseerde maatschappij laat zich echter steeds moeilijker scheiden in een ‘online’ en ‘offline’ deel. In werkelijkheid zijn die twee werkelijkheden daarvoor te sterk met elkaar verweven.’ Het is een voorbeeld dat laat zien hoe de juridische wereld ver achter de maatschappelijke feiten aanloopt.


15 september 2018

Fiscus ontwijkt openbare verantwoording

De Belastingdienst blijft stukken achterhouden in rechtszaken van ouders van wie de kinderopvangtoeslag ten onrechte is stopgezet, schrijft Trouw vandaag. In 2014 heeft de dienst de toeslagen stopgezet van honderden ouders vanwege verdenking van fraude door gastouders.
Daarnaast moesten betrokken ouders soms tienduizenden euro’s aan ontvangen toeslag terugbetalen. Ze moesten zelf aantonen dat zij recht hadden op toeslag, maar de Belastingdienst vertelde ze niet welke gegevens ze over moesten leggen. Later bleek dat meer dan de helft van de betrokken ouders toch recht had op toeslagen. 

De belastingdienst heeft de gedupeerde ouders, zo bleek vorige week, bewust tegengewerkt bij het behandelen van hun bezwaren.In een notitie uit 2016 schrijft de Belastingdienst als interne instructie over de afhandeling van bezwaren: ‘Waarschijnlijk kun je bijna niets toekennen’. Ook wordt er aangestuurd op het ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren van bezwaren. In een interne evaluatie schrijft de Belastingdienst dat er ‘vooral op individueel niveau (is) gezocht naar gronden om de toeslag af te wijzen’. Deze evaluatie is de Kamer onthouden. Staatssecretaris Snel ontkende in juni dat er stukken over bestonden. 

Deze week weigerde de Belastingdienst tijdens een rechtszitting die was aangespannen door een van de ouders opnieuw een intern verslag te delen met de rechtbank, ondanks een expliciet verzoek van de advocaat van de ouder. Na weigering bracht de advocaat het stuk, dat zij uit andere bron had,  alsnog in voor de rechter. Uit dat document, dat in handen is van Trouw, blijkt dat de Belastingdienst in september 2014 al wist dat het stopzetten van de toeslag onjuist was.


31 augustus 2018

Het afwijkende geluid

Kees van der Pijl, emeritus hoogleraar internationale relaties aan de universiteit van Sussex, heeft een boek geschreven waarin hij het neerschieten van de MH17 boven Oost-Oekraïne in een politieke context zet. Dat boek heet Flight MH17, Ukraine and the new Cold War; a prism of disaster. Het is uitgegeven door Manchester University Press, maar dat had nogal wat voeten in aarde. Nog voordat iemand het had kunnen lezen werd er vanuit Oekraïne via Facebook en Twitter een campagne opgezet tegen de publicatie van het boek. Aanvoerder van de campagne was de Duitser Andreas Umland die in Kiev aan een universiteit werkt. De directie van uitgever werd door hem bestookt met juridisch opgestelde brieven, waarin werd gedreigd met rechtszaken. Daarnaast zijn zowel de Universiteit van Manchester als de Britse ambassade in Kiev bewerkt, om hun invloed aan te wenden om de publicatie van het boek te voorkomen.

De uitgever was door dit alles geïntimideerd en legde het boek nogmaals voor aan een reviewer die oordeelde dat het boek wel moest worden uitgegeven omdat het voldoende wetenschappelijk verantwoord was. Vervolgens kreeg de uitgever via de Universiteit van Manchester signalen dat Chatham House, het invloedrijke instituut inzake Britse buitenlandse relaties, zich eveneens openlijk tegen publicatie zou gaan keren. Zo ver kwam het niet, volgens Van der Pijl, omdat er inmiddels uit de academische wereld tientallen steunbetuigingen binnen waren gekomen. En daar had de uitgever ook ruime bekendheid aan gegeven.

Het boek is een paar maanden terug uiteindelijk door de Manchester University Press gepubliceerd. Inmiddels is er ook een Duitse vertaling en staat een publicatie in het Portugees bij een Braziliaanse uitgever op stapel. In ons land heeft Van der Pijl tot nu toe bot gevangen bij de grote, bekende uitgeverijen voor een Nederlandse vertaling. Het komt nu waarschijnlijk uit bij een kleinere uitgeverij.

18 augustus 2018

Zwaktebod

Op de opiniepagina van Trouw levert Jaron Harambam vandaag kritiek op het bannen van de rechtse complotdenker en haatzaaier Alex Jones van sociale media zoals Facebook, Youtube en Twitter. Jones verliest al zijn kanalen voor communicatie met zijn niet geringe achterban. Harambam, die zich nadrukkelijk distantiëert van Jones' militant rechtse haatpreken, vindt deze ban oneerlijk, hypocriet en bovendien niet effectief. Het is 'niet effectief omdat de mensen die Alex Jones volgen alleen maar bevestigd worden in hun gevoelens niet gehoord of gezien te worden. Dit verbod zal de reeds bestaande maatschappelijke tegenstellingen daarom alleen maar versterken, ' meent Harambam. Het is volgens hem ook hypocriet omdat de bedrijven achter deze media met hun algoritmen en bedrijfsmodellen extreme, sensationele berichten onveranderd blijven promoten. Ze leven van de ophef. Ze tonen nu een keer een politiek correct gezicht, maar bannen het kwaad echt niet uit. 

Ik vind het volledig bannen van Jones door de gezamenlijke internetbedrijven ook dubieus. En dan knoop ik aan bij het eerste argument dat Harambam noemt: het is oneerlijk. Dat lijkt wat vreemd als het gaat om iemand die leeft van liegen en haatzaaien. Maar een volledige ban van een persoon vind ik een verkeerd signaal in een toenemende gesegregeerde samenleving. De maatregel tegen Jones suggereert dat de internetbedrijven hem niet willen aanspreken op zijn grensoverschrijdende uitlatingen, het zaaien van haat, het oproepen tot geweld, maar dat zij in één keer met hem als persoon willen afrekenen. De suggestie van de internetbedrijven is dat Jones een ban krijgt omdat hij überhaupt niet deugt, wat hij ook zegt of zou willen zeggen. Zoals Harambam het zegt: het is 'de totale censuur van een ongewenst persoon.' Dat zou je ten opzichte van alle vuiligheid die op internet te vinden is oneerlijk kunnen vinden. Ik vind het vooral een teken van een zorgwekkende culturele regressie.


15 juli 2018

De overjarige geheimen van de BVD


Ondanks dat transparantie vrijwel elke politicus tegenwoordig in de mond bestorven ligt heeft de overheid nog steeds vele geheimen. Gevoelige dossiers blijken keer op keer extra gevoelig omdat er informatie is achtergehouden die pas na volhardend speurwerk van journalisten boven tafel komt. De geheimhouding raakt niet zelden de integriteit en reputatie van huidige diensten, diensthoofden en zittende politici. Verklaarbaar, al deugt het in de meeste gevallen niet en is het strijdig met die veelgeroemde openheid die de overheid tegenwoordig nastreeft. Als die geheimhouding echter ook gehanteerd wordt voor het overheidsbeleid van meer dan zestig jaar geleden lijkt alle redelijkheid zoek. Zoals bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de militaire inlichtingendienst MIVD, waar, zoals Prof. Dr. Hans Blom, emeritus hoogleraar geschiedenis, het formuleerde ‘per saldo de geheimhoudingsreflex overheerst’.

Zullen we ooit kunnen achterhalen wat de  geheime diensten in het verleden ter bescherming van onze democratie allemaal hebben uitgespookt? Van de naoorlogse archieven is nog slechts een fractie overgedragen aan het Nationaal Archief, dat de taak heeft alle overheidsarchieven openbaar toegankelijk te maken. De Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten geeft burgers onder zeer strikte condities toegang tot de archieven nog bij de AIVD en de MIVD liggen. Ze kunnen, als ze vermoeden dat de dienst gegevens over hen bewaart, een persoonlijk dossier opvragen. Historici kunnen inzage vragen in ‘bestuurlijke aangelegenheden’ van de AIVD en voorgangers. In beide gevallen zijn de resultaten van dergelijke inzageverzoeken teleurstellend. Veel gegevens worden eenvoudig geweigerd en kopieën van archiefstukken die wel worden verstrekt bevatten veel weggelakte delen. 

08 juli 2018

Over de persvrijheid in Nederland

Volgens Reporters Zonder Grenzen (RSF) kent Nederland in 2018 na Noorwegen en Zweden wereldwijd de meeste persvrijheid. Of ons land die positie komend jaar ook nog zal innemen mag worden betwijfeld. Het aantal aanvallen op een vrije en onafhankelijke pers groeit.

In de toelichting op het klassement wijst RSF op een rapport uit 2017 van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) 'Een dreigend klimaat'. Het onderzoek van Marjolein Odekerken en oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer, gebaseerd op enquetes onder ruim zeshonderd journalisten, laat zien dat meer dan 60% van de journalisten te maken krijgt met bedreigingen. In steeds meer gevallen is dit een reden geweest om een reportage af te breken.

De ernst van de bedreigingen is toegenomen. Journalisten ervaren zowel in Nederland als in het buitenland serieuze bedreigingen zoals bedreigingen van hogerhand. Sommige bedreigingen hebben een georganiseerd karakter. Bedreigingen hebben gevolgen voor de mentaliteit van journalisten (toenemende terughoudendheid en angst) en de manier waarop zij hun werk uitoefenen; ze mijden bepaalde wijken/ locaties en onderwerpen: zelfcensuur als bron van zelfbescherming.
Naast bedreigingen van journalisten noemt RSF de aanvallen van politieke partijen op de rol van de media en de nieuwe bevoegdheden van de geheime dienst die het journalisten moeilijker maken onbespied hun werk te doen.

Recentelijk zijn daar nog een paar kwesties bijgekomen die de veelgeprezen Nederlandse persvrijheid naar beneden dreigen te halen.

30 juni 2018

Rechts kaapt de vrijheid van meningsuiting

Vrijheid van meningsuiting hoort in mijn ogen bij het gedachtegoed van links. Het recht van burgers om zich vrijelijk te uiten en het verbod van de overheid om daar beperkingen aan op te leggen zijn onmisbare voorwaarden voor een democratie. Zo belangrijk dat het in de grondwet is vastgelegd. Zonder die uitingsvrijheid kunnen burgers niet participeren in het bestuur en ook niet opkomen voor hun rechten als die door de staat of een ander machtig instituut worden bedreigd. De arbeidersbeweging heeft evenals andere emancipatiebewegingen haar vooruitgang te danken gehad aan de uitingsvrijheid, de demonstratievrijheid, de persvrijheid en alle rechten die daarmee verbonden zijn.

Maar nu lijkt het er op alsof de vrijheid van meningsuiting is gekaapt door rechts. Rechtse blogs maken steeds vaker een punt van de beperking van de vrijheid van meningsuiting die men meent te zien in commentaren, tweets en uitspraken van linkse politici en journalisten. Zoals hier. Het is maar een bijvoorbeeld. De beperking heeft dan vooral betrekking op taalgebruik in de omgang met minderheden. Links stelt zich politiek correct op en klaagt naar racisme of seksisme neigende uitingen aan. Rechts ziet hierin steevast een aantasting van de vrijheid van meningsuiting. De linkse columnist wijst met een beschuldigende vinger naar mensen die niet deugen, de rechtse columnist slaat terug met kwalificaties als ‘Spaanse inquisitie’, ‘moraalpolitie’, ‘zedenmeesters'.

20 juni 2018

Een aanslag op het open internet

Vandaag is een meerderheid van de Juridische Commissie van het Europese Parlement akkoord gegaan met regelingen die een ernstige bedreiging vormt voor de vrijheid van communiceren via het internet. Open Media, de organisatie die al maanden actie voert om parlementariërs te overtuigen tegen de nieuwe regels te stemmen schrijft in een persbericht dat internetbedrijven nu verplicht worden ‘to use automated content-filtering software to block the sharing of links, memes, and even tiny snippets of news articles on websites like Reddit and Twitter’. De Amerikaanse burgerrechtenbeweging Electronic Frontier Foundation (EFF) spreekt over een 'Censorship Machine'.

Je kunt grote internetbedrijven proberen aan te pakken als ze profiteren van auteursrechterlijk beschermd materiaal via de advertentieinkomsten voor de sites waar dat materiaal geplaatst wordt. Maar een particulier internetfilter, waarop niemand enige controle heeft, is erger dan de kwaal.
Je geeft Google en Facebook en andere internetbedrijven praktisch gesproken de uitvoering van de auteursrechtenwet in handen. Zullen zij daar prudent mee omgaan? Gaan ze naar iets andere kijken dan wat voor hun bedrijf het meest fortuinlijk is? Het is de zoveelste stap in de privatisering van de ordehandhaving op het internet.

31 mei 2018

Een dikke huid

De Amerikaanse rechtsgeleerde Nadine Strossen debatteerde in Brussel met Europees commissaris voor Justitie Věra Jourová, die de strijd heeft aangebonden met 'hate speech'. In De Volkskrant waarschuwt Strossen voor het gemak waarmee allerlei uit moreel oogpunt onwelvoeglijke uitingen tegenwoordig onder de noemer van 'hate speech' worden gebracht. ‘Het wordt in het dagelijkse spraakgebruik een vergaarbak voor alles wat mensen verfoeien.’ Ze keert zich tegen wetgeving die haatzaaien moet inperken. Volgens haar werkt dat averechts en is het ook een onaanvaardbare vorm van overheidscensuur.

Strossen, voormalig voorzitter van de burgerrechtenbeweging American Civil Liberties Union (ACLU), heeft een belangrijke boodschap voor links. Nu claimt populistisch rechts in het debat over haatzaaien de vrijheid van meningsuiting. Alle linkse verontwaardiging over haatdragende boodschappen wordt met een beroep op de uitingsvrijheid even verontwaardigd afgewezen. Rechtse politici presenteren zich 'als martelaar van het vrije woord en dat levert sympathie op. Oppervlakkig gezien lijkt het een overwinning wanneer haatzaaiers geen podium krijgen, maar op de lange termijn helpt het hen juist.’
Daarbij komt dat alle wetgeving op dit gebied vaag en ruim geformuleerd zal moeten worden. Je kunt nu eenmaal geen letterlijke teksten in verbodbepalingen onderbrengen. Het betekent dat wetgeving tegen 'hate speech' een ruime interpretatie mogelijk maakt. En die kan volgens Strossen door de staat, afhankelijk van de politieke wind, naar believen ingezet worden, evengoed tegen links als tegen rechts. Ze geeft het voorbeeld van Franse wetgeving die de veroordeling van een Palestijnse activist mogelijk maakte wegens kritiek op de staat Israël. 

11 mei 2018

Advocaten zonder grenzen

In Overloon bouwt de Stichting Beperking zonder Grenzen Land van Cuijk een speeltuin. De Stichting, geheel gerund door vrijwilligers, heeft een brief gekregen van een advocatenbureau waarin hen gesommeerd wordt de naam te wijzigen. De advocaten schrijven namens Artsen Zonder Grenzen en beroepen zich op het merkenrecht. De stichting gaat nu maar voor een andere naam. ,,Wij willen ons sponsorgeld niet opofferen aan advocaatkosten, " zegt Theo Weenink, een van de vrijwilligers. De proceskosten kunnen bij verlies in de tienduizenden euro's lopen.

Volgens een woordvoerster van Artsen zonder Grenzen  heeft Stichting Beperking zonder Grenzen Land van Cuijk 'een nette juridische brief' gekregen. ,,Dat doen we bij iedereen die iets in de naam heeft zitten met 'zonder grenzen'. 
Volgens haar moet die term als beeldmerk worden gezien. ,,Als anderen een naam kiezen die daar te veel op lijkt, kunnen we die partijen daar op aanspreken. Het komt zelden of nooit tot een rechtszaak, we komen er onderling altijd uit." 

Het bericht leidt tot verontwaardigde reacties op de site van De Gelderlander: 'Advocaten zonder grenzen', 'Arrogantie zonder grenzen'. Lezers kondigen aan hun donatie voor AzG stop te zetten. Waar de organisatie dan weer op reageert met de mededeling dat er geen donatiegeld voor deze advocaten is ingezet. Ze doen het gratis. En ze gaan heus geen proces voeren. Ze dragen het initiatief een warm hart toe en 'zoeken graag een passende oplossing'.

29 april 2018

Over geheime memo's, geloofwaardigheid en democratie

De pijnlijke geschiedenis van de memo's over de afschaffing van de dividenbelasting die er niet en later weer wel waren, die toen niet mochten worden ingezien, en later alsnog werden geopenbaard is ontluisterend voor de Nederlandse democratie. Inclusief het einde: een motie van afkeuring die geen meerderheid haalde omdat de coalitiepartijen en de SGP achter Rutte en Wiebes bleven staan. Na hun schaamteloze verdediging tegen de overduidelijke bewijzen dat de regering lak heeft aan de volksvertegenwoordiging vraag je je in ernst af: wanneer kan een kabinet dan wel vallen?

De oppositie heeft vergeefs alle kaarten op de geloofwaardigheid van de premier gezet. Maar de reden waarom hij zich buitengewoon relevante stukken en contacten niet wil herinneren, de reden waarom zoveel stukken de Kamer zijn onthouden, de reden waarom Wiebes in verlegenheid gebracht kon worden door vragen van de media; die achtergronden zijn in het Kamerdebat nauwelijks uitgediept. Ze werden door verwoed op de persoon spelende woordvoerders van de oppositie hoogstens in bijzinnen naar voren gebracht.

Het gebrek aan openbaarheid en de onwil om verantwoording af te leggen is natuurlijk niet een gevolg van een slecht geheugen of van menselijke onvolkomenheden bij druk bezette bewindspersonen.

16 april 2018

Grapperhaus neigt naar gelegenheidswetgeving


De Haagse imam Fawaz Jneid heeft vrijdag bij de Raad van State zijn gebiedsverbod aangevochten. Jneid mag zich niet meer in de Schilderswijk vertonen op grond van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding. Daarmee willen de minister van Justitie en de burgemeester van Den Haag voorkomen dat hij bijdraagt aan de radicalisering van jonge moslims 'in een kwetsbare wijk'. Ze vinden dat ‘het verspreiden van de jihadistische boodschap van de imam het plegen van terrorisme kan bevorderen’. Jneid en zijn advocaat noemen het preventief ingrijpen van de overheid 'censuur'. Er is geen rechter aan te pas gekomen die uitspraken van de imam heeft kunnen beoordelen. Dat maakt de juridische basis voor de maatregel erg zwak. Het verbod is ook weinig effectief. Jneid bereikt de jongeren nog steeds via Facebook en moskeeën elders. Het verbod lijkt veel op een proefballonnetje van de voorstanders van een harde aanpak van radicale imams. En een poging tot het tonen van daadkracht bij de bestrijding van terrorisme van de kant van de overheid.

De landsadvocaat bestrijdt dat er sprake is van censuur en noemt het optreden van de imam 'subtiele gedragsbeïnvloeding'. De Raad van State vindt het ‘een lastige materie, met een hoog niveau van abstractie’ en doet over zes weken uitspraak.


28 maart 2018

Zoenende mannen

Het orthodox christelijke volksdeel roert zich weer eens om een overtreding van zijn zedelijke normen aan de kaak te stellen. Een reclameposter met zoenende mannen heeft de toorn opgewekt van de fundamentalistische zedeprekers. Het Reformatorische Dagblad verspreidde een folder met een petitie van 'Gezin in Gevaar', een groep die campagne voert ter bescherming van "een gezin dat bestaat uit vader, moeder en kinderen". De organisatie verzet zich tegen "de losgeslagen seksualisering en schadelijke genderideologie". De omstreden poster van Suitsupply getuigt volgens deze organisatie van een onsmakelijke campagne die kleine kinderen op straat blootstelt aan "zeer seksuele taferelen, namelijk zoenende mannen in erotische pose".

De posters met de zoenende mannen die op bushokjes hingen zijn eerder op veel plaatsen door onbekenden beklad en vernield. Het modebedrijf kwam eerder in het nieuws met ‘licht erotische reclameposters’ die enige ophef veroorzaakten. De eigenaar zou met de dood zijn bedreigd.

21 maart 2018

Nieuwe aanklachten tegen Wilders

Het reclamespotje van de PVV dat vorige week donderdag in de zendtijd voor politieke partijen is uitgezonden heeft woedende reacties opgeroepen. In van bloed druipende letters en met onheilspellende thrillermuziek op de achtergrond is het één lange waarschuwing tegen de islam. Moslimorganisaties hebben aangifte gedaan wegens haatzaaien. En er ligt ook een klacht bij de Ombudsman tegen de de NPO en het Commissariaat voor de Media. De NPO zegt geen verantwoordelijkheid te dragen voor deze uitzendingen.

Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland roept mensen op aangifte te doen. "Wilders gaat steeds een stapje verder. We hebben uit onze achterban veel verontruste en angstige reacties gekregen." Een woordvoerder verklaarde dat men niet alleen van het filmpje zelf is geschrokken, maar ook van het feit dat het zomaar uitgezonden kan worden in Nederland.

Wilders zoekt met zijn propaganda duidelijk de grenzen op van de wet. Hij jaagt mensen angst aan voor de islam. Maar vermijdt bewust te spreken over islamieten. In De Telegraaf zegt hij geen spijt te hebben van zijn campagnefilm. „Integendeel. Het is de waarheid. Niets tegen moslims als mensen, maar wel de tegen de islam als ideologie.” Hij weet dat godsdienstkritiek niet strafbaar is. Maar het gaat hier wel om wat meer dan een religieus dispuut. 

04 maart 2018

Palestijnen niet welkom bij de VU

Opnieuw heeft het VU-bestuur maatregelen genomen die er op duiden dat solidariteit met Palestina moeilijk ligt op de Vrije Universiteit. De VU zegde vorige week de studenten van het kraakpand De Verrekijker de wacht aan nadat de Palestijnse activiste Ramea Odeh daar een lezing had gehouden. De studenten hadden het niet overlegd met het bestuur. Het bestuur was ziedend. "We moesten door de politie worden gewaarschuwd dat het zou plaatsvinden. Bovendien konden de studenten niet garanderen dat het er niet weer stiekem iets zou gebeuren," zegt woordvoerder Wessel Agterhof. De studenten zijn gevraagd te vertrekken, maar dat zijn ze niet van plan.

Een van de studenten zegt:  "Odeh is legaal in Nederland, ze zegt niets illegaals, we zijn een platform voor de vrijheid van meningsuiting." De bijeenkomst verliep zonder problemen. Volgens het OM zijn er geen strafbare uitingen gedaan tijdens de bijeenkomst, maar de universiteit houdt voet bij stuk. "We zien dit als een grove vertrouwensbreuk en een riskante bijeenkomst."

De kwestie doet denken aan de ophef die er drie jaar geleden op de VU was toen een groep studenten wilde discussiëren over academische vrijheid en de banden van de universiteit met Israël.


11 februari 2018

De koning en de politieagent

Het ziet er naar uit dat een Kamermeerderheid het voorstel van D66 gaat volgen om het strafrechtsartikel over de majesteitsschennis af te schaffen. De christelijke partijen hebben bezwaren. Nog niet zo lang geleden moesten ze een ander anker in hun moralistisch gedachtegoed loslaten toen het verbod op godslastering werd geschrapt. De seculieren hebben echter de meerderheid en zij snoeien genadeloos in de tradities van degenen die onvoorwaardelijk trouw willen blijven aan God, Koning en Vaderland. CDA-leider Buma probeert te redden wat er te redden valt. Maar Trouw- columnist Hans Goslinga weet wat er gaat gebeuren: 'Het gehele bestel moet worden losgemaakt van de ankers die voor anachronistisch (het koningschap) of irrationeel (God) worden gehouden. Op naar een ongelaagde, rationele samenleving waarin de koning, zo plat als een dubbeltje gemaakt, louter nog linten mag doorknippen.'

De Tweede Kamer sprak afgelopen week over een initiatiefwet van D66-Kamerlid Verhoeven. Die vindt een afzonderlijk artikel over belediging van het staatshoofd niet meer van deze tijd. Ook de aparte behandeling van een buitenlands staatshoofd kan volgens hem wel geschrapt worden. Daarvoor bleek vorig jaar al brede steun te bestaan na een incident in Duitsland met de Turkse president Erdogan. Verhoeven wil nu de koning op dit punt net zo veel bescherming bieden als alle andere Nederlanders. Doorn in het oog bij veel van zijn collega's is de absurd hoge straf (max. vijf jaar) die er voor majesteitsschennis gegeven kan worden. De man die in 2010 een waxinelichthouder naar de gouden koets gooide zat twee jaar in voorarrest en kreeg uiteindelijk een straf van vijf maanden wegens majesteitsschennis.